Gek op Duitse waar….

Als het gaat om de smaak van automobilisten in ons land, laten we wel zijn, die wordt maar voor een deel bepaald door de particulier, zeker ook door leaserijders, blijkt dat men gek is op Made in Germany. Niet onterecht natuurlijk. Want de meeste merken die daaronder vallen zitten op veel terreinen op de eerste rij qua kwaliteit, comfort, luxe en veiligheid. We zijn er gek op, en dit al jaren. Van alle verkochte nieuwe auto’s in ons land was vorig jaar 37% Duits. Mercedes, Audi, BMW, Volkswagen, Opel, we zijn er gek op. En dat was eigenlijk al vrij snel na de oorlog zo. Want die Duitsers snappen veel van wat de gemiddelde automobilist zoal zoekt in zijn vervoermiddel. Maar vooral de betrouwbaarheid die spreekwoordelijk is voor een Duitse auto, sprak aan. Plus de relatief hoge inruilprijzen nog steeds.

Ooit was Opel decennia lang het best verkochte merk van ons land. Logisch, want men had een breed aanbod modellen, voor de particuliere koper altijd wat prijsvoordeel, en voor meneer de directeur auto’s die op Amerikaanse leest waren geschoeid. Ruilde je dan na twee jaar in, kreeg je zowat de nieuwprijs terug omdat er een ongekende vraag naar tweedehands wagens van het merk bestond. Zelfde zag je bij Volkswagen. En eigenlijk is er niet zoveel veranderd, al zijn de inruilprijzen dan iets veranderd door de aangepast bij de huidige automarkt.

Op grote afstand van die Duitsers bewegen zich de Fransen. Veelal toch voor mensen geschikt die kunnen leven met iets fraais waar af en toe toch een vlekje aan kleeft. Peugeot, Citroen, Renault de grote vertegenwoordigers. Wie graag naar Frankrijk op vakantie gaat is er veelal voor in, telt gevoel en aanbod bij elkaar op en ziet in alles dat typische Franse karakter. En dat gaat ook al jaren zo. Al loopt het aandeel Franse wagens elk jaar terug in de verkoopstatistieken. Vaak niet in de pechstatistieken, en wellicht dat dit e.e.a. verklaart.

Op plek drie, Japan. Vrijwel constant rond de 15% marktaandeel voor alle merken. En die merken hebben tegenwoordig veelal een wat grillige modelpolitiek en een breed gamma. Japanse auto’s zijn ook niet meer per definitie goedkoop. Je valt nu voor uiterlijk, uitrusting, techniek of baseert je keuze op ervaringen in de praktijk.

Een soortgelijke situatie zien we bij de Koreanen. In principe kent men uit die hoek twee grote merken, Hyundai en haar dochter KIA, een enkeling zal ook Ssangyong nog kunnen noemen. Koreaanse merken doen na wat de Japanners 50 jaar eerder deden. Op prijs en uitrusting trachten te scoren, maar sinds de invoering van EuroNCAP-botsproeven en de wens om op fatsoenlijke stoelen te kunnen zitten in zulke auto’s, zijn de prijzen bepaald niet meer laag te noemen. Fatsoenlijke auto’s zijn het veelal wel en de kwaliteit begint aardig op te lopen. Maar veel merkgevoel stralen die merken nog steeds niet uit. Je koopt er vaak een die je leuk vindt of aantrekkelijk lijkt qua uitrusting, dan wel om de nieuwe milieuvriendelijke aandrijftechniek. Enorm gegroeid is het aandeel Amerikanen in ons land. Vorig jaar steeg dat van 2,2% naar 7,2. En waar kwam dat door? Tesla! Fiscale voordelen op hun Model 3 zorgen voor flinke aantallen registraties. Of dat zo blijft? Ik betwijfel het.

Want deze wagens worden vooral fiscaal gestimuleerd, zijn puur bedoeld voor zakelijk verkeer en kosten ook het nodige. Van de andere Amerikaanse merken horen we weinig meer. Met een marktaandeel van 4,2% doen de Tsjechen het daarentegen uitstekend. Slechts een enkel merk uit dat Midden-Europese land houdt de ballen hoog; Skoda! Met Duitse techniek en Tsjechisch vernuft weet men telkens weer te verrassen. Van een puur-elektrische stadsauto tot een grote SUV, alles is nu te koop bij Skoda. Knappe prestatie. Uit Zweden komt tegenwoordig ook nog maar een enkel merk, Volvo. Al zetelt de moeder van dat bedrijf anno 2020 wel in China. Het is en blijft vooral een zakelijk merk en daar scoort men nog steeds goed. Tussen al die overige landen wil ik nog even naar de Italiaanse merken. Ooit giga-groot in ons land, met dank aan Fiat, nu verworden tot een autodwerg met maar 1,1% marktaandeel.

