
Als ik dit verhaal hier zou opschrijven zonder referentie zou de gemiddelde lezer kunnen denken dat ik wellicht een tref door de creatieve bliksem meemaakte of was aangeraakt door een beschermengel met een hoop fantasie. Maar niets is minder waar. Dit verhaal gaat over een opstand in de Amsterdamse woonwijk de Jordaan van voor WO2 en die zich als een lopend vuurtje uitbreidde door de hele stad en dusdanige vormen aan nam dat men op het toenmalige stadhuis besloot met hulp van militairen het gezag in de stad terug te krijgen, desnoods met veel geweld. Nou dat geweld kwam er. Militairen schoten mensen dood, verwondden er zeer velen, de politie deed aan deze onderdrukking van alle protesten met plezier mee en de bevolking sloeg vaak net zo gewelddadig terug. Barricades, stenen, dakpannen en soms als men een agent kon insluiten werd die zodanig afgetuigd dat hij een langdurig verblijf in een ziekenhuis nodig had om te herstellen. En waar kwam dit nou allemaal door? Wel, simpel, de regering Colijn besloot om de uitkeringen aan zgn. ‘steuntrekkers’ met hele guldens per week te verminderen om zo de ( op de goudstandaard baserende) begrotingen op orde te houden. De talloze werklozen tijdens de economische crisis van dik een eeuw geleden trokken een wissel op die goudstandaard die de toenmalige regering koste wat het kost wilde vast houden ter dekking van de begroting. En de vermindering van die uitkeringen waren zodanig dat de getroffen mensen het risico liepen te verhongeren. Met name vrouwen met kinderen liepen dat risico.

Daar stond tegenover dat (nog) werkenden met dank aan de toenmalige vakbonden er nog best redelijk vanaf kwamen. Een grote kloof in de samenleving het gevolg en gemor ontstond toen er met de overheid niet viel te praten over verbetering van de situatie. De vonk in het kruitvat, de ontploffing door de hele stad en zelfs elders in het land voelbaar. Overal gingen werklozen over tot actie. En in de Jordaan was dat verzet meer dan hevig. Toen men dat niet meer kon beheersen kwamen dus de militairen die er op los schoten. Het hele verhaal vervat in een aardig boek dat ik in maart vond bij een tweedehands boekwinkel in Almere. Ik las het in een keer uit en verbaasde me zeer over hetgeen ik las. Zo heftig had ik niet verwacht dat het ooit is geweest. Maar dat boek vertelt het verhaal. Goed geschreven door auteur Wolf Kielich en ooit uitgebracht met ISBN nummer 9060112881 is dit een aanrader voor hen die uit de geschiedenis willen leren. Burgerprotesten die niet met fluwelen handschoenen aan worden aangepakt maar met de blanke sabel en het geweer. Dat zou nu in 2026 ondenkbaar zijn. (al pleiten opnieuw burgemeesters voor inzet van het leger bij anti-AZC-protesten..) Maar in 1934 heel normaal en geaccepteerd…. Behalve door de slachtoffers uiteraard. (beelden: Yellowbird)

































Drugshandel is zeker in ons land levendig, de bijbehorende criminaliteit ook. Mag je daar dan niets over zeggen? Zelfde zie je bij de milieuterroristen. Ik noem ze zo omdat deze mensen niet schuwen voor keiharde acties die vooral anderen schaden. Of het nu een boer betreft die volgens hen niet zijn werk doet op de door hen gewenste manier, of de luchtvaart die volgens deze groepen altijd tien keer zoveel uitstoot als de officieel erkende cijfers bewijzen. Schreeuwen, bleren, plunderen als het moet, men wil met donder en het nodige geweld zijn/haar gelijk bewijzen. Veelal gaat het daarbij toch om geld. Want excuses eerst, de blanco cheque daarna. Weet je nog wat er gebeurde na die affaire van een blanke agent die een donker getinte verdachte te lang in de nekklem hield in de VS? De zgn. Black Live Matters beweging kreeg meteen steun in ons land en iedereen op de linker vleugel van het politieke spectrum vond daarbij dat in Nederland ‘zwarten’ stelselmatig worden achtergesteld. Dat tegelijk een claim loopt tegen de Nederlandse staat om te kunnen komen tot schadevergoedingen voor hen die vinden recht te hebben op zoiets i.v.m. het lijden van een paar eeuwen terug door het slavernijverleden zegt mij genoeg. Het gaat om gratis geld. Niks anders. Nederland ving juist deze groepen op sinds 1975 en gaf hen subsidies en leefgeld. Je denkt dan dat men daarmee aardig tevreden is, maar nee!
