Toen ze met hem verkering kreeg was hij de degelijkheid zelve. Keurig in het pak, suede schoenen, een goede opleiding, aardige baan, nooit wild of ongepast gedrag, maar daar hield ze indertijd wel van. Haar ouders waren ook zo degelijk. Netjes, christelijk, en haar opvoeding had in die zin geen grote verrassingen in zich gehad. Veiligheid bood hij haar, rust, en toen ze eenmaal getrouwd waren bleef hun relatie stabiel en kabbelend. Af en toe las of zag ze wel eens wat waardoor ze dan in de war raakte en verlangen kreeg naar een ander soort leven. Met meer avontuur. Leuk reizen, kabbelen in een warme zee, bloot dansen op een heuvel in India, ach ze had zo vaak verlangd. In plaats daarvan kochten ze een huis, kregen kinderen. Waar ze gek op was overigens. Haar man maakte carriere, kreeg een auto van de zaak. Een degelijke Toyota en voor de vakantie kozen ze voor een caravan waarmee ze elk jaar weer naar het zelfde plekje togen in Frankrijk. Waar net zulke degelijke mensen kwamen als zij zelf waren. Waarmee het trouwens goed toeven was. Maar in haar fantasie wilde ze wel eens naar zo’n nudistencamping die een kilometer of vijftig verderop te vinden was. En zo verliep hun leven tot de kinderen de deur uit gingen. Ze woonden intussen in een degelijke wijk, hadden een meer dan degelijk huis en dito meubels. Geen uitspattingen, geen vreemde dingen. Uitheems koken was er niet bij, hij zou het niet eten wist ze intussen wel. Ze kleedde zich ook degelijk. Nooit frivool, geen aantrekkelijkheid. Het moest passen bij wat hij voor zich zag als ideaal. De opvoeding van de kinderen was ook zo geweest. Ze waren geslaagd, maar vlogen toch uit toen ze de kans hadden. De een naar Denemarken waar hij ging werken voor Lego, de ander naar Zuid-Amerika om daar arme kinderen te helpen. Alleen de jongste dochter hield het dichter bij huis, maar woonde wel samen en was niet getrouwd. Ze spraken er nooit over, maar het paste niet zo goed in hun ideale plaatje. Een degelijk huwelijk dat rust en liefde bood, zonder dat er vonken vanaf vlogen. Zelden voelde ze nog dat ze ‘echt’ leefde. Het verliep allemaal zoals het hoorde, zoals hij het graag wilde. Half elf in bed, een vluchtige kus en slapen. De volgende dag weer vroeg op, hij moest naar zijn werk. Haar rol was en bleef het huishouden. Soms keek ze in de spiegel en fronste haar wenkbrauwen. Ze was een oude dame aan het worden. De vrouwelijkheid verdween langzaam aan onder een laag van zwart en grijs. Haar lachende ogen waren dof geworden, haar kleding zeer veilig en degelijk. Ze was zijn ideale vrouw, maar ze wist zelf niet meer wie ze eigenlijk was. Maar ze wist wel dat ze heel degelijk was. En dat voelde ze als waardevol. Maar het was ook zwaar. Als lood. Een degelijk materiaal, maar ook zo giftig!
Tagarchief: opleiding
Opvoeding……
Na deze kop voor dit verhaal weet ik al dat een deel van de lezers zal afhaken. Al was het maar omdat iedereen zo zijn of haar eigen waarden hanteert op dit gebied. En ik zie door de generaties heen ook grote verschillen onder ouders bestaan. Maakt niet uit van welke volksstam je afkomstig bent, welk geloof je aanhangt of dat je afkomstig bent uit een rijk of arm milieu. Ettertjes kom je overal tegen en heel wat kinderen groeien op in de gedachte dat het leven slechts bestaat uit de drie m2 die zij zelf in dat eigen wereldje uitmaken. Het valt niet te verklaren dat kinderen ‘alles mogen’ en vrijwel niets meer ‘hoeven’. Hoe anders was dat in onze jeugdige tijden. Opvoeding was gemiddeld genomen streng. Ouders en opvoeders schroomden niet om met harde hand discipline te brengen bij hun nageslacht. Geen geduvel, geen kwajongensstreken, je kon een pak slaag verwachten.. Op school niet anders. De katholieke broeders waar ik indertijd mijn scholing genoot hielden de knoet er goed onder.
