Ook bij ons zeer bekend…Chevrolet…

Vraag iemand als uw meninggever aan welke auto hij nou heel speciale herinneringen hebt en je krijgt al snel als antwoord….de Chevrolet Impala van 1959. Een auto met dusdanig fraaie lijnen en vleugels op de achterkant die nog het meest leken op sierlijk gevormde strijkplanken dat je er wel verliefd op moest worden. Maar jaren eerder had mijn ooit hier beschreven ‘Ome Leo’ al een geweldig fraaie Stylemaster uit 1948 (zie ook: Leven met de Vliegende Pijl deel 1a -1-7-18)waarmee we vaak als gezin met hem samen naar Limburg reisden. Chevrolets waren na de oorlog ook aardig talrijk in ons land. Ze waren groot, kostten niet te veel en benzine was nog aardig betaalbaar. Daarbij waren ze goed leverbaar en door de bevrijding populair.

Het merk zelf stamt qua afkomst al uit 1911 en werd kort daarna overgenomen door General Motors. Het werd door de jaren heen eigenlijk constant gezien als rechtstreekse concurrent voor Ford. Voor de oorlog keurig nette wagens die o.a. door doktoren en juristen werd gebruikt, na de oorlog door een veel breder publiek. Als je nu ziet welke wagens dat merk voortbracht is het ongekend dat het tegenwoordig compleet van de markt is verdwenen. General Motors nutte het door de crisis compleet uit en ging zelfs zo ver dat het Koreaanse Daewoo’s als Chevrolets ging vermarkten.

Voor de ware liefhebber is het toch het merk van de grote wagens, met een zoemende V8 voorin en elk jaar een nieuw aangepast model. Van de BelAir, via de Impala naar de Corvair, waarbij de motor voor de verandering achterin was gezet om ze de concurrentie met VW aan te kunnen. Het werd een mislukking al werden er toch enorme aantallen van gebouwd en verkocht. Maar het imago werd door sommige critici bijna compleet de grond in geboord. Chevelle en Caprice poetsten dat imago later weer op. Zeker ook in ons land waar deze wagens vaak werden gebruikt als taxi of onderdeel van een bruidsstoet of uitvaart.

Bij de Caprice uit 1977 kon je al kiezen uit verschillende motoren en kreeg je auto een met een geweldige bouwkwaliteit, enorme ruimte, en een gewicht dat soms bijna 2 ton haalde. Voor ons Europeanen die toen nog in piepklein en goedkoop geloofden was dat even wennen. De verkopen namen ook nog wat af omdat de oliecrisis van 1973 de literprijzen voor benzine omhoog stuwden en voor Amerikaanse benzineslurpers lastig bleek te zijn.  Vanaf de jaren tachtig kwam Chevrolet met compactere wagens met een lager gewicht en nam men soms zelfs een viercilindermotor voor lief. Mits je geen Camaro of Corvette kocht want die waren bedoeld voor het uitbouwen van een sportieve imago en ook om je te onderscheiden van de massa. Wat aardig lukte. De foute marketingtruc om Chevrolets uit Korea te gaan verkopen of onder de merknaam Opel uit te  brengen heeft het merk geen goed gedaan. Jammer maar helaas.

En dus is het nu vrijwel volledig verdwenen van de Europese en ook Nederlandse markten. In de VS zelf nog steeds aardig verkocht. Met grote SUV’s, Pickup’s en die lijn sportieve wagens natuurlijk net zo bekend als revolutionaire maar toch wat geflopte elektrische Volt/Bolt. Maar toch een merk dat er zijn mag. Al was het maar om die mooie herinneringen aan die Chevy’s waar ik zelf nog eens in werd vervoerd…..(Foto’s: Yellowbird archief)

Louwman Collectie en Museum…

Mag ik als conclusie maar meteen aangeven dat iedereen die ook maar iets heeft met het fenomeen auto en met name de ontwikkeling daarvan en ook nog eens met een prachtig ingericht museum, zeker op korte termijn zou moeten afreizen naar Den Haag waar je dan het ongekend fraaie Louwman Museum vindt naast de N44 tegenover de paardenracebaan Duindigt. Want na een recent gebracht bezoek kan ik als getuige-deskundige echt wel constateren dat hier iets heel bijzonders is neergezet. Die Louwman-collectie die in het museum is ondergebracht is er wel een van buitengewone aard. De familie Louwman, toch vooral bekend tegenwoordig van haar activiteiten als Toyota-importeur, startte al in 1934 met het bij elkaar brengen van heel bijzondere voertuigen.

