Leven met de Vliegende Pijl – 33 – Dealers!

Die eerste periode bij Pon Mobiel besteedde ik veel van mijn tijd aan het domweg wennen in de nieuwe rol die ik moest gaan spelen. Ik had daarbij een groot en goed geolied importbedrijf verwacht, met een stel enthousiaste medewerkers en dito dealers. Had me er als dealerdirecteur in de jaren voor mijn aantreden bij de importeur nooit zo echt mee bezig gehouden. Kende collega’s slechts van de diverse reizen die in die dealerjaren werden gemaakt en nam hun verhalen als uitgangspunt voor het idee dat ze veel kennis en ervaring koppelden aan een even groot enthousiasme. Dat bleek in de praktijk vaak bepaald minder het geval. In de periode dat ik nog niet bij Pon in dienst was had Jaap van Rij me al eens ingezet als mystery-shopper en had ik een paar van die dealers incognito bezocht. De verslagen die ik daar indertijd voor maakte spraken boekdelen. Vriendelijke mensen, maar weinig kennis van zaken, niet proactief, en soms in wel erg rommelige winkels gevestigd. Een proefrit maken was er vaak niet bij. Dat zorgde mede voor een moeizame verkoop. Toen ik dus in 1992 als verkoopleider aan de slag ging en het land nu intensief rond reed bleek het probleem pas echt heel groot te zijn. Veel van die lui hadden net aan een soort van showroom met een enkele auto er in, hun werkplaats was vaak een rommeltje en ze deelden vrijwel allemaal frustraties over ‘de wijze waarop de importeur met ze om was gegaan’. Dat zat hem vooral in een deal uit 1991 toen Jaap van Rij clusters van auto’s aan die dealers had geleverd, bijvoorbeeld drie Favorit Combi’s en een zwarte bijzonder fraaie hatchback die speciaal voor Nederland was gemaakt.

Die zwarte wagens waren ze meestal zo kwijt, die combi’s niet. En Pon nam ze ook niet terug zoals vele dealers graag hadden gezien. Die verkochten het liefst wat de klanten vroegen. En als dat een niet in het gamma voorkomende zilvergrijs metallic versie was met paarse stoelen en gele wielen moest de importeur daar dan maar voor zorgen! Het waren soms onmogelijke situaties. Toen wij in Mlada Boleslav en Praag dan ook nog eens de nieuwste modellen zagen die Skoda op het punt stond uit te brengen wisten we dat we daadkrachtig moesten handelen. De voorraden oude modellen, vrijwel allemaal afkomstig uit 1991, waren om en nabij zo groot als de totale verkoop van alle toenmalige dealers in een jaar tijd. Dat zorgde voor flinke stagnaties. En net als dealers bij Pon hun oudere modellen niet konden retourneren, lukte dat Pon niet bij de fabriek. En reken maar dat we dat laatste geprobeerd hebben! Er moest dus een list verzonnen worden. En die kwam al snel in beeld. Toen Jaap van Rij een korte citytrip maakte naar New York en terugkwam met vele verhalen, schoot me ineens te binnen dat we actiemodellen zouden moeten maken met bekende namen van New Yorkse wijken. In concept bedachten we toen in een ochtend tijd de Combi’s ‘Brooklyn’ en de ‘Manhattan’. Daartoe dienden we die voorraadwagens compleet binnenstebuiten te keren en zelfs de bekleding te vervangen door nieuwe.

Bij die Manhattan was dat zelfs echt leder. Deze operatie leidde er toe dat we ook veel positieve publiciteit kregen. De vakbladen schreven dat het toch niet gekker moest worden, ‘Skoda’s met lederen bekleding….’ De prijs was goed, de actiemodellen aantrekkelijk, de klanten ‘in’ voor iets anders, maar de dealers helaas niet. Die hadden zoveel ‘kennis’ van alle detailverschillen dat ze klanten daar zelfs op wezen. Vaak waren ze meer hobbyisten dan professionals zo leek het. En dus gingen de iets jongere Brooklyns, baserend op de goedkopere Forman L, sneller weg dan de duurdere en wat oudere Manhattans. Het verschil zat hem daarbij vooral in een hendeltje voor de opening van de achterklep die de goedkope versies wel hadden en de duurdere niet. Dealers zaten echt ingegraven indertijd en wilden slechts het laatste nieuwe verkopen. Vaak waren ze daarover geïnformeerd door Tsjechische handelaren die in die jaren alle oude en ingeruilde Skoda-modellen opkochten waarbij de motoren nog achterin zaten, en die terughaalden naar het thuisland. Wat dealers daarmee bereikten was dat hun terreinen leeg raakten, hun cashflow even verbeterde, maar dat ze op termijn geen onderhoud meer hadden in hun werkplaatsen. Waarmee, ook al door de uitblijvende verkopen, het einde voor veel van hen snel in zicht kwam. De nieuwe rayonmanagers van toen, jonge mensen met een vaak grotere verkoopervaring dan de dealers die ze bezochten, moesten soms meehelpen om bepaalde voorraadauto’s voor dealers op te ruimen. Die ondernemers waren vooral aan het sleutelen, maar mopperen ging ze ook buitengewoon goed af. TE goed!
(Beelden: Yellowbird archief/Skoda/internet)

Kwart eeuw woongenot!

