Museum…

Museum…

Voor veel mensen is het hebben van een hobby of liefhebberij in feite min of meer een luxe aanvulling op een werkzaam leven. Ze weten alles van opera of kantklossen, doen aan klaverjassen, bouwen een treinenbaan op zolder of zitten elke avond voor de buis i v m het voetballen. Het zal je verbazen als je zou weten hoeveel mensen er doen aan dergelijke activiteiten. Dat is een grote meerderheid. Zeker in Nederland, maar vlak ook de Belgen, Duitsers en Britten niet uit.

Natuurlijk zijn er ook mensen bij wie het huis vrij is van ‘smetten’ en mensen hun onderkomen bijhouden als ware het een showroom van een meubelwinkel. Niks hobby’s! Het geld geven zij uit aan vakanties of merkkleding, ze rijden in een stevige auto en hebben uiteraard elektrische fietsen. Ik ben in mijn leven bij heel wat mensen op bezoek geweest en voel me zelf altijd het meest thuis bij hen die behoren tot de eerste categorie. Herkenbaarheid een logisch gevolg van die daar gevoelde warmte. Ik heb er een paar heel hoog zitten, zeker waar je als je binnen stapt meteen het idee hebt in een museum, veilinghuis of rommelwinkel te verkeren. Maar de mensen die daar wonen zijn vaak ook van de warmere soort en het praten over de al dan niet gedeelde passies een waar genoegen.

Je omringen met leuke of mooie (niet altijd waardevolle) stukken is ook een soort schil. Vervelen hoef je je niet en de kennis die je door research over het onderwerp dat je aanspreekt op doet bouwt ook mee aan je eigen kennis en ervaring. Kom daar maar eens om als je in een kaal huis verkeert en geen interesses hebt die op enigermate vergelijkbaar zijn met die lui waar ik het over heb. Zelf woon ik in een huis vol liefhebberijen.

Mijn mancave (speciaal gebouwd om alles wat ik leuk vind in onder te brengen) is mijn eigen miniatuurmuseum. Ik weet hier waar het over gaat, en waar het staat, bouwde een aardige bibliotheek op waarin al die interesses zijn terug te vinden, verzamel relevante foto’s en zo meer en geniet elke dag die me een evt. opperwezen geeft van wat ik zoal verzamel(de). Zoals dat hoort gecatologiseerd, gesorteerd en geregistreerd.

Nee, geen gerommel, gewoon goed doen. En dat leidt weer tot nog steeds voortdurende zoektochten in kringloopwinkels, op rommelmarkten of braderieen in het land of daar buiten. Een buitenlands bezoek is niet compleet als ik ook daar niet iets heb gescoord. Veel van mijn boeken over… kocht ik in Duitsland of Engeland waar de winkels op mijn interessegebied toch echt een stuk breder zijn ingericht qua aanbod. En dan heb ik dagen lang plezier met het lezen en bekijken van opnieuw (vaak) nieuwe informatie. Kortom, juist als het buiten frisser wordt en we op de bank zitten met iets lekkers, tel ik daar die lectuur bij op. Hobby’s zijn geweldig. Maar als je er niks mee hebt, ben je van harte welkom om even je commentaar neer te zetten. Maar als je wel gek bent op dit of dat….laat het zeker even weten. Warme woorden zijn dan jouw deel… (beelden: Prive-collectie)

Kunstgekte…

Kunstgekte…

Kunst is altijd iets persoonlijks. De een houdt van klassieke werken uit de Gouden Eeuw, de ander vindt het gekladder van Appel de ultieme vorm van schilderen. Ik ben meer van de verstilde scenes van Hopper of de mensen die dat later fotografisch nog eens kopieerden. De fantasie vrij de loop latend. Het is kunst…en kunst kent geen grenzen. Er zijn genoeg liefhebbers voor graffiti waarbij vooral openbaar domein moet worden beklad met kreten of kleuren die niemand snapt behalve de (in mijn ogen)half criminele incrowd waartoe de makers horen. Vanuit dit denken moet je kijken naar wat in de Hermitage, inmiddels niet meer verbonden met de Russische moeder in Petersburg, medio maart te zien was onder de titel ‘Museum van de geest’.

Alle wanden vol gekladderd met verf of viltstift, wat video-art, een paar wonderlijke installaties en muziek en lichtflitsen die de geest van een oude meninggever aardig onder druk zetten. Al snel was ik door de diverse ruimten heengesneld en zocht naar adem happend de uitgang. Niks voor mij. Maar er lopen ook mensen rond die het prachtig vinden en met bewondering al dat gekledder bekijken. Ik was blij dat ik er uit was. Een van de aardige dames die de expositie kennelijk hadden helpen inrichten ving me buiten op. ‘En, wat vond u er van?’ vroeg ze enthousiast…..

