Het watervliegtuig…

Het watervliegtuig…

Het is wellicht goed om terug te gaan naar de jaren dat de luchtvaart trachtte een combi te zijn tussen het moderne van het toenmalige vliegen en het klassieke van het vroegere varen. Veel van die eerste toch vrij eenvoudige vliegtuigen uit de geschiedenis hadden drijvers onder de romp of vleugels zitten en waren in staat om vanaf het water te opereren.

Voordeel daarvan, je had geen vliegvelden nodig en kon vooral op militair terrein zonder vast onderkomen aardig opereren. Ook passagiersvervoer werd op die basis opgezet. Al waren die eerste toestellen die over water naar hun bestemming vlogen toch vooral bedoeld voor transport van post en vracht. Maar in de meeste landen ontstonden na verloop van tijd toch toestellen die meer leken op vliegende klompen dan op de slanke toestellen die vanaf land opereerden. Met name de Britten kwamen daarbij heel ver met hun grote Short vliegboten. Men onderhield een flink netwerk met die stoere toestellen dat eigenlijk rond de hele wereld verbindingen legde, al moest je wel onderweg van het ene in het andere vliegtuig overstappen. Voordeel van die vliegboten was ook dat zij die er mee konden vliegen (tickets peperduur) in alle luxe konden genieten van de tochten die soms enkele uren per traject duurden.

De ingebakken tegenwind bij die vaak plompe ontwerpen hield de snelheid laag. De Amerikaanse maatschappij Pan American deed hetzelfde in het gebied van de Stille Oceaan. Met grote Sikorsky’s of Boeings vloog men later ook over de Atlantische Oceaan. De allergrootste machine van dit type was de door Howard Hughes in de jaren 40 gebouwde achtmotorige Spruce Goose, een vliegboot die in principe bedoeld was voor het vervoer van troepen en materieel voor de strijdkrachten. Het ontwikkelen van dit ontwerp duurde zo lang dat de machine uiteindelijk met Hughes aan het roer een kort vluchtje maakte van 25 seconden voor het peperdure en eigenlijk overbodige project werd gestaakt. De Fransen gingen net als de Britten na de oorlog gewoon door met de ontwikkeling van hun eigen vliegboten. Latecoere was zo’n bouwer aan Franse kant.

Haar toestellen bedoeld om tussen Frankrijk en Zuid-Amerika te opereren. Maar met de motoren van toen hadden deze enorme machines een aanloop nodig die (overdreven) vele kilometers lang was en de vlieghoogte ook aardig beperkten. De Britten bedachten een Saunders-Roe vliegboot met een hele reeks turboprop-motoren die weliswaar prima vloog maar tegelijk werd uitgebracht als de nieuwe De Havilland Comet 1 straalmachine. De nieuwe zakelijke reizigers keken nog niet met hun nek naar die vliegboot maar stonden in de rij voor het nieuwe straalvliegtuig. Al die ontwerpen voor naoorlogse vliegboten stierven dus vaak een stille dood. Vliegboten waren ineens ouderwets, inefficient en uiteindelijk veel te duur om ze te opereren.

Intussen heeft Rusland een stel van deze machines voorzien van straalmotoren en ook in de aanbieding. Gebouwd door specialist Beriev en goed geschikt voor bestrijding van bosbranden. De verkoopkansen van die machines natuurlijk tot het nulpunt gedaald door de oorlog in Oekraine. Nog even een aparte vermelding voor de Martin Mars vliegboten die bedoeld waren voor de US Navy maar door de vrede in 1945 nooit meer echt afgenomen. Een paar daarvan kwam terecht in de brandbestrijding en dobberden jarenlang op een meer in het noorden van de VS of Canada in afwachting van opdrachten. Kwamen ze dan in actie was het een majestueus gezicht om deze enorme machines hun lading bluswater te zien blussen. Onlangs is besloten om ook deze laatsten der Mohikanen naar een museum af te voeren. Het is gedaan met het concept. De moderne vliegtuigen met hun zuinige en stille straalmotoren zijn niet meer in te halen met een vliegboot. Al weet je maar nooit hoe het wordt als we in staat zijn om ook die dingen op stroom te laten vliegen. Met pakweg een lading van 10 ton accu’s aan boord is veel mogelijk. Alleen wordt geld verdienen nog best een dingetje dan… (beelden: archief Yellowbird)

Meer dan een oude naam: Skoda!

Meer dan een oude naam: Skoda!

Ook al beschreef ik de geschiedenis van dit merk al gedurende mijn reeks over ‘Leven met de Vliegende Pijl’ van een tijdje terug, ik kan niet heen om de historie van een mij na aan het hart liggend automerk. Immers, Skoda behoort tot de oudste merken in autoland en heeft een zeer bewogen geschiedenis. Die start al in de 19e eeuw als het dan al bekende staal- en wapenconcern Skoda uit het Tsjechische Plzn trucks en pantserwagens maakt voor de Oostenrijks-Hongaarse dynastie.