Elke afwijking van regels of gedrag werden streng en soms stevig fysiek bestraft. Maakte niemand zich druk over. Kinderen moesten gehoorzamen en werden nog lang niet gezien als prinsen of prinsesjes zoals je dat nu zo veel ziet. Het ego-gedrag dat sommige moderne kinderen laten zien was ons vreemd. Je wilde overigens ook graag leren ‘voor later’. Je wist dat je gedoemd (..) was te gaan werken en als je dit dan deed was een goede opleiding nodig. Ouders namen zichzelf vaak als voorbeeld. De geslaagden of de minder bedeelden. ‘Zie hoe het mij verging, als jij nu gewoon lekker doorleert kom je een stuk verder (of tenminste net zo ver als ik)’. Huiswerk diende gedisciplineerd gemaakt te worden, en wie met een slecht rapport thuiskwam hoefde niet te rekenen op veel begrip. Je kreeg dan gewoon ‘op je lazer’. En dan trof ik het thuis nog niet eens zo slecht. Slaan was meer mijn moeder dan mijn ‘leenvader’ voorbehouden. Mijn moeder kon niet goed tegen dwars liggen en haar karakter was er een met een kort lontje. Deed je wat ze wilde was alles tof, maar o wee als je eens dwars lag. Nu haalden we dat niet eens zo vaak in ons hoofd hoor. Maar aan tafel kon het wel eens leiden tot stevige discussies als we iets moesten eten wat wij echt niet lustten en Ma er toch op bleef aandringen dat we het spul naar binnen zouden werken.
Qua kookkunst en smaak hield ze meer rekening met de smaak van haar partner dan met die van ons. Ik heb wat de meest vreselijke groenten naar binnen gewerkt met behulp van appelmoes of glazen water. De oorlogstrauma’s speelden daarbij en rol. Maar toen ik eenmaal de deur uit was gegaan, werden door mij heel wat van die groenten in de ‘ban’ gedaan en nooit meer gegeten. Maar aan de andere kant, ik was en ben best blij met wat me toen is bijgebracht. Sociaal denken is een voordeel, kritisch kijken naar wat je wordt voorgeschoteld ook. Een zekere creativiteit ook en natuurlijk de wens en het verlangen om er in het leven iets van te bakken. Verwend werd ik nooit. Dat paste ook niet bij die tijd en al helemaal niet bij ons gezin. Intussen kijk ik naar een groepje jonge puberjochies die met steentjes staan te gooien naar een vuilcontainer in de straat, daarbij natuurlijk ook geparkeerde auto’s rakend. Hun ouders letten niet op, of kijken naar een andere kant weg. Want stel je voor dat je ze moet aanspreken op dit gedrag…….Nee, dat past niet in de huidige tijd. Prinsjes zijn het. En die moeten bij voorbaat al bejubeld worden. Ook als het gewoon ettertjes zijn……
A-principiele godsdienstvolgers….
Zoek maar eens op; het Wartburg-college. Een puur Hollands reformatorisch bolwerkje in een omgeving waar het bijbelse geloof nog deel uitmaakt van de dagelijkse gang er dingen. Reformatorisch in de ware zin des woords. Lange rokken, ongeschoren vrouwenbenen en zeker geen lange broeken voor de meiden-leerlingen. Maar ook gewenst keurige aankleding voor de jongens en een onbesproken gedrag voor de leerkrachten. Onbesproken als in, de ware zin van het daar als basis dienende geloofstrominkje onderschrijven en niet afwijken van de (niet zo heel goed gedocumenteerde)schoolregels. Of zelfs maar de indruk wekken dat te willen doen. Op zich niks mis mee, maar net als bij sommige politieke stromingen (denk aan D66) zijn principes aardig voor de buhne, ze zeggen weinig over hoe mensen zich binnen die doctrine dan gedragen. Barmhartig? Nee! Inlevend? Nee! Christelijk? Nee! Men liegt en bedriegt als het zo uitkomt en zoekt naar wegen om mensen die wellicht 1% van de koers afdwalen tot de orde te roepen of zelfs te ontslaan.