Eigenlijk zou dit verhaal wat ik nu op u los laat prima passen bij mijn vervolgverhaal dat elke zondag uw deel is. Want had ik niet de stappen gezet waarover ik u later nog zal berichten had ik deze regels helemaal niet hoeven of kunnen schrijven. Het was in ieder geval zo dat door de later nog te benoemen oorzaken, een afspraak moest worden gemaakt om van woonstek te wisselen. Wij woonden precies 25 jaar geleden nog in Almere. Hadden er daar toen 11 jaar opzitten en zaten in een woonwijk vol oorspronkelijke Amsterdammers van verschillende pluimage waarmee het goed samenleven was. Daarbij hadden we een behoorlijk ruim huis en ook nog eens een met een apart staande eigen garage voor de deur. Een zegen als het sneeuwde of vroor. Maar de latere werkgever vond de afstand die ik moest forenzen van/naar de werkplek van toen, dicht tegen Den Haag aan, echt te gek. En omdat hij de kosten van mijn vervoer betaalde, onderdeel van de overeenkomst die was gesloten, bedong hij ook dat wij binnen een jaar na aantreden in de nieuwe functie zouden verhuizen naar een plek die dichterbij dat werk zou komen te liggen.

Mentaal was dat best een zware last, maar toen ik een paar maanden op en neer had gereden snapte ik de opdracht wel. Tussen die twee plaatsen stonden toen elke ochtend en avond kilometers lange files en het duurde soms twee uur om op de zaak dan wel thuis te komen. Zonde van je tijd en zeer stressvol. Een lieve vriendin van ons woonde indertijd in een flat en woonplaats op het oude land waar in de buurt vrijwel nooit iets te koop of te huur kwam, maar zij hoorde het verhaal aan en vergat het niet. Als wij wel eens bij haar op bezoek waren dwaalden de gedachten wel eens af naar…’het zou toch mooi zijn als we hier…’. Maar ik liet het verder ook wat op zijn beloop. Twaalf maanden om precies te zijn. Tot de chef van toen me in een stevig maar zakelijk gesprek herinnerde aan de gemaakte afspraken. Verhuizen moest ik, of ik er nu moeite mee had of niet. En hij had al iets gezien in Hazerswoude-Rijndijk….. Dat was ons echt letterlijk en figuurlijk een brug te ver. We gingen eerst maar eens op vakantie en zouden dan later aan de slag gaan om iets te zoeken dat ook, zij het figuurlijk, nog zicht had op de Westertoren.

Onze vriendin B. haalde ons van het vliegtuig toen we heerlijk ontspannen door Schotland en Engeland hadden gereisd en vroeg in de auto niet naar die vakantie. Nee, ze had een huis voor ons! Bij haar om de hoek. Een collega van haar had precies dezelfde afspraak met diens baas en moest verhuizen naar Arnhem. ‘Morgen meteen gaan kijken, hij heeft al 10 andere belangstellenden…’. Dat deden we. En het huis had de juiste warmte en uitstraling. Nu hadden we geen enkele ervaring met huizen kopen, we huurden liever duur tot dat moment, dus werd het een paar dagen rennen, vliegen, stressen en financieren. De Baas anno 1993 vond de plek helemaal OK, en wij gingen mee in de vraagprijs. Onderhandelen was niet handig. Veel kapers op de kust! In de laatste week van 1993 kregen we de sleutels en waren we weer terug op het oude land. Nu precies 25 jaar geleden. En dat is meteen de plek geworden waar we het langst hebben gewoond. Alsof we hier nooit weg waren. En dat vieren we bescheiden. Het huis waar zoveel herinneringen aan hangen. In een buurtje met veel soortgelijke mensen, dichtbij Schiphol, de uitvalswegen van de grote stad om de hoek, maar ook met de nodige wandel- en fietsplekken. Het was een goed besluit. En dat al weer een kwart eeuw geleden genomen. Onder een vorm van dwang, maar dat zien we nu maar als iets positiefs…. En o ja, het bedrijf waar ik toen werkte verhuisde drie jaar later van Voorschoten naar Leusden. En dat bleek dichterbij Almere dan de nieuwe woonstek. Het kan verkeren…(Beelden: Yellowbird Photo archief)

 

58 jaar passies….

