
Telkens als ik weer een bevrijdingsdag mee maak bedenk ik me welke offers dat heeft gevraagd van hen die ons land verlosten van een dominante en zeer sadistische overheerser. In het geval van de bevrijding die we vandaag herdenken is dat die overheersing door Nazi-Duitsland. Een land dat ons volk vijf jaar lang knechtte en ook beroofde van zekerheden die we tot dan als vanzelfsprekend zagen. Immers, Nederland was een lange periode onbelast gebleven van een vijandig juk, we moesten er voor terug in de tijd naar de jaren van Napoleontische overheersing. Bij de Duitsers ging het vaak om wat zij zelf noemden ‘zuivering’. Alles wat men zag als ‘Untermensch’ of tweederangs moest er aan geloven. Men voerde hele volksstammen af en zorgde er voor dat duizenden en duizenden landgenoten wel vertrokken naar kampen maar nooit meer terugkwamen. De bevrijding werd in ons land overigens vooral gedaan door de Canadezen en Britten, maar zeker ook de Amerikanen en Polen.

Dat er ook nog een klein contingent Nederlanders aan mee deed was een aardig stukje voor de geschiedschrijving. Opvallend was natuurlijk wel dat men de op de bevrijding volgende ‘zuivering’ weer overliet aan de wonderlijke en soms best verkeerd optredende BS-organisatie. Vaak samengesteld door wat mensen uit het ‘verzet’, maar je kwam er ook lieden in tegen die vaak een wat twijfelachtige rol speelden tijdens de bezettingsjaren. De echte helden gingen niet naar de BS. Toch zorgde die organisatie er voor dat ‘verraders’ en ‘moffenhoeren’ een ongewisse tijd tegemoet gingen. Nuances waren er niet, goed was goed en fout fout. Een beetje zoals we dat nu ook weer zien in de samenleving. Nuance mag niet, je bent goed of fout. En dan van twee kanten bekeken, opdat er in het eigen kamp geen twijfel kan bestaan over het ‘fout’ zijn van de tegenstander in discussie of media. En daarover gesproken, de vrijheid die we zouden moeten koesteren geldt ook voor anders denkenden.

En dat lijkt in de huidige maatschappij niet geheel door gedrongen te zijn. Immers, we slaan mekaar de hersenen in met argumenten en verwijten en ontnemen graag de ander het recht om diens mening ergens neer te poten. We dienen respect te hebben voor ‘die ander’ maar krijgen het zelden. Het verstikt bijna een van de grootste uitingen van dat vrijheidsgevoel, die van de onbeperkte meningsuiting. Ook die is bevochten door onze bevrijders. Die voor dat doel hun bloed of leven gaven. Hele begraafplaatsen liggen vol met jonge jongens die ons kleine landje, wat ze vaak totaal niet kenden, ontdeden van een misdadig regime. Mogen wij daar de volgende keer weer op rekenen? Ik zou dat niet doen. Koester liever, onderhoudt wat we hebben en zo uniek is in een wereld die wordt gedomineerd door regimes en culturen die niks moeten hebben van de democratie. En sommigen daarvan zitten heel dicht op onze huid. Ook al merken we het niet, we leveren elk jaar een paar vrijheden in. Onder het mom van veiligheid, respect, culturele verandering of wat ook. Dat gaat altijd ten koste van de vrijheid die in 1945 werd bevochten. En dat vieren we. Arm in arm, hand in hand. (Symbolisch uiteraard…i.v.m. Corona) Omdat we blij moeten zijn met het leven in juist dit land! Nederland! (Beelden: Yellowbird archief)

Andre Citroen, naamgever van dit wat eigenzinnige Franse automerk, had wortels in Nederland. Maar maakte faam in zijn Franse fabriek die vanaf 1919 actief werd. Al snel werden zijn auto’s goed verkocht al was het maar omdat hij als eerste Franse fabrikant de uit de VS bekende lopende band voor de assemblage van auto’s invoerde. Vanaf 1934 kwam het merk met de toen revolutionaire voorwielaandrijving bij haar personenwagens, overigens niet als eerste en ook niet als enige. DKW in Duitsland deed iets soortgelijks. Maar de wagen van Citroen, de Traction Avant was een zodanig fraai ontwerp dat men al snel kon claimen dat voorwielaandrijving de beste weg was naar auto’s met een goede wegligging. En die TA was een geweldig ding. Bleef maar liefst van 1934 tot en met 1957 in productie en kon toen nog steeds overtuigen door wegligging en comfort.
