55 jaar

55 jaar

Van harte proficiat! Ja dank jullie wel….. Vandaag op deze Dierendag vieren we op gepaste en onze zelf gekozen wat afgeschermde wijze het feit dat we officieel 55 jaar in de echt zijn verbonden. Best een dingetje in een wereld waarin mensen vaak al binnen de 5-7 jaar iets anders zoeken en vinden en dat gezamenlijke geen kans meer geven. Wij stammen nog uit een tijd dat je nog ging voor ‘samen’ waarbij de basis voor ons toch vooral het communicatieve was. We deelden dromen, gedachten, we keken op een bepaalde manier naar ouders of werkgevers. Mijn ambities waren indertijd onbegrensd, vrouwlief snapte dat en stemde haar frequentie daarop af. Daarbij had zij het talent mijn brede interessewereld op de voet te volgen. Natuurlijk waren er ook nog wat andere aspecten, maar op enig moment besloten we in samenspraak met de schoonouders dat hetgeen we tot dan in los verband opbouwden maar eens moesten bestendigen in een vaste vorm. Een piepklein huisje op de zolderetage van het door de schoonouders bewoonde grote grachtenpand aan de Amstel werd dan ons onderkomen. Er moest nog even onderhandeld worden over mijn mee te nemen (toen al omvangrijke) collectie hobbyspullen, maar ook dat bleek oplosbaar. Op 4 oktober 1967 trouwden we. Piepjong, hadden in de maanden daarvoor vele formele en emotionele drempels moeten nemen die later nog wel een rol zouden spelen, maar toen alles voorbij was en we samen op onze eerste eigen stoelen van ons zolderhuisje zaten voelden we ons pas echt gelukkig. Geluk dat zich vele jaren lang aan ons verbond. We kregen een geweldige zoon, maar ook te maken met heftige tegenslagen. Soms van binnenuit, dan weer van buitenaf. Maar samen ben je sterk. Critici die ons vanaf de zijlijn gadesloegen noemden ons indertijd soms de ‘heilige twee-eenheid’. Hoe akelig bedoeld die observatie ook was, het klopt deels wel. Door de jaren heen samen door het leven. Ups en downs verwerkend, tegenslagen oplossen, meevallers vieren. We reisden veel en vaak, verhuisden diverse malen, maar nooit ver van de stad die ons toch vormde. Net als ons verleden. En wellicht dat het daarom allemaal slaagde. Relativerend, observerend, meebuigend, maar altijd respectvol. Dus dan ben je ineens zo lang getrouwd…. Dank voor het feliciteren, we koesteren het e.e.a juist vandaag….. Nogmaals dank!

Wennen…

Wennen…

In de achter ons liggende weken heb ik op diverse momenten geschreven over hoe lastig het soms is om mensen op de juiste wijze met elkaar te laten omgaan dan wel aan elkaar te laten wennen. En juist dat is van groot belang als je wilt versmelten met een nieuwe liefde of succesvol wilt zijn in een bepaalde baan. Altijd gaat het om aanpassen, inkleuren, meewerken, opvallen door niet te veel op te vallen. Wie dat niet wil komt vanzelf op de reservebank terecht van liefde of werk.

Bedenk nog maar eens het moment dat je voor het eerst een grote klas binnenstapte aan het begin van een nieuw schooljaar. Met allemaal vreemde kinderen om je heen. In mijn geval vroeger was dat toch al snel een klas van een kind of 35 waarvan sommigen met twee in een enkele bank zaten. Wie zich niet aanpaste werd vanzelf een buitenbeentje. En leerkrachten waren zo streng dat ze de buitenbeentjes er al snel uithaalden en zodanig straften dat de rest in het gareel bleef. Later, ik ging aan de slag bij een bankinstelling, kwam ik op een afdeling met dik 60 mensen. Sta je dan ineens als 14-jarige in je beste pak.

Opvallend is dat je dan veelal met bepaalde mensen heel snel een ‘klik’ had of hebt waardoor je vanuit ‘samen sterk’ alles denkt aan te kunnen. Ook bij studeren in de avonduren (ja lieve kindjes dat deden opa en oma nog..) zat je in klassen of zalen met mensen die je niet kende en deels ook niet wilde kennen. Ging in de liefde ook zo. De een ligt je, de ander echt niet. En dat heeft zelden iets met uiterlijkheden van doen.

Een mooie meid of jongen kan in de praktijk tuttig zijn of een sukkel, juist zij die niet zo opvalt maar met van die levendige ogen heeft een temperament waarmee je moet kunnen omgaan, in de praktijk echter precies bij je past. Bij vriendschappen gaat het net zo. De een ligt je gewoon zodanig dat je er graag een vriendschap voor het leven mee sluit, de ander is een schip dat voorbij gaat in de nacht. Je zoekt mensen om je heen die je een warm gevoel weten te geven, die bij je passen als een op maat gemaakte jas. Waarmee je lief en leed kunt delen, en je niet hoeft te schamen om wat je allemaal kwekt of doet.

Schade en schande leert ook veel. En soms komt de sleet er echt in. Kan in relaties, ook in vriendschappen en zelfs binnen familieverhoudingen. Immers, de een ontwikkelt zich en de ander blijft steken in wat je als jong mens of net in een relatie verkerend nog leuk vond. Maar op termijn toch een stuk minder gezellig. Daarbij moet het op school, werk, in de liefde of vriendschappen, wel van twee kanten komen. En valt er aan een dood paard niet te trekken. Door schade en schande wijs geworden koester ik intussen dat wat nog is. Doe mijn best om overeind te houden wat er toe doet. En verbaas me achteraf soms over hoe dingen zo zijn gelopen. Omdat je die ‘ene’ zo koestert en die ander ‘redelijk snel achter de horizon’ liet of zag verdwijnen. Het leven kent geen scripts die vooraf zijn geschreven. Nee, het gaat zoals het gaat, en dat begint al op school. Of misschien al in je peutertijd. Wie het weet mag het zeggen. Ervaringen die iets toevoegen aan de vragen die ik er over heb laat ik hier graag meespelen als onderdeel van de inhoud…Bij voorbaat dank….(beelden: Yellowbird archief)

Amsterdamse humor…

Amsterdamse humor…

Voor mensen die zich vrijwel nergens anders in verdiepen dan de eigen navel of de vermeende toestand van de wereld om zich heen is de gemiddelde Amsterdammer een menstype met een grote bek en een zeer dominante mening. Klopt dat? Zeker! We wonen nu eenmaal niet voor niets in de hoofdstad van het land en hebben een historie om trots op te zijn. Juist zij die onze stad niet kennen en haar oorspronkelijke inwoners ook niet echt is er altijd reden over hen te mekkeren. Maar dat geldt tegenwoordig ook voor de import in Rotterdam, Den Haag of Utrecht. Altijd is er in de historie wel iets te vinden dat niet helemaal goed ging. Maar voor de ware stadsmens is die stad uiterst plezierig om in te wonen en weten we ook dat al die stormen van woke en links vanzelf gaan liggen zoals we ooit ook de wonderlijke wereld van de Duitse bezetting of de communisten van na de oorlog wisten te verslaan.

Vaak met een flinke dosis humor. En die humor is veelal stekelig, ironisch, soms zelfs wat hatelijk. Veel humor via een infuus vanuit Joodse hoek getankt in het bloed van de ware Amsterdammers. Je moest wel in een tijd dat het gewone volk krom moest liggen voor een grijpstuiver en slechter werd behandeld dan de mensen die nu menen schadevergoeding te moeten krijgen voor wat hun voorouders door het rijke establishment hier of in de tropen is aangedaan. Met name de joodse inwoners van de stad hadden het voor een deel bijster slecht.

Maar bouwden met een eigen taal en een hoop ironie een bestaan op dat zijn weerga niet kende. Hun taalgebruik en humor overgenomen door de arbeidersklasse en uitgedragen via mensen met een grote ontvankelijkheid voor wat die stad aan kennis en lol had voortgebracht. De zangers met hun weemoedige en soms zo trieste verhalen, maar wel saamhorig en socialer dan alles wat al Teslarijdend of bakfietsend aan de grachten woont anno 2022. John Kraaijkamp Senior, Johnny Jordaan, Max Tailleur, lol makers die als helden werden gezien door de massa van toen. De liedjes van Hazes en diens humor. Echt Amsterdams. En ook altijd een opmerking schietklaar. Omdat ze als inwoners van deze stad ook in staat waren zelfs in de lastigste tijden die glimlach op de lippen te krijgen van hen die echt leden. Wie hier geboren en getogen is zal het meteen herkennen en erkennen. Veel mensen van buiten vinden het veelal maar niks. Die Amsterdammers met hun grote bek, dat directe, altijd vechtend tegen hen die boven hen zijn gesteld, maakt niet uit vanuit welke hoek. De Amsterdammer houdt niet van geknecht worden, gaat zijn/haar eigen gang. En overleeft. En als je die humor een beetje zou bestuderen zie je veel overeenkomsten met de Britten. Lol maken, ook om jezelf, en zo lastige tijden overleven. Humor komt zelden van de gevestigde macht, vaker zo niet altijd vanuit de krochten van de samenleving. En zo hoort het. En dat is ook meteen een deel van de magneet die Amsterdam toch blijkt. Open, liberaal, zelden of nooit racistisch. Zouden anderen veel van kunnen leren…. (Beelden: Archief)

Vera…

Vera…

Ik ben o.a. van de Engelse detectives en vind die vooral leuk als ze een zekere Brits-provinciaalse traagheid kennen zonder dat die meteen leidt tot in slaap vallen bij gebrek aan actie.

Een van de favorieten is de reeks Vera. Hoofdrolspeelster is Brenda Blethyn (geboren als Brenda Anne Bottle) die een centrale functie bekleedt als chef van een erg aardig in elkaar stekend team medewerkers en die als leider van het team dan weer humorvol en charmant kan zijn, het volgende moment bot en soms zelfs echt onaardig. Maar ze komt wel altijd tot haar doel. Maakt die reeks meer dan het bekijken waard. Opvallend is dat de actrice die Vera neerzet is aangekleed als een wat boersig type met een hoedje op, een waxcoat aan, stevige kousen en platte schoenen. Ze loopt bijna kittig maar echt veel vrouwelijkheid is er niet aan te ontdekken. Dit terwijl ze in haar rol best wel af en toe een beetje aandacht vraag of verdient. Als dat niet de kwaliteiten zijn van de hoofdrolspeelster, dan niks. Die actrice is intussen 75 jaar oud, is in Engeland zelf een bekendheid, speelde in tientallen films en series en won daarmee ook de nodige prijzen voor haar acteerprestaties.

Ze debuteerde overigens best laat op het witte doek, pas op haar 44e, had ze wel al de nodige ervaring opgedaan in tv-series. Haar grote successen echter toch vooral in de jaren negentig en later. Haar prestaties vielen ook het Britse hof op, want in 2003 kreeg ze een eretitel, Officier in de Orde van het Britse Rijk. Toch niet voor iedere Marietje Johnson met een bijrol weggelegd. Nee, die Brenda Blethyn is een echte. Qua liefde was ze een vroegbloeier, want ze trouwde al in 1964, ze was toen 18 jaar oud, maar dat huwelijk duurde maar 9 jaar. Pas in 2010 trouwde ze opnieuw, en dat huwelijk houdt tot nu toe keurig stand. Wat me ook opviel bij de voorbereiding van dit verhaaltje, dit was op jeugdige leeftijd best een mooie dame.

Die glimlach behield ze, de ogen, maar het haar werd voor Vera totaal bijgesteld en het zou me niks verbazen als ze onder haar dikke jassen en vesten dikmaakmaterialen draagt om de popperige gestalte van Vera extra te benadrukken. Afgelopen maanden keken we weer naar haar. Het tiende seizoen was te zien, maar ook op een andere zender het 4e tot 7e. Genieten dus. En daarom verdient Vera even extra aandacht mijnerzijds. Wie haar niet kent moet echt even gaan kijken. Het speelt zich allemaal af in het Midden van Engeland, tegen de Schotse grens, en het terrein er omheen is wijds, leeg en bij een beetje wind extra guur. Dan snap je als kijker wel waarom ze gekleed is zoals ze is en zich gedraagt zoals ze doet….(Beelden: Internet)

Digitale humor..