Later zou het merk in de jaren twintig van de vorige eeuw ook extra luxe personenwagens maken met de techniek van Hispano-Suiza. Elders in het thuisland zetten Laurin & Klement in 1905 hun eerste vierwieler op straat nadat ze daarvoor tien jaar lang tweewielers hadden gebouwd. Die L & K 01A bleek een goed ding en werd ook succesvol verkocht. Het merk expandeerde en bouwde auto’s voor kopers in het midden- en hoger marktsegment.

In de jaren twintig van de vorige eeuw kwamen de twee Tsjechische bedrijven tot elkaar en werden de daarna gebouwde wagens Skoda’s. En ging men door met het bedienen van heel wat klanten. Van kleine wagens (Popular) tot de grote Superb waarmee o.a. de regering in Praag zich liet verplaatsen. Na WO2 was Skoda snel in staat om in beschadigde fabrieksgebouwen de Popular van voor de oorlog weer snel te produceren.

Die auto werd in 1946 alweer opgevolgd door de fraai uitziende 1100-serie. Wagens met een Amerikaanse look, maar de techniek van de Popular. Door de onderstel-constructie was de 1100 een comfortabele wagen en ook robuust gebouwd. In Nederland zo populair dat Skoda al snel in de top 10 van automerken te vinden was. Naast een sedan was er een stationcar, bestelwagen, Coupe/Cabriolet en een pickup van de 1100 te koop.

In 1952 kwam de 1200 de 1100 aflossen. Een totaal andere wagen met een volledig stalen carrosserie, alles aan dit type was bol en rond. Je kreeg een 1200cc motor, veel ruimte, maar ook een hogere prijs. Ook hier weer die hele reeks aan varianten beschikbaar om veel klanten te bedienen. Intussen was Tsjecho-Slowakije onder invloed gekomen van een communistisch regime en kwam de productie van consumentengoederen redelijk onder druk te staan.

Toch lukte het Skoda om in 1955 een nieuwe reeks uit te brengen (440-serie) die we later als Octavia en Felicia zouden leren kennen. Ook in ons land populaire wagens, want veel auto voor je geld. En door de jaren heen 1955-1963 steeds gemoderniseerd en technisch opgewaardeerd. In 1964 besloot Skoda te komen met een opvolger die helemaal bij de tijd was.

De 1000MB. Zoals bij veel andere merken had de 1000MB zijn motor achterin, een erg aardig vorm gegeven carrosserie en rondom onafhankelijke wielophanging. Het principe van deze wagens bleef vele jaren gehandhaafd. De regering in Praag stelde geen grote bedragen ter beschikking van de verder best creatieve technici in Mlada Boleslav waar de personenwagendivisie van Skoda zich bevond. (Skoda bouwde ook trucks en bestelwagens, naast trams, treinen en zo meer…)

Na de 1000MB volgde in 1970 de S100/110 reeks en vanaf 1976 de S105/120/130-serie. Intussen was dat principe van die motor achterin wel wat gedateerd geraakt. En moest er iets gebeuren. Want bij de fabriek had men diverse pogingen gedaan om moderne wagens te ontwikkelen en te testen, die helaas nooit genade vonden bij de hoge communistische heren in Praag. Halverwege de jaren tachtig veranderde er iets en kreeg Bertone de opdracht een nieuwe hatchback te bouwen met de potentie om daarop een hele serie wagens te bouwen.

Dat mondde uit in de Favorit die in 1989 tijdens de AutoRAI zijn Europese primeur beleefde. Motor en aandrijving zaten nu voor, vijf deuren, deels Duitse techniek en al snel ook een stationcar en lijn bedrijfswagens. De auto reed goed, werd relatief populair maar miste net dass gewissene etwass voor veel westerse kopers.

Toen in 1989 het communistische regime plaats maakte voor de meer normale markteconomie kreeg Skoda het zwaar. Men zocht investeerders. En vond Volkswagen. Begin 1992 nam dat bedrijf de touwtjes bij de personenwagendivisie in handen. De Favorit werd als snel verwesterd. Op meer dan 700 punten verbeterd t.o.v. het origineel. In 1994 loste de Felicia de Favorit af. Nu ook met Duitse motoren en een totaal andere look and feel.

De grote Octavia kwam in 1996 uit. Een revolutie. Prachtige en ruime wagen die o.a. ook als Combi hoge ogen gooide bij leaserijders. Het gamma motoren gelijk aan de VW Golf of Passat. Na die wagen volgde de Fabia die de Felicia in 1999 afloste. Net als de Octavia ‘Vollverzinkt’ tegen roestvorming en helemaal bij de tijd qua techniek en ontwerp. De auto werd een enorm succes. Zeker toen ook nog eens de ruime Combi werd toegevoegd.

Een jaar lager volgde de eerste Superb. Een soort Passat met de ruimte van een dikke Audi en de motoren ook uit die stal. En zo ging het daarna verder. Naast opvolgers voor de goed lopende Octavia, Fabia en Superb voegde Skoda ook de leuke Roomster toe, de stoere Yeti, en is er ook voor de ‘prijskoper’ een Citigo gekomen die later ook al een elektrische variant kende.

