Het belang van Schiphol – voor ons allen…

Als ik het dan toch heb over het economische belang van o.a. een luchthaven als Schiphol voor ons allen als ingezetenen van dit land moeten we even terugkijken naar de tijd dat dit vliegveld werd uitgebouwd door toedoen van o.a. de pioniers bij KLM. Zonder KLM geen Schiphol en zonder Schiphol was er vermoedelijk van dat nu al bijna een eeuw durende avontuur bij KLM ook niet veel terecht gekomen. De Gemeente Amsterdam zag er voor de oorlog gelukkig de noodzaak van in om een eigen luchthaven te bezitten waarmee de stad een groter belang kreeg dan het in feite op basis van haar eigen omvang verdiende. De KLM had met Albert Plesman als voorman ook grote ambities. Men vloog indertijd al een lijnennet dat zich uitstrekte tot de voormalige koloniale bestemmingen als het vroegere Nederlands-Indië of de Caraïbische eilanden. Maar men vergat ook niet dat de wereld uit meer bestond dan alleen het eigen grondgebied en zo werd al snel een fijnmazig netwerk opgezet naar alle grote hoofdsteden in Europa. Na de oorlog werd dat uitgebreid met New York, Tokio, Sydney en Johannesburg.

KLM was dus de drijvende kracht achter de expansie van de luchthaven die in 1967 zijn beslag kreeg toen het nieuwe Schiphol van toen, op een kilometer of 7 zuidwest van het oude gelegen, werd geopend. Sindsdien is dat Schiphol een enorme luchthaven geworden en is het aantal vliegbewegingen sterk uitgebreid. Sinds de jaren negentig kwamen daar de budgetvliegers bij. EasyJet, Vueling, WOW, Ryanair etc. Als je dan nu op de ranglijst van Europese luchthavens kijkt met de meeste directe verbindingen zie je dat Amsterdam helemaal boven aan prijkt, nog boven het op zich nog drukkere Heathrow bij Londen en Frankfurt an Main. Vanaf Schiphol vlieg je naar ruim 400 bestemmingen meer dan naar het door Air France benutte Charles de Gaulle. Dat is best trots makend en geeft ook het belang aan van zo’n vliegveld.

Want veel passagiers zorgen ook voor een enorme economische bijdrage aan ons aller welvaart. De prijs die je dan wellicht betaalt is de grote drukte. Die ervaar je als passagiers, maar ook als omwonenden, mijn vorige blog ging daar al over. Los van al die vervoerde passagiers heb je dan ook nog de logistieke sector. Luchtvracht was vroeger een snel ontwikkelende sector omdat veel goederen door de lucht moesten worden vervoerd opdat ze vers en snel bij wereldwijde ontvangers zouden aankomen. Denk maar eens aan de bloemensector die we vooral kennen uit Aalsmeer en Rijnsburg. De veilingen daar waren nooit zo groot geworden als ze nu zijn zonder een luchthaven als Schiphol om de hoek. Luchtvracht werd daar altijd als belangrijk gezien en de enorme gebouwen die intussen rondom de platforms en startbanen zijn gebouwd zijn daar getuigen voor. De sector is wellicht van karakter veranderd, de vliegtuigen die deze vracht vervoeren zeker ook. Waren het vroeger vaak oude afgedankte passagiersvliegtuigen die nog net konden vliegen maar goed genoeg werden geacht voor het transporteren van vracht en post, tegenwoordig bouwen zowel Boeing als Airbus speciale vrachtversies van hun laatste passagiersmodellen en leveren die bij de tientallen af aan gespecialiseerde airlines. En die zie je je ook dagelijks op Schiphol neerstrijken. Met naar vermogen 30-100 ton lading aan boord. Keurig verpakt in containers opdat de be/ontlading efficiënt verloopt. Alles bij elkaar opgeteld is die luchthaven van levensbelang voor ons allen. Of dachten we wellicht dat het met een zeilschip net zo goed te vervoeren was?! Nee toch zeker? Koester nou maar wat er is en weeg plus- en minpunten. Dan kom je er vanzelf achter dat we zonder Schiphol niet zouden kunnen leven in de welvaart die we nu zo normaal achten.

