2030

Praat met iemand die naar eigen idee twee eigenschappen bezit die er voor hem/haar zelf toe doen en je komt al snel terecht op onderwerpen die kunnen leiden tot een scherpe scheiding der geesten. Een van die eigenschappen van deze mensensoort is ‘geloof in een milieuvriendelijke toekomst’ en de tweede ‘het eeuwige gelijk’. Als je deze eigenschappen aantreft bij dit soort mensen ontdek je vanzelf en al snel dat ze vaak te vinden zijn in de hoek van de GroenLinkse of D66 sprookjespartijen. Daar heeft men ook maar een credo; alles wat anderen doen (i.e. zij!) is fout. ‘Zij vervuilen de wereld, zij stoken tegen de klippen op, ze douchen te lang, ze rijden met vervuilende auto’s, stoken op houtblokken, gaan ook nog eens op vakantie en willen geen windmolens in hun achtertuin’. Het zal duidelijk zijn dat ik nu even net zo chargeer als de mensen die ik beschrijf. Waar deze lieden het ook vaak over eens zijn; in 2030 rijden we allemaal elektrisch! Nou…neem van mij maar aan; dat is zeker niet zo.

Daarvoor is een paar redenen te noemen. Allereerst….die elektrische auto’s zijn domweg te duur! Veel te duur. Ook al schermen die voorstanders dan met allerlei kilometer/kostprijsberekeningen, men houdt daarbij angstvallig de prijs van accu-pakketten buiten beeld. Als je die moet vervangen ben je zo een paar duizend Euri verder. Ook wordt je nooit verteld dat de actieradius (over het algemeen al met dik 40% overdreven) met 50% afneemt als het een beetje koud is buiten en je de kachel, verlichting, navigatie en ruitenwissers moet gebruiken. Daarbij is de oplaad-infrastructuur nog nauwelijks van de grond gekomen. Wil je dus in 2030 (12 jaar na nu) alle benzine/diesel/gasauto’s hebben vervangen dient een kapitaalslag te worden gemaakt die zijn weerga niet kent. De voorstanders, veelal zelf rijdend in leaseautos van een of andere organisatie die milieutechnisch welwillend doet wat haar personeel vraagt, zien die nadelen niet. Als wij nu maar uit onze ‘ouderwetse’ auto’s stappen en die massaal onder de grond laten begraven komt het goed met de wereld. Nou vergeet het maar!

We rijden momenteel alleen in ons landje al met 8,5 miljoen traditionele (om de term maar eens te gebruikten) maar zeer efficiente voertuigen rond. Het aandeel van de elektrische auto is ook na alle jaren propaganda uit de linkse hoek, plus de staatssubsidies op het gebruik, niet meer dan 1% van het jaarlijkse totaal aan verkopen. En van die 1% zit een groot deel in de zakelijke hoek i.c. de taxiwereld. Een deel van deze wagens verdwijnt na een paar jaar gebruik richting buitenland. In ons land zijn die wagen ook tweedehands nauwelijks gevraagd. Het resultaat is een lagere restwaarde dan vooraf bedacht. Vraag en aanbod en zo meer. Dan gebruikt met ook graag het argument dat de uitstoot van CO2 en dat soort stoffen enorm wordt teruggebracht als we elektrisch gaan rijden. Vergeten wordt dan dat van alle uitstoot 16% aan het totale verkeer kan worden toegeschreven. De rest is industrie, landbouw, veeteelt, huishoudelijk gebruik. Maar de symboolwerking is voor de actievoerende voorstanders van groter belang dan de feiten.

