Bijzonder type; Laura Dern!

Bijzonder type; Laura Dern!

Het was tijdens een recent weekend dat we een eerder gekochte maar nooit afgekeken DVD draaiden dat we Laura Dern als actrice (her)ontdekten. Lang, blond, toen nog jong en slank en in zekere mate sexy. De borsten nog pront in beeld, want een film van David Lynch die wel hield van confronteren. De film ‘Wild at Heart’ waarin ze de figuur Lula Fortune (..) speelde maakte duidelijk dat zij wel een bijzonder type was. Nicolas Cage haar tegenspeler en zij totaal over the top een jonge dame neerzettend met allerlei frustraties en bijzondere zaken uit haar beladen verleden. Een ding was wel duidelijk, ondanks het vage script van Lynch, acteren kon deze dame.

En dat bewees de blondine al in Mask, samen met Cher, Blue Velvet en samen met haar moeder (Diana Ladd) in Rambling Rose. Ze ontving Golden Globes voor o.a. de TV film Afterburn, schitterde in Jurassic Park van Stefen Spielberg en trad op in bekende tv-series als Frasier, Ellen en The West Wing. Dern is intussen 53 jaar oud, kind van acteur Bruce Dern en actrice Diana Ladd, en achterkleinkind van een gouverneur uit de staat Utah die later ook nog minister van oorlog werd. Dern ging ook nog regisseren tijdens haar carriere, maar produceerde ook andere films en series. Een vrouw met vele talenten die niet onterecht ook nog eens een ster kreeg in de beroemde Hollywood Walk of Fame, samen met haar ouders. Haar vele talenten koppelde ze overigens ook aan een flink aantal relaties. Vanaf 2000 kwam ze in rustiger persoonlijk vaarwater.

Ze vond haar geluk bij musicus Ben Harper en kreeg met hem twee kinderen. Daarna trouwden ze en maakten hun geluk wettig en overtuigend bezegeld. De lijst van films waarin ze speelde (55) en tv-series (11) is lang en indrukwekkend. Haar laatste dateert uit 2019. Over 2020 is mij niets bekend maar gezien de vele lockdown-problemen, ook in Hollywood is de kans groot dat ze even op haar fraai gevormde achterste dat jaar heeft doorgebracht. Laura Dern, opvallend in haar rollen, onopvallend qua in de publiciteit treden. En die film waardoor ik haar weer leerde (her)kennen….? Die namen we maar voor lief… (Beelden: Internet)

Werken op Schiphol – 26 – Terug na 13 jaar!

Werken op Schiphol – 26 – Terug na 13 jaar!

Zoals te lezen valt in mijn vervolgverhaal over werken voor en leven met de Vliegende Pijl, kwam ik op enig moment als dealer-directeur in conflict met de toenmalige aandeelhouders en was het nodig om op korte termijn door te schakelen naar iets anders.

Ik zocht en vond steun bij de toenmalige importeur van het mij zo aan het hart liggende merk, maar die kon me niet meteen plaatsen op een plek die ik ambieerde. En dus liep ik rond met toch een wat ongeduldig en onrustig gevoel over ‘wat nu’. Mijn oude vriend Victor die ik indertijd aan zijn baan en roeping had geholpen reageerde. Ook hij had diverse bedrijven gediend nadat ik was vertrokken bij dat vroegere transportbedrijf en had nu een aardige job bij een relatief onbekend maar wel erg druk logistiek bedrijf aan de zuidkant van Schiphol.

‘Of ik zin had om daar de sales en organisatie te ondersteunen naast de directeur van dienst’. Dan had hij meteen de vriendendienst uit 1970 met een wederdienst goed gemaakt, zo was zijn redenatie. Het eerste gesprek met die betreffende directeur verliep trouwens zeer plezierig moet ik stellen. Het geboden salaris leek prima, de baan uitdagend en de omgeving (weer vlakbij de start/landingsbanen) vertrouwd. Het tweede gesprek een paar dagen later verliep bepaald anders van sfeer en toon, het had me moeten waarschuwen. Maar ik had de antenne net even verkeerd afgesteld, dus verkocht mijzelf met overtuiging als de juiste man op de goede plek. Een paar weken later zat ik in die functie achter een relatief simpel bureau. De sfeer bij dat bedrijf was bijzonder. Men was net door een lastige fusie heen gegaan en zocht nu weer een eigen weg. Had Duitse en Amerikaanse aandeelhouders, die moesten met elkaar door de deur. De directeur bleek een van de aandeelhouders (wist ik toen nog niet) en schipperde een beetje tussen twee werelden.

