Uitstoot!

Op het moment dat ik dit verhaal aan mijn blog toevertrouw is het woord ‘stikstofuitstoot’ (aardige woordwaarde bij Scrabble) zeer actueel. Een uitspraak van de Raad van Staten over dit onderwerp zorgde er voor dat minimaal maar liefst 25.000 infrastructurele werken niet meer zouden kunnen worden uitgevoerd. Maar vermoedelijk zou bij strenge handhaving van die uitspraken het land min of meer tot stilstand komen. Opmerkelijk, omdat de klachten over deze projecten kwamen van een zeer bescheiden maar fanatieke actiegroep die vooral bestond uit mensen met de weinig echte hobby’s en een overvloed aan vrije tijd. Net als de moordenaar van Pim Fortuyn bestudeerden zij 24 uur per dag elke letter in de wet waarmee zij de moderne samenleving tot stilstand zouden kunnen dwingen. Dwangmatig van zichzelf, links van gedachte, groen van actiebereidheid.

Cijfers die afgelopen maand september over het onderwerp naar buiten kwamen maakten duidelijk dat 45% van alle stikstofuitstoot kwam uit de agrarische hoek. Nog een fiks percentage kwam uit de industrie en 16% uit de totale verkeerssector. Maar ook nog eens 16% waait vanuit het buitenland ons land binnen. Opmerkelijk dat de actiegroepen, aangevuld door groene knