
In het verleden heb ik het wel eens gehad over het fenomeen mancave. En echt, veel mannen zijn daar gek op. Er zal vast zoiets bestaan als een Womans Cave, maar onder mannen komt het toch wat meer voor. Mannen willen zich kunnen terugtrekken in hun eigen wereld. Een bubbel waarin ze kunnen doen wat ze willen. Verzamelen (of stapelen) waar ze zin in hebben en op hun tv/computer-schermen kijken naar wat zij belangrijk vinden. Van voetbal tot darts, van wielrennen tot het verzamelde filmwerk van Arnold Schwarzenecker. Vaak zijn vrouwen er niet welkom. Immers, die leveren veelal kritiek op de rommel en chaos, of omgekeerd. Een enkele vrouw voelt zich wel aangetrokken tot de sfeer in zo’n ruimte en komt er gezellig bij zitten. Of mannen dat altijd leuk vinden is de vraag, maar een beetje vrouw die meeleeft in een mannenwereld kan rekenen op hoge cijfers afgegeven door het mannelijk jurylid.

Mijn eigen mancaves waren altijd vrij bescheiden, maar ik had ze wel. Zelfs bij de ouders vroeger thuis had ik op zolder een relatief kleine maar prima ingerichte ruimte waar ik als jong mens met mijn miniatuur luchtvaart wereld bezig kon zijn. Een ruimte met stromend water, elektriciteit en via de schoorsteenkanalen die er langs liepen ook nog een soort van verwarming. In het volgende huis was een piepkleine overloop op zolder van ons meer dan klassieke huis van toen mijn eigen ruimte. Later, we kregen er een extra slaapkamer bij en ik annexeerde een klein stukje van wat vroeger onze geimproviseerde keuken was geweest en deed daar wat de hobbygenen me ingaven te doen.

De latere eerste eigen nieuwbouwflat zorgde voor een mancave in het kleinste kamertje dat als kinderkamer moest gaan dienen maar tot dan onderdak gaf aan de groeiende collectie spullen die ik zoal vergaarde door die jonge jaren heen. Weer een verhuizing verder was ofwel een slaapkamer, dan wel een bergkamer mijn deel. Met vliegveldmaquette, ladenkasten, archieven, en mijn toen nog bescheiden bibliotheek een oord om me te ontspannen na dagen hard werken. Ultiem werd het pas toen ik verhuisde naar een zeer ruim nieuwbouwhuis in Almere. De zolder etage kende drie kamers met alles er op en aan.

Omdat we op de 1e etage van dat nieuwe huis indertijd ook al drie kamers kenden die als slaapvertrek dienden was die bovenste ruimte voor een groot deel voor mij en mijn liefhebberijen bestemd. Ik kon er een kantoor inrichten, maar ook een echte mancave waar ik door de jaren heen heel wat gelijksoortige types als ik zelf te gast had die zich meer dan vermaakten met alles wat was uitgestald. Dat alles moest op enig moment in ons huidige huis een plek krijgen. Ging nauwelijks tot niet. Delen van de verzameling kwamen niet meer tot hun recht. Pas na een aantal jaren verbouwden we de boel en ging mijn mancave wens weer in vervulling. Sindsdien zit ik daar met veel plezier. Voor velen zonder hart voor collecties een volle kamer waar zij het overzicht verliezen. Maar ik ken er de weg. Ik geniet van elke vierkante centimeter. Ik heb er een bureau staan, geluidsinstallatie, ik heb uitzicht op een van de start/landingsbanen van Schiphol en kijk uit over buurpanden. De katten vinden het een leuke kamer, ze liggen graag naast me voor het raam. Slapen of loeren op andere vliegende vogels.. Kortom ik ben er gelukkig. En 99% van mijn blogs schrijf ik daar. Omdat de ruimte me inspireert…. Het zou me zeer spijten als ik juist daarom deze ruimte zou moeten opgeven. Het is mijn werkruimte, ik heb er stromend water en verwarming… Net als ooit…Maar dan comfortabeler… (Beelden: Prive)