Gelukkig was er in het verleden een stel erg grote accounts binnengehaald en werd er keihard gewerkt door het team. Samen met mij traden nog meer mensen in dienst op diezelfde dag van 1990, dat hielp wel mee om de weg in de structuur van die tent te vinden. Qua werk was er niet veel veranderd t.o.v. wat ik tussen 1965/77 bij dat eerder beschreven bedrijf had meegemaakt. Ik kon waar nodig al snel een handje bij steken. Of ik nooit was weggeweest. Maar er was ook veel onrust in die tent. Emotionele gesprekken tussen directeur en MT maakten me (ik zweeg toen nog..) duidelijk dat er veel mis was. De Duitse aanpak van het bedrijf was vreemd genoeg veel ‘wilder’ en ‘avontuurlijker’ dan de Amerikaanse. Daar was men gewend dat ‘New York’ bepaalde wat er in ons land gebeurde, maar daar had onze directeur maling aan. En zo waren er soms heel bijzondere gesprekken met de Amerikaanse partners. De aangeleverde ‘Sales leads’ waren talrijk maar nauwelijks serieus te nemen. Men stuurde van alles en nog wat op en verwachtte dan dat ik daar met de auto actief op af ging. Na een aantal compleet zinloze ritten voor dat doel staakte ik met deze inzet. Het bracht niks. Handiger was om eens te kijken hoe we meer konden verdienen aan de handel die uberhaupt al lekker doorliep bij dit bedrijf. En zo zette ik me in voor een getrapt tariefsysteem dat voor buitenlandse en soms binnenlandse relaties keuzes bood voor welke prijs men wat kon verwachten. Want men wilde indertijd heel graag met de KLM vliegen voor de prijs van Aeroflot, en dat was nogal een verschil. Onder mijn regie werd dit anders. En zo verdienden we aardig wat geld. Op zowel export als import zaten daar overigens teams van kanjers, die erg veel werk verzetten. Maar weinig erkenning kregen. Het waarom ontdekte ik pas later….. (beelden: archief/internet) (Zie ook: Leven met de Vliegen Pijl – 30 27/1/19 en 31 van 3/2/19)

Laatste dag van een bewogen jaar…

Laatste dag van een bewogen jaar…

Toen we een dikke 365 dagen geleden elkaar omarmden en knuffelden en het allerbeste wensten voor dat nieuwe jaar 2020 konden we niet bevroeden dat dit jaar zou verlopen zoals het deed.

Ons leven, onze samenleving, eigenlijk alles werd door elkaar geschud door dat verrekte virus dat zijn oorsprong had in het grote China. Wat aanvankelijk leek op een ‘griepje’ van een bijzondere soort bleek in staat om alles wat wij voordien als normaal aanvaardden overhoop te smijten. Vanaf het voorjaar bleek dat virus goed voor een of meer door de overheden over de hele wereld afgekondigde ‘lockdowns’. Hele sectoren van onze menselijke economie zakten daardoor in elkaar. De transportsector, middenstand, horeca, maar ook de zorg kregen het zwaar. Mensen kwamen als getroffenen terecht op een glijdende schaal als ze met dat virus van doen kregen. Van een beetje hoesten tot ademgebrek, ziekenhuisopname en soms dood. Ouderen werden van ons gescheiden door dikke muren van steen of beton, we bleven op 1,5 meter afstand tot elkaar en dat hield in dat we ineens heel anders dachten of denken over samenleven. Huidhonger een geboren begrip.

De economische gevolgen zijn nog steeds onverminderd groot. De door de kabinetten Rutte redelijk afgebouwde staatsschuld werd met tientallen miljarden overschreden en vergroot. Iemand gaat dat op termijn betalen. Rara wie… Intussen is er een stel serums uitgevonden die ons komend jaar moeten redden van de te grote besmettingskans. Zien of dat gaat werken en of we er geen blijvende gevolgen aan overhouden. Niet elk middel tegen een kwaal is onschuldig gebleken tenslotte. Middelen erger dan de kwaal? We zullen zien. Naast dit dominante nieuws hadden we opnieuw te maken met terreur, op dat punt is elk jaar telkens een vraagteken, vele mensenlevens gingen daardoor verloren. In de VS verloor Trump de verkiezingen ook al gelooft hij dat zelf nog steeds niet. Blijft wel opmerkelijk dat toch bijna de helft van de Amerikanen die stemden voor juist deze man gingen. En de andere helft voor een broze democraat op leeftijd.