Waaronder dan ook nog Alfa-Romeo moet worden geteld. Niks meer van over. De ware liefhebber zal er voor blijven gaan en al het andere maar saai noemen, maar het zegt toch wel iets over de veranderend markt. Lancia totaal verdwenen, Ferrari alleen voor de echt rijken, net als Lamborghini of Maserati. Liefhebbersauto’s. En dat is best kniezen. Zeker als je ziet dat een vroeger submerk van Fiat, SEAT nu in haar eentje bij ons twee keer zoveel auto’s verkoopt als het vroegere moederbedrijf. Het kan dus verkeren. Zeker in de marges….(Beelden: Yellowbird archief)

Ook bij ons zeer bekend…Chevrolet…

Vraag iemand als uw meninggever aan welke auto hij nou heel speciale herinneringen hebt en je krijgt al snel als antwoord….de Chevrolet Impala van 1959. Een auto met dusdanig fraaie lijnen en vleugels op de achterkant die nog het meest leken op sierlijk gevormde strijkplanken dat je er wel verliefd op moest worden. Maar jaren eerder had mijn ooit hier beschreven ‘Ome Leo’ al een geweldig fraaie Stylemaster uit 1948 (zie ook: Leven met de Vliegende Pijl deel 1a -1-7-18)waarmee we vaak als gezin met hem samen naar Limburg reisden. Chevrolets waren na de oorlog ook aardig talrijk in ons land. Ze waren groot, kostten niet te veel en benzine was nog aardig betaalbaar. Daarbij waren ze goed leverbaar en door de bevrijding populair.

Het merk zelf stamt qua afkomst al uit 1911 en werd kort daarna overgenomen door General Motors. Het werd door de jaren heen eigenlijk constant gezien als rechtstreekse concurrent voor Ford. Voor de oorlog keurig nette wagens die o.a. door doktoren en juristen werd gebruikt, na de oorlog door een veel breder publiek. Als je nu ziet welke wagens dat merk voortbracht is het ongekend dat het tegenwoordig compleet van de markt is verdwenen. General Motors nutte het door de crisis compleet uit en ging zelfs zo ver dat het Koreaanse Daewoo’s als Chevrolets ging vermarkten.

Voor de ware liefhebber is het toch het merk van de grote wagens, met een zoemende V8 voorin en elk jaar een nieuw aangepast model. Van de BelAir, via de Impala naar de Corvair, waarbij de motor voor de verandering achterin was gezet om ze de concurrentie met VW aan te kunnen. Het werd een mislukking al werden er toch enorme aantallen van gebouwd en verkocht. Maar het imago werd door sommige critici bijna compleet de grond in geboord. Chevelle en Caprice poetsten dat imago later weer op. Zeker ook in ons land waar deze wagens vaak werden gebruikt als taxi of onderdeel van een bruidsstoet of uitvaart.

Bij de Caprice uit 1977 kon je al kiezen uit verschillende motoren en kreeg je auto een met een geweldige bouwkwaliteit, enorme ruimte, en een gewicht dat soms bijna 2 ton haalde. Voor ons Europeanen die toen nog in piepklein en goedkoop geloofden was dat even wennen. De verkopen namen ook nog wat af omdat de oliecrisis van 1973 de literprijzen voor benzine omhoog stuwden en voor Amerikaanse benzineslurpers lastig bleek te zijn.  Vanaf de jaren tachtig kwam Chevrolet met compactere wagens met een lager gewicht en nam men soms zelfs een viercilindermotor voor lief. Mits je geen Camaro of Corvette kocht want die waren bedoeld voor het uitbouwen van een sportieve imago en ook om je te onderscheiden van de massa. Wat aardig lukte. De foute marketingtruc om Chevrolets uit Korea te gaan verkopen of onder de merknaam Opel uit te  brengen heeft het merk geen goed gedaan. Jammer maar helaas.

En dus is het nu vrijwel volledig verdwenen van de Europese en ook Nederlandse markten. In de VS zelf nog steeds aardig verkocht. Met grote SUV’s, Pickup’s en die lijn sportieve wagens natuurlijk net zo bekend als revolutionaire maar toch wat geflopte elektrische Volt/Bolt. Maar toch een merk dat er zijn mag. Al was het maar om die mooie herinneringen aan die Chevy’s waar ik zelf nog eens in werd vervoerd…..(Foto’s: Yellowbird archief)

Leven met de vliegende pijl – 9 – Hundie!

