Russische Fiat – Lada!

Russische Fiat – Lada!

De Russen tijdens de Sovjetperiode waren indertijd in staat om raketten de ruimte in te schieten, vliegtuigen te bouwen waarmee ze de halve bevolking konden vervoeren, of dreiging richting het westen uit te oefenen, maar een beetje auto-industrie voor het volk wilde onder het communisme niet echt van de grond komen.

Dus ergens in de jaren zestig kwam in een vijfjarenplan van de toenmalige Sovjetleiding te staan dat men een volksauto wilde gaan bouwen die in grote getalen zou kunnen worden geproduceerd, voldoende kwaliteit had voor het lastige Russische klimaat en ook nog eens betaalbaar zou zijn. Omdat de eigen industrie domweg niet in staat was aan die criteria te voldoen zocht men zijn heil bij de Italiaanse communistische partij die toen nog een factor van jewelste was in eigen land en contacten kon leggen met de leiding van Fiat. Daar had men voor de toekomst een reeks nieuwe modellen op stapel staan en verkocht intussen de oudere aan diverse Oost-Europese landen.

Zo ging de grote en luxe 125 naar Polen, de kleinere 128 naar het Joegoslavische Zastava en had men nog een troef in het pakket, de aardig gelijnde klassieke sedan 124. Een auto waarvan men grote aantallen had verkocht, mede omdat de auto o.a. ook al werd gebouwd in Spanje bij Seat en bij vestigingen van Fiat zelf in Turkije en Zuid-Amerika. Voor de Russen een ideale auto. En zoals dat in die jaren ging, bouwde men meteen even een hele nieuwe gigantische fabriek voor de komende nieuweling in Togliati, een plaats die werd genoemd naar een van de grote Italiaanse communisten uit het verleden. Die fabriek ging die Fiat’s bouwen. Eerst met onderdelen uit het oorsprongsland, maar al snel ontstonden Zhiguli’s zoals men de wagens in de USSR noemde.

Toen die naam in Finland beladen bleek, omdat het de scheldnaam was voor het vrouwelijk geslachtsdeel, kwam Lada als naam voor de export in zwang. Vanaf 1972 in grote aantallen geproduceerd. Met een wat sterker onderstel dan de Fiat’s en zeker een steviger kachelsysteem was de auto meteen een hit. Al snel bouwde men er honderdduizenden van per jaar in diverse uitvoeringen. Sedans, stationcars, grotere motoren, meer luxe, maar nog altijd herkenbaar Fiat 124. Ook in ons land werd Lada een succes. Voor weinig geld een hele auto met een herkenbaar gezicht.

En ach, wat wel eens aan een Fiat mankeerde had de Rus ook, niemand keek daar van op. Een aanvulling op het gamma werd op enig moment de Niva 2121, een soort Jeep met vierwielaandrijving, die overal doorheen kon ploegen en o.a. bij vele politiediensten in het Oostblok van toen geliefd werd. Eind jaren tachtig kwam Lada ook met de Samara. Een moderner auto met voorwielaandrijving en een grote achterklep. Leverbaar als drie- en vijfdeurs, in Rusland ook als klassieke sedan. Maar duidelijk werd dat een nog moderner Lada als opvolger voor de aloude 1200-1600-reeks niet meer op tijd klaar zou zijn voor de politieke omwentelingen in dat grote land.

Toen die eenmaal plaats hadden gevonden was de reeks succesjaren voor Lada voorbij. De export stortte in, de mensen uit dat vroegere Oost-Europa wilden moderner auto’s, liefst uit het Westen. De nieuwe Lada’s waren lastig te verkopen. In ons land ging die import compleet onderuit. Enkele dealerbedrijven hielden de naam aan de gevel, maar exporteerden tegelijkertijd heel wat van die Lada’s die men inruilde op andere merken, terug naar Rusland. Zonder staatssteun moest Lada zelf zien het hoofd boven water te houden. Westerse bedrijven kwamen langs.

Leverden geld of technologie voor nieuwe auto’s maar ontdekten ook dat corruptie in het post-communistische Rusland een best probleem was. En zo ging langzaam aan het licht uit voor de Russische autobouwer die ooit zo succesvol was geweest. Een enkele auto kon men nog slijten op specifieke exportmarkten. Onder Poetin werden Russen soms gedwongen een eigen product als Lada te kopen, maar het stelde allemaal niet te veel meer voor. Lada’s veelal klonen van andere merken, zoals Renault, Nissan of Peugeot. En de export nu helemaal afgelopen. Men kan niet voldoen aan de uitstootnormen in West-Europa en de meeste auto’s voldoen ook niet aan de botsproefcriteria volgens EuroNCAP-normen. Kortom…einde oefening. Behalve in Rusland zelf. Daar is Lada nog wel iets…. Maar geen schaduw meer van vroeger. (Beelden: eigen archief)

Spiegelbeeld…

Spiegelbeeld…

Onlangs hoorde ik over een onderzoek van een of andere Nederlandse universiteit waaruit bleek dat veel jongeren een sterk negatief zelfbeeld kennen.