In eigen land komen de verkiezingen er in maart a.s. aan. Zoals het nu gaat wordt midden/rechts het grootste blok. Eens zien of we dat nu ook echt gaan zien in de samenstelling van een nieuw kabinet. Want de neiging links te betrekken bij alles wat we hier doen en denken is toch een groot probleem. De sluier van de vertrutting en opgelegd schuldcomplex over alles wat voorouders wellicht fout deden of wij nu doen maakt mijn persoonlijke afkeer van dat linkse denken groter en groter. Schuld opleggen aan hen die daar part noch deel aan hadden en claims laten uitkeren aan hen die nooit leden…..het is een slecht plan. Alleen daarom al is uw stem van belang. Maar dat is volgend jaar, oftewel vanaf morgen van belang. Vandaag kijken we nog een keer terug. En sluiten met een zucht van frustratie het jaar af. 2020 was heel bijzonder. Nooit eerder zoiets meegemaakt. Hoop dat we in 2021 weer normaler kunnen omgaan met wat ons allen boeit en bezig houdt. Heel fijne jaarwisseling en op naar een nieuw jaar…(beelden: eigen archief)

General Motors

General Motors

Voor velen is dit een soort verzamelnaam van merken, voor mij zeker ook, maar het Amerikaanse GMC (de afkorting) had ook zo haar eigen modellen in de aanbieding.

Het concern was tot pakweg de jaren rond de recente financiele crisis, het grootste autoconcern ter wereld. Opel behoorde er toe, Vauxhall, Saab, Holden, Chevrolet, Buick, Pontiac, Oldsmobile, Cadillac, Hummer, Daewoo om er maar een paar te noemen. En men paste graag batch-engineering toe waardoor sommige modellen van het concern wereldwijd werden verkocht onder een andere merknaam. Soms was dit handig, in andere gevallen minder. Men had overal wel vingers in de pap.

Ook in de Amerikaanse regering. Obama redde het concern van omvallen toen hij net was aangetreden midden in die crisis. En dat redde GMC ook al moest men intussen dan wel de nodige submerken verkopen. Bedenk je maar dat GMC nog steeds groot is, maar niet meer de grootste. Toyota en Volkswagen passeerden het merk, en de Franse PSA-groep komt er aan nu het bezig is met de overname van Fiat/Chrysler. Daarmee is GMC nog steeds geen kleintje hoor. Zeker niet. Grote belangen in groeimarkten als Rusland maken het concern niet uit te vlakken als belangrijke speler.

Men verzet alleen de bakens. En daarmee verdween het ook vrijwel uit Europa. Verkocht een paar jaar terug Opel en Vauxhall aan de Fransen, Saab aan Spyker, nam Hummer van de markt en kromp haar eigen gamma aan merken aardig in. Chevrolet werd teruggehaald naar de markten waar het wel kon scoren. Beter korte pijn dan lange, al kost het sommige groepen klanten die zo’n submerk altijd trouw zijn geweest. Het eigen logo vindt je nog steeds op sommige grote en van oudsher onder eigen naam gebouwde Pickup-trucks of zware vrachtwagens en ander bedrijfsvervoer. Was GMC altijd sterk, dus nu nog steeds. En wellicht komen de oude tijden nog eens terug. General Motors, Detroit allang verlaten, zoekend naar een nieuwe toekomst. Maar nog lang niet uitgeteld. (Beelden: Yellowbird archief)

Allemansvriend en wereldmerk; Ford!

Een gigantisch groot merk als Ford laat zich nauwelijks in rond 500 woorden beschrijven. Toch doe ik een poging. Niet compleet, maar dat snapt de lezer vast wel. Ford dankt haar naam aan oer-oprichter Henry die in 1896 in een schuur achter zijn huis een automobiel van de simpelste soort in elkaar knutselde. Daarna was hij verslaafd aan het bouwen van auto’s en startte zijn carriere bij de Detroit Automobile Co. Wat hij daar leerde op gebied van techniek kopieerde hij vrolijk voor alweer een eigen auto die hij als Ford op de markt bracht. Een studiereis naar Europa leerde Henry Ford dat werken aan een lopende band efficienter was dan het tot dan normaler werken aan een enkele auto door steeds het zelfde team monteurs. Hij vond een lopende band uit voor zijn eigen autofabriek en ontwikkelde een auto die daarvoor zeer geschikt bleek, de Model T. Die werd maar liefst 18 jaar lang gebouwd en maakte Ford over de hele wereld bekend. Simpel, robuust, eenvoudig te onderhouden en geschikt voor elk klimaat.