De stroming zelf moet in stand gehouden worden en die ‘ene’ uitleg van de bijbelse woorden zoals men die daar beleeft telt als de enig ware. Nu ben ik zelf ooit streng katholiek opgevoed. En in die opvoeding zat ook de afwending van hen die zouden of waren gaan dwalen, afvalligen van de enige Heilige Moederkerk. Je speelde niet met protestantse (..) kinderen en heidenen waren helemaal uit den boze. Dit om de interpretatie van de enig juiste woord in perspectief te plaatsen….. Die naam Wartburg komt overigens voort uit het oosten van Duitsland. Voor autoliefhebbers zoals ik is het meer een verwijzing naar een reeks typische Oostblokmodellen met een pruttelende tweetaktmotor die hun naam ook al dankten aan dat kasteel met die naam. Maar die zelfde naam van dat bewuste kasteel kende nog een historisch diepere betekenis en vermoedelijk dankt deze school in het Dordtse zijn naam en faam daar aan. Ooit was er de ketter Maarten Luther. Die was het gedoe in de toenmalige katholieke kerk zat en spijkerde wat stellingen aan een kerk in het Duitse Wittenberg. Hij werd er voor vervolgd door de Roomse inquisitie. Immers, afwijkingen van de leer van de kerk van Petrus, hoe corrupt ook, werden niet op prijs gesteld. Ik druk me daarbij nog mild uit.
Luther moest vluchten en kon uiteindelijk terecht op het kasteel van een hem goed gezinde vorst. Op de Wartburg. Hij verschool zich daar voor zijn verantwoording en ging wat andere zaken doen. Kortom, die naam Wartburg moet alleen daarom al beschermend werken, verwijzend, verwarmend bijna. Nou, niet als je er werkt(e) en van die ene procent van de leer afweek. Dan blijkt dat de nakomelingen van Luther in naam veel lijken op de oude inquisitie en echt elk middel gebruiken om jou te excommuniceren. En dan blijkt ook dat ze de mazen in de wet weten te vinden om je te dumpen. Ik ben dan zelf al snel in staat tot rituele moorden, maar ja, dat mag niet volgens de tien geboden. Maar kruizigen mag wel toch? Laten we wel zijn, dat deden de Farizeeers met Jezus, trouwens, samen met de Romeinen. De Wartburgers deden dat onlangs met iemand die mij na aan het hart ligt. Samen met hun buitengewoon enge jurist. Afgescheept met een financiaeel schijntje, en daar dan ook nog ruim anderhalf jaar over steggelen. Je zou ze ophangen aan hun………
Maar goed. We blijven een soort van fatsoenlijk. Denk bij Wartburg dus maar liever aan die Oostduitse limousines. Die waren stuk voor stuk van een betere kwaliteit dan het schoolbestuur bij dit college. Wil heel wat zeggen. En je kreeg er nog garantie bij ook. Ook dat is in deze bijbelse kringen onbekend. Kortom, eigenlijk gewoon afvalligen, en als het er op aankomt!? Gewoon heidense methoden! Niks christelijks aan te ontdekken! Jezus zou zich diep schamen voor zulke volgelingen. Gelukkig heb ik de echte gelovige christen in het lijdend voorwerp gedurende al die maanden van onzekerheid zonder moeite kunnen ontdekken. En die werkt (gelukkig) niet meer op het Wartburg. Dat is een ballentent! (Mijn mening slaat in dit geval uiteraard op de leiding, de directie, de mensen die daar vroeger de leiding hadden en allen die nu de handen in schijnheilige onschuld wassen….)
Chaos
Wiens schuld is het dat het verkeer in de grote stad vaak zo chaotisch verloopt? Ligt dat slechts aan de verkeersdeelnemers? Natuurlijk, er mankeert veel aan de kennis van regels bij vooral jongere weggebruikers. Zo zijn eenrichtingsstraten niet voor iedereen duidelijk. Is met de scooter over een trottoir rijden meer schering dan inslag. Parkeren op diezelfde stoep ‘moet kunnen’ en met te hoge snelheden een straat injagen is ook al meer normaal dan uitzonderlijk geworden. Maar de overheid kan er ook wat van. Men laat het hier veel voorkomende langdurig afsluiten van straten over een laag geschoolde ambtenaren die zonder enig inzicht van de gevolgen toestemming geven tot het opbreken van een weg, gracht of die straat waardoor bedrijven niet te bereiken zijn en het verkeer hopeloos vastloopt. Daarnaast is laden en lossen of verhuizen iets dat met wat heethoofdige karakters in de file er achter kan leiden tot stress maar ook onwettig geachte alternatieve omwegen.