Met name jonge meiden zijn voor 60% ontevreden over wat zij in de spiegel zien. Opmerkelijk want juist jonge mensen zijn natuurlijk mooi van zichzelf. Ze glanzen, alle fysieke onderdelen functioneren probleemloos, ze verzorgen zich nog goed en eten macrobiotisch vanuit overtuiging. En toch… Wat is het referentiekader waaraan men zich spiegelt op die jonge leeftijd? Ik vrees veelal de verkeerde types. Mensen die zich bijna prostitueren op internet met zelf gemaakte vlogs of zoiets. Podcasts waarbij die modellen zich laten zien in een ideale omgeving en outfit. De gemiddelde kijkster meent dan dat haar borsten of buik te dik of te klein zijn, dat jeugdpuistjes slechts hen treft en dat ze ook een scheef gegroeid gebit hebben. Het verkeerde voorbeeld dat onzeker maakt e n soms zelf zeer ongelukkig. Ik vind dat erg.

Was ik er ooit zelf zo mee bezig? Niet echt. Maar ik ben dan ook van de andere sekse natuurlijk. Goed, ik had melkboerenhondenhaar waarmee weinig viel te beginnen, maar voor de rest zat alles op de juiste plek, waren die vroegere puistjes niet echt lang een punt van zelfkritiek en vond ik werken en studeren belangrijker dan het zelfbeeld. De meiden vielen niet in bosjes voor me, nou ja, dat zou nog wel komen, maar het was ook een andere tijd. Seks uit den boze en als je er al aan toegaf dan toch vooral heel voorzichtig. ‘Moeten trouwen’ was een gruwel. Ik weet nog dat ik tot op het strand met overhemd en stropdas was uitgedost. Dat hoorde zo (..) en je gaf dus meer om nette en schone kleding dan om andere dingen.

De spiegel was meer een toevoeging voor mijn moeder, ik zelf keek er slechts in als de das recht moest zitten. Ongelukkig was ik in ieder geval zeker niet door het spiegelbeeld. Later kwam ik nog wel eens mensen in mijn leven tegen die dat wel kenden. Doodongelukkig met hun uiterlijk. Altijd op zoek naar iets wat dat uiterlijk kon verbeteren. En sommigen zijn er nooit mee gestopt. Shoppen tot ze omvallen, make-up in tientallen potjes en doosjes, schoenen in zoveel soorten dat een beetje winkel zich er niet voor zou schamen. Elke modetrend volgend. Nou, het is aan mij voorbij gegaan. Liep er altijd in heel laag tempo achter aan. Alleen dat haar was een dingetje. Dat doorliep wel wat veranderingen. Bewust ook. Van de kuif met de scheiding tot krullen die ik gewoon kocht, daarna een gemillimeterde kop en nu de coupe Gillette. Ook al omdat ik dat makkelijk vind. Nee, aan mij is dat ongelukkige zelfbeeld niet blijven kleven. Maar daardoor heb ik wellicht ook wat medelijden met hen die daar wel onder lijden. 60% van de meiden! Woow. Best een groot deel dus. Zou daar ook deels de vertrutting vandaan komen? Zo bang voor het eigen lijf en het falen daarvan dat bloot geven niet meer kan of mag? Wat hadden wij het voorheen dan eenvoudiger….:) (beelden: Internet/archief)

De schone auto…

De schone auto…

En laat je nu niet aanpraten dat een dergelijke frase moet hangen aan elektrisch rijden of het ongekend gecompliceerde hobbelen op waterstof, nee, de gemiddelde benzine- en dieselauto is nu zoveel schoner dan pakweg 10 jaar geleden dat zelfs de meest overtuigde groen-linkse gardist er geen feitelijke argumenten meer tegen kan gebruiken.

Daarbij zijn wij in de wereld over het algemeen verstokte auto-gebruikers geworden. 75% van de bevolking wil met de auto zijn/haar vervoer regelen. Die andere 25% zoekt het op de fiets, in het OV of blijft gewoon thuis. 80% van ons totale vervoer over land, doen we met de auto. Niet omdat het alleen maar leuk is, wat het is natuurlijk, maar ook omdat we met de auto onze vervoersdrang flexibel en in vrijheid kunnen invullen. Auto’s bieden door-to-door de grootste vrijheid voor vertrek en aankomst, besluiten we onderweg een omweg te maken voor een opduikend winkelcentrum of bosgebied waar we even willen lopen, kan dat. Probeer maar eens hetzelfde in het OV. Lukt je niet.

Kortom, de auto biedt vooral een gevoel van vrijheid. En tegenwoordig dus vele malen schoner dan men ons nog wel eens wil doen geloven. En als we de grondstoffen en bouwwijze van de ene soort auto met de andere vergelijken is de druk op onze aarde en het groene karakter daarvan even groot. Stroom komt niet uit de grond, is niet gratis en vraagt om een aanpassing van onze totale samenleving. Auto’s zorgen ook voor welvaart. Als we de linkse, soms wel erg elitaire, stromingen qua filosofie moeten volgen zou de postkoets, paardentram of trekschuit voor het volk een ideaal alternatief zijn, want die CO2 uitstoot en zo meer…. Daarbij ‘vergeet’ men dan graag de uitstoot van andere bronnen dan het verkeer mee te tellen in de optelsommen waarmee men de argumentatie onderbouwt.