Leverbaar in maar een enkele kleur; zwart!  Om de wereld te kunnen bedienen zette Ford in veel landen eigen productiefaciliteiten neer, waar men op de lokale markt gerichte auto’s bouwde. En die wagens weken vaak totaal van elkaar af. Zo kwamen er Ford’s uit Engeland, Duitsland, Frankrijk, Australie en Brazilie. Ook vestigde Ford na enige tijd een productielijn in het Russische Ghorki, waar hij de Model A liet fabriceren, aangepast aan de bijzondere omstandigheden in de Sovjet-Unie. Naast personenwagens bouwde Ford ook trucks, bussen, tractoren en zelfs vliegtuigen. Dat laatste kwam hem goed van pas tijdens WO2 toen de VS dringend behoefte hadden aan bommenwerpers.

Duizenden B-24 Liberator’s, ontwikkeld door Convair, werden door Ford gebouwd. Henry Ford had overigens een fascinatie voor totalitaire regimes. Hij zag wel iets in het Nazisme, maar zeker ook in het communisme. En zijn stijl van handel drijven en met medewerkers omgaan leek wel wat op die van een dictator. De meeste na-oorlogse Ford-modellen waren overigens in feite niet veel meer dan vooroorlogse auto’s. Door de jaren heen veranderde daar weinig aan, tot het einde van het decennium.

Toen schakelde ook Ford over op moderne meer gestroomlijnde wagens. De Amerikaanse tak van Ford leverde op enig moment de V8’s met bovenliggende nokkenassen. Het maakte mogelijk dat er ook wagens als de Thunderbird werden ontwikkeld, de Mustang en Fairlane.

In Engeland ontwikkeld men auto’s die ook bij ons razend populair werden. Denk aan de Anglia, Consul, Zephyr of Cortina. En natuurlijk later de Escort die bijna niet aan te slepen viel maar vooral zeer simpel in elkaar stak. De Duitse tak maakte de Eifel en Taunus populair, maar ook de Capri (ook in Engeland) en de Granada. Pas bij de komst van de Fiesta en Sierra, maar ook de Focus, schoven de modellijnen van beide Europese vestigingen die over waren gebleven in elkaar en is het verschil tegenwoordig nauwelijks meer aan te geven. Zij het dat de Britten ooit iets hadden en hebben met de bouw van de Transit bestelwagens/kleinbussen. Intussen was er ook nog die Franse tak. Na de oorlog vooral bekend met haar Vedette en afgeleiden, die waren voorzien van een soepel lopende V8 van ruim 2 liter inhoud. Maar die wagens waren ook nog eens comfortabel en hadden een vormgeving die veel deed denken aan die van Ford in de VS. Dat Franse avontuur duurde niet te lang.

Op enig moment sloot Ford de poorten van de Franse fabriek en deed de hele boel inclusief auto’s over aan Simca. Dat merk zou nog wat jaren de oorspronkelijke Ford’s onder eigen naam verder bouwen. Ford als wereldspeler. Het is nog steeds zo. En voor de goede orde, ook in Nederland werden bijvoorbeeld Ford’s gebouwd. Bij de Hembrug in Amsterdam. Vooral bestel/vrachtwagens.. Net hoe het uitkwam. Maar die fabriek bleek in de jaren tachtig niet meer levensvatbaar en werd gesloten. Ford heeft ook de nodige dochterbedrijven (gehad), als Lincoln, Mercury, het werkte nauw samen met Mazda, nam Aston Martin, Jaguar en Volvo ooit over, maar stootte die merken na de financiele crisis een jaar of tien geleden, weer af.

Het was in staat om die crisis zelfstandig te overleven. Men rationaliseerde de productielijnen. Maakte van auto’s als de Focus of Mondeo een reeks modellen dat nu overal in de wereld worden aangeboden. Slim. Net zoals de oude Henry het gewild had. Die kijkt vast vanaf een wolk tevreden naar zijn nalatenschap. En dat is terecht. (Foto’s: Yellowbird archief)

Apenvirus…

Terwijl we in deze maand een beetje bij komen van de pandemie die afgelopen half jaar over de wereld raasde en niet alleen een gezondheidsrisico voor iedereen in zich had, maar ook een economische crisis met grote gevolgen, is het goed om eens te kijken naar een ander virus dat wij als mensen nog steeds niet hebben kunnen bedwingen. Wel de gevolgen, niet de infecties. Ook al zou dat laatste wel moeten. Het waarom ligt vast in veiligheidsmaatregelen. In dit geval bij intermenselijk verkeer. Of dat nu geslachtelijk is of via bloedtransfusies. Want dit virus verspreidt zich langs de wegen van het lichaamsvocht. HIV (Human Immunodeficiency Virus) heet het en het stamt volgens de moderne geschiedschrijving over dit onderwerp uit Centraal Afrika waar het te vinden is in apen. In de jaren zeventig en vooral tachtig sloeg het ongenadig toe in bepaalde gemeenschappen. En net als bij het huidige COVID-19 virus ging het vanuit slechts een enkel persoon heel snel. Het waarom zat ook in de manier waarop mensen indertijd leefden. De seksuele moraal was erg veranderd, we wisselden sneller van partner en we lieten ook actieve homoseks toe.