In die jaren waaraan ik nu even refereer, zo tussen 1980-82, verging het ons dealerbedrijf dus wat minder goed. We waren dealer van het Tsjechische automerk met die lange traditie, maar de bevooroordeelde pers fakkelde zowat bij elke rijtest alles af wat die Tsjechen zoal produceerden. Dat was wellicht voor een deel nog te verklaren, maar het werd me een aantal jaren later duidelijk dat er indertijd achter de schermen ook wat rekeningen werden vereffend met vertegenwoordigers bij de toenmalige importeur door de mannen die zichzelf zagen als ‘goden’ in dat vakgebied. Het zichzelf autojournalist noemende volk had ook commerciele belangen. Geen advertenties, geen goede pers! Zo simpel was het. Als dealer moest je intussen toch wat, dus we zochten naar expansie via andere kanalen. En op dat moment in de tijd kwamen we dus in contact met dat automerk wat we nu, anno 2018, allemaal zo goed kennen. Ik had er indertijd zelf nog nooit van gehoord toen de eerste vertegenwoordigers van wat later de importeur zou worden, voor ons bedrijf stopten.

Het bordeel paarse interieur en de beperkte binnenruimte nam je uiteindelijk dan maar op de koop toe. We zagen er toch wel iets in en gingen in zee met de nieuwe importeur. Die was zelf gezeteld in een piepklein kantoor achter een caravanhandel in Leidschendam, maar de sfeer was er goed en de service vriendelijk. Al snel stonden de Koreaantjes in onze showroom en reden we rond in een demonstratiewagen. Wat lastiger bleek, voor de meeste Nederlanders was die naam even onbekend, maar meteen ook onuitsprekelijk.

Wij zelf maakten er Hie Joen Dai van, maar onze collega-dealer in Amsterdam-Centrum noemde zijn nieuwe merk Joen Dee en de Koreanen spraken het uit als Oendee of zo. Gelukkig heette dat eerste model dat ze jaren zouden voeren gewoon Pony en dat was voor veel mensen wel uit te spreken. Tot die ene keer dat er een plat Amsterdams sprekende potentiele koper binnen stapte en mij op luide toon vertelde dat hij wel eens wilde proefrijden in een ‘Hundie Ponnie’. Kijk, toen wisten we dat er nog heel veel werk te verrichten viel. Het succes en zeker de winst werd ons uiteindelijk niet gegund met en door Hyundai. De match was er na een paar jaar niet meer toen het merk naar een nieuwe importeur overging en die daarop aan het redelijke grote dealerkorps van die eerste paar jaar zulke eisen stelde dat wij daaraan gewoon niet konden maar vooral ook niet wilden voldoen. Intussen waren we wel veel wijzer geworden. En ik leerde zelf in die jaren dat als je klanten iets wilt verkopen de naam van het merk tenminste herkenbaar en uitspreekbaar moet zijn en de communicatie op dit punt overduidelijk. Maar als pioniers waren we daar toen nog lang niet zo mee bezig. Maar mijn creativiteit op marketinggebied wel gewekt. Wordt vervolgd op 09-09 a.s. (Foto’s: Yellowbird Photo – Alle teksten zijn eigendom van de auteur) 

 

Leven met de vliegende pijl – 8 – Engeland en Korea!

Een paar kritische artikelen in de internationale en vaderlandse pers zetten de aanvankelijk goed lopende verkopen van de nieuwe Skoda’s uit 1977 aardig onder druk. Probleem was dat de auto’s op door de fabriek geleverde originele relatief smalle en wat hoge velgen, Tsjechische Barumbanden en basis onderstel uit de vorige reeks redelijk instabiel konden worden als de bestuurder wat weinig gevoel had voor het moment dat de wagen met zijn toch wat zware achterkant hard door een bocht heen moest. Zoals bij alle auto’s met de motor achterin moest je als bestuurder wel een beetje weten wat je deed en haakse bochten nemen met veel snelheid was niet zo handig. In Engeland waren mensen zo op hun zijkant en zelfs dak van hun nieuwe Tsjech terechtgekomen en de Britse tegenhanger van de ANWB vond de Skoda’s zelfs zo beroerd rijden dat ze de term ‘gevaarlijk’ gebruikte. De Britse importeur uit die jaren deed daarop iets heel slims, men werkte al snel met die zelfde consumentenorganisaties samen. Om die door hen geleverde Skoda’s te verbeteren. Dat lukte door de vering in te korten, andere dempers te monteren, bredere velgen plus banden, en het stuurhuis, toen nog worm en rol, strak aan te trekken, waardoor de auto’s veel beter rechtuit reden dan voorheen. Nadeel was dat je daarna flink moest trekken aan het stuurwiel om een bocht door te komen. Hoe dan ook, de Britten noemden de wagens vanaf dat moment ‘Estelle’ en brachten de modificaties onder de aandacht van de Tsjechische fabrikant. Die reageerde relatief snel voor een producent uit het toenmalige Oostblok.