Stop met mekkeren….en verhuis desnoods…

Weet je wat ik nou echt vervelend vind? Nou?? Mensen die gaan klagen over hun leefomgeving terwijl ze er zelf bewust voor hebben gekozen om daar te gaan wonen. Of werken, net hoe het uitkomt. Bedenk maar eens mensen die in onze trotse en mooie stad komen wonen en dan beginnen met mekkeren over de grote drukte of nog erger, het verkeer! Dat snap ik echt niet. Weet je toch van tevoren? Blijf dan in dat dorp waar je vandaan komt maar verhuis niet naar een grote stad. Mijn tante H woonde ooit in Amsterdam Oost. Vlak voor haar huis lag de spoordijk die het Muiderpoort- met het Amstel Station verbond. Elke paar minuten denderde daar, ook toen al, een trein voorbij. De ramen trilden. Maar zij merkte het nauwelijks meer op. Wij woonden in een straat waar veel bedrijvigheid was. Garages, middenstanders, altijd drukte. Het ontging ons min of meer, gewend als we er aan waren. Kwesite van instelling en acceptatie. Zo zit het naar mijn idee ook met de krankzinnige discussies die momenteel lopen over het al dan niet toelaten van ‘vervuilende’ auto’s in de steden.

Of het beperken van het luchtverkeer. Of het wegwerken van de economische kracht van een havengebied naar halverwege de Noordzee. Vaak wordt dit gedaan door mensen die omdat ze geen andere argumenten meer kunnen verzinnen het milieu erbij halen of het woongenot van inwoners van straten en buurten waar zij zelf ook graag verkeren. Vaak kennen ze de geschiedenis van die ‘vervuilers’ of ‘lawaaimakers’ helemaal niet. En waren ze dat in hun oude woonomgeving ook niet gewoon. Neem nu Schiphol. Dat werd ooit, 100 jaar geleden, opgezet op een fikse afstand van de stadsgrenzen van Amsterdam. Je moest echt een aardig stukje reizen om er te komen. Dat vliegveld lag er vijftig jaar geleden nog steeds. Op precies dezelfde plek. Maar de stad was intussen met enorme snelheid richting dat vliegveld opgeschoven. En dat gold ook voor randgemeenten als Amstelveen, Badhoevedorp of Zwanenburg. Toen Schiphol onder druk van de omstandigheden doorontwikkelde en met nieuwe start- en landingsbanen trachtte bij te blijven in de vaart der volkeren kregen die nieuwe buurten last van de geluiden die startende en landende vliegtuigen nu eenmaal veroorzaken. En moest Schiphol maar weg…..

Mensen die je nu aantreft bij GroenLinks en D66 gilden het hardst. Dat zo’n vliegveld goed was voor meer dan 200.000 directe banen speelde geen rol. Men wilde rust! Net zoals men dat wil langs de drukke wegen en straten waar men het liefst elke automobilist direct een boete zou geven voor zijn of haar moed om dat ding überhaupt in beweging te zetten. En intussen bouwt men maar door. De steden groeien naar elkaar toe, de grote Randstad lijkt een economische eenheid met wat specifieke hoogtepunten ertussenin. Door het steeds meer bebouwen van alle beschikbare groen wordt de lucht steeds vuiler, mits je alle onderzoeken op dat punt zou willen geloven. Zelfs als we alle gemotoriseerde vervoer aan banden zouden leggen, we onze huizen niet meer zouden verlichten of verwarmen, en zouden leven als in de Middeleeuwen gebruikelijk, bleef die vervuiling groot. Gevolg van globalisering en een steeds maar groter wordende wereldbevolking die overal en nergens neerstrijkt met het idee dat alle natuurlijke en kunstmatige bronnen moeten worden gedeeld. Hoe leuk dat laatste ook is, daardoor krijg je ook dat we de boel niet meer schoon zullen krijgen. Dat lukt pas als we eens stoppen met expansie van ons denken. En niet blijven bouwen op plekken die bij oplevering al zorgen voor veel overlast door omgevingsfactoren. Walletje en schuurtje, gewoon realisme. En stop nou eens met dat gemekker. JIJ bent híér of DAAR gaan wonen. Had je maar onderzoek moeten doen vooraf….