En dus springt het virus mee met al dat vocht dat wij mensen daarbij rond sproeien of via ons bloed en nestelde zich in de volgende mens. Zonder dat de dragers het merkten. En die brachten dat dan weer over op anderen. Vanuit Afrika trok het virus naar Haiti, van daar naar Amerika. Binnen de kortste keren sprong het van de een op de ander. Raakte ook mensen die aan de drugs waren en vervuilde spuiten gebruikten. Man/man, maar zeker ook man/vrouw-contact op seksgebied de primaire verspreidingsvorm. Het waarom er zo weinig mee werd gedaan zit vooral in de gluiperige aard van dit specifieke virus. De ziekten die het veroorzaakt komen pas na een jaar of tien naar buiten. En dan is het eigenlijk oncontroleerbaar te laat. Het virus trekt je hele immuniteitssysteem aan stukken en een simpele keelontsteking kan al dodelijk zijn. Patienten die ziek werden kregen de verwante ziekte AIDS en hadden meestal nog maar heel even te gaan voor ze er bijzonder pijnlijk aan overleden. We kennen allemaal nog wel de ernstige beelden van vermagerde slachtoffers met de meest vreselijke kwalen, overdekt door vlekken en zweren.

Je ging er akelig lijdend aan dood. Het antwoord van de medische wetenschap liet even op zich wachten. Eerst vond men het een typisch Afrikaans probleem, later een homoprobleem, dan een voor de drugsscene, maar toen men er echt eens voor ging zitten bleek dat het toch wel een paar miljoen mensen wereldwijd bedreigde in het voortbestaan. Met name in de homoscene woedde AIDS als in een bos vol droge brandende bomen. Ook bekende mensen werden getroffen, Hollywood en de artiestenwereld sidderden. Gelukkig heeft men sindsdien niet stil gezeten. Men vrijde veiliger met condoom voortaan, nam properheid in acht bij die drugsspuiten, er werd veel meer getest en uiteindelijk kwamen er geneesmiddelen om de stap van HIV-geinfecteerd naar AIDS af te remmen of zelfs te stoppen. Ellendig genoeg is daarna een sfeer ontstaan waarin HIV zelf als minder erg wordt ervaren omdat er pillen tegen zijn. Onveilig vrijen kwam weer voor, niet alleen in de homoscene, zeker ook in het oorsprongsgebied; Afrika. Daar is het nog steeds een grote bedreiging voor de volksgezondheid.

Zeker ook omdat men de meest wonderlijke culturele gedragsregels hanteert. Vrije seks is iets wat kennelijk moet en ontmaagden van jonge meiden als middel tegen AIDS komt er nog steeds voor. Overigens stamt dit virus al van heel erg lang geleden. Bij dieren zelfs al miljoenen jaren oud. Verwanten van het HIV-virus vond men in oude kadavers van muizen en kon men traceren tot de tijd van ver voor de huidige primaten. En al die tijd bleef het onopgemerkt. Tot we ineens in contact kwamen met wilde dieren die het bij zich droegen. En daar vinden we meteen de parallel met het huidige COVID-19 virus. We hebben nog lang niet door welke gevaren er nog schuilen voor ons mensen op microscopisch niveau. Wellicht goed om daar toch nog eens over na te denken…(Beelden: Internet)

Echte schandvlek…

Toen Columbus met zijn vloot van vrij kleine schepen op ontdekkingsreis was en hoopte via de westelijke zeeroutes, tot dan onbekend, want de aarde was toen immers nog plat…, naar Indie te varen, werkte zijn ‘kompas’ minder goed dan gedacht en kwam hij terecht in wat we nu Zuid-Amerika noemen. Hij wist zeker dat hij op de juiste plek landde en was verbaasd over de mensen die daar rondholden. Veelal in bonte kledij, soms half naakt. ‘Wilden’ vanuit zijn katholieke optiek en al snel tot ‘Indianen’ omgedoopt. Dat deze lieden niet wild of achterlijk waren bleek wel uit de geweldige geschiedenis van die volken. De Azteken en zo meer. Zowel de Spanjaarden als Portugezen gingen later graag nog eens buurten en brachten het voor hen belangrijke heilige geloof van Rome tot in de verste uithoeken van het nieuwe continent aan de man en vrouw. Wie vasthield aan zijn eigen cultuur of geloof kon rekenen op kerstening of erger. Samen met de uit Europa overgebrachte ziekten decimeerde men zo de oude volken tot een minimaal bestaan.

