
Vraag de gemiddelde ‘autokenner’ naar de automerken uit de vroegere DDR en 10 tegen 1 dat je dan meteen Trabant hoort noemen, bij de echte professionals komt Wartburg nog net omhoog, maar voor de rest is men vrij snel stil. IFA is al een onbekend fenomeen, Horch, EMW, Barkas en zeker Melkus zeggen meestal niks. Terwijl die indertijd binnen dat arbeidersparadijs grote namen waren. Dat laatste merk, Melkus, had een status aparte binnen het door de communistische systeem geleide staatsapparaat. Het bedrijf van Heinz Melkus kreeg de ruimte om zelf auto’s te ontwikkelen en fabriceren als die maar bedoeld waren voor het circuit. En dat leidde uiteindelijk tot de RS1000 racewagen. Nou ja, racewagen, het oogde als een extreem lage sportwagen, wat het ook was. Hoewel Melkus graag Westeuropese onderdelen zou toevoegen aan zijn ontwerp, in de praktijk was hij aangewezen op technieken uit het eigen land. Dus baseerde de sportwagen op een aangepast chassis van een Wartburg, kreeg diens tweetaktmotor een plekje voorin, zaten er onderdelen in van het Oekrainse merk ZAZ, mocht Skoda wat onderdelen leveren en leende men bij de eigen auto-industrie andere zaken die de productie goedkoper konden maken.

Want, opgebouwd uit kunststof (andere soort als die van Trabant..), uitgerust met vleugeldeuren en een volledig opklapbare achterkant van de body, zorgde dat deze RS100 even dynamisch was qua kostprijs als bij zijn prestaties. Want snel was de kleine circuitauto. En dat maakte het ontwerp tot een droomauto voor de gemiddelde DDR-burger. Innovatief was Melkus zeker. Hij roeide met de riemen die hij toegewezen kreeg van de starre leiding binnen zijn arbeidersparadijs. Toen speciale sportieve spiegels niet voorhanden bleken, liet hij ze maken met als ‘huisje’ voor het spiegelglas koplampen van fietsen die men in de DDR produceerde. Al dit soort verhalen en meer vond ik terug in een boekje over Melkus en zijn sportwagens uit 2003. Onder de titel ‘Schrader Motor Chronik’ is dit in Duitsland uitgegeven en onlangs in mijn bieb opgenomen. Het leest vlot weg, alle details rond de auto en diens uitvinder zijn te vinden. Wat het ooit heeft gekost is niet terug te vinden. Wel het ISBN nummer (3-613-87259-5). Als je dit hebt gelezen heb je meteen een voorsprong op al die experts (..) die veelal blijven steken bij Trabant…Best leuk voor een keer. (beelden: Archief)