De watersnood van een 15-jarige

Voor veel mensen is 1953 ver voor hun tijd, of ze zijn het jaar bijna vergeten. Maar in Zeeland wordt het verhaal van dat rampjaar doorgegeven via de anekdotes die van generatie op generatie overeind blijven of uitvergroot. Onlangs was ik voor het jaarlijkse uitje in die natte en vooral vlakke provincie voor het eerst in het plaatsje Stavenisse. Oorspronkelijk een eiland tot die enorme springvloed Tholen en St.Philipsland te pakken nam. Het geisoleerde Stavenisse liep compleet onder. Waar elders in die hoek mensen natte voeten kregen stond men in Stavenisse relatief snel tot de nek in het koude water en werd een deel van het plaatsje compleet van de aardbodem geveegd. En dat ging zo snel dat heel wat mensen het leven verloren. 8,8% van de bevolking. En heel wat koeien, schapen en ander vee. Ook erg was dat zij die dat nog konden voor zover mogelijk in pyjama of nachthemd vluchtten naar hogere punten die indertijd slechts te vinden waren in de kerktoren of het stadhuis.

Daar huisden op enig moment tijdens die ramp tientallen mensen in de kou maar wel beschermd tegen het wassende water. Hulp kwam niet of veel te laat, Stavenisse werd 8 dagen lang min of meer vergeten. Om dit verhaal levend te houden bestaat er in het oude gemeentehuis een soort mini-museum dat men aanduidt als het Watersnoodhuis Stavenisse. Voor een luttel bedrag krijg je daar een gids mee die je via allerlei simpele hulpmiddelen en een hoop enthousiasme uitlegt wat daar in Stavenisse plaats heeft gevonden. Het lieflijke plaatsje van nu was toen een en al ellende. Maar de gids maakte het verhaal mooi, zakelijk en to-the-point. Hij showde de lage en hoge plekken, maakte beeldend hoe op de kamer waar het grootste deel van de expositie te zien is wel 80 mensen op elkaar gedrukt stonden te kijken naar hoe hun huizen of boerderijen compleet werden weggevaagd door het woedende water.

Geen dijk leek bestand tegen deze oerkrachten. Als je wilt kun je in een filmzaal beelden bekijken over de ramp die dit plaatsje tekende. Zodanig dat we er nu nog over kunnen horen of lezen. Door middel van een gids die er alles aan deed om duidelijk te maken hoe zijn opa en oma, maar ook zijn vader en moeder moeten hebben geleden onder alles wat hier plaatsvond. Want bij de uitgang gevraagd naar zijn leeftijd, vertelde hij dat hij net 15 was geworden. Kijk, als dat niet het bewijs is dat men het hier aan mekaar doorgeeft, dan niks. Men moet nog even kijken naar de Nederlandse taal, want de D en T zijn nog niet helemaal goed gebruikt op sommige plekken. Maar ja, kniesoor die daar op let. Het verhaal werd heel goed verteld. Complimenten op zijn plek voor de jeugdige gids! Mocht je in de buurt zijn, ga zeker even langs daar.

De R van Revolutie…

Als iets de maatschappij dreigt te verscheuren is het toch het dedain waarmee sommige stromingen menen dat andersdenkenden vooral moeten zwijgen, niet weten waar het over gaat of wat goed voor hen is. De gemiddelde mens in onze streken heeft echter tegenwoordig een aardig stukje onderwijs gekregen en kan vrij zelfstandig denken. Niet dat dit meteen leidt tot grote intelligentie of overzicht hoor, maar dat zit ook niet aan die kant van het spectrum waar men meestal probeert wetten en normen vast te leggen die moeten gelden voor alle burgers. Opdat we niet te kritisch worden. Los van het fatsoen dat een normaal mens mee krijgt van zijn ouders of opvoeders, is het wel zo dat we steeds meer zien dat bij discussies de grenzen worden overschreden van het betamelijke. Ben je tegen de massa-immigratie ben je meteen een Wilders fan. Geloof je niet in de propaganda rond de door de mens veranderde leefomgeving behoor je tot de dommen die niet snappen dat als we nu niet extra lasten gaan betalen er nooit iets zal veranderen en het klimaat ons alle zal doden.

