Leven met de vliegende pijl – 16 – De 1000MB

Terwijl de Octavia door de jaren heen flink wat successen wist te behalen op de wereldwijde automarkten, ook deze Skoda kende weer vele varianten die zorgden voor afnemers in diverse doelgroepen, was men in Mlada Boleslav koortsachtig bezig met de planning van een totaal andere auto. Dat zou een model moeten worden met een vrijdragende carrosserie, de motor achterin en vier portieren. Voor het produceren van de nieuwe auto moest ook een totaal nieuwe productiehal worden geconstrueerd en daaraan werd al in 1960 gewerkt. Intussen ging de productie van de succesmodellen van dat modeljaar gewoon door. Naast de bekende sedan en stationcar, de bestelauto en de pick-up, bracht men ook een prachtige cabrio op de markt in de vorm van de Felicia. Een auto die nu, bijna zestig jaar later, een ware en aardig dure klassieker is geworden.

In 1964 schakelde men over. Van de oude productiehallen waar de Octavia werd gebouwd naar de nieuwe waar men begon met fabricage van de 1000MB. 1000 stond voor de motorinhoud, MB voor Mlada Boleslav. Een totaal nieuwe manier van auto’s bouwen, een volledig ander soort auto. Skoda en haar communistisch geschoolde managers van toen volgden naar eigen idee de moderne tijd, verwezen voor het concept naar befaamde wagens met ‘alles achter’ zoals de VW Kever, Renault Dauphine, Simca 1000, NSU Prinz, diverse Fiat’s maar zeker ook naar de in eigen land gebouwde Tatra’s en sommige vooroorlogse eigen modellen. Betaalbare wagens met dit concept hadden volgens de Tsjechische planners dus de toekomst…. De nieuwe Skoda haalde uit het lichtmetalen motorblok 48 pk en het aggregaat kon volstaan met zeer lage octaanbenzine.

Zoals bij voorgaande modellen was ook de 1000MB voorzien van aardige ontwerpdetails. Zo zat het reservewiel weggeborgen in het vooronder, maar moest je een deel van de grille openklappen om er bij te kunnen. Kunststof gebruikte men voor allerlei kunstzinnige details bij het exterieur of aan de binnenzijde. De wagen reed prima, al was een snel genomen bocht door de achterasconstructie (pendelassen)best lastig. Zijwind eveneens! De top was beperkt tot 125km/u. Een latere uitvoering, de 1000MBX had een afwijkende vormgeving, met twee portieren en een wat zwaardere motor, die 52pk leverde. Het werd geen groot succes. De 1000MB was een familieauto en frivoliteiten zocht men niet bij Skoda anno 1967. En zo ging met vol goede moed aan de slag om een steeds groter deel van het nieuwe koperspubliek van de jaren zestig aan zich te binden. Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird/Skoda Museum/Skoda-club CSSR)

Leven met de vliegende pijl – 15 – Heropbouw!

Het feit dat de totale vernietiging was uitgebleven tijdens de oorlogsjaren maakte dat de slimme Tsjechen op basis van hun vooroorlogse succesmodellen relatief vlot in staat waren hun autoproductie weer op gang te krijgen. Men had weliswaar wel wat schade opgelopen, maar inventief als men altijd was geweest (en nog is) lukte het de technici van Skoda om met beperkte middelen de productie van de Popular opnieuw op te starten. Het vooroorlogse model werd meteen goed verkocht, de behoefte aan kleine en betaalbare auto’s was na de oorlog onveranderd groot. Intussen werd het Skoda-concern genationaliseerd en in divisies opgesplitst. Weliswaar met dezelfde naam, maar ook verschillende taken. Skoda Pilzen behoudt haar eigen naam, de autofabrieken in Mlada Boleslav heetten vanaf 1946 AZNP, wat zoveel betekent als Auto Fabriek Nationale Onderneming. Het bekende beeldmerk van de vliegende pijl bleef behouden en de geproduceerde auto’s heetten nog steeds Skoda’s.

In Mlada Boleslav werden vanaf dat moment geen bedrijfswagens meer gebouwd. De productie daarvan werd ondergebracht bij andere divisies elders in het land. Voortaan dus alleen personenwagens uit Mlada Boleslav. Het zou nog lang duren voordat daar iets aan zou veranderen. Met veel enthousiasme was men in de fabrieken aan de slag gegaan om alles te herstellen, maar ook om al snel een modernere variant op de Popular te ontwikkelen. Deze auto zou het merk Skoda over heel Europa heen bekend doen raken en zorgen voor naar de tijd gemeten, enorme verkoopsuccessen. De 1100 Tudor was geboren. Een wagen die technisch nog verwant was aan zijn voorganger, maar uiterlijke lijnen liet zien die wat deden denken aan alles wat de Amerikaanse auto-industrie in die jaren uitbracht.

