Leven met de vliegende pijl – 21 – Bouwen in communistische planeconomie..

Het is wellicht goed om halverwege mijn dealerjaren in het vervolgverhaal nog even inzicht of begrip te vragen voor wat er indertijd zoal in het door communisten gedomineerde Centraal- en Oost-Europa plaatsvond op het gebied van de automobiel-industrie en ontwikkeling. Begrip ook om als lezer wellicht te kunnen snappen waarom het imago van wagens uit die hoek soms wat onder druk kwam te staan. Los van alle vijandige ondergronden voor de publiciteit bij ons in het westen en Nederland in het bijzonder, had dit ook van doen met de wijze waarop men die auto-industrie indertijd in het Oosten van Europa inrichtte. Dit had natuurlijk alles te maken met de manier waarop het communisme in elkaar stak of steekt. De Sovjet-knoet kwam met de bevrijding (..) door het Rode Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog over alle landen heen te liggen waar de Russen het voor het zeggen hadden. En die Stalinistische doctrine was direct duidelijk. Elk particulier inititiatief de grond in boren, nationaliseren van de industrie en handel en intellectuelen of creatieve geesten daar opbergen waar ze voor het regime geen kwaad konden. Dit had zijn effecten op de producten van de in de getroffen landen tot dan vaak zo succesvolle en actieve industrie.

Oost-Duitsland was voorheen vaak een bakermat geweest van ontwikkelingen die Duitsland als land groot hadden gemaakt. Toen de Russen dat deel van het land bezetten haalden ze vrijwel alles weg wat als compensatie voor de ‘geleden oorlogsschade’ kon dienen. Ook de autofabrieken haalde men leeg. En zo zaten Auto-Union, Horch, BMW, Opel en dergelijke merken ineens in een heel ander land met andere gewoonten maar ook zonder productie-faciliteiten. In Tsjecho-Slowakije werd de bevolking min of meer gedwongen de communistische leer over te nemen en moest het grote Skoda-concern ook leren leven met veel minder middelen dan men voorheen gewend was. Zware industrie was belangrijker dan de productie van consumptiegoederen zoals personenwagens. Daarbij zag je dat de eigen munteenheden van die landen in waarde daalden tot het niveau van de papierwaarde per kilo.

In het buitenland goede en relatief dure materialen kopen was daardoor dus lastiger dan ooit. Bij de Oost-Duitsers leidde dat tot een groot gebrek aan staal. Een reden om op enig moment het inventieve Duraplast in te voeren als bouwmateriaal voor o.a. IFA’s en Trabant’s. Geperst katoen versterkt met kunststofhars dat weer ontstond als bijproduct van de alles verwoestende bruinkolenmijnen. Keihard, sterk, roestvrij, maar niet meteen aansprekend. De geleide staatseconomie was daarnaast ook een ramp. De communistische planners haalden elk initiatief weg door de langzaam weer op orde gebrachte auto-industrie in te delen in groepen fabrieken die een eigen taak moesten vervullen. Zo mocht je dan als fabrikant soms nog wel personenwagens bouwen, maar geen bestelwagens of trucks. Die werden na zo’n besluit weer door andere staatsbedrijven gebouwd. Vooral om de werkgelegenheid in de breedte op orde te brengen.

En om het daar over te hebben, in het communistische systeem had je altijd werk. Mits je de partij trouw was. Dat zorgde voor enorme demotivatie. Immers, je had als ‘kameraad’ weliswaar gegaranderd werk maar je kon er verder niks mee bereiken. Als je al geld verdiende vaak ook niets kopen wat de moeite waard was en als je zelf een auto wilde bemachtigen mocht je na lang sparen een jaar of 15 wachten op je nieuwe bezit. Men benutte daarom oude auto’s tot op het bot. Die economie had nog een probleem. Men gaf bijvoorbeeld op basis van de in het communistische systeem gebruikelijke vijfjarenplannen de verfindustrie opdracht om een x-aantal autolakken te maken die dan door de loop van jaren konden worden gebruikt door de eigen of bevriende auto-industrie. Een afwijkende kleur was dan best een opgave. Dat kreeg je niet zo maar gedaan. En dat gold ook voor andere takken van dienst in die industrie. Daarbij was het vrijwel onmogelijk om iets te doen zonder dat de regeringen afstemden met Moskou hoe te handelen. Toen men in de Sovjet-Unie de oude productielijn van Fiat voor de 124 overnam en in een nieuwe fabriek monteerde om zo vanaf 1972 de bij ons als Lada bekend geworden modellen te fabriceren was het niet de bedoeling dat de auto-industrie van de Tsjechen, Oost-Duitsers of Polen deze wagens zouden beconcurreren. Daar moest men dus met andere wagens komen om een eigen plekje op de wereldmarkten te veroveren.