In het moderne gamma zien we naast de van oudsher bekende namen ook de SUV’s Kodiaq, Karoq en de zeer succesvolle Enyaq die volledig elektrisch wordt aangedreven en met name de leasemarkt bedient. Van prijstrekker naar volwaardig merk op niveau. Skoda heeft een transformatie ondergaan en wordt gewoon gezien als een van de topmerken in de wereld.

Want bijna 100 landen kennen nu een markt voor Skoda. Licentiebouw vindt plaats in China, India, Slowakije, Spanje en zelfs Rusland al is die laatste lijn door de recente gebeurtenissen wel wat afgebouwd. Zonder Corona-crisis was het merk opgestoten naar 1.8 miljoen auto’s per jaar, men staat nu ergens boven de miljoen wagens en is nog steeds een belangrijke peiler onder het VW-concern. Nieuwe modellen staan op stapel, een deel daarvan met elektrische aandrijving. Wie had dit kunnen denken in de jaren dat zoveel ‘kenners’ zo moesten lachen om de ‘oostblokbakkies’. Want zeker bij Skoda geldt en gold dat men meende ‘alles over het merk te weten zonder het echt te kennen’…..Gelukkig is dat nu wel zeer veranderd….(Beelden: Archief)

Druk maken…

Druk maken…

Ik zou mij elke dag druk kunnen maken over al die flauwekul die in ons land over de gewone burger heen wordt gegooid als zijnde goed voor ‘milieu’ ‘natuur’ of ‘klimaat’. De meeste feitjes en zgn. wetenschappelijk bewezen onzin komt uit linkse kring en dient een politiek doel. Echt, als wij zoals Kaag en Klaver kennelijk willen, terug gaan naar de nieuwe Middeleeuwen en het volk van verpaupering en armoede bijna sterft maar zeker niet meer kan stoken of rijden, dan wel vliegen, is de besparing op uitstoot en CO2 0.007% van het totaal op Aarde. Toch hoor je vrijwel niks anders dan dat we allemaal moeten meewerken aan een schoner milieu dan wel deze Planeet redden van de ondergang. En zie je dat bepaalde bedrijven en organisaties zich uitsloven om te behoren tot die ‘orde der schoonmakers van het milieu’ ook al past dat helemaal niet bij het belang van hun klanten of aandeelhouders.

Daarbij kennelijk ook vergetend dat ze bestaan bij de gratie van hun klantenkring die zoals het voorbeeld wat ik hierna geef vooral bestaat uit mensen uit de joods/christelijke kring. Dat is belangrijk voor dit specifieke voorbeeld. Het gaat mij daarbij dus om een begraafplaats, een van de grootste van onze stad. De Nieuwe Ooster. Daar kende men tot voor kort een geweldig leuk jaarlijks initiatief op 1-2 november. Een lichtjes-traditie passend bij de Allerzielen/Heiligenviering voor de christenen. Konden mensen met hen die kort of langer geleden zijn gaan hemelen samen een spiritueel gevoel opbouwen waarbij brandende kaarsjes hun rol speelden.

Let op de verleden-tijds-vorm. Speelden! Want dit jaar heeft men die traditie eenzijdig afgeschaft. Gek gemaakt door het kneiterlinkse college in deze stad denkt men ineens ‘om het milieu’ en mogen brandende kaarsen niet meer. Nee, ‘we planten zaken voor onze kinderen, die het milieu ondersteunen’. Hoezo?? Welk een onzinnige gedachte zit hier toch achter? Men schoffeert mensen die deze traditie koesterden vanuit hun geloofsachtergrond dan wel een puur Nederlandse. Men vraagt niet, maar legt dit besluit gewoon vast en gaat verder op de ingeslagen weg. Vanwege het ‘milieu’. Je moet je als bestuur van zo’n plek de ogen uit de kop schamen. Maar nee, men verschuilt zich en wil geen verantwoording afleggen, anders dan dat het klimaat voor hen belangrijk is. En dan blijkt dus dat zelfs dit soort organisaties geinfiltreerd is door leden uit de gektesekte. Ik kan het niet anders benoemen. En spreek er via deze weg even schande van. Om het daarna aan de lezer te laten daar iets van te vinden. Ik kan al bijna voorspellen hoe de uitkomsten zullen zijn…..Al zijn de extreemlinksen die ik voorheen hier nog wel een platform bood intussen uit de linklijst verdwenen. Dat scheelt veel, hoef ik me over hun commentaren niet druk te maken…. (beelden: Archief)

Jarig tweetal…

Jarig tweetal…

Ik zal er vast een keer eerder een stukje aan besteed hebben, maar precies 4 jaar geleden werden onze latere huisgenoten Pebbles en Pressley geboren. Katten die op het moment van geboorte nog niet wisten in welk Luilekkerland ze later terecht zouden komen. De geboorteplek was Ermelo bij een dame die piepklein behuisd wel goed wist hoe ze om moest gaan met katten van deze soort. Ze was gek op dieren. Had diverse katten, honden, een papegaai, paarden en ook nog een man. Maar dat ontdekten we allemaal pas later. Toen we door alle droeve gebeurtenissen met twee jonge huisgenoten van toen, katten die kort na elkaar op de leeftijd van 1,5 en 4,5 jaar oud om verschillende redenen ziek uit het leven geholpen moesten worden.