De inhoud van die discussie is net zo fel als die tussen voor- en tegenstanders van de toestroom van vooral economische immigranten. Men beschimpt de andere partij en neemt heel wat grofheid in de mond of geschreven uiting om argumenten kracht bij te zetten. Vaak worden feiten niet gebruikt, maar veel aannames en emoties. Men zit in het kamp van de ene of de andere politieke stroming en oreert vooral wat men in eigen kring graag hoort of leest. Zonder dat men de argumenten van de andere kant ook maar een glimp of momentje waardig acht. Opmerkelijk gedrag. Wat wel blijft is frustratie. Bij een groep Nederlanders die moe wordt van het gebadineer, het hautaine neerkijken op belastingbetalers met een mening, maar ook in de dagelijkse praktijk zien dat hun leefomgeving wordt overspoeld met de nadelen van al dat optimistische en vaak groen-socialistische denken.

Delen is leuk, maar als dat een halve eeuw moet gaan duren zonder kans op goede integratie gaat dat leiden tot extremistisch denken. En dat is de voedingsbodem voor revolutie. En dat kan van links of rechts komen en zelfs vanuit het midden. De geschiedenis heeft voldoende voorbeelden van dit soort aan elkaar geknoopte zaken. Van het een naar het ander en dan ineens de vlam in de pan. Nederlanders zijn normaal niet zo fel of oorlogszuchtig, maar kom niet in hun leefomgeving, huis of aan hun auto. En juist dat is waar die hautaine politici aan de linkerkant van het spectrum sterk in zijn. Laat de ander maar de rommel opruimen en vooral betalen. Het maakt niet uit voor wat, als de massa dat maar doet. En dan mooi weer spelen met een of andere vage agenda over groene zaken of sociaal denken. Het is een revolutie waard. Al is het maar in ons aller denken. Blijven we dit zwijgend accepteren of komen we in actie? Of blijven we gewoon commentaar geven en doen verder niets? Hoe zie jij dat?

De R – van Rooms-Katholiek

Kritische lezers en mede-bloggers zullen vaststellen dat ik een letter uit het alfabet heb overgeslagen. De Q! Daarmee kan ik niks, of het moest een opsomming zijn van woorden die nog net met een Q beginnen in ons taalgebied. Het leek me te veel van het goede, dus dan maar de R tweemaal benut. Allereerst in combinatie met een fenomeen uit mijn vroegste jeugd, het toen nog alomtegenwoordige Rooms-Katholicisme. Kijken we nu toch met zorg naar leeglopende kerken met een kruis op het dak om ze te zien vervangen door gebouwen met andere symbolen. Dat rijke Roomse leven is al een halve eeuw bezig met een ongecontroleerde terugtocht. De oorzaken lijken logisch. De gemiddelde Nederlandse burger is niet zo gelovig meer. En een kerk die ongeveer alles verbiedt wat voor een beetje mens leuk of nuttig is wordt nu niet meer serieus genomen. Na de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de verlichting en moesten kloosterlingen en zo meer inbinden qua macht en invloed. Meneer Pastoor behoorde ineens niet meer tot de notabelen van een buurt of dorp en je moet wel in een echt katholieke omgeving leven wil je nog een processie over straat zien gaan.

Katholieken houden van symbolen. Beelden, opschriften, kaarsjes branden voor een heilige of Maria, als moeder van God. Kijk in een willekeurige katholieke kerk en je snapt wat ik bedoel. De sfeer is daar veel warmer dan in welke protestantschristelijke kerk ook. Puur de aankleding. Maar dat moet dan wel je smaak zijn uiteraard. In het buitenland zagen we bij kerkbezoekjes veel kitsch tussen alle kunst op dit gebied. Maar de aanbidding was er niet minder om. Wat ook misging was natuurlijk de onnatuurlijke wetgeving voor priesters en nonnen ten aanzien van hun eigen seksualiteit. Toetreden als professional tot de katholieke kerk hield in dat je het celibaat moest volgen. En dat hield in seksloosheid. Zelfs de zelfwerkzaamheid werd verboden. Allemaal zonde! Dat dit niet kon werken bewezen veel geestelijken die de handjes niet thuis konden houden en al hun gevoelens voor de andere sekse, maar erger nog, de eigen sekse op kinderleeftijd, niet wilden of konden verbergen. Het onder de pet houden van deze misbruikschandalen was de doodklap voor de acceptatie van autoriteit van of binnen de kerk.