En dat ging door de generaties van de familie heen gewoon door. Op enig moment richtte men voor het uitstallen van de collectie een grote koepel in bij het importeurscentrum Raamsdonkveer, maar dat was na een aantal jaren gebruik toch wel wat te klein. Dus pakte men het ambitieus aan en vestigde zich een paar jaar terug in Den Haag, het oude honk. In een prachtig gebouw, omgeven door een mooi landgoed, met een parkeergarage onder het gebouw. Parkeren kost je daar overigens 6 euro. Wie met een echte klassieker komt mag op andere plek zijn auto (uit)stallen. De entree is zakelijk ingericht, links de jassen en tassen opbergen, rechts meteen de museumshop. Wat daar te koop is mag je niet verwachten bij de Action, de prijzen zijn er ook totaal anders.

Goed nadenken over wat je zou willen aanschaffen wel een advies om in het achterhoofd te houden. Maar het ziet er wel gelikt uit. En dat gelikte gaat op voor het hele museum. Beneden is een schitterend ingerichte horeca-gelegenheid, opgebouwd uit een meer dan ruime zaal met allerlei gevels van huizen en winkels en ook nog wat oude auto’s en andere objecten ter verhoging van de sfeer. De service is er zakelijk en snel. De Museum-route loopt volgens achterliggende gedachte van boven naar beneden.

Met de lift omhoog dus en dan via een werkelijk schitterend (maar niet altijd logisch) ingerichte looproute langs alles wat met de vroegste ontwikkeling van de auto van doen had langzaam naar beneden. Diorama’s op schaal maar ook 1:1, maken duidelijk dat de meeste autobouwers toch ooit begonnen zijn als koetsenmakers voor paardentractie.

Al lopend kom je allerlei ontwikkelingen tegen. Je ziet hoe pakweg honderd jaar geleden de benzine-auto de strijd aan ging met de elektrische en stoomtractie en hoe die gewoon naast elkaar konden bestaan. Je ziet ook dat die elektrische wagens ook toen al zuchtten onder last van hun accu’s en leden onder het gebrek aan actieradius. Niets veranderd. Bij stoomtractie was je toch meer machinist dan chauffeur en de aandrijving was veel te ingewikkeld om de strijd met benzine aan te kunnen. Leuk is ook een klassieke auto met magneettractie, heel ingewikkeld, maar zonder al te veel energie te gebruiken onderweg. Helaas vroeg de productie van die wagens wel te veel van de fabrikant, die stopte er mee. Er is een ongekende veelheid aan prachtige wagens te zien. Een deel direct herkenbaar omdat ze vaak uit de jeugdjaren in de herinnering zitten. Maar er staan ook wagens die je echt nergens zult tegenkomen. Krankzinnig van uitvoering, perperduur, maar wel in die collectie. En je weet bijna zeker dat met een slinger of omdraaien sleutels die schitterende wagens zo staan te zoemen en weg kunnen rijden.

Het is te veel om even in een uurtje op te nemen. Prachtig uitgestald, en met zoveel ruimte om de meeste zaken heen dat men de volgende generatie Louwmans gewoon kan laten door verzamelen. Ruimte genoeg. Ik genoot net als het gezelschap waar ik in verkeerde en deze dag voor mocht gidsen. De ambiance is rustig, ruim en voldoende informatief. Voor de liefhebbers van het kleine zijn er ook stellingen vol vitrines met schaalmodellen te vinden, maar bijvoorbeeld ook keramiek en zilverwerk. Toegang van het museum is 15,00 E. p.p. De MJK en RotterdamPas geven gratis toegang. Afrekenen van de parkeergarage moet je doen bij de uitgang van die garage zelf en dat is niet zo klantvriendelijk. Moet aan de kassa toch ook kunnen zou ik denken. Maar verder…petje af voor dit prachtige museum. (Beelden: Yellowbird collectie)

Muziek!

