Bentley – Chique sportiviteit

Had of heeft chique een naam? Zeker…In autoland o.a. Bentley. Dat stond indettijd al voor bijzonder, luxe, en in sommige gevallen ook snel. Want hoe groot die wagens van deze fabrikant ook waren, sommigen waren en zijn ook heel snel. Anno 1955 met een Continental S1 180km/u halen was best bijzonder. Draaien de moderne Bentley’s hun sportieve hand niet voor om hoor. Het merk is al enige tijd onderdeel van de Volkswagen-Groep en profiteert daardoor ook van de geweldige technische kennis van dat Duitse merk en dus is een beetje auto van dat merk nu uitgerust met een W12 of V8 motor die richting de 6 liter inhoud zorgen voor tussen de 500 en 700 vliegende paarden.

Daarmee gas geven leidt tot de acceleratie alsof je in een sneltrein zit, of een straaljager met naverbrander in de staart. Topsnelheden van ver boven de 300km/u zijn geen theorie en dat in een auto die toch heel veel chique uitstraalt. Bentley werd gek genoeg daardoor alleen al het domein voor kopers uit het Midden-Oosten met te veel geld of mensen in onze streken die houden van kunst en kitsch. Zo was het merk ooit niet bedoeld. Het waren van huis uit toch wat meer auto’s voor de rijke adel en elite van het Verenigd Koninkrijk, mensen die weliswaar Rolls Royce zouden kunnen, maar niet wilden rijden.

Het mocht wel een tandje sportiever in hun ogen en de ware liefhebber trok een tweet kostuum aan zette zijn geruite pet achterstevoren op de bol en ging van start als een coureur over de toenmalige smalle wegen. Luid gebrul uit de adelijke uitlaten vermengden zich met de kreten van plezier van hen die aan het enorme stuurwiel plaatsnamen. Uiteraard waren er ook keurig nette auto’s voor mensen uit de Upper-Class, soms met de chauffeur nog in de open lucht terwijl de opdrachtgever in het pluche en met een kachel beschermd tegen het slechte weer genoot van een ritje over het eigen landgoed.

Een tijdlang waren Rolls en Bentley ook min of meer zusjes. De modellen uit die periode leken zelfs op elkaar. Al was het voor kenners wel te zien wat een Rolls was en wat een Bentley. Tegenwoordig behoort Rolls Royce tot BMW en Bentley dus bij Volkswagen. Het kan verkeren. Maar bedenk ook maar dat iemand die tegenwoordig in zo’n merk rijdt meer BPM betaalt dan de gemiddelde Mercedes-bezitter betaalt voor zijn hele auto. En dat mensen die daarmee rijden niet zo zeer bezig zijn met de brandstofprijzen. Zal ze een worst zijn. Maar je rijdt wel Bentley en laat meteen zien dat jij het je kunt veroorloven. Of dat meteen een aanbeveling is weet ik niet, maar een bijzonder merk is het wel. Niet meer typisch Brits, wel door de Duitse techniek zeker een slag beter dan voorheen. Klassieke Bentley’s zijn meestal duurder dan ze ooit nieuw kostten. Dat is ook iets waard natuurlijk. Kortom, een liefhebbersmerk….(Beelden: Bentley/Pon/Yellowbird)

Prachtig gemaakt – Aston Martin!

Dacht je nu echt dat de Brexit ook maar iets verandert aan het beeld van de Britten ten aanzien van de wereld? Echt? Nou bij de klassieke automerken op dat grote eiland kijkt men al heel lang niet naar buiten maar naar binnen. Britser dan Aston Martin is het dus bijna niet te vinden in autoland. Een sportief automerk dat al voor de oorlog (1914) faam opbouwde met goed presterende auto’s voor de Rich and Famous. Maar pas na de oorlog ook elders klanten wist te trekken. Met de bekende DB-reeks, genoemd naar toenmalig eigenaar David Brown, die het verlies makende merk kocht. Zelf was hij een tractorenman, maar hij wist van dat toch wat bijzondere automerk best iets te maken.

