Duits vernuft op veel wielen…NSU!

Duits vernuft op veel wielen…NSU!

Het zou me verbazen als de naam NSU niet bij sommige mensen een belletje doet rinkelen. Het oude Duitse merk startte in 1906 als de Neckarsulmer Strickmaschinen-Fabrik en werd in eerste instantie bekend van machines voor de brei/naai-industrie. Maar men deed ook al snel aan vervoermiddelen, veelal op twee wielen. Zo bleven motorfietsen, scooters en brommers van NSU decennia lang vaste waarden onder liefhebbers van dit spul.

De Tweede W.O. maakte dat de productie voor particulieren stil kwam te liggen, maar daarna startte men de boel weer op en ging men o.a. nauw samenwerken met Fiat. Al snel kreeg men zo licentierechten voor de zgn. Neckar-NSU’s die je ook bij ons nog wel eens zag. Fiat had al oude banden met NSU en dus was de samenwerking een logische. Die Neckars waren overigens gewoon Fiat’s met een ander logo. Intussen werkte NSU ook aan een eigen autolijn die onder de naam Prinz het levenslicht zou zien. Met een kleine tweepitter van nog geen 600cc onder de achterklep, maar wel al met een 12v elektrisch systeem verscheen de auto in 1958 op de markt en vond in die periode vooral Duitse kopers.

Die moesten wel even wennen aan de niet gesynchroniseerde versnellingsbak en zo, maar toch, NSU was onder eigen naam weer terug. In de jaren zestig bleven die Prinzjes maar komen en kregen ze ook het zo typerende beetje badkuipachtige uiterlijk. Dat baseerde losjes op dat van de Chevrolet Corvair uit die periode maar dan gewassen in veel te heet water. Anno 1964 had de wagen al luchtvering achter en schijfremmen op de voorwielen. Best bijzonder. De karretjes waren niet aan te slepen. Alleen was er wat kritiek op de topsnelheid die met dat kleine tweepittertje maar net boven de 100km/u reikte. Met de zgn. NSU Prinz 1000 werd dat deels opgelost. Want toen kreeg de Prinz een wat langere carrosserie, een 1000cc vierpittertje en een top van 135km/u.

Afgeleide versies als de TT, 1200TT en TTS gooiden daar nog heel wat schepjes bovenop en al snel stonden deze NSU’s bekend als lekkere scheurijzers. Maar dat maakte de prijzen ook fiks hoger. De Prinz was nu duurder dan een Kever van VW en dat was voor velen toch de norm in deze klasse. Bertone ontwierp ook nog een Sport-Prinz, een coupe volgens de toen geldende ontwerpnormen. En bij een laag gewicht van nog geen 600kg een aardig ding om je mini-coureur in te voelen. Later zou men ook nog een Wankel Spider brengen die met een heel bijzondere schijvenmotor was uitgerust en liet zien hoe ver men bij NSU durfde gaan richting de toekomst. En die toekomst kwam heel snel. Met de schitterende RO-80 die in 1967 verscheen en een Wankelmotor bezat met twee rotoren. 180km/u was simpelweg haalbaar en de auto werd al snel een hit bij kopers die iets anders wilden dan een Ford Taunus of Opel Record. Maar het succes kende ook een keerzijde.

De Wankelmotor was niet voldoende uitgetest en al snel bleken ze waanzinnig veel olie te gebruiken en als dat niet in de gaten werd gehouden kwamen zelfs vastgelopen motoren voor. Men heeft er bij de fabrikant en de Nederlandse importeur van toen aardig wat hoofdpijn van gekregen. Ook vervangingsmotoren bleken hetzelfde euvel te vertonen en dat maakte de RO-80 een probleemauto. Een auto ook die het einde voor NSU zou inluiden. Ondanks het feit dat men nog een groot model in ontwikkeling had voor de middenklasse ging het bedrijf over de kop. Werd overgenomen door Volkswagen en leverde daarmee die in ontwikkeling zijnde grote NSU op een presenteerblaadje aan de concurrent uit Wolfsburg. Dat werd de K70, die we later nog wel eens tegen zullen komen. NSU kent nog steeds een trouwe groep liefhebbers die hun Prinzjes koesteren als een kostbare schat en bij oldtimer-meetings of circuitraces flink van zich doen spreken. Een leuk merk dat nu voortleeft in alles wat VW op de markt brengt of bracht. En dat is best een compliment natuurlijk…. (Beelden: Archief/Internet)

Vergeten warenhuis…

Vergeten warenhuis…

Voor geboren en getogen Amsterdammers van mijn generatie was dit warenhuis aan de Reguliersbreestraat ooit een begrip. De Galeries Modernes! Ergens in de 19e eeuw op poten gezet door een Franse zakenman die zijn eerste filiaal opende in Rotterdam en wiens broer in Amsterdam een eigen filiaal opzette waarvoor hij diverse panden aan genoemde straat opkocht. Even voor WO2 besloot deze ondernemer om al die oude pandjes te slopen en een nieuwbouwpand neer te zetten met de nodige in die tijd tenminste als zodanig bedoelde moderne architectuur en fraaie inrichting. Dat pand stond pal naast dat nog steeds zo fraaie Tuschinski theater en kon qua stijl nauwelijks meer daarvan afwijken.

