Spookespakkespeakyou Englishhh??

Als men mij vraagt welke talen ik zoal beheers refereer ik direct aan mijn eigen taal waar ik nog steeds trots op ben, maar zeker ook aan het Engels een gradatie minder Duits en ook nog wat woorden Tsjechisch. Dat ik gedag kan zeggen in het Fins, weet wat een vliegtuig is in het Russisch of drie zinnen in het Frans neem ik maar niet serieus mee in de overwegingen. Voor je het weet zit je vast in een gesprek dat door een overijverige Rus of Fransoos met je wordt gevoerd in zijn/haar eigen taal, maar waarvan je dan al snel geen snars meer snapt. Toch moet je met die talenkennis best een beetje oppassen. Ook al leerde ik al Engels op de lagere school, verrijkte ik mijn kennis van die taal door het lezen van bladen en boeken of het kijken naar films en zo meer, pikte ik vooral veel op tijdens mijn werkzame periode op Schiphol en later in het autovak, native speaker ben ik niet.

Geldt ook voor het Duits. Ik kan het goed lezen, snappen als men tegen me spreekt, maar moet soms wel even nadenken over bepaalde zinnen als ik daar weer eens vertoef. Ik merk ook dat je naar mate je deze talen niet dagelijks gebruikt toch wat gaten krijgt in de zo gekoesterde kennis. Dat bleek me onlangs toen ik in gesprek raakte met een van oorsprong Amerikaanse dame die in Engeland woonachtig vooral op het vasteland van Europa trainingen verzorgt. Zij sprak nauwelijks Nederlands dus dan zet je als ridder in de nood een schakelaar om en begint met een gesprek in de haar eigen voertaal. Dat verliep prima hoor, en we konden vaak heerlijk lachen als we het hadden over de internationale politiek of de vreemde gewoonten van Duitsers en Nederlanders. En toch voelde ik dat er soms even in een bijna verroest stukje van de hersenpan moest worden gezocht naar de juiste uitdrukking voor een bepaald begrip.

Oefening baart kunst natuurlijk, maar ik oefen tegenwoordig na het werkzame leven dan toch weer net even te weinig merkte ik. Met dat Duits ligt dat toch wat anders want daar komen we zo regelmatig dat je wel in die taal moet spreken omdat men je anders domweg niet begrijpt. Bij ons laatste bezoek aan het Duitse land tijdens de recente augustusmaand zagen we weer eens hoe een Nederlandse dame van iets gevorderde leeftijd meende dat Nederlands een internationale taal is en wel zal worden begrepen door de Duitse winkelmedewerkers als je maar hard genoeg spreekt. De service-gerichtheid van die beroepsgroep maakte dat ze kreeg wat ze wilde, maar het blijft toch een beetje genant dat gedrag. Ooit zag ik bij dat geweldige programma ‘We zijn er bijna’ van MAX hoe een van de caravanners op een markt trachtte om een Nederlandse groente te bestellen in een land waar men nauwelijks weet waar Nederland ligt. Zij sprak Nederlands op de markt en de kooplieden uiteraard hun eigen taal. En het mooiste was de quote van de dame achteraf: ‘ze spreken hier ook echt geen woord over de grens!’. Wat ze nog meende ook. Kijk, dan heb ik mijn punt wel gemaakt. Oefening, kunst, kennis, instelling, begrip. Daarmee kom je een eind. Met puur Nederlands niet. En dat begint al kort na de grens….

Ik erger mij zelden……maar stoor me des te meer..

Over het algemeen kan ik me gek ergeren aan die wonderlijke mensen in de politiek die van alles en nog wat oreren, veelal zonder feitelijke onderbouwing. Het zal wel bekend zijn bij de lezers die me al die jaren volg(d)en. Ik zal tot vervelens toe wijzen op die fouten, omdat het populisme zich nu eenmaal niet beperkt tot mensen aan de rechterkant van het politieke spectrum, maar ook over links van alles wordt georeerd wat bewezen onwaar is. Maar in het dagelijks leven van alle dag erger (of stoor) ik me minder aan andere mensen. Nou ja…behalve als je op beurzen of tentoonstellingen rondloopt. Het gedrag van mensen is dan van een ongekende idioterie. Men sloft, schiet links of rechtsaf zonder na te denken en nog erger blijft plotseling stokstijf staan om iets na te kijken op de smartphone. Resultaat…opstopping en waar het extreem druk is een kettingbotsing. Nu is dat niet zo erg als je achterop een mooie dame botst die zelf oorzaak is van die botsing, maar voor je het weet heb je weer met #Me2 activisten van doen omdat bepaalde onderdelen van het fysiek elkaar raakten.