Het karretje had een piepklein motortje (9pk) kende een top van 65km/u, en had een vering die enorm grote uitslagen bood. In een bocht bleven de wielen op de weg staan, maar stond de carrosserie in een hoek van 45% of zo. Mateloos populair bij vooral alternatieve lieden die een statement wilden maken. Door de jaren heen, want ook deze Citroens bleven decennia lang in productie, kreeg de 2CV steeds meer vermogen, zelfs wat luxe, maar bleef het toch een utilitair vervoermiddel zonder enige vorm van veiligheid.
Parkeerde je de auto zakte hij langzaam naar beneden tot de carrosserie op de wielen rustte. Startte je de motor kon je op simpele wijze dat veersysteem oppompen en kreeg je een auto die elke hindernis moeiteloos nam. Werd een populaire auto onder welgestelden, hoge ambtenaren en soms zelfs ministers. Afgeleide versie was o.a. een Break met wat meer binnenruimte. Opgevolgd door de CX in 1976, en aangevuld door de GS voor het gewone volk dat de lelijke eenden wel zat was. Voor de rijken was er de SM, een prachtige sportcoupe met een Maseratimotor die 220km/u haalde en o.a. Johan Cruyff aan het merk bond.
Helaas was het merk Citroen indertijd vrijwel nooit vrij van technische of roestproblemen en dat gold met name voor de SM, waar veel aan stuk ging. Gaf die wagens een slecht imago. Intussen is Citroen onderdeel geworden van Peugeot-moeder PSA waarmee het veel platforms en techniek deelt. De auto’s zijn nu zakelijker, minder Frans, soms opvallend, maar nooit meer echt revolutionair. Maar daarmee wellicht ook betrouwbaarder dan ooit. Overigens nam Citroen in de jaren zestig ook het nog wat apartere Franse merk Panhard over. Maar daarover later meer….(Beelden: Yellowbird archief)
Volgens de Spaanse mevrouw die de documentaire maakte die ik een paar weken terug met enige verbazing op TV voorbij zag komen, zijn wij Nederlanders bijzondere lieden. Immers wij halen katten in huis en houden er van alsof het kinderen zijn. De generalisatie kwam voort uit haar eigen voorkeur voor katten die volkomen afwezig was. Zij kwam dus uit Spanje, sprak nauwelijks Nederlands, woonde hier wel al enige tijd, en had in de herinnering uit haar jeugd dat katten in haar thuisland vooral buiten worden gehouden om muizen en ander ongedierte te vangen. In huis is daar echt niet aan de orde. Wij Nederlanders lijken natuurlijk op de Britten, Duitsers en Scandinaviers op dat punt. Gek op die knorrende en miauwende dieren die je soms dol maken, maar ook zo kunnen vertederen. Haar documentaire was kwalitatief trouwens van een erg aardig gehalte omdat zij echte liefhebbers (veel vrouwen) aan het woord liet. Mensen die echt gek waren op katten, maar ook zij die er mee fokten en zo een extra boterhammetje verdienden.
Wie vals is als mens krijgt vanzelf dito huisdieren. Daarbij moeten we ook beseffen dat katten geen woord snappen van wat wij zeggen of vertellen tegen ze. Ze ondergaan de toon van onze stemmen, ze voelen hoe we hen nodig hebben, maar in principe is een hond daarvoor nog wat gevoeliger. Dat is ook meer een roedeldier. Katten leven graag individualistisch en gedogen hooguit andere katten na het kitten zijn. Net zoals wij worden gedoogd als we maar aardig en dienend zijn. Vrijwel elk kattenboek kan hierover hele verhalen vertellen.
Persoonlijk ben ik wel een kattenmens denk ik. Ook al passeerden er zeker in de persoonlijke geschiedschrijving honden de revue. Die katten met hun geknor en bij je liggend na een goed maaltje, die blikken in hun ogen en de speelsheid, het vertedert me nog steeds. Reden om er altijd een of meer om me heen te hebben geweten. Vroeger thuis was er al een, zoals vrouwlief hetzelfde beleefde, en dat is daarna altijd zo doorgegaan. We hadden ze zwart, rood, gevlekt, klein, groot, katers, poezen, soort van raskatten tot gewone huiskatten.