Veel pauzen, kardinalen en bisschoppen, voor zover zelf zuiver op de graat, bewaarden het stilzwijgen en draaiden daarmee de godsdienst bijna de nek om. Althans in onze streken. Elders in de wereld groeit dit geloof ongekend. Het is maar net waar je woont en hoe goed opgeleid je bent. Want intensief geloven heeft volgens mij ook iets van doen met een zekere volgse naïviteit en vooral hoop op een betere toekomst ‘ooit’. Wat minder met goed nadenken en kritisch zijn t.a.v. alles wat wordt verteld. Al zijn die verhalen dan soms prachtig hoor. Ik kan me er best een paar herinneren uit die eerste periode. Maar goed, ook al werkte de indoctrinatie indertijd zo goed dat ik het katholicisme beschouw als het enige juiste geloof aan christelijke kant (..), ik ben toch ook blij dat ik er min of meer los van ben gekomen toen ik 14 was en mijn toekomst verder elders zocht. Al blijven die kerken mooi en wil ik altijd even kijken als we er weer eentje tegenkomen. Noem het maar een afwijking…En daarvoor is weinig remedie te bedenken. Al heeft dat begrip dan zelf weer een R aan het begin. Welk geloof hangen of hingen jullie aan en ben je dan ook nog echt belijdend daarin?? Ben benieuwd naar de reacties…

De komst van Prins Percy

We keken er al enige tijd met grote belangstelling en even groot ongeduld naar uit. De komst van onze derde kat(er) die op 5 mei jl. werd geboren. Een soort van raskatje. Een Ragdoll! Niet dat we daar nu per se van zijn, onze nog jonge al in huis verkerende vierpotige huisgenoten waren meer van de normale kattensoort, maar we wilden gewoon iets anders toevoegen. Naast twee zwarte nu eens iets grijs of blonds. Via een lieve vriendin die ons hier over tipte kwamen we terecht bij een dame die met haar gezin een huis bewoonde waar wij ooit drie nummers verder op in de straat onze Almeerse jaren sleten. Het nestje was juist ingericht, de kittens nog een soort blinde molletjes op zoek naar de melk die moederpoes nogal gemakkelijk verstrekte. Twee echt blonde kittens en twee iets donkerder van kleur. Om praktische redenen wilden we een katertje. Dat werd dus afwachten. Want voor je het geslacht kunt bepalen bij een kitten ben je wel een paar weken verder. En bij de vrij harige soort waar wij nu voor gingen is dat extra lastig.

Overigens is onze poes nummer 2, Punkie, als ‘vrouwtje’ bij ons binnengekomen met de daarbij behorende naam en garantie. Maar het asiel waar we deze lieverd vandaan haalden had niet goed gekeken en bij de eerste controle van de d.a. die we hiervoor in de arm namen bleek het toch echt een katertje te zijn. Nou ja zeg….. Maar eenmaal in huis verandert het geslacht niets al is de ingreep ter castratie een heel andere dan die waarbij een vrouwtje moet worden gesteriliseerd. Hoe dan ook, pas onlangs werd duidelijk dat het nestje van 4 kittens een enkel mannetje had voortgebracht, die werd voor ons. En deze kleine schavuit haalden we in de derde week van juli op. Goed op gewicht, zindelijk, lekker gezond, brutaal als de beul en schitterend van kleur en haardracht. Prins Percy. Een naam die klinkt als een klok, een paar dagen lang uitgedacht, omdat wij nu eenmaal sinds de jaren 70 de principes huldigen dat onze huisgenoten een naam moeten krijgen die met een P begint.