Het nieuwe thuiswerken als oplossing voor het fileprobleem?? Zeker voor een deel. Juist zij die nu in Tesla’s rondrijden blijken prima thuis te kunnen werken. Ze hebben die auto van de baas, net als de laptop of de smartphone, ze wonen net even ruimer, zijn ook wat minder nodig op kantoor of bedrijf. Maar voor de gemiddelde werknemer is die auto domweg zijn of haar benodigde vervoermiddel om op het werk te komen, dan wel klanten te bezoeken. Hoe aardig al die beeldvergaderingen ook lijken, persoonlijk contact is in vele beroepen toch handiger. En als we tegenwoordig (peilpunt: April) onderweg zijn is het naar persoonlijke observaties weer gezellig druk op de wegen.

In de bus en trein zag ik afgelopen maanden toch vooral lege plekken, en in sommige bussen die hier voorbij trekken aan mijn blikveld zit overdag (behalve de chauffeur..)helemaal niemand. Gelukkig draait dat OV veelal op subsidie, dus die bussen rijden nog wel even, maar de frequentie gaat vast een stuk terug. Hoe graag we ook willen doen geloven dat fietsen het alternatief is voor de auto, een stevige regenbui doet je al snel van gedachten veranderen. Ouderen kopen zich tegenwoordig een elektrische fiets, logisch want leuk voor de pretritjes en veel van hen rijden niet zo graag meer in de auto. Prima ontwikkeling, al maakt het de gemiddelde snelheid op fietspaden wel een flink eind hoger. Maar vergeet ook niet dat de stroom voor al die accu’s op die fietsen ook ergens vandaan moet komen. Kortom, extra belasting van het stroomnet. Vrijheid=blijheid!

En met die auto komt ook dat enorme vol met heffingen zittende mobiliteitsfonds. Betaald door weggebruikers in hun autootje, maar veelal benut voor zaken die niks met het individuele verkeer van doen hebben. Zoals het op de rails houden van de monopolistische NS, het laten rijden van het verdere OV en de draaimolen-subsidies om al die extra stroom op te kunnen wekken voor hen die menen dat zij groen leven. Zonder auto stort ook die deel-economie in. En intussen moet die automobilist maar leren leven met door kennelijke wappies bedachte ineffectieve milieuzones, drempels, rotondes, snelheidsbeperkende maatregelen, pesterijen, een uitgedragen negatief imago opgeplakt door geitenwollensokkentypes, terwijl de feiten in hun (de automobilisten) voordeel spreken. Wellicht is het tijd om daar eens aan te denken als we weer eens bij de pomp ontdekken dat onze overheid tegenwoordig 80% van de literprijs omzet in belastingen en accijnzen. Een vorm van stelen die het leugentje om bestwil van Rutte in april doet verbleken tot een niemendalletje. Immers….Linksliegt! En dat al jaren vrij consequent. De ontluisterende omvang daarvan doet alles relatief zijn. Intussen wens ik alle lezers/essen heel fijne en veilige kilometers… (Beelden: archief)

De avonturen van Ridder Brandewijn – genezing…

De avonturen van Ridder Brandewijn – genezing…

Toen Ridder Brandewijn zijn ogen open deed na wat hij dacht een goede nacht slapen, ontdekte hij dat hij naakt in een bed van bladeren was neergelegd met een deken over zich heen van vrij grove stof.

Bij nader inzien bleek dat een dierenhuid te zijn. Zijn wonden waren ingesmeerd met een of ander goedje en daar lagen dan weer kruidentakken overheen. Hij voelde zich slap, kon zich ook niet herinneren hoe hij hier terecht was gekomen. Om hem heen hoorde hij slechts het geluid dat paste bij het woud waarin hij zich bevond, maar hij kon zich niet goed herinneren wat hij daar deed. Vaag kwam er een soort droom voorbij waarin een mooie vrouw hem had gered van een vierkoppige draak, maar verder was alles vaag. Hij bewoog zich en wilde opstaan, maar werd zo duizelig dat hij dat plan snel liet varen. Daarbij, hoe kwam hij zo naakt? Kon hij hier wel in zijn natuurlijke staat door dat takkenhutje rond gaan lopen op zoek naar oorzaak en gevolg van zijn hier zijn? Even later hoorde hij iemand lopen en een zachte stem tegen hem zeggen ‘Heer, blijf vooral liggen, uw wonden moeten genezen en ik zal U verzorgen tot U weer verder kunt reizen’. Hij keek opzij en zag een lieve bijna vrome vrouw die zich over hem heen boog en die met haar groene ogen in de zijne keek en half glimlachend vaststelde hoe het met hem ging. ‘Waar ben ik?’ vroeg hij bijna stamelend. De woorden kwamen nauwelijks uit zijn mond, hij had een droge keel en voelde zich zo slap als een herfstblad dat van een boom in een beek valt tijdens een storm. Nergens kracht voor…zo leek het.