Nu peperdure klassiekers die eerste DB’s, maar met de DB-5 kwam de echte doorbraak. Niet door de goede reclame of PR, meer doordat deze wagen een hoofdrol speelde in de James Bond filmreeks. Inclusief schietstoel, oliewerp-installatie en mitrailleurs. Een auto ook die anno 1963 goed was voor 235 km/u. Nou, de gemiddelde VW Keverrijder of Opel Kadett-coureur kon daar alleen maar van dromen. Een open versie was helemaal een filmsterrenauto en doet nu gigantische bedragen in het klassieker-circuit. Toch is het de zgn. Shooting Break die de echt grote bedragen trekt.

De stationachtige uitvoering, niet moeders mooiste ook nog werd maar voor 12 klanten gebouwd. En schaars maakt duur. Een geweldige ontwikkeling was de V8-motor die Aston Martin zelf bouwde en in haar toenmalige DBS lepelde. Met een beetje auto van dit type kwam je anno 1970 al voorbij de 260km/u. En dat in smoking en baljurk. Kom daar maar eens om in je gemiddelde Porsche of Ferrari. En over dat gevoel….ik bezocht de fabriek van dit merk aan het einde van de jaren negentig en kan je verzekeren dat merkgevoel hier echt op nummer 1 stond.

Men was apentrots op wat men bouwde. Iedere motor door een enkele monteur in elkaar gezet, het plaatwerk niet zo maar gemonteerd maar eerst dagenlang uitgeklopt, glad gemaakt en daarna zodanig geschuurd dat de lak er als een huid van een mens overheen lag. Klasse meneer of mevrouw. Waarvoor je wel iets moet over hebben. Een heel bijzondere auto was de Lagonda uit 1976. Lang, hoekig, elektronisch dashboard, V8 motor en gezien als een sportieve Rolls Royce. Alles wat je in de toenmalige ruimtevaart-capsules verwachtte aan digitaliteit verpakt in een joeper van een auto. Maar o wee, wat een storingen ook. Onderschatte klassieker! In de periode dat ik de overigens zeer bescheiden fabrieksgebouwen bezocht bouwde men daar ook de DB7. Een auto met een carrosserie van Jaguar, voorzien van techniek uit eigen stal. Men vond het zelf maar een soort ‘Volkswagen’. Het huwelijk met Ford van toen zorgde voor deze ontwikkeling, maar de Britten waren er niet gelukkig mee. Het merk is later verkocht door Ford en weer in andere handen terecht gekomen.

In de huidige tijd bouwt men naast bekende modellen als de Vantage (intussen met een V12 motor) ook de DB11, Vanguish, Rapide en Valkyrie. Allemaal wagens die hun clientele vooral vinden bij zeer rijken in Engeland zelf of bij de Sheiks in het Midden-of Verre Oosten. Wie Aston Martin rijdt kan het zich veroorloven. En neemt sommige typisch Britse eigenaardigheden op de koop toe. Klasse merk. En gelukkig nog steeds Made in England.  (Beelden: INternet/Yellowbird)