Ach, laat ons, het is gewoon een leuke traditie. En deze bijna koninklijke gast kreeg de toevoeging Prins omdat ik dat extra leuk vind. Hoe dan ook, ‘gewoon volk’ mag hem Percy noemen. Een prinsje van de soort die ons direct om de harige vinger wond. De hele rit naar zijn nieuwe huis niet mekkeren of miauwen maar gewoon lekker slapen. Thuis ging dat wel over. Hij blijkt een kwekkerd. Overal waar hij loopt laat hij zich horen. Als hij iets van ons wil, miauwen! De bak opzoeken of zijn huisgenoten, idem dito. Het gewenningsproces met die twee hier al enige tijd verkerende jongvolwassenen had wat voeten in de aarde. Geblaas over en weer was niet van de lucht. Maar na twee dagen begonnen de verhoudingen te ontdooien. Percy werd steeds beter geaccepteerd. Met name zijn grote ‘voorbeeld’ Pixel begon hem echt leuk te vinden en liep al snel te dollen. Dat kwam en komt dus wel goed in poezenland. Nu is hij nog klein en genieten we van het typerende kittengedrag. Gaat snel zat. Zijn pa was na een jaar al een kilo of zeven en uitgegroeid tot een heel stevige kater. Ook dat zal wennen worden voor de andere twee. Pixel is een meer dan stevige en gespierde kater, die redt het wel, maar onze Punkie is een soort van zielige kneus. En groeit niet meer. Dus die krijgt het wellicht lastig in de toekomst. Maar ja, die wil ook niet echt een liefdesrelatie met de nieuwkomer. Is wellicht een voorbode…

Wokken in Uden

Als we dan met zijn viertjes een paar dagen onderweg zijn is het vrijwel altijd zeker dat we op zoek gaan naar een goed en betaalbaar wok restaurant. Omdat je daar voor niet al te veel geld vaak erg goed eet en een paar uur onder de pannen bent in grote gezelligheid. In het Brabantse Uden vonden we onlangs zo’n gelegenheid die er zijn mocht. Het Japans-Oosters/Buffetrestaurant Paradijs in die plaats, gelegen aan de Prior van Milstraat 18 mocht ons tot haar gasten rekenen en dat was een waar genoegen. We werden meer dan welkom geheten en konden bij de receptie kiezen uit Chinees wokken, Japans eten, a la Carte-gerechten of zelfs Nederlands. Voor al die soorten van genoegens waren afdelingen in het restaurant beschikbaar. Onze wok tafel was keurig en fraai gedekt en de dame die ons bediende was meer dan vriendelijk en aardig. Het buffet waar je zelf je eigen maaltijden samenstelde was overdadig en veelzijdig gevuld met van allerlei lekkers.

Van kleine voorgerechtjes tot meer dan smakelijke toetjes. Het wokken werd gedaan door vriendelijke koks die al glimlachend een show opvoerden om zo jouw gerechten tot iets lekkers om te toveren. Ik weet echt niet meer wat we allemaal naar binnen werkten, wel dat het veel was en zeer lekker. Het restaurant was goed gevuld, om ons heen werden wat partijtjes gevierd door jongelui maar nergens leidde dat tot overlast of gebrek aan bedienend personeel. Dat bleef voorkomend, efficiënt en behulpzaam. Toen we dan uiteindelijk min of meer naar buiten rolden en blij waren dat we nog 2,5 km naar ons hotel terug mochten (moesten) lopen, waren we p.p. net twee tientjes verder en dat is geen geld voor zoveel lekker eten en drinken. Een aanrader van jewelste als je in de buurt bent daar. Rapportcijfer: 8,5

 

Geslachtbepalend gedrag..

Als partners kinderen plannen is het wellicht een van der meest belangrijke zaken bij een komende zwangerschap of men een wens heeft voor een jongen of meisje. Vroeger liet men Gods water over diens akkers lopen en accepteerde wat de voorzienigheid voor de a.s. ouders in petto had. Maar tegenwoordig willen wij het gelukkige gezin maakbaar houden en dus kijken we na twee weken zwangerschap via een pretscan al of er een jongen of meisje aan staat te komen. Het ligt aan de persoonlijke verwachtingen (..) of het ene of het andere geslacht gewenst is. Pret-echo’s en zo meer vertellen veel over de richting die het nog zo jonge vruchtje op gaat qua groei. Dat ene kleine aanhangsel maakt al veel uit.