De vrouw glimlachte nog een keer en haalde wat van de kruiden weg die sommige van zijn wonden bedekten. De glimlach verdween snel, zij pakte wat achter zich en doopte haar vingers in een pot waarin zich kennelijk de genezende zalf bevond die zij al eerder op zijn gevoelige wonden had gesmeerd. Ook nu deed ze dit. Hij kreunde. Want de wonden waren ontstoken en deden hem zeer. Elke plek op zijn lijf waar hij gewond was geraakt (maar hoe dan toch en wanneer??) werd door haar aangepakt. En daarna bedekte zij zijn lichaam weer onder de kruidentakken en de dierenhuid. Hij kreeg iets van haar te drinken en nadat hij dat gulzig naar binnen kreeg viel hij vrij snel weer in een diepe slaap. Dromen die vooral door koorts werden opgewekt maakten dat hij zich man voelde in een open veld vol vrouwen die hem wilden plezieren maar als hij er dan op in ging werd tegengehouden door mannen met zwaarden die op hem inhakten. En die dromen herhaalden zich. Hij werd er zelfs in zijn dromen angstig van, terwijl hij als Kruisridder natuurlijk nooit echt angst had gekend. De vrouw die hem verzorgde keek neer op zijn naakte lichaam, zag zijn hoofd heen en weer gaan door de dromen en glimlachte. Zij had grootse plannen voor dat mannenlijf, maar dan moest hij wel op krachten komen. Nu was hij te slap voor wat ook. Buiten haar hut keek ze naar de lijven van de andere mannen die hem hadden vergezeld. De meesten in een staat van verglazing door de drankjes die zij hen had gevoerd en die hen minstens een paar dagen buiten de werkelijkheid zouden houden. De gevangenen had ze bewust wakker gehouden. Wel vast geketend aan een paar bomen die zij als bescherming om haar hut had neergelegd tegen de wolven in het bos. Maar als de wolven kwamen wilden zij graag vers vlees. En die mannen zouden dat vast kunnen verzorgen. Wederom glimlachte ze. Over een paar dagen zou de Maan vol zijn. Ze keek er naar uit…

Plaag…

Plaag…

Terwijl we ons in deze door Covid19 verziekte tijden druk maakten of nog maken over ons gebrek aan vrijheid of mogelijkheid tot feesten of shoppen is een terugblik naar andere plagen op dit gebied wellicht goed.

In de Middeleeuwen, een periode in onze geschiedenis waarnaar sommige extremistische of ultralinkse stromingen naar verluid gaarne terugverlangen, hield een soortgelijke ziekte ons mensen dusdanig bezig dat er tussen de 75-200 miljoen mensen aan overleden. De Zwarte Dood, oftewel de Pest hield ons meer dan angstig. En die sterk besmettelijke ziekte kwam zelfs twee keer langs om ons op de relativiteit van het leven te wijzen. 25% van de totale Europese bevolking bezweek er aan. Vergelijk dat maar eens met Corona nu. Terugblikkend kwam ook deze ziekte uit het Verre Oosten per schip onze kant op. Zeer waarschijnlijk via besmette ratten aan boord van de toenmalige handelsschepen van de Venetiaanse Republiek.

Met rattenbloed besmette vlooien, toen een heel normaal beestje dat ook onze soort constant belaagde, besmetten veel mensen. En die weer andere mensen. Men nam die besmettingen nauwelijks serieus en bedenk ook maar dat de hygiene in die jaren matig tot slecht verzorgd was. Wassen en zo meer een vrijwel onbekend fenomeen. De Pest sloeg overal toe. Het maakte geen onderscheid tussen man of vrouw, oud of jong, arm of rijk, al zullen de armoedigen eerder zijn bezweken dan de vaak wat afgezonderd wonende en levende rijken. De pest kwam in verschillende verschijningsvormen. De meest bekende was de builenpest die patienten al snel deed onderscheiden van gezonden.

Opmerkelijk was ook dat men in die periode van de tijd meende met bepaalde uitmonsteringen zoals een masker met vogelvorm waarin je dan ‘geneeskundige kruiden’ stopte die je tegen de ziekte moesten beschermen, de besmetting buiten het eigen lijf te kunnen houden. Herstel van de kaalslag die deze ziekte in met name Europa onder mensen aanrichtte duurde bijna 150 jaar. En tussentijds bleven af en toe toch weer besmettingen optreden omdat men maar niet kon bedenken waarom deze ziekte optrad en waar de oorzaken lagen. Mensen die overleden werden door speciale doodgravers veelal buiten de steden begraven, vaak in massagraven, om zo de besmettingen buiten die steden te houden. Wie een besmet lijk aanraakte kon bijna zeker zelf in de volgende ronde worden bijgezet. Het waren dus speciale lieden die deze taken verrichtten.

Opvallend is ook dat de Pest zich wereldwijd verspreidde. Ook in die jaren zonder moderne reismiddelen. Overal waar mensen heen reisden kwam de ziekte terecht en zaaide dood en verderf onder al dan niet lokale volkeren. Ook in Azie en Noord-Afrika was dit het geval, omdat daar veelal handelssteden te vinden waren die werden aangedaan door koopvaarders uit besmette landen. In Egypte kwam de ziekte in 1347 aan land, door het aanmeren van een enkel schip dat werd geroeid door christelijke slaven en waar de ziekte onder deze arme donders werd meegenomen. De verspreiding van de Pest in het oude land van de Farao’s zorgde voor meer dan 600.000 doden die gewoon werden gedumpt in de Nijl, waardoor die niet meer kon stromen op sommige plekken en het water compleet vergiftigde. Vanuit Egypte kwam de besmetting terecht in het Midden-Oosten, meegebracht door islamitische pelgrims die o.a. Mekka bezochten en zo die stad voorzagen van een grote plaag. De Pest bleef een actieve rol spelen tot in de 19e eeuw. Toen pas ontdekte men echt wat de oorzaken waren en wat er tegen moest worden gedaan. Bestrijding van ratten en vlooien door o.a. sterk verbeterde persoonlijke hygiene en controles maakten dat de ziekte afnam qua belangrijke bron van dood en ellende, al moet hij nog steeds niet worden onderschat. Zelfs in de 20e eeuw werd India getroffen door de pest en overleed daar 3% van de bevolking er nog aan. Gelukkig hebben we nu geneesmiddelen om de boel binnen de grenzen van het redelijke te houden. Maar het geeft ook aan hoe kwetsbaar wij mensen zijn als er een besmetting van die orde en grootte plaatsvind. U bent gewaarschuwd. De Middeleeuwen zijn geen toekomstdroom waardig, bedenk dat je beter drie keer je lijf kunt wassen per dag dan niet, en neem dit soort besmettingen serieus. Ook al zien we niet meteen zwarte etterende bulten op iemand anders’ lijf waardoor we snappen dat die besmet kan zijn….. (Beelden: Internet)