Zeker op de exportmarkten waar men harde valuta kon verdienen die dan weer de eigen economie hielpen te blijven draaien. En dus zag je dat die merken daar vandaan het vaak lastig hadden met evt. nieuwe ontwikkelingen. Men kon na de eerste jaren van uitbenen zeker wel iets aardigs bedenken, bouwen, leveren, als de communistische leiders maar waren meegegaan met die wensen. Maar die lui wilden vooral dat het eigen volk uberhaupt zou kunnen rijden en het maakte niet uit waarin. Daarbij was er de verplichte ruilhandel met ‘bevriende’ staten. Waardoor auto’s werden gezien als betaalmiddel. Zo gingen er heel wat Oostblok-modellen richting landen als Cuba, waar men dan weer betaalde met sigaren en suiker. Pas tegen het einde van jaren tachtig zag je wat beweging ontstaan. En kwamen er moderner typen uit die landen vandaan. Na de Wende liet een paar merken zien (denk aan Skoda) waartoe men in staat was. Op basis van de oude tradities, maar met nieuw elan. En anderen gingen vrijwel meteen onderuit. Te lang onder het juk van het communisme ook in staatsbescherming kunnen draaien. Maar dat is een eigen en ander verhaal…Wellicht dat de lezer enig idee heeft van de situatie waarin o.a. het ooit zo machtige Skoda-concern moest zien te overleven in die jaren. Gelukkig is dat uiteindelijk prima uitgepakt.  Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief)

Ondanks de goede wensen….

Ondanks alle goede wensen, onze dromen, verlangens en zo meer, werd 2017 toch weer een jaar zoals alle voorgaande. Met narigheid en ellende aan de ene kant en plezier en ontspanning aan de andere. Wereldwijd zagen we de impact van een nieuwe president in de VS wiens diplomatieke gaven net zo groot zijn als die van de veelal geloofsgekke terroristen die ons bestaan elke dag bedreigen. We zagen de groei van het wereldwijde wapenarsenaal niet afnemen. Integendeel. Net zomin als we zagen dat er een verbeterd inzicht is gekomen t.a.v. het milieu, integratie, criminaliteit en zo meer. Nog steeds wordt Europa overspoeld door economische immigranten die menen dat het geld hier voor ze aan de bomen groeit. Een onhoudbare situatie die ook in 2018 niet zal verbeteren. Als je dus wereldwijd kijkt is er weinig reden tot vrolijkheid of optimisme. Dat geldt ook als we kijken naar wat ons land nu weer als regering heeft gekregen. De combinatie die nu met elkaar het nieuwe kabinet-Rutte heeft opgezet zal naar mijn mening zeker zorgen voor nog meer verdeling in de samenleving.

Omdat men overeind wil houden wat men denkt dat goed is voor ons land, daarbij hele groepen verontruste burgers negerend die via hun stem een totaal andere mening zijn toegedaan. We gaan eens zien wat het allemaal brengt maar optimistisch wordt je er niet van. Net of men weg wil kijken van een samenleving waarin cultuur, taal en traditionele godsdiensten moeten worden ingeruild voor iets nieuws. Zoals een door Brussel gedicteerde politiek van pappen en nathouden. Die niet zal leiden tot verbetering van de situatie, maar juist verslechtering. Nee, ook op dat punt viel 2017 niet mee. Privé mag ik trouwens niet klagen. Ach er gingen als altijd dingen mis, andere waren juist weer hoopvol. Er was verdriet en we hadden soms enorme lol. Het derde boek van mijn handen en toetsenbord zit vast op technische invulling rond de uitgave maar dat zou in 2018 moeten kunnen komen tot concretisering. Ik zie daar zeer naar uit. Tenslotte is het best een heel verhaal wat ik daarin te vertellen heb.