De Galeries was een concurrent voor V en D of Bijenkorf en verkocht van alles en nog wat. Qua prijzen hing het wat tussen al die bekende ketens in. Maar men kende ook iets bijzonders. Anders dan die concurrenten waren de verschillende filialen van het bedrijf, mede door de verschillende eigenaren, ook qua aanbod en beprijzing onderscheidend. Zo kon het zijn dat wat in Groningen gold als ‘niveau’ in Amsterdam toch meer op de prijs werd ingezet. Ook verkocht men levensmiddelen wat de concurrentie toen nog niet deed. Naast de hoofdstad en Rotterdam vond je vestigingen in Utrecht, Groningen, Den Haag, Arnhem en Leiden om er maar een stel te noemen. Al die vestigingen hadden dus ook veelal verschillende eigenaren, het waren meer franchise-filialen dan vestigingen van een enkel consistent optredend bedrijf. Toch was het voor de gemiddelde Amsterdammer van toen een leuke plek om te winkelen en je moest je best doen om er zonder iets aan te schaffen uit te lopen.

Wat je bij V & D tot jaren later vanwege het wonderlijke aanbod veel beter lukte. Maar de rommelige structuur bij de G.M. zorgde ook voor onheil. Financiele verliezen waren op enig moment zo groot dat men wel moest onderhandelen met overnamepartners. KBB werd er daarvan een omdat die een deel van het aandelenkapitaal van Galeries Modernes wist te verwerven via eerdere Belgische investeerders die er graag vanaf wilden. De directie van G.M. was blij want wilde niet in handen vallen van Duitse of Amerikaanse investeerders, maar het resultaat was uiteindelijk hetzelfde. Al snel sloot men de ene na de andere vestiging. En in 1984 ging de laatste vestiging van de Galeries dicht. In 1970 was dat al in Amsterdam gebeurd en werd het ooit zo moderne gebouw totaal omgebouwd tot Hema-vestiging.

Intussen is het pand in gebruik door diverse winkels waarvan de samenstelling nogal eens verschilt. Zo zat er ooit een Kruidvatwinkel in, maar ook die is weer verdwenen. Hema zette in op haar filialen aan de Kalverstraat en Nieuwendijk en verliet het Galeries-pand jaren geleden alweer. Een icoon in de stad is gewoon verdwenen. En na mijn generatie of die net na mij zal de naam ook wel in de vergetelheid raken. En dat is best jammer. Maar ja, wie zal er over 30 jaar nog weten wat V&D was of Hudsons Bay?? Ik vrees dat het daarmee net zo zal gaan verlopen….Alles is relatief, de handel ook! (Beelden: Wikipedia/internet)

M.G.

M.G.

Tegenwoordig onderdeel van een Chinees bedrijf is de naam M.G. nu vooral verbonden aan elektrische wagens met de uitstraling van een rijdende badkuip. Maar ooit was het een van de visitekaartjes van de Britse auto-industrie. En was het ook een echt aansprekend sportwagenmerk dat werd opgericht onder de naam Morris Garages. Waarbij die naam dan weer verwees naar de eigenaar van die garages onder wiens dak de eerste MG’s het levenslicht zagen. Dat was al voor de oorlog het geval en die wagens waren goed gebouwd, bleken aardig betrouwbaar en reden weliswaar niet comfortabel, wel sportief. Na de oorlog werden ook bij ons MG’s verkocht aan liefhebbers en zag je de TC nog wel eens voorbij komen.

Een auto die zich baseerde op de vooroorlogse TB (ook befaamd door RAF-piloten die er graag in reden), maar dan met een verbeterde versnellingsbak. Vrij smalle spaakwielen deden gek genoeg niet veel af aan de wegligging. Die was gewoon goed. MG experimenteerde ook wel met normale ‘saloons’ zoals de toenmalige burgermansauto’s in het VK heetten, en werkte die dan om tot een MG-versie. Zo ontstond de YA en YB, op basis van een best saai aandoende Morris 8. Met de TD en TF zette MG hele stappen. Wagens met normale wielen, onafhankelijk geveerde voorkant, tandheugelbesturing en een wat hogere topsnelheid dan je met een oude TC kon bereiken. Met 130km/u was de koek overigens wel op.