De auto had veel ronde vormen, in de schermen gemonteerde koplampen en een piramidevormige chromen grille plus kleine stadslichten op de voorschermen. Een gezinsauto die mateloos populair werd. In ons land werden er ook zoveel van verkocht dat Skoda in de laatste jaren 40 en begin 50 al in de top 10 van best verkochte merken kwam te staan. Een geweldige prestatie. Afgeleide versies waren o.a. een bestelauto en een erg fraai ogende cabrio. Maar Skoda wilde meer. En zo kwam er een jaar of vijf later al een opvolger voor die 1100 op de markt, die nog slechts als 1200 bekend zou worden.

Die auto had een heel andere constructie, een wat zwaardere motor maar presteerde ook wat minder goed dan zijn voorganger. Intussen waren in het westen flink wat moderne concurrenten te koop en namen de verkopen van de nieuwe Skoda’s in deze streken af. De 1200 was wel weer leverbaar als sedan, stationcar, bestelauto, pick-up en deed het in rallies ook weer voortreffelijk. Toch wilde het met de verkopen niet zo lukken en was het op enig moment zelfs zo dat de aloude 1100 meer klanten trok dan zijn wat grotere, modernere, maar ook duurdere opvolger. Skoda leerde daarvan snel en werkte aan een auto die beide modellen moest opvolgen. Dat werd de nu nog befaamde 440, die eerst als Spartak door het leven ging, later als Orlik, maar in zijn versie van 1958 en later vooral bekend werd als de oorspronkelijke Octavia. Intussen bouwde men ook nog allerlei fraais voor de circuits van  deze wereld of voor het pure rallywerk. Een erg mooi voorbeeld was de 1100OHC sportwagen die echt niet zou hebben misstaan als prototype voor een nieuwe Ferrari uit die dagen. Wordt vervolgd (Beelden: Internet/Skoda Museum/Yellowbird)

De luxe van Pullman

Wie wel eens in een trein heeft gezeten anno onze nieuwe eeuw zal weten dat met name de tweede klasse uitblinkt door simpelheid, redelijk comfort en nogal vaak vuil op de vloer en overvolle prullenbakken. De eerste klasse is een treetje hoger in te schalen en biedt nog wat meer rust. Maar het haalt het niet bij de luxe die eerste-klasse reizigers pakweg een eeuw geleden mochten verwachten. En die luxe was slechts voor hen betaalbaar. Veel van die stijl en inrichting van de treinen in die jaren dankten we aan een Amerikaans bedrijf. Pullman Palace Car Company heette dat bedrijf en die naam is synoniem gebleven met ultra luxe en comfort. Niet voor niets associeren wij dat in onze tijd nog steeds met die begrippen al vertalen we dit dan eerder naar een ulta-comfortabele boxspring of auto’s met een vergelijkbare uitmonstering. Pullman was en is voor de rijken. Die rijtuigen waren zo luxe dat zelfs het Britse koningshuis de opdracht gaf om haar koninklijke treinen als zodanig uit te voeren. Wonderlijk genoeg had oprichter George Pullman in feite de indertijd welvarende Amerikaanse middenklasse op het oog bij zijn treinwagons.

Ook de restauratiewagens waren voor Pullman uitingen van pure luxe en welvaart en de reizigers doften zich ook echt op voor elke maaltijd die een dag aan boord van zo’n trein van toen met zich mee bracht. Voor hen die een tweede of zelfs derde-klasse ticket betaalden was deze luxe overigens niet aanwezig. Verre van dat zelfs! Houten banken kwamen eerst en rechtop zittend slapen de norm. Niet zo bij Pullman-reizigers. Die kregen stewards aangeboden die hen verzorgden met alles wat ze thuis gewend waren. Het ontwerp van die wagens was in pure art-deco-stijl, veel bruin, leder, maar ook elektrische lampen en tafelkleden. Via een Britse dochteronderneming van de Amerikaanse onderneming bereikte het concept in 1884 ook Europa. En al snel werden afspiegelingen van dit denken doorgevoerd bij de grotere treinbedrijven. Later overgenomen door de eerste luchtvaartbedrijven die het gemis aan comfort door de primitieve eerste vliegtuigen compenseerden met allerlei luxe zaken die passagiers van toen verwenden en afleidden van wat ze zoal meemaakten aan boord onderweg.