Juist in deze periode van het jaar is het weer de ideale tijd om terug te kijken. Op een bewogen jaar vol nieuwigheden, ervaringen, en in mijn geval ook nieuwe aanwinsten voor het hobbymuseum. Wie veel verzamelt komt nog wel eens iets tegen en in dat geval viel het jaar 2018 niet tegen. Maar ooit, heel lang geleden, op de 20e december van een jaar dat ver weg in de geschiedenis ligt opgeborgen, startte ik officieel mijn hobbygedoetje. Als kind, maar wel al met een missie, een visie en de daarbij behorende doelstellingen. Alles wat ik daarna deed stond op een of andere manier in relatie tot mijn hobbybeleving. Vanuit de miniatuurwereld vertaling zoeken naar de echte wereld buiten en omgekeerd. Ik leerde door die hobby’s mensen kennen die nu nog behoren tot mijn oudste en trouwste vriendenkring en dat is best knap als je bedenkt dat er soms wel meer dan een halve eeuw aan jaren zit tussen de eerste kennismaking en het hier en nu.

Natuurlijk zijn de liefhebberijen iets veranderd van opzet en uitvoering. De dingen die ik in het verleden belangrijk vond, zoals het produceren van zoveel mogelijk zelf gebouwde schaalmodellen, zijn sterk op de achtergrond geraakt, terwijl andere zaken daarvoor in de plaats kwamen. Neemt niet weg dat als ik om me heen kijk in mijn creatieve ruimte, ik zie hoe mijn leven toch deels is verlopen. Keuzes die ik ooit maakte vertaalden zich in wat ik nu zie als de invulling van een deel van mijn levensvreugde. Want voor die liefhebberijen reisde ik tot en met dit jaar heel wat af. Ieder land of stad(je) heeft wel weer iets nieuws te bieden en het moet gek zijn wil ik tijdens de strooptochten niet iets tegenkomen dat ik in de eigen omgeving niet kan vinden. Ook bij de beroepskeuze zorgde mijn liefde voor alles wat vliegt en rijdt voor carrièrestappen die een ander niet zo snel zou hebben genomen. Soms was die keuze minder gelukkig dan op andere momenten, maar geleerd heb ik er veel van en dat helpt me tot op de dag van vandaag met zo’n beetje alles wat ik doe, adviseer of uitvoer.

Zelfs de naam van mijn enige tijd geleden gesloten adviesbureau had een verbinding met die liefhebberijen uit vroeger jaren. Als je ergens het fenomeen creativiteit leert kennen dan toch wel in de branches waar ik mijn brood verdien(de). En dat alles omdat ik heel lang geleden, op 20 december van dat bepaalde jaar, koos voor een officiële status bij dat wat ik daarvoor nog als ‘speeltje’ had gezien. In 2010 vierde ik het feit dat ik nu al 50 jaar lang bezig was met mijn luchtvaarthobby. Dit jaar al weer acht jaar verder. De rest is er later allemaal aan toegevoegd. De beschrijving van al dat verzamelde fraais deel ik nu in groepen op Facebook. Gewoon omdat daar nog meer gepassioneerden rondhobbelen. Of er nog meer te vieren valt laat ik even afhangen van het fysiek. Want een ding had ik indertijd niet voorzien, dat juist in het jubileumjaar soms een kinkje in de kabel zou kunnen zorgen voor wat onzekerheden. Daar dacht ik indertijd als jong kind niet over na. Er moest een ‘bedrijf’ worden geleid…….En jullie beste en lieve lezer(s)essen, zelf ook lang geleden een geapssioneerde visie gehad die je nu nog nastreeft en die je wel of niet datgene bracht waar je indertijd voor ging? (Afbeeldingen: Yellowbird collectie)

Vliegen…

Wie me nu, intussen toch al weer ruim 12 jaar, volgt, weet dat ik wel ‘iets heb met vliegtuigen’. Dat begon ooit lang geleden in de woonomgeving waar ik als kind die oude bromtollen van toen voorbij hoorde en zag komen die in die jaren nog gemeengoed waren. Het Schiphol uit die gekoesterde periode lag nog een kilometer of vijf dichter bij de stad en de start- en landingsbanen hadden aanvliegroutes die nog gewoon over de stad heen leidden. Niets zo mooi als een Super Constellation of DC-7C die dwars over de woonstraat heen stak richting veilig Schiphols beton. En bij die machines wilde wel eens een motor ‘afpikken’ onderweg dus zag je een propeller in vaanstand als dat toestel dreunend overkwam. Het maakte allemaal grote indruk op me. Daarbij bouwde Fokker op Schiphol ook nog straaljagers die uitgebreid werden getest voor ze naar de Luchtmacht gingen en ook dat spul kwam nog wel eens voorbij. Het fascineerde me net zo als de trucks van het autobedrijf aan de overkant van onze woning of de huurauto’s die ze daar voor de deur hadden staan. En ik wilde er alles over weten.

