Leven met de vliegende pijl – 18 – Tussentijdse ontwikkelingen…

Terwijl de fabrieken in het Tsjechische land dus relatief grote aantallen van die sinds 1970 gebouwde Skoda’s uitspuwden werkten technici aan hele series nieuwe ontwikkelingen die halverwege de jaren zeventig de opvolgers zouden kunnen vormen voor de zo om hun wegligging (motor achter) bekritiseerde S100-110 modellen. Soms deed Skoda die ontwikkeling alleen, dan weer in combinatie met de Oost-Duitse fabrikanten EMW Wartburg en Sachsenring Trabant. Die laatste merken hadden weliswaar wagens met voorwielaandrijving in de aanbieding, zij misten expertise op het gebied van viertaktmotoren en goede versnellingsbakken die de Tsjechen nu net wel bezaten. Prototypen van erg aardige modellen voor de toekomst verschenen zowel in de DDR als in Tsjecho-Slowakije. Die toonden aan dat Skoda in beide landen technisch de touwtjes aardig in handen kon krijgen als de politieke leiding van beide communistische staten durf had gehad op dit punt.

Die bleek echter niet voorhanden en alle pogingen om moderner auto’s te bouwen moesten van de hoge communistische leiders in die staten worden gestaakt. De Oostduitsers gingen daardoor gewoon door met hun pruttelende tweetakts en Skoda zocht naar een ultiem model dat de oude reeksen zou kunnen opvolgen. Daarbij maakte men gebruik van ontwerptekeningen voor een grote middenklasser die men ergens in 1974 had uitgetest. Een wagen met een 1400 of 1600cc motor voorin en de aandrijving op de achterwielen. Groot, ruim en comfortabel. Hoekige lijnen en bij sommige van die ontwerpen een opvallende hop-up bij de c-stijl zorgden voor een lekker modern uiterlijk. Omdat al die ontwikkelingen smoorden in politieke onwil bleef men bij de fabrikant zitten met veel frustraties. Die werden nog groter toen werd besloten dat om kostenbesparende redenen de opvolger voor de S100-110 reeks technisch gebaseerd moest blijven op die toen geproduceerde modellen. Skoda schoof daardoor inventief als Tsjechen zijn, twee zaken maar over elkaar heen. Slim wellicht, goedkoop zeker, maar eigenlijk ook wel wat achterhaald.

Men nam de carrosserie van die middenklasser, vijlde dat ontwerp links en rechts bij en hing er de techniek van de 100/110/serie onder en achterin. Waarbij de basismotor iets werd opgevoerd, net als die van het grotere luxe model. 1050cc en 1200cc werd de cilinderinhoud en men verzon het al eerder genoemde technisch wat risicovolle koelingssysteem met radiator in de neus en pijpen en slangen richting motor achterin. De nieuwe wagens kregen een opmerkelijke kofferbakklep, die naar opzij opende. Dat deed men om veiligheidsredenen. Immers, een normale koffer- of motorkap kon soms onder bepaalde omstandigheden aardig vervelende verwondingen of erger verzorgen bij inzittenden als een auto als deze frontaal botste. Door die zijwaarts openende kofferklep werd dat risico met ruim 50% verminderd. Maar het bleef wel raar staan als die klep open stond. De kofferbak zelf was door een wat slimmere constructie flink groter en het interieur schoot er een heel stuk op vooruit. De wagens waren ruim genoeg voor een gemiddeld gezin, waarbij je dan ook nog doorklapbare achterbanken kreeg met extra bergruimte achter de rugleuningen van de achterbank. Een doordachte auto, alleen die wegligging…….. Wordt vervolg! (Beelden: Yellowbird collectie/archief/Skoda)