Ik zou dus willen pleiten voor gebruik van richtingaanwijzers en stoplichten voor lopende mensen. En ook voor een wandelbewijs als het mensen betreft die zo nodig een of andere boodschappentrolley mee sleuren om alle gratis zaken die ze onderweg oppikken in mee te nemen. Blauwe schenen zijn nog het minste gevolg van totaal ontbrekende stuurmanskunsten van dit soort types. Maar ook op straat kom je dit gedrag tegen hoor. Men loopt zonder plan, als het kan dwars tegen de looprichting in, steekt over waar het niet kan, blijft plotsklaps staan en ook daarbij is vaak die smartphone reden of oorzaak. Moet je eens in het centrum van onze mooie stad gaan wandelen wat wij zo vaak doen. Toeristen zijn daar compleet van de wereld soms en schijnen elke vorm van normaal denken te ontberen zodra ze weer een grachtje zien of een of ander historisch pand.

Ook dan wringen anderen zich door de mensenstromen heen of moeten verplicht wachten tot de veelal in groepen lopende toeristen zich weer in beweging zetten. Met name Italianen en Spanjaarden vertonen dit gedrag. En dat doen ze niet alleen in Amsterdam hoor. Overal waar je komt zijn het altijd dezelfde. Daarbij ook nog eens i.p.v. die trolleys rolkoffers meezeulend alsof die dingen niet breed of zwaar kunnen zijn. Je bent van harte welkom hier (of daar) maar leer sturen! Japanners en Koreanen zijn veel netter op dit punt. Erg aardige lieden. Net als Chinezen, al ben ik wel eens in een groep terechtgekomen die me omsloot als een handschoen, toen zij massaal besloten uit een bus te stappen en de gids te volgen. Wat ik niet was! Maar dat was een uitzondering. Hoe dan ook, ergeren of storen doe ik me zelden zoals u allemaal kunt lezen. Maar ben ik daarin de enige en zijn onder mijn lezers wel mopperpotten te vinden die zich enorm kunnen ergeren aan…….ja wat eigenlijk??

Ouderen rijden meer dan ooit…

Feiten zijn soms buitengewoon interessant als je even de tijd neemt om ze tot je te nemen. Zoals het feit dat wij met zijn allen als particuliere weggebruikers steeds meer rijden op onze vaderlandse wegen. 6% meer zelfs (2015) bij een totale kilometrage van 91 miljard. Dat zijn grote getallen. Zeker als je bedenkt dat de automotive-industrie zich vooral richt op jongere mensen (het meest optimale imago voor een bepaald model is toch het jonge gezin, al dan niet met hond zo lijkt het wel eens…) terwijl juist die groep veel minder is gaan rijden. Met name de verregaande verstedelijking en de hoge kosten van een auto t.o.v. het gezinsbudget zorgen voor veranderde gebruikscijfers. Het blijken vooral de wat ouderen die steeds meer gaan rijden. Op zichzelf logisch, immers een auto is voor die mensen toch het voorbeeld van de ultieme vrijheid en de mogelijkheid nog overal heen te kunnen zonder betutteling. De auto is voor die generatie ook een statussymbool vanuit een tijdperk toen dat ook nog echt zo was.

Ook ik behoor tot de generatie die het brede gebruik van de auto nog heeft zien ontstaan. In de periode daar voor zag je op plaatjes van de oude woonstraten vooral leegten, en wie met het gezin nog ergens naar toe wilde was al een hele pief als hij er een scooter met zijspan of zo op na kon houden. Pas in de jaren zestig werden auto’s gemeengoed en kochten veel jonge gezinnen indertijd een tweede tot vijfdehands brik waarmee ze dan op stap konden gaan. Die mobiliteit was een manier om de vleugels uit te slaan naar oorden (net)buiten de stad zoals bos en strand, waardoor de bleekneusjes die indertijd nog opgroeiden in die weinig gezonde steden, extra frisse lucht binnenkregen. Ook ik stam uit die periode en ben zowat op de achterbank van een auto opgegroeid. Bij ons was er altijd een auto, maar ja, mijn leasepa kwam uit een gezin van automensen dus dat was allemaal niet zo vreemd.