Fauteuils in plaats van stoelen, warm en vers bereid eten, maar ook krantjes, drankjes, en hotels met veel luxe als ergens een tussenlanding moest worden gemaakt. De reizigers van toen uiteraard veelal van rijke komaf, de gewone burger had in een vliegtuig nog niets te zoeken. Ook bij autobouwers was dit luxe denken op enig moment in zwang. Elke zichzelf serieus nemende fabrikant had wel een reeks modellen in huis die gericht waren op Pullman-klanten. Een chauffeur voorin, vaak in de open lucht, en de reizigers in alle luxe achterin. Zie je nog steeds. Vaak bij verlengde limousines, waarbij de chauffeur weliswaar nu ook enig comfort ervaart, maar de passagiers zich omringd weten met alles wat hij/ziij maar wensen kunnen. Het mag iets kosten en zij willen niet in eerste de beste leasesloep worden vervoerd. Luxe moet het zijn. Net zoals George Pullman het in de 19e eeuw al bedacht. De kleuren en stijl veranderden door de jaren heen, maar het verlangen naar die verwennerij zeker niet. In de jaren zeventig van de vorige eeuw verdwenen de Pullman-rijtuigen pas bij de meeste spoorbedrijven. De jumbojets maakten vliegreizen democratisch en een beetje compacte middenklasser heeft ook al zoveel luxe aan boord dat je je daar niet voor hoeft te schamen. Maar het Pullman-denken blijft toch voorbehouden aan de bovendanen en nieuw-rijken van deze wereld. Want verschil moet er zijn. En dat was zelfs in de communistische heilstaten zo. Wie dat niet gelooft moet maar eens kijken naar de treinen, vliegtuigen en auto’s waarmee de leiders in die landen werden vervoerd. Confronterend!

Roemeense geschiedschrijving…

Mijn relatie tot het Roemeense volk is qua ervaring relatief beperkt en ook nog eens uitgerust met een dubbel gevoel. Beroepsmatige vervorming maakt soms blind voor de positieve dingen in heden of verleden. En bij mij is veel terug te voeren naar die beroepsmatige ervaringen. Met een ronduit matig automerk als Dacia dat ons als dealer in de jaren 1978-81 werd opgedrongen door de toenmalige importeur die ook mijn geliefde merk Skoda en een Pools alternatief als FSO op de markt zette. Dacia was toen een automerk dat een soort kopie van de Franse Renault 12 bouwde, overigens in licentie van de Fransen, maar dat zo slecht deed dat die wagens van een bedenkelijke kwaliteit waren. Wisten wij toen veel of we geloofden het positieve liever dan het negatieve in die lastige jaren. Het Roemeense ding had westerse (Franse) lijnen, voorwielaandrijving en aardige kleuren. Er was een sedan van te koop en een stationcar, en voor wie nog wat aardappelen naar de markt wilde brengen, een Pickup. Maar die laatste werd toen toen nog niet geimporteerd. Dacia dus!

Wij kenden als garagebedrijf al enige ervaring met een exemplaar van dat merk, omdat ik als ex-Schipholwerker de lokale vertegenwoordiger van de Roemeense luchtvaartmaatschappij Tarom onder dak wist te brengen voor onderhoud. Nou daar hadden we eigenlijk van moeten leren. Deden we niet. Mede doordat die importeur ons op het hart drukte dat de nieuwe Dacia’s absoluut beter waren dan die oudere exemplaren. Het was niet zo. Zelden kregen we zoveel gedoe over ons heen als met die Roemeense wagens. En we waren best wel wat gewend door onze Poolse vrienden. Bij de Dacia kon je tijdens het rijden zomaar je achterruit kwijt raken als je een voorrraam open deed, maar er mankeerde verder wel zoveel aan dat je blij mocht zijn dat klanten er 10.000km storingvrij mee onderweg konden. Toen de importeur (wellicht door al die garantieclaims) ten onder ging in 1980/1 was het over en uit. Geen Dacia’s meer en we bedienden de rijdende klanten in die wagens zo goed en kwaad als het ging met originele Renault-onderdelen.

Want voor die R12’s was nog wel het nodige te vinden. Later, we zochten uitbreiding van vooral ons lease-gamma, namen we bij een nieuwe importeur nog eens een paar van die Roemenen af. Met name de Combi’s die waren opgewaardeerd en nog wat leuker van uitvoering en kleur. Er was in de loop van de jaren niet zo veel veranderd. De wagens die goedkoop in de lease gingen bleken nog net zo beroerd van afwerkingskwaliteit als de illustere voorgangers van een jaar of wat eerder. Het zorgde er voor dat we er nu definitief mee stopten en gingen voor een Japans merk naast het nog steeds gevoerde Skoda. Dacia was voor mij dus niks. Intussen is het een budgetmerk geworden waar na de volksrevolutie die het kwalijke bewind van de de communisten met geweld verjoeg, nu Renault echt de scepter zwaait. Met erg aardige wagens waar nog steeds kopers voor te vinden zijn. Maar ik kijk er niet meer serieus naar. Te link, te slechte ervaringen. Maar ik doe daar vast de Roemenen deels mee tekort. Want in dat land werden buiten Dacia nog meer auto’s gebouwd, al dan niet van even bedenkelijke kwaliteit. Men bouwde ooit voor Citroen een model dat hier als Axel te koop werd aangeboden en er was een terreinwagen met de fraaie naam ARO. Zij die er ervaring mee opdeden moeten maar eens vertellen wat ze meemaakten met die wagens. Ik beperkte me hier op deze zondag maar even tot dat Dacia-verhaal. In de hoop dat u het aardig vond. (Beelden: DDR, J.R. de Witt)

Dag van de Arbeid!

