Meer dan een oude naam: Skoda!

Meer dan een oude naam: Skoda!

Ook al beschreef ik de geschiedenis van dit merk al gedurende mijn reeks over ‘Leven met de Vliegende Pijl’ van een tijdje terug, ik kan niet heen om de historie van een mij na aan het hart liggend automerk. Immers, Skoda behoort tot de oudste merken in autoland en heeft een zeer bewogen geschiedenis. Die start al in de 19e eeuw als het dan al bekende staal- en wapenconcern Skoda uit het Tsjechische Plzn trucks en pantserwagens maakt voor de Oostenrijks-Hongaarse dynastie.

Later zou het merk in de jaren twintig van de vorige eeuw ook extra luxe personenwagens maken met de techniek van Hispano-Suiza. Elders in het thuisland zetten Laurin & Klement in 1905 hun eerste vierwieler op straat nadat ze daarvoor tien jaar lang tweewielers hadden gebouwd. Die L & K 01A bleek een goed ding en werd ook succesvol verkocht. Het merk expandeerde en bouwde auto’s voor kopers in het midden- en hoger marktsegment.

In de jaren twintig van de vorige eeuw kwamen de twee Tsjechische bedrijven tot elkaar en werden de daarna gebouwde wagens Skoda’s. En ging men door met het bedienen van heel wat klanten. Van kleine wagens (Popular) tot de grote Superb waarmee o.a. de regering in Praag zich liet verplaatsen. Na WO2 was Skoda snel in staat om in beschadigde fabrieksgebouwen de Popular van voor de oorlog weer snel te produceren.

Die auto werd in 1946 alweer opgevolgd door de fraai uitziende 1100-serie. Wagens met een Amerikaanse look, maar de techniek van de Popular. Door de onderstel-constructie was de 1100 een comfortabele wagen en ook robuust gebouwd. In Nederland zo populair dat Skoda al snel in de top 10 van automerken te vinden was. Naast een sedan was er een stationcar, bestelwagen, Coupe/Cabriolet en een pickup van de 1100 te koop.

In 1952 kwam de 1200 de 1100 aflossen. Een totaal andere wagen met een volledig stalen carrosserie, alles aan dit type was bol en rond. Je kreeg een 1200cc motor, veel ruimte, maar ook een hogere prijs. Ook hier weer die hele reeks aan varianten beschikbaar om veel klanten te bedienen. Intussen was Tsjecho-Slowakije onder invloed gekomen van een communistisch regime en kwam de productie van consumentengoederen redelijk onder druk te staan.

Toch lukte het Skoda om in 1955 een nieuwe reeks uit te brengen (440-serie) die we later als Octavia en Felicia zouden leren kennen. Ook in ons land populaire wagens, want veel auto voor je geld. En door de jaren heen 1955-1963 steeds gemoderniseerd en technisch opgewaardeerd. In 1964 besloot Skoda te komen met een opvolger die helemaal bij de tijd was.

De 1000MB. Zoals bij veel andere merken had de 1000MB zijn motor achterin, een erg aardig vorm gegeven carrosserie en rondom onafhankelijke wielophanging. Het principe van deze wagens bleef vele jaren gehandhaafd. De regering in Praag stelde geen grote bedragen ter beschikking van de verder best creatieve technici in Mlada Boleslav waar de personenwagendivisie van Skoda zich bevond. (Skoda bouwde ook trucks en bestelwagens, naast trams, treinen en zo meer…)

Na de 1000MB volgde in 1970 de S100/110 reeks en vanaf 1976 de S105/120/130-serie. Intussen was dat principe van die motor achterin wel wat gedateerd geraakt. En moest er iets gebeuren. Want bij de fabriek had men diverse pogingen gedaan om moderne wagens te ontwikkelen en te testen, die helaas nooit genade vonden bij de hoge communistische heren in Praag. Halverwege de jaren tachtig veranderde er iets en kreeg Bertone de opdracht een nieuwe hatchback te bouwen met de potentie om daarop een hele serie wagens te bouwen.

Dat mondde uit in de Favorit die in 1989 tijdens de AutoRAI zijn Europese primeur beleefde. Motor en aandrijving zaten nu voor, vijf deuren, deels Duitse techniek en al snel ook een stationcar en lijn bedrijfswagens. De auto reed goed, werd relatief populair maar miste net dass gewissene etwass voor veel westerse kopers.

Toen in 1989 het communistische regime plaats maakte voor de meer normale markteconomie kreeg Skoda het zwaar. Men zocht investeerders. En vond Volkswagen. Begin 1992 nam dat bedrijf de touwtjes bij de personenwagendivisie in handen. De Favorit werd als snel verwesterd. Op meer dan 700 punten verbeterd t.o.v. het origineel. In 1994 loste de Felicia de Favorit af. Nu ook met Duitse motoren en een totaal andere look and feel.

De grote Octavia kwam in 1996 uit. Een revolutie. Prachtige en ruime wagen die o.a. ook als Combi hoge ogen gooide bij leaserijders. Het gamma motoren gelijk aan de VW Golf of Passat. Na die wagen volgde de Fabia die de Felicia in 1999 afloste. Net als de Octavia ‘Vollverzinkt’ tegen roestvorming en helemaal bij de tijd qua techniek en ontwerp. De auto werd een enorm succes. Zeker toen ook nog eens de ruime Combi werd toegevoegd.