Het grote verdriet maakte dat we voor onze toen nog piepjonge Prins Percy soortgenoten zochten. Door een dringend maar ook goed bedoeld advies van onze zoon gingen we op zoek naar een adres waar men een bepaalde soort kitten zou kunnen aanbieden voor een redelijke prijs in topconditie. En precies op mijn verjaardag (later..) bekeken we de kater waarover we telefonisch contact hadden gehad. Een schat van een kitten, met een heel zachtaardig karakter, leuke tekening in zijn gezichtje en de garantie dat die zou uitgroeien tot een meer dan stevige kat. We waren er diep van onder de indruk en namen met moeite afscheid. Nou ja, afscheid, de dame in kwestie had nog een kleine expositie in de aanbieding. De broertjes en zusjes van de door ons uitgezochte kater. En die waren allemaal ‘om op te vreten’ zo leuk. Met name een spierwit zusje, met een ander, pittiger karakter, trok de aandacht. Klauterde zo klein als ze was meteen op mijn schouders en liet zien dat ze van een ander hout gesneden was.

‘Doe die ook maar’ zei ik in een opwelling zonder overleg met vrouwlief. Maar ja, het was tenslotte binnenkort mijn verjaardag. Na dokterskeuring en de eerst prikken tegen dit en dat werden we gebeld. Ze waren klaar voor transport naar hun nieuwe thuis. Eenmaal hier bleek het tweetal prima in de smaak te vallen bij ons Prinsje. Al snel werden ze maatjes en groeiden de twee kittens als kool. Eh dan bedoel ik stevige kolen…bloemkolen… Want het ras is van de grote soort en met name de kater laat dat goed zien. Nooit spijt gehad. De karakters heel verschillend, maar even lief in de omgang en een waar genoegen om ze al dan niet op schoot dan wel naast me op de kussen die ik speciaal voor ze heb aangebracht in mijn mancave. Knorren, kroelen, vrijen (nette wijze) het hoort er allemaal bij. En ze richten zich naar de Koninklijke Hoogheid die hier ondanks zijn wat kleinere postuur de dienst uitmaakt. Vandaar zijn ze jarig. Vier jaar alweer. Gaat dat toch snel. Maar vieren zullen we het. Want dat verdienen ze wel. Net als wij…..(beelden: Prive archief)

Mateloos populair; Simca!

Mateloos populair; Simca!

Je moet wel onder een steen hebben geleefd wil je als 40+-er niet van Simca hebben gehoord. Ooit een mateloos populair Frans automerk in ons land, maar zeker ook in de rest van Europa. Zelfs in Oost-Europa kwam je ze wel tegen. Toch was het een relatief jong merk. Want pas opgericht in 1934. Een dan vooral om in Frankrijk Fiat’s te bouwen voor de eigen markt. Pas na de oorlog, in 1951 werden Simca’s uiterlijk andere wagens dan die Fiat’s waaraan men vaak nog wel een stukje techniek ontleende.

De eerste van de reeks was de Aronde. Een plezierig ogende wagen die in Frankrijk tot de best verkochte auto van de jaren vijftig uitgroeide. Met zijn 1.2 of 1,3 liter motor kreeg je een vlotte familieauto die ook nog eens goed gebouwd bleek en lang meeging. Naast de sedan was er ook een stationcar van te koop, maar ook een besteller en pickupje. Jarenlang bleef de auto in productie al werkte Simca door de jaren heen wel verbeteringen uit en mocht ook het exterieur zich verheugen in wat modernisering.

Naast een reeks beperkt gebouwde sportievelingen als de Coupe de Ville (zie ook Cadillac), Week-End en Plein Ciel kwam het merk in 1955 met de grote Vedette Berline. Dat was eigenlijk helemaal geen Simca maar een Ford, omdat dit bedrijf op enig moment besloot haar Franse fabriek met alles er op en aan bij Simca onder te brengen. En dus kreeg Simca een grote wagen in het gamma inclusief V8 motor van 2.3 liter inhoud. Men bouwde die lijn door de jaren heen uit met diverse speciale uitvoeringen. Maar in 1961 was het over en uit met de grote Simca’s. Bij de kleinere en goedkopere modellen scoorde men flink door de nieuwe 1000. In 1961 uitgebracht.

Een vierdeurs autootje in de stijl van die jaren, motor achterin, hoekige vormgeving, en tegenhanger voor de vergelijkbare Renault Dauphine. Motorisch was de 1000 te koop met bijna armoedige 740 cc blokjes, maar ook met een 1000, 1100 en zelfs 1300 motor. Met name de Rallye 1, 2 en 3 versies waren mateloos populair, al waren die niet meteen geschikt voor de gemiddelde huisvader. Een afgeleide van de 1000 was de Coupe-uitvoering die in samenwerking met Bertone werd ontwikkeld.

Een erg aardig ding dat beperkt leverbaar bleef. Dat gold niet voor de 1300 en 1500. Die wagens verschenen in 1963 op de markt en waren weliswaar elegante maar ook best saaie ontwerpen. Ruim van binnen, comfortabel, en betaalbaar. Ze bleven tot en met 1976 leverbaar. Een ander succesnummer was de 1100. Ineens een auto met de aandrijving op de voorwielen, met een grote achterklep en een wat geknikte kont was dit een auto voor ook de Nederlandse markt.