Tel daarbij op dat de politie vele taken kent, maar toezicht op het verkeer behoort daar kennelijk niet meer bij. Je moet wel met een watervliegtuig op de Amstel landen wil er een agent iets ondernemen. Men rijdt vrolijk langs kruispunten waar mensen massaal door rood rijden vanaf de andere kant en een unieke Amsterdammer die als voetganger of fietser wacht voor een rood stoplicht is ook geen reden voor optreden. Nee, de politie is druk met van alles, maar ik weet niet echt waarmee. Nou ja, in geval van nood blijken we voldoende blauw op straat te hebben om de boel op te lossen, maar dat geldt niet voor het verkeer. Sinds de specialisten van de verkeerspolitie er niet meer lijken te zijn, wordt het overgelaten aan de vaak jonge surveillant om af en toe te oefenen op jonge dames die met hun fiets toch daar fietsen waar het niet mag, al dan niet zonder achterlicht op de door hun fraaie achterwerk bezeten fietsen.

Ik vrees dat veel verkeerskennis is wegbezuinigd. Aan de kant van de politie, maar ook in het onderwijs en zeker bij de verkeersgebruikers. Mensen die zich in de auto nog wel enigermate houden aan de regels, blijken op de fiets of scooter ineens als een malloot te gaan gedragen. Het zal de open lucht zijn. Maar veelal is dat gedrag levensgevaarlijk. Elke dag valt over de gevolgen te lezen in de lokale kranten of op het internet. Met soms dodelijke gevolgen kennelijk, want ook dat valt te lezen. En elke dode is er een te veel. Zou het dus te politiek correct zijn als ik pleit voor degelijk verkeersles op lagere scholen, een verplicht rijbewijs voor alles wat zich gemotoriseerd voortbeweegt met een proeftijd van vijf jaar of zo? En controles die niet alleen gaan over snelheid waarmee vette boetes te behalen zijn? In Duitsland pakt men het ook zo aan. Een fietser die zich niet aan de regels houdt mag 10-20 euro neertellen. Dat werkt corrigerend. Niet om de staatskas of die van de gemeente te spekken. Kortom, veiligheid komt niet vanzelf, we moeten er iets voor doen. Samen! Dus houden jullie je nu eindelijk eens aan de regels als je in deze omgeving verkeert. Kan ik tenminste opschieten…. (c)Beelden LPAC Collectie Amsterdam
Declareren of improviseren…
Toen ik aan het einde van het jaar 1965 mijn eerste stappen zette op het pad van de beroepsverandering waren dat ook meteen heel heftige. Ik was tot dan gewend aan het beschermde van de bankinstelling waar ik voordien i n hartje Amsterdam had gewerkt en waaraan ik ook voor een deel mijn avondstudies dankte die ik op dat moment nog volop volgde. Maar mijn karakter paste niet bij de discipline van een bank. Daarbij, de luchtvaart trok me. De vliegtuigen en de bijbehorende dynamiek. De eerste baan die op mijn pad kwam was die van expediënt op Schiphol bij een wat je nu zou noemen logistiek bedrijf. In het verleden schreef ik daar al eens wat zinnen over in oudere blogs. Toen ik dan ook aan het prille begin van het daaropvolgende jaar mijn plek innam aan de andere kant van het enige bureau bij het bedrijf waar ik in dienst was gekomen besefte ik me na twee weken of zo dat dit soort bedrijven bestond uit twee werelden. Die van de import en de export. De exportmensen waren vrije denkers, creatief zoals ik zelf was en nog ben, en met talent voor de juiste contacten.
Immers die exportlading moest vervoerd worden met luchtvaartmaatschappijen op de juiste momenten, met in acht neming van alle geldende regels, maar ook voor een interessant tarief. Ondanks het nodige papierwerk voelde ik me in die voor mij nieuwe rol buitengewoon goed. Maar er was een schaduwkant (..) aan het beroep, bij al die papieren voor de luchtvaartmaatschappijen behoorden ook douaneverklaringen. Wat voerden we uit, welke statistieknummers voor het CBS omschreven de goederen het beste, was het een Nederlands product of iets van doorvoer uit andere landen etc. Voor die uitvoerpapieren had je speciale wetboeken nodig, met alleen maar nummers en beschrijvingen van goederen. Voor mij lang Chinees, maar mijn toenmalige chef was er helemaal in thuis. Die was declarant van huis uit en dat was een apart beroep. Die lieden voerden voor hun klanten juist spullen in en gaven ze aan bij de douane op zodanige wijze dat de douane of inspectie Invoerrechten en Accijnzen geen aanleiding zag om het spul te visiteren of zelfs te blokkeren.