Grensoverschrijdende vervuiling bijvoorbeeld. Blijkt veel groter dan men dacht, maar die feiten worden weggepoetst. Net als de productie van accu’s, of de afvoer van de gebruikte exemplaren. Kortom, als we elektrisch gaan rijden komt er in de marge verbetering van die situatie. En niet veel meer. Leuke groene hobby dus, geen oplossing! En intussen kijk ik naar de vertegenwoordiger van zo’n groene partij die bij mij in de straat woont. En waar drie normale benzineauto’s binnen het gezin in gebruik zijn die regelmatig worden gebruikt. Het gezin heeft wel zonnecellen op het dak. Kennelijk om het geweten te sussen?! Intussen ben ik blij met mijn compacte benzineauto die me heen en weer naar Aken bracht met vier man en bagage. Zonder dat ik met de zenuwen hoefde te zitten over mijn actieradius. Nee, ik ben er nog niet aan toe. Eerst maar eens betaalbaar maken die dingen, een bruikbare actieradius bieden, een goede restwaarde, een laadinfrastructuur die vergelijkbaar is met die van normale tankstations en een oplaadtijd die niet in uren maar minuten wordt uitgedrukt. Pas dan zou ik eventueel ook enig enthousiasme kunnen voelen bij het idee dat we in 2030 allemaal elektrische zouden kunnen rijden. Vraag is wel of ik het tegen die tijd nog wel zou willen…… De leeftijd en zo meer…..:)

Amy

AM-2Was ik een fan? Nee! Niet meteen. Ik vind dat ze aardig zong en sommige van haar hits zing ik nog wel mee ook, maar ze was van een generatie of twee na mij en dan begint het gevoel voor moderne smaak toch iets te tanen. Opvallen deed ze overigens wel. Haar stem heel anders dan bij die riedeltjeszangeressen van tegenwoordig die zonder adlips schijnbaar niet kunnen functioneren. ‘Mens, zing toch eens rechtuit…’ zeg ik dan vaak. Amy Winehouse was van een andere orde. Als dat strotje open ging wist je wat ze wilde vertellen. En een uiterlijk zoals je bij weinig andere dames van de microfoon zag. Wonderlijk getoupeerd haar, een scherpe neus, onder de tattoo’s en in haar latere levensfase bijster mager. Amy leed aan een minderwaardigheidscomplex en verbloemde dat met haar talent, maar voor de echte verdoving zocht ze die in alcohol en drugs. En dodelijke cocktail. Maar het meisje was gedreven door haar echte talent. Amy_Winehouse_f4962007_crop

Zingen, af en toe wat acteren, het leidde tot vijf Grammy Awards! Dochter van een taxichauffeur en apothekersvrouw. Joods van herkomst, met lijnen naar het oude Rusland waar haar grootouders vandaan waren gekomen. Ze leerde slecht, alleen muziek had haar aandacht. Ze studeerde ook nog voor haar chauffeursdiploma zodat ze in het geval van mislukken van haar carriere nog de taxi van haar vader kon overnemen. Het werd niks. Ze was geen studiehoofd. Opvallend, grappig in het begin, en als ze zong werd je er stil van. Ze schreef haar eigen songs, richtte een eigen platenlabel op, trad op voor de groten der Aarde en had steeds weer top-40 hits. Helaas kreeg ze steeds meer last van haar drank- en drugsgebruik. Soms stond ze stomdronken op het podium en was geen schaduw meer van de succesvolle artieste die het wellicht had moeten zijn.

AM-1Ze schreef een nummer over die verslaving en hoe mensen haar wilden laten afkicken, wat ze nooit deed. ‘Rehab’ heette dat nummer en werd een grote hit. Maar als artieste bleek ze ook onbetrouwbaar door dat wangedrag. Haar angst voor de grote boze wereld maakte dat ze steeds meer ging gebruiken, al dan niet geholpen door haar vriendjes van het moment. Het richtte haar uiteindelijk ten gronde. Op 27-jarige leeftijd was het over en uit. Ze overleed op 23 juli 2011. Zeven jaar later reist een tentoonstelling over haar leven de wereld rond. Onlangs was die in Amsterdam te zien, bij het Joods Historisch Museum. Mooi gemaakt, lekkere muziek, mooi opnamen. Zonde van dat talent. Maar een mooi eerbetoon. Zelfs ik kon er van genieten. En dat op mijn leeftijd…… (Foto’s: Wikipedia/internet)