Ik gaf haar mijn eerlijke mening. Niks voor mij, teveel impulsen, en als het aan mij had gelegen had ik de boel daarbinnen afgebroken…. ‘Nou, nou meneer, zo erg was het toch niet, kinderen vinden het prachtig….’. Het zal vast wel, maar aan mij is het niet besteed was mijn intussen stevig neergezette mening. Kunst moet ergens over gaan, herkenbaarheid in zich hebben, maar kledderen om het kledderen heeft op mij geen positieve vat. ‘Gaat u ook nog naar de Amsterdamse expositie?’ vroeg de dame lief. ‘Ja zeker, daar verheug ik me op…’, ‘ik zou dat meteen bezoeken meneer, komt u vast van bij, en dan komt u ook tot rust….’. Ze had gelijk….. Maar daarover een andere keer meer…(Beelden: Prive)

Vliegtuigherkenning…

Vliegtuigherkenning…

Al eerder beschreef ik mijn jeugdige liefde voor alles wat zich mechanisch door het luchtruim beweegt en hoe dat alles zo is gekomen. Schiphol verkocht zichzelf in mijn jeugd door regelmatig van die toenmalige zuigerkisten over onze straat en huis te laten trekken wat mij bijzonder intrigeerde. Al snel was ik een regelmatige gast op het v lak bij Amsterdam gelegen vliegveld, zoog de beelden op en nam een abonnement op het prachtige blad Cockpit van Hugo Hooftman, toen een grote naam op dit gebied.

Al snel ‘wist’ ik zoveel over al die vliegtuigen dat ik een uitnodiging om deel te nemen aan een Amsterdams vliegtuigherkenningskampioenschap niet kon vermijden. Samen met mijn jeugdvriend Fons togen wij op de fiets naar de locatie, een schoolgebouw in het chiquere deel van Amsterdam-Zuid, om de verdere aanwezigen te verbazen met onze kennis van al dat vliegende spul.

Al snel bleek dat wij behoorden tot de jongere generatie. De meeste deelnemers een paar tot een flink aantal jaren ouder dan wij. Dat werd afzien… Met dia’s werd in snel tempo een reeks van 100 vliegtuigen getoond in soms sterk afwijkende kleurenschema’s zodat je daaraan ook geen houvast kon ontlenen. Fons, duidelijk minder getraind dan ik, haakte al snel af. Verkeersvliegtuigen kon hij nog wel duiden, maar militaire kisten waren zijn ding niet zo. Met de zaken die ik zelf leerde uit dat blad van Hooftman, kwam ik een stuk verder.

Maar ik herinner me nog een Kawasaki uit WO2 in de kleuren van de USAF die ik totaal miste en aanduidde als P-47 van Republic. Wist ik veel dat die Japanse kisten vaak door de Amerikanen werden getest na de overgave van Japan in 1945. Maar ik bleek bepaald niet de enige te zijn. Toen de jury de uitslagen-formulieren innam en begon te beoordelen, namen wij maar een bakkie thee. Jeminee, dat viel best tegen, de conclusie. Met onze 15/16 jaren leeftijd bleek dit een heftige proeve van bekwaamheid. Zelfverzekerd als ik toen al vaak was, immers ik had me vanaf de vroegste jeugd het spotten eigen gemaakt, dacht ik dat het wel goed zou komen. Fons was er minder gerust op. En toen kwam de uitslag. En bleek ik bovengemiddeld gescoord te hebben en zelfs in de top-10 te staan overall. Kijk, daar kon je mee thuiskomen. Fons was onder de indruk. Mijn ouders niet. Die vonden dat maar onzin. ‘Moest je er mee..”.

Als Fons en ik elkaar nog wel eens zien, we wonen niet te ver van elkaar af, net als toen, haalt hij het nog wel eens aan. ‘Weet je nog dat…..!?’. Dat leeft het weer op. Ik zette meteen na die omschreven gebeurtenis een eigen bureau op. Bedoeld om kranten en bedrijven te helpen aan meer kennis over de luchtvaart. Hoe ambitieus ook, het werd niks. Al was het maar omdat er ook moest worden gewerkt en gestudeerd. En tja, ‘wat moest ik er mee’… Tot op de dag van vandaag is alles wat luchtvaart aangaat mijn wereld. Naast die automobiele. Lijkt vermoeiend, is het niet. Veel te leuk. Maar prijzen win ik er niet meer mee….(Foto’s”: Archief)