En hebben er heel wat mooie herinneringen aan. Ook minder gelukkige, ik maakte daarvan wel eens verslagen hier. Maar elke kattenliefhebber zal dit herkennen. En allemaal weten we zeker dat die katten van ons uniek zijn en de liefste, grootste, aardigste, fijnste of mooiste van heel Nederland. En we raken aardig van slag als er iets loos is met onze vriendjes. Nee, wat dat betreft missen we allemaal de Spaanse mentaliteit. Die overigens ook bij honden soms zelfs erg wreed is. Kortom, Nederlanders zijn op dit punt echte Noord-Europeanen. Vanwege onze cultuur toch een beetje verwant en hoogstaand. Al was het maar om die katten. Maar ik blijf die documentaire koesteren. Confronterend wellicht, maar ook zo leuk die katten. Ik had er zo nog wel een stuk of wat bij willen hebben. Nou ja, wellicht als we op een kasteel wonen. Met echt personeel. Want al die bakken verschonen…het blijft een dingetje. Om het aan meubels krabben en al die vlokken haren maar niet eens te hebben…. (Beelden: Internet/Yellowbird)
Vraag iemand als uw meninggever aan welke auto hij nou heel speciale herinneringen hebt en je krijgt al snel als antwoord….de Chevrolet Impala van 1959. Een auto met dusdanig fraaie lijnen en vleugels op de achterkant die nog het meest leken op sierlijk gevormde strijkplanken dat je er wel verliefd op moest worden. Maar jaren eerder had mijn ooit hier beschreven ‘Ome Leo’ al een geweldig fraaie Stylemaster uit 1948 (zie ook: Leven met de Vliegende Pijl deel 1a -1-7-18)waarmee we vaak als gezin met hem samen naar Limburg reisden. Chevrolets waren na de oorlog ook aardig talrijk in ons land. Ze waren groot, kostten niet te veel en benzine was nog aardig betaalbaar. Daarbij waren ze goed leverbaar en door de bevrijding populair.
Het merk zelf stamt qua afkomst al uit 1911 en werd kort daarna overgenomen door General Motors. Het werd door de jaren heen eigenlijk constant gezien als rechtstreekse concurrent voor Ford. Voor de oorlog keurig nette wagens die o.a. door doktoren en juristen werd gebruikt, na de oorlog door een veel breder publiek. Als je nu ziet welke wagens dat merk voortbracht is het ongekend dat het tegenwoordig compleet van de markt is verdwenen. General Motors nutte het door de crisis compleet uit en ging zelfs zo ver dat het Koreaanse Daewoo’s als Chevrolets ging vermarkten.
Voor de ware liefhebber is het toch het merk van de grote wagens, met een zoemende V8 voorin en elk jaar een nieuw aangepast model. Van de BelAir, via de Impala naar de Corvair, waarbij de motor voor de verandering achterin was gezet om ze de concurrentie met VW aan te kunnen. Het werd een mislukking al werden er toch enorme aantallen van gebouwd en verkocht. Maar het imago werd door sommige critici bijna compleet de grond in geboord. Chevelle en Caprice poetsten dat imago later weer op. Zeker ook in ons land waar deze wagens vaak werden gebruikt als taxi of onderdeel van een bruidsstoet of uitvaart.
Bij de Caprice uit 1977 kon je al kiezen uit verschillende motoren en kreeg je auto een met een geweldige bouwkwaliteit, enorme ruimte, en een gewicht dat soms bijna 2 ton haalde. Voor ons Europeanen die toen nog in piepklein en goedkoop geloofden was dat even wennen. De verkopen namen ook nog wat af omdat de oliecrisis van 1973 de literprijzen voor benzine omhoog stuwden en voor Amerikaanse benzineslurpers lastig bleek te zijn. Vanaf de jaren tachtig kwam Chevrolet met compactere wagens met een lager gewicht en nam men soms zelfs een viercilindermotor voor lief. Mits je geen Camaro of Corvette kocht want die waren bedoeld voor het uitbouwen van een sportieve imago en ook om je te onderscheiden van de massa. Wat aardig lukte. De foute marketingtruc om Chevrolets uit Korea te gaan verkopen of onder de merknaam Opel uit te brengen heeft het merk geen goed gedaan. Jammer maar helaas.