Want o wee als je iets verkeerds aangaf en zo mogelijk de staat benadeelde. Invoerrechten waren toen nog van toepassing, net als omzetbelasting. Pas na een rondgang langs alle loketten van de douane kreeg je voldoende stempels om het spul uit de KLM-loodsen te halen en in je bestel- of vrachtauto te laden voor vervoer richting klant. In- of uitklaren heette dat. De gemiddelde declarant was veel meer van de cijfers, van de kennis van het wetboek, met fantasie hadden ze vaak niet veel en dat merkte je ook op de kantoren waar die twee takken van sport bij elkaar zaten. Heel wat discussies meegemaakt. Export was snelle handel, de douane een obstakel waar je het liefst omheen zeilde, import meer van de rust, het nadenken, en zorgen dat de Nederlandse klant zijn spullen weliswaar op tijd kreeg, maar ook dat de relatie met de overheden niet op de proef werd gesteld. Ik vraag me nu, een halve eeuw later, wel af hoe die beroepen nu worden uitgeoefend. Immers, computers, internet, grenzeloos Europa en TTip op komst. Andere omstandigheden en vast ook andere regels. Ik leerde er in die periode toen creatief omgaan met de mogelijkheden. Een geweldige leerschool. Waar je snel moest inspelen op een probleem, soms hands-on moest bijspringen om een vlucht niet te vertragen. Maar van dat wetboek rond die I&OB heb ik nooit veel opgestoken. Vast een karaktertrekje, ook al veroorzaakt door die beroepskeuze van zoveel jaren geleden. Zou er trouwens nog net zoveel worden gestempeld door die douanemensen als indertijd? Ben nog benieuwd ook…..(Beelden: LPAC Collectie)
Eenzijdig begrip..
Stel dat je te maken hebt met buren die elke dag die ‘God’ geeft lawaai maken. Die gillen, schreeuwen, met deuren slaan en muziek maken in de tuin als jij daar boven ligt te slapen. Wat zou dan je reactie moeten zijn? Ik denk dat ik tot moorden bereid zou zijn. Maar volgens bepaalde stromingen moet je dan open staan voor de wijze waarop andere mensen willen leven en begrip tonen. Het begrip krijgen komt dan vaak niet in het woordenboek voor. Zie maar eens in discussies tussen buren, of als het gaat om overlast in buurt of winkelcentra hoe die doctrine wordt toegepast. Zonder voor mopperende oudere jongere door het leven te moeten gaan, maar als jongelui de boel vernielen, rotzooi trappen en dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen dienen ze daarop te worden aangesproken. Dat was onlangs in Winkelcentrum Soest-Zuid duidelijk anders.
In plaats van dat de gemeente de politie op het steeds maar groeiende groepje rotzooitrappers afstuurde vond men dat de winkeliers die daar zitten en klagen maar een cursus ‘’straattaal’ moeten volgen en daarmee die jongelui confronteren. Volgens de gemeente Soest zou de overlast dan snel verdwijnen. Hoe naïef kan een ambtelijk apparaat zijn?! Daarbij is het toch ‘Godgeklaagd’ dat winkeliers die daar niet zitten als sociale instelling, maar als hard werkende ondernemers het werk moeten doen voor een gemeente die weigert op te treden. Je zou er bijna een bataljon mariniers op af sturen. Dan is de boel zo schoon. Maar nee, begrip tonen, snappen hoe die rond lummelende lieden in elkaar zitten en de winkeliers met de schade en de troep laten zitten. Dat begrip is er dus niet voor de mensen die hun brood moeten verdienen en de huur voor hun winkels. Blijft opvallend.