10e mei

10e mei

Juist vandaag is het precies 81 jaar geleden dat het tot dan nog als redelijk bevriende buurland Duitsland, zo zagen velen dat voor WO2, onder haar toenmalige brute Nazi-leiding grote strategische stappen zette richting de Noordzeekust.

Men viel daarbij de lage landen binnen met een overtuigend militair offensief dat de landen die men snel wilde bezetten even vlot overrompelde. Ook ons land kreeg met die Duitse invasie te maken. Geheel onverwacht was het allemaal niet, zelfs de toen ook al slapende Nederlandse regering had in de gaten dat er in Berlijn iemand aan de macht was gekomen die met zijn doctrine niet meteen het beste voor had voor de rest van Europa. Wij waren weliswaar officieel neutraal, maar dat was ook omdat men in feite de oorlog te duur achtte en veel te weinig had geinvesteerd om onze strijdmacht ook echt competitief te maken. Het was in de eerste wereldoorlog gelukt om de strijdende partijen buiten de deur te houden, moest nu ook lukken zou je denken…. Zo was althans de filosofie van de toenmalige regering.

En dus behield men officieel goede contacten met Adolf H en zijn foute vrienden. Bevriend staatshoofd en zo meer… In eigen land was de NSB opgestaan, een beweging die de Nationaal Socialistische Beweging heette te zijn, maar vooral het gedrag van de Duitse moederpartij kopieerde. Men had een bloedhekel aan communisten, maar onderhuids ook aan Joden. Bleef een akelige maar marginale beweging ook al liep men dan in het zwart te paraderen. Het waren spannende tijden voor ons volk. Toch geloofden de meeste Nederlanders in de goede afloop. ‘Hitler had toch niks te zoeken in ons land, Frankrijk en Engeland hadden hem de oorlog verklaard, dus wat moest hij met dat kleine landje achter de duinen’. Nou dat werd al snel duidelijk. Vanaf ‘s-morgens 3 uur op die 10e mei 1940 trokken de Duitse troepen ons land binnen en vlogen de bommenwerpers en jagers van de Luftwaffe samen met parakisten over onze verdedigingslinies heen naar het westen van ons land.

Ze stuitten daarbij soms op fikse weerstand, want Nederland gaf zich zeker niet zo maar gewonnen. Al vochten onze jongens aan de Grebbelinie dan in uniformen uit WO1 met geweren uit dezelfde periode tegen de veel sterkere overmacht, de moed der wanhoop maakt van sommige watjes helden. De luchtmacht-afdeling van ons leger werd grotendeels al op de grond vernietigd. Maar op enkele bij de Duitsers onbekende buitenvliegvelden stonden toch nog wat jagers paraat en die stegen ook op. Fokkers tegen Messerschmitt’s of Junkers. En juist tegen die laatste trage kisten hadden die Fokkers het voordeel van hun wendbaarheid. Mariniers verdedigden manmoedig de Maasbruggen onder Rotterdam, een kanoneerboot van de marine positioneerde zich bij de Afsluitdijk en schoot alles wat Duits was in puin. Maar de Duitsers dropten para’s bij strategische punten en passeerden zo de Nederlandse weerstandsplekken.

De 10e mei 1940 werd een trauma voor ons volk. Onzekerheid over wat er ging gebeuren. Na een terreurbombardement op Rotterdam een paar dagen later, wat die stad voor altijd veranderde, kwam het besef bij de legerleiding dat dit een verloren strijd was. Daarbij was de Koninklijke familie en regering intussen met een marineboot naar Engeland gevlucht en had men geen rugdekking meer voor verdere acties. 15 mei 1940 werd er gecapituleerd. Het land overgeleverd aan een wrede bezetter die vijf jaar lang met misdadig geweld joden afvoerde, dwangarbeid oplegde, het land ontmantelde en het volk knevelde. Wie zich echt verzette kon rekenen op gevangenis of erger. Het ooit bevriende regime bleek duivels van karakter. En uit die periode dienen we nog steeds lessen te leren. Aan de poorten van de vrijheid staan opnieuw dictatoren en extremisten die hun doctrines willen opleggen aan andere staten. Een blik op het dagelijkse nieuws vertelt veel. En weer zie je de naiviteit als het gaat over omgaan met ‘bevriende’ staatshoofden en doctrines…. Je zou denken dat men geen onderwijs heeft gehad op school. Geschiedenis leert je veel zo niet alles over hoe om te gaan met heden en toekomst. Voor je het weet is het weer mis. Omstandigheden misschien anders, maar de wereld is nog steeds een wrede plek om als naief mens in te leven. We zijn dus gewaarschuwd…. (Beelden: Archief)

KIA – Koreaans succes…

KIA – Koreaans succes…

Een merk dat tegenwoordig zeker bij ons hoge ogen gooit, al was het maar om die 7 jaar garantie die men op de meeste auto’s verstrekt, is het Koreaanse KIA.

