
Wie mij kent of al een tijdje volgt weet dat ik bepaald niet lid of sponsor ben van de extreemlinkse kerken in onze wereld. Ik meen me te kunnen veroorloven te stellen dat veel linkse propaganda of claims baseren op leugens of verdraaide onderzoeken, waarbij men niet schroomt politiek aangepaste ‘wetenschappers’ op te voeren als bron voor hun denken. In ons land stemt meer dan 55% van de kiezers centrum-rechts, dus links moet altijd hard schreeuwen om vanuit de minderheidspositie aandacht te krijgen voor haar standpunten. En men beperkt zich dan niet tot schreeuwen, vernielen, wegen blokkeren, een vliegveld aanvallen, boerenbedrijven intimideren, het is allemaal op de agenda gezet bij gesubsidieerd volk dat kennelijk niet hoeft te werken voor de kost.

Door die manier van politiek bedrijven verlamt ook elke discussie en vallen eventuele best acceptabele argumenten in het water van een door ongewassen types vervuild stroompje. Maar soms….heel soms….heb ik wel een gevoel bij een argument van deze enge clubs. Zo is er onlangs een maatregel genomen om een mij verder onbekend maar in mijn ogen ook wel erg drastisch gebruik wettelijk af te stoppen; het verbranden van overjarig textiel. Kennelijk is het zo dat veel modeketens maar ook warenhuizen en winkels hun overbodige en wellicht onverkoopbare voorraden leveren aan destructiebedrijven die de nog nieuw in de verpakking stekende kleding regelmatig verbranden. Dat is doodzonde van al die kledingstukken, maar ook slecht voor het milieu. Laat ik dat laatste argument ook maar eens benutten al ben ik op dat punt tevens een voorstander van het vuurwerkverbod rond de oud/nieuwjaar vieringen.

De uitstoot daarvan is net zo heftig als een maand autorijden en bootje varen met alles wat rijd/vaarbaar is in dit land. Maar dit even terzijde. Waar komt die brandgekte vandaan? Kennelijk zijn wij zo modebewust dat we niet willen rondlopen in kleding van een seizoen geleden. Die kleding is veelal gemaakt in een ver land, door mensen die een hongerloon verdienen, daarna per schip naar onze streken gevoerd, hier gedistribueerd en dan in de winkels gelegd. En dan willen wij, verwende consumenten, dat soms niet kopen. Te duur, te gek, te dun, lang of slecht gestikt. Wat overblijft na een seizoen komt dan steevast in de aanbieding. SALE, UITVERKOOP, KORTING, het zijn kreten die soms nog wat helpen, maar in andere gevallen niet. En dan voert men het restant af. Niet naar de kledingbank, stichtingen die armen helpen of zoiets, nee naar de verbrandingsovens. Ik was echt verbaasd over dat gedrag. Immers er zijn genoeg mensen voor wie een broek van een tientje nog te duur is gezien hun situatie, we tellen tienduizenden daklozen in dit land, kortom er zijn voldoende kanalen om vriendelijker om te gaan met oude kleding. Alles beter dan verbranden. En dat is dan meteen het beste argument voor die wetten die dit nu gaan tegenhouden. Eens zien wanneer wij voor 1 euro of zo kunnen gaan profteren van de super-aanbiedingen bij de ons bekende ketens. Hoe dat straks moet bij die budgetwinkels als Primark weer ik nog niet, maar die mogen dan wel hun spullen gratis gaan uitdelen. Hoe dan ook, voor een keer ben ik het eens met de linkse propagandisten…een wonder…en dat moet in die kringen gekoesterd…. (Beelden: Internet)
