In het deel van de Amerika’s wat we nu de V.S. noemen en Canada kwamen ook de andere Europese ‘beschavingen’ even kijken en namen stukje bij beetje lappen grond in bezit die kennelijk van niemand waren. De lokale ‘Indianenstammen’ werden niet gezien als eigenaren van de grond en al snel werd Noord-Amerika toegevoegd aan o.a. het Britse Koninkrijk. Een paar stukjes kwamen nog wel in handen van andere staten, daaronder Nieuw Amsterdam dat door de Nederlander Peter Stuyvesant werd ontgonnen tot een handelsvestiging. Ook de Fransen maakten delen van het nieuwe Amerika buit. En de nieuwe bewoners die door de eeuwen heen die kant op trokken vochten stevige conflicten uit met de lokale bevolking. Sioux, Cherokee, Pawnee etc de verengelste namen voor die volken. Het ene volk was daarbij wreder ten opzichte van de Europese pioniers dan het andere.

Cowboys en Indianen. Tot niet te lang geleden was de keuze waar je uit verhalen over die gevechten sympathie voor had simpel. Die enge roodhuiden waren wreed en die arme gezinnen die vanuit Engeland of Ierland daar heen trokken om een nieuw bestaan op te bouwen en de Heer te dienen natuurlijk alleen maar van het goede doordrongen. Toen de V.S. een eigen staat waren geworden en een federaal leger op trok tegen de Indianen ontlokte dat een grote burgeroorlog die in het wrede nadeel van de oer-bewoners in het land werd beslecht. Zij werden steeds meer teruggedreven naar reservaten waar ze in hun eigen cultuur mochten samenleven zonder met de andere bewoners van het land in aanraking te komen.

Die als het zo uitkwam, graag knabbelden aan die reservaten om zo hun land en macht nog wat verder uit te breiden. In het huidige Amerika is de Indiaanse bevolking nog steeds te vinden. Met een vergrootglas, dat wel. En men behandelt die lui echt als tweederangs inwoners. Als je dus weer meeloopt in demonstraties voor de zwarte bewoners in de VS die zo slecht worden behandeld door de politie(wat je daar ook van moge denken of vinden), wellicht ook goed om nog eens mee te nemen in de besluitvorming dat juist die oerbewoners van Amerika alle rechten en reden zouden hebben om eens goed te demonstreren en om geweldige schadevergoedingen te vragen. Wat ook geldt voor andere oerbewoners van gebieden op aarde waar ooit in hun geschiedenis ontdekkingsreizigers hun voet aan wal zetten. Soms heb je de geschiedenis nodig om het heden te duiden. Zonder vervalsing, met open ogen, en een dito instelling. Je schrikt dan denk ik van de gevolgen van al dat exploreren. Overigens zonder alleen naar het zgn. witte ras te wijzen. In vroeger jaren was ontdekken wat elders te vinden (of te halen) was normaal bij vele volkeren. Al waren die Europeanen over het algemeen wel grote zeevaarders. En daar begon niet alleen de triomf, ook de ellende….voor anderen! (Beelden: Internet )

Vurig submerk van Chrysler – Desoto!

Ik denk dat heel wat lezers bij het zien van dit merk geen benul hebben dat het ooit heeft bestaan. Toch was het een van de dochtermerken binnen de Chryslergroep, waartoe ook Dodge en Plymouth behoorden. Het merk had geen eigen geschiedenis. In 1928 werd het door Chrysler opgericht om een paar gaten te vullen die Chrysler zelf dacht niet op te kunnen vullen. Desoto’s waren per definitie goedkoper dan wagens van het moedermerk. Maar ze boden min of meer dezelfde techniek en uitrusting. Dus zag je na WO2 toen het merk nog een zekere bloeitijd kende wagens als de Suburban die in feite een Chrysler was maar dan met extra zitruimte achterin wat hem zeer geschikt maakte voor taxivervoer van/naar vliegvelden of hotels. In die rol zag je ze dan ook vaak rijden.