Onlangs waren we weer eens actief met onze CD-collectie. Er moest geschoven worden, verhuisd, heringericht. En als je dan toch bezig bent zet je een reeks van die schijfjes weer eens op om te luisteren dan wel of bewaren van sommigen wel zin heeft. Het leidt tot afvullen van dozen voor de Kringloopwinkel en een bescheiden vorm van ontspullen. Maar sommige muziek is magisch en als je die dan hoort wordt je soms meegezogen in de emoties die bij bepaalde nummers horen. Wij mensen met onze emoties zijn daarvoor nu eenmaal gevoelig. Het overkwam me dan ook tijdens dat luisteren dat ik bedacht dat wij mensen toch wel heel bijzonder zijn waar het muziek betreft. Zo lang we bestaan maken we al geluid, al dan niet vals of recht in de noot, we slaan het ritme met stokken of fluiten op bamboe, en tegenwoordig zijn we heel geraffineerd waar het onze muzikale uitingen betreft. De techniek helpt ons, maar veel van de gezongen teksten moeten wel door de mens zelf worden voortgebracht.

Nu weet ik wel dat dieren ook geluid maken. En dat gefluit van vogels of gekwaak van kikkers voor sommigen ook als muziek in de oren klinkt. Maar neem van mij aan dat de eerste de beste hond weliswaar aardig kan huilen of blaffen, maar zelden een liedje ten gehore kan brengen waarbij hij/zij/het ook nog teksten uit. Dat is toch ons mensen voorbehouden. En dat maakt dan weer dat je nadenkt over dat fenomeen mens dat meer dan alleen het klimaat naar zijn hand kan zetten. Volgens de linkse doemdenkers dan. We zijn inventief, sommige evolueren naar grote intelligentie, we kunnen ons mechanisch voortbewegen, we bouwen huizen, varen op zee en maken dus die muziek. Elektronisch, vokaal, instrumentaal. Van klassiek (toen al de popmusici van hun tijd) tot hypermodern. Van volksmuziek tot stampiestampie. Maar het blijft een fenomeen.

En kennelijk zijn we er allemaal gevoelig voor want concerten zijn vaak uitverkocht, sommige nummers miljoenen keren gestreamed. Vroeger verkocht een artiest platen, later CD’s, maar dat werd dan weer gedaan door mensen die getroffen werden door de toon van de muziek of de teksten die werden gebracht. Dat is dus best iets om over  na te denken. De mens als cultuurdrager. Uniek op dit punt. Al zal er vast ergens een uit platte klei gemaakte allien bestaan die ook houdt van muziek. Ondenkbaar momenteel, maar toch… Wie net als ik houdt van SF-films of series weet dat wij mensen alliens al snel dat gekoesterde genoegen toekennen. Anders van toon vaak, maar sterk gelijkend op onze eigen smaak. Of je nu drie hoeven op je hoofd hebt staan of blonde krullen, muziek hoort er bij. Mijn persoonlijke smaak op dit punt is breed. Als alles waar ik voor ga. Van klassiek tot modern, van soft tot hardrock. Maar er zijn onder de lezers vast lieden met een meer specifieke smaak. Van Hazes tot Mozart, alles mag en kan! Vertellen maar….en ook of je herkent wat ik hier oreerde. Je mag het ook gewoon kletskoek noemen hoor. En dan meteen aangeven welk dier op deze aarde ook mechanische muziek maakt die in de Top2000 komt te staan komende december. Ben benieuwd!

Dreischor – onbekend maar erg leuk…

Ieder jaar bezoeken we tenminste een maal het Zeeuwse land. Al was het maar om de geweldig aardige zomermarkten daar waarvan er een jaarlijks ons specifieke doel is. Om daarna met onze goede en ze gewaardeerde Zuid-Hollandse vriendjes nog even een rondje te maken over de Zeeuwse eilanden en dan plaatsen of plekken aan te doen die je normaal nooit tegen komt. Sterker nog, waar ik als toch best bereisde figuur nog nooit van had gehoord. Zoals we ook deze afgelopen zomer een bezoekje brachten aan Dreischor. Een heel liefelijk stadje op Schouwen-Duiveland, wat uniek oogt omdat het hele stadje als een soort rotonde werd gebouwd om de grote kerk daar. Die kerk is de Adriaanskerk, al stammend uit de 15e eeuw en dus het nodige meegemaakt door de eeuwen heen.