Die vliegtuigen werden indertijd uitgebreid beschreven in bladen als ‘Avia’ of ‘Cockpit’. Dat laatste blad werd vol gepend door Hugo Hooftman, een auteur die ik hier wel eens eerder heb beschreven. Met die bladen kreeg je ook nog wel eens een aardigheidje en een erg leuke attentie was een korting op een rondvlucht boven Amsterdam bij Cockpit. Toen ik 14 jaar oud was kreeg ik zo’n kortingbon en toog op de fiets met mijn toen goede vriend Hans naar Schiphol. We gingen vor het eerst echt vliegen. In een tweemotorige De Havilland Dove van Martin’s Air Charter. Welk een avontuur. De machine gromde en dreunde bij de start, na een korte aanloop waren we los en draaiden we richting stad. En vlogen we over de werkplek van mijn leasepa, de straat waar we woonden, de Dam, en langs het Olympisch Stadion.

Welk een avontuur. Ik schreeuwde tegen Hans wat ik allemaal zag en hij schreeuwde terug wat er aan zijn kant van het vliegtuigje te zien was. Het avontuur was ‘al’ na pakweg 20 minuten voorbij. De kist landde weer op Schiphol. En daarna wist ik het zeker, dit moest ik meer doen. Intussen zijn we heel wat jaren verder. En heb ik veel gevlogen. Veelal met groot plezier, een enkele keer met wat minder als het weer zodanig was dat je toch even minder lol beleefde. Van Piper Cub tot Boeing 747 en alles daar tussen in. Ik hield en houdt er een logboekje over bij en dan is toch leuk te zien waarin ik allemaal de vleugels strekte en genoot van de ervaringen. De bestemmingen, de plekken waar we boven vlogen. De toestellen waarin ik vloog. Als 14-jarig jochie over gedroomd en meer dan waargemaakt. Hoe het Hans is vergaan weet ik niet op dit punt. Maar wellicht vult hij me nog eens aan. En dat alles omdat die vliegtuigen van toen over onze hoofden heen dreunden. Waar nu vooral de Groenlinksers zoveel bezwaren tegen maken. Die missen toch een cultureel gen vrees ik. Want trekschuiten en zeilschepen hebben voor mij wat minder aantrekkingskracht. Maar dat zit natuurlijk in die genen. Je bent er maar mooi mee behept…

De treinbestuurder…

Langzaam maar ook meteen secuur strikte hij zijn das. Zijn uniform zat hem verder als gegoten. En zo hoorde het ook in zijn eigen beleving. Daarna stapte hij in zijn cabine. Aaide over alle besturingsmiddelen met grote liefde. Drukte op de knoppen om alle meters te laten bewegen. Stak de verlichting aan, dempte die ook meteen om zijn uitzicht niet te bederven. Voor hem lag het traject waarover hij zijn trein met alle inzittenden zou gaan laten rijden. Hij keek op zijn klokje.  Nog een halve minuut. Schema’s waren er niet voor niets. Hij had dat wel van zijn vader geleerd die ook bij het spoor had gewerkt. Die liefde voor dat spul kwam dus niet uit het niets in zijn geval. Via de achteruitcamera’s kon hij zien dat passagiers instapten en de conducteur controleerde of iedereen dat wel op de juiste wijze deed. Hij checkte nog even of zijn trein wel helemaal in orde was. Ging toen goed in zijn stoel zitten, schakelde daarna de extra lucht en stroom in die alle wagons qua remmen en verlichting met elkaar verbond. Daar hoorde hij het fluitje van de conducteur en wist dat hij weg kon rijden. Bij het sein op groen was hij er klaar voor. Langzaam drukte hij de hendel naar voren die de trein zou doen bewegen. En het uitzicht om hem heen vertelde dat hij ook daadwerkelijk reed. Eerst nog even rustig aan. Hij moest nog op het juiste spoor komen. Naar Utrecht. Via het Amstel Station, maar als je dan een wissel verkeerd nam stond je voor je het wist in Weesp.

