Messerschmitt…piepklein – grote faam..

Messerschmitt…piepklein – grote faam..

De naam Messerschmitt doet wellicht sommige ouderen nog de wenkbrauwen fronsen, voor mensen die zich zonder vooroordelen verdiepten in de geschiedenis is dit een heel grote. Qua vliegtuigbouw dan. Want een belangrijk deel van de Duitse Luftwaffe voor en tijdens WO2 was uitgerust met Messerschmitt’s. Van de Bf108 trainer tot de zeer opzienbarende Me-262 straaljager die al tijdens de oorlog rondvloog. Maar na de ook voor hem minder goed verlopen oorlog wilde oprichter en naamgever Willy Messerschmitt zijn mensen zo veel mogelijk aan het werk houden. Dat hij voorlopig geen vliegtuigen meer mocht bouwen accepteerde hij maar moeizaam, maar al snel vond men een alternatief; de bouw van kleine invalidenauto’s voor een groep kopers die in de oorlog aardig hadden geleden. Ingenieur Fritz Fend, ook al een luchtvaartpionier ontwierp het eerste voertuig, de KR175 en wist het concept bij Messerschmitt onder te brengen.

Sierlijk als een vliegtuigromp, een kap van een vliegtuig boven de twee inzittenden, die ook al weer net als in toenmalige sportvliegtuigen, achter elkaar plaats namen in de skelterachtige wagentjes. Een kleine een-cilindermotor van 174cc gaf 9 pk en draaide op tweetaktbenzine. Een succes vanaf de start. De eerste versie bracht het tot een ongelooflijke 20.000 exemplaren wat voor een karretje als dit ongekend was. Succes leidde tot ontwikkelingen en al snel kreeg de ‘Kabinenroller’ zoals zijn bijnaam werd, een grotere motor, een betere kap, hydraulische schokdempers en als fraaier zusje een cabrio-uitvoering met stoffen dak. De verkopen liepen als een speer. Ook in ons land kwam je die karretjes nog wel eens tegen.

Wilde je niet op de scooter met zijspan naar de camping, kocht je eventueel een Messerschmitt. Weinig wegenbelasting, zuinig en een top van 85km/u. Het was voor die tijd genoeg. Bagage nam je mee op een rekje boven de motor, of in een piepklein aanhangertje. Voor de liefhebbers van het betere scheurwerk kwam in 1958 de TG500 op de markt. Aangeduid als Tiger kreeg je nu vier wielen die vooral de achterkant breder maakten, maar ook een tweecilinder tweetaktblokje van 500cc waarmee de Tiger maar liefst 135kmu snel werd. Je reed er een beetje Opel Record mee zoek. Jammer genoeg voor Messerschmitt en Fend die nadat Messerschmitt weer terug ging naar de luchtvaart deze wagens in eigen beheer ging bouwen, was begin jaren zestig de trend richting dwergauto’s voorbij.

De duurdere Tiger verkocht dus duidelijk slechter dan het standaard model. Maar is nu een zeer dure klassieker geworden. Schrik maar niet van een prijs voor een goed rijdend exemplaar van rond de 35 mille. In Euro’s…dat spreekt. De Messerschmitt Kabinenroller dus. Een auto uit een ander tijdperk. Gekoesterd door liefhebbers in Duitsland, maar ook in ons land zijn die te vinden. Doet je terugdenken aan een totaal andere periode in autoland. Die van dergelijke mini-karretjes die in onze ogen zo klein zijn dat ze gevaarlijk ogen. En dat zijn ze eigenlijk ook. Maar ook curieus. (Beelden: Yellowbird archief)

Microkarretjes…

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog lagen de meeste Duitse industriele complexen in puin en moesten met name de autofabrikanten helemaal opnieuw beginnen. Daarnaast waren de vliegtuigbouwers die de hele oorlogsmachinerie van de nazi’s hadden helpen opbouwen, opgezadeld met een probleem. Ze mochten van de toenmalige bezetters geen vliegtuigen meer produceren. Maar hadden nog wel een aardige staf personeel. Gezien de chaos en armoede in die periode besloten veel fabrikanten om zich dan maar te storten op de bouw van vervoermiddelen die zouden kunnen voldoen aan een verwachte vraag in de jaren van de heropbouw. En zo zag je ineens driewielige voertuigen voor mkb-ers op de markt komen als de Goliath en Tempo, maar ook een hele reeks piepkleine personenwagens. Vrijwel steevast uitgerust met een tweetaktblokje van een beperkt vermogen, veelal ontwikkeld vanuit motorfietsmotoren.

Ondanks de nogal kleine buitenafmetingen waren die wagentjes mateloos populair en prestaties deden er vrijwel niet toe. De fabrikanten die wel grote auto’s gingen bouwen als BMW en Mercedes kwamen er al snel achter dat slechts zij die bij de overheid werkten of ergens nog wat zwart geld hadden liggen in staat waren hun wagens af te nemen. De gemiddelde Duitser moest het doen met zo’n dwergauto. Zundapp heetten die, Trojan, Messerschmitt, Heinkel, Goggomobil of Isetta. Als we met onze huidige ogen naar die karretjes kijken moeten we vaak toch wat glimlachen. Hoezo veiligheid? Hoezo uitstootwaarden? Nee, daar deed men in die jaren niet aan. Bij sommige van die wagens was de voorkant van de carrosserie ook meteen de toegangsdeur.

Inclusief meescharnierend stuurwiel. Bij de Messerschmitt Kabinenroller kreeg je een opzij klappende plastic kap, zoals bij een vliegtuig uit die tijd. Soms bood men auto’s aan met bankjes die ruggelings tegen elkaar aan waren geplaatst. Een op het oog ‘echt autootje’ kwam bij Goggomobil vandaan. Dat zag er uit als een normale auto, maar dan te heet gewassen. Het piepkleine motortje hing achterin. Hij was taai en tegenwoordig als klassieker nog gevraagd ook. Het ding bleef van 1954 tot en met 1969 in productie. Directeur Hans Glas was wel zo slim om er een paar varianten op te bouwen, zoals een aardig ogende Coupe die weer een eigen doelgroep bediende.

BMW nam op enig moment de licentierechten op zich van de wonderlijke Italiaanse Isetta en redde daarmee haar eigen voortbestaan. Het kleine ding kwam in 1951 bij de Beierse fabrikant in de verkoop en bleef dat tot en met 1962. Twee mensen konden er in mee, plus een klein koffertje. De toegangsdeur zat ook hier voorin en de aandrijving was even bescheiden als bij de concurrentie. Met 12 pk haalde je net de 85km/u. Maar bedenk maar eens dat hele volksstammen er mee werden bediend. Ook in ons land zag je ze regelmatig rijden. Wagens die mensen kochten om niet afhankelijk te zijn van een bromfiets of scooter. Je zat droog en kwam ook op je vakantiebestemming.┬á Toen het in Duitsland en ook in Nederland steeds beter ging kochten mensen grotere auto’s als de VW Kever, de Opel Olympia of Skoda Octavia. Wagens die stuk voor stuk overtuigden met meer rijcomfort en dynamiek, maar vooral ruimte. De dwergauto’s verdwenen. Enkele exemplaren bleven bewaard, anderen gingen verloren in de loop van de tijd. Maar ik denk dat heel wat mensen er met nostalgische gevoelens naar zullen kijken. Vandaar dit verhaaltje…(Beelden: Internet/Yellowbird)