Na Hyundai het tweede volumemerk uit dat ambitieuze land waar men zo autogek is dat men de Japanners van de troon wil stoten qua bouwvolumes. Bouwt het merk tegenwoordig bijna 3 miljoen auto’s per jaar, ooit startte het (1944) met de fabricage van stalen buizen en fietsonderdelen. Dat werd in 1951 omgezet in de bouw van hele fietsen en later ook nog motorfietsen. En neem van mij maar aan dat wij er hier in Nederland toen nog nooit van hadden gehoord. Pas in de jaren zestig zette KIA vierwielers in elkaar, veelal onder licentie van Japanse merken, zoals Honda en Mazda. Jammer genoeg moest het bedrijf in 1981 van de Koreaanse regering stoppen met de ontwikkeling en bouw van personenwagens en mocht het nog slechts vrachtwagens produceren.

Wellicht onder druk van het toen ook al naar volume zoekende Hyundai? Vijf jaar later herstartte men die productie echter weer en nam o.a. van Mazda overgenomen modellen in productie zoals de Pride, die baseerde op de 121 van het Japanse merk. Daarmee zette men indertijd ook de export op en zagen we de eerste KIA’s ook bij ons verschijnen. Veel ex-Mazda-dealers zagen wel wat in dat Koreaanse merk en omdat de prijs laag was wist men er ook kopers voor te vinden. KIA expandeerde al snel met een hele reeks wagens die allemaal een verschillend merkbeeld uitdroegen, voor een deel doordat men licenties gebruikte van andere merken, maar nog geen eigen imago wist te vestigen. Maar als de prijs laag is zijn er altijd kopers te vinden. Intussen was KIA ook in de V.S. actief en werd het daar flink succesvol.

De Sephia en Sportage werden modelnamen die je zowel in Amerika als Europa kon tegenkomen. Zij het in niet al te grote aantallen. Maar het begin was er en heel langzaam bouwde men de volumes verder op. Tot het bedrijf in 1997 failliet ging. Een jaar later nam Hyundai de boedel voor 51% van de aandelen over en hield zo concurrent Ford buiten de deur dat ook al aandelen KIA had verworven. Door een slimme aandelenruil tussen beide Koreaanse merken werd KIA beschermd tegen verdere buitenlandse invloeden. En door die samenwerking kreeg KIA sterk verbeterde technieken beschikbaar en kon men teren op de financiele reserves van de enorme gigant die Hyundai nu eenmaal in eigen land is.

Europa werd focuspunt voor de Koreanen en men vestigde hier ook een eigen hoofdkantoor, vlakbij dat van Opel in Duitsland, nam mensen aan met een Europese visie en kreeg zo modellen in huis die aanspraken bij een breder publiek. Volume was nu een nieuw toverwoord en al snel verkocht KIA twee keer zoveel auto’s als concernmoeder Hyundai. Hetzelfde voor een lagere prijs, het blijft een bijna magische marketingformule. Zeker in Nederland. Terwijl men in groot tempo de markt veroverde met heel veel modellen tegen aantrekkelijke prijzen, wist men ook de kwaliteit van de wagens snel naar het niveau te brengen van Europese en zelfs Japanse auto’s. En tegenwoordig heeft men diverse hybride- en elektrische voertuigen in het aanbod. Een budgetmerk is KIA intussen niet meer, kwaliteit en innovatie kent haar prijs.

Maar men heeft intussen wel een trouwe schare merkrijders gekregen en het imago van het merk stijgt langzaam maar zeker naar enig niveau. De echte topklassemarkt voor limousines die men ook bouwt heeft men echter qua verkoop nog niet veroverd. Althans niet in Europa. In de VS gaat dat toch eenvoudiger. En ook in eigen land is KIA een merk met grote waarde geworden. Van daar die aantallen die men per jaar nu bouwt. Typische modellen van het merk zijn de Ceed, Niro, Optima, Picanto, Soul en Sportage. Als je onderweg oplet zie je ze vast elke 100 meter wel voorbij komen. En die naam? KIA betekent vertaald zoiets als Opgestaan in Azie. Nou als dat geen indicatie is voor de ambities die het merk nog steeds heeft…dan niets….(Beelden: Archief/internet)

Koiboys…

Koiboys…

De kop van dit blog refereert aan de uitspraak die in ons land vroeger nogal eens werd gebruikt voor in films of boeken opgevoerde koeienjongens die het zo lastig hadden met de Amerikaanse Indianen.

Want die ‘arme jongens’ werden bedreigd met van alles en nog wat en moesten zich daar wel met veel geweld tegen verdedigen. Indianen de grote en vooral krom Engels sprekende vijanden van die voor ons zo herkenbare cowboys voorzien van hun stoere uitrusting en colts met lange loop. De sigaretten losjes in de mond. Slachtpartijen veelal het gevolg van bepaald gedrag en dat land van die Indianen toch maar mooi ontgonnen. De blanke mens als superieur aan die roodhuiden die maar een beetje rondhingen op de prairie en in tenten woonden met hun (in films) bloedmooie vrouwen. Nee, dan was onze veelal Europese beschaving toch wel superieur.