Een beetje Opel of Renault reed dat indertijd ook, maar het open rijden langs de typische Britse landwegen vroeg om een andere stijl. Kon in een MG net even beter. Bij de TF ging de opwaardering steeds verder. Je kreeg zelfs het comfort van een paar op volwassen mensen ingestelde zijdeurtjes. Met de MGA zette MG een heel andere klasse sportwagens neer. Mooi welvend, rond, een Britse sportwagen die model zou staan voor alles wat ook de concurrentie wilde bieden. Door de jaren heen doorontwikkeld tot je er zelfs 180km/u mee haalde. Moest je wel wat centjes neerleggen, maar voor een MG had men dat best over. Gold ook voor de opvolger, de MGB.

Voorzien van een zelfdragende carrosserie, draairaampjes, naar keuze een harde of zachte kap. MG-adepten in Engeland vonden het maar niks, maar de auto bleek een enorme hit in de Verenigde Staten. En voor die markt werd de ‘B’ ook steeds verder ontwikkeld. Een GT kwam in het gamma, waarmee je ook een auto had voor in het dagelijks verkeer, je kon er zelfs je boodschappen in kwijt. Voor de VS kwam er zelfs een MGC die naar keuze een 6- of 8-pitter voorin had liggen. Het werd een beetje een mislukking omdat de auto eigenlijk geen vlees noch vis meer was. Met een top van bijna 200km.u was hij wel snel. MG werd door de jaren heen ook steeds meer een badge bij andere Britse merken die dan een van hun eigen sedans of hatchbacks lieten opkloppen bij MG tot sportieve variant en een meerprijs vroegen voor dat concept.

Het hielp niet echt voor wat de echte MG-fans van hun merk verwachtten. In de jaren daarna bleef het wat stil bij MG tot men de TF bracht, een soort retro-sportwagen met moderne techniek. Het was het laatste kunstje, of we moeten de door Rover op basis van de 90 nog uitgebrachte wagens met een MG-logo nog zien als echt de allerlaatste Britse auto van het merk. MG stierf net als Rover een relatief stille dood. Dat was tijdens de bankencrisis van na 2008 het geval. Een paar jaar later kochten de Chinezen de rechten en nog wat mallen. De hoop was er dat het merk MG herboren terug zou komen. Dat deed het ook, maar met relatief bescheiden wagens waarmee men eerst in het VK zaken deed, later ook het Europese vasteland opzocht. Elektrisch is nu de boodschap, saaiheid kennelijk ook. En dat maakt dat MG nog wel een naam is om rekening mee te houden, maar dat de ware adepten zich met walging afkeren van die nieuwe accu-gedreven wagens die er uit zien als dertien in een dozijn. Nee, dan was het vroeger allemaal veel mooier, leuker en sportiever…. (Beelden: Archief)

Was maar kort zelfstandig; Lincoln!

Was maar kort zelfstandig; Lincoln!

Was het meneer Leland die het merk in 1921 oprichtte beter vergaan had het merk Lincoln vermoedelijk nu nog onafhankelijk bestaan.

Maar het lot was hem niet gunstig gezind en al in 1922 moest hij zijn wat exclusieve modellen bouwende autofabriek overdoen aan Henry Ford die er al zijn dienst ‘Cadillac’ van maakte, oftewel een luxe merk dat het op moest nemen tegen de duurste wagens van General Motors. Daardoor is Lincoln in onze streken veelal een wat onbekend merk gebleven, want slechts de beter gesitueerden konden zich een dergelijke limousine veroorloven. De modellen van na de oorlog waren deels van jaren eerder, Lincoln behield de modelvoering maar zette in haar Continental van toen een stevige V12 die 5 liter groot 130paarden beschikbaar stelde aan zijn aan de oorlogsjaren flink verdiend hebbende eigenaren. Zoevend over de wegen was het wel een auto om mee en in gezien te worden.

Tot 1948 in productie gebleven. Daarna veranderde de styling compleet en werden ook Lincolns glad ogende wagens met o.a. voorruiten uit een stuk (toen nog bijzonder) en een overdaad aan chroom. De modelnaam Cosmopolitan. De V12 was verdwenen, een stevige V8 verving hem en daarvan genietend had de Lincoln-chauffeur ook nog eens elektrische ramen ter beschikking en een even elektrische voorbankverstelling. Daarna volgde Lincolns met namen als de Capri en Custom, terwijl in 1956 de zeer uitbundig gestylede Premiere het daglicht zag. De vormgeving was zo bijzonder dat Lincoln er zelfs prijzen mee won.

Maar de grote klapper was toch wel de enorme Continental Mk.II uit het zelfde bouwjaar. De auto kostte net zoveel als vijf toch ook niet meteen kleine Mainlines van Ford, maar de orders stroomden er voor binnen. Lincoln bouwde de wagens echter met de hand, niks lopende band-werk, en dat beperkte de leveringen. Een Lincoln als deze doet nu veel geld. Dat geldt minder voor de in mijn ogen veel aardiger Mk.III die met zijn schuine koplampen en een naar binnen hellende achterruit de stijl van alle Ford’s uit die tijd volgde maar ook een V8 van dik 7 liter mee kreeg waarmee de 200km/u in zicht kwam. En dat anno 1958.