Want ook hier spoelde ooit het water om de drie schorren (droge plekken) die de naam van het plaatsje deed ontstaan. Maar daar is niets van te zien als je hier bent. Het is er rustig, maar er komen wel de nodige fietsende toeristen voorbij. En die vallen dan neer op het piepkleine terrasje van Koffiekaffee De Boekhouder. Als je de moeite neemt om hier letterlijk even rond te lopen zie je dat er allerlei schitterende panden en huisjes staan die met name rond die kerk in een cirkel zijn gebouwd. Eigenlijk is het stadje zelf een aardige rotonde waaraan door de jaren heen steeds meer huizen en straten zijn vastgemaakt.

Kenmerkende straatnamen zijn de Ooststraat, Zuidstraat of de Zuiddijk. Je weet al snel waat je bent als je hier verkeert. In Dreischor is ook een wijnhoeve te vinden waar ze zelf wijn maken van Zeeuwse druiven, en zijn bij Studio Hesseling daar in dat plaatsje Open atelierdagen mee te maken of je kunt er het Streek- en Landbouwmuseum bezoeken. Leuk als je met kinderen op stap bent in de buurt. Kortom, dit kleine Zeeuwse plaatsje heeft meer te bieden dan je vooraf zou verwachten.

Wij vonden het wel een erg aardig bezoek. Vooral ook omdat je vanuit je Groot-steedse denken vaak niet toekomt aan bedenken dat elders in het land ook mensen wonen die het prima naar de zin hebben op hun plekje en waar men nog solidair is met elkaar omdat je nu eenmaal in deze omgeving ook op elkaar bent aangewezen. Mocht je een keer in die buurt komen….ga er eens kijken. Echt verrassend. (Foto’s: Yellowbird archief)

Mooi Brits merk…Riley!

Je kunt het je nu, in 2018, nauwelijks meer voorstellen, maar er was een periode, ongeveer zestig jaar geleden, dat Engelse auto’s een dominante rol speelden in het autolandschap om ons heen. Er was een grote variëteit aan merken en die boden modellen aan met al dan niet verouderde maar toch ook vaak interessante techniek. Een merk als Riley bijvoorbeeld. Opgericht in de 19e eeuw en al in staat om in het jaar 1898 een auto uit haar simpele fabriekshal te rollen, al was dat nog een toen zeer populaire driewieler. Zeventig jaar lang bouwde het merk allerlei auto’s waarvan sommige ook bij ons een zekere bekendheid opbouwden. Anderen bleven toch teveel gericht op het meer conservatieve Britse koperspubliek om hier echt aan te slaan. Een heel fraaie Riley was de in 1946 uitgebrachte 1,5 Litre. Een compleet nieuw ontwerp dat voor zijn tijd als modern mocht worden aangeduid.

Zo waren de remmen hydraulisch-mechanisch uitgevoerd en had de nieuwe Riley onafhankelijke wielophanging voor. Toen een noviteit. Maar onder de carrosserie zat nog een echt chassis en motorisch baseerde nieuwe wagen toch nog op een vooroorlogs ontwerp. Wat overigens niets zei over de constructie. Want die was best bij de tijd. Zo was de motor voorzien van twee bovenliggende nokkenassen en had de Rileymotor ook halfbolvormige verbrandingsruimten. De motor leverde 55pk en dat bezorgde de auto een respectabele maximum snelheid van 120km/u. Uiterlijk was de auto indrukwekkend genoeg om nieuwe kopers te trekken. Hij was ontegenzeggelijk Brits van allure.

Maar het publiek van toen vroeg toch om een ‘beetje meer’ en dat werd door Riley handig opgelost door de wielbasis te verlengen met 16 centimeter en in de langere neus een 2,5 liter motor te lepelen die 101 pk leverde. De topsnelheid ging daarmee naar 135km/u. Latere versies haalden zelfs de 150km/u en daarmee was Riley een merk met sportieve aspiraties. Dat werd nog versterkt toen in 1954 de Riley Pathfinder werd geïntroduceerd. Een auto met een pontoncarrosserie die het onderstel deelde met een Wolseley. Dit was een gevolg van de nauwe samenwerking die veel Britse merken ook toen al nastreefden.