Zo ging dat in die vele boeken en films waarvan een aantal toch zeer beroemd werden en het patroon elke keer gelijk. Waar we toen volkomen aan voorbij gingen was dat die Euro-Afrikaanse cultuur helemaal niet thuis hoorde in dat nieuwe Amerika of Canada. Als we spreken over kolonisatie moeten we dat Amerika vooral niet vergeten. Europeanen op verkenningstocht door de voor hen veelal onbekende wereld eigenden zich met donder en geweld hele werelddelen toe waar ze vruchtbare gronden vermoedden en de lokale bevolking inschatten als ‘wild’ en ‘gevaarlijk’.

Het patroon was overal gelijk. Indiaanse volken (helaas, die term kregen we door Columbus die bij ontdekking van Zuid-Amerika meende in India te zijn terechtgekomen via de westelijke route) streden met veel moed en soms wanhoop tegen de invasie van allerlei volken die toen vonden dat ook zij recht hadden op een stukje van dat nieuwe land. De Ieren, Zweden, Britten, Fransen, Duitsers, Nederlanders, Russen, Portugezen, Spanjaarden en niet te vergeten Italianen kregen allemaal de kans op een stukje van dat grote land, mits ze het zelf ‘ontdekten’. De grote tochten over land voor dat doel gedaan met karavaans die bewapend het binnenland introkken en daar piketpaaltjes sloegen waar nieuwe farms werden ingericht en met vee of koren een nieuwe realiteit maar ook economie werd opgebouwd.

Al die staten in de 18e eeuw verenigd i n de VS waar men later nog een bloedige oorlog uitvocht over het recht al dan niet Afrikaanse slaven te mogen houden, met alle gevolgen van dien tot nu toe, maar niemand die zich druk maakte over de eigenlijke inheemse bevolkingsgroepen. Die stopte men weg in reservaten en zag ze als ‘nulmensen’, nog lager in te schatten dan de Chinese gastarbeiders die ooit werden binnengehaald om de spoorwegen aan te leggen in dat immense land. En dat is in het hele Amerikaanse continent nergens anders. Van Canada tot het uiterste zuidelijke puntje van Zuid-Amerika. De voertalen zijn Spaans, Portugees, Engels en Frans, maar weinigen kennen de oude talen nog van de oerbevolking. Ik blijf dat schrijnend vinden. Black Lives Matter maakt zich druk om haar rechten in die VS, al dan niet terecht, maar Red Lives Matter is een roep om gerechtigheid door een volkomen verdrukte groep mensen die straks door voortdurend restrictief beleid zal zijn uitgestorven. De ontdekking van de nieuwe wereld en die cowboys met hun wapens zorgden voor een hoop ellende. En zo zie je maar dat massa-immigratie van mensen met een totaal ander wereldbeeld dan het jouwe niet meteen verrijking betekent maar juist verarming en ongewenste verkleuring. De koiboys van toen nu de loverboys en fanatici met een bijzondere agenda. Geschiedenis leert soms veel. Maar je moet er wel even voor open staan. In het land van blinden is eenoog koning. (Beelden: internet)

Herdenking…

Herdenking…

Ik weet wel dat veel mensen langzaam aan menen dat we het begrip ‘Herdenking’ maar moeten verbreden en die tweede Wereldoorlog maar eens moesten vergeten. Immers, er zijn ook tegenwoordig zoveel mensen die zich achtergesteld voelen en ‘enorm lijden’ onder vaak zelf gekozen of gekoesterde problemen. Maar ik ben daar niet van. Ook ik maakte de gruwelijkheden van de oorlog niet mee, maar wel de verhalen van generaties voor mij die in enigerlei vorm aan den lijve ondervonden wat oorlog en bezetting met mensen doet. Wat sneuvelen is, of hele families uiteengerukt zien worden. Waarvan sommige mensen tot op de dag van vandaag door de overlevering lijden onder wat toen is gebeurd. Want in dat vredige Nederland van net voor mei 1940 kon niemand bevroeden dat we honderdduizenden medemensen zouden gaan verliezen uit onze samenleving. Het getuigt wellicht van grote naiviteit maar zeker ook van de gedachte dat in ons land zoiets ondenkbaar was. Nederland als baken van burgerlijke gehoorzaamheid en veiligheid.

Ook in die jaren al. Maar toen de Duitsers ons land in de greep kregen was het snel gedaan met onze naiviteit en onschuld. Al snel werden tegenstanders van de Nazi’s afgevoerd, sommigen daarvan kwamen nooit meer terug. Daarna begonnen de jodenvervolgingen. En anders dan sommige geschiedvervalsers anno nu wel eens willen doen geloven was dat toch wel iets anders en wreder dan we nu zien als de avondklok ons thuis houdt of als we mekaar vanwege dat virus niet mogen knuffelen. Straten werden soms afgezet door speciale overvalcommando’s en met de door de ambtenarij van toen verstrekte adresgegevens werden joodse gezinnen van huis gehaald, in vrachtwagens geladen en naar opstelplekken gebracht waar vandaan ze op transport gingen naar concentratiekampen of directe vernietigingsoorden.