En dat gevoel van ‘moeten kunnen rijden’ als je volwassen (i.e.18 jaar oud) was werd er snel ingestampt. Een rijbewijs op de 18e, een auto zodra het kon. En daarna rijden, rijden, en nog eens rijden. En dat zo lang mogelijk. Hele generaties houden dat principe aan. Vandaar die langzaam aan veranderende cijfers. Vanaf 50 jaar stijgen de cijfers voor wat betreft het zelfstandig rijden. En boven de 75 jaar zelfs met het ongekende percentage van 39 bij een stijgend autobezit in die groep met 36%. We moeten langer doorwerken van onze neo-liberale bestuurders, dan is het niet vreemd dat we ook steeds langer en meer gaan rijden. Overigens is een deel van dat autobezit bij de echt wat ouderen ook wel toe te schrijven aan het gebruik van 45km/u voertuigen die met name in de provincie aardig populair zijn geworden. Kortom, het jonge gezin is niet meer primair de grootste doelgroep, al lijkt dat soms zo. Maar hoe richt je je op de echte autokopers zonder direct imagoschade op te lopen. Het vraagt inventieve campagnes en ook veranderend denken bij die diverse autofabrikanten. Maar die zijn dat wel gewend….

Expositie met een toeslag…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wij hebben een Museumjaarkaart. Al een reeks van jaren! En dat op zich bevalt goed hoor.  Al wordt die kaart met het jaar duurder, een gevolg van het grote succes in ons land. Je betaalt een vast bedrag en kunt in principe 70% van de landelijke musea verder gratis naar binnen. Bij sommige musea hanteert men zelfs een voorkeursbehandeling ten aanzien van mensen met zo’n kaartje. Je hoeft dan niet in de wachtrijen te gaan staan. Musea, sommige althans, zijn zeer in trek geraakt en dat zorgt soms voor enorm lange rijen. Ook de Hermitage in de hoofdstad bezoeken we graag, ik deed daar al wat keren verslag van. Nu lopen er op dit moment maar liefst drie losse exposities, een met Hollandse, de andere met Spaanse meesters. En er is nog iets met buitenkunst. Omdat die exposities met die meesters in mei afloopt was het onlangs weer eens nodig het gebouw aan de Amstel te bezoeken. Samen met hele groepen binnen- en buitenlandse bezoekers zo bleek al snel bij de ingang.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Was het voorheen een kwestie van je kaartje bij een automaat houden en dan een geprint toegangsbewijs ontvangen waarvan de barcode zorgt voor openen van de glazen toegangsdeuren, in dit geval was dat niet mogelijk. Nee, we moesten aansluiten in de rijen. Dat duurde even, tot vrouwlief, altijd goed in het ontdekken van een kassa met minder aanbod van klungelende mensen, bij de kassa stond. Wat zij niet, ik wel had gelezen, voor die exposities die men nu hield was een toeslag vereist van 2,50E p.p. p.e. Kijk, en dat is wel wat erg duur als je ook al rekent wat die MJK al kost. We besloten de expositie te laten voor wat het was. Het moet niet te gek worden natuurlijk. Minder service, meer betalen? Nee, dat bevalt ons niet. Gaat ook om het principe. Maar dat kan ook aan ons liggen natuurlijk.

Meubelkeuze

WP_20151011_003In mijn vorige blog schreef ik al over mijn aloude digitale HP Camera en diens (voortijdige)einde. Ik realiseerde me tijdens het schrijven van dat verhaaltje dat ik iemand ben die niet eenvoudig afstand doet van nog goed functionerende zaken. Als het niet echt stuk of defect is vind ik het eigenlijk zonde om iets te vervangen. Dus meubelen of apparatuur weg doen omdat de moderne tijd daarom zou vragen? Niks voor mij. Als een radio of ander apparaat gewoon functioneert, blijft hij nog even in huis en moet zijn werk doen. Tafels en stoelen, een bankstel, allemaal ooit nieuw gekocht en nog steeds in prima staat, ik zie er weinig heil in om die te vervangen omdat de kleur ineens niet meer bevalt of de mode daarom vraagt. Nu ben ik ook weer niet zo van de uitgesproken stijlen hoor. Dus jaren zestig stoelen met wonderlijke strakke lijnen zijn niet mijn ding.