Met beperkte snelheid rijden dus, en al klikklakkend over al die wissels en rails de seinen in de gaten houden. Buiten stonden die voor hem op de juiste stand. Binnen deden alle apparaten wat ze moesten doen. Toeters en belsignalen gaven aan waar de veiligheidssystemen hem van blok naar blok loodsten. Uiteindelijk reed hij nu met 80km/u over de spoordijk langs Amsterdam-Oost, passeerde links het Muiderpoortstation en zette koers naar het Amstel Station. Daar moest hij volgens schema over precies een minuut aankomen. Ging lukken. Alle seinen op groen. Bij de Tugelaweg nam hij snelheid terug. Langzaamaan. Want schokkend rijden was niet aangenaam voor de reizigers. Hij keek op zijn dashboard. Alles volgens schema. Alles onder controle. Langs het perron van het station stonden heel wat reizigers op hem te wachten. Jonge mensen vaak. Deze lijn was een drukke. Daarom hield hij er zo van. Hij stopte precies op tijd en wachtte tot alle passagiers waren in- of soms uitgestapt. Net toen hij het signaal hoorde snerpen van zijn conducteur ging er een rood licht branden boven zijn hoofd. ‘He….net nu, ik ben net zo lekker bezig’. Maar hij wist wel hoe laat het was. Zijn vrouw had de koffie klaar en verwachtte dat hij naar beneden kwam. En dus zette hij zuchtend zijn apparatuur af, stapt vanuit zijn zetel de zelfgebouwde cabine uit en sjokte de trap af. Hij moest straks maar zien dat hij het programma in zijn simulator even terugstelde op de tijd waarin hij wilde rijden naar Utrecht. Nu even pauze. Zijn vrouw wachtte hem op. Met een stukje cake en een warm kopje koffie. Het leven was goed. Zeker als gepensioneerde marineman met een passie voor treinen….

De V van Verzamelen (reprise)

Oh wat heb ik warme herinneringen aan tv-programma’s als ‘Showroom’, ‘Het Pakhuis’ of soortgelijke. Het waarom ligt hem in het feit dat ik als verzamelaar en liefhebber van wat ik steeds weer zie als leuk en (be)waardevol daarbij bevestiging vond van mijn gelijk. Het is leuk om er een serieuze hobby op na te houden en ‘later’ zou ik wel zien wat er dan met al dat spul zou gebeuren. De uitstalling van al dat verzamelde spul nam al snel een paar kamers in beslag en daar gingen we altijd vrij slim mee om. Later werd het vooral een kwestie van stapelen en was tussen de diverse kasten en vitrines doorlopen een tamelijk hachelijke onderneming. Maar ook huiskatten zijn een redelijk slechte toevoeging aan in kasten opgestelde modellen. En het begon ooit zo simpel. Een plank boven mijn (opklap)bed in het ouderlijk huis herbergde de eerste zelf gebouwde vliegtuigmodellen. In een aantal kastjes lagen mijn luchtvaartbladen en boeken.

Toen ik ging trouwen en verhuisde naar ons eigen piepkleine woninkje werd er voor de hobbyspullen ook een ruimte gebouwd, in een gangkast bovenaan de toen vrij steile  trap. Maar al snel woonden we ruimer en kregen de liefhebberijen meer ruimte. En begon de grote expansie. Een jaar of tien geleden, voorafgaand aan de verbouwingen in en aan ons huis die extra ruimte moest bieden, had ik de meeste zaken weer eens in de handen. Het was onvoorstelbaar veel. Alleen al het parkeren en opslaan van al die dozen vol mooie zaken bracht een hele logistieke operatie met zich mee. Toen de boel klaar was en de herinrichting begon van vooralsnog alleen mijn hobbymuseum bleek al snel dat het heel lastig zou zijn om alles weer terug te plaatsen. Het paste niet meer zo goed. Een jaar lang heb ik staan passen en meten. Velen om mij heen zuchtten dat het wellicht handiger was om wat zaken te verkopen, dingen weg te doen of me zelfs te specialiseren.

Klinkt leuk, maar wie eenmaal besmet is met een verzamelaarvirus kan dit dus niet. Als ik al zwakten heb zitten in mijn karakter, dan deze wel. We zijn nu een aantal jaren verder, en warempel, het past nog steeds. Veel van de uitgestalde waren zijn goed te bekijken. Het papieren archief heeft een plekje gekregen en zaken die ik niet kwijt kan keurig netjes opgeslagen. Vol is vol, dat is zeker, en ik heb al eens verhaald dat het hier voor enkele bezoekers claustrofobisch aandoet. Maar de ware liefhebber vindt het hier schitterend. En daar gaat het me om. Liever een huis vol hobbyspullen waaraan wij (vrouwlief heeft zo haar eigen verzamelingen) plezier beleven dan een vol geraniums waarachter we ons zouden moeten vervelen. Hoe kom ik nu (weer) op dit onderwerp?

Wel in Oost-Nederland is ooit door een Provinciaal bestuur ruim een miljoen Euro betaald om een collectie van een ‘alles-verzamelaar’ op leeftijd over te nemen die anders dreigde uit elkaar te vallen. De collectie is zo groot dat de man nauwelijks meer kon leven in zijn woonhuis en schuur. Er is dus nog hoop, ik kan gewoon doorgaan met verzamelen, de Provincie of de Gemeente ziet het wellicht straks allemaal als echt museaal en van lokaal of regionaal belang en is er toch nog hoop voor zoonlief. Die dreigde al dat na mijn onverhoopte verscheiden de hele boel in de ‘container’ zou worden gesmeten. Zou wel zonde zijn van al die potentiele waarde natuurlijk. Hoewel de jongere generatie gemakkelijker met geld smijt dan de oudere….Maar een miljoen Euro? Gelukkig is alles hier wel gecatalogiseerd. Dat had die man in het oosten des lands niet gedaan. Ik maak het mijn opvolger(s) ook veel te gemakkelijk en voor de goede orde, het is lang niet zoveel waard!