Een jaar lager volgde de eerste Superb. Een soort Passat met de ruimte van een dikke Audi en de motoren ook uit die stal. En zo ging het daarna verder. Naast opvolgers voor de goed lopende Octavia, Fabia en Superb voegde Skoda ook de leuke Roomster toe, de stoere Yeti, en is er ook voor de ‘prijskoper’ een Citigo gekomen die later ook al een elektrische variant kende.

In het moderne gamma zien we naast de van oudsher bekende namen ook de SUV’s Kodiaq, Karoq en de zeer succesvolle Enyaq die volledig elektrisch wordt aangedreven en met name de leasemarkt bedient. Van prijstrekker naar volwaardig merk op niveau. Skoda heeft een transformatie ondergaan en wordt gewoon gezien als een van de topmerken in de wereld.

Want bijna 100 landen kennen nu een markt voor Skoda. Licentiebouw vindt plaats in China, India, Slowakije, Spanje en zelfs Rusland al is die laatste lijn door de recente gebeurtenissen wel wat afgebouwd. Zonder Corona-crisis was het merk opgestoten naar 1.8 miljoen auto’s per jaar, men staat nu ergens boven de miljoen wagens en is nog steeds een belangrijke peiler onder het VW-concern. Nieuwe modellen staan op stapel, een deel daarvan met elektrische aandrijving. Wie had dit kunnen denken in de jaren dat zoveel ‘kenners’ zo moesten lachen om de ‘oostblokbakkies’. Want zeker bij Skoda geldt en gold dat men meende ‘alles over het merk te weten zonder het echt te kennen’…..Gelukkig is dat nu wel zeer veranderd….(Beelden: Archief)

Leven met de vliegende pijl – 15 – Heropbouw!

Het feit dat de totale vernietiging was uitgebleven tijdens de oorlogsjaren maakte dat de slimme Tsjechen op basis van hun vooroorlogse succesmodellen relatief vlot in staat waren hun autoproductie weer op gang te krijgen. Men had weliswaar wel wat schade opgelopen, maar inventief als men altijd was geweest (en nog is) lukte het de technici van Skoda om met beperkte middelen de productie van de Popular opnieuw op te starten. Het vooroorlogse model werd meteen goed verkocht, de behoefte aan kleine en betaalbare auto’s was na de oorlog onveranderd groot. Intussen werd het Skoda-concern genationaliseerd en in divisies opgesplitst. Weliswaar met dezelfde naam, maar ook verschillende taken. Skoda Pilzen behoudt haar eigen naam, de autofabrieken in Mlada Boleslav heetten vanaf 1946 AZNP, wat zoveel betekent als Auto Fabriek Nationale Onderneming. Het bekende beeldmerk van de vliegende pijl bleef behouden en de geproduceerde auto’s heetten nog steeds Skoda’s.

In Mlada Boleslav werden vanaf dat moment geen bedrijfswagens meer gebouwd. De productie daarvan werd ondergebracht bij andere divisies elders in het land. Voortaan dus alleen personenwagens uit Mlada Boleslav. Het zou nog lang duren voordat daar iets aan zou veranderen. Met veel enthousiasme was men in de fabrieken aan de slag gegaan om alles te herstellen, maar ook om al snel een modernere variant op de Popular te ontwikkelen. Deze auto zou het merk Skoda over heel Europa heen bekend doen raken en zorgen voor naar de tijd gemeten, enorme verkoopsuccessen. De 1100 Tudor was geboren. Een wagen die technisch nog verwant was aan zijn voorganger, maar uiterlijke lijnen liet zien die wat deden denken aan alles wat de Amerikaanse auto-industrie in die jaren uitbracht.

De auto had veel ronde vormen, in de schermen gemonteerde koplampen en een piramidevormige chromen grille plus kleine stadslichten op de voorschermen. Een gezinsauto die mateloos populair werd. In ons land werden er ook zoveel van verkocht dat Skoda in de laatste jaren 40 en begin 50 al in de top 10 van best verkochte merken kwam te staan. Een geweldige prestatie. Afgeleide versies waren o.a. een bestelauto en een erg fraai ogende cabrio. Maar Skoda wilde meer. En zo kwam er een jaar of vijf later al een opvolger voor die 1100 op de markt, die nog slechts als 1200 bekend zou worden.

Die auto had een heel andere constructie, een wat zwaardere motor maar presteerde ook wat minder goed dan zijn voorganger. Intussen waren in het westen flink wat moderne concurrenten te koop en namen de verkopen van de nieuwe Skoda’s in deze streken af. De 1200 was wel weer leverbaar als sedan, stationcar, bestelauto, pick-up en deed het in rallies ook weer voortreffelijk. Toch wilde het met de verkopen niet zo lukken en was het op enig moment zelfs zo dat de aloude 1100 meer klanten trok dan zijn wat grotere, modernere, maar ook duurdere opvolger. Skoda leerde daarvan snel en werkte aan een auto die beide modellen moest opvolgen. Dat werd de nu nog befaamde 440, die eerst als Spartak door het leven ging, later als Orlik, maar in zijn versie van 1958 en later vooral bekend werd als de oorspronkelijke Octavia. Intussen bouwde men ook nog allerlei fraais voor de circuits van  deze wereld of voor het pure rallywerk. Een erg mooi voorbeeld was de 1100OHC sportwagen die echt niet zou hebben misstaan als prototype voor een nieuwe Ferrari uit die dagen. Wordt vervolgd (Beelden: Internet/Skoda Museum/Yellowbird)