De fabricage werd stil gelegd, aanpassingen gedaan en de auto’s op Britse wijze geleverd. Alleen de uit de vorige modelreeks stammende maar nog steeds separaat gebouwde S-110R Coupe ontsprong deze modificatie. Al snel kwamen er allerlei uitvoeringen op de markt die het thema Estelle onder de aandacht moesten brengen. Meest opvallend was de Super Estelle. Daarbij kreeg je als koper af fabriek sportvelgen, brede banden, een vinyl dakje en nog wat opsmuk. Het hielp de verkopen weer ietsjes op de been, maar het kwaad was eigenlijk al gedaan. De smet op het imago van de auto’s met de achterwielaandrijving uit Mlada Boleslav zou nooit meer helemaal verdwijnen, al lag er in de toekomst gek genoeg nog veel succes te wachten op ons dealers. Maar intussen moest er wel hard gewerkt worden om de schoorsteen in het dealerbedrijf te laten roken natuurlijk. Wij deden ons best om met de drie merken die we voerden door te gaan op de ingeslagen weg, maar de verkopen daarvan daalden toch gestaag. Intussen werd wel duidelijk dat we het met Dacia niet zouden redden. Die wagens bleken niet alleen te duur, maar ook te onbetrouwbaar. Dat merk zetten we dus al kort nadat we er dealer van waren geworden aan de kant.

De Polen op hun beurt haalden een truc uit door een aanvulling op het gamma aan te kondigen die in vele uitvoeringen leverbaar zou worden, zelfs met een dieselmotor. De FSO Polonez heette het ding en hij oogde op de eerste plaatjes die we er van zagen indrukwekkend. Die Poolse Fiats hielden we dus nog maar even aan. En omdat we in onze bedrijfsvoering wat veranderingen wilden doorvoeren werd mijn houten showroom uit begin 1977 voorbestemd werkplaats te worden voor een van onze gespecialiseerde afdelingen in auto-elektra, en kreeg ik een deel van het oudste pand, stammend uit 1932, vlak naast de doorgaande weg, waar een showroom werd ingericht voor drie auto’s, inclusief gezellig zitje en een informatiebalie met barkrukken. Mijn kantoor kwam achter deze showroom te liggen en zat daarmee in feite onderdak in een houtopslagloods van de buren.

Een voordeel was dat het toilet voor medewerkers en klanten er net naast lag, maar nadeel was dat onder het kantoor een waterafvoer liep. Het bleef een vorm van ontberingen ondergaan daar in dat Amsterdam-Zuid. Maar de ‘nieuwe showroom’ had tenminste wel verwarming, was voorzien van een harde vloer, en ik kon redelijk eenvoudig een beroep doen op mijn werkplaatscollega als er weer even te grote drukte heerste in de verkoop om dat met slechts een enkele man aan te kunnen.
Net klaar met deze verhuizing stopte er een half jaar later voor onze deur een kleine, wonderlijk gevormde auto. Twee heren in keurig pak stapten de nieuwe (..) showroomdeuren binnen en stelden zich enthousiast voor als vertegenwoordigers van een nieuw Koreaans automerk, Hyundai. Of wij er iets in zouden zien om dat voor hen te gaan verkopen in Amsterdam. Na een proefrit en bestuderen van de afgegeven informatie besloten we op dat verzoek in te gaan. Een jaar later waren we dus dealer voor Hyundai. Samen met nog wat Amsterdamse bedrijven die dit ook hadden gedaan, waaronder een van onze intussen naar Zuid-Oost verhuisde Skoda-collega’s. Het werd druk…vooral omdat we al die merken ook ergens op het nieuwe briefpapier kwijt moesten. Wordt vervolgd! (Afbeeldingen: Yellowbird Photo/Skoda – Alle teksten eigendom van de auteur)

Niveau..

