Roemeense geschiedschrijving…

Mijn relatie tot het Roemeense volk is qua ervaring relatief beperkt en ook nog eens uitgerust met een dubbel gevoel. Beroepsmatige vervorming maakt soms blind voor de positieve dingen in heden of verleden. En bij mij is veel terug te voeren naar die beroepsmatige ervaringen. Met een ronduit matig automerk als Dacia dat ons als dealer in de jaren 1978-81 werd opgedrongen door de toenmalige importeur die ook mijn geliefde merk Skoda en een Pools alternatief als FSO op de markt zette. Dacia was toen een automerk dat een soort kopie van de Franse Renault 12 bouwde, overigens in licentie van de Fransen, maar dat zo slecht deed dat die wagens van een bedenkelijke kwaliteit waren. Wisten wij toen veel of we geloofden het positieve liever dan het negatieve in die lastige jaren. Het Roemeense ding had westerse (Franse) lijnen, voorwielaandrijving en aardige kleuren. Er was een sedan van te koop en een stationcar, en voor wie nog wat aardappelen naar de markt wilde brengen, een Pickup. Maar die laatste werd toen toen nog niet geimporteerd. Dacia dus!

Wij kenden als garagebedrijf al enige ervaring met een exemplaar van dat merk, omdat ik als ex-Schipholwerker de lokale vertegenwoordiger van de Roemeense luchtvaartmaatschappij Tarom onder dak wist te brengen voor onderhoud. Nou daar hadden we eigenlijk van moeten leren. Deden we niet. Mede doordat die importeur ons op het hart drukte dat de nieuwe Dacia’s absoluut beter waren dan die oudere exemplaren. Het was niet zo. Zelden kregen we zoveel gedoe over ons heen als met die Roemeense wagens. En we waren best wel wat gewend door onze Poolse vrienden. Bij de Dacia kon je tijdens het rijden zomaar je achterruit kwijt raken als je een voorrraam open deed, maar er mankeerde verder wel zoveel aan dat je blij mocht zijn dat klanten er 10.000km storingvrij mee onderweg konden. Toen de importeur (wellicht door al die garantieclaims) ten onder ging in 1980/1 was het over en uit. Geen Dacia’s meer en we bedienden de rijdende klanten in die wagens zo goed en kwaad als het ging met originele Renault-onderdelen.

Want voor die R12’s was nog wel het nodige te vinden. Later, we zochten uitbreiding van vooral ons lease-gamma, namen we bij een nieuwe importeur nog eens een paar van die Roemenen af. Met name de Combi’s die waren opgewaardeerd en nog wat leuker van uitvoering en kleur. Er was in de loop van de jaren niet zo veel veranderd. De wagens die goedkoop in de lease gingen bleken nog net zo beroerd van afwerkingskwaliteit als de illustere voorgangers van een jaar of wat eerder. Het zorgde er voor dat we er nu definitief mee stopten en gingen voor een Japans merk naast het nog steeds gevoerde Skoda. Dacia was voor mij dus niks. Intussen is het een budgetmerk geworden waar na de volksrevolutie die het kwalijke bewind van de de communisten met geweld verjoeg, nu Renault echt de scepter zwaait. Met erg aardige wagens waar nog steeds kopers voor te vinden zijn. Maar ik kijk er niet meer serieus naar. Te link, te slechte ervaringen. Maar ik doe daar vast de Roemenen deels mee tekort. Want in dat land werden buiten Dacia nog meer auto’s gebouwd, al dan niet van even bedenkelijke kwaliteit. Men bouwde ooit voor Citroen een model dat hier als Axel te koop werd aangeboden en er was een terreinwagen met de fraaie naam ARO. Zij die er ervaring mee opdeden moeten maar eens vertellen wat ze meemaakten met die wagens. Ik beperkte me hier op deze zondag maar even tot dat Dacia-verhaal. In de hoop dat u het aardig vond. (Beelden: DDR, J.R. de Witt)

Russische schaamteklassieker; Lada 1200.