Nieuw was ook dat mijn persoonlijke aanwezigheid op de sociale media nu ook via Instagram verloopt. Leuke aanvulling op de rest. Het bloggen leed wel een vervelend verlies toen afgelopen maanden bleek dat de aanbieder van o.a. mijn autoblog op een of andere manier in de problemen raakte en meende dat schrijvers dan niet meer betaald hoefden te worden. Dat leidde van mijn kant tot stille vingers op het toetsenbord. Op dat punt heb ik in het verleden al te veel negatieve ervaringen opgelopen. Jammer, maar helaas, dan moet het maar op andere manier. Schrijven gaat gewoon door. Toch een soort passie. Net als al die andere liefhebberijen die mijn leven deels inkleuren. En wat dat kleuren betreft, wat te denken van onze nieuwe aanwinst; Prins Percy!

Een schat van een dier dat zo mooi zijn eigen plekje in huis innam. Wat een geluk dat je dat plezier kunt gebruiken om het grote verlies (voor ons) van zijn huisgenootje Punkie op te vangen. Die moesten we na net twee jaar leven maar toch ook flink sukkelen met de gezondheid alweer definitief uitzwaaien. Doet nog steeds pijn. En verder genoten we van leuke tripjes, familie, vrienden, mooie steden, fijne terrasjes, lekkere hapjes en zo meer. Net zoals we dat in 2018 weer hopen te doen. En omdat wij menen dat delen ook iets in zich heeft wens ik u dit namens ons ook toe. Moge 2018 u brengen wat u ervan verwacht. Moge gezondheid en plezier, maar zeker ook liefde uw deel zijn of blijven. Tot in het nieuwe jaar!

De goede oude Wester…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onlangs kwam het even ter sprake; iemand snapte niet zo goed waarom ik altijd zo liefdevol sprak of schreef over de Westertoren in onze stad, als symbool voor mijn affectie voor mijn geboorteplek. Ik had er immers altijd ver vandaan gewoond. Feitelijk een onjuiste bewering, maar dat heb ik hem direct vergeven. Als je elkaar niet in de ogen kijkt en elkaars echte levensverhaal niet kent is het lastig inschatten hoe mensen in elkaar steken. Maar neem van mij maar aan dat ik die stad toen ik er niet echt middenin woonde, altijd in grote regelmaat heb opgezocht. Zoals we er nu nog steeds elke week een keer dwars doorheen lopen. Gewoon omdat een grote stad met al zijn veel gekleurde wijken, meer heeft te bieden dan alleen maar de Dam of de coffieshops waar de toeristen voor komen.

Westertoren Foto's Tru Juli-aug.2007 035Ik merk ook dat naarmate mijn leeftijd zorgt voor steeds meer kaarsjes op de al dan niet in huis gehaald of zelf gebakken taart rond mijn jaardagen, ik die stad meer koester. Die grachten, de oude panden, de straatjes met hun winkeltjes, de vele eethuizen. Mijmerend staar ik wel eens over het IJ waar vroeger de oude zeeschepen voorbij kwamen en het een levendige toestand was. Ik mis nog wel eens die oude gierende blauwe trams, de oer-Amsterdamse gezelligheid. Een koffiehuisje waar je naar binnen kon voor echte koffie met een Moezelientje of Kano. Ik mis het platte Amsterdams. Wat je tegenwoordig hoort is vaak een mengeling van alle landaarden die deze stad lijken te hebben geannexeerd. De ware Amsterdammer trok zich steeds meer terug. Verspreidde zich richting Noord-Holland, Flevoland of Haarlemmermeer.

