
Nog zo’n leuk boek over auto’s is dit wat ik nu beschrijf. Immers, DKW, afkorting voor Dampf-Kraft-Wagen in het begin van haar bestaan, was in feite voorloper voor wat nu Audi is en veel van de oude historie van dat merk zit verweven in dat prachtige merk met de ringen van nu. DKW was ooit ook een meer dan succesvolle fabrikant van tweewielers en experimenteerde daarnaast met vierwielers. Omdat de tweewielers succesvol waren met hun typische tweetaktmotoren zette men die uiteindelijk (eerst reed men even op stoom..) ook in die vierwielers. En dat hield DKW lang vol. Uit die tweetakters haalde men qua vermogen wat men kon en zo ontstonden ook allerlei sportieve varianten die op de vooroorlogse circuits hoge ogen scoorden en heel wat prijzen wisten te winnen. De basis voor al die successen vooral in het oosten van Duitsland te vinden wat zich later nog vertaalde in soortgelijke verhalen over gewonnen races of innovatieve bouw van sportieve motoren en auto’s in de latere DDR. Immers, DKW verdween achter het IJzeren Gordijn na de ‘bevrijding’ van dat deel van Duitsland door de Sovjets. Dat maakte dat het oude Auto Union waartoe DKW behoorde in het westen van Duitsland opnieuw moest beginnen, maar in het oosten de bouwtekeningen voor moderne DKW’s plus de nodige prototypen beschikbaar kwamen voor de techneuten die hun werkgever trouw waren gebleven. Dat zorgde voor gedoe (..) waardoor DKW juridisch in de BRD zetelde en de technische mensen in Oost-Duitsland op de oude voet verder gingen en later als IFA hun eigen wagens bouwden. Het boek wat ik hier beschrijf vertelt het verhaal over de sportieve prestaties van dit merk tussen 1918 en 1950 en de auteur (Frieder Bach) is een liefhebber en kenner van DKW. Je leest dat ook echt tussen de regels terug. Het boek vond ik in mintstaat bij een Goede-doelenwinkel niet ver van Amsterdam en las het in een adem uit. De foto’s zijn uniek en geweldig. Veel plezier van gehad. (ISBN 978-3-937654-82-9) en het boek kostte in 2014 E. 18,50 in de Duitse vakhandel. Voor zo’n boek geen geld.


Bij toeval vond ik vorig jaar tijdens een rommelmarkt die dit jaar niet meer wordt gehouden, maar dit terzijde, een klein schaalmodel van een Amerikaans racevliegtuig uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Het type was mij zeer wel bekend, de opschriften en roundels niet. Het bleek een Roemeens vliegtuig te zijn, althans de kleuren van de eigenaar waren zo. Opmerkelijk. Een mij bekende mede-verzamelaar stuitte op een verhaal rond die eigenaar en meldde me dat. Was ik in mijn vorige blog over Dacia al wat terughoudend over mijn kennis (lees interesse) over dat land en volk, dit antwoord deed geen bellen rinkelen. Dan maar eens zoeken op het internet. En ja hoor, een ware liefhebber van vliegtuigen gevonden. Maar dan wel een die dik een eeuw geleden in die vliegtuigen rond hing en vloog. Het gaat om George III Valentin, Prins Bibescu.
Geboren in 1880 en vanaf zijn prilste jeugd geinteresseerd in vliegtuigen en auto’s. Zoals zoveel mensen uit zijn adelijke kring, was de uitdaging om met die vervoermiddelen races en recordritten of vluchten te maken groot. Ballonnen en vliegtuigen haalde hij uit Frankrijk, op dat moment in de tijd toch een beetje de grond voor de wortels van die luchtvaart. Hij leerde zichzelf vliegen in een Voisin, maar dat werd geen groot succes. Pas nadat hij Louis Bleriot had ontmoet die met zijn vliegtuig demonstreerde boven Boekarest in 1909, vetrok de Prins naar Frankrijk en nam daar echte vlieglessen. Zijn brevet behaalde hij in 1910 toen hij 30 jaar oud was. In zijn eigen land zette hij daarna ook een vliegschool op en zette ook een eigen luchtvaartorganisatie op de been die luchtvaart in Roemenie moest reguleren.
Ook stond hij aan de basis van de FAI (Federation Aeronautique Internationale) die een grote rol speelt bij regelgeving op het gebied van de luchtvaart in de wereld. Los van zijn luchtvaart-enthousiasme deed hij ook aan autoracen. Dat zorgde er voor dat Roemenie een van de zes eerste landen was waar uberhaupt races werden georganiseerd. In 1904 won Prins Bibescu een race waarbij hij de voor dit tijd formidabele snelheid van 66km/u behaalde. Maar ook voor een lange tocht naar het toenmalige Perzische Rijk in 1905 schrok hij ook niet terug. Dat waren pas echte avonturentrips. Al in 1941 overleed deze pionier van het Roemeense vliegen en snelle rijden. Hij was toen slechts 61. Over dat racevliegtuig dat ik als model vond kon ik in de biografie over deze Roemeense prins nog niets vinden. Maar de zoektocht gaat verder. Dat beloof ik…al was het maar aan mijzelf…
ŠKODA gaat opnieuw een topjaar tegemoet. De Tsjechische autofabrikant leverde in januari wereldwijd 103.800 auto’s aan klanten af, bijna 11 procent meer dan in dezelfde maand een jaar geleden. ŠKODA was met name populair in Europa (+13,7 procent), met een uitzonderlijke verkoopgroei voor Nederland. Vooral de nieuwe SUV-modellen KODIAQ en KAROQ dragen bij aan het verkoopsucces. Voor toch mijn favoriete automerk waaraan ik zo’n beetje 60% van mijn werkzame leven heb besteed, is dat een prima resultaat. En zeer gegund. Als je echt gelooft in jouw missie, het overbrengen van de ware religie aan ongelovigen, is het fijn te zien dat de resultaten nu elke verwachting overstijgen. De Tsjechische autofabrikant op weg naar de top. Een top die in de jaren dat ik o.a. bij importeur PON mijn job verrichtte net zo ver weg leek als die van de hoogste berg op Aarde. Wat moesten we toen knokken tegen vooroordeel en foute informatie vanuit de media. Toen al!
Intussen zijn in West-Europa de verkopen over afgelopen januari vergeleken met het voorgaande jaar met zo’n 13 procent toegenomen tot 38.600 auto’s. Vooral in Nederland was de verkoopstijging ongekend. Ten opzichte van vorig jaar werden er afgelopen maand in ons land 45,4 procent meer ŠKODA’s verkocht; een equivalent van 2.518 auto’s tegenover 1.732 een jaar geleden. In lijn met die trend vergrote ŠKODA zijn marktaandeel in Nederland tot 4,24 procent (2017: 3,36 procent).