Riley verloor daarmee veel van haar onafhankelijkheid en haar eigen gezicht. Die Pathfinder was een auto die bij ons toen al een kleine zesduizend Euro moest kosten en dat was veel geld. Een Renault 4CV uit die tijd kostte net geen twee mille. De Pathfinder behield in eerste instantie haar uit de 2,5 overgenomen motor, maar later kwam er een nieuwe zescilinder onder de fraai gevormde klep die zorgde dat de Riley een uiterst potente auto bleek die erg populair werd bij de Britse politie. Toch werd de auto niet zo lang gebouwd. Riley werd steeds meer een ‘batch’ voor andere merken en in 1959 startte me zo met de productie van de Austin Cambridge, die uitgerust met de technische toevoeging van een Rileymotor en de nodige aankleding voor het interieur, als Riley 4/68 door het leven zou gaan. Slechts aan de grille kon je nog zien dat het hier een Riley betrof. De tijden van de erg fraaie eigen ontwerpen waren voorbij. Binnen het latere BLMC werden nog tot en met 1969 Riley’s gebouwd. Daarna viel het doek definitief voor dit interessante automerk.  (Beelden: Internet)

Mooie ouderwetse Brit….Hillman Minx

Het oude Engelse automerk Hillman nam na de tweede wereldoorlog al snel weer haar vooroorlogse succesmodel Minx in productie. Men maakte het zich daarbij redelijk gemakkelijk door die auto min of meer te baseren op het oudere type. En zo kwam daar ook dezelfde motor in te hangen, een 4-cilinder van net geen 1200cc die het hield bij 35pk en een top bood van ergens rond de 100km/uur. Maar de Minx had een goede naam en de auto werd in het Verenigd Koninkrijk nog best verkocht ook. Niet in de laatste plaats omdat er ook een cabrioversie van ontstond die als Drophead Coupe op de markt werd gebracht. Voor (omgerekend) 500 Euro meerprijs reed je de Minx met de zon op je bolletje.

In 1948 pakte Hillmann de vormgeving van de succesvolle auto aan en kreeg de auto een veel strakker uitlijk. Weg waren de los staande spatschermen en het ‘korte kontje’ met opstaande bagageklep. De nieuwe Minx had een echte kofferbak. De prijs van de auto steeg ook, hij was zo’n 450 Euro duurder dan zijn voorganger. Daarvoor kreeg je weliswaar een leuker uiterlijk, geen verbeterde techniek. Hetzelfde motortje dreef de even zware Hillman nu aan waardor de veel vlotter ogende wagen er qua prestaties niet op vooruit ging. Maar Hillman behield wel haar voorsprong op de toenmalige concurrentie door ook van deze Minx weer een ‘Convertible’ uit te brengen. In 1950 werd de Minx nog eens grondig beetgepakt en kreeg de auto een nog wat vlotter uiterlijk.

Daarbij kwam er meteen ook een andere, wat zwaardere, motor beschikbaar zodat de MInx nu ook net even sneller werd. Een paar jaar later voegde Hillman een vlot ogende compacte driedeursstationcar aan het gamma toe, die als Husky door het leven zou gaan. Dat wagentje had een wat lagere prijs dan de sedanversie en was daardoor op zich al succesvol. Maar het kon wat nog extremer. Hillman ging naar Amerika en ontwikkelde voor die markt de nu zeer gezochte ‘Minx Californian’ die was uitgerust met 1.4 liter motor van 47pk. Daarmee was deze extra luxe uitgeruste Hillman zowaar 115km/u snel.