Ene meneer Akwasi, zelf overigens afkomstig uit een Afrikaanse stam, de Ashanti, die zich in dat zelfde verleden aardig schuldig maakte aan de handel in slaven, zette zelfs op tot een aanval op Zwarte Piet acteurs in de komende feestmaanden. Hij kwam er mee weg, al werd hij wel persona-non-grata in ieder andere dan linkse kring. Je mag hier wel oproepen tot geweld tegen andere dan linkse mensen, maar omgekeerd eindig je voor de rechter. Antifa plunderde in dezelfde periode samen met bendes immigranten de binnenstad van Stuttgart. De media zwegen. In de VS zagen we hetzelfde beeld in de protesten van na die dood van die zwarte arrestant. Protesteren altijd gepaard gaand met geweld en vernieling, maar vooral plundering. Wat men kennelijk niet heeft geleerd van de geschiedenis is dat revoluties altijd hebben geleid tot contra-revoluties. Mensen zijn het zat altijd maar weer aangewezen te worden als schuldig. Zonder enige reden meestal. Wie zich aan de Tien Geboden houdt of aan de Nederlandse normen en waarden heeft niks te vrezen. Wie geweld gebruikt mag niet verbaasd zijn dat er een tikkie terug zal worden uitgedeeld. En de geschiedenis is geduldig. Zo waren de Noord-Afrikanen en Otomanen de grootste slavendrijvers ooit. Net als de Romeinen. En gek op vooral christelijke slaven, of Noord-Europese vrouwen. De door Vikingen aangerichte plunderingen, verkrachtingen en vernieling van have en goed? Vergeten? Vast! Maar na al die eeuwen mag ook daar wel eens voor betaald worden. Toch? Of heeft men op links een beetje selectief geheugen? Zal vast in de scholing zitten, of de indoctrinatie. (Beelden: Archief/Internet)
In mijn verhalen over het werken met dat merk waarvan het logo een vliegende pijl bevat beschreef ik ook dat wij als dealer indertijd min of meer onder dwang het Roemeense merk Dacia kregen toebedeeld. Nog even terug in de tijd voor de plaatsing van het geheel, Dacia was (is nog steeds) een Roemeens automerk met een sterke link naar Renault. Nadat men daar eerder al R8’s van dat Franse merk in licentie had gebouwd deed men dit met veel enthousiasme nog eens over met de latere R12. Dat was in oorsprong een vrij moderne gezinsauto met voorwielaandrijving, goede wegligging en een grote kofferbak. De Franse versie was in ons land ook mateloos populair geweest en dus zag importeur Englebert van toen er wel brood in om die Roemenen op de markt te brengen. Nu waren die wagens uiterlijk weliswaar compleet Frans, maar onderhuids had men onder druk van het communistische regime dat er toen de scepter zwaaide gekozen voor componenten die in eigen land waren gefabriceerd. Een grote vergissing. Daarbij zette men die auto’s met weinig plezier in mekaar en dat was goed te merken aan afwerking en kwaliteit.