Zowel de Continental’s van latere bouwjaren als andere modellen van het merk groeiden maar door. Werden langer, lager, zwaarder en werden dan ook met steeds zwaardere motoren geleverd. Op een litertje benzine keek je niet als je Lincoln reed en bij een verbruik van 1:3 was dat ook verstandig. De 7,5 liter grote V8 haalde bij de versie van 1968 intussen 370pk, woog 2.2 ton en was 1,5 meter langer dan een beetje VW Kever uit die periode. Een enorme grille maakte indruk op de medeweggebruikers. En dat bleven die Lincolns doen door de jaren heen die volgden. Veel Lincolns werden in de VS ook nog eens verlengd tot TownCar Limousines, wagens waarmee de rijken en welgestelden zich graag lieten vervoeren met de nodige extra’s aan boord.

Wie wel eens in de VS op bezoek is geweest heeft dat soort wagens vast wel eens gezien. Later ging het Lincoln minder naar den Vleze. Maar het is nog steeds actueel en bouwt nu o.a. de zeer aansprekende Navigator SUV die wederom boven alles uitstijgt en de nodige nieuwe rijken aanspreekt. De huidige generatie sedans is van een minder opvallende omvang dan vroeger. Net zoals GM deed bij Cadillac. De smaak van de kopers veranderd. Men denkt wat meer om het milieu, maar wil nog wel heel veel comfort. En dat biedt een Lincoln. Alle waar naar zijn geld, maar je krijgt veel auto voor die centen. Zo had meneer Leland het graag gezien indertijd. (Beelden: Yellowbird archief)

Nostalgische super…Simon de Wit…

Kom je van beneden de grote rivieren is dit blogverhaal vermoedelijk tegen dovemansoren gericht. Immers, de winkelketen waar ik het nu vol nostalgische gevoelens over heb kwam vooral voort uit de hoek van de grote ondernemers die klein begonnen, de Zaanstreek en alles wat daar boven verkeerde aan plaatsen en dorpen. Blokker, Albert Heijn, maar zeker ook Simon de Wit waren kerels die wisten wat ze wilden en dat uitrolden over (een deel van) het land. Simon de Wit startte ooit in Wormerveer waar hij kaas verkocht vanuit zijn eigen woonadres, later in een piepklein winkeltje. Dat werd al snel een concept en rond de eeuwwisseling bezat hij al filialen van zijn bedrijf in Zaandam en Amsterdam. Opvolgers voor zijn nog bescheiden keten kwamen veelal uit eigen familiekring, vaak een formule voor uitbouw en succes.

Simon de Wit zocht de onderkant van de markt. In 1937 had men al 100 filialen en werd die naam toch synoniem met een soort van supermarkt zoals we die later veel moderner en groter overal zouden tegen gaan komen. Concurrentie kwam van De Gruyter, toch iets hoger gepositioneerd en Albert Heyn. Simon de Wit werkte na de oorlog door met de formule die haar groot had gemaakt en bleek niet blind voor ontwikkelingen elders. Zo bedacht men een formule die je nu nog bij Lidl en Aldi aan kunt treffen, de verkoop van non-food-artikelen die via een provisieformule werden aangeboden door andere bedrijven dan de supermarkteigenaar zelf. Zo kwamen Zeeman, Blokker, Bakker Tapijt en wat radiozaken indertijd aan de extra omzet en handel.

Daarmee hield Simon de Wit haar risico klein en haar benodigde kapitaal in eigen huis. Toch bleek het niet genoeg om deze keten te redden van de ondergang. Want, wat Albert Heijn wel deed en Simon de Wit niet, was doorgroeien naar totaal nieuwe supermarktconcepten, afgekeken uit de Verenigde Staten. Simon de Wit bleef geloven in kleinschalig en vers, waar bij Albert Heijn de zelfbediening en voorverpakt al werden doorgevoerd. Een grote tegenslag voor het bedrijf kwam toen het centrale magazijn van de winkelketen in Zaandam anno 1970 door een grote brand werd verwoest. Het werd de nekslag voor de onderneming.

Albert Heijn zag er wel brood in om de hele toestand over te nemen. Daarbij kreeg men niet alleen de beschikking over een hele reeks nieuwe vestigingen maar ook over de distributieformule van Simon de Wit die bepaald dagen efficienter was dan die van de overnamepartner. Een tijdlang hield men nog wat Simon-filialen open, maar al snel werden ook die geintegreerd in de keten van A.H. of afgestoten. In dezelfde periode ging ook De Gruyter onder water en was het Nederlandse landschap op winkelgebied enorm veranderd.