Luidkeels omageluk…

Als ik haar tijdens een party, receptie of in een kroeg zou zijn tegengekomen, had ik haar door haar goed verzorgde uiterlijk en redelijk strakke kleding vermoedelijk zelfs als leuk en vrouwelijk omschreven, maar dat beeld werd nu direct geweld aan gedaan door haar gedrag. Locatie; een restaurant waar we ergens theedronken en een broodje aten. De vrouw zat schuin naast me, aan een belendende tafel en koesterde met alles wat ze in zich had aan liefde een klein kleutermeisje. Al snel wist ik dat het kind 2,5 jaar oud was. Erg bewegelijk en luidruchtig. Van wie ze dat had bleek al snel. Van haar oma volgens mijn inschatting. Want die vertelde alles net even te luid voor alle andere mensen in dit restaurant. Sprak met een jonge vrouw aan weer een andere tafel met een soortgelijk kind, maar vooral toch tegen zichzelf. Op een toon die je ook wel eens hoort bij mensen die menen dat alleen hun hond een vorm van intelligentie heeft die zelfs Midas Dekkers nog zou verwonderen. Hele gesprekken met het kleine meisje, maar weinig correctie. Al snel wist het restaurant dat oma zo trots was op haar kleine ‘baby’ en ook zo blij dat ze een paar dagen per week op die kleine mocht passen.

Het gaf haar telkens weer een goed gevoel. Omdat die kleine zo slim was en zo lief. Slim was de kleine zeker, want ze wond oma zo om haar vingertje. Lief was een tweede. Maar ja, leeftijd en zo meer. Oma bleef maar oreren. Haar hele dagelijkse leven kwam voorbij. Toen ze in dat restaurant ook nog eens iemand ontdekte die ze van het werk kende was het hek helemaal van de dam.  Hele verhalen en intussen de kleine meid behandelend als een volwassene. Ik dacht er het mijne van. Net zoals ik dat doe bij mensen die zoals ik al beschreef in gezelschap constant met hun hond aan het kakelen zijn. Dat ze zoiets thuis doen, het zal me roesten. Moet je zelf weten en ook ik wil wel eens praten met de poezen hier, maar dan vooral om complimenten uit te delen voor hun grote mensenliefde en bereidheid ons gezelschap te dulden. Als personeel ken ik mijn plek. Maar in het openbaar? Never-nooit. Ook nooit gedaan.

Daarbij, pochen is me vreemd. Dus dat deed ik in het verleden ook niet. Ons kind was weliswaar het mooiste, slimste, snelste, liefste en intelligentste, maar dat ging ik echt niet luidkeels in de Hema of Bijenkorf staan of zitten verkondigen. Nee hoor, niks voor mij. Maar deze dame die ik moest dulden aan een belendende tafel had geen enkele schaamte op dit punt. Haar kleinkind was het centrale draaipunt in haar wereld. Om dat kleine meisje ging het, de rest telde niet. Nou ja, wel om oma zelf die graag de aandacht op zich vestigde. Gelukkig ging ze halverwege het door mij te consumeren broodje weer op stap. Vertelde precies en tot in detail dat ze nu haar jas aan deed en die van de kleine. Dat ze nu het wagentje pakte en de kleine spontaan geacht werd daarin te stappen. Wat de kleine nog deed ook. Slimme meid! Toen ze wegliep keek ze nog eens om zich heen. Oma dan. Of iedereen wel zag dat zij het wel erg getroffen had met haar kleinkind. Van dat beeld wat ik in eerste instantie van haar had gekregen bleef maar weinig over. Deed de bruine glimmende en strak zittende (semi)leren broek niets aan af. Gewoon een selfietut. Op leeftijd! En thuis weinig tot geen aandacht vermoed ik…

Zondagse klassieker; Shelby Daytona

Als eerste bewijs van de verhuizing van kennis, achtergrond en interesse vanuit mijn tien jaar lang bijgehouden autoblog naar dit toch meer algemene mening blog deel ik vandaag informatie met u over een buitengewoon bijzondere auto; de Shelby Daytona. De wat?? Zult u wellicht denken. En dus even wat achtergrondinformatie. Carroll Shelby was een Amerikaanse tuner die zich vooral richtte op modellen van Ford. Zo verbouwde hij de vermaarde Mustangs uit de eerste periode om tot meer dan respectabele sport- of circuitwagens en dat sloeg in de VS enorm aan. Maar Shelby kreeg pas echt een eigen naam en faam toen hij een Engels sportwagenontwerp overnam van AC en daar een werkelijk schitterend presterende open en zeer aansprekende auto wist te maken. De Shelby Cobra was geboren en zijn brullende motorgeluid en de zwarte strepen op straat bij vol gas wegrijden waren legendarisch.