En als we het toch over reizen hebben zoals in een vorig blog, laat ik dan ook eens kijken naar hotels. Daarvan heb ik er door de jaren heen ook heel wat bezocht en gebruikt. En ook daarbij waren de verschillen enorm. Sommigen boden kamers die je het beste met een aardig onderkomen voor een compleet gezin kon vergelijken. Met alles er op en aan. Maar we zaten ook wel eens opgesloten in een kamer die net aan een tweepersoonsbed omvatte, met een mini-badkamer annex toilet. En echt…het prijsverschil was er niet echt. Een prachtige ervaring hadden we ooit in Mechelen waar toen een nieuwe hotelketen was neergestreken die haar klanten onderbracht in een designhotel met dito kamers opgebouwd binnen de muren van een oude kerk.

Het is echt toeval dat ik op deze zondag de 22e november even aandacht vraag voor een werkpaard dat het bijna 22 jaar vol heeft gehouden in onze huishoudelijke situatie. Een partner die zijn werk zonder morren deed in maar liefst twee achtereenvolgende woonadressen en die het ook nog eens moest zien uit te houden op een paar vestigingsplekken. AEG laat je nooit in de steek, was de slogan toen we indertijd onze loei betrouwbare wasmachine kochten. Een rib uit het lijf maar dan had je maar wat. En zo kwam hij splinternieuw ons huis binnen in 1993 toen de vorige machine van hetzelfde merk het net daarvoor had begeven. We woonden nog in de polder en de nieuwe machine ging richting de badkamer waar alle aansluitingen voor dit soort apparatuur in de poldergemeenschap van toen waren gesitueerd. Hij verhuisde mee terug naar het oude land. Werd aangesloten in de oude keuken. Want in ons ‘nieuwe’ huis zaten die aansluitingen (en afvoer spoelwater) nu eenmaal in die kookomgeving opgenomen. Daar draaide hij zijn diensten trouw tot hij in 2007 plaats moest maken voor de nieuwe keuken die we ons toen veroorloofden en hij een speciaal ingerichte plek kreeg op zolder, niet ver van mijn nieuw verbouwde werkplek annex museum.
Dat zorgde wel eens voor erg veel getril in de vitrines die ik heb staan om wat zaken uit te stallen. De centrifuge van de aloude AEG neigde nog wel tot een imitatie van een helikopter. Op zich inspirerend, maar ik had er soms best wel wat moeite mee. Toch bleef hij daar staan. Nam veel ruimte in, in de jaren negentig bouwde men nog echt omvangrijke machines op dit gebied, tot……. Precies een week geleden begon hij tijdens een was van beddengoed ineens enorm te stinken. Niet dat dit wasgoed nu zo vies was, nee, dit stonk naar elektra. En op enig moment stond hij stil. Muurvast, en de stop voor de zolderetage lag er uit. Foute boel. De aloude waspartner was overleden. Na 22 jaar best netjes. We zochten een waardige opvolger en die hebben we gevonden. Keurig thuis gebracht en geinstalleerd. Zelfde merk, de helft kleiner en een stuk comfortabeler vanwege de niet meer af- maar oplopende leeftijd op de toekomst ingericht.
Eens zien of die machine dat record nog gaat breken. Als hij dat doet en ik dat zelf nog mag meemaken is het merk echt niet stuk te krijgen. Zou dat voor de mens in het algemeen ook gelden? Ik vrees van niet. Maar als wij gaan stinken is die tijd wel in zicht. Gelukkig is dat nu nog niet zo ver. De oude wasmachine ging mee met de leverancier van de nieuwe. Veel gesteun van de mannen die het dode gewicht van twee trappen af moesten torsen vertelde het verhaal. Adieu oude elektrische vriend! Welkom elektronische opvolger!