Mannengrot…

man-cave-kal_toycollection6Veel vrouwen zijn volgens mij van mening dat 99% van de mannen afkomstig is van Mars en zij zelf van Venus. Mannen zijn vaak grof, snappen niets van emoties, willen maar een ding als het er op aan komt en dat is zeer zeker niet de vuilniszakken buiten zetten. Mannen zelf zien hun leven pas echt ingevuld als ze in huis of daar in de buurt een ruimte hebben waar ze zich kunnen  terug trekken. Nooit veel verder gekomen dan de oermens die in zijn grot levend allerlei handige of wellicht zelfs nutteloze zaken binnensleepte en bewaarde. Mannen met interesses in nog iets anders dan het huishouden, klussen, kinderen of de mooiste aller scheppingen, de vrouwen in ons leven, vullen die ruimten op met alles wat ze leuk of interessant(er) vinden. De een doet dat met zijn motorfiets(en), de ander met in blisters verpakte dames op schaal, stripboeken, tv-schermen om alle sportwedstrijden te volgen, er zijn mensen met museale verzamelingen schaalmodellen, treinenbanen, of wat ook.

50s-diner-man-cave1Leuk om in te vertoeven, liefst met vrienden voor het ‘Amstelbier-gevoel’. Niks voor vrouwen. Die vinden dat vaak kinderachtig. Wat die mannen dan weer niet begrijpen en daarop reageren met nog meer terugtrekkende bewegingen. In feite zouden veel mannen wel twee huizen willen bezitten. Een voor het gezin, waar ze dan zeker een keer het vlees komen snijden per week, en die eigen omgeving waar niets hoeft, veel mag en geen kritiek bestaat op het eigen gedrag. Die zgn. ‘Man-Caves’ zijn een internationaal fenomeen. Ik lijd er zelf ook aan hoor. Geen nood, de laatste die dat niet zal toegeven. Omgeven door de dingen die van belang zijn geniet ik van vroeger en nu, en ook de toekomst. Ik schrijf er o.a. deze blogs en ben dan ook extra gestimuleerd door wat ik zie of wat voor het grijpen ligt.

man-caveLukt je echt niet als je in de huiskamer het gesprek gaande moet houden of naar tv-programma’s moet kijken die je feitelijk niet echt interesseren. Vrouwen hebben veelal heel andere interesses. Niet bevooroordelend bedoeld hoor. Maar het is niet anders. Onlangs was ik weer eens op bezoek bij iemand die zo’n enorme ‘Man-Cave’ helemaal voor zichzelf had. Vol met een museum waar hij alles over wist, wat andere collecties (tot op het toilet hing het vol met vitrines en schaalmodellen). Zijn vrouw kwam er naar zijn zeggen twee keer per jaar langs. Als de caravan er werd gestald en als dat ding er begin van het zomerseizoen weer uit werd gehaald. Zijn passies deelde ze niet. Ook dat is een typische vrouwelijk trekje. Geen interesse tonen voor wat manlief zoal uitspookt. Daarbij drinken ze zelden bier en kunnen ook geen echt grote verhalen opdissen. Daarin zijn wij mannen uniek. Vandaar dat we ons zo graag onder vrienden terugtrekken. Proost mannen! En als je nog geen mannengrot bezit, wacht niet te lang er een te bouwen of in te richten. Echt waar, het redt je relatie. Mits je op tijd ook die vuilniszakken buiten zit of de hond even een rondje laat maken. Dan is alles top op Venus en kun jij snel afreizen naar Mars!