Digitale humor..

Ik heb er vast wel wat eerder iets over geschreven.

Echte humor is in de media naar mijn idee vaak ver te zoeken. Zeker zij die in ons land als humorist worden opgevoerd hebben in hun veelal links ingestoken oeuvre toch vooral belediging van anderen als uitgangspunt. Echte humor is voor een ieder trouwens persoonlijk hoor, geen nood. De mijne is de jouwe niet, en omgekeerd. Voor mij is echte humor vooral te vinden bij mensen uit het verleden. Johnny Kraaikamp Senior had dat, Monty Python, Andre van Duyn, en zeker ook Laurel en Hardy. In mijn jeugd waren die twee helden eigenlijk al mensen uit een ver verleden. Immers hun hoogtijdagen vierden zij in de jaren 20 van de vorige eeuw. Zeker toen de sprekende film was geintroduceerd maakten hun grappen en grollen, de ellende die ze meemaakten, deze twee tot humoristen van ongekend niveau.

Maar ze werden gefilmd in Zwart-Wit, op oude filmrollen die in die jeugdjaren van mij op een andere snelheid werden afgedraaid dan normaal gebruikelijk, wat een versnelde werking had op die slapstickscenes. Later wist men die films te verbeteren zodat je er ook op video of zelfs DVD meer normaal naar kon kijken. Soms bleek dat bekende titels nog wel wat te verbeteren vielen, en hup het lachsucces constant in de herhaling. Onlangs kocht ik mij zelf een DVD die digitaal was bijgewerkt en opgewaardeerd. Tuurlijk, het blijft zwart/wit, maar het laat zich aanzien als een moderne film. En dan ontdek je weer waarom dit zulke professionals waren. Elke scene uitgedacht, humor van de bovenste plank en ik lig al snel in een deuk bij zoveel mallotigheid.

De dikke (Hardy) kijkt veelal met een soort blik van wanhoop in de camera en de dunne (Laurel) speelt de onnozele die nogal eens zorgt voor veel ellende. Aan de andere kant, de diverse boeken en films die over hun leven zijn verschenen maakten duidelijk dat juist Laurel de slimme gast was die constant nadacht over welke grappen er nu weer konden worden bedacht en Hardy vooral genoot van het luxe leventje dat hij toch kon leiden dankzij die films. Die DVD’s (twee in de verpakking met elk vier filmtitels) bekeek ik op wat regenachtige dagen en als ik gewoon even weg wilde van de Covid/Klimaat/voetbal-ellende in de afgelopen maanden. En het bezorgde me een oprecht blij gevoel. Kijk, en dat voor artiesten die dit een kleine 100 jaar geleden op de film zetten en vast niet hadden bedacht dat ze over een eeuw nog zouden worden gezien als voorbeelden van hoe echte humor er uit moest zien. Welke humoristen van nu bereiken dat ook denk je?? En waar ga jij zelf voor qua humor, medeblogger en lezer hier?? Ik geniet al bij voorbaat van de antwoorden… (Beelden: Eigen archief)

Elastiek…

Elastiek…

En ja, ik ben op veel plekken geweest. Voor werk en plezier, heb de nodige oorden in binnen- of buitenland bekeken en ben van sommigen daarvan gaan houden. Maar die ene plek waar mijn wiegie stond blijft me als een magneet vasthouden op de plaats waar ik nu vertoef. Amsterdam! Bijna 800 jaar oud, een relatief klein deel daarvan maakte ik deel uit van haar burgerij. Maar wat is het een heerlijke stad vaak. De historie druipt er vanaf en de elk decennium doorgevoerde vernieuwingen houden de stad levendig. Ik romantiseer de boel niet hoor, want er is ook veel af te dingen op wat er de afgelopen 50 jaar zoal veranderde. De bevolking sterk veranderd, de oorspronkelijke Mokummers vaak verhuisd naar omliggende steden of dorpen. Al was het maar omdat de stad niet in staat bleek soelaas te bieden op woninggebied.