‘Mindere mensensoorten’ als homoseksuelen, zigeuners en later zelfs priesters gingen dezelfde weg. Massaal, industrieel. Bij de miljoenen vond volkerenmoord plaats. Niet om wie je was, maar om wat je was. Joodse mensen de vijand van het nazisme. Niet zo maar, want een haat die al heel lang borrelde in Centraal- en Oost-Europa. In totaal ruim 6 miljoen Joden vermoord, vanuit Nederland zeker 250.000! Dood om wie je bent! Onvoorstelbaar. Later zouden we ontdekken dat het communisme in de Sovjet-Unie zelfs nog grotere aantallen mensen deed vermoorden. Bij de minste of geringste verdenking was het einde oefening. Totalitaire regimes genoeg toen en de controle nul. Het zijn die doden die we juist vandaag herdenken. Tegenwoordig tellen we dan ook de mensen mee die in militaire krijgsdienst hier en ‘in den vreemde zijn gesneuveld voor het vaderland’. Want laten we wel zijn, veelal dienstplichtigen die moesten doen wat er werd gezegd en voor wie weigering soms grote gevolgen kon hebben. Vanachter een studeertafel óf lekker thuis werkend is het achteraf makkelijk kritiek op geven natuurlijk, en roepen dat we elders ‘niets te zoeken hadden’ veelal getuigend van weinig inzicht in de historie van dit land. Een land dat democratisch in elkaar steekt en waar de vrijheid van meningsuiting nog niet helemaal is afgeschaft al zijn er stromingen die dat graag zouden willen. Net zoals die bezetter in de oorlog. Die een hekel had aan andersdenkenden. De volgende stap dan snel gezet. En daarom moeten we realistisch gedenken. Elk jaar weer. Want de bedreigingen zijn niet verdwenen. Integendeel….. (Beelden: Internet/archief)

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Steeds langzamer ging de groep met de ridder in het midden huiswaarts.

Niet alleen omdat een aantal van de eigen soldaten van Ridder Brandewijn gewond was geraakt, maar hij zelf ook en dat begon hem nu op te spelen. Ook onder de paar gevangenen waren een paar mannen er slecht aan toe en vielen soms zomaar neer. Dat vertraagde de thuisreis. Maar dat deed ook het slechte weer dat na de slag aan de rivier over hen heen was gekomen als een gordijn. De regen maakte de paden modderig en zwaar al spoelde het ook de bloedresten van de lijven en het vuil van de kleren die ze droegen. Toen ze weer in het woud terecht waren gekomen en de heuvels beklommen die richting Rosendael leidden werd het donker. Hoewel de bomen de regen wat tegenhielden was het wel duidelijk dat ze kamp moesten maken. Zo konden ze niet door en Ridder Rogier voelde zich niet goed genoeg om ook in de nacht door te trekken, al liet hij dat niet merken. Midden in het woud zagen ze ineens een lichtje. Zou daar iemand wonen? De Ridder stuurde zijn paard die kant op en hoopte dat het een boerderij zou zijn waar hij met zijn mannen onderdak kon krijgen en even op temperatuur komen. Het bleek echter een relatief klein hutje te zijn.

Niet veel meer dan dat. En om dat hutje heen zag hij allerlei voorwerpen in de struiken hangen die hem meteen deden vermoeden dat hier een heks moest wonen. Vanuit zijn geloof had hij daar een afkeer van, maar die heksen uit het woud konden met kruiden nog wel eens iets doen om wonden te verzachten. Dus stuurde hij een van zijn mannen naar de hut om de daar wonende bosfeeks te vragen om hulp. De vrouw die naar buiten kwam was niet oud, zag er niet vies uit, maar liep meteen op hem af en bekeek hem en zijn paard van boven tot beneden. ‘Heer, alles wat ik u kan bieden is ter uwer beschikking’ zei ze met zachte stem terwijl ze het paard langs de hals streelde. Ridder Rogier stapte af, wankelde en zou gevallen zijn als zij hem niet had tegen gehouden. Ook twee van zijn mannen hielpen hem en droegen hem bijna naar de hut van de vrouw die hen voor ging met een olielampje in haar handen dat ondanks de regen toch bleef branden. Ze legden Ridder Rogier in de hut op een bed van oude lappen en takken en ontdeden hem van zijn harnas. Toen pas merkten ze de vele wonden die hij in de strijd had opgelopen. Veel bloed was hij verloren. De vrouw stuurde de mannen weg. Vertelde waar ze bessen en ander voedsel zouden kunnen vinden en dat ze buiten hun kampement konden opzetten. Zij zou de wonden van de ridder wel verzorgen. Toen de mannen van Brandewijn waren verdwenen ontdeed ze Ridder Rogier van zijn zijn verdere kleding en pakte wat potten met kruidenzalf en andere smeersels en begon hem daarmee in te smeren. Zelf maakte hij dat nauwelijks meer mee. De vermoeidheid speelde hem parten, maar het bloedverlies had hem ook verzwakt. Op zijn paard was het nog wel uit te houden geweest, maar nu hij eenmaal lag….. De vrouw bleef een tijd met hem bezig, pakte toen een aantal bladeren en legde die op zijn verwondingen en pakte hem daarna in een soort van oude deken, gaf hem iets te drinken uit een kleine nap en legde haar hand op zijn voorhoofd. Maar dat maakte Ridder Rogier niet meer bewust mee….Hij sliep….koortsig als hij was en doodmoe van…..ja van wat ook al weer??