Wat is niveau lieve of beste lezers? Is dat een hoog gehalte aan scholing of  opleiding? Of is het iets uit je opvoeding? Je afkomst? Niveau wordt vaak gekoppeld aan kennis. Maar er zijn genoeg mensen met een hoge opleiding, een hoop interesses en wellicht een opvoeding die er toe doet, die eenmaal los van de basis laten merken dat ze vanuit de genen dat niveau missen. Dat vindt je dan terug in gedrag. IQ als tegenpool voor EQ. Onlangs liet een goede vriendin merken dat ze zich soms zorgen maakte over haar eigen niveau. Zij twijfelde enorm daaraan. Omdat ze zichzelf niet slim genoeg achtte voor sommige mensen om zich heen. Of dat nu familie, vrienden of buren betrof. Ik werd er een beetje boos over. Zij is juist een voorbeeld van niveau ook al zal ze dan wellicht niet de Relativiteitstheorie van Einstein kunnen ontleden. Is dat een voorwaarde voor dat niveau dan? Ik vind van niet en heb dat ook laten merken.

Zelf houd ik overigens wel van mensen met een wat bredere interesse. Die niet alleen kunnen praten over een enkel onderwerp, maar echt ongeveer alles opzuigen wat ze aan informatie en kennis tegenkomen onderweg. Wellicht omdat ik deze wonderlijke gave zelf ook heb en daardoor een afstemming zoek van gespreksfrequentie . Handig als die informatie ook ergens blijft plakken natuurlijk. Kennis is macht, en maakt ook dat je weet dat bepaald gedrag handig is in de omgang met anderen. Dat je ook voldoende onderwerpkeuze hebt om met die ‘anderen’ te kunnen communiceren. Heb je ook wel een beetje nodig dat je maling hebt aan hen die je graag willen betrappen op een foutje. Zeker als je meer breed nadenkt dan diep komt dat wel eens voor. Ik kan in dat kader bijvoorbeeld duiden wat in geloofsgebonden (m.u.v. de koran die ik weiger te lezen) geschriften zoal staat op het gebied van normen en waarden, maar als je me vraagt wie Leviticus was en wanneer die leefde moet ik het antwoord schuldig blijven. Omgekeerd zijn er maar weinig mensen die me kunnen vertellen wat de datum van uitbrengen van een bepaald vliegtuig-of autotype is of wanneer de Amerikanen tijdens de Korea-oorlog werden overlopen door het Noorden…

De een vindt dit onderwerp interessant en een ander weer iets totaal anders. Interesse opbrengen in alles wat je tegenkomt op dit gebied is nodig om dat kennisniveau te bereiken waarnaar de lieve vriendin streefde. Die trouwens in gesprekken zelden onder ligt, goed kan koken, een dosis humor bezit waaraan veel mensen niet kunnen tippen, zichzelf kan relativeren (kan ik niet zo goed bijvoorbeeld….) en in haar directe omgeving meer dan gewaardeerd wordt. Over niveau gesproken! Maar  niveau is naar mijn mening ook dat je weet hoe het hoort, je ook gewoon kunt gedragen  en hoffelijk bent richting anderen. En wie meent dat niveau iets anders is dan ik hier schetste mag het even zeggen uiteraard. En anders maar eens wat stevige formules gaan oplossen. Zoals die rond het aantal wolken daar voorbij drijft in de lucht, delen door het aantal stoeptegels in het trottoir waarop je loopt. Wie dat kan heeft pas echt niveau. Daarvoor buig ik diep….en neem de pet af…..

Angst…

10-mei-1940-nederlandse-luchtafweerAls ik de vele ‘kenners’ en angsthazen in met name het ‘linkse kamp’ moet geloven is het aantreden van Donald Trump als Amerika’s president de opmaat naar een nieuwe wereldoorlog. De man wordt daarbij afgeschilderd als een idioot, dom, bullebak etc. Nu zijn er wel eens minder opvallende lieden tot president gekozen in dat grote land, maar om nu meteen te spreken over een dreigende oorlog gaat mij wat ver. Laten we wel zijn, de meeste oorlogen zijn niet gestart door de V.S. maar door andere landen. Wij in Europa hebben op dat punt een slechte naam, maar ook in Het Midden-Oosten kon en kan men er wat van om over het nog wat verder gelegen Verre Oosten maar niet eens te spreken. Als je terugkijkt naar bijvoorbeeld een jaar als 1967 zie je dat we daar een echte oorlog zagen in het Midden-Oosten. Israel vocht in dat jaar tegen de omliggende buurlanden die er ook toen al op uit waren om de joodse staat met behulp van de Sovjet-Unie van de aardbodem te vegen. Het pakte anders uit. Israel won en behield een aantal ‘bezette’ gebieden als veiligheidszone. De gevolgen daarvan ondervinden we nu, vijftig jaren later, nog. Maar laten we wel zijn, ook toen was er al sprake van extreem terrorisme.

