Tachtig jaar geleden…

Op de kop af tachtig jaar geleden sliepen we op aanraden van de toenmalige minister-president nog relatief rustig in ons landje aan de Noordzee. Er was weliswaar een enorme dreiging vanuit het oosten, ons dappere leger zou ons wel verdedigen als ‘de Mof’ onze grenzen zou overschrijden. Twee dagen later, op 10 mei 1940, gebeurde dit alsnog en werd Nederland wakker in een nachtmerrie. Een nachtmerrie die niet alleen werd veroorzaakt door de Duitse legermacht die onze verdediging overrompelde, maar zeker ook omdat de linkse pacifisten in de regering van die jaren ons leger tot op het bot hadden uitgekleed. Bedenk maar eens dat de para’s die landden bij Den Haag om zo door te stoten naar het regeringscentrum, gekleed waren in Hugo Boss uniformen terwijl ons leger was gestoken in uniformen uit WO1 met windsels en allerlei zaken die onpraktisch waren in het gevecht. Het materieel was vrijwel even oud. Oude geweren, een enkele pantserwagen en kanonnen die nauwelijks effectief bleken tegen de snel oprukkende Wehrmacht.

Tanks kenden wij niet  en onze luchtmacht was jarenlang uitgekleed maar pas die laatste jaren een beetje opgewaardeerd. Daarbij was de training van onze soldaten net zo beroerd als het inzicht van de generaals. Men verdedigde het land met linies die niet waren opgewassen tegen de moderne Duitse Blitzkrieg. Er werden wel grote slagen uitgevoerd hoor. Met dank aan de dappere instelling van sommigen kwamen de Duitsers niet over de Afsluitdijk heen omdat ze onder vuur kwamen te liggen van Nederlanders in kazematten die hulp kregen van een in positie gelegde kanonneerboot van de Marine. De mariniers verdedigden de Maasbruggen onder Rotterdam zo fanatiek dat het de Duitsers veel soldaten kostte. De uitgedunde luchtmacht was zelfs nog in staat om heel wat Junkers transportvliegtuigen met manschappen en materieel aan boord uit de lucht te schieten of op de grond te vernielen. De Grebbelinie bleek slecht maar wel met de moed en wanhoop verdedigd te worden. Maar de overmacht was domweg te groot. Binnen de kortste keren waren de vliegvelden uitgeschakeld en trokken de Duitse troepen om sommige verdedigingslinies heen.

De regering, inclusief koninklijke familie vertrok al snel naar Engeland en liet de verdediging van het land over aan het opperbevel van het leger. En daar had men al snel door dat de Duitsers er alles voor over hadden om ons land op de knietjes te krijgen. Zelfs terreurbombardementen zoals op Rotterdam werden niet geschuwd. Vijf dagen later was het over. Nederland werd ingelijfd bij het Duitse Rijk ren de soldaten geinterneerd. Geen schijn van kans gehad. Slachtoffer van een regering die liever bezuinigde en vasthield aan de lijn van socialistisch denken over dreiging en terreur. Wie aardig zou doen, had vermoedelijk geen last van de Duitse dictator. Dat viel zeer tegen. Met een schok werd men wakker. Maar veel te laat. En de lasten van de oorlog kwamen op de schouders van de bevolking. Met name joodse burgers, communisten en dwangarbeiders werden de slachtoffers. 10 mei 1940! Lang geleden alweer. Maar hebben we er van geleerd? Ik vrees van niet. Nog steeds zijn we niet uitgerust voor een aanval door wie of wat ook. Bezuinigingen hebben hun tol gevraagd. Komt de vijand houden we het weer een dag of vijf vol. Zouden Rutte en c.s. de koffers ook al klaar hebben staan? Zou zo maar kunnen. En ingewikkelder….de dreiging zit overal. Niet alleen meer in het oosten. (Beelden: Internet)

Aanrader van jewelste; Nationaal Militair Museum!