Voor het echte racewerk waren die Cobra’s ook wel geschikt, maar bij de echte grote wedstrijden kwamen ze net niet voldoende uit de voeten. Dus besloot Shelby een bijzondere reeks auto’s te bouwen die op zouden kunnen tegen de vooral Europese concurrentie. En zo werd de Daytona Coupe geboren. Gemaakt in 1964 en 1965 en voorzien van de basistechniek die ook al bij de Cobra Roadster dienstdeed. De prachtig vormgegeven auto’s kwamen wereldwijd in actie en deden het bijzonder goed. Shelby verhuurde zijn wagens aan teams die er goed mee uit de voeten konden en zo won hij niet alleen prijzen maar kreeg ook extra vermaardheid. Aardig is dat deze racewagens van het begin af aan prima deden.

Met name toen een ontwerper bij vliegtuigbouwer Convair de achterkant van de Daytona nog eens opnieuw uitvond en de wagen daardoor langer werd en aerodynamisch verbeterd. De Daytona’s deden een paar jaar lang prima zaken voor de autobouwer die Shelby uiteindelijk toch was. Er werden in totaal zes van deze supersnelle en fraaie auto’s gebouwd. Een groot deel daarvan bestaat nog steeds en staat in musea of privécollecties uitgestald. Als eerbetoon aan een man voor wie ‘normaal’ niet goed genoeg was. Het kon altijd sneller, beter, vooruitstrevender. Zijn naam leeft voort in de vele auto’s die hij (ver)bouwde en nog steeds hoog op verlanglijstjes staan van petrolheads die niets moeten hebben van batterijauto’s. Nee een Shelby is bijzonder…de Daytona de eredivisie van bijzonder! (Beelden: Internet)

Fietsmalloten…

RF-01Soms lijkt het wel of we massaal stapelgek worden als we op een racefiets stappen. Alsof we met die strakke pakjes en die kekke handschoentjes ineens ook de duivel in ons lijf toelaten. Anders kan ik het gedrag van die zgn. toerfietsers soms niet verklaren. Ze trekken zich van God noch gebod iets aan, verkeersregels gelden niet voor hen, verkeerslichten staan voor J. Doedel op rood en waar een fietspad bestaat rijden ze liever over de rijweg. Is dat nu een vorm van massagekte? Zijn we allemaal potentieel Tour-de-France deelnemer als we de kilootjes er af trachten te rijden? Net of we dan ineens het burgermansfatsoen overboord mikken en een duivels genoegen schenken in het plagen van anderen. Een beetje fiets heeft volgens de wetgever een bel nodig, maar ook verlichting. Maar eenmaal op de racefiets schijnt dat niet zo te werken. Een simpel gebrul tegen andere weggebruikers of voetgangers is de norm voor het willen passeren en in de schemeruurtjes moet je de bewegende benen zien als een vorm van verlichting. Wat is dat toch met die lui?! Vorm van levensmoeheid? Arrogantie?

RF-03Of is het intelligentieniveau bij deze mensensoort compleet weg als ze een fiets tussen de benen krijgen? Ik moet er soms ook wel eens om lachen. Die snelle brillen, die strakke broekjes, die schoentjes, sokken en dat rugzakje. Mijn hemel, wat moet je toch veel doen om je image van sportieveling uit te dragen bij een groep andere mensen die je normaal geen blik waardig zouden gunnen. Nou ja die ene strakke fietsster uitgezonderd dan wellicht die zulke pakjes echt goed staat en die alleen al door haar vormen opvalt. Maar verder? Beetje zielige lui die toch te weinig aandacht krijgen van familie of collegae en daarom heel hard heel ver weg willen fietsen waarbij het verstand op nul gaat net als de zaadproductie. Want mannen die veel fietsen krijgen daar op termijn toch mee te maken. En dat houdt dan in dat ze hun gezinnetjes niet kunnen uitbreiden, nog meer fietsers op de weg kunnen zetten. In die zin keert de wal het schip. Want van mij mag het allemaal wel wat minder. Laten we nu eens afspreken dat we gaan racefietsen als we nog jong en slank zijn en menen kansen te maken op een professionele bijdrage aan een of ander team in de Tour-de-France.