Sommige Amsterdammers gemangeld tussen oud en nieuw, tussen arm en rijk, en geen enkele kans om te kunnen of mogen wonen waar men graag zou willen. Wachtlijsten voor een huis nog steeds ellenlang, de invloed van migratie steeds vaker voelbaar als het ging om kansen op een betaalbaar huis. Werk genoeg al verplaatste zich dat steeds meer naar de periferie. De Amsterdammers verlangen naar hun stad. Naar de sfeer, de muziek die zo eigen is, en soms zelfs de buren uit de vroegere woonstraten. Ik zelf heb minder met die oude woonomgeving van toen. Overigens voor een belangrijk deel afgebroken en vernieuwd dus geen wortels meer. Mijn tweede woonhuis midden in het centrum intussen omgetoverd tot een appartementenhotel, dus ook dat is alleen nog maar in herinneringen en foto’s terug te halen.

Het derde huis, de Bijlmermeer toen nieuw en comfortabel, ook niet meer in de vroegere vorm terug te halen. De afstand tot het centrum letterlijk en figuurlijk al erg groot toen. De Metro maakte veel goed. Toch, na 1975, op zoek naar de volgende stap. Weer verder van huis. Almere. Waar veel Amsterdammers hun wortels in de grond stopten en een soort voorstad van Mokum vormden. Maar zonder de bijbehorende sfeer. Maar daar hoorde je meer ‘accent’ uit de stad dan in Amsterdam zelf waar Arabisch en Turks naast Surinaams en nog 32 andere talen langzaam aan dominant werden en intussen zijn.

De echte Amsterdammer vol heimwee zijn tuintje wiedend in de polder. Genietend van rust en ruimte, maar o wee, wat trok dat elastiek. Bij mij hard genoeg om me terug te halen naar de periferie. Centrum weer om de hoek en als ik de klanken van de Wester wil horen is dat een kwestie van wat OV en wandelen. En dan geniet ik weer. Kijk dwars door de veranderingen heen en geniet. Want dat elastiek blijkt best stevig. Wellicht is de Amsterdammer uit Mokum weg te halen door verhuizingen of wat ook, Mokum gaat nooit uit de echte Amsterdammer! En dat onderscheidt ons dan toch van al die dorpelingen die hier zijn komen wonen en weinig snappen van de grootscheepse cultuur en die knoeperharde humor of tot het botte rechtlijnigheid. Kom nooit aan de stad…..Wie dat wel doet krijgt met ons, echte Amsterdammers, te maken…..:) (Beelden: Archief)

Humor!

Humor!

Nou beste mensen, deze oudere jongere kan nog steeds keihard lachen om humor die hem raakt.

Opgevoed met films van Laurel & Hardy (toen al klassiekers) ontdekte ik al snel dat subtiel en over-the-top me veelal over de drempel van de gulle lach heen trekken. Gekkigheid in woord en beeld. Sommigen hebben dit aan de kont hangen. Nu is niet alle Britse humor is per definitie leuk. Juist waar de teksten scherp zijn en de mimiek van topniveau komt het beter over dan als men leuk doet om de lach. De Schutters een voorbeeld, ik lachte me daar gek om, vooral omdat Britten soms zichzelf compleet bespottelijk kunnen maken met behoud van hun traditionele gevoel de wereld te beheersen. Fawly Towers, de eerste reeksen Are You Being Served, Tommy Cooper. Maar die reeks van ‘On the buses’ al snel vervelend, net als Benny Hill.

Het pakte me dan niet. In Nederland zie ik Andre van Duyn als een echte komiek, zoals dat ook gold voor Johnny Kraaikamp Sr. Cabaretiers alleen als ze ook echt leuk zijn en niet als ze anderen fel bespottelijk maken. Ik ben dus niet zo van Youp van ’t Hek, meer van Hans Teeuwen of Guido Wyers. Omdat ik geen onderscheid wil zien in het bashen van sommige lieden. Polcor-humor is geen humor. En wij Nederlanders zijn slecht in het spiegelen van wat fout zit bij ons zelf. Wie dat wel doet kan rekenen op groot publiek.

