
Onlangs zag ik bij een kringloopwinkel een stel projectieapparaten staan die ooit, toen ze net waren geproduceerd, het summum van techniek boden aan potentiele gebruikers. Het spul was ooit duur en weggelegd voor de happy few stel ik me zo voor, maar gezien de vraagprijs in de huidige tweedehands markt, waren de hoogtijdagen al even voorbij. Digitaal is aan de orde van de dag en zelfs daarbinnen zijn bepaalde apparaten allang weer uit de mode. Denk maar eens aan hoe lang jouw mobiele telefoon meegaat of je laptop. Als je niet oplet komen er geen updates meer voor binnen en ben je gedwongen nieuwe apparatuur te kopen omdat de oude volgens de fabrikant niet meer goed werkt. Wat hebben we in de loop van de jaren niet allemaal voorbij zien komen. Filmapparatuur (8mm), diafilms, zwart-wit, kleuren, kleinbeeld, grootbeeld, 16mm, floppy-disks, overhead-projectoren, faxapparaten, video, CD-schijfjes, en ga maar door. Vaak duurt zo’n hype een jaar of tien en wordt dan achterhaald door nieuwere technieken. De oude kan worden afgeschreven, je opgeslagen beelden of teksten moet je dan wel overzitten, mits je die niet in de ‘cloud’ hebt verankerd. Vroeger ging dat allemaal niet zo snel.

De meeste ouderen onder ons weten nog wel dat foto’s na ontwikkeling en afdruk werd ingeplakt in albums. Met een beetje geluk gaan die papieren opslagmaterialen bijna eeuwig mee als ze niet worden aangetast door vocht of te lang in de zon liggen. Oude 8mm films en dia’s kunnen ook wat hebben, maar daarvoor geldt het zelfde. De wijze van opslaan zorgt voor behoud of niet. Vrijwel al dat analoge spul is digitaal over te zetten. Kost iets, heb je ook wat, maar de verwachting is dat het niet veel langer dan een jaar of 15 mee blijft gaan dan. Slecht vooruitzicht. Wie dus zijn oude beelden wil bekijken moet ofwel beschikken over oude projectoren die het nog doen, een hoop geduld (scherm op zetten, beelden die je wilt laten zien uitzoeken en ook nog even opzoeken wat we allemaal gaan bekijken..) of moet even langs bij zo’n kringloopwinkel waar ze die oude apparatuur via inbreng en controle aan de man kunnen brengen voor een haalbaar prijsje. Voor wie zou dit een optie zijn?? Ik zelf heb de oude beeldopslag nog en ook de bijpassende projectoren….Maar in geval van nood zou ik de weg naar de kringloop wel weten te vinden denk ik…..Jullie ook?? (beelden: Prive)















Als men mij vraagt welke talen ik zoal beheers refereer ik direct aan mijn eigen taal waar ik nog steeds trots op ben, maar zeker ook aan het Engels een gradatie minder Duits en ook nog wat woorden Tsjechisch. Dat ik gedag kan zeggen in het Fins, weet wat een vliegtuig is in het Russisch of drie zinnen in het Frans neem ik maar niet serieus mee in de overwegingen. Voor je het weet zit je vast in een gesprek dat door een overijverige Rus of Fransoos met je wordt gevoerd in zijn/haar eigen taal, maar waarvan je dan al snel geen snars meer snapt. Toch moet je met die talenkennis best een beetje oppassen. Ook al leerde ik al Engels op de lagere school, verrijkte ik mijn kennis van die taal door het lezen van bladen en boeken of het kijken naar films en zo meer, pikte ik vooral veel op tijdens mijn werkzame periode op Schiphol en later in het autovak, native speaker ben ik niet.
Geldt ook voor het Duits. Ik kan het goed lezen, snappen als men tegen me spreekt, maar moet soms wel even nadenken over bepaalde zinnen als ik daar weer eens vertoef. Ik merk ook dat je naar mate je deze talen niet dagelijks gebruikt toch wat gaten krijgt in de zo gekoesterde kennis. Dat bleek me onlangs toen ik in gesprek raakte met een van oorsprong Amerikaanse dame die in Engeland woonachtig vooral op het vasteland van Europa trainingen verzorgt. Zij sprak nauwelijks Nederlands dus dan zet je als ridder in de nood een schakelaar om en begint met een gesprek in de haar eigen voertaal. Dat verliep prima hoor, en we konden vaak heerlijk lachen als we het hadden over de internationale politiek of de vreemde gewoonten van Duitsers en Nederlanders. En toch voelde ik dat er soms even in een bijna verroest stukje van de hersenpan moest worden gezocht naar de juiste uitdrukking voor een bepaald begrip.