Een winkellandschap dat tot dan nog bijna provinciaal aan had gedaan. Ik herinner me uit de jeugd nog wel dat bij ons om de hoek zo’n winkel zat van Simon de Wit, maar ook een van De Gruyter. En dat onze ouders daar selectief (op prijs of aanbieding)winkelden. Later werden dat AH-winkels en hadden alle losse ambachtelijke zaken in onze woonstraat afgedaan als beoogd koopadres. De bakker, kruidenier (Sperwer), slager, melkman, allemaal legden ze het loodje. Het was klaar. De concurrentie te groot en aantrekkelijkheid van prijs/kwaliteit toch als een magneet. Siimon de Wit verdween. Net als in onze dagen V en D en het recent geintroduceerde maar nu al mislukte Canadese warenhuis Hudsons Bay. En we kennen nu de Action. En raadt eens waar die vandaan komen? Juist! Ondernemers daar in Noord-Holland hoor!! (Beelden komen van internet/Wikipedia)

Leven met de Vliegende Pijl – 44 – Hoe VW de ontwikkelingen aanstuurde tussen 1991-1997!

Misschien toch goed om het verhaal even te verbreden naar de situatie waarin Skoda indertijd, rond 1996 verkeerde. Het merk kwam in die jaren steeds meer in handen van Duitse managers die de taken van de Tsjechen overnamen die weliswaar vaak zeer begaafd waren geweest maar door het vroegere communistische juk relatief initiatiefarm bleven bij hun optreden. Door mensen van Volkswagen te plaatsen op sleutelposities kon men bij Skoda de in het Duitse Wolfsburg gewenste veranderingen sneller doorzetten dan als men dit wellicht niet had gedaan. Skoda’s autodivisie was financieel in feite bijna opgebrand toen anno 1991 de overname van ongeveer 30% van de aandelen plaatsvond. De rest was toen nog in handen van de Tsjechische overheid. Voor de goede orde; VW nam slechts de personenwagenafdeling over van AZNP/Skoda. Er waren in het Tsjecho-Slowakije van toen nog een reeks andere Skoda-bedrijven actief, maar daar zag men in Duitsland niet zoveel in. Zo kon het dus voor komen dat je allerlei soms wonderlijke producten of vervoermiddelen kon zien die waren voorzien van het uit het verleden bekende Skoda-logo maar die weer niet vielen onder de noemer van Volkswagen.

De Duitsers hadden er in het begin waarschijnlijk te weinig oog voor gehad en wellicht ook wat te weinig geld voor over. ‘Gelukkig’ bleek dat veel van die vroegere Skoda-afdelingen het op eigen kracht niet konden redden en zo bleef in feite slechts staalfabrikant Skoda in Pilzen en de raildivisie (Skoda Transportation) over plus Skoda Automobilova uit Mlada Boleslav waar VW de scepter zwaaide. Met elkaar hadden die officieel verder niets meer van doen. Toen VW de Skoda autofabrieken en bijbehorende organisatie overnam werd daar nog slechts de Favorit gebouwd en verhandeld. Een prima auto op zich die echter wel in zijn ontwikkelingsperiode alle geldelijke middelen van de vroegere staatsonderneming AZNP/Skoda had opgemaakt. Dus moest er het e.e.a. gebeuren om die auto op een wat moderner leest te schoeien en te voorzien van bijvoorbeeld Single Point Injection Systemen en een al eerder beschreven volkomen nieuwe inrichting. Dat lukte aardig en ook snel. Vanuit de Favorit ontwikkelde Skoda samen met de Duitsers de Felicia. Die auto volgde de Favorit op, maar was in feite wel een soort tussenpaus.

De lijnen vanuit Volkswagen richting toekomst van het Tsjechische merk waren intussen uitgezet en daarin pasten veel moderner auto’s. In feite was die Felicia in opzet nog steeds een echt Tsjechische auto, voorzien van Duitse techniek. Maar je kon er ook nog steeds een Pickup, stationcar, VanPlus en zelfs een pret-Pick-up (FUN) van krijgen. De Felicia kon ook worden geleverd met Skoda’s eigen lichtmetalen blokken, nu voorzien van MPI-techniek, maar tevens met een goed presterende 1.6 liter VW motor en de aloude 1.9 grote diesel uit de Golf van die jaren. De Felicia was overigens echt een enorme stap vooruit en de auto kwam in veel markten goed aan. De kleine bedrijfswagens binnen het gamma waren ook in veel landen buitengewoon gewild. In eigen land waren ze bijna niet aan te slepen, maar zeker ook in een aantal andere markten zeer gevraagd. Zo kon VW door de Balkanoorlogen in de jaren negentig in Sarajevo niet langer haar aloude Caddy bouwen. Die auto baseerde zich nog op de Golf 1, maar was in veel landen, ook bij ons, zeer populair. Om aan het gemis van dit soort wagens tegemoet te komen besloten VW en Skoda om de Felicia Pick-up in Duitsland als VW Caddy op de markt te brengen.