Toch wordt er ook door wetenschappers gekeken naar oorzaken en gevolg bij het krijgen van jongens of meisjes. Het blijkt voor een belangrijk deel de moeder te zijn die oorzaak en gevolg met elkaar kan verbinden. Uit onderzoek van een paar jaar terug bleek dat moeders met veel stress veel vaker meisjes krijgen dan jongens. Hebben die moeders mannenberoepen krijgen ze juist vaak zoons. Is moeder niet van het uiterlijk moederlijke type met stevige heupen, maar neigt ze meer naar smalle exemplaren en kleine billen is de kans groot dat ze jongens zal baren. Moeders die in een oorlogssituatie terechtkomen krijgen heel vaak meisjes, maar hebben ze een leven vol vrede en intussen een hoge opleiding gevolgd is de kans op jongens veel groter.

Als de moeder 30plus is en alsnog aan kinderen begint zal ze sneller een meisje krijgen en hoe vreemd het ook klinkt, als diezelfde moeder gewoon elke dag rustig en goed ontbijt krijgt ze jongens als nageslacht. De wetenschap is er nog niet uit hoe dat precies werkt, maar statistieken liegen niet. Kortom, als je nog in die leeftijd zit dat je keuzes moet maken, zorg dan dat je een gedrag vertoont dat past bij de geslachtskeuze die je zou willen uitvoeren. En roken en drinken hoort niet bij a.s. moeders uiteraard. Het door mij teruggevonden onderzoek vermeldde niets over de kwaliteit van het mannelijk zaad, het gedrag van die mannen etc. Kennelijk maakt dat minder uit dan die zaken die ik hiervoor opnoemde. Ben benieuwd naar jullie ervaringen als vaders of moeders. En of je een koppeling kunt maken tussen theorie en praktijk…

Tuinen van Appeltern

Wie mij een beetje volgt door de loop der tijd weet dat ik met tuinen en groen niet zo heel veel heb. Nou ja, wel om in te zitten en te genieten, maar niet om er ddw iets aan te doen om al dat groen te verzorgen. Eens per jaar scheer ik de heg, ik trek wat onkruid uit de grond als vrouwlief me het verschil uitlegt tussen wat moet blijven en gaan, maar daar houdt het wel op. Zowel voor als achter het huis zit ik graag in de open ruimte waar wij over beschikken, maar dan vooral om te lezen of iets te drinken. En tegelijkertijd kijken naar de overvliegende metalen vogels. Het was dus een grote verrassing toen ik tegen de lieve vriendjes die me uitnodigden om mee te gaan naar De Tuinen van Appeltern, gelegen in het land van Maas en Waal, bevestigend antwoordde. Ach, je moet iets doen voor het onderhoud van die vriendschappen….

Maar ik kom op mijn evt. scepsis van vooraf graag terug. Die Tuinen zijn prachtig en de bestemming meer dan de moeite waard. Ook als je zoals ik niets hebt met groene vingers of zo. Los van al dat groen of de gekleurde variantie van de begroeiing in de vorm van fraaie bloemen, zijn er ruim 200 tuinpartijen met huisjes, kunst, steenformaties, watervallen etc. Je loopt je een kriek, maar je weet soms echt niet waar je kijken moet. Volgens verklaring van het bedrijf zelf is het Europa’s mooiste en grootste tuinexpositie en ik geloof dat direct. Men heeft ook aan de kinderen gedacht, er is een soort speeltuintje, open velden met ‘wilde vogels’, een zelf te bedienen pontveer, je kunt er op twee locaties lekker eten en drinken en er is een shop voor hen die kruiden willen gaan telen of bijvoorbeeld boeken over tuinieren mee naar huis willen nemen.

Overal wordt informatie verstrekt, er bestaat een mogelijkheid om bij de kassa draagbare apparatuur mee te nemen die je bij elke uitstalling informatie geven over de planten en gebruikte materialen. Dat inspreken gebeurde op fluisterniveau, je veroorzaakt er geen last mee bij de medebezoekers. Een handige plattegrond helpt je de weg te vinden in dit doolhof vol fraais, en je moet een beetje aardig ter been zijn om alles te kunnen bekijken. Dat je nog wat zitplekken kunt vinden, zelfs koffieautomaten en water-tappunten is allemaal een pre.