Dat gold dus ook voor ons land. De auto’s die Englebert hierheen haalde had men eigenlijk door een technische mangel moeten halen, maar dat verzuimde men, dus alle ellende kwam terecht bij dealers en kopers. Tot die laatste groep behoorde bij ons toenmalige dealerbedrijf anno 1978 een man met een eigen haardenwinkel in Amsterdam. Hij was iemand met een grote voorliefde voor drama. Als hij een lekke band had waren alle goden tegen hem en lag het aan de fabrikant van de auto. Als jarenlang Skoda-rijder was hij op enig moment op zoek naar een geschikt alternatief waarmee hij geen lekke banden meer kreeg (ik chargeer het even..) en dus boden we hem de net in de showroom opgestelde Dacia sedan aan. Was te bestellen in een heldere kleur geel met een zwart of beige interieur. Beetje luxe er op en aan en hij zou apentrots worden. Dachten we. En ja, de aflevering verliep probleemloos en hij reed weg met zijn Roemeen als een glunderende kroonprins met Maxima. Helaas duurde het plezier niet te lang.
Op een of andere wijze stond hij ergens onderweg stil. Duizend bommen en granaten. Het ding sloeg af en wilde niet meer rijden. Gek genoeg was het wel zo dat toen wij bij de splinternieuwe Roemeen kwamen en de contactsleutel omdraaiden, de auto gewoon startte en de motor als een zonnetje draaide. Het moest wel aan de klant liggen. Hoe dan ook, een maand later was de man zowat aan de valium want de Dacia had hem een keer of tien laten staan. Zo maar ineens. Tijdens het rijden. Afslaan….Dat kon natuurlijk niet dus maakten we de afspraak om de auto uitgebreid te testen bij ons als hij vakantie vierde. Dat zou 14 dagen duren, dus we hadden nog even. En zo benaderden we het probleem. Even rijden, veelal zonder enig probleem. Tot ik als vrijwilliger hetzelfde meemaakte en de auto langs de Bosbaan in het Amsterdamse Bos afsloeg. Pas na een minuut of vijf ging hij weer aan de slag en was er niks meer mee mis. Vreemde storing. De auto werd voor de deur van de werkplaats geparkeerd en in de stille uurtjes af en toe even beetgepakt. Zonder resultaat. Op een slechte dag hoorde ik vanuit mijn kantoor een hoop geschreeuw. De Dacia was gestolen. Van voor de deur bij ons bedrijf. Een van de monteurs er achter aan, zonder resultaat. De Dacia was verdwenen. Ik nog lachen, die dief komt vast niet ver. Nou dat viel tegen.
Na aangifte bij de politie kwam de auto vijf dagen later boven water. In de buurt van Arnhem, waar hij was gebruikt voor een bankoverval. Een wat??? Kon toch niet? Wel zeker! Dus werd de auto door ons op een aanhanger teruggehaald. Hij bleek aardig uitgewoond en vervuild door de dieven. Dus hij moest weer teruggebracht naar nieuwstaat. Importeur Englebert stelde zich hiervoor gelukkig garant, mits wij de auto ‘even kwamen brengen’. Dat deed ik samen met mijn toenmalige chef. Maar op weg naar Voorschoten stond ik twee keer stil. Hoe hadden die bankrovers dit klusje voor mekaar gekregen? Geen idee. Hoe dan ook, de importeur maakte de auto weer nieuw en vond uiteindelijk ook het euvel. Een piepklein slangetje vlak voor de benzinetank zoog bij gas geven vacuum en sloot de toevoer af. Renault onderdeel er tussen gezet en euvel was opgelost. Klant na zijn vakantie dolblij. En zo was iedereen en alles weer gelukkig. Maar een raadsel bleef het. Wonderlijke auto’s die Dacia’s….Overigens voor dat land waar hij vandaan kwam net zo belangrijk als Lada voor de Sovjet-Unie of Skoda voor de Tsjechen en in grote aantallen gemaakt. Als die allemaal zo’n slangetje voor de tank hadden zitten….(Beelden: Yellowbird archief)