In mijn laatste professionele jaren bij en voor importeur Pon, leerde ik nog sterker dan voorheen het fenomeen ‘klantvriendelijkheid’ kennen en zeker ook waarderen. Het zat in de diverse bedrijven binnen die mij toen bekende branches niet in de genen. De klant centraal stellen en jezelf ondergeschikt maken is niet des ondernemers, om het over verantwoordelijke managers maar niet eens te hebben. Vroeg vaak veel aandacht en overtuigingskracht mijnerzijds. In de jaren daarna deed ik mijn advieswerk vanuit het bureau dat ik daartoe had opgericht en kwam o.a. in contact met de wereld van het midden- en kleinbedrijf. Daar was die klant slechts een geldautomaat zo leek het. ‘Zo zijn de regels en zo wordt het spel gespeeld’. Klant was vaak lastig (..) en stelde de meest onmogelijke eisen. Maakte niet uit of ik nu mensen hoorde met winkels of stallen op de markt. Alsof ik dertig jaar terug ging in de tijd. Sindsdien is er wel iets veranderd. Ook mkb-ers beginnen iets te snappen van klantvriendelijk gedrag, al was het maar door de enorme concurrentie van nieuwe winkel(keten)s die het landschap op dit punt verbeterden.
Maar er blijven altijd diehards volharden in het denken vanuit de eigen normen en waarden. De klant als decor, ‘mijn eigen protocol’ van groter belang. Zo kreeg ik onlangs twee voorbeelden aangereikt vanuit een grote bankinstelling op verschillende plekken in de regio waar die instelling kantoren heeft zitten. Medewerkers die het niet de moeite waard vonden af te wijken van de eigen gedragslijn en het begrip klantvriendelijkheid toe te passen. Voorbeeld 1; vestiging in Midden-Nederland. Normaal zit daar erg aardig personeel. Nu was de bezetting anders. Een van de voor ons nieuwe medewerkers was druk met een man die kennelijk zijn hele financiele hebben en houden met hem wilde doornemen. Aan de open en centrale balie, wat ik toch een beetje vreemd vond. In een afgesloten kantoortje zat nog een bankman, maar die had kennelijk een andere rol want keek vooral voor zich uit. Toen bleek dat wij wel erg lang zouden moeten gaan wachten besloten we intussen even iets anders te gaan doen. Boodschappen bijvoorbeeld. Nadat we een minuut of 20 later terug kwamen was de situatie niet veranderd. Maar de medewerker achter de balie merkte ons wel op. ‘Kan ik u helpen?’ vroeg hij terwijl de klant met al zijn papieren nog steeds tegenover hem zat.
Wie mij kent en al regelmatig volgt hier op mijn mening blogs weet dat ik iets heb met startups. Met name omdat we in de moderne tijden al zo vaak horen of lezen over faillissementen van voorheen toch bekende bedrijven. Jonge mensen die dan de uitdaging aangaan om een eigen onderneming opzetten en hun ziel en zaligheid er in leggen kunnen rekenen op mijn steun in zekere zin. Een van die mensen is Tamara Mol. Ik heb haar ooit in een werkzaam verleden leren kennen als een steun en toeverlaat bij een reclamebureau dat zich bezighield met allerlei vormen van promotie maken. Tamara was daar accountmanager, maar ze blonk uit door haar inzicht, rust en talent om lastige situaties goed op te lossen. Een talent op zichzelf dus, met de nodige managementkwaliteiten. Ze leerde zich de rug krom om haar kennis en basis nog wat te vergroten. Sportte, maar hield ook van feesten. En wie organiseerde dan daarna de betaalbare taxi’s? Juist!
Ergens in 2006 scheidden onze wegen. Zij trok verder, werkte voor een paar bureaus waar ze nog meer dan voorheen organiseerde en groeide uit tot een onderneemster. Vorig jaar zette ze de stap. Op het juiste moment in haar leven. Ze richtte TOOS op, een naam die gewoon aanhoort maar staat voor Tamara’s Office Ondersteuning & Secretariaten. Ze biedt haar diensten aan bij branche- en ondernemingsverenigingen of projecten voor bedrijven en overheidsinstellingen op gebied van marketing en reclame. Als ze haar secretariaatswerk aanbiedt doet ze dat voor o.a. het behandelen van mail, post, telefoon, website, social media-accounts, maakt ze nieuwsbrieven (en verstuurt ze uiteraard) organiseert bijeenkomsten en zorgt dat ze de spin is in het web van bedrijven en ondernemingen die juist om zo’n duizendpoot verlegen zitten.
In tijden van kostenbesparing op FTE’s een geweldig alternatief. Tamara gelooft er heilig in dat dit een succes wordt, en guess what? Ik ook! Want zo’n TOOS wil je in huis hebben hoor. Het ontlast ondernemers of besturen van die ondernemingsverenigingen die hun werk er vaak bij doen. TOOS komt alles oplossen en naar ik begreep tegen zeer acceptabele tarieven. Haal je geen fulltimer voor in huis. Wel een buitengewoon gedreven onderneemster die werkt voor drie en ook nog eens een fraai plaatje biedt. Uiteraard bied ik haar een paar platforms. Dat verdient ze, al was het maar om wat ze voor mij en mijn werk in het verleden heeft betekend. Voor elke bolleboos een eigen TOOS zou ik denken! Wie meer wil weten moet maar even kijken op haar leuke website: 