Als er een merk slim is omgegaan met haar modellen en de daaruit voortvloeiende licentiebouwrechten dan toch wel Fiat. Want de Italianen lieten heel wat van hun vroegere modellen ook fabriceren in een keur van landen waar men juist met die vaak wat oudere Fiat’s decennialang gek zou blijven. Een compliment voor de ontwerpers. Een van die wagens was de redelijk hoekige Fiat 124 die bij zijn aantreden in de jaren zestig als modern door het leven ging. Maar aan het einde van dat decennium werd hij opgevolgd door de nog wat vlottere 131 Mirafiori. En dus leefde de 124 gewoon voort. O.a. in Zuid-Amerika, het Midden-Oosten maar zeker ook in de Sovjet-Unie. Met dat land werd door de Fiat-directie een overeenkomst gesloten dat men tot in lengte van jaren de oer-124 zou mogen bouwen. De Sovjets pakten dat meteen grootschalig op. Hun eigen personenwagens waren veelal ouderwets van opzet en de afwerking was veelal bedroevend. Om de 124 te kunnen bouwen op een manier die ook Fiat beviel werd in een nieuw te bouwen stad, een even nieuwe productielijn neergezet. Togliati heette die plek, vernoemd naar een oude Italiaanse communistenleider.

In 1969 werden wat prototypen in elkaar gezet door de Russen, op basis van door Fiat aangeleverde onderdelen. Maar echt produceren deed men pas vanaf begin jaren 70. Shiguli heette de auto in Rusland, VAZ de bouwer. Toen bleek dat die Russische naam erg veel leek op de aanduiding van het vrouwelijk geslachtsdeel in de Baltische Staten, werd Lada de exportnaam voor de Russische Fiat. En onder die naam werd de auto ook bij ons geïmporteerd. Met succes. Voor weinig geld kocht je een nieuwe stoer aandoende auto. Dat stoere beperkte zich niet tot de buitenkant, want dan moest je wel twee keer kijken wilde je het onderscheid zien met een Fiat (of SEAT waar de 124 ook werd gebouwd). De Russen verstevigden het model om hem meer op de Russische omstandigheden uit te rusten. De motoren werden verbeterd, de kachel versterkt en de vering aangepast. Niet alles viel daardoor beter uit dan bij het origineel.

De Lada’s maakten meer lawaai dan de oer-Fiat had gedaan. Vooral een gevolg van die aangepaste motoren. Maar die motoren reden wel op vrij lage octaangehalte benzinesoorten, waar de Fiat alleen op Super wilde draaien. Dat met al die aanpassingen een Lada een ‘stevige’ auto werd zal niemand verbazen. Ook het brandstofverbruik was daardoor niet meteen om te lachen. Toch werd de auto een aardig succes. Hij was immers redelijk ruim, sterk en ook in grote aantallen leverbaar. Niet alleen in Rusland maar ook in de andere Oostbloklanden, en bij ons in het westen. Lada als merk hier kreeg al gauw de naam ‘veel voor weinig’ te leveren en dat trok zeker in ons land kopers. Een later geleverde stationcar maakte het succes ook nog eens compleet. Wat meespeelde was dat die Lada qua roestgevoeligheid net even taaier was dan zijn Italiaanse voorbeeld. In ons land van groot belang. Pas in 1977 werd de oer-Lada voorzien van wat verbeteringen. Een veranderde carburator, een wat aangepast interieur en nieuwe lakkleuren. En zo hield Lada de auto ‘bij de tijd’ al was dat dan wel de tijd van het Oostblok. Met concurrentie uit landen als Polen, Tsjecho-Slowakije of Roemenië kon die Lada nog wel scoren, maar zette je hem tegenover moderne auto’s uit West-Europa werd het toch lastig.