Maar wie doet dat nog?? Bang voor van alles en nog wat en vooral van kritiek uit (on)verwachte hoek. Humor is soms tijdloos, maar er waren ook vroeger al humoristen die ik niet kon waarderen. Chaplin was er zo een. Ik zag er niks in. Veel te serieus en te overtuigd van zijn eigen leukigheid. Dat was nu net de kracht van Laurel & Hardy. Altijd zelf uiteindelijk het slachtoffer. Sloebers soms en niet bang voor een emmer water of een zaag op de bol. Ook geweldig vond ik ‘Keeping up Appearances’ met die geweldige actrice die Mrs.Bucket speelde (Mrs Bouquet….in haar jargon) waar de stijl van de middenklasse t.o.v. de onderklasse zo goed werd weergegeven.

Humor is dus ook persoonlijk, laat ik daar duidelijk over zijn. Wat ik leuk vind zal voor een ander niets betekenen. Mensen kopen massaal kaartjes voor Freek de Jonge of Claudia de Breij of soortgelijke lieden. Moet toch wel iets zeggen. Wellicht over mij?? Kan zo maar. Want ik kan mijzelf nog in de spiegel aankijken en om dat koppie lachen dan. Wie kan dit ook. Schroom niet hoor…..ik lach je niet uit… (Beelden: Internet/archief)

Tranen met tuiten om zoveel humor…

Onlangs ontdekte ik dat op YouTube een hele reeks films te vinden is van en met Laurel & Hardy. Voor veel jonge mensen zegt dat wellicht niks meer, maar deze filmkomieken behoren voor mij tot de ultieme vormen van humor, timing en genoegen. Binnen de kortste keren zat ik bij het kijken in mijn eentje te schateren van de lach. Wat een geweldig duo die twee al zo lang geleden overleden komieken. Voorbeeld voor velen. En ongeëvenaard in hun slimme humor en scripts. Tuurlijk, sommige films 80/90 jaar oud, maar nog steeds geweldig om te zien. Want het op de camera werken, de gespeelde wanhoop soms, de slimmigheden, maar vooral ook de onschuld. Het is zeer plezierig kijkwerk. En dan te bedenken dat ik als kind al van die lui genoot. Toen waren ze overigens ook al uit een ander tijdperk afkomstig. Immers van voor de oorlog. Maar in veel bioscopen nog steeds te zien.

Later leerde ik hen opnieuw waarderen door goede en helaas overleden vriend Victor die alle films op Super 8 kon afdraaien. Samen met wat vrienden en genodigden altijd goed voor een hoop hilariteit. Daarna zette ik zelf veel films op video, nog later kocht ik ze op DVD. Maar een aantal van hun films was niet te vinden. Rechtenkwesties wellicht. Blij dus met die YouTube films. Af en toe even relativeren in spannende tijden. Wat los van hun humor zo goed werkt is dat hun verhalen zich afspelen in een wereld die niet meer bestaat. Een onschuldige wereld. Een wereld zonder dreiging en terreur. Boeven zagen er als zodanig uit. Vreselijke vrouwen werden ook zo afgeschilderd, de charmante exemplaren dito. Winkeliers nog echte middenstanders en de materiele zaken van een bedenkelijke kwaliteit. Het moest wel stuk en dat was voor deze twee komieken uit de humor-eredivisie dan ook geen enkel probleem. Na hun filmoptreden was er altijd wel iets totaal gesloopt. Over gevolgen denk/dacht je niet na. Maar altijd hilarisch.