Zelfde soort begrip wordt gevraagd van inwoners van kleine dorpen waar door kennelijk vrijwel verstandsloze bestuurders tien keer zo grote AZC’s worden gevestigd of van inwoners van wijken die worden geterroriseerd door jeugdbendes die het niet zo hebben op joodse medemensen of homo’s. Altijd maar begrip en respect op brengen en het vooral niets van die lui vragen. Soms vraag ik me af hoe lang we nog begrip moeten blijven opbrengen voor partijen en stromingen die ons maar steeds voorhouden dat we niet moeten klagen, maar moeten meebuigen met alles wat op ons af komt. Soms kan het ook te veel worden. Het verlangen naar verandering komt dan omhoog. Zoals blijkt uit de burgers die af willen van opgelegde EU-verdragen, van alle regeltjes, van onzinboetes, van politiemensen die nooit tijd hebben voor aangiften etc. Dan raakt het begrip op en zal er vanuit die groepen zgn. begripvollen wel weer gewezen worden. Maar voor dat laatste heb ik zelf dan geen begrip meer. Eigen schuld dikke bult! Toch?
Het genot van echte boeken
Al eerder hield ik een vurig pleidooi voor het lezen van boeken. Gewone boeken, gemaakt van papier, voorzien van een kaft en niet afhankelijk van een al dan niet werkende batterij of wifiverbinding. Ik ben er mee opgegroeid. Wat ik ook ten nadele van opvoeding of opleiding kan aanvoeren, het lezen van boeken werd me in beide situaties gepropageerd en ik heb er heel wat plezierige momenten aan mogen en kunnen ontlenen. Dat de wereld is veranderd geloof ik wel. Maar het papieren boek moet wat mij betreft gewoon blijven. Heerlijk dat bladeren, die lucht van drukinkt, van plaatjes kijken bij meer documentair ingerichte naslagwerken. Nog steeds koop ik boeken bij. Voor als ik weer eens tijd heb….. Soms weet ik bijna zeker dat ik vermoedelijk niet zal toekomen aan het echt lezen er van, maar dan nog kan ik me niet beheersen als ik weer iets tegenkom wat de moeite van dat lezen waard zou kunnen zijn. En ik lees best veel en in hoog tempo.
Sommige van die werken doe ik na het lezen wel weer weg. Alles vasthouden voor nog later is weinig zinvol. Alleen die hobby-gerelateerde boeken blijven vaak plakken. Omdat ik nog wel eens iets wil nakijken. Gevolg is wel dat ik omringd ben met kasten vol van dat papieren spul. Best een logistiek probleem. Vrouwlief is ook al zo’n lezeres, al is zij meer van de fictie dan non-fictie zoals ik. Mannen lezen die laatste soort boeken het liefst begreep ik, zal het gebrek aan fantasie zijn dat ons Marsbewoners zo typeert. Vrouwen dromen graag over prinsen of doctoren die vallen voor de charmes van dat simpele kantoormeisje dat haar ridder vooral op een wit paard zoekt maar niet in het ziekenhuis. Of ze zijn bezig met het uitvogelen waarom ridder Hildebrand van Rododendron werd vermoord door zijn pages.
Nee, voor mij is een biografie van een echt interessant persoon leuker. Pas nog een aardig boek gevonden over Frits Koolhoven, de tweede vliegtuigbouwer van Nederland, die voor de oorlog met Fokker concurreerde op de luchtvaartmarkt. En niet onverdienstelijk ook nog. Gaat me weer een hoop plezier verschaffen. Weet ik zeker. Kortom, ik ben een lezer, een verzamelaar, een boekengek. En kom me nu niet aan met allerlei argumenten waarom een digitale lezer zoveel leuker zou zijn. Dat is prediken voor de heidenen. Ik zie er (nog) niks in. Eerst maar eens die stapels wegwerken….
Jeugdige indrukken en geloof…
Indrukken uit het verleden kunnen veel stempels zetten op het latere volwassen leven van mensen (wellicht ook bij dieren..). Wat we in onze jeugd meemaken, horen of zien nemen we mee in onze vergaarbak aan herinneringen waarmee we later onze smaak, voorkeuren of beslissingen inkleuren. Mijn eigen jeugd speelde zich af in een wonderlijke mengeling van auto’s en vliegtuigen, een buurt vol winkels en een groep vrienden die allemaal zowat vanuit hetzelfde startpunt richting toekomst gingen. Ik schreef al eens eerder een verhaaltje over de keuzes die toen al werden gemaakt op basis van afkomst of inkomen ouders. Dit keer gaat het meer om de keuzes die je maakt met in het achterhoofd wat je zoal zag en hoorde thuis. Zo was ik een katholiek kind. In de jaren dat dit geloof nog zwaar drukte op de parochie om de grootste kerk van Amsterdam heen. De invloed van het geloof op sociaal gedrag, op onderwijs en hoe je in het leven stond was groot. De sociale druk om de kerk te bezoeken ook.