Ook toiletten voldoende, niemand hoeft de route met gekruiste knietjes af te lopen. Ik was ervan onder de indruk. En dat wil iets zeggen. Geen liefhebber en toch….. Ben je gek op groen, bloemen en tuinen is dit een must. Je weet dan niet wat je ziet en het geeft je vast veel inspiratie. Entree is officieel E. 13,50 voor volwassenen, met drie Euro korting als je boven de 65 jaar oud bent. Maar er zijn ook allerlei kortingkaarten of acties te vinden als je even je best doet. Parkeren, wel op enige afstand van de ingang, kost je 3 euro per auto. Maar echt, je krijgt er iets voor terug en de echte liefhebbers zijn hier een hele dag zoet. Wij niet, wij reisden door. Maar dat hadden we dan ook van tevoren zo afgesproken. Vanuit Amsterdam was het 1u15minuten rijden om in Appeltern te komen. Goed te doen voor een leuk dagje uit.

De P van Patsergedrag…

Onlangs zag ik weer eens iemand die volledig voldeed aan mijn (vooroordeel)beeld van een patser. Veel te opvallend pak aan, een horloge als een wekker om zijn gebruinde linker pols en autosleutels van een merk waarvan een ster het boegbeeld is naast de glimmende smartphone die uiteraard een te luide ringtoon voortbracht toen de man op meerdere momenten werd gebeld. Zijn al te donkere zonnebril maakte het beeld compleet. Compleet als in ‘het bewijs is geleverd, jij bent een patser’. Mensen als deze menen ook dat de wereld hen toebehoort en zijn vaak luider in de conversatie dan mensen met een minder uitgesproken karakter. Noem die patsers gewoon lieden met ‘nieuw’ of vooral ‘zwart’ geld en je komt een eind. En ik moest aan die man die ik hier beschreef denken toen ik onlangs hoorde van een douane-ambtenaar die zijn ambt misbruikte door in de Rotterdamse haven hele containers met drugs door te laten waarmee de onderwereld het nodige geld kon verdienen.

Elke container die hij doorliet leverde hem 5% op van de omzet die werd behaald met de inhoud.  Nu is maar de vraag of de aanbieders van die provisie ook echt eerlijk genoeg waren om die 5% zuiver te maken, maar de man had een enorm bedrag ontvangen. En dat vond de politie bij hem thuis, maar ook op zijn normale bankrekening. Miljoenen! En ook zijn auto, inrichting, horloges, kleding en vakantie waren op dat nieuwe gedrag aangepast. Zijn al dan niet nieuwe partner ook denk ik. Want hoe patserig het potje ook is, er past altijd een dekseltje op. Vaak van de uiterlijk aantrekkelijke soort, en met de insteek dat gedeelde smart halve smart is of dat er altijd wel wat kruimels vallen aan de kant van het snijbord als er grof brood wordt gesneden. Voorbeelden te over als ik weer eens in de grote koopgoten van ons land rond kijk. Foute auto voor de deur, foute man met vette creditcard en toch ook wel foute dames aan de armen.

Patsergedrag zie je ook bij hen die van hun werkgever mogen rijden in ‘patserbakken’ waartoe ik de hedendaagse SUV’s maar reken. Ik stam nog uit de tijd dat je met een auto van de baas netjes om ging en je een merk koos dat bij jouw klantenkring niet zou stuiten op weerstand. Die zelfreflectie bestaat kennelijk helemaal niet meer bij mensen die menen dat groot altijd groter kan en dat je daarmee indruk maakt. Het tegendeel is waar. Wie mij zou bezoeken om iets te verkopen of zo en dan met zo’n bak voor de deur kwam hoefde niet te rekenen op enige order. Dat geldt ook voor die overmatige horloges of dat al te geblondeerde haar. Doe normaal, dan doe je al gek genoeg. Echt Nederlands, ik weet het. En heeft niets van doen met jaloezie voor zover je dat zou denken. Want dat is mij vreemd. Net als patsergedrag. Pas niet bij een simpele mening gever. Sorry!