En dus is het nu vrijwel volledig verdwenen van de Europese en ook Nederlandse markten. In de VS zelf nog steeds aardig verkocht. Met grote SUV’s, Pickup’s en die lijn sportieve wagens natuurlijk net zo bekend als revolutionaire maar toch wat geflopte elektrische Volt/Bolt. Maar toch een merk dat er zijn mag. Al was het maar om die mooie herinneringen aan die Chevy’s waar ik zelf nog eens in werd vervoerd…..(Foto’s: Yellowbird archief)
We namen afscheid van heel wat al dan niet geliefde mensen en verwelkomden aan de andere kant nieuwe wereldburgers. We namen afscheid van het verschil in sekse tussen man en vrouw, we zagen vele tenen weer langer en langer groeien, extremen floreren en terreur niet afnemen. We maakten weer reizen en leuke trips, genoten van het leven als het kon en zolang het mocht. In het persoonlijke leven verwelkomden we twee poezenhelden die vanaf begin januari het verdriet dat meekwam uit 2018 en ik onlangs nog beschreef, iets wisten te verzachten. We gingen door een lange en intensieve besluitvorming rond verhuizen of verbouwen. We ontdekten waar we in het eerste geval wel of niet zouden willen of kunnen wonen. En het werd alsnog verbouwen. Fase 1 in oktober jl. afgesloten.
We kregen hier ook nieuwe buren die voortvarend aan het slopen en verbouwen sloegen. We koesterden vriendschappen en sloten oudere soms al dan niet ongewild definitief af. We waren opnieuw actief met de sociale media, bleven bloggen, schrijven, zoeken naar leuke onderwerpen of beelden, maar gingen ondanks hitte of kou gewoon door. We maakten ons zorgen om hen die dat verdienen en negeerden de aanstellers of overdrijvers. We aten heerlijk op plekken die we kenden of net ontdekten. We vervingen wat nodig was en hielden aan wat nog werkte. We mopperden en ergerden ons gek aan eenzijdigheid.
Maar dat is van alle jaren. We volgden de culturele paden. Bekeken exposities en musea. We reden weer meer dan gepland, maar dat zorgde ook voor veel van de eerder genoemde zaken. Bestemmingen wisselden. 2019 was kortom een interessant jaar. Het nieuwe komt er aan. Ik wens u straks natuurlijk het allerbeste voor u zelf en iedereen die daarbij behoren.
Maar voorspel ook direct dat het komende jaar vermoedelijk op dezelfde wijze zal verlopen. Illusies om te denken dat het ineens anders zal gaan. Want o ja, dat vermageren…..lijnen, sporten, liefdevoller zijn, aandachtiger naar anderen toe, consuminderen, enz enz. Hoe staat het daar mee? Die goede voornemens van dit jaar en zo? Kwam niks van terecht he?! Nou, laat het dan dit keer maar weg. Het komt zoals het komt en gaat zoals het moet…. Was een mooi jaar dat 2019. Hoe verging het jou beste of lieve lezer(es)?! Ben benieuwd…..Op naar de Oudejaarsavond….knallend het nieuwe jaar in. Dat het maar een prachtige maar ook veilige jaarwisseling moge worden voor ons allen…Ik wens het u toe…! (Beelden: Yellowbird)
We werken graag, we genieten van onze vrije tijd, ons gezin, de vrienden, de dieren. We kunnen eindeloos kakelen over politiek, over het voetballen of de prestaties van een of andere plotseling in de belangstelling staande volksheld, maar verder trekken we ons net als slakken terug in onze huisjes. En nu we het daarover hebben, onze huisjes hebben we ook op wielen beschikbaar en dan toch het liefst in een tamelijk zakelijke en opvallende kleur; grijs! 34% van de Nederlandse automobilisten kiest voor die kleur. En daarmee bekennen we meteen mijn stelling. Die Nederlander is geen opvallend menstype. Want de volgende kleur op het voorkeurlijstje is zwart (24%), gevolgd door blauw (15%). Bij de meer opvallende kleuren zien we geel staan met maar 1% van de Nederlanders die dat als voorkeur geeft. Of Beige waar evenveel mensen voor gaan. Blijft toch bijzonder. En juist die mensen zetten zich weer af tegen hen die gaan voor dat grijze gemiddelde. Ze willen opvallen, aandacht, laten zien dat zij zich niets aantrekken van de buitenwacht. Of ze dat dan ook thuis stringent doorvoeren is de vraag. Je moet het niet overdrijven natuurlijk. We blijven Nederlanders tenslotte.