Oost-Europa

ANV-48 - Praag 090996 - Blik over de stad Scan10263‘Man wat moest jij toch altijd met dat Oost-Europa?!’ Die vraag is me vaak gesteld. Zeker in de jaren dat alles wat uit die hoek van de wereld kwam ‘verdacht’ was. Dan moest je wel communistische sympathie koesteren. Dat deed ik niet hoor. Oost-Europa intrigeerde me omdat het ook zo mysterieus was. Dat was de vijand zo werd ons dat ingeprent en elke dag was er op tv of in de krant wel iets te vinden dat er op duidde dat ‘alles’ wat daar vandaan kwam niet hoorde tot onze westerse normen waarden. Maar soms zit een persoonlijke voorkeur in kleine dingen. Zoals een vriendje uit de straat die wel van die communistische gedachten koesterde omdat zijn vader hem daarmee opzadelde. Dus was Maarschalk Tito een held en was de luchtvaartmaatschappij van Rusland, de Aeroflot, een bedrijf om niet zoals door velen wel gebeurde in die jaren, te mijden. Indertijd probeerden wij als luchtvaartgekke pubers niet alleen alles te verzamelen op dat gebied maar ook aan boord te komen van op Schiphol geparkeerde vliegtuigen. Omdat je dat bij de KLM wel kon vergeten werden de buitenlanders bezocht en dat leverde soms erg aardige contacten op.

217119 - EHAM - 090785 - Tupolev Tu-134A OK OK-EFK V R Scan10456Bij de Scandinavische SAS bijvoorbeeld waar we o.a. een Convair en Caravelle van binnen mochten bekijken. Maar hoogtepunt was die enorme Tupolev 104A van Aeroflot. Onder begeleiding van de Russische vertegenwoordiger van dat staatsbedrijf op een dag dat de ribbels van het ijs op het toenmalige platform van Schiphol aanwezig waren. Binnen werden we warm ontvangen. De bemanning was vreselijk aardig voor die twee pubers die op de fiets door de snijdende wind naar Schiphol waren gekomen om hun trots te bekijken. Limonade, sigaretten (ik bewaarde de pakjes jaren lang nog, mijn pa rookte de inhoud op..) kregen we aangereikt en we mochten alles zien. Ook in de stoelen van de cockpitbemanning zitten. Ik vond het geweldig en kreeg er vast die latere belangstelling door. Maar daar deed leenpa ook aan mee. Die begon in Skoda’s te handelen en dat ging zo goed dat het merk binnen de kortste keren dominant in onze straat te vinden was. Hij was er handig in en we hielden er altijd eentje over voor eigen gebruik. Dan ben je dus zowat op de achterbank geboren.

4-S100 8110zh 0773 - Soesterberg - O-03 Scan10076Later, ik was allang aan het werk op Schiphol in een job waarbij je lading van A naar B moest laten vliegen, koos ik vaak die airlines uit die uit het oosten van Europa kwamen. Lot, Malev, CSA, Aeroflot en zelfs Interflug uit de DDR. Aardig lui, meestal erg betrouwbaar en ook zeer betaalbaar wat onze klantenkring van belang vond. Dat ik zelf in een Skoda ging rijden was dan ook geen verrassing. Wie mij intussen kende wist dat dit er aan stond te komen. Ook al keek men met enig dedain naar die eerste Tsjech, hij zou een even grote rol spelen in mijn persoonlijke leven als die Tupolev van Aeroflot. Tot op de dag van vandaag ben ik met het 110 jaar oude merk bezig en nauw betrokken bij alles wat het doet en verkoopt. Omdat ik later, bij bezoeken aan de landen waarvan ik het bestaan kende maar de mensen nauwelijks,  ontdekte dat mijn gedachten over die landen klopten. Mensen waren aardig, afspraken waren zakelijk en werden nageleefd en soms hield je er iemand aan over met wie je ook nog een goed gesprek kon voeren. Nu had ik wel mijn voorkeuren hoor. De Tsjechen hadden heel snel mijn sympathie, de Polen veel minder, de Roemenen vond ik persoonlijk erg onbetrouwbaar en in de DDR voelde ik me voor de Wende niet bepaald op mijn gemak. Later ging dat allemaal overigens een heel stuk beter.

Trabi die legende lebt boekcover Scan10026Zie hier het wonderlijke verhaal in een notendop over mijn voorkeuren voor Oost-Europese zaken en de landen die daar voor zorgden. Nog steeds lees ik graag alles over het leven in die tijd in die landen, zonder roze bril, met voldoende kritiek op het systeem dat niet deugde en mensen zo beknotte. De diverse onderdrukte revoluties zijn me zeker bekend. Maar ik kijk toch ook met die interesse die me nooit heeft doen besluiten net als veel Nederlanders onbekend onbemind te maken. Nee, integendeel. Ik vond en vind nog steeds dat er veel deugt in dat Midden- en Oosten van Europa. Wellicht omdat ik me daarbij niet te veel heb laten leiden door de propaganda over en weer? De jeugd als maatstaf…het blijft bijzonder….