Heel wat kopers van toen vonden dit een auto om voor te gaan. Schijfremmen op de voorwielen maakten de 1100 ook nog eens extra modern. Naast de hatchback was er ook een stationcar en een bestelwagen. Die laatste zag je ook bij grote bedrijven en instanties rondrijden. En lang. Ondanks de grote roestproblemen bij dit type waren het best taaie wagens. Dat gold niet voor de grote Simca 1307, 1308 en 1309. Die moest de 1300/1500 reeks opvolgen in de jaren zeventig.

Al werd de auto nog zo geroemd in de toenmalige autopers, het waren modern uitziende maar zwaar sturende en extreem onderhoudsgevoelige wagens. Toch bestaan er wel liefhebbers voor die oude exemplaren nog graag restaureren. Intussen was Simca in handen gevallen van Chrysler uit Amerika en kregen de wagens al snel een andere naam. Zo waren er markten waar de Simca’s als Sunbeams werden aangeduid, elders koos men voor Talbot. Een auto die al die namen mocht dragen was de Horizon.

De beoogde ultieme concurrent voor de VW Golf van toen. Hoekig, modern van uiterlijk, bekende en betrouwbare techniek, maar ook weer extreem roestgevoelig. Want dat was wel een euvel bij die Simca’s. Of Talbot’s zoals men ze later moest noemen. De Horizon ging jaren mee tot het einde van het hele avontuur in de jaren tachtig. Toen waren deze wagens ook nog verkocht in de VS onder de naam Dodge Omni.

Het doek viel, Chrysler nam haar verlies en verdween van de markt in Europa, en liet een leeg autolandschap achter. De naam Simca door de een gekoesterd, door anderen verguisd vanwege die roestproblemen. Feit is dat dit een merk was dat aansprak en altijd goed is geweest voor behoorlijke verkopen. Er zijn vast wel lezers die het nog kennen of weten dat ‘die of die’ uit de omgeving een Simca bezat. Ik zelf heb nooit een Simca bezeten, maar er wel veel in gereden. Want we ruilden die wagens nog wel eens in, zeker toen de APK werd ingevoerd en heel wat van die Franse wagens de eindstreep niet haalden…..(Beelden: archief)

Ik voel ik voel wat jij niet voelt…

Het was best een vrij leven wat ze leidde. Ze had er zelf voor gekozen. Kon niet omgaan met haar familie en dat geloof dat haar steeds meer onderdrukte. Haar moeder die steeds maar vertelde wat ze wel en niet mocht doen. Wat hoorde of niet. Nou zij voelde wat voor die jongen die haar had uitgelegd wat haar lichaam voor plezier kon geven als ze bepaalde dingen met hem deed. En ze voelde vooraf dat het goed zat en achteraf ook dat het minder plezierig was dan ze vooraf had verwacht. Maar dat gaf ze niet toe. Ze dronk drankjes omdat haar vriendinnen dat ook deden en ze werd een beetje dronken. Voelde de volgende dag niet echt fijn. Ze voelde dat ze geen gevoel had voor autorijden. Ze probeerde het wel, haar vader betaalde de lessen, maar het werd niks. Ze voelde zich niet thuis in het verkeer. Ze voelde dat ze creatief bezig moest zijn. Haar handen maakten wat haar hoofd bedacht, maar verder vond ze school maar niks. Dus ging ze daar vanaf, huurde een garagebox waar ze met het bij de supermarkt verdiende geld net de eigenaar van kon betalen. Zocht bij kringlopen blanco schilderlinnen en kwasten, kocht wat verf en ging aan de slag met haar eigen creatieve uitingen. In de kou vaak en bij kaarslicht want de garage had geen licht of verwarming. Zij vond wat ze maakte prachtig maar ze voelde zelf wel dat er weinig mee te verdienen viel. Ze leefde als een clochard en zakte maatschappelijk steeds dieper weg. Kreeg op enig moment een uitkering omdat ze de garage opgaf als huisadres. Ze rommelde zaken bij elkaar die haar box omtoverden tot een soort woonplek. Inclusief een oud bed uit diezelfde kringloop. Maar ze voelde zich vrij en kon doen en laten wat ze wilde. Vaak kreeg ze eten van bekenden of zelfs buren die wel zagen dat ze af en toe even voor haar moesten zorgen. Op een nacht in de zomer had ze de deur van haar garage op een kier gezet en was na het schilderen in slaap gevallen. Ze voelde op enig moment iets wat ze nog niet eerder had ervaren….Toen ze wakker werd keek ze in het snuitje van een grote rat en sprong overeind…dat was een gevoel wat ze nog niet eerder had meegemaakt. Angst…afgrijzen. Eh ze besloot om huiswaarts te keren. Het was mooi geweest. Een warm gevoel maakte zich van haar meester…Naar huis…

Museum…

Museum…

Voor veel mensen is het hebben van een hobby of liefhebberij in feite min of meer een luxe aanvulling op een werkzaam leven. Ze weten alles van opera of kantklossen, doen aan klaverjassen, bouwen een treinenbaan op zolder of zitten elke avond voor de buis i v m het voetballen. Het zal je verbazen als je zou weten hoeveel mensen er doen aan dergelijke activiteiten. Dat is een grote meerderheid. Zeker in Nederland, maar vlak ook de Belgen, Duitsers en Britten niet uit.

