
Terwijl dit Duitse merk alweer enige jaren toebehoort aan Stellantis waar Peugeot de dienst uitmaakt voor een grote groep verbonden merken, kijk ik deze keer terug naar de tijd dat het Duitse merk nog toebehoorde aan General Motors en een volledig eigen plek kon innemen binnen de portfolio van dat Amerikaanse concern. Net als Vauxhall in Engeland of Holden in Australie. En bracht men onder Duitse regie ook een hele serie eigen modellen uit. Voor ieder wat wils. Van de familievader die een bescheiden maar toch ruim vervoermiddel nodig had tot de fabrieksdirecteur die in weelde wilde worden vervoerd maar een Mercedes te bombastisch vond. Opel had daartoe voor de oorlog al grote wagens in de aanbieding. De Kapitan een voorbeeld.

Na de oorlog in vernieuwde (..) vorm doorgebouwd met een zescilindermotor die 55pk leverde en een top van 120km/u garandeerde en met stuurversnelling werd bediend. Begin jaren vijftig zette men die oude Kapitan nog eens neer bij de plastische chirurg en werd de auto voorzien van meer ronde vormen en kreeg wat meer chroom. Drie Duitse paarden meer dan zijn voorganger en een lager gewicht deden veel voor het rijgevoel. Al waren die grote Opels veelal qua rijstijl afgeleid van Amerikaanse voorbeelden. Een beetje zweverig, maar rechtuit probleemloos. In 1953 was de Kapitan ineens veel meer in lijn gebracht met de kleinere Opel-modellen en kreeg hij een aantrekkelijke pontonvorm.

Door allerlei technische verbeteringen reed hij ook aanmerkelijk strakker dan zijn voorgangers en ook sneller. Een van de fraaiste grote Opels vond ik zelf het type van 1959. Een auto die Amerikaans aandeed en ook meteen ruimte bood voor zes personen en hun bagage. De motor groeide naar 2.6 liter en leverde nu 90pk. Ook leverbaar met automaat en dat maakte deze wagens ook populair als taxi. Ze zouden jarenlang als zodanig trouw dienst doen. In 1964 verscheen de Kapitan in weer een nieuwe vorm. Aangepast bij de toenmalige Record maar ook een duidelijk zusje voor de Amerikaanse Chevrolets. Daarnaast kwamen er extra luxe versies die als Admiral of Diplomat leverbaar waren en o.a. een V8 van Chevrolet boden. Nu was de 200km/u in zicht. In de jaren zestig best goede waarden.

In 1969 zette men nog een stap vooruit en kregen de wagens uit die periode o.a. een veel fijnere DeDion achteras wat de wegligging aanzienlijk verbeterde, zeker op hogere snelheden. Elektronische inspuiting werd nu ook leverbaar en natuurlijk weer die fijne V8 van Chevrolet. In 1977 stopte men de productie van die grote wagens met het Opel logo in de neus. GM vond het niet zo goed meer passen bij het merk Opel. Vanaf dat moment moesten opgewaardeerde versies van de Record en later Omega en Insignia mensen trekken die net dat beetje meer wilden en eigenlijk onopvallend door het verkeer heen bewogen. Maar ik kijk zelf met plezier terug naar die periode van die echt grote Opels die intussen bij klassieker-liefhebbers aardig populair zijn geworden. Dat zie je terug aan de prijzen die je voor zo’n klassieker moet betalen. En ik beschreef ze met plezier voor jullie…… (Beelden: archief)