Gebouwd in Tsjechië, uitgerust als een VW en ook verkocht tegen de prijs van een Volkswagen. Klanten keken er niet van op en het zal Volkswagen best de nodige centjes hebben opgeleverd. In andere markten was de naam Skoda soms nog wat beladen, veelal veroorzaakt door een wat vaag ‘Oostbloksausje’. Dan zag je dat kopers hun auto’s ontdeden van hun Skodalogo’s en er via de accessoireswinkel gekochte VW logo’s op aanbrachten. Slim zijn had zijn prijs, domheid kennelijk ook. Intussen werkte of vocht Volkswagen zich door de traditionele kanalen heen die binnen het vroegere Skoda en haar interne organisatie bestonden. Oude managers werden de laan uitgestuurd, nieuwe aangetrokken. Veel van het oude administratieve functioneren werd op moderne wijze geautomatiseerd, de fabrieken voor de Felicia compleet gerenoveerd en een fonkelnagelnieuwe gebouwd naast de oude complexen om daarin vanaf medio 1997 de nieuwe middenklasser Octavia te kunnen produceren. En daarmee zette men de toon voor de toekomst. VW zette ‘exportafdelingen’ op die met bepaalde landen en regio’s moesten gaan onderhandelen of samenwerken. Daarmee kon dan de verkoop worden opgevoerd en nieuwe markten aangeboord. Verkocht men in 1991 nog in 35 landen Skoda’s, al snel werden dat er 55, een paar jaar later 80. Daarmee was de toekomst voor het Tsjechische merk verzekerd, al was de voertaal intussen wel vaak Duits geworden en zagen veel Tsjechen deze ontwikkelingen maar met lede ogen aan. Maar het moet gezegd, die Duitsers deden hun werk goed, lieten de Tsjechen zien dat hun eigen toch vaak hoogwaardige technische inzichten prima pasten in het VW-denken en dat succes weer leidde tot meer investeringen die van Skoda zouden maken wat het heden ten dage is. Maar dat lag nog wat in de toekomst verborgen. Wordt Vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda/Pon)

 

Leven met de vliegende pijl – 14 – Tweede Wereldoorlog

En toen was het opnieuw oorlog in Europa. Een gruwelijke tweede wereldoorlog diende zich aan. Het voorspel daartoe raakte ook de Tsjechen heftig. Nadat de Nazi’s eerst Oostenrijk hadden geannexeerd deden ze dat even later ook met het door hen zo verguisde Tsjecho-Slowakije. Hitler gaf het grondgebied ‘terug aan de volks-Duitsers’ in Sudetenland die door de Boheemse en Moraafse bevolking zo zouden zijn geknecht. Binnen de kortste keren was het land door de Nazi’s bezet, waarbij de Tsjechen echt werden onderdrukt en de Slowaken een wat andere status kregen door hun houding t.o.v. de Nazi-onderdrukking. Men noemde deze vorm van bezetting een Protectoraat en de man die namens Hitler de boel bestierde was de beruchte en later door Tsjechische verzetslieden vermoorde Nazi-beul Heidrich. Al snel werd het door de Duitsers zeer gewaardeerde productie-apparaat van Skoda ingezet voor de fabricage van allerlei militair materieel.

De Duitsers namen ook hele voorraden van t.b.v. het Tsjechische leger gebouwde Skoda-tanks in beslag en vervoerden die naar de Heimat waar ze werden aangepast en ingezet voor de invasie van de westerse landen in mei 1940. Maar bouwde Skoda ook ambulances, militaire trekkers, en nog meer tanks die o.a. waren voorzien van door Porsche ontwikkelde motoren. Een deel van de uit Tsjecho-Slowakije geroofde tanks werd later ook door de Nazi’s ingezet tijdens de inval in de Sovjet-Unie in 1941. De beruchte Tigertanks, vrijwel onverslaanbaar geacht in de latere oorlogsjaren, kwamen naar verluid deels ook uit de Skoda-fabrieken vandaan. Dwangarbeiders deden daarvoor het werk. Helemaal aan het einde van de oorlog ontdekten de geallieerden kennelijk ineens dat de Skoda-fabrieken weleens van strategisch belang zouden kunnen zijn voor de bouw van Nazi-materieel en bombardeerden ze de tot dan aardig gespaard gebleven fabrieken in Mlada Boleslav.