Natuurlijk zijn er ook mensen bij wie het huis vrij is van ‘smetten’ en mensen hun onderkomen bijhouden als ware het een showroom van een meubelwinkel. Niks hobby’s! Het geld geven zij uit aan vakanties of merkkleding, ze rijden in een stevige auto en hebben uiteraard elektrische fietsen. Ik ben in mijn leven bij heel wat mensen op bezoek geweest en voel me zelf altijd het meest thuis bij hen die behoren tot de eerste categorie. Herkenbaarheid een logisch gevolg van die daar gevoelde warmte. Ik heb er een paar heel hoog zitten, zeker waar je als je binnen stapt meteen het idee hebt in een museum, veilinghuis of rommelwinkel te verkeren. Maar de mensen die daar wonen zijn vaak ook van de warmere soort en het praten over de al dan niet gedeelde passies een waar genoegen.

Je omringen met leuke of mooie (niet altijd waardevolle) stukken is ook een soort schil. Vervelen hoef je je niet en de kennis die je door research over het onderwerp dat je aanspreekt op doet bouwt ook mee aan je eigen kennis en ervaring. Kom daar maar eens om als je in een kaal huis verkeert en geen interesses hebt die op enigermate vergelijkbaar zijn met die lui waar ik het over heb. Zelf woon ik in een huis vol liefhebberijen.

Mijn mancave (speciaal gebouwd om alles wat ik leuk vind in onder te brengen) is mijn eigen miniatuurmuseum. Ik weet hier waar het over gaat, en waar het staat, bouwde een aardige bibliotheek op waarin al die interesses zijn terug te vinden, verzamel relevante foto’s en zo meer en geniet elke dag die me een evt. opperwezen geeft van wat ik zoal verzamel(de). Zoals dat hoort gecatologiseerd, gesorteerd en geregistreerd.

Nee, geen gerommel, gewoon goed doen. En dat leidt weer tot nog steeds voortdurende zoektochten in kringloopwinkels, op rommelmarkten of braderieen in het land of daar buiten. Een buitenlands bezoek is niet compleet als ik ook daar niet iets heb gescoord. Veel van mijn boeken over… kocht ik in Duitsland of Engeland waar de winkels op mijn interessegebied toch echt een stuk breder zijn ingericht qua aanbod. En dan heb ik dagen lang plezier met het lezen en bekijken van opnieuw (vaak) nieuwe informatie. Kortom, juist als het buiten frisser wordt en we op de bank zitten met iets lekkers, tel ik daar die lectuur bij op. Hobby’s zijn geweldig. Maar als je er niks mee hebt, ben je van harte welkom om even je commentaar neer te zetten. Maar als je wel gek bent op dit of dat….laat het zeker even weten. Warme woorden zijn dan jouw deel… (beelden: Prive-collectie)

Linkse retoriek..

Linkse retoriek..

In mijn leeskring bevinden of bevonden zich ook wat mensen met een ultra-linkse denkwijze. Die, het zal duidelijk zijn, haaks staat op de mijne. Want mijn kijk op de wereld is gevormd door ervaringen, bezoeken aan landen met een ander regime, maar zeker ook het dagelijks volgen van media van links tot rechts. Opvallend bij met name die linkse media is het vaak totale gebrek aan realisme. De vaak ook linkse volgers van die lui hebben meestal die zelfde mentaliteit. Het waarom wellicht gezeten in de opvoeding en indoctrinatie daarna. Immers hoe kan je nu boeren afschilderen als extremisten als ze hun land verdedigen dat dreigt te worden afgenomen, wanneer je tegelijk meent dat Nederland zelfs met 25 miljoen mensen nog niet vol genoeg is.

Dat het boerenland niet voor behoud van de natuur maar voor woningbouw wordt onteigend is voor hen dan niet van belang. Zo stellen deze linkse lieden mijn mening die ik al een jaartje of 16 hier verkondig ook niet erg op prijs. Ze willen wel dat je bij hen reageert, mits positief, op allerlei dogma’s en vooral leugens. Maar, iemand die slechts linkse bronnen (via linkjes) benut om zijn gelijk te halen is voor mij net zo abject als iemand die hetzelfde doet met rechtse wappie-theorieen. En die krijgen er van mij als mens met een stevige mening dus ook altijd repliek op. Je bent Meninggever of niet. Onlangs bleek dat dit bij de student met de linkjes naar al die linkse media niet op prijs werd gesteld. Hij was iemand die in mijn optiek niet kon (of wilde) lezen, maar zeker ook niet kon rekenen. De zeespiegel steeg volgens hem tot de rand van al onzer lippen, maar in werkelijkheid is dat nog in geen millimeters uit te drukken. Toen hij weer eens foeterde over extremistische boeren die niet van hun land te jagen vielen, maar ook pleitte voor de opname van immigranten vroeg ik hem oprecht en op de man af of hij zelf al wat ‘vluchtelingen’ in zijn huis had opgenomen.