Mensen met een sterk communistische instelling vielen massaal voor de stoere Rus, maar voor anderen was het echt een beetje beneden de waardigheid. Al moet gezegd dat zelfs de Nederlandse overheid ooit nog eens een stuk of 1500 van die wagens kocht voor haar ambtenaren. Wat niet met gejuich werd ontvangen maar wel een opsteker was voor het imago. In 1989, toen de omwentelingen in Oost-Europa plaatsvonden werd de oer-Lada nog steeds gebouwd. Intussen wel naast een stel doorontwikkelde zustermodellen, maar de markt was toch echt weggezakt. En dus werd die oude productielijn stopgezet na de val van de Sovjet-Unie. De versies met grotere motoren werden nog wel gebouwd, zij het in beperkte aantallen. De andere tijden voor de Russische autokopers zorgden ook voor een enorme vraag naar westerse en Aziatische modellen. De Lada’s waren uit. Na een paar jaar was het ook afgelopen in ons land. Trouwe dealers gingen nog even door, maar de kopers waren verdwenen. Intussen probeert Lada het nog eens opnieuw met wat nieuwe auto’s die baseren op Renaulttechniek. Maar of er nog iemand op dat Lada-imago zit te wachten? En ook als klassieker hebben die oude Lada’s weinig waarde. Maar bedenk wel dat er miljoenen van zijn gemaakt. Meer dan Fiat zelf ooit had kunnen dromen. (Beelden: Internet)

Boekdromen…

Ik merk dat ik bij het schrijven van het (derde)boek te maken krijg met herinneringen die kennelijk toch soms een randje van mijn gevoelens beroeren en me dan daarna in de slaap overvallen. Emoties die ik had weggestopt komen terug, gevoelens van boosheid, frustratie vertroebelen dan de rechte lijnen die mij overdag zo bevallen. De slaap als smaakmaker voor het leven, de droom als uiting van fantasie, gekoppeld aan werkelijkheid. Het is en blijft een vreemde verschijning. En dat verschijnen doet zich soms bijna letterlijk voor. Als mensen een rol spelen waarvan ik weet dat ze al een tijdje hemelen. Kortom een mix die kan zorgen voor hijgerig wakker worden. Niet omdat het allemaal zo ‘spannend’ is,  maar wel inspannend. Soms ben ik de dromen zo vergeten, op andere momenten blijven ze een paar uur na wakker worden in de bol zitten en zoek ik de diepere betekenis van wat ik al rennend en vliegend meemaakte.

Nu ben ik altijd wel letterlijk een aardig verhalende dromer geweest, maar dan wist ik wel waardoor e.e.a. werd opgewerkt. Algemeenheden, angsten, zaken die me raakten in de huidige of zeer recente geschiedenis. Vertaald naar een verhaal waar ik zelf een rol in speelde. Maar als die dromen de echte geschiedenis gaan vertellen, waarbij mijn carrièremoves een rol spelen, wordt het toch wel vervelend. Ik sloot sommige van die tijdperken af door iets compleet anders te gaan doen en de vorige fase te vergeten of mee te nemen als aardige leerschool. Wat ze meestal ook waren. Ook als ik zelf een paar negatieve beslissingen nam in zo’n tijdperk, dan nog leer je er als mens van. Als het goed is en je in staat bent over je eigen feilen heen te kijken. Dat laatste is niet iedereen gegund heb ik wel ontdekt en juist die mensen kom ik dan altijd weer tegen als ik met die dromen bezig ben. Malloten, nikskunners, allesweters, jaloerse lieden, misgunners, wraakzuchtigen, roddelaars, kortom het bekende rijtje types die je in het echte leven zo dwars kunnen zitten als jouw weg van zwart naar wit loopt of van helder naar eerlijk.