RF-02Boven de dertig? Gewoon niet meer doen. Koop een Citybike en ga met vrouwlief naar het strand of zo. Boven de vijftig? Absoluut verbod tot racefietsen. Een elektrisch exemplaar verplicht. Scheelt veel rode koppen en belachelijke uiterlijken. En leer ook eindelijk eens de verkeersregels uit je stomme koppen. Want je hebt niet altijd voorrang omdat je asociaal hard fietst! Dat misverstand moet nu eindelijk eens worden weggewerkt. (foto’s: internet)

Driftende nostalgie

Speedway- driften in de bocht-2005-06-09Het was echt bij stom toeval dat ik een paar weken geleden op een zaterdagmiddag in mijn eentje op de bank zappend een van de leukste en meest spectaculaire sportvormen ooit tegenkwam op Eurosport; Speedway! Ooit plaatste ik er al eens een blogje over, maar omdat het kennelijk nog steeds wordt uitgezonden en ook goed georganiseerd doe ik dat nog maar een keertje. Speedway in de oorspronkelijke vorm wordt gereden op een 400 meter lange ovale sintelbaan met per heat vier motoren. En die motoren rijden niet zo maar een beetje rond, nee ze driften dwars door de bochten en de coureurs moeten zich met de moed die jonge mensen nu eenmaal in zich hebben, zien staande te houden en het gashendel laten werken voor evenwicht en onderlinge strijd. Remmen is er niet bij, die zitten helemaal niet op deze machines. En die benodigde techniek wordt geleverd door 500cc eencilinders die draaien op een methylalcoholmengsel dat naast het benodigde vermogen ook nog eens een heerlijke geur af geeft. De coureurs zitten in zware leren pakken vol logo’s, hebben schoenen aan met metalen zolen en hakken en hebben tegenwoordig ook nog eens neksteunen. Men rijdt met helmen op die bij de start worden voorzien van een gekleurde kap. Rood, blauw, geel en wit.

Speedway at the startDie kleuren bepalen de startpositie. Wie in de binnenbaan start heeft een groot voordeel, de buitenbaan is lastiger. Waren vroeger Nederlanders en Duitsers, naast Engelsen de grote mannen in deze sport, tegenwoordig zijn het Polen, Russen of Scandinaviërs die de prijzen verdelen. Het is ook een professionele, dure sport geworden. Sommige rijders hebben wel vier van die motoren bij zich. En een hele staf monteurs. Dit is nog steeds een populaire sport. In Engeland of Australië zitten de stadions vol bij wedstrijden van dit type. Dat is ook in Oost-Europa en Duitsland zo. De op TV uitgezonden wedstrijd was een soort Poolse competitie met een groot internationaal deelnemersveld. Ik kon me er niet van losmaken en genoot. Mijn jeugdjaren kwamen weer terug…. Samen met mijn moeder of later wat vrienden uit de toenmalige woonomgeving naar de wedstrijden om de Gouden Helm in het Olympisch Stadion, Tilburg of Assen. Met 30.000 andere toeschouwers. Kijken naar Nico van Gorkum, Pietje Seur, Kootje Boef en dat soort figuren. Allang verdwenen namen. Maar goed voor veel vermaak. Net als deze uitzendingen van Eurosport. Heerlijk….. Vrooooooooooooaaaaaaaaaaahhhhhmmmmmmmm