Geen antwoord uiteraard. De man die samen met hem die linkse koers ook hier al vele jaren uitdraagt schildert mij vaak af als haatzaaier en angstig (??) terwijl hij zelf naar mijn idee nooit buiten zijn eigen wijk, Amsterdam Zuidoost, rondkijkt en ook zelden echt leest wat ik zoal oreer. Elke vraag die hem niet bevalt wordt vermeden en zeker niet van een antwoord voorzien. Algemene Marxistische flauwekul is dan mijn deel. Maar hij schrijft wel allerlei zaken op die met name over mij persoonlijk gaan. Groot (..) is het gejuich dan uit de eigen anarchistische achterban. Wie dat laatste niet doet behoort volgens de gefrustreerde en nu ook gepensioneerde leerkracht bij extreem-rechts of erger. Ik denk dat veel van de linkse gekkies toch last hebben van persoonlijke frustraties. Ze krijgen bij verkiezingen nooit de meerderheid, trachten met vreselijke verhalen de Nederlandse samenleving omver te trekken om zo ruimte te maken voor de nieuwe Middeleeuwen waarbij Lenin en Allah leidend zijn. Maar wij, de normale burgers in dit land, zijn met meer… En ‘wij’ in dit geval als zijnde de realisten die niets zien in dat linkse droombeeld. Wie meent dat stikstof kan worden uitgebannen als we de moderne tijd maar achter ons laten en de eerder genoemde archaische doctrines omarmen hoort eigenlijk niet thuis in dit wereldje. Dat is mijn mening en daar moet je het als lezer maar mee doen. Het studentje heb ik inmiddels geblokkeerd. Voor de man die Groenlinks en PvdD propaganda uitdraagt rest een leven in eenzaamheid vrees ik. En werd de link ook door mij verbroken. Zeker nu hij de aanvallen vals persoonlijk maakte. Realisten aller landen verenigt u. Genoeg geweest…weg ermee….Niemand heeft behoefte aan anarchie of communisme…Zeker deze Meninggever niet.

Reikwijdte…

Reikwijdte…

Voor veel leken is dat wat vanuit politiek wensdenken over ons heen wordt gegooid rond ons autogebruik een waarheid als een koe. We ‘moeten over op elektrische wagens’ want die zijn beter voor het milieu en helpen het klimaat te redden. Het is maar hoe je het bekijkt. Want beste mensen, elektrische auto’s stoten weliswaar tijdens het rijden geen gassen uit via een uitlaatsysteem, ze vervuilen wel degelijk. De door linkse lieden zo verafschuwde fossiele brandstoffen of bouwstoffen zitten ook gewoon verwerkt in die accuwagens. Staal, kunststoffen, computers, banden…. Het is echt niet zo dat dat spul aan de bomen groeit al is een deel van die rubber banden dan nog net half plantaardig.

De accu’s zijn opgebouwd uit materialen die de toets der kritiek op het gebied van milieu of zelfs slavernij niet kunnen doorstaan. Maar er is nog een technisch gebrek dat bij dit soort wagens een aardige rem zet op het vermogen ons nu en in de toekomst massaal te vervoeren; actieradius! Wie in een normale benzineauto rijdt kan met een volle tank pakweg 600km ver komen. Een diesel brengt je vaak 1000 km ver.

De gemiddelde elektrische auto komt anno 2022 niet verder dan 300km, een enkeling redt het tot 400km. Maar dan moet je wel in de rechterbaan blijven en geen stroomverbruikers aanzetten. Doe je dat laatste wel kom je al snel in de problemen. Praktijktests in Duitsland en Nederland laten zien dat hij/zij die op normale wijze in het verkeer rondrijdt in dit soort wagens al snel 30% van de theoretische reikwijdte kwijt raakt. Wie 130km/u rijdt (en veel leaserijders doen dat..) is al snel 50% van zijn accucapaciteit kwijt.

En dan staan de verwarming/airco of verlichting niet eens aan. Ga je daarop laden, en dat is een frequente handeling, ben je niet zoals bij de ons bekendere aandrijftechnieken na vijf minuten weer onderweg maar heb je meteen 1,5-2 uur pauze afhankelijk van de beschikbaarheid van een laadpunt. En dat laadt dan weer 80% bij van de totale capaciteit omdat de accu’s het anders niet aankunnen. En bedenk ook maar dat die EV’s tegenwoordig niet te koop zijn onder de 35 mille. Het gemiddelde ligt qua prijs flink hoger en is bedoeld voor zakelijke rijders.

De particulier kan met wat pijn en moeite een Dacia Spring kopen met een theoretische actieradius van 200km of een Renault Zoe met ongeveer dezelfde reikwijdte maar net iets meer luxe (tegen een hogere prijs). Ook bij VW vindt je nog wel een stadsautootje voor een mille of 25. Kortom, voor de meeste particulieren is er weinig reden tot meejuichen met de groene vaandels zwaaiende gektesekte.