Gelukkig voor de Tsjechen viel de schade na die bombardementen nogal mee en bleven de productiehallen voor totale vernietiging gespaard. Toen de Duitsers zich terug moesten trekken en de oorlog voorbij was, lag het land intussen in de door de Russen ‘bevrijde zone’ van Europa. In Jalta bespraken de toenmalige geallieerden de nieuwe realiteit van Europa. Met een enkele pennenstreek verdween het land Tsjecho-Slowakije achter het ijzeren gordijn, al voelde dat in eerste instantie nog niet zo. En werden de contouren zichtbaar van een land onder het communistische juk waar men zich zou moeten richten naar Stalinistische bestuursvormen. Het zou lang duren voor men daar eindelijk van werd verlost. En voor de creativiteit van de autobouwers bij Skoda was dit een gitzwarte periode. Wordt vervolgd (Beelden: Internet/Wiki)

Mongoolse Barbaren…

Mongolen 4Hoe komt het toch dat tussen de oude historie van de grote beschavingen langs Eufraat en Tigris zo weinig is overgebleven en we slechts Barbaarse voorbeelden zien van wat men daar verstaat onder godsdienst of cultuur. Wel, je hoeft maar een jaar of 800 terug te gaan in de tijd en je komt uit op de basis van waar we nu mee van doen hebben. Indertijd waren de beschavingen bekend als de Seleucia, Ctesiphon of Babylon. Bagdad was een belangrijke culturele hoofdstad en daar bloeide de kunst en cultuur die nu nog wel eens worden aangehaald als de wortels voor de hedendaagse beschaving (..) in die hoek. Op 10 februari 1258 echter namen de Mongolen uit het Verre Oosten met veel geweld deze hoofdstad en haar omgeving in bezit. Geen enkel leger was in staat gebleken deze Barbaarse horden tegen te houden. Huiveringwekkend was het lot voor de inwoners. De Mongolen vermoordden de kalief, de mannen, verkrachtten de vrouwen en trokken verder. Heel Mesopotamië werd toegevoegd aan het Mongoolse rijk dat nu ook grote delen van Rusland en China omvatte.

Mongolen 1 Alleen al in Bagdad en omstreken vielen meer dan een half miljoen slachtoffers. Het Barbaarse denken stopte pas toen die lui ergens bij de Middellandse Zee halt hielden en op adem kwamen. Maar ze vestigden ook de genen voor dat wat wij nu meemaken in de 21e eeuw aan manier van denken en doen. Bagdad werd een troosteloze provinciestad zonder betekenis. Irrigatie en openbare orde verdwenen, het recht van de sterkste zegevierde. Pas na de 1e Wereldoorlog kwam er weer een beetje gang in de ontwikkeling van stad en omliggend land. Werd Irak een zelfstandige natie met Britse invloeden op de politiek, al was het alleen al om de gewonnen olie daar. In feite is dat land daar dus net in ontwikkeling. Is de beschaving die we er nu aan toe dichten slechts kort geleden ontstaan en moeten we van de mensen daar niet veel meer verwachten dan wat we er nu van zien. Moord- en doodslag zit er kennelijk in de genen en het geloof is aan de ene kant een aanjager, aan de andere geen rem.

Mongolen 3Als we nu eens kijken naar Mongolië zien we dat van die beschaving maar weinig is overgebleven. Het is een agrarisch volkje dat indertijd een buffer vormde tussen de Sovjet Unie en China. Het omvangrijke Mongoolse Rijk verloor al snel haar gewicht en sindsdien verarmde het in razend vlot tempo. Alles is relatief. Ook het denken dat alles zal blijven zoals het ooit was. Maar dat een invasie door een vreemde macht niet altijd even positief uit zal vallen is iets dat je maar eens goed tot je moet nemen. Vandaar dat ik pleit voor waakzaamheid. Al schrijft er over 800 jaar iemand wellicht een heel aardig stukje geschiedenis over het huidige jaar 2015.