En o ja, als we dan kiezen voor een grijze of zwarte auto is die in bijna 38% van de gevallen van Duitse herkomst. Op afstand gevolgd door Franse liefhebbers met dik 19% en Japan waar 15,5% van de mensen voor gaan. De toch altijd voor levensstijl staande Italianen zijn nog maar bij 2,1% van de Nederlanders in trek. Liefst in opvallend rood wellicht. Wat bij kleurkeuze nu net weer niet meer dan 7% van ons Nederlanders trekt. Kortom, hoeveel selfies je ook maakt, in wezen zijn we gewoon maar gemiddelde mensen met een standaard smaak. En o ja, voor u denkt, die mening gever is dat dan een uitzondering? Nou…ik ga nog steeds voor Tsjechisch (4,2%) en koos de laatste keer voor blauw. Beetje een twijfelgevalletje dus… (Beelden: Yellowbird/Audi/smart/Skoda)



Naïviteit is van alle tijden en als je wilt weten hoe politieke naïviteit er uit ziet hoef je niet eens zo ver te kijken. Zij die braaf achter de populisten op links of rechts aanlopen kennen deze karaktertrek vast. Het milieu moet worden gered door Klaver en c.s., de massa-immigratie tegengehouden door Geert Wilders en diens achterban. Beiden zullen wat ze roepen nooit waar kunnen maken, want het blijven splinters in een verdeeld politiek landschap. In 1940 was het niet zoveel anders. Alleen geloofde de burgerij in ons land haar leiders toen in meerderheid nog onvoorwaardelijk. Onze neutraliteit zou ons net als in 1914 wel beschermen tegen de boze plannen van de Duitse Fuhrer. Dachten we! Nederland mobiliseerde voor de zekerheid wel, maar laten we wel zijn, we schoten net zo vaak Britten uit de lucht als Duitsers voor die 10e mei 1940. Immers, die kwamen te dicht in de buurt van of vlogen door ons luchtruim. De Nederlandse strijdmacht stelde overigens niet zo veel voor. Al was het maar omdat we jarenlang waren geregeerd door linkse lieden die meenden dat oorlog voeren niet hoorde bij een beschaafd land.
Dus liepen de Nederlandse militairen in uniformen uit de eerste W.O. en waren ook de gebruikte wapens niet zo heel veel moderner. Bij de luchtmacht kreeg men net de eerste relatief moderne Fokker-jachtvliegtuigen en bommenwerpers geleverd en die stonden keurig geparkeerd op Schiphol of op de toenmalige vliegbases zoals die bij Bergen. Onze vliegende verkenners waren Fokker tweedekkers en die waren uiteraard niet geschikt voor de toen al moderne oorlogsvoering. Wat gelukkig nog wel een beetje functioneerde was de Marine. Maar de moderniteit van de schepen was nu ook niet meteen al te groot. Kortom, toen de Duitsers ons land in de vroege ochtend van 10 mei 1940 binnenvielen waren we als land ‘totaal verrast’. Voor de legerleiding door had wat er loos was hingen er al parachutisten boven Den Haag. Gelukkig kon de koninklijke familie nog net op tijd per schip ontsnappen, net als veel kernleden van het kabinet. Het land moest onder militaire leiding worden verdedigd. Wat men met verve deed.
Men schoot bij de verdediging van onze vliegvelden zoveel Duitse Junkers transportvliegtuigen uit de lucht of vernielde die op de grond op zodanige schaal dat de Duitsers daar nog lang last van zouden hebben. Maar al snel waren de Nederlandse vliegtuigen en kanonnen gedecimeerd. Overigens zonder aan de prestaties van de piloten en grondcrews ook maar iets af te doen. Een kanoneerboot deed zijn werk aan de Friese kant van de Afsluitdijk. De Duitsers kwamen er niet overheen. Bij de Maasbruggen onder Rotterdam hielden de mariniers stand. De Duitsers waren verbaasd over de taaie weerstand. En dus besloten ze tot het terreurbombardement van Rotterdam. De gevolgen zijn bekend. Dat brak de weerstand en na vijf dagen capituleerde Nederland voor de overmacht. Dat we het zonder terreur nog even hadden kunnen volhouden is duidelijk. Maar ja, ook Amsterdam, Utrecht en Eindhoven waren doelwitten voor de Duitsers als we niet hadden toegegeven. Nederland werd bezet en de gevolgen van die ellende dragen we nu nog in onze genen.