Voor het meer normale kopersvolk was er de vergelijkbare Custom die een normale inrichting te bieden had. Uiterlijk kon je deze wagens slechts via de grille onderscheiden van een Chrysler. En zo ging het met DeSoto verder tot 1952, toen Chrysler toestond dat ook een Desoto geleverd kon worden met een V8-motor wat de verkopen direct deed stijgen. En om dat feit te vieren kregen Desoto’s voortaan type-aanduidingen waarin het woord Fire werd opgenomen. Firedome, Fireflite etc. Vanaf 1955 kreeg je ook de optie dat men de  auto in twee kleuren kon spuiten, een jaar later verschenen ook bij dit goedkopere Chryslermerk kleine vleugels op de achterschermen.

Het einde kwam al in zicht voor het merk toen men de Firesweep uitbracht, een extravagante auto die in feite niet veel meer was dan een Dodge met een wat aangepaste buitenkant. Ook gebouwd op de productielijnen van Dodge trouwens. Diens opvolger was zo mogelijk nog uitbundiger van vormgeving, kreeg vleugels als van een vliegtuig en motoren die bij de 300pk aan vermogen leverden. Maar onderhuids was het gewoon allemaal Chrysler en ook de prijsverschillen waren minimaal. Fireflite heette de auto en voor liefhebbers van klassieke Amerikanen was het prachtig voorbeeld van een tijdperk waarin het maar niet op kon in de VS.

Maar voor Desoto was het einde in zicht. Chrysler onderkende dat de toegevoegde waarde van het submerk te klein was om er een aparte divisie voor op de been te houden en sloot in 1961 de productielijnen. 32 jaar had het bestaan. Nu is het nog een voorbeeld van hoe in autoland ‘badge-selling’ voordelen biedt, maar zeker ook nadelen heeft. En een merk zonder echte geschiedenis toch altijd een wat gemaakt imago zal houden. Overigens zijn oude Desoto’s nog best in trek bij klassieker-liefhebbers die er grif geld voor betalen. Moet je wel even rekening houden met de dorst van die wagens natuurlijk. Want daar lette men indertijd wat minder op. (Foto’s: Internet)

Verhoudingen…

Onlangs las ik bij iemand een pleidooi om ons van de beste kant te laten zien en de verhoudingen met hen die van verre komen te verbeteren door gewoon een stapje terug te doen. Huh…? Doen we dat dan niet al jaren? Het idee beviel of bevalt me niet. Wil je een leuke verhouding met andere mensen moet je gewoon allebei een stap vooruit zetten tot je neus aan neus staat en dan mekaar omhelzen en kussen desnoods(nu even af te raden i.v.m. dat coronagedoe). Maar als een van de partijen achteruit moet om de ander ruimte te geven is het al mis. Ik denk dat als we echt en oprecht zouden mengen met elkaar alles een stuk leuker werd. De mens is in principe op elk gebied gelijk. Fysiek in ieder geval. Kleur onderscheidt wellicht, maar zou je van alle werelddelen en rassen baby’s vanaf moment een bij elkaar brengen en die op dezelfde wijze (heel humaan en zonder geloof) opvoeden ontstond een mensensoort die deze aarde vermoedelijk zonder oorlog of ellende zou laten voortbestaan.

Het is juist dat we zo prat gaan op onze eigen normen en waarden of ons ‘heilige geloof’ dat zorgt voor de ellende. Integratie was niet nodig als we ook zouden trachten macht uit te schakelen en te vervangen door respect. Ondenkbaar natuurlijk in een wereld waarin elke fractie meent dat de tenen worden betreden door anderen of dat wat ik heb bereikt niet voor anderen bestemd of omgekeerd. Er zijn wel eens experimenten geweest op dit punt, veelal niet op prijs gesteld door de grote kerken of machthebbers van andere orde. Het idee alleen al. We hebben behoefte aan jij en zij denken, aan onderdrukking van minderheden (geen onderscheid daarin, want komt overal voor) van vooroordelen en zo meer. Vrouwen (helft van de wereldbevolking) minder waard dan mannen.