Hobbyist

Aankopen Bocholt 131107Wie geen enkele hobby heeft of interesse in zaken om zich heen kan zich meestal nauwelijks of niets voorstellen bij malloten zoals ik die in vrijwel alles geïnteresseerd zijn en overal en nergens speuren naar aanvullende onderdelen of leesvoer voor de diverse collecties. Tuurlijk, het ware handiger geweest als ik me had gespecialiseerd, maar dat heb ik niet gedaan dus dan loopt het optisch wel eens wat uit de hand. Wat is dat toch met die verzamelaars. Als ik er een spreek met een soortgelijke passie is vaak een van de eerste opmerkingen dat hij/zij zo graag een eigen museum zou willen aanleggen voor de collecties van puntenslijpers tot motorjachten. Nu is een museum iets meer dan het neerzetten van wat spullen. Je moet ook uitleg geven over wat er staat, de achtergronden kennen van al die producten en af en toe wisselingen doorvoeren in de uitgestalde zaken. Ik dacht altijd dat ik een relatief grote verzamelaar was tot ik een paar jaar terug nog maar op tv een onderwerp zag over mensen die de inhoud van gelukseieren van Ferrero verzamelden. Meer dan 12.000 items in huis uitgestald. Die reizen heel Europa door om een bepaalde serie figuurtjes bijeen te krijgen en zijn zielsgelukkig als ze weer een boodschappenkar vol met trays van die eieren hebben gescoord.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Die ‘vindopwinding’ herken ik wel. Kortdurend maar altijd weer opnieuw aanwezig. Je loopt ergens en ontdekt een bepaald model, een boek of een foto en die ‘moet’ dan mee. Het overkomt mij bijna wekelijks. En ik kan mij van veel van die aanwinsten nog goed herinneren in welke situatie ik me bevond toen ik die zaken tegenkwam. Zoals die keer in 1992 dat ik in Tsjechië in een klein stadje een wat smoezelige rommelwinkel binnenstapte waar ze tot mijn verbazing een hele verzameling fraaie blikken voertuigen verkochten. Van een stoomwals tot een serie Tatra trucks. Het kostte een luttel bedrag  en ik kocht er een hele stapel van. Het bleek een gouden greep want de kwaliteit was prachtig en het spul is nu ook in Tsjechië zeer gevraagd en duur geworden. Indertijd wilde niemand het hebben, nou ja die toerist met een verzameltik….

Het is pas echt leuk als het model een vraagstelling opwerpt. Bijvoorbeeld wie was de fabrikant van het origineel? Of wie produceerde het bewuste model? Bij een aantal modellen vind ik relatief eenvoudig het antwoord uit mijn behoorlijk goed gevulde kasten met gerelateerde boeken, een andere keer via het Internet. Maar er blijven altijd vragen open. Zo heb ik nooit iets zinnigs kunnen vinden over een auto die mij meteen vanaf het moment dat ik het model aanschafte voor zoonlief in diens kinderjaren.

HPIM1506_editedHet gaat om een duidelijke sportwagen van het fraaie merk Osi, aangeduid als Bisiluro uit 1974. De schaal is 1:43, de modelfabrikant Polistil en de vormgeving futuristisch, zelfs nu nog. De auto zou volgens het model zeer geprononceerde dubbele rompen hebben gehad met een centraal geplaatst inzittendendeel. Het model voelt zeer zwaar en degelijk aan en werd na een speelperiode een aantal jaren na de aanschaf in mijn collectie opgenomen. Sindsdien doe ik speurwerk. Niet elke dag, maar toch. Het laat me niet los. Het automerk Osi heb ik kunnen vinden, meer een ontwerpbedrijf dan een serieuze autofabrikant, maar die Bisiluro? Niks van kunnen vinden. Intrigerend! En dan is er het kiepautootje van Meiler, de brandweerauto van Solido (bleek uiteindelijk een Spaanse Simcatruck), en de vliegende auto van Corgi Toys (komt uit een James Bond serie). Allemaal aanwinsten met een verhaal. En dan ben ik nog niet eens bezig over mijn luchtvaartcollectie. Kortom, elke dag is een nieuwe voor deze verzamelaar, het intrigeert, het zorgt voor veel plezier en afleiding en ik ben nog niet toe aan het afstoten van al die zaken. Wel aan het afstoffen, want na een half jaar in de nieuwe kasten en vitrines ligt er toch al weer een behoorlijk laag grijs over sommige deelcollecties…..dat is dan wel weer een nadeel!(2008/1/05)

En jij, medelog(st)ger, ook een passie? Of heb je er helemaal niks mee…….Laat me eens weten als je wilt. IK ben er oprecht benieuwd naar……    

Clubmensen

308tAls een ding me wel duidelijk is geworden in mijn leven tot nu toe dan toch wel dat ik geen type ben voor verenigingen, clubs of groepen van gelijkgestemden. Of het nu gaat om kerk, beroep of hobby, altijd staat me de cultuur binnen die clubs enorm tegen. Familietrekje, geen van de mensen uit mijn bloed gebonden omgeving is actief lid van wat ook. We zijn veel te sterke individualisten. Overtuigd ook van eigen ervaring, kennis en richting en niemand nodig om de dobber drijvende te houden als het daarom gaat. Ik kijk dan ook altijd met enig dubbel gevoel naar hen die dat wel vertonen. Die kunnen zwijmelen bij het idee dat er een enkele god bestaat die alles stuurt. Die het heerlijk vinden om samen naar ‘de voetbal’ het zwemmen of pakweg golfspel te gaan. Of die het leuk vinden om de Suzuki of Harley uit het vet te halen en dan hele toertochten te kunnen houden. Nee, ik behoor daar niet bij. De keren dat ik mij wel aansloot bij soortgelijke clubs was ik er relatief snel klaar mee. Zo herinner ik mij een vereniging waar ik dolenthousiast lid werd gemaakt door een aantal modelbouwers van de bovenste plank.