Overname en bevestigd vooroordeel…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA‘Hoi……Margreet’…..De vrouw naast ons in de redelijk lege wagon van de gele rups op weg van Eindhoven naar Amsterdam via Utrecht startte een reeks van gesprekken waaruit wij konden opmaken dat zij niet bepaald met een geluidsdemper op haar mond was geboren. ‘Ja, ik zit nu in de trein en wilde je laten weten dat ik heel veel heb gehad aan jouw cursus ‘Leer met jezelf omgaan’. Ik voel me veel sterker dan ik was en ik moet zeker even naar dat ‘Self-destruct-termination-by hand’ handboek van jou kijken. Ik ben er echt van opgeknapt.’ Daarna volgde van de andere kant van de smartphone kennelijk een reeks adviezen, want de dame naast ons aan de andere kant van het gangpad knikte instemmend en gaf af en toe antwoord in de zin van ‘aha’ of ‘ja…uh…’. Toen de kennelijke goeroe aan die andere kant van de lijn so te horen aan het eind van haar Latijn was, ging de dame naast ons verder. “Ja, ik ga zo even naar de tuin, moet nog wat werk doen en dan spreek ik graag even af voor een assessment over wat ik nu zelf aan die coaching van jou heb gehad’. ‘Uh, ja, dank je wel en we zien mekaar….doei’. Ik keek even naar haar. Ze was een jaar of 45, oogde wat tuttig, haar kapper was duidelijk al een tijdje geleden gestopt met werken en op haar benen had ze voor zover ik het kon zien o.a. sporen van spataderen. Ik had mijn mening daarbij direct klaar. D66-type met een veel te groot en ijdel zelfbeeld, dat alleen via allerlei vage cursussen enige invulling kreeg. Het volgende telefoontje was dan ook een verrassing voor me. Ze belde ene ‘Willem Jan’. En dat gesprek ging in eerste instantie over een overname. Kennelijk was zij een soort van intermediair op dat gebied en zo gaf ze luid sprekend allerlei relevantie informatie door aan de man die haar verhaal aanhoorde. Over hoe om te gaan met aandeelhouders, met de OR, met juridische zaken. ‘Maar, het komt echt goed hoor, dat voel ik gewoon aan…ennuh…..maar…….ik wou maar zeggen…..nee, dat zie je……’. Het gesprek kantelde. Ze was de regie ineens kwijt. Ik merkte dat aan die korte interrupties en de steeds langere luistertijd van de dame die uit haar assessment-coaching kennelijk toch niet zoveel had geleerd om van zich af te bijten bij een beetje tegenwind. Na ruim een kwartier kwam er een eind aan het verhaal. Ik had het blad in mijn handen nog steeds niet echt gelezen. Zat alleen maar mee te luisteren en te observeren. Op Utrecht C.S. stapte ze uit. Pakte haar opvouwbare fiets uit de ruimte van de wagon bij de in- en uitgangen en liep met lichte tred naar de roltrappen vanaf het perron. Ik meende dat ik zwarte haarstoppels op haar benen zag, en wist het zeker. Beetje een tutje, maar wel een die meent dat zij in haar eentje een overname kon regelen. Met steun van Margreet en haar biologisch geteelde groenten uit de moestuin. En bedacht me ook dat ze bewust van Groen-Linkse origine zou kunnen zijn. Zo weinig realisme en totaal geen gevoel voor hoe het hoort in een trein….Kan niet anders.

Opnieuw beginnen?

1414344+s(120!x120!)Stel je nu eens het volgende voor. Je moet omdat je huisarts er mee stopt om welke reden ook, op zoek naar een nieuwe. Praktijk wordt gesloten en de zoektocht naar een vervangende arts levert een ‘hit’ op. Paar straten verderop, aardig man of vrouw, en je gaat naar een intakegesprek. Dan zegt de arts, ‘ kleedt u zich maar even uit’.  Het waarom ontgaat je. Maar goed je gehoorzaamt en staat even later in je blote vel voor de nieuwe dokter. Die pakt jouw oude en door de vroegere huisarts overgedragen patientenkaart in zijn ene hand en begint met zijn andere alle onderdelen van jouw unieke lijf te onderzoeken. Mompelt de man/vrouw wat, schrijft het nodige op. Daarna mag jij je aankleden. Bij het vervolggesprek constateert de arts dat er veel achterstallig onderhoud zit aan jouw lijf, dat je op dieet moet, dat je tenen krom staan, je rug een scheefte vertoont, dat je conditie ver te wensen overlaat. Maar dat jullie er samen wel uit gaan komen. Hij schrijft je een diepgaande behandeling voor waarbij de huisarts zelf het voortouw zal nemen. Hoe zouden we ons dit laten welgevallen denk je? Niet? Boos? Overdonderd? Vreemd? O, je dacht dat niet voor kwam? SpuitNou dan moet je eens terugdenken aan wat je overkomt/kwam toen/als je van tandarts wisselt(de). Die lui zijn gek op overnieuw beginnen is mij wel gebleken. Elke keer dat ik om welke reden dan ook (vaak verhuizing) wisselde van ‘smoelensmid’ bleek de voorgaande tandarts er een potje van gemaakt te hebben, ook al was op die behandeling van die vroegere tandarts weinig tot niets aan te merken vanuit het standpunt van mijzelf als patient. Maar het lijkt wel alsof men omzet wil genereren door telkens opnieuw zaken te gaan doen die de concullega ook al deed maar kennelijk niet goed genoeg. Wat ook zo aardig is; bij elke wisseling van tandarts bleek mijn oude dossier een tijdje lang spoorloos. Tja, dat een nieuwe tandarts dan zijn/haar eigen conclusies trekt is logisch. De arts die ik nu heb heeft me al heel wat pijn gedaan en daarmee mij gebit weten te redden. Alles in de mond, op een kies na, is nog steeds helemaal echt en origineel. Maar ze komt op een leeftijd dat je je afvraagt hoe lang nog….. Ik kijk niet uit naar een nieuwe kennismaking met een volgende collega van haar. Komende donderdag ben ik weert te gast voor mijn jaarlijkse controle. Als ze dan maar niet haar pensioen aankondigt…