Elektrische auto’s zijn dus niet meteen die wonderen der techniek. Net zo min als waterstofvoertuigen. Het lijkt heel mooi, het is het niet. Wellicht als we ooit accusystemen krijgen die plat, licht, en goedkoop zijn en ook nog eens zorgen voor een normaal verbruik waardoor je niet op weg naar je vakantiebestemming of zakenadres 2-8 keer moet bijladen om er te komen. En echt, ik ben niet negatief, ik zie mezelf als realistisch. We rijden in Nederland met 9 miljoen auto’s rond, en dat neemt echt niet af. Slechts een klein percentage is nu voorzien van elektrische aandrijving. De reden daarvoor is simpel. Je betaalt de hoofdprijs, weet niet of je (op tijd) op je gekozen bestemming aankomt en krijgt er het opladen bepaald niet gratis bij. Omdat stroom in de huidige tijd net zo min gratis is als benzine of diesel. Op praatjes valt niet te rijden. En je moet ook uitkijken dat het niet leidt tot lijden. En o ja, die techniek is al meer dan een eeuw oud. En ook toen was die reikwijdte en het gebrek aan comfort het grootste probleem. Wie de geschiedenis niet kent heeft in de toekomst weinig te zoeken. (beelden: Archief)

Oorlogsdreiging..

Oorlogsdreiging..

Tuurlijk, als kind geboren na de Tweede Wereldoorlog werd je wel bijgebracht dat die oorlog op de ouders en grootouders maar ook iedereen die je leerde kennen van iets oudere leeftijd, wel een paar snaren had geraakt van emotie, ellende en honger. Op die manier werden we ook opgevoed. Omdat mijn leasepa in de oorlog persoonlijk het e.e.a. had meegemaakt, het juiste werd nooit duidelijk, wilde hij bijvoorbeeld niets meer met Duitsers van doen hebben.

Ook in de handel was hij daarin halsstarrig al kwam er toch wel eens een Opel, Hansa of DKW voorbij. Maar eerlijk is eerlijk, die had hij vaak al in een dag verkocht. Hoe dan ook, oorlog was een traumatische gebeurtenis. En helaas leefden we ook toen niet in een echt veilige wereld. Oost en West vochten elkaar de tent uit. De Sovjets bouwden aan de grens tussen Oost- en West-Duitsland hoge muren met prikkeldraad en bewapende grenswachten. Beide grootmachten testten op grote schaal kernwapens en ook in ons land was de dienstplicht en daarop volgende opleiding niet gericht op vredestaken.

Ieder moment kon de vijand immers komen… We zijn dat nu vrijwel vergeten of hebben er zelfs nog nooit over gehoord, maar in 1962 verkeerde de wereld opnieuw op het randje van een nieuwe Wereldoorlog. Dat kwam door een schaakspel tussen die beide grootmachten. De Amerikanen zetten raketten neer in Turkije en wilden zo de Navo versterkten aan de zuidoostflank van ons werelddeel. Dat was iets te veel van het goede voor de Sovjets en die maakten misbruik van de frustraties op Cuba waar de communisten de boel hadden overgenomen maar President Kennedy trachtte via een invasie uitgevoerd door huurlingen in de Varkensbaai de boel ten goede te corrigeren. De Sovjet-Unie gaf daarna opdracht atoomraketten te stationeren op dat eiland en zo dictator Castro te helpen aan een stukje afweer richting de vermaledijde Yanks. Nou die laatsten ontdekten die opstellingen via hun spionagevliegtuigen en reageerden direct. Ze sloten de vaarwegen rond Cuba af toen bleek dat Rusland opnieuw raketten per schip naar dat eiland transporteerden. Het Kremlin werd woest en zette de boel op scherp. Controle van haar schepen zou leiden tot ellende. Kennedy, toen de president in het Witte Huis bracht daarop de Amerikaanse strijdkrachten wereldwijd in Alarmtoestand wat inhield dat de grote B52’s bommenwerpers atoomwapens aan boord kregen en constant in de lucht bleven (bijgetankt onderweg), onderzeeboten hun raketten richtten op de Russische steden en de overige NAVO-leden ook in staat van opwinding verkeerden. De spanning was dagen lang om te snijden. Uiteindelijk bond Moskou in, maar niet nadat men als eis rond het terugtrekken van de Cubaanse raketten ook voor mekaar kreeg dat Kennedy zijn raketschild uit Turkije terughaalde. Pas daarna schaalde men in de VS ook de alarmtoestand af. Ik kan me die spanning nog goed herinneren. En de angst die ineens bij de ouders van ook mijn toenmalige straatvrienden merkbaar was die alles op TV en in de krant uitgebreid volgden. Het schaakspel en wapengekletter was best eng. Want het had ook ernstige effecten voor ons in Nederland gehad. Net als dat gedoe wat ons nu zo bezig houdt in en rond Oekraine. Wie echter denkt dat oorlog en spanning iets is van deze tijd of de geschiedenis heeft het dus mis. We hadden er al eerder mee te maken. En niet zo maar een beetje. De geschiedenis herhaalt zich gewoon. Of we dat leuk vinden of niet… (Beelden: Internet/Archief)