Het salon-socialisme van de sociaal-democratie had er nooit zoveel mee, maar bij de diehard-socialisten en communisten was de 1e mei een dag om rekening mee te houden. Men vierde de Dag van de Arbeid en deed dat door optochten, parades en festiviteiten die alles van doen hadden met de wederopstanding van de arbeiders als factor in de samenleving om rekening mee te houden. En dat was in de achter ons liggende decennia vaak best nodig. Het grote probleem aan het begin van de vorige eeuw was vooral uitbuiting van de werkende klasse. De zgn. elite, veelal ondernemersfamilies die een bedrijf van de grond af opbouwden deden dat door onderbetaalde mensen liefst zeven dagen per week uit te knijpen. Slechts daar waar de toenmalige godsdiensten het voor het zeggen hadden werd de zondag een rustdag. Maar dat dienen van de Heer had ook zo zijn invloed op de werkenden. Want die moesten zich dan in hun beste pak hijzen (of jurk) om de kerk te bezoeken en aan te horen dat volgens de christelijke leer, werken in het zweet des aanschijns ook zorgde voor een plek in de hemel. Je moest dus lijden om naar boven te mogen kijken.

En wie zijn lijf kapot werkte was op het laatst fysiek zo uitgemergeld dat men vanzelf wel verlangde naar die Hemel. Eindelijk verlossende rust. Het communisme, met de oorsprong in Frankrijk rond de beruchte Revolutie, deed het denken van burgers veranderen. Arbeiders voelden dat er verbetering of verandering dringend nodig was. Ondernemers waren er niet gelukkig mee. En toen de Russische bolsjewieken bewezen dat de onderklasse een hele bovenklasse kon uitschakelen en zelfs vermoorden waren de rapen gaar. Stap voor stap werd ineens meegewerkt aan verbetering van de arbeidsomstandigheden, gingen de lonen wat omhoog en verbeterde ook de huisvesting voor de arme sloebers die tot dan in de fabrieken werden afgebeuld. In West-Europa waren communisten en socialisten het snel eens. Samen ten strijde tegen het groot-kapitaal. En dat laatste werd deels door acties en stakingen ook uitgewoond. Stakingen hielpen als middel tot bereiken van het gestelde doel, bezettingen van bedrijven ook. Stap voor stap werden arbeiders burgers, burgers ambtenaren en sommige mensen uit van oorsprong simpele gezinnen zelfs af en toe bestuurders. De grote volksbewegingen als SDAP namen het voor WO2 op tegen de gevestigde christelijke partijen.

En waren daardoor mateloos populair. Maar ook de communisten kregen veel aanhangers. Een stroming die het moest hebben van keiharde kaders, solidariteit en strijd. Lukte prima, maar ging ten onder toen Stalin en diens opvolgers satellietstaten met geweld in het gareel gingen houden. Oost-Duitsland, Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Polen. De PvdA werd in ons land een bestuurderspartij. De macht belangrijker dan de achterban. En we hebben allemaal kunnen zien waar dat toe heeft geleid. Weggevaagd! Populistische stromingen als de PVV, FVD, GroenLinks of D66 nemen de plaats in van die oude sociale stromingen. De SP speelt een rol in de achtergrond. De arbeiders hebben het goed gekregen, de ambtenaren willen nu nog wel eens staken, of zelfs de zeer goed verdienende piloten. Maar de rol van de sociaal-democratie is uitgespeeld. Dus waarom zou je die 1e mei dan nog vieren? In Rusland enn andere staten waar men houdt van de grandeur van het paraderen gaat deze dag niet zo maar voorbij. Hier wel. Een roos kan daar niets aan veranderen. Doel en middelen…het is voorbij. En eigenlijk is dat best jammer.  (Beelden: Inernet/archief)

Fraai model van weinig bekend merk…

Tatra is een automerk uit het vroegere Oostenrijks/Hongaarse rijk. Het stamt al uit de vroege 19e eeuw en zette aan het einde van die eeuw al haar eerste zelf gebouwde auto op de vier wielen. Toen Tsjecho-Slowakije als land werd opgericht bouwde men bij Tatra al auto’s in serie. In de loop van de jaren die daarop volgden werd Tatra een aansprekend merk. Men bouwde fraaie auto’s die deels waren ontwikkeld door Hans Ledwinka. Een ontwerper die geloofde in meer stroomlijn voor zijn modellen. En die kwamen er voor de oorlog al. Wie de Tatra’s van toen nu bekijkt snapt wel dat ene Meneer Porsche graag stage liep bij Ledwinka. En ook hoe hij kwam tot de lijnvoering van zijn latere ontwerpen. Tatra stond voor ongewoon. Daarnaast bouwde het bedrijf stevige trucks en bussen, in feite werd dat op enig moment haar grootste bron van inkomen. Na de oorlog werd Tatra (net als Skoda) genationaliseerd doordat het land in handen viel van de communisten.