Het Amerikaanse avontuur duurde overigens niet zo lang, na drie jaar staakte men de pogingen om Amerikanen van de Engelse technische kwaliteiten te overtuigen. In plaats daarvan werd de Minx telkens weer gemoderniseerd, aangepast aan de tijd en daardoor ook flink wat vlotter. Zo kreeg de wagen in 1956 een panoramisch achterruit en een iets teruglopende daklijn. En telkens was er een cabrio- en stationcar om het publiek een brede keuze te kunnen bieden. Uiteindelijk staakte men de productie van de Minx in 1967, toen de wagen in allerlei verschillende gedaanten 30 jaar in productie was geweest. Hij werd afgelost door de Hunter die een totaal ander ontwerpgedachte liet zien en eindelijk wat aansprekender prestaties. Maar de Minx zal altijd verbonden blijven aan de periode van heropbouw van de Engelse auto-industrie na de tweede wereldoorlog. Al was het maar doordat er ook de nodige Dinky- en Corgimodellen van bestaan. Overigens zijn die modellen zeer gewild en prijzig. Dat geldt niet voor overgebleven Minxen in het echt. Alleen de Convertibles zijn gevraagd. Maar dan wel graag mint. En dat is bij veel Britse auto’s uit die jaren wel wat veel gevraagd vaak.

Klassiek genot…

WP_20140929_019De hele week staat bij mij over het algemeen genomen de radio aan. Meer als muzak wellicht dan echte muziekachtergrond. In mijn kantoorkamer, in de huiskamer, in de auto. Gewoon de combi van muziek en nieuws, handig en helpt bij de sfeer. Op zaterdagen en zondag is het andere koek. Sinds NPO2 haar programmering veranderde en een paar vaste items omwisselde voor programma’s met mensen waarvan ik de stem of muziekkeuze niet echt hoog acht, herontdekte ik de CD weer. Zet dat spul op en kies dan voor klassieke muziek. Koren, instrumentaal, van Mozart tot Verdi, van Wagner tot Smetana. Alles passeert de revue, en ik vind het soms jammer om dat ding uit te moeten zetten als het diner me roept. Klassieke muziek zit bij mij in de opvoeding en scholing, al werd het vaak overvleugeld door de popmuziek die in de jaren zestig een opstandige puber tot grote opwinding kon brengen. Nu heb ik af en toe nog best wel eens de behoefte om al die lekkere en zelf gekozen muziek ook te draaien, klassiek wint het vaak. En weet je wat ik er zo aardig aan vind? Je wordt er rustig door.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAlles verloopt eigenlijk beter, je bent zorgvuldiger, minder gehaast. Daarbij merk je ook hoe goed sommige van die klassieke componisten omgingen met muziek. Ontroerend goed vaak. Er zijn stukken bij die me nog steeds echt raken. Zelfs na tien of twintig keer draaien. Mooi voor je begrafenis, of als bewijs voor de geschiedenis van ooit zo trotse landen en regimes. Want laten we wel zijn, je ziet heel wat Europese geschiedenis voorbij komen en die mogen we niet loslaten of vergeten. Die muziek is net als de schilderkunst afspiegeling van onze beschaving en die is alleen daardoor al van een hoger niveau dan we door de barbaarsheid van de wereld om ons heen nog wel eens willen vergeten. Ik ontdek ook dat ik veel muziek moeiteloos kan meezingen (of tenminste neuriën) en dat geeft ook aan dat de vroegere scholing op dit punt me niet in de steek heeft gelaten. Echt vals zingen doe ik niet, vind ik zelf, maar ik doe het wel in mijn eentje. Publiek doe ik dit maar niet aan. Hoe dan ook, zondag is klassieke muziekdag. Wilt u me dan niet storen s.v.p.? Of alleen om mee te genieten…..dat mag hoor. Als je echt een fan bent, net als ik…. (Op de tweede foto mijn grote vriend Hans die geweldige orgelstukken ten gehore geeft…hij wil me wel vergeven….:))

Zondagmiddag

WP_001766Zondagmiddag, mijn middag! Rustig aan, klooien, hobby’s, wat klussen, schuiven en schilderen. Buiten is het miezerweer, in delen van het land sneeuwt het, wij krijgen in de hoofdstedelijke regio slechts een langgerekte regenval over ons heen. Het uitzicht is matig, een vriendin van ons is plotsklaps opgenomen in een ziekenhuis, andere vrienden onderweg voor een skivakantie. Terug geworpen op jezelf, melancholiek, overdenkend. Hoe het leven was en is, en wellicht nog zal zijn. Geen afspraken in de agenda, liever niet op zondag, al is het soms niet te vermijden. Mijn ritme is dat van tien jaar geleden, maar in feite is dat overdreven. Nergens meer voor nodig, ik maak mijn eigen tijd en als ik op maandag zondag wil vieren kan dat ook. Al leg ik mijzelf met ijzeren discipline dan nog steeds een werkschema op, geen chef die het zal controleren.