mongolen-1Dat terrorisme werd toen al gepraktiseerd door de Palestijnen maar zeker ook door de IRA, ETA en nog een aantal groeperingen die het ergens mee oneens waren. De VS had intussen een erfenis overgenomen van de Fransen. De oorlog in Z.O. Azie. Met name de Vietnamoorlog was in die periode aan het ontwikkelen tot een echt grootschalig conflict waarbij het vrije westen stond tegenover het communisme van de Sovjet-Unie en China. Het is allemaal 50 jaar geleden, maar was die wereld dus echt zoveel veiliger als de huidige? Veel van de toenmalige hoofdrolspelers doen nog steeds hun best hun al dan niet terechte doelen te bereiken via donder en geweld. Maar wij mensen zijn nogal selectief in ons geheugen en missen veelal een aardige dosis realisme of kennis van de geschiedenis. Bedenk ook maar eens dat het nog minder dan 50 jaar geleden is dat de Sovjet-Unie met steun van haar bevriende (..) naties in het oosten van Europa (de meesten nu lid van de EU) een einde maakten aan de net ontwikkelde Praagse Lente in Tsjecho-Slowakije.

type039song01large19df2jz9Het prachtige land met zijn aardige inwoners werd bezet door troepen van het voormalige Warschau-Pact. De spanningen in de wereld liepen er stevig door op. Expansiepolitiek van bijvoorbeeld Poetin baseert zich op diezelfde doctrine. Maar aan de andere kant, wat de NATO en EU sinds de Wende in 1989 hebben gedaan in Oost-Europa is ook een bron van ergernis voor de huidige Russische leiding in het Kremlin. Overigens was in 1967 het regime in Noord-Korea ook al aan de macht en deed dezelfde onmenselijke dingen als men nu nog uitvoert. Alleen was er nog geen nucleaire dreiging van die kant. Nu wel. En nog even een feitje; het was de democratische president Kennedy die de wereld echt op het randje van WO3 bracht toen hij de toenmalige Sovjet-Leider Chroetsjov de wacht aan zegde omdat die op Cuba raketten wilde installeren. In de achtertuin van de VS. Dat was nog eens een jaar of vijf eerder dan 1967! De Amerikaanse strijdkrachten gingen toen naar de hoogste staat van paraatheid. De volgende stap was oorlog geweest. En wij in Nederland sidderden. Nu zetten we als NATO raketten in de achtertuin van Rusland neer. En vinden het vreemd dat daar een stevige vorm van dreiging tegenover wordt gezet. Het kan allemaal verkeren. Net zoals we nu op een bepaalde manier tegen Israel aan zijn gaan kijken en op vakantie Vietnam bezoeken. Andere tijden, nieuwe zeden. Maar die angst en onzekerheid is er dus altijd geweest. Kijk maar eens terug naar die jaren en beoordeel zelf maar eens wat er nu zo anders is als toen. Het zal je verbazen hoeveel overeenkomsten we kennen met toen. En dat alleen al zou een waarschuwing moeten zijn om niet meteen in de angsthazerij te vervallen. Het evenwicht in de wereld is soms even ver te zoeken maar komt altijd weer in het midden te liggen. Vaak is dat nu net de plek waar wij wonen. Koesteren maar die plek!

Hundie

ALD - Hyujdai Pony GLS RAI - RAI 1981 Scan10257In die jaren waaraan ik nu even refereer verging het ons bedrijf wat minder goed. We waren dealer van het Tsjechische automerk met die lange traditie, maar de pers fakkelde zowat elke dag alles af wat die Tsjechen zoal produceerden. Dat was wellicht voor een deel nog te verklaren, maar ik kwam er later achter dat er achter de schermen ook wat rekeningen werden vereffend met vertegenwoordigers bij de importeur door de mannen die zichzelf zagen als ‘goden’ in dat vakgebied. Als dealer moest je wat dus we zochten naar expansie via andere kanalen. En op dat moment kwamen we in contact met een automerk dat we nu wellicht kennen, ik had er zelf nog nooit van gehoord toen de eerste vertegenwoordigers van wat later de importeur zou worden, voor ons bedrijf stopten. Men vertelde enthousiast over Hyundai. Een nieuw Koreaans merk waar wij zeker dealer van zouden kunnen worden als we de moed hadden te geloven in een toekomst die ons zeker zou voeren naar winst en succes.