Men ging qua personenwagenbouw verder waar men voor de oorlog was opgehouden. Met o.a. de gestroomlijnde Tatra 600 die nu als Tatraplan het levenslicht zag. Ledwinka’s ontwerp was gebaseerd op de gladde vorm van vliegtuigrompen en die vorm werd nog eens geaccentueerd door een stevige vin die op de achterklep was aangebracht om de stabiliteit te garanderen. Het onderstel van de Tatra’s was van een soort die men in Tsjecho-Slowakije voor de oorlog al had uitgevonden. Pendelassen, in feite een vorm van onafhankelijke wielophanging, die zorgde voor grote uitslagen van die wielen wat bij een al te scherp genomen bocht wel invloed had op de stabiliteit. Opvallend genoeg liet Tatra haar Tatraplans onder druk van de communistische planners, bouwen bij Skoda.

Daardoor kon het bedrijf zelf voldoende trucks bouwen voor de heropbouw van het fraaie land waar het leger nu door de partij extra aandacht kreeg. Opvallend genoeg duurde die bouw bij Skoda maar kort. Zowel de arbeiders bij Skoda als Tatra vonden dat maar niks en in 1952 staakte men de bouw van de T600. In totaal werden er een ruime 6400 exemplaren van gebouwd. Uitgerust met een luchtgekoelde 4 cilinder motor van net 2 liter inhoud kon je met zes personen aardige comfortabel reizen in de Tatra’s van toen. De wagen had al een vierbak en kende een aardige bouwkwaliteit. In de jaren vijftig werd de 600 opgevolgd door de even opvallende T603 die vooral geliefd werd bij leiders in het voormalige Oostblok. Van de T600 rijden nog wel wat exemplaren rond, maar de meeste overlevenden zijn nu toch wel te zien in de diverse musea waar een echte auto-collectie te zien is. Imposante auto’s. All was het maar door die fraaie vormen. Een eerbetoon aan een van de grootste auto-ontwerpers ooit, Hans Ledwinka. Tatra bestaat overigens nog steeds. Maar bouwt sinds de jaren negentig geen personenauto’s meer. Maar wel trucks. Via haar vroegere aandeelhouder, Terex uit de VS, heeft men nu nauwe banden met DAF o.a. Maar het merk zelf is weer in handen van Tsjechische aandeelhouders. En die hebben grootse plannen om het truckmerk weer te laten groeien tot oude hoogten.

1917 – en wat er veranderde in een eeuw tijd…

Als je echt wilt weten wat er in een periode van 100 jaar zoal is veranderd in onze wereld moet je eens terugkijken naar een jaar als 1917. Noemen we de huidige wereld onrustig? In 1917 werd in de hele wereld al drie jaar lang oorlog gevoerd. Miljoenen mensen stierven of raakten gewond om een politiek van machthebbers die meenden dat alleen zij het bij het rechte eind hadden ten aanzien van claims op landen, grondstoffen en goederen. De wereld was een lappendeken van landen die met of tegen elkaar knokten. Opvallend; Japan zat indertijd ‘in het goede kamp’. Nederland was in 1917 neutraal en had geen directe last van de oorlog, wel een stevige indirecte. Immers, de Duitse onderzeeboten die op zee joegen op alles wat vijandig was, namen ook schepen uit neutrale landen (zoals het onze) onder vuur.

Doordat ook onze grenzen min of meer potdicht zaten kwamen er onvoldoende goederen en eetwaar binnen voor onze toenmalige bevolking en was dat goed te merken in de winkels. De toch vaak al niet zo welvarende Nederlandse bevolking leed daar stevig onder. Met hen ook de Belgische vluchtelingen die ondanks een door de Nederlandse overheid opgeworpen prikkeldraadversterking vermengd met stroomdraden aan de zuidgrenzen, toch deze kant op waren gekomen. Meer dan een miljoen mensen werden of moesten zo in Nederland opgevangen. Soms meer tegen wil en dank. In 1917 werden ook de Nederlandse Spoorwegen opgericht. Men reed toen uiteraard nog op stoom, net als de meeste regionale tramlijnen. Het autoverkeer was nog een pioniersverhaal. Maar in 1917 werd ook een Elfstedentocht gereden, de derde intussen, en dat kon vanwege de strenge winter van dat jaar, alweer een eeuw geleden.