WP_20150511_046Wilde een echt huis met tuin en een min of meer witte school voor zijn kinderen. Het haalde soms de kern uit een bepaalde buurt, maar legt ook vingers op zere plekken. De echte Amsterdammer is niet gespeend van humor, en dan ook nog van de wat ironische soort. Soms met een vleugje joods verleden. En dat is nodig als je ziet wie deze stad zoal menen te moeten veranderen. Een paar decennia falend stadsbestuur, megalomane stadsdeelbestuurders, provinciale amateurs die op politieke stromen een functie krijgen in de grootste stad van ons land en dat het liefste zien veranderen in een groot toeristisch dorp. Het liet allemaal haar sporen na. Kijk naar het chaotische verkeer, de anarchie van krakers, fietsers en scooters, het gebrek aan overzicht. En toch, mensen, ik blijf het een lekkere stad vinden. Kom ik dan nooit ergens anders? Natuurlijk wel. Veel en vaak. En daar zitten ook plekken tussen die ik best leuk vind. Maar daar hangt dan uiteindelijk toch niet die sfeer die Amsterdam zo leuk maakt. Want veelkleurigheid kent ook haar pluspunten.

Amsterdamse beelden 030807 004Ik ben de laatste die dat niet wil erkennen. Voorbeelden zat van ontwikkelingen die bijdragen aan het fijne karakter van die stad. Wonen deed ik er lang, tot we besloten om na een Bijlmer-avontuur de grote tocht oostwaarts te maken en in Almere neer te strijken. Met een wijk vol andere Amsterdammers. Begin jaren tachtig. Eindelijk geen verloedering meer en ook geen criminaliteit. Ruim tien jaar later verhuisden we weer terug. Naar de zuidkant van de stad, waar het nog goed toeven was en is. En we het stadshart op loopafstand hebben liggen. Zo fijn, zo warm, en zo bekend. Kortom, ik ben een Amsterdammer in hart en nieren. En ik zal dat nooit onder stoelen of banken steken….

Omgekeerd denken…

ants-pests-argentine1Onlangs, het was een beetje aardig weer en dan bewegen we ons nog wel eens wat tussen het groen in de tuin….., bleek dat een van de grote struiken (of was het nu een klein boompje) niet echt opfleurde door het lenteweer. Het ding bleef bruingeel van kleur, al kwamen er nog wel knopjes aan de takken die deden vermoeden dat de natuur zijn werk wilde doen maar niet echt daarin slaagde. Vrouwlief, uitgerust met een stel wel heel erg groene vingers, besloot het ding uit de bijbehorende pot te trekken en kwam tot de ontstellende ontdekking dat de kluit waarin die plant moest groeien was omgevormd tot een wereldstad van enige omvang. Maar dan op mierniveau. Gangen, straten, waterpartijtjes. Het krioelde ook van het volk daar in die kluit. Bruinzwarte kruipertjes druk doende om direct de schade te dichten aangericht door de brute verwijdering van hun stad uit die veilige omgeving. Onderin de pot dreven hele kluiten eitjes. Vermoedelijk het gevolg van een hartstochtelijke bevruchting van het vrouwvolk in deze kolonie. Wij bestreden de bevolking van het mierenstadje voor het gemak toch maar, verwijderden de eitjes en zetten de plant in een bak met bleekwater.

Ants marchingTot zover een eerste observatie van wat in onze tuin zoal speelde.. Wij mensen zijn als je er goed over nadenkt echter tamelijk arrogant. Wij gaan er altijd maar vanuit dat wij die wereldbol hebben geerfd van iets of iemand en dat alles wat daarop aanwezig is en leeft ons moet dienen. We dichten ons zelf grote intelligentie toe en knijpen een oogje dicht voor oorlog, haat, afgunst, armoede, terrorisme, geloofsgekte en zo meer. Immers wij mensen zijn superieur. Maar wat nu als dit niet zo is en wij eigenlijk ‘bezetters’ zijn van een planeet die in principe bedoeld was voor heel andere doeleinden. Dat die kleine mieren eigenlijk de echte bewoners zijn en dat die ondergronds of daar waar het lekker donker en vochtig is, hun eigen leven leiden. Dat er op zijn ‘miers’ wordt geconverseerd, dat ook daar songfestivals worden gehouden en er ook een echte Mierse economie bestaat. Laten we wel zijn, er is weinig kruid gewassen tegen die mieren want als je in de gemiddelde tuin gaat kijken zie je dat die beestjes eigenlijk heer en meester zijn in dat stukje ontspanningsgebied van ons mensen.