Oefening baart kunst natuurlijk, maar ik oefen tegenwoordig na het werkzame leven dan toch weer net even te weinig merkte ik. Met dat Duits ligt dat toch wat anders want daar komen we zo regelmatig dat je wel in die taal moet spreken omdat men je anders domweg niet begrijpt. Bij ons laatste bezoek aan het Duitse land tijdens de recente augustusmaand zagen we weer eens hoe een Nederlandse dame van iets gevorderde leeftijd meende dat Nederlands een internationale taal is en wel zal worden begrepen door de Duitse winkelmedewerkers als je maar hard genoeg spreekt. De service-gerichtheid van die beroepsgroep maakte dat ze kreeg wat ze wilde, maar het blijft toch een beetje genant dat gedrag. Ooit zag ik bij dat geweldige programma ‘We zijn er bijna’ van MAX hoe een van de caravanners op een markt trachtte om een Nederlandse groente te bestellen in een land waar men nauwelijks weet waar Nederland ligt. Zij sprak Nederlands op de markt en de kooplieden uiteraard hun eigen taal. En het mooiste was de quote van de dame achteraf: ‘ze spreken hier ook echt geen woord over de grens!’. Wat ze nog meende ook. Kijk, dan heb ik mijn punt wel gemaakt. Oefening, kunst, kennis, instelling, begrip. Daarmee kom je een eind. Met puur Nederlands niet. En dat begint al kort na de grens….
Over het algemeen kan ik me gek ergeren aan die wonderlijke mensen in de politiek die van alles en nog wat oreren, veelal zonder feitelijke onderbouwing. Het zal wel bekend zijn bij de lezers die me al die jaren volg(d)en. Ik zal tot vervelens toe wijzen op die fouten, omdat het populisme zich nu eenmaal niet beperkt tot mensen aan de rechterkant van het politieke spectrum, maar ook over links van alles wordt georeerd wat bewezen onwaar is. Maar in het dagelijks leven van alle dag erger (of stoor) ik me minder aan andere mensen. Nou ja…behalve als je op beurzen of tentoonstellingen rondloopt. Het gedrag van mensen is dan van een ongekende idioterie. Men sloft, schiet links of rechtsaf zonder na te denken en nog erger blijft plotseling stokstijf staan om iets na te kijken op de smartphone. Resultaat…opstopping en waar het extreem druk is een kettingbotsing. Nu is dat niet zo erg als je achterop een mooie dame botst die zelf oorzaak is van die botsing, maar voor je het weet heb je weer met #Me2 activisten van doen omdat bepaalde onderdelen van het fysiek elkaar raakten.
Ik zou dus willen pleiten voor gebruik van richtingaanwijzers en stoplichten voor lopende mensen. En ook voor een wandelbewijs als het mensen betreft die zo nodig een of andere boodschappentrolley mee sleuren om alle gratis zaken die ze onderweg oppikken in mee te nemen. Blauwe schenen zijn nog het minste gevolg van totaal ontbrekende stuurmanskunsten van dit soort types. Maar ook op straat kom je dit gedrag tegen hoor. Men loopt zonder plan, als het kan dwars tegen de looprichting in, steekt over waar het niet kan, blijft plotsklaps staan en ook daarbij is vaak die smartphone reden of oorzaak. Moet je eens in het centrum van onze mooie stad gaan wandelen wat wij zo vaak doen. Toeristen zijn daar compleet van de wereld soms en schijnen elke vorm van normaal denken te ontberen zodra ze weer een grachtje zien of een of ander historisch pand.