In 1917 ontstond ook de Russische opstand tegen het tsaristische regime dat daar al eeuwen aan de macht was en de bolsewieken bleken in staat om het laatste tsarengezin standrechtelijk te excuteren. Wat daarna van Rusland terecht kwam weten wij anno 2017 wel. In 1917 ook raakten de Verenigde Staten betrokken bij de Eerste W.O. en stuurden troepen en materieel naar Frankrijk om daar aan de loopgravenoorlog deel te nemen. Wat ook in ons land plaatsvond in dat jaar 1917 was een grote ramp in Drenthe door een veenbrand. Dat kostte 16 mensen het leven en er werden heel wat huizen en (turf)schepen verloren. In Amsterdam krijgt Berlage toestemming van de Gemeente om het Plan van Zuid te bouwen.

Als we daar nu rondkijken zien we hoe ver deze architect zijn tijd vooruit was. Nog steeds een prachtige wijk aan de zuidkant van Amsterdam. In 1917 ook hielpen de Britten met name zionistische joden bij het idee om een eigen staat in Palestina (toen Brits protectoraat) te stichten. Staat nu bekend als de Balfour-verklaring. Een paar maanden later namen de Britten Jeruzalem in en verdreven de Ottomaanse Turken die daar een paar eeuwen lang op wrede wijze de dienst uitmaakten. Het zou trouwens nog tot in 1948 duren voor de onafhankelijke staat Isael kon worden uitgeroepen. Grootste tegenstand kwam toen van diezelfde Britten. In 1917 ook verklaarden de Finnen zich onafhankelijk van Rusland. Ze maakten gebruik van de chaos die in dat grote land was ontstaan na het omverwerpen van de regeringen die daar voorheen zaten. Die verklaring van onafhankelijkheid zorgde voor heel wat jaren lang durende conflicten tussen de Russen en Finnen. In 1917 was er in ons land geen echt telefoonnet, geen vliegveld van betekenis, nauwelijks autoverkeer, vrouwen hadden geen rechten, de katholieken en protestanten maakten op geloofsgebied de dienst uit, werd er vaak nog gewoond in krotten als je naar de grote steden of het platteland keek. Armoede was gewoon, rijkdom voorbehouden aan een kleine kliek.

Luizen en vlooien maakten het leven nog vervelender. Gebitten waren rond je 30e vaak al verrot bij gebrek aan goede zorg en we werden gemiddeld een jaar of 60 oud. Die eeuw die volgde zorgde voor veranderingen waarvan wij vandaag de dag nog de vruchten plukken. Toch goed om daar nog eens over na te denken. En ook te beseffen dat de wereld niet onveiliger is geworden dan toen. Alleen weten we nu veel meer. Want heel wat mensen uit die tijd lazen het nieuws vaak pas vele dagen nadat een feit had plaatsgevonden. Is nu een kwestie van minuten. Maakt echt veel verschil! Vandaar die soms wat paniekerige gevoelens over onze huidige tijd. Alles is derhalve relatief…  (Foto’s: Internet/Yellowbird)

Meten met twee maten…

Stel je de situatie eens voor. Op een of andere wijze weten angstige Noord-Koreaanse burgers te vluchten uit dat akelige land en zetten via-via koers naar onze streken. Ze worden hier mt open armen opgevangen en krijgen net als zovele andere immigranten alle kansen om zich te ontplooien en tevens om zich te uiten. Als dat het geval is blijkt dat zij de leer van hun grote Leider toch met verve uitdragen en deze nog steeds vereren. Zodanig zelfs dat zij afdwingen dat wij onze toon t.o.v. hun oude thuisland matigen, dat wij alles wat in Noord-Korea verboden wordt ook hier in de ban doen en dat zij in het publieke verkeer gewoon hun traditionele klederdracht willen blijven dragen. Wat buitengewoon onpraktisch is en ook stigmatiserend. Waarom zouden wij daar tegen in actie komen? Wat zou ons bezwaar zijn? Als ik zie hoe wij omgaan met de uitingen van de dominante islam in onze streken doen we vermoedelijk niets en vinden alles goed.

Zelfs de bouw van speciale Noord-Koreaanse scholen waar het onderwijs wordt aangepast zodat de dictatoriale leer van Kim-Jong-Un kan worden uitgedragen. We zouden ook de oprichting van enorme beelden toestaan waar de voormalige inwoners van dat zo door de dictatuur van het communisme beheerste land hun Leider kunnen aanbidden! Waarom? Omdat dit past in onze democratie. Alles is geoorloofd als er een cultureel/godsdienstig sausje overheen gegooid kan worden. Ik heb wel eens geopperd dat we wel heel meebuigend zijn als het om geloof gaat of godsdienst. Zouden we net zo enthousiast reageren op actieve vertegenwoordigers van het Naturisten als die hun recht op gelijke behandeling zouden bepleiten als we nu doen op een geloof waar precies het omgekeerde van ons vrije westerlingen wordt verlangd? Wat is dat toch met ons dat we elke vorm van kritiek op dat wonderlijke vertrutten van de samenleving meteen afdoen als ‘abject’, nationalistisch of (de bekende dooddoener) ‘extreemrechts’?