Ze maakten kennelijk veel indruk. Althans voldoende om me dwars te zitten in de slaap. Terwijl de mensen waar je echt iets aan had, waar je veel van leerde, die aardig liefdevol en vriendelijk waren en soms zelfs dat niet eens, geen hoofdrol krijgen aangeboden in dat snurkende verhaal dat alleen in de eigen geest wordt verfilmd. Nee, dat boek maakte meer los dan me soms lief is. Als dat nu net zo gaat met de inhoud is het goed. En voor wie daar interesse in heeft, ja, de laatste ronde correcties nadert zijn einde. Het moet dit jaar gaan lukken om het in druk richting lezers te krijgen. Wellicht dat die dan met mij mee kunnen dromen over een wereld die bijna niet meer bestaat maar zoveel invloed had op mijn persoonlijke ontwikkeling. Toch iets waard….al is het maar een reeks bijzondere dromen.  En jullie beste lezers? Hoe zit het met jullie dromen???

Discussie over de claim op gelijk…

Twitter4f461eeWie mij hier volgt weet dat ik mij vaak buitengewoon kan ergeren aan de staat waarin de ‘media’ in ons land verkeren. Pluriformiteit is soms ver te zoeken, het ‘linkerdeel van de samenleving’ wordt vaak wel erg goed bediend. Met name de VARA heeft een soort claim op het absolute gelijk en vindt  kennelijk ook dat je andersdenkenden geen kans hoeft te geven op het uiten van een eigen of afwijkende mening. Dat is soms schrijnend! Propaganda vermoeit. Eenzijdigheid ook. Zo raakte ik onlangs op mijn autoblog in een serieuze discussie over een elektrische auto. Deze Amerikaanse nieuwkomer wordt gemaakt door een fabriek die op elke nu verkochte auto iets van 18.000 dollar toelegt. Hun nieuwe modellen zijn geen koopjes en je mag dus best kritisch zijn vond ik. Nou buiten de waard gerekend. Het merk kent zo haar progressieve volgers en die sprongen massaal in de bres voor het merk en vonden mijn conclusie dat deze nieuwe elektrische auto geen ‘’koopje’ zou worden wel erg bevooroordeeld. Ik was een zgn. ‘Petrol Head’ wat zoveel is als iemand die gek is op auto’s die rijden op benzine en diesel. En ik was ook fout geïnformeerd…., had geen verstand van auto’s en kende die wereld helemaal niet.

EV oplaadapparatuur AmsterdamAltijd leuk om die claim op het gelijk een ander te onthouden. Zonder te weten wie je tegenover je hebt. Kom je in politieke discussies ook zo vaak tegen. Nu was mijn verhaal gebaseerd op zaken die ik haalde uit Amerikaanse en Duitse media. Dus ik was redelijk geïnformeerd, maar dat bleek in de discussie geen soelaas te bieden. Ook niet dat ik toch wel een paar decennia in dat autowereldje heb rondgelopen. De jakhalzen beten zich vast in mijn kuiten en vonden dat ik mijn conclusies maar snel moest herzien. En dat deed en doe ik dus niet. Never, nooit als ik gelijk heb. En voor hen die ik moet geruststellen, als ik geen gelijk heb geef ik dat best vaak toe. Mijn nadeel (of voordeel) is dat ik breed geïnteresseerd ben in vrijwel alles, maar er zijn voldoende mensen die juist smalle interesseterreinen kennen en die kunnen mij nog weleens verrassen. Soms tot grote blijdschap van deze meninggever hoor. En dan is een ruiterlijk excuus op zijn plek. Maar niet in het onderhavige geval. Of zoals onlangs rond de zgn. ‘vluchtelingen’. Zolang de instroom bestaat uit mensen die hier niks te zoeken hebben en de voorstanders van die grote volksverhuizing vinden dat wij hier te lande nog wel 250.000 mensen per jaar kunnen toelaten komen we er niet uit. Dan maar tot het gaatje.