Ikea store_99CCFFBrabantse meubels met van die bombastische houten ornamenten en enorm veel stof ook weer niet. Ik wil er vooral goed in kunnen zitten, het moet duurzaam zijn van materiaal en de kleur liefst een beetje neutraal. Voor vrouwlief een rampenplan, want om mij mee te krijgen naar een meubelhal om te kijken naar een andere bank of zo is een lastige opgave. In mijn idee is onze huidige bank nog gewoon nieuw al staat hij er dan al een jaartje of 10-12. Maar ja, stijl en ‘ik wil wel eens iets anders’ nopen soms tot oriëntering op iets nieuws. Nu is dat voor mij relatief simpel. Ik loop dan zo’n winkel in, kijk rond, ga zitten en weet of wij een langdurige relatie aan kunnen gaan of niet. Prijs komt dan op de tweede plek. Ook van belang, valt er op zo’n bank te slapen en in hoeverre is hij in staat weerstand te bieden aan scherpe kattennagels.

WP_20151007_003Leder is dat wat minder hebben we intussen wel weer door schade en schande ontdekt. Althans het leder dat komt uit Zweedse bossen. Een van onze bankdelen is intussen aardig ‘bewerkt’ geraakt door ons kattenvolk. Dus dan is er een lichte neiging overstag te gaan voor….. Onlangs was het zover. Onverwacht, we zochten naar iets simpels, een krabbertje om verf van de fris geschilderde kozijnen te halen of zo. Even kijken bij een vlakbij gevestigde meubelzaak deed me daar uit eigen beweging op een goed uitziend bankstel plaats nemen. Prachtig, hoekig, dikke leuningen, strak design. Leverbaar in 50plus tinten grijs en zo meer maar ook tientallen verschillende bekledingssoorten. Kijk, die zou ons kunnen bevallen de komende halve eeuw… We werden direct aardig geholpen door een verkoper. Beladen met informatie togen we naar huis. Maar daar bleek dat dit bankstel gewoon niet ging passen. Nou ja, wel als we een van de boekenkasten zouden opgeven, een hoektafel weg zouden doen en de inhoud van beiden ‘ergens’ zouden weg werken. Daar moeten we dan toch nog eens over nadenken. Of gewoon uitkijken naar een andere bank. Maar die zit vast niet zo lekker. Wat een keuzes en dilemma’s toch weer allemaal…..Wordt vervolgd!

 

In memoriam; oude digitale camera!

WP_20151010_002Onlangs probeerde ik het nog eens. Ik was de afgelopen zomermaanden weliswaar actief met fotograferen, maar nam daarvoor de smartphone mee of de compacte Japanner die me intussen al weer enige tijd vergezelt. Voor het Schipholwerk heb ik een grote Japanner met wissellenzen. Kortom, de Amerikaanse HP-Camera die ik nu een jaar of tien in mijn bezit heb deed vooral dienst als binnencamera. Voor de collecties en zo. Prima ding dat ik indertijd kreeg als alternatief voor een goedkopere HP die het na een sessie al liet afweten. De HP850 was een fijne compact camera, met nog slechts 4,5 MP, wat indertijd een enorme stap vooruit was vanuit de eerdere 1,5 camera’s die ik toen benutte. De HP had vier batterijen die redelijk lang meegingen, maar vooral een goede lens, een snelle processor en dat leverde goede kwaliteit op aan digitale foto’s. Ik liep er nog wel eens de stad mee rond om als een toerist overal plaatjes te schieten. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan en al snel waren die 4,5 MP’s toch wat beperkt en wilde ik meer. De Olympus camera’s die ik kocht als opvolgers hadden resp. 8,5 en 14 MP, de huidige smartphone passeert de 20MP al en heeft een geweldige lens om alles op te nemen.