WP_20150219_001Nederland kent een grote geschiedenis waar het onze krijgsmachten betreft door de eeuwen heen. En die geschiedenis werd op een paar verschillende plekken, zeer terecht, uitgestald en aan het publiek getoond. Opdat wij niet vergeten en ook ons niet nog eens laten ondersneeuwen door hen die menen dat als de vijand komt je maar het best de handen omhoog kunt doen en met een witte vlag wapperen. Hoe dan ook, twee grote museale organisaties werden onlangs samengevoegd. Het Legermuseum in Delft en het Militaire Luchtvaart Museum in Soesterberg/Kamp van Zeist. De Koning opende het nieuwe onderkomen voor deze nieuwe expositie op de vroegere vliegbasis Soesterberg eind vorig jaar en onlangs vond ik zelf de tijd rijp om ook eens te kijken wat daar zoal te zien was. Nou, dat viel niet tegen. Dan druk ik me nog bescheiden uit. Een prachtig gebouw, een park vol (ook voor kinderen)aantrekkelijkheden, platforms met nog wat grotere buiten geparkeerde vliegtuigen, een koffiecorner en een (goed geoutilleerd) restaurant.

WP_20150219_031De expositie is omvangrijk, mooi uitgestald, maar grijpt je niet naar de keel zoals ik door het enorme aanbod daar ondervond in Overloon vorig jaar. De ruimte in het gebouw is groot, men heeft ook heel wijs gekozen om de nodige vliegtuigen aan het plafond te hangen en als je de juiste route volgt (of vindt) is er een zekere logica in de ontwikkeling van de eerste Brik van Farman tot de laatste F16 van de Koninklijke Luchtmacht. Ook voor de legerexposities geldt dit. Je moet je route even zoeken en dan volgen. Van de eerste pijl en boog tot de laatste lichtgewicht geweren. Er zijn veel zaken die voor kinderen fantastisch zijn. Simulators, maar ook een aantal dingen die je kunt uittesten op een maliënkolder of harnas. Je krijgt films te zien over verleden en heden, de verbinding met het Koninklijk Huis, kortom, het is best een paar uur werk om alles eens goed te bekijken.

WP_20150219_020Jammer is wel dat men bij de inrichting heeft gekozen voor veel grijs en kaal beton. Dat oogt wonderlijk en soms wat saai, maar op de trappen is dat materiaal i.c.m. de kleur zelfs een beetje link. Er moet kennelijk ook nog wat illustratiewerk verzet worden, want bij sommige vliegtuigen staan geen bordjes, terwijl dit bij andere wel goed is geregeld. Ook een echt goede route-aanduiding zou handig zijn. En dat geldt zeker ook voor de af- en aanvoerroutes buiten want daar moet je echt wel een beetje de weg kennen of je TomTom juist instellen. Parkeren is er gratis, maar het parkeerterrein ligt wel wat ver weg voor hen die slechter ter been zijn. Wel goed is dat die parkeerplekken ook nog eens bewaakt worden door vrijwilligers. Die zelfde categorie kom je binnen ook tegen. Keurig in pak gestoken en met vaak een goed verhaal. Er zijn rondleidingen mogelijk. Toiletten en liften genoeg, er is een (vrij dure)shop en je kunt je jas en/of rugzak keurig opbergen in (gratis) kluisjes.

WP_20150219_046Fotograferen mag, maar flitsen niet. Dat laatste snap ik niet helemaal, want bij een zonnige dag valt er zoveel licht binnen dat die slechter is voor de lak of schilderijen dan een flitslampje van een smartphone of fototoestel. Hoe dan ook; een aanrader van jewelste dit museum. Meer dan de moeite waard. Voor Museum-Jaarkaarthouders is de toegang ‘gratis’, voor volwassenen is de toegang een tientje. Maar dat is echt geen geld voor het gebodene. Op enige afstand zag ik nog wat  ‘opknappertjes’ staan. En op de begane grond van het museum is nog ruimte over voor wat extra ‘exponaten’. Kortom, dit museum komt bij mij op het lijstje van regelmatig te bezoeken gebouwen. Leuke ervaring!