WP_20150109_010Zondagmiddag, zelfs de vliegtuigen die normaal het zwerk om ons heen bevolken zijn nergens te bekennen. De straten nat, de mensen blijven binnen. Wandelen, toch een van onze passies bij beter weer, komt er niet van, je laat je uiteraard  niet vrijwillig natregenen als het ff kan. Klassieke muziek vervangt de muzak van NPO Radio 2. Wat ze daar tegenwoordig onder radio maken verstaan is mij een raadsel, maar ook een kwelling. Heerlijk luisteren naar mooie muziek, Mozart, Rachmaninov, Ravel, het helpt me in die stemming te blijven die mij vanochtend al beet pakte. De donkere dagen van december, maar dan in januari. Vandaag, maandag de 19e, moet het een vrolijke boel worden volgens een of andere goeroe. Nou, na die zondag zou dat best leuk zijn. Maar de dagelijkse gang der dingen vraagt al snel aandacht. Ik moet weer aan het werk, alle dagen van de week, tot de volgende zondag. Ik verheug me al op die muziek…….

Spakenburgse dagen 2014…

OLYMPUS DIGITAL CAMERASoms kan een mens niet cultureel genoeg bezig zijn, zeker niet als het zomerse weer uitnodigt om naar overal om te kijken waar iets te doen is in binnen- en buitenland en dat ook nog eens te berijden is zonder dat je meteen moet overnachten. Een van die evenementen was het op vier woensdagen in de zomerperiode georganiseerde zgn. Spakenburgse Dagen zomerfeest. Tijdens de alweer 44ste editie daarvan waren er verschillende optredens te zien van volksdansgroepen en bleek er ook een klederdrachtshow onderdeel te zijn van het pakket. Maar dat was niet helemaal ons ‘pakkie aan’.

Wij gingen meer voor de markten met ruim 400 stallen, verder was er een zgn. kinderkleedjesmarkt, oude ambachten, een grote warenmarkt, optredens en muziek. De schilderachtige Oude Haven van Spakenburg ligt vol met botters. Met die schuiten kon je dan tegen een niet eens al te groot bedrag lekker gaan rondvaren buiten de haven van dit schilderachtige vissersplaatsje. Speciaal voor de kinderen was er een Kinderplein. OLYMPUS DIGITAL CAMERAAardig is dat zo ongeveer de halve bevolking betrokken was bij dit evenement. Zeker zij die in het centrum wonen stelden ook hun garage en schuur open om daar dan een soort vrijmarktverkoop te houden. Voor weinig veel vinden naar je gading. Slimme aanpak en het maakt dat dit Spakenburgse evenement heel veel mensen lekker breed kan helpen aan een leuke en gezellige dag. Men had zelfs gedacht aan voldoende toiletten, de horeca zette een tandje bij en het weer hielp bij ons bezoek ook nog een handje mee.

Door de samenstelling van de bevolking in deze omgeving zie je naast klederdrachten ook veel uitingen van de breed gedragen godvruchtigheid hier. Kleding en uitstraling van veel mensen laten daarover geen twijfel bestaan, maar dat zegt niets over gastvrijheid en klantvriendelijkheid. Daarbij waren de aangetrokken stalhouders over het algemeen vrolijk en waren de prijzen lager dat we intussen op heel wat braderieën gewend zijn geraakt. Spakenburg stal ons hart. Het ons al langer bekende adresje, een viswinkel vlakbij de havenkom, zorgde voorde inwendige mens. In stijl, dat spreekt.OLYMPUS DIGITAL CAMERA En vanaf een terrasje kijken naar andere mensen is een geweldig tijdverdrijf, zeker bij dit soort zomers evenementen. Een aanrader van jewelste waarvoor je t.a.v. de 45e editie wel een jaartje moet wachten. Let wel op, het trekt ieder jaar heel veel mensen uit de regio, men komt ook met bootladingen tegelijk uit Zeewolde overvaren en de files zijn dus als je later komt, lang, heel lang.  Maar…toch de moeite waard. Leuk evenement.