De geweldige kop van Laurel, geboren in Engeland en de geniale bedenker van veel van hun scripts, de mimiek van Hardy die soms zo hulpeloos in de camera keek na weer een aanslag op zijn lijf of leven. Het kan mij niet erg genoeg. Pure ontspanning. Kom daar maar eens om bij de moderne ‘komieken’. Ik krijg er wel eens een glimlach bij op de geplooide lippen, maar zelden een schaterlach. Soms zie ik in de wereld waarin we nu leven voorbeelden van zaken die best zouden hebben gepast in de verhalen van Laurel & Hardy. Een straatmuzikant die niet veel meer dan ‘ploing..ploing’ uit zijn gitaar weet te krijgen doet me denken aan Hardy die bas speelde op die manier in een van de bekende scenes. Een klungelende doe-het-zelver is archetype voor dat wat mijn geliefde komieken ook altijd zijn. Nooit komt het goed, altijd gaat het fout. Er was echter een film die ik minder vond. Daarin sjouwen ze ergens een piano vele vele trappen op. En uiteindelijk komen ze helemaal nooit boven en ligt de piano in duizend stukken alsnog beneden. Nee, dat vond ik minder. Maar dat geeft alleen maar aan hoe geniaal die lui waren of nog zijn in de rest van hun oeuvre. YouTube bedankt voor deze geweldige bijdragen. Ik weet nu weer even waar ik mijn stemming indien nodig kan opwaarderen….(Beelden: Archief/Internet/YouTube)

Lipstick en scheren…

Tuurlijk, het ligt vast voor een stukje aan mijn verdorven geest of zo, maar als ik een reclametekst hoor voor een zichzelf als bekend en gerenommeerd trainingsinstituut beschouwend bedrijf die start met ‘Je lipstick zit goed, geschoren…etc’ met verwijzing naar de coachings en trainingen van dat al 70-jarig bestaande scholingsadres, krijg ik toch de indruk dat men iets bijzonders vraagt. Want ofwel men wil moderne vrouwen trekken die zich keurig opmaken, een mantelpakje aan trekken, zaken scheren die glad dienen te zijn, hun hoofdharen piekfijn laten verzorgen door een kapper, zelf kunnen rijden en goed navigeren, op weg zijn naar het ‘nieuwe leiderschap’, dan wel zoekt men bij het instituut mannen die hun talibanbaarden scheren, lipstick op doen en erkennen dat ze ook een vrouwelijke kant hebben. Allebei lijkt me lastig. Dus trekt dat ook mijn nieuwsgierigheid richting de website van die lui. Toch eens kijken wat men zelf uitstraalt. Dat valt niet tegen. De beschreven dames komen uitgebreid in beeld. Dus krijg ik in die geest van mij ter onderstreping mee dat deel-ontharen moet voor een nieuw leiderschap. Men biedt daartoe coachings en trainingen aan, nou ja niet voor dat scheren, al zou dat wellicht nog wel eens een goede optie kunnen zijn.

Nee, voor dat leiderschap. Waarmee het in ons land toch wat minder gesteld is als het vrouwen betreft. Tegen de tijd dat deze zodanig zijn opgeleid dat ze in staat zouden zijn de ladder van de carriere tot de hoogste sporten te beklimmen, raken ze verliefd, verloofd en getrouwd en moeten er vaak kinderen komen. Het glazen plafond kent zo haar grenzen. Opvallend is wel dat die reclamespots inderdaad niet zo op mannen zijn gericht, want de enige man die ik zo snel in beeld kreeg op de website droeg een baard. Zijn leiderschap moet komen van een uiterlijk dat ook een DJ niet zou misstaan. Voor mij komt leiderschap niet alleen uit uiterlijk. Ook moet je naar mijn ervaring beschikken over een enorme empathie, kennis, ervaring en in staat zijn teams van medewerkers mee te nemen op weg naar de gestelde doelen en dat met een duidelijke visie of missie die ergens toe zal leiden. Anders wordt leiden meer lijden en dat zie of zag ik toch te vaak in mijn inmiddels aardig in jaren opgelopen carriere. Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren. Dat je dan een training of coaching volgt om de boel iets bij te spijkeren lijkt me niet zo gek. Mits niet te duur.