WP_20151009_010De HP ging naar de secundaire fotosessies. Op een statief en dan maar foto’s maken. In totaal ruim 10.000 of meer. Lekker was dat je met een simpele druk op een knopje scherp kon stellen op 30cm afstand. Bij modelfotografie van groot belang. Maar juist daar ging het op enig moment verkeerd. Dat schakelaartje deed het op een bepaald moment meer niet dan wel. Ook raakte hij soms de datum kwijt in zijn geheugen. Maar het einde kwam sneller dan gedacht toen ook nog het dekseltje van de batterijhouder plotseling uit elkaar barstte. Het grendeltje compleet afgebroken. Natuurlijk nog even door geklooid met plakband en een elastiekje, maar alles bij mekaar opgeteld werd het toch een manier van werken die niet langer zo kon doorgaan. Afgelopen week was het afgelopen. Elke keer als ik een foto wilde maken schoot hij in een modus dat hij alles opnieuw wilde opstarten. Daar wordt je echt mesjogge van. Dus einde oefening. De HP gaat naar het grof vuil, onherstelbaar versleten. Ik doe hem met enig verdriet weg. Maar gelukkig lag er nog een Olympus met 8,5 MP, klein en handzaam en volledig van metaal. Nu eens zien of ik daarmee net zulke lekkere foto’s kan schieten als met de HP. Want een ding is zeker, kwalitatief kon die HP er wat van. Vandaar dit in Memoriam.

Dussuh….

Vent600Ook mij valt op dat wij in ons land langzaamaan niet echt meer in staat zijn normaal te spreken. Onze taal wordt vertroebeld door een gebrek aan opvoeding, opleiding en invloeden van buitenaf. Dus wordt ‘zij’ ‘hun’ en ‘deze’ ‘die’ als het zo uitkomt. Zelfs blonde blauwogige lieden spreken soms met een Marokkaanse tongval, het gevolg van hun omgang met veel vertegenwoordigers van bepaalde groepen in een wijk of scholengemeenschap. Nu is het niet zo erg dat er af en toe iets veranderd aan de taal hoor, houdt hem levend. Zo is onze taal doorspekt met invloeden van talen die bij de ‘buren’ worden gebezigd. Anglicismen, Germanismen en zo meer komen bij ons veel voor. Wat dat betreft zijn onze zuiderburen een stuk zuiverder in de taalleer. Wat me ook vaak opvalt zijn kennelijk ineens modern geworden stopwoordjes. Dat zijn woorden die volgens de gebruikers meer inhouden dan het woord op zich en dus te pas en te onpas worden gebruikt. Als ik hoor hoe mensen die bijvoorbeeld op straat, in gezelschap, op radio of tv converseren is het opmerkelijk hoe vaak je sommige van die woorden hoort gebruiken. Denk maar eens aan ‘dus’, veelal uitgesproken als ‘dussuh’.

Ontspanning 4Waar vroeger argumenten werden gegeven met een zekere inhoud krijg je nu een enkele zin, afgesloten met ‘dussuh’. Valt het jou niet op? Zal aan mij liggen maar ik vind het taalarmoede. ‘Ik ga nooit meer naar de disco, ik ben getrouwd, dussuh….’ ‘Nee wij kijken nooit naar…….. want mijn man…dussuh’ ‘Tja ik moest werken, dussuh’ en zo meer. Vooral vrouwen zijn er goed in en maken van dat stopwoordje iets wat hen spannender moet maken of zo. Maar het tegenovergestelde is voor mij waar. Als je niet veel meer te vertellen hebt dan ‘dussuh’ val je wat mij betreft direct door de mand. Niet dat het verder van grote interesse of waarde is, maar het blijft een interessant fenomeen. Net zoals ‘Hun hebben pas een fiets gejat…dussuh’. Nu is dat stelen van een fiets op zich al een probleem, maar als je het ook nog eens verkeerd duidt, krijg ik er de kriebels bij. In een tijdperk waarin we allemaal druk zijn met sociale media en zo meer, is het handig als je toch de taal een beetje fatsoenlijk gebruikt. Dus……uh…….ik hoor het wel als u er een andere mening op na houdt….