Ant figureOoit logeerden wij in Portugal. In een fraaie bungalow, het strand van de Algarve in de achtertuin. Elke dag werden we bezoocht door diverse kolonies mieren die in zwarte banen langs de muren liepen en o.a. aanvallen deden op alles wat eetbaar was in de keuken. Zoonlief was er de hele vakantie druk mee. Die stak die nesten in de brand, het hielp soms even, maar nooit lang. De mieren bleven komen. En niet alleen bij ons, ook bij de buren. Kortom, die bungalows stonden wellicht op de grond van die mieren en die kwamen hun rijkdommen even opeisen. Via de onze. Als je daar dieper over nadenkt wordt je toch iets bescheidener in die claims van het menselijk gelijk. Omdat die mieren naar verluid al een paar miljoen jaar oud zijn en ook de andere bewoners van deze aarde overleefden. De dinosauriers en alles wat daarna kwam. Toch eens over nadenken….het maakt een mens toch een soort profiteur….en mieren niet veel anders dan hard werkende beestjes met een eigen claim op onze wereld. Maar liever niet in onze tuin, dat vind ik dan weer minder…

Dineren met de Tsaar…

WP_20140929_001In het Rusland van voor de communistische Sovjet-Unie was er maar een enkele familie die er toe deed. Die van de Romanov’s. De Tsjaren, vorsten die de wrede Mongoolse vorsten opvolgden, waren alleenheersers en het Russische volk niet veel meer dan gepeupel. Terwijl deze landslieden en arme burgers maar moesten zien hoe ze zich elke dag zouden voeden, was dat voor de Tsaar en zijn gezien geen enkel probleem. Het kon domweg niet op. En men had zo haar eigen regels voor hoe bepaalde diners moesten verlopen. Diners en feesten aan het keizerlijke Russische hof waren op enig moment de meest uitbundige en spectaculaire van Europa. Alles werd gedaan om de andere vorstenhuizen de ogen uit te steken met de schitterende rijkdom van het machtige tsarengeslacht en dus werden de banketten versierd met de meest exclusieve achttiende- en negentiende-eeuwse serviezen denkbaar. En die werden geleverd door de grote Europese fabrikanten op dit gebied.

WP_20140929_014Denk aan Sevres, Meissen, Wedgwood en KPM uit Berlijn. Het glaswerk bestelde men in Bohemen, vorken en messen waren van de zilveren soort, liefst bedekt met een laag goud. Het is deze tafelrijkdom die momenteel te zien is in de Hermitage aan de Amstel in Amsterdam. Prachtig uitgestald, met veel aanvullende informatie over de zeden en gewoonten van de Russische aristocraten. Wij bezochten deze expositie onlangs en dat was geen straf. Ook al heb ik zelf wat minder met frutsels aan of op borden, dit is van een ongekende weldadige soort. Prachtig die kleine porceleinen poppetjes op tafel. Men kleedde het geheel heel fraai aan, laat je vrij om foto’s te maken, en je kunt overal goed bijkomen, al mag je er niet aanzitten. Er zijn films te bekijken over het weldadige leven van deze tsaren en de grootsheid van hun feesten. Opvallend is ook het porceleinen servies dat allang nadat de tsaren waren verdwenen werd geschonken aan Sovjet-dictator Stalin.

WP_20140929_019Een geschenk van de onderdrukte Hongaren. Na de oorlog afgeleverd. Wat Stalin er van vond weten we niet, maar hij gebruikte het dure spulletje nooit en at zelf van simpele borden zonder versiering. Hoe dan ook, een erg aardige expositie die ik van harte kan aanbevelen als je een keertje in de buurt bent. Normale entree kost je E.15,00 p.p., een museumjaarkaarthouder kan gratis naar binnen.