De regering sprak tot ons volk vanuit Londen, maar het lijden hier was ongekend. Met dank aan de naïviteit van die bovendanen die weigerden in te zien dat dreiging soms komt op momenten dat je het niet verwacht. Is dat nu anders? De defensie van ons land is bepaald niet op orde. We denken dat we nooit meer oorlog zullen meemaken, onderschatten de overal loerende terreur, hopen op goede bedoelingen van sommige stromingen en zetten daartoe de grenzen wijd open. Niks geleerd van 1940 zo lijkt het. Of van de invasie door de Japanners een jaar later. Want ook toen in dat Nederlands-Indië meenden we dat we het wel zouden redden. Ook die verhalen zijn bekend. En de gevolgen. Lessen leren…zo belangrijk. En niet naïef zijn. Nooit! Vrijheid is geen gegeven, het is een gunst. Laat je dat nooit afnemen. Door niemand! Zeker niet op 10 mei! (Beelden: Internet/archief)
Terwijl ik elke zondag tot nu toe en nog even hierna aandacht besteedde aan mijn leven met de Vliegende Pijl, oftewel dat merk met een logo waarin die pijl een hoofdrol speelde en speelt, was er in thuisland Tsjecho-Slowakije nog een automerk dat zich kon beroemen op een heel oude geschiedenis; Tatra! Dat merk had haar wortels al diep in de 19e eeuw. Als onderdeel van het Oostenrijks/Hongaarse rijk van toen zat het in dezelfde hoek waar ook mensen als Ferdinand Porsche in de rondte liepen. Nadat de Eerste Wereldoorlog een einde maakte aan het oude keizerrijk van Sissi en meer van die oude bestuurders, viel een deel van de auto-industrie ineens onder een ander landsbestuur. Tsjecho-Slowakije werd opgericht, in feite een samenraapsel van wat oostelijke provincies van het Keizerrijk Oostenrijk-Hongarije. Tatra werd geboren en genoemd naar dat bekende gebergte dat in deze streken zorgt voor een afwisselend landschap.
En dat Tatra ging verder waar het voor die eerste wereldbrand was gestopt, met auto’s en trucks bouwen. Na een paar jaar al onder leiding van de sublieme ontwerper Ledwinka die ik al eens eerder hier heb beschreven. Ledwinka vond van alles en nog wat uit, waaronder de onafhankelijke wielophanging en het ruggegraatchassis. Dat zorgde voor veel meer comfort bij de auto’s die er mee werden uitgevoerd. Maar nog belangrijker waren de stroomlijnmodellen uit de tweede helft van de jaren dertig. Tatraplan heetten die wagens en ze hadden steevast de motor achterin. Dat was volgens Ledwinka essentieel om die stroomlijn optimaal te maken. En zo ging hij door met een hele reeks wagens die tot ver na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd door de Tsjechen.
Na de oorlog kwamen die auto’s ook deze kant op. Zij het met wat voorbehoud, want door het ruilsysteem dat in die jaren bestond tussen Nederland en Tsjecho-Slowakije konden er maar beperkte aantallen deze kant op worden gehaald door importeur Englebert. Vooral de luxe versie 87 kwam maar heel mondjesmaat naar Nederland. Daarbij kreeg je een ook in die periode futuristisch ogende auto, met een grote rugvin, een 3 liter grote V8 met twee bovenliggende nokkenassen die een top bood van 161km/u. Een goedkopere versie was de 97 waar een viercilinder boxer het werk deed. Die auto stamde qua ontwerp uit 1936. En als je die zaken eens met elkaar verbindt zie je dat toen meneer Porsche een tijdje bij Tatra stage liep hij wellicht wat ideetjes opdeed voor zijn latere Kdf-wagen die wij leerden kennen als VW Kever.