Rapportcijfers

Berlijn 1989Zakenreizigers zijn veelal efficiënte lieden. Die gaan niet op reis omdat het zo leuk is, maar omdat ze bepaalde doelstellingen moeten behalen voor het bedrijf of de organisatie waar ze actief zijn. Ik maakte in mijn vroegere carrière veel van die trips en ik weet nog hoe moe ik soms was van al dat gevlieg en heen en weer rijden naar de plekken waar die meetings werden gehouden die van belang waren voor het voortbestaan van de bedrijven waar ik voor werkte. Reizen is vermoeiend, verblijven in hotels niet altijd een even groot genoegen. Daarbij trekt het onderhandelen over bepaalde zaken veel energie uit je lijf. Zeker als dat moet in een voor jou vreemde taal en als de tegenpartij taai blijkt. Toch heb ik nog heel wat goede herinneringen aan een aantal van die trips hoor. Je zag ook veel onderweg en leerde het nodige over andere culturen. Daarbij werd eten en drinken in die landen weliswaar verstrekt maar best niet altijd geapprecieerd. Onze smaak is anders dan die in andere delen van de wereld. Hoe dan ook, zakenreizigers zijn doelgericht. Kijken anders naar een reis dan de gemiddelde toerist.

Londen vanaf de Tower Bridge 100888 AMT24 Scan10268Hoe vroeger je ergens aankomt hoe langer de dag duurt. Dagrandverbindingen dus van belang. Dat geldt voor de luchtvaartmaatschappijen die je benut als de spoorbedrijven die je vervoeren naar plekken die met de auto niet te handig zijn vanwege lastig parkeren etc. Uit onderzoek komt nu naar voren hoe die reizigers tegen bepaalde aspecten aankijken van hun beroepsmatige trips. Daaruit blijkt dat driekwart van alle zakenreizigers tevreden is over de behaalde doelen bij hun reizen en tochten. Kijk, dat maakt vrolijk. De Nederlandse handelsgeest is voor de moderne managers en andere onderhandelaars nog steeds belangrijk. Men vond tijdens die trips ook de hotels naar tevredenheid. De moderne hotels zijn dan ook in veel landen van een behoorlijk niveau. Met wat geluk uitgerust met gratis wifi(bijna 80% van de zakenreizigers wil dit aantreffen in een hotel) etc. zodat je alles wat je moet vastleggen ook kunt doorseinen naar de thuisbasis.

prag18Het rapportcijfer wordt al snel een stuk lager als het over de vervoersvormen gaat. Reizen per vliegtuig komt er nog net met een cijfer 6,1 vanaf. De enorme lange incheck, massaliteit op sommige luchthavens en gebrekkige informatie rond vertrek- en aankomst spelen een rol. Taxi’s zijn een bron van ergernis. Internationaal krijgen taxi’s een rapportcijfer 5,4.. Dat is best laag en geeft voor die branche te denken. Maar ook het vervoer per spoor is geen grote bron voor tevredenheid. Ook niet meer dan 5,4 als rapportcijfer. De reiziger voelt zich niet thuis in rommelige treinen die vertraagd opereren vanaf constant verbouwde stations. Dat de beveiligers op luchthavens het er met 5.0 wel heel slecht vanaf brengen heeft veel te maken met de onpersoonlijke botte wijze van optreden van deze leiden. Of zouden die zakenmensen, gewend aan efficiency deze lieden meer zien als ‘sta-in’-de-wegs’ tijdens hun tocht richting bestemming? Ik kan me daar alles bij voorstellen. Maar men mag zich toch wel eens beter trachten in te stellen op wie nu eigenlijk klant is en wie het salaris van al die medewerkers eigenlijk betaalt. Want daar lijkt het bij veel branches toch wel aan te mankeren. Met uitzondering van die hoteliers dus. Die snappen het meestal wel. Want cijfers liegen niet. (Bron: Zakenreis 476)