WP_20140906_002Deed ik daarom ook in de discussie over die elektrische auto. Tot mijn stomme verbazing zag ik onlangs dat vrijwel alle media, aandacht gaven aan die zelfde nieuwe auto van dat merk met de T in de neus. Zonder enige vorm van zelfkritiek verslag doend van de rijen mensen die nu reserveerden voor een auto die pas in 2018/9 leverbaar zal zijn. Van een bedrijf dat nu eerst nog moet zoeken naar een productiefaciliteit en geld om dat ding te bouwen. Kijk, dan ben ik zo vrij om fijntjes te wijzen op merken als General Motors, Opel, Volkswagen, Nissan, Renault, smart, Volvo en zo meer. Die bieden allemaal elektrische auto’s aan. Even schoon, even handig en stil. En stukken goedkoper. Maar kennelijk minder modieus. En daar vallen die media toch voor. Maar het heeft dan niets met kennis van zaken of journalistiek te maken. En zo is het, en daar moet u het dan maar weer even mee doen…

Open grenzen…

212611 - Fokker F-XVIII KLM with crew Scan10032Het liberaliseren van een samenleving als de onze kent meer nadelen dan alleen een bijna onbetaalbare zorgsector, het vrijwel niet meer functioneren van het openbaar vervoer door mismanagement en schandalen of het open stellen van alle sociale voorzieningen voor hen die hun geluk hier komen beproeven. Het heeft ook gevolgen voor van oudsher bekende en hoog gewaardeerde bedrijven. Toen ik nog  een jonkie was en mijn spaarzame vrije tijd vaak op Schiphol door bracht om daar te kijken naar de vliegtuigen, was de KLM een grootheid om rekening mee te houden. KLM was door oprichter en grote baas Plesman al voor de oorlog een naam geweest die wereldwijd een grote faam opbouwde. Bedenk je maar eens dat ‘even’ naar Indie vliegen in een Fokker verkeersvliegtuigje dat gemaakt was van hout en linnen, bepaald met afgunst werd bekeken door de toenmalige concurrentie. Alleen het Amerikaanse Pan American en het Britse Imperial Airways kenden soortgelijke routes en avonturen.

30271 - Douglas DC-7C PH-DSL KLM old.c.s. Scan10217Na de oorlog was de slimme Plesman er in geslaagd om in de VS grotere DC-4 vliegtuigen los te peuteren en een reeks DC-3’s die veelal afkomstig waren uit Amerikaanse legervoorraden. De lage afstanden die KLM daarmee begon te vliegen zorgden voor een basis die zijn effecten later niet zouden missen. KLM werd een grootheid en de maatschappij vervoerde heel slim passagiers via Schiphol naar andere bestemmingen. Boven verwachting veel als je bekijkt hoe klein ons landje eigenlijk is en hoe groot die KLM indertijd was. En altijd de nieuwste vliegtuigen in de vloot. Uiteindelijk werd de KLM een jaar of wat geleden min of meer verkwanseld aan de Fransen. Voor een relatief prikkie een geweldig bedrijf laten fuseren met een log Frans monster dat zelden winst wist te maken. KLM met een grote spaarreserve, de Fransen met een lege kas. Tot nu toe gaat het redelijk al worden de Fransen steeds meer de baas in het blauwe huis.