Vanuit mijn gewoon realisme kijk ik naar een samenleving die haar eigen vrijheden wil inleveren als daardoor een kleine minderheid zich beter voelt. In dat kader hoef ik maar te wijzen op de vast dit najaar weer oplaaiende Zwarte-Pietendiscussie. Met valse argumenten gevoerd, en met ingegraven meningen van voor- en tegenstanders tot gevolg. Onlangs las ik in een bekend zakenreisblad dat de Saudische luchtvaartmaatschappij alle vrouwelijke passagiers opdraagt hun lijf te bedekken. Anders worden ze niet meer meegenomen aan boord. Hun haren hoeven (nog)niet bedekt te worden, maar men heeft wel allerlei wetten en regels voor stewardessen aan boord bij vliegtuigen van bijvoorbeeld KLM. Niet van boord zonder hoofddoek. Onze vrijheden, ingeleverd omwille van een onbewezen geloof. Nu zou ik nooit met een dergelijke carrier willen vliegen noch naar een land dat mensenrechten met de voeten treedt, maar er zijn voldoende westerlingen die dat wel doen. Al was het maar in opdracht van hun bedrijf. En die worden dan geknecht, qua vrijheden ingeperkt, en als ze niet doen wat wordt verlangd, opgesloten. Blijft toch opmerkelijk dat we die wonderlijke godsdienstige wetgeving ook hier gewoon willen toestaan. Is dat nu een vorm van politiek correct masochisme? Vast. Dus begin ik maar met het ophangen van het portret van de Grote Leider. Ben ik daar alvast op tijd bij. Want die roert zich momenteel met verve. En heeft een ding mee! Hij en zijn doctrine zijn tastbaar. Hoe akelig ook. Kan van de meeste godsdiensten niet worden gezegd. (Foto’s: Internet/Flickr)

Anarchie – Al 150 jaar gevaar….

Wat we nu zien aan terreur was een eeuw eerder vooral het werk van anarchisten. Mensen met een afkeer van het burgerlijke en wettelijke of democratische. Zij zetten zich af met soortgelijke terreurdaden als we in onze dagen zien, al was of is de achtergrond van de daders dan anders. Het geestelijk welzijn van die daders is wel vergelijkbaar. Vaak mensen die bewust niet nadenken over de gevolgen van hun daden voor de slachtoffers omdat ze die zien als onderdeel van de gehate maatschappij die zij zelf willen veranderen. Bij die anarchisten, voortgekomen uit de revolutie van de socialisten of communisten, ging het om een totale ontkenning van de centrale macht. Of dat nu een regering betrof, een geloof of een Partij zoals de communistische. In basis stamde het idee van die anarchie uit de 19e eeuw toen bepaalde stromingen zich verzetten tegen het idee dat kapitaal, productiemiddelen en bijvoorbeeld bodemschatten in een beperkt aantal handen verkeerde en de grote massa daar niet voldoende van zou profiteren.

En die anarchie hield het niet bij woorden alleen. Ook al waren er stromingen binnen de anarchie die geweld verafschuwden namen sommige van die lieden het recht in eigen hand. Zij plaatsen bommen en vermoordden mensen omdat ze vonden dat die hun kijk op de wereld in de weg stonden. Ook in onze dagen kennen we deze lieden nog steeds. Veelal nog steeds aan de extreme linkerkant van het politieke spectrum. Veelal zitten ze nu in de hoek van de ecoanarchisten, mensen die het milieu willen beschermen en daarvoor alles in zullen zetten om hun doelen te bereiken. Ze steken fokkerijen in brand en blokkeren kolencentrales of soortgelijke acties. Dat dit kan leiden tot veel ernstiger zaken bewees de moordenaar van Pim Fortuyn. Heeft maling aan de samenleving en gaat door roeien en ruiten om zijn onaangepaste instelling te verdedigen. De anarchie is gericht op het doen vervangen van wat nu normaal is door een samenleving waarin het communistische denken tot in de laatste letter wordt uitgevoerd en alles van iedereen is en niemand meer macht heeft over de ander.

Een aardig idee, maar meteen ook levensgevaarlijk natuurlijk. Hoe dan ook, de anarchie met zijn geweldsuitspattingen kende zijn hoogtepunt voor W.O. 1. Daarna verdween het wat naar een donker gebied aan de linkerkant van onze samenleving. Waar het nog steeds te vinden is. Veel kraker zijn in feite anarchistisch in hun denken en doen. En opvallend is hun afkeer van alles wat rechts is en wellicht een verstoring van hun ideale wereldbeeld zou kunnen opleveren. En dat we dit gevaar niet moeten veronachtzamen heeft o.a. de Rote Armee Fraktion laten zien. Kortom, gevaar komt niet alleen van ultrarechts of uit moslimextremisme. Het zit ook elders en het vraagt van onze bestuurders een grote wijsheid om ook daar goed op te letten en op te treden als er weer eens een escalatie dreigt. Want geweld is geweld. Voor de slachtoffers maakt het allemaal maar weinig verschil. Toch? (Beelden: Internet)