 

Dat humanistische beeld van onderlinge verhoudingen die zouden kloppen was ooit ook een ideaal van Baghwan of hippies. Geen vaste partners meer, maar gewoon diegene uitzoeken die je leuk leek of wellicht kon zorgen voor mooie kinderen. Een maatschappelijke chaos, want zeker in ons land moet alles in vakjes passen, maar toch! Juist vakjes maken het lastig om je te richten op hen in andere vakjes. De ingebakken vooroordelen doen verschillen tussen geloofsculturen telkens oplaaien. Heilige boeken als uitgangspunt voor de haat. Zou het niet mooier zijn als we die konden afschaffen en de blik naar buiten richtten? Triljoenen sterren in het heelal, nog meer planeten. Ze zijn er echt. En wij maar denken dat we uniek zijn. Komt dat? Slechts door geloof. Naar binnen gericht, navelstaarderij. Ieder voor zich en god voor ons allen. Ik droom nog even verder. Maar zou het prachtig vinden als we de grenzen op elk terrein eens wat zouden kunnen verleggen. Liefdevol, respectvol, maar ook met open ogen. Weg met die vooroordelen, de afkeer, die wensen en verlangens die vooral door kleinzieligheid en wonderlijke opvoeding vaak worden veroorzaakt. Corona maakte geen enkel onderscheid. Aids doet dat ook niet, kanker niet, tbc niet en voor een krokodil maakt het ook niet tot welke god je bidt als toevallig in zijn weg loopt. Waarom doen wij dat dan wel?? Leg het mij maar uit…Ik ben toevallig door al die zwart/wit-ruzies aardig in de stemming. (Beelden: Internet archieven)

Bevrijding….

Telkens als ik weer een bevrijdingsdag mee maak bedenk ik me welke offers dat heeft gevraagd van hen die ons land verlosten van een dominante en zeer sadistische overheerser. In het geval van de bevrijding die  we vandaag herdenken is dat die overheersing door Nazi-Duitsland. Een land dat ons volk vijf jaar lang knechtte en ook beroofde van zekerheden die we tot dan als vanzelfsprekend zagen. Immers, Nederland was een lange periode onbelast gebleven van een vijandig juk, we moesten er voor terug in de tijd naar de jaren van Napoleontische overheersing. Bij de Duitsers ging het vaak om wat zij zelf noemden ‘zuivering’. Alles wat men zag als ‘Untermensch’ of tweederangs moest er aan geloven. Men voerde hele volksstammen af en zorgde er voor dat duizenden en duizenden landgenoten wel vertrokken naar kampen maar nooit meer terugkwamen. De bevrijding werd in ons land overigens vooral gedaan door de Canadezen en Britten, maar zeker ook de Amerikanen en Polen.

Dat er ook nog een klein contingent Nederlanders aan mee deed was een aardig stukje voor de geschiedschrijving. Opvallend was natuurlijk wel dat men de op de bevrijding volgende ‘zuivering’ weer overliet aan de wonderlijke en soms best verkeerd optredende BS-organisatie. Vaak samengesteld door wat mensen uit het ‘verzet’, maar je kwam er ook lieden in tegen die vaak een wat twijfelachtige rol speelden tijdens de bezettingsjaren. De echte helden gingen niet naar de BS. Toch zorgde die organisatie er voor dat ‘verraders’  en ‘moffenhoeren’ een ongewisse tijd tegemoet gingen. Nuances waren er niet, goed was goed en fout fout. Een beetje zoals we dat  nu ook weer zien in de samenleving. Nuance mag niet, je bent goed of fout. En dan van twee kanten bekeken, opdat er in het eigen kamp geen twijfel kan bestaan over het ‘fout’ zijn van de tegenstander in discussie of media. En daarover gesproken, de vrijheid die we zouden moeten koesteren geldt ook voor anders denkenden.

En dat lijkt in de huidige maatschappij niet geheel door gedrongen te zijn. Immers, we slaan mekaar de hersenen in met argumenten en verwijten en ontnemen graag de ander het recht om diens mening ergens neer te poten. We dienen respect te hebben voor ‘die ander’ maar krijgen het zelden. Het verstikt bijna een van de grootste uitingen van dat vrijheidsgevoel, die van de onbeperkte meningsuiting. Ook die is bevochten door onze bevrijders. Die voor dat doel hun bloed of leven gaven. Hele begraafplaatsen liggen vol met jonge jongens die ons kleine landje, wat ze vaak totaal niet kenden, ontdeden van een misdadig regime. Mogen wij daar de volgende keer weer op rekenen? Ik zou dat niet doen. Koester liever, onderhoudt wat we hebben en zo uniek is in een wereld die wordt gedomineerd door regimes en culturen die niks moeten hebben van de democratie. En sommigen daarvan zitten heel dicht op onze huid. Ook al merken we het niet, we leveren elk jaar een paar vrijheden in. Onder het mom van veiligheid, respect, culturele verandering of wat ook. Dat gaat altijd ten koste van de vrijheid die in 1945 werd bevochten. En dat vieren we. Arm in arm, hand in hand. (Symbolisch uiteraard…i.v.m. Corona) Omdat we blij moeten zijn met het leven in juist dit land! Nederland! (Beelden: Yellowbird archief)