Al was het maar omdat de Fuhrer, Adolf Hitler, zelf die stroomlijnwagens uit Tsjecho-Slowakije zeer wist te waarderen. Overigens kon Tatra net als Skoda de productie na de oorlog snel op starten en was men in staat om die geliefde stroomlijnwagens weer even snel te leveren. Uiteindelijk verdiende men het grote geld vooral met de fabricage van trucks. Ook die werden bij ons bekend. De personenwagens bleven buitenbeentjes. Al was het maar door de prijs en de zeer beperkte levering. Personenwagens bouwde men nog tot in de jaren negentig door. De laatste was de T700, waarover later nog eens meer. In dit geval ging het me meer om een stukje illustratie voor mijn vervolgverhaal en als aanvulling op het idee dat het huidige Tsjechië toch de bakermat is geweest voor heel wat grote maar soms wat vergeten automerken. Heb ik hiermee weer een stukje ingevuld…En o ja, Tatra bouwt nog steeds stevige trucks die tegenwoordig gelukkig ook weer in Nederland te koop zijn. (Beelden: Yellowbird/Tatra/Wiki/Oost-Europa)
Eind vorig jaar meldde het CBS dat Nederlanders nu in meerderheid niet religieus zijn. Dat is opmerkelijk want je zou toch het idee kunnen krijgen dat het tegenovergestelde het geval is. Van al die godsdienstige uitingen en in het openbare leven respect claimers of homo’s afwijzenden blijft maar weinig over als je de statistieken er op na slaat. Van de minderheid die een of ander geloof aanhangt (49%) is 25% Rooms katholiek. Hervormden en protestanten zitten op een niveau van 13% en de islam is maar door 6% vertegenwoordigd. Opmerkelijk als je bedenkt dat we het idee zouden kunnen krijgen dat die laatste groep 50% van de bevolking uitmaakt. Er is ook nog een kleine minderheid die een andere stroming achterna loopt. Verwaarloosbaar in aantallen. Dat die islam trouwens nauwelijks aanhangers kent in autochtone kring zal niet verbazen. En dat bij de Katholieken en protestanten vooral wat ouderen hun heil in de kerken zoeken ook niet. De actieve kerkgang is daarbij best een dingetje.
Vaak gelooft men wel (sterk) in iets hogers, maar heeft men niks meer met de aardse regelgeving of verplichtingen. Met name de jeugd laat het hier afweten. Men wil andere dingen doen en die kerkelijke verplichtingen houden dat tegen. Bij moslims en protestanten is die kerkgang overigens ook onder jongeren nog best wel op niveau. Sociale druk, vaak vanuit het eigen gezin, zorgen hier veelal voor. Katholieken laten hun kerken meestal links liggen. En dat komt niet in de laatste plaats door alle schandalen die men in die kring toch maar moeizaam heeft willen toegeven of oplossen. Verzwijgen van de zonden der voorgangers onder deze groep is best een lastige als je zelf als gelovige allerlei regels krijgt opgelegd. Toch is ook bij de andere gelovigen een afname te zien van dat kerkbezoek. Een op de zeven gaat echt nog regelmatig en dan zijn dat meestal de wat ouderen die trouw zijn aan hun kerk. Nu is dat niet zo gek, want wellicht komt dan ook de angst voor het hiernamaals om de hoek kijken. Je weet maar nooit. Je leeft naar eigen idee een soort van zondig leven en op het laatst toch maar in berouw de regels volgen in de hoop op??
Ik weet het niet. Wel dat we ons in dit land toch eens moeten realiseren wat de meerderheid van ons volk eigenlijk is. Niet kerkelijk, niet gelovig en niet lid van een of ander genootschap. Waarom dan die angst voor de dominantie van een stroming die hier nog steeds een kleine minderheid uitmaakt? Zou die meerderheid gewoon niet eens moeten gaan eisen dat onkerkelijk de norm moet zijn en dat gelovigen een toontje lager moeten gaan zingen? Al dan niet met kerkmuziek op de achtergrond? Maakt het land vast een stuk leuker en de omgang met anderen plezieriger. Onkerkelijken van Nederland verenigt u! Er is werk te verrichten. Het kan nu nog! Bekeert u tot het niet godsdienstig zijn voor het te laat is!! (Beelden: Yellowbird archief)