ALD22 - Hyundai Pony TLS RAI 0281 - Scan10256We reden even proef in het eerste exemplaar van het technisch kunnen dat de Koreanen in Nederland importeerden, de Pony sedan. Een auto waar de gemiddelde Europese (lees Nederlandse) man maar moeizaam in paste. Maar hij was opgebouwd uit onderdelen van Mitsubishi en Ford en de vormgeving was van Italiaanse snit. Het bordeel paarse interieur nam je dan maar op de koop toe. We zagen er wel iets in en gingen in zee met de nieuwe importeur. Die waren zelf gezeteld in een piepklein kantoor achter een caravanhandel in Leidschendam, maar de sfeer was er goed en de service vriendelijk. Al snel stonden de Koreaantjes in onze showroom en reden we rond in een demonstratiewagen. Wat lastiger was, voor de meeste Nederlanders was die naam onbekend, maar ook onuitsprekelijk.

ALI10 - Hyundai Pony TLS GN83BP Spl 0781 Scan10262Wij zelf maakten er Hie Joen Dai van, maar onze collega-dealer in Amsterdam-Centrum noemde zijn  merk Joen Dai en de Koreanen spraken het uit als Oendee of zo. Gelukkig heette dat eerste model dat ze jaren zouden voeren gewoon Pony en dat was voor veel mensen wel uit te spreken. Tot die ene keer dat er een plat Amsterdams sprekende potentiele koper binnen stapte en mij op luide toon vertelde dat hij wel eens wilde proefrijden in een ‘Hundie Ponnie’. Kijk, toen wisten we dat er nog veel werk te verrichten viel. Het succes en zeker de winst werd ons uiteindelijk niet gegund met en door Hyundai. De match was er niet meer toen het merk naar een nieuwe importeur overging en die daarop zulke eisen stelde dat wij daaraan gewoon niet konden maar vooral ook niet wilden voldoen. Intussen waren we wel veel wijzer geworden. En ik leerde zelf in die jaren dat als je klanten iets wilt verkopen de naam van het merk tenminste herkenbaar en uitspreekbaar moet zijn en de communicatie op dit punt overduidelijk. Maar als pioniers waren we daar toen nog lang niet zo mee bezig.

Doodstraf voor barbaren?

Cutlass resizer-nl2877c3cd733d9d7Stel nu eens dat je zeker weet dat een (serie)moordenaar de daden waarvoor hij is opgepakt ook echt heeft begaan. Het kan worden bewezen, de man/vrouw bekende zijn/haar verwerpelijke daden en de rechter acht de schuld van de verdachte boven elke twijfel verheven. Is het dan denkbaar dat je de doodstraf oplegt bij hen die echt niet met een gevangenisstraf te redden of corrigeren zijn? In veel landen is men er nogal makkelijk mee. Van Noord-Korea tot de Verenigde Staten pakt men moordenaars stevig aan. In andere landen, zoals China, zijn economische delicten ook vaak al reden om de daders zo streng te straffen dat ze er het leven bij laten. In het Midden-Oosten is zelfs afwijking van de daar beleden geloven al genoeg om te worden veroordeeld tot de dood.

Opsporing verzocht - verdacht broodjeVooral als vrouw moet je daar vrezen voor je leven en een afwijkende seksuele voorkeur neigt naar gruwelijke vormen van doding. Toch hebben wij in ons land een grote terughoudendheid waar het de doodstraf betreft. Die werd ergens na de Tweede Wereldoorlog ook hier nog toegepast, maar daarna afgeschaft. Men geeft daders hier vaak liever het voordeel van de twijfel. Recent zagen we nog dat de arrogante Folkert van der Graaf na een paar luttele jaren gevangenisstraf zelfs zijn beperkte vrijheid nog wist te bevechten en nu als vrij man rond loopt. Zijn slachtoffer, Pim Fortuyn, vertelde zijn moordaanslag niet na. Het ergste wat een dader kan krijg lijkt levenslang of TBS(R) te zijn. Dan kom je echt nooit meer vrij. Voelt aan als een redelijk straf in zo’n situatie, maar is het dat ook in de ogen van de nabestaanden van de slachtoffers?  Ik ben nog steeds heel boos over de gruwelijke moord op een Amerikaanse journalist die onlangs werd gepleegd door een of andere heidense barbaar van ISIS. De man werd onthoofd voor een camera. Snel recherchewerk van de Britten bracht aan het licht dat de ‘held’ die dit deed uit Engeland kwam en hij werd al snel met naam en faam bekend. Een rapper met een achterlijke cultuur die wel even zou beslissen over het leven van een ander.