214030 - Boeing 747 - tegenlichtopname in air Scan10110Dat kostte Martinair de kop. De Fransen wilden af van de concurrentie die haar eigen dochter haar bezorgde. Transavia veranderde van structuur, groeide wel, maar werd een low-budgetmaatschappij, wat oprichter John Block zo vast niet had bedacht. De vrachtdivisie van de KLM wordt ook ontmanteld.  En door die wonderlijke fusie reageert KLM ook niet echt vlot meer op de veranderingen die door de open grenzen op haar af komen. De maatschappijen in het Midden Oosten die met een vloot van vele honderden vliegtuigen en een aantal hypermoderne vliegvelden de concurrentie met de gevestigde orde aangaan. Dat geldt ook voor de budgetvliegers als Ryanair, EasyJet, Vuelling, Whizz-Air, etc. Allemaal ook op Schiphol vliegend, geen grens gesteld. En de KLM als grote concurrent ziende. Daar moet bespaard, die goedkope maatschappijen breiden uit. Spelen geen tweede maar eerste viool. Intussen zit KLM met handen en voeten vast aan een Frans moederbedrijf dat nauwelijks beweegt, geen inventiviteit kent en draait het ook op voor de verliezen die daar worden gemaakt. Na de rode Martinair-uniformen verdwijnen nu ook hele groepen blauwe. Besparingen zijn nodig. Je vraagt je af waarom. Kapitaalvernietiging lijkt mij. Maar ja, dat zie je wel meer met die open grenzen. We zullen hopen dat we met de KLM haar eeuwfeest nog kunnen vieren. Zou mijn gevoel van trots strelen. Grenzeloos!

Is er nog toekomst voor de V en D’s van deze wereld?

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe ene winkelketen na de andere lijkt het loodje te leggen in deze lastige tijden. Na Vroom & Dreesman, Mexx, Blokker en Schoenenreus volgen er vast nog meer. Het waarom ligt voor de hand. Als ik naar mijzelf kijk als gemiddelde consument zoek ik even naar de koopmomenten bij een van die in de problemen verkerende winkels. Nou, dan constateer ik dat ik bij V en D weliswaar vaak een hapje eet of wat drink, maar zelden iets koop. Waar zit hem dat in? Domweg het aanbod en de onoverzichtelijkheid van de betrokken filialen in combinatie met het personeel dat er rond loopt. De laatste keer dat ik er iets vond naar de gading werd ik bij de kassa getrakteerd op een kind van een jaar of 18 dat er weliswaar prachtig genoeg uitzag om er als jonge volwassene op te vallen, maar die me behandelde als schobbedebonk. Ze was ook druk met haar collega en besprak wat ze dit weekend had gedaan met wie. IK wilde het niet weten, haar collega wel. Bij de Blokker gaat het vaak niet veel beter.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAls je een aanbieding zoekt (krantje of website) is het vaak een hele zoektocht om net dat item te vinden, meestal is het op voorhand ‘uitverkocht’. De rest van wat men daar verkoopt is bij de Action voor de helft te koop en wat men in de aanbieding doet is die term eigenlijk niet eens waard. Wel goed is het omruilsysteem bij Blokker. Zonder problemen of gezeur. En zo kan je nog wel even doorgaan over het falen van die ketens. Wat voor toekomst ligt er voor hen? Mag ik het eerlijk zeggen?  Ik zie het de Blokkers nog wel redden, maar voor de V&D wordt  het echt afzien. Wie mij kan uitleggen in welk marktsegment de winkel opereert is een knappe jongen/meid.  En ooit zag ik hetzelfde in Duitsland bij Karstadt. Zelfde soort warenhuis, maar vrijwel ten dode opgeschreven. Moesten aardig inkrimpen om overeind te blijven en hebben hun bestaande winkels aardig omgetoverd tot luxe shopping-experiences.

OLYMPUS DIGITAL CAMERANet als de Bijenkorf, waar je het gevoel krijgt dat het iets speciaals is wat men daar verkoopt. Men liet het ‘warenhuis’ idee wat los, ging voor shop-in-shop en zoekt de exclusievere klant. Geeft rust, duidelijkheid en genoegen. Zeker als je een goed gevulde beurs of niet overgewaardeerde creditcard bezit. Dat ze een paar winkels durfden op te geven bij deze keten om daarmee de anderen te kunnen blijven vullen met koperspubliek getuigt van moed. En klanten zijn gesloten winkels snel vergeten. Wie treurt er nog om The Record Shop? Om Polare? Ik bleek onlangs de enige in een gezelschap die het vervelend vond dat De Slegte er niet meer is. Maar ja, dat zit hem in de leeftijd. Kortom, over tien jaar mensen, dan is het winkelaanbod zo veranderd dat we niet eens meer weten wie er in 2015 ook al weer dominant was in het straatbeeld v.w.b. die winkels. Als die straten dan nog bestaan. Want het wordt lastig in retail-land en dat gaat heel breed…..heel breed!