HPIM1718De International Plastic Modellers Society trok mij binnen. Internationale groep lieden met maar een passie; modelbouwen! En dat deed ik in die jaren met verve. Met een collectie van (toen) pakweg 1000 modellen kon ik aardig meekomen dacht ik. Maar dat pakte anders uit. De clubleden hielden een paar maal per jaar bijeenkomsten en dan toonden ze hun nieuwste aanwinsten en wat ze er van gemaakt hadden. Ik ook! Wist ik veel. Mijn manier van modelbouwen viel niet in de goede aarde. Ik maakte geen militaire voer- of vliegtuigen vol met miniatuur bommen en granaten. En tja, met een DC-8 of zoiets had men niks. Het bestuur bleek ook te bestaan uit veel pratende mensen met te veel vrije tijd, kortom, ik trok aan de stutten. En zo ging het met de sport, met het werk, ik ben geen lobbyist, het is zwart of wit, en grijs is niet mijn tint, en ook voor de andere gektes die een mens als ik er op na kan houden.

Boksen 4Nu is er op Facebook een hele verscheidenheid van groepen te vinden waar je je heil kunt zoeken als je meent dat het iets toevoegt. Geldt ook voor Linkedin. Ik werd lid van diverse. Maar ergens borrelt er al weer iets in me….Ik lees de diverse commentaren, ik volg de discussies (doe zelf ook nog wel eens mee) en krijg langzaam al weer tabak van al het gedoe. Waarom neigen mensen toch altijd tot het aanvechten van de waarde van anderen? Kennis lijkt er niet toe te doen. Net of al die clubleden iets autistisch hebben. Gefocussed op zichzelf, het eigen verzamelde, de CV, werkervaring of wat ook. En dat de ander dan ontzeggen. Zou het gewoon menselijk gedrag zijn? Ben ik vast een alien. Laat mekaar in de waarde en geniet van het samenzijn zou ik denken. En wie dat niet wil, mik jezelf van de ledenlijst en ga je vrouw of vrienden pesten. Doe ik al jaren, en bevalt prima!

 

Naar de oosterburen….

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Kleve 

Onlangs waren we weer eens bij de oosterburen. Voor ons een klein feestje. Niet alleen omdat we er heel wat boodschappen kunnen doen, of de auto een keer lekker goedkoop vol mikken met daar heel wat centen minder kostende brandstof. Het is ook de sfeer. Veel van de plaatsen die voor ons binnen pakweg 1,5 uur rijden te bereiken zijn bieden een heel plezierige sfeer en de mensen zijn er enorm relaxed. Daarbij zijn er nog boekenwinkels die zaken verkopen die je hier niet (meer) tegenkomt en is het eten er zalig. Onze overheid wil nog wel eens beweren dat bepaalde zaken in Duitsland echt niet goedkoper zijn dan bij ons in Nederland. Wij weten na al die decennia van Duitse tripjes beter. De benzine is er bijvoorbeeld 15 cent per liter voordeliger. (en daar zit de MRB al voor een deel in verpakt voor de Duitse automobilist..).

ff naar Kleve geweest, waar het 20 graden warm was en zonnig...

Kleve

Geldt ook voor wijnen, brood, haarverf, boeken, en zo meer. Als je dan de auto eens per zoveel weken helemaal vol mikt met al die zaken zoals ik hier noemde (en meer, want ik ga ook voor de liefhebberijen graag die kant op..), heb je best een aardig voordeel behaald. Dat die ritten geld kosten ben ik me bewust. Maar laten we wel zijn, rijden en reizen doen we toch wel, en Duitsland is een favoriete bestemming voor ons. Een glaasje op een terras aan de enorm brede en hard stromende Rijn is iets bijzonders. Ik snap wel dat men daarover hele area’s kan zingen. De uitzichten zijn er soms adembenemend, je moet ff de juiste plekjes opzoeken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bocholt

Je moet bij de planning wel rekening houden met files onderweg uiteraard. Zeker aan de Nederlandse kant van de grens wil het nog wel eens her en der vastlopen. En als we terug komen is het net of we ergens bij Arnhem in een soort trechter rijden. Je snelheid gaat er vanaf dat moment vanzelf wel uit. Neemt niet weg dat we die 1,5 uur vaak wel halen. Kortom, als ik teveel dooor draaf wilt u mij wel vergeten…toch?? Het is er gewoon leuk en ik vind het zelf lekker….