Twin Towers on 9-11 Kijk, zo’n ellendeling moet je naar mijn mening opsporen en aan zijn tenen ophangen tot hij van ellende crepeert. Ben ik de enige die daar zo over denkt? Dacht het niet. Uit onderzoek rond taboes in ons land blijkt dat voorstanders van de doodstraf in ons land juist in overgrote meerderheid dit soort lieden ook echt wil zien sterven voor die daden. Maar die voorstanders zijn lang niet in de meerderheid. Je vindt er veel onder de meer rechtse conservatieve partijen. Links, pof wat daar voor door gaat,  ziet er weinig in. Die willen blijven pappen en nathouden. De ellende is natuurlijk dat veel van de mensen uit die politieke hoek ook nog eens bij jusitie terecht komt. Dat blijkt wel uit de vele buitengewoon lage vonnissen. Moord is hier goed voor tien jaar, in Duitsland kom je alleen al daarop straffen tegen die twee en een halve keer langer duren. Mag ik hier pleiten voor een status aparte voor hen die namens hun ‘heidense geloof’ moorden of verkrachten? Dan maar een taboe doorbreken, maar ik zie weinig in opsluiten van dit soort verdorven sujetten. Weg er mee. Maar wel graag na overtuigend bewijs. Dat vind zelfs ik van belang….

Vlucht KE-007

KE-007 800px-Boeing_747-2B5B,_Korean_Air_Lines_AN0600191Het gaat wellicht nu nog te ver om met zekerheid de Russische separatisten aan te wijzen als daders van het tragische neerschieten van een verkeersvliegtuig vol onschuldige passagiers. Maar men heeft in Rusland wel de schijn tegen. Immers, al eerder schoten die Russen een passagiersvliegtuig uit de lucht. Ook toen was dat een vliegtuig vol onschuldige burgers. Ik neem u mee naar het jaar 1983. Op 1 september van dat jaar knalden Suchoi Su-21 onderscheppingsjagers een Koreaanse verkeersmachine met maar liefst 269 passagiers aan boord, uit de lucht. In opdracht van de toenmalige Sovjet-luchtverdediging die meende dat de Koreanen een spionagevlucht uitvoerden in opdracht van de Amerikanen. Op de grond had men  trouwens het idee dat het zou gaan om een Amerikaans spionagevliegtuig van het type RC-135, dat bijna dagelijks de grenzen van het Sovjetrijk opzocht om zo informatie te verzamelen rond de op het schiereiland Sachalin gestationeerde raketten en duikboten.

KE-007 300px-Su-15_FlagonDe Sovjets lieten de enorme Boeing, een keer of drie zo groot als de Amerikaanse spionagekist, onderscheppen, bekijken, visueel controleren en toen alsnog afschieten. Men dacht met een gecamoufleerd militair toestel van doen te hebben. In de koude oorlog was alles mogelijk. Jammer genoeg bleek later ook dat die Koreaan in een compleet verkeerde route vloog, afweek van zijn normale vliegrichting, maar dat deze afwijking vermoedelijk technische oorzaken had gehad. Daarbij kende de Sovjets geen genade voor vliegtuigen die ongeoorloofd hun luchtruim schonden. Er bestond een officieel protocol voor, waarbij men elke indringer van hun territoriale grenzen waarschuwde dat dit zou leiden tot neerschieten. Maar kennelijk had men nooit met de optie rekening gehouden van een (vlieg)technisch falen. Zonder geweten knalde men de ‘jumbo’ af en vermoordde zo 269 onschuldige mensen. Pas na heel lang werden de brokstukken geborgen en kon men op basis van technische informatie en latere getuigenverhoren het complete plaatje in elkaar steken.  KE-007 220px-Sukhoi_SU-15TM_2008_G1De Koreaan vervoerde net als dat toestel uit Maleisië waarover we nu rouwen, mensen uit vele landen. O.a. een 60-tal Amerikanen. De reacties waren niet mals, de Sovjets hadden iets uit te leggen. Maar als we kijken naar hoe dat indertijd is afgewikkeld voorspelt dat niet veel goeds voor het onderzoek naar de daders van de raketbeschieting vanuit Oost-Oekraïne. Russen denken anders, een ander land is al snel vijandig gestemd en de dood iets waarmee men al decennia lang heeft leren leven. Toch is het wel iets om over na te denken. Twee ‘airliners’ die bruut zijn afgeschoten door dezelfde landslieden. Zit ruim dertig jaar tussen. Maar toch…..