Toen ik daar al op jeugdige leeftijd van los kwam, eigenlijk met dank aan mijn oudere broer, raakte ik nooit helemaal kwijt dat kerken best mooie gebouwen zijn als ze bijvoorbeeld door bouwmeester Cuypers werden opgezet. Het dogma van de kerk dat alles wat niet katholiek was als ‘afvallig’ of ‘heidens’ moest worden gezien bleef me altijd (zij het verwaterd door eigen ervaringen)bij. Ook al doe ik dan zelf niets meer aan beleving van dat geloof, dan nog. De vakjes in de bol werken nog steeds na. Geldt ook voor de automerken waarmee ik opgroeide. Sommige daarvan kleurden mijn leven, anderen vond ik altijd suf en onbetrouwbaar. Nooit bezeten en zelden bereden. Een Amerikaanse Studebaker als ‘Company Hack’ voor mijn in auto’s handelende stiefvader zorgde voor een grote voorkeur voor dit soort sleeën, tot ik er als volwassen ventje zelf een stuk of drie had bereden.
Leuk, maar onbetaalbaar! Vooroordelen speelden een grote rol, rijk bekommerde zich niet om arm, en armoede of nog erger, domheid maakte kansloos. Leren, leren en nog eens leren. Het werd er in gestampt. En dat is me altijd blijven achtervolgen. Niets aan het toeval overlaten, uitzoeken en opslaan. Dat er door overvliegende vliegtuigen in die jaren indrukken werden gestempeld in mijn ziel vol voorkeuren zal niet verrassen. Het was alsof iemand me leidde om vliegtuigen als hobby te gaan zien, als beroep, als passie. Maar daarvoor moet je dan geloven in….. en dat is nog steeds een grote twijfel. Meer nog dan die vogel waar ik tegenaan kijk in de spiegel. Daar twijfel ik veel minder aan. Zouden meer mensen moeten doen….
Pinksteren
Als het goed is viert u vandaag net als ik de tweede dag van Pinksteren. Een christelijk/katholiek feestje dat gaat over de afronding van het verhaal van Jezus Christus. Niet dat het gros van de Nederlanders weet waar het over gaat hoor. Men is blij met de vrije dag, maar waarom men die eigenlijk heeft? Vermoedelijk omdat het goed is voor de lokale meubelhandel of autodealer. Maar verder? Het geeft aan dat wat we echt vieren, die verkregen wijsheid van de Heer die volgens de christenen vrijgevig omsprong met vergeving en wijsheid, niet helemaal is ingedaald. Logisch, zit je niet op een school met de Bijbel of Kathechismus als uitgangspunt, hoor je er weinig tot niets over. En neem je die dag vrij als net zo vanzelfsprekend als Tweede Kerstsdag of de maandag na het Paasweekend. Het zijn in Nederland niet zo heel veel vrije dagen die we van bovenaf opgelegd krijgen, maar deze horen er traditioneel wel bij. Toch staat er nu een stroming op die meent dat we beter kunnen kiezen voor een wat andere spreiding van die verplichte vrije dagen.
Zelfs een katholieke bisschop maakt zich er nu druk over. Lever maar in die tweede Pinksterdag en geef iedereen op 5 mei vrij. Dan kunnen we nieuwe generaties wellicht nog eens bijbrengen wat echte vrijheid ook al weer inhoudt. Met enige wijsheid en begrip komen we dan tot een nieuwe invulling van die dag die we nu nog vieren als een hard bevochten overwinning op de Duitsers. Maar als de laatste overlevenden uit dat conflict zijn verdwenen wordt het lastig om de juistheid van de oorlogsfeiten overeind te houden. En zou je het risico lopen dat nieuwe generaties die 5-jarige wereldbrand net zo zien als wij vroeger de Tachtigjarige oorlog. Als een soort ver-van-mijn-bed-show. En dus moet een nieuw elan invulling geven aan de betekenis van vrijheid. Vooral als je weet dat die vrijheid net zo onder druk komt te staan als de door de christenen bejubelde wijsheid. Van dat laatste is bij de moderne mens maar weinig terug te vinden trouwens. Of we nu met haatzaaiers, barbaren, nationalisten, fundamentalisten, oude communisten of kapitalisten van de ergste soort van doen hebben. De wijsheid om op een nette en respectvolle manier met een ander om te gaan, of diens bezittingen dan wel dierbaren, het lijkt er niet meer in te zitten.