Angst…

10-mei-1940-nederlandse-luchtafweerAls ik de vele ‘kenners’ en angsthazen in met name het ‘linkse kamp’ moet geloven is het aantreden van Donald Trump als Amerika’s president de opmaat naar een nieuwe wereldoorlog. De man wordt daarbij afgeschilderd als een idioot, dom, bullebak etc. Nu zijn er wel eens minder opvallende lieden tot president gekozen in dat grote land, maar om nu meteen te spreken over een dreigende oorlog gaat mij wat ver. Laten we wel zijn, de meeste oorlogen zijn niet gestart door de V.S. maar door andere landen. Wij in Europa hebben op dat punt een slechte naam, maar ook in Het Midden-Oosten kon en kan men er wat van om over het nog wat verder gelegen Verre Oosten maar niet eens te spreken. Als je terugkijkt naar bijvoorbeeld een jaar als 1967 zie je dat we daar een echte oorlog zagen in het Midden-Oosten. Israel vocht in dat jaar tegen de omliggende buurlanden die er ook toen al op uit waren om de joodse staat met behulp van de Sovjet-Unie van de aardbodem te vegen. Het pakte anders uit. Israel won en behield een aantal ‘bezette’ gebieden als veiligheidszone. De gevolgen daarvan ondervinden we nu, vijftig jaren later, nog. Maar laten we wel zijn, ook toen was er al sprake van extreem terrorisme.

mongolen-1Dat terrorisme werd toen al gepraktiseerd door de Palestijnen maar zeker ook door de IRA, ETA en nog een aantal groeperingen die het ergens mee oneens waren. De VS had intussen een erfenis overgenomen van de Fransen. De oorlog in Z.O. Azie. Met name de Vietnamoorlog was in die periode aan het ontwikkelen tot een echt grootschalig conflict waarbij het vrije westen stond tegenover het communisme van de Sovjet-Unie en China. Het is allemaal 50 jaar geleden, maar was die wereld dus echt zoveel veiliger als de huidige? Veel van de toenmalige hoofdrolspelers doen nog steeds hun best hun al dan niet terechte doelen te bereiken via donder en geweld. Maar wij mensen zijn nogal selectief in ons geheugen en missen veelal een aardige dosis realisme of kennis van de geschiedenis. Bedenk ook maar eens dat het nog minder dan 50 jaar geleden is dat de Sovjet-Unie met steun van haar bevriende (..) naties in het oosten van Europa (de meesten nu lid van de EU) een einde maakten aan de net ontwikkelde Praagse Lente in Tsjecho-Slowakije.

type039song01large19df2jz9Het prachtige land met zijn aardige inwoners werd bezet door troepen van het voormalige Warschau-Pact. De spanningen in de wereld liepen er stevig door op. Expansiepolitiek van bijvoorbeeld Poetin baseert zich op diezelfde doctrine. Maar aan de andere kant, wat de NATO en EU sinds de Wende in 1989 hebben gedaan in Oost-Europa is ook een bron van ergernis voor de huidige Russische leiding in het Kremlin. Overigens was in 1967 het regime in Noord-Korea ook al aan de macht en deed dezelfde onmenselijke dingen als men nu nog uitvoert. Alleen was er nog geen nucleaire dreiging van die kant. Nu wel. En nog even een feitje; het was de democratische president Kennedy die de wereld echt op het randje van WO3 bracht toen hij de toenmalige Sovjet-Leider Chroetsjov de wacht aan zegde omdat die op Cuba raketten wilde installeren. In de achtertuin van de VS. Dat was nog eens een jaar of vijf eerder dan 1967! De Amerikaanse strijdkrachten gingen toen naar de hoogste staat van paraatheid. De volgende stap was oorlog geweest. En wij in Nederland sidderden. Nu zetten we als NATO raketten in de achtertuin van Rusland neer. En vinden het vreemd dat daar een stevige vorm van dreiging tegenover wordt gezet. Het kan allemaal verkeren. Net zoals we nu op een bepaalde manier tegen Israel aan zijn gaan kijken en op vakantie Vietnam bezoeken. Andere tijden, nieuwe zeden. Maar die angst en onzekerheid is er dus altijd geweest. Kijk maar eens terug naar die jaren en beoordeel zelf maar eens wat er nu zo anders is als toen. Het zal je verbazen hoeveel overeenkomsten we kennen met toen. En dat alleen al zou een waarschuwing moeten zijn om niet meteen in de angsthazerij te vervallen. Het evenwicht in de wereld is soms even ver te zoeken maar komt altijd weer in het midden te liggen. Vaak is dat nu net de plek waar wij wonen. Koesteren maar die plek!