Want voor een beetje gewauwel moet je niet te veel geld over hebben. Ik heb ook wat van die sessies meegemaakt. En o jee wat werd daar soms ge-oh’d. N=1 is geen goede adviseur als het gaat om dit soort trainingen. Behalve als blijkt dat de trainer goud heeft verdiend door zelf te doen wat hij anderen wil bijbrengen. En die lui zitten nu net meestal eerder bij van die vage of schimmige wellness-bedrijven die je vooral gouden bergen beloven waarop aan de top de grootste dief van allemaal zit. De bedenker vaak! Hoe dan ook, de reclame viel me op. En als algemeen advies is het in deze vertruttende tijden nog niet zo gek. Niks mis met een beetje verzorging.. toch??? En verder geef ik die reclamejongens achter het spotje alle credits. Want die maakten toch dat ik er over nadacht en jullie met mijn flauwekul kon bezighouden…(Beelden: Archief/internet/Google)

De kunst van het jennen…

Als geboren en getogen Amsterdammers ergens goed in zijn is het wel jennen. Een vorm van plagen met een onderliggende humorvolle kant. Niet ontbloot van zelfspot, maar zeker ook wel gericht op anderen. Jennen is volgens de Grote van Dale een milde vorm van plagen en pesten, maar daarmee doen we het begrip te kort. Het echte jennen zorgt er ook voor dat mensen uit hun schulp kruipen of van hun ivoren toren afdalen naar beneden en een vorm van discussie aangaan. Amsterdammers zijn dus jenners. En dat is overal terug te vinden. Ik heb het hierbij niet over mensen die menen dat ze Mokumers zijn zodra ze in onze stad wonen of werken. Ze zijn het ook niet als ze afkomstig zijn uit een totaal andere cultuur. Nee, je bent een Amsterdammer als je ook de kenmerkende (soms Joodse)humor van de stad met de paplepel ingegeven kreeg. Plaats van handeling meestal de kroeg, het sportveld, de biljartclub of binnen de familie. Het plagen met de glimlach is een onschuldig tijdverdrijf en mag niet worden verward met de veel zwaardere arrogantie die de grachtengordel ook zo kenmerkt.

Jennen is om mensen uit de regio Rotterdam een beetje op de kast te krijgen zonder ze meteen te beledigen. Al was het maar omdat wij Amsterdammers weten dat ons havengebied in geen verhouding staat met de economische bedrijvigheid van een van de grootste havens ter wereld. Maar jennen mag. Wij hebben tenslotte Schiphol…toch een luchthaven zonder weerga. En een oud centrum vol allure. Zoiets. De frustraties van anderen uitnutten tot op het bot hoort daar ook bij. Volgens mij is dat jennen ook geperfectioneerd voor de Tweede Wereldoorlog toen de Joodse bevolking nog zo dominant was in onze stad. Maar de geschiedenis heeft dat veranderd, niet doen verdwijnen. Joodse mensen onderling waren overigens indertijd in staat elkaar aardig de maat te nemen en dan nog te glimlachen. Na de oorlog zag je die humor nog wel terugkomen, maar werd hij ook door de ‘christelijk/katholieke’ Amsterdammers overgenomen.

Het geeft je ook een bestaansbevestiging. Lol hebben om de ander, scherper zijn, sneller, verbaal sterk. In de rest van het land staan wij Amsterdammers al snel bekend als ‘grootkoppen’ ‘schreeuwers’ en mensen die alles beter weten. Zoals wij mensen van buiten de stadsgebieden hier zien als ‘boertjes’. Ben je daarmee een minder mens? Vast niet. Je moet ertegen kunnen. En ik weet als geen ander ook dat echte Amsterdammers maar heel lastig ver weg van de Westertoren kunnen wonen en leven zonder af en toe even terug te gaan naar ‘hun stad’. Ook al is die door alle demografische veranderingen allang niet meer die stad die hij in pakweg 1970 nog was. Net zomin als in Rotterdam alleen maar hardwerkende havenarbeiders wonen. Die tijden zijn voorbij. Nu maar hopen dat het begrip jennen dat niet is. Aan mij zal het niet liggen. Heel wat ‘afvalligen’ en ‘Rotterdommers’ weten wel wat ik daarmee bedoel…toch?? Ojajoh?