En dus is die verkregen wijsheid vervlogen, of opgegaan in de claim van het eeuwige gelijk, wat zeer zeker niet hetzelfde is. Hoe dan ook, als ik zelf moet kiezen vind ik de vrijheid belangrijker dan die dag als vandaag die vooral dient ter eer en meerdere glorie van de meubelboulevards. Mits we dan natuurlijk niet het gedoe krijgen dat we dan met zijn allen eens in de zoveel jaren die nu vaste vrije dag moeten inleveren omdat hij op zondag valt. Want kijk, een ding nemen ze ons niet af, die tweede dagen met Kerst, Pasen en Pinksteren vallen allemaal op maandag. Maakt toch een verschil….
Krekels en mieren…
Het verschil tussen mensen is soms best leuk om te bestuderen. De een is spaarzaam, koopt niets overbodigs, maar wat men koopt is dan bedoeld om een leven lang mee te gaan. Ketens als Action, Kruidvat of Blokker worden door hen gezien als een gruwel. De ander is veel meer van door het leven heen dartelen en genieten van de momenten van geluk die de aankoop van zelfs maar iets onbenulligs kunnen opleveren. Laat ik nu eens vaststellen voor het gemak dat beiden vooral moeten doen wat ze willen, er zit nergens een veroordeling in van welk gedrag ook. Maar wat je wel vaak ziet is dat die eerste groep er financieel vaak wat beter uitspringt dan de tweede. De mensen met de mooie en dure huizen, de fraai onderhouden tuinen en de auto’s van grote bekende merken zijn meer hun deel dan je bij die tweede groep vaak aantreft. Daar zijn de huizen kleiner, gezelliger, rommeliger ook vaak en meestal kom je er een grote liefde voor huisdieren tegen. Ook die kunnen zorgen voor daggeluk. Het is maar net wat je kiest. Ik weet nog goed dat dit fenomeen ook al zichtbaar was in mijn jeugd. Onze straat was een mengeling van mensen die het ‘goed konden doen’, middenstanders en arbeiders.
Allemaal op zoek naar het grote(re)geluk. Juist in die jaren dat Nederland veranderde zag je ook de scheuring ontstaan in de bevolking van die straat. Zij die spaarzaam waren verhuisden, veelal naar de betere buurten. Het nieuwe Buitenveldert, naar een van de tuinsteden in het westen van Amsterdam en soms zelfs naar plaatsen buiten de hoofdstad. De middenstanders sloten vaak de poorten van hun nerinkje en gingen rustig leven van wat ze aan spaargeld hadden vergaard. Soms een baantje als portier of nachtwaker ergens, maar nooit zo hard werken als die arbeiders die sappelden voor elke cent die ze konden verdienen. Die waren min of meer gedwongen in die buurt(en) te blijven wonen. Maar richtten hun huizen wel in met alles wat het moderne leven te bieden had. Televisie, radio, tapijtjes op tafel, een beetje aardige keuken met douche en huisdieren…. Op 40-60m2 samenleven was nooit een groot genoegen met een heel gezin, maar met dieren er bij al helemaal niet. Soms kom je nog wel eens wat van die lieden tegen.
Zoals ik onlangs deed. Ik liep door de hoofdstraat van wat ooit mijn leefomgeving was geweest (ik verhuisde toen ik 18 was naar een andere buurt) en zag een vent lopen die vroeger altijd al wat ouder was geweest dan ik. Beetje meer de generatie van mijn oudere broer. Vroeger het playboytype, haartjes in kuif, mooi pak. Reed op flashy brommers, versierde de meiden. Ik volgde anno nu zijn spoor. Keek waar hij heen liep en zag dat hij nog steeds in die oude straat woonde. Dat pak droeg hij nog, het haar nog bijna in gelijke snit. Nooit verhuisd, nooit de behoefte gehad. Spaarzaam geleefd of alles er doorheen gejaagd? Een uitzondering, dat wel. Maar wat ben ik blij dat ik ooit die stappen zette om de wereld toch eens van een andere kant te bekijken. Kostte wat, maar dan heb je ook wat. Nu nog eens zien dat we die villa bereiken met een Ferrari voor de deur….Zouden ze die bij de Action ook verkopen?