Verleden, heden en toekomst van de winkelstraat…

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAls iets ons het een en ander vertelt over de veranderingen in de samenleving dan toch wel het winkelaanbod om ons heen. Geloof je dat niet? Moet je eens kijken welke winkelketens nu de centra beheersen en welke dat waren, pak weg een jaar of tien geleden. Soms een wereld van verschil. Daarbij zie je ook dat de toen aangekondigde trends, het verdwijnen van de individuele middenstanders met een nog onderscheidend soort aanbod, volledig is doorgezet. Zoek maar eens naar die unieke winkel van Sinkel of ‘koop een boek bij Loek’. Los van oude bekende namen die er niet meer zijn, blijkt ook dat bepaalde soorten winkels het uiteindelijk niet gered hebben. Mensen zijn veranderd, mondiger, regelen hun zaakjes via het internet. De jeugd werkt op heel andere wijze dan de generatie boven hen, die nu al wordt gezien als ouderwets. Geloof je me niet? Noem me dan maar eens een nog bestaande echte speelgoedwinkel met een breed aanbod.

OLYMPUS DIGITAL CAMERADat er lieden zijn met alleen houten spullen wil ik wel geloven, er is altijd behoefte aan ‘alternatief’, maar dat is allemaal kleinschalig. Een boekenzaak met een beetje gespecialiseerde boekensoort in de schappen. Vergeet het. Reisbureaus? Beginnen uniek te worden. Net als videotheken, dat leuke onderdelenwinkeltje dat echt ‘alles’ in huis had. Ketenwinkels nemen die plekken in, maar ook heel vage shops met een horecabestemming, waarvan er al zoveel waren. Koffieshops hebben vaak een dubbele betekenis. In onze omgeving kan je er terecht voor koffie en iets lekkers, of voor een koffietje en iets nog lekkerders. Voor kleding ga je naar de Primark (echt waar, die bestonden tien jaar geleden helemaal niet in ons land), de Action vervult het genoegen om voor heel weinig iets nieuws te kopen dat elders tweedehands nog niet voor die prijzen in de schappen ligt. Zeeman en Wibra volgen op de voet, Kruidvat en Trekpleister zijn de ketens met ongeveer de meeste filialen, net als de Blokker.

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe Hema onderging iets van vier restylings, het ontbijtje daar is synoniem met die keten geworden, een fraai staaltje imago-marketing. Daarbij kwamen de vele, vele Kringloopwinkels, in 2004 nog praktisch onbekend. Een winkelstraat van nu ziet er heel anders uit dan die van tien jaar geleden. Maar hoe zal die straat er uitzien in 2024? Durft iemand het te voorspellen? Ik niet! De ontwikkelingen zijn soms zo grillig, net als de smaak van de consument. En bedenk maar eens dat de kinderen die nu op de lagere school zitten, over die tien jaar bepalen hoe zij het er uit willen doen zien. Wellicht kopen ze helemaal niks meer in winkels en alles op of via het internet. Of komt er mogelijk een revival van de echte middenstander met zijn/haar persoonlijke service? Tot dan moeten we het doen met leegstaande winkelpanden, met soms helemaal leeg geruimde overdekte passages. En ook met heel veel bordjes ‘Te Huur’ of ‘Te Koop’ er op. En dat is echt niet voorbehouden aan achterafstraatjes of louche hoeken en gaten. Ik kom ze nu nog overal tegen. Geeft mij een beter inzicht in hoe het gaat met ons allen dan al die mooie praat uit Den Haag. Waar overigens ook veel is veranderd, maar nog lang niet genoeg!