Ook dan wringen anderen zich door de mensenstromen heen of moeten verplicht wachten tot de veelal in groepen lopende toeristen zich weer in beweging zetten. Met name Italianen en Spanjaarden vertonen dit gedrag. En dat doen ze niet alleen in Amsterdam hoor. Overal waar je komt zijn het altijd dezelfde. Daarbij ook nog eens i.p.v. die trolleys rolkoffers meezeulend alsof die dingen niet breed of zwaar kunnen zijn. Je bent van harte welkom hier (of daar) maar leer sturen! Japanners en Koreanen zijn veel netter op dit punt. Erg aardige lieden. Net als Chinezen, al ben ik wel eens in een groep terechtgekomen die me omsloot als een handschoen, toen zij massaal besloten uit een bus te stappen en de gids te volgen. Wat ik niet was! Maar dat was een uitzondering. Hoe dan ook, ergeren of storen doe ik me zelden zoals u allemaal kunt lezen. Maar ben ik daarin de enige en zijn onder mijn lezers wel mopperpotten te vinden die zich enorm kunnen ergeren aan…….ja wat eigenlijk??
Feiten zijn soms buitengewoon interessant als je even de tijd neemt om ze tot je te nemen. Zoals het feit dat wij met zijn allen als particuliere weggebruikers steeds meer rijden op onze vaderlandse wegen. 6% meer zelfs (2015) bij een totale kilometrage van 91 miljard. Dat zijn grote getallen. Zeker als je bedenkt dat de automotive-industrie zich vooral richt op jongere mensen (het meest optimale imago voor een bepaald model is toch het jonge gezin, al dan niet met hond zo lijkt het wel eens…) terwijl juist die groep veel minder is gaan rijden. Met name de verregaande verstedelijking en de hoge kosten van een auto t.o.v. het gezinsbudget zorgen voor veranderde gebruikscijfers. Het blijken vooral de wat ouderen die steeds meer gaan rijden. Op zichzelf logisch, immers een auto is voor die mensen toch het voorbeeld van de ultieme vrijheid en de mogelijkheid nog overal heen te kunnen zonder betutteling. De auto is voor die generatie ook een statussymbool vanuit een tijdperk toen dat ook nog echt zo was.
Ook ik behoor tot de generatie die het brede gebruik van de auto nog heeft zien ontstaan. In de periode daar voor zag je op plaatjes van de oude woonstraten vooral leegten, en wie met het gezin nog ergens naar toe wilde was al een hele pief als hij er een scooter met zijspan of zo op na kon houden. Pas in de jaren zestig werden auto’s gemeengoed en kochten veel jonge gezinnen indertijd een tweede tot vijfdehands brik waarmee ze dan op stap konden gaan. Die mobiliteit was een manier om de vleugels uit te slaan naar oorden (net)buiten de stad zoals bos en strand, waardoor de bleekneusjes die indertijd nog opgroeiden in die weinig gezonde steden, extra frisse lucht binnenkregen. Ook ik stam uit die periode en ben zowat op de achterbank van een auto opgegroeid. Bij ons was er altijd een auto, maar ja, mijn leasepa kwam uit een gezin van automensen dus dat was allemaal niet zo vreemd.
En dat gevoel van ‘moeten kunnen rijden’ als je volwassen (i.e.18 jaar oud) was werd er snel ingestampt. Een rijbewijs op de 18e, een auto zodra het kon. En daarna rijden, rijden, en nog eens rijden. En dat zo lang mogelijk. Hele generaties houden dat principe aan. Vandaar die langzaam aan veranderende cijfers. Vanaf 50 jaar stijgen de cijfers voor wat betreft het zelfstandig rijden. En boven de 75 jaar zelfs met het ongekende percentage van 39 bij een stijgend autobezit in die groep met 36%. We moeten langer doorwerken van onze neo-liberale bestuurders, dan is het niet vreemd dat we ook steeds langer en meer gaan rijden. Overigens is een deel van dat autobezit bij de echt wat ouderen ook wel toe te schrijven aan het gebruik van 45km/u voertuigen die met name in de provincie aardig populair zijn geworden. Kortom, het jonge gezin is niet meer primair de grootste doelgroep, al lijkt dat soms zo. Maar hoe richt je je op de echte autokopers zonder direct imagoschade op te lopen. Het vraagt inventieve campagnes en ook veranderend denken bij die diverse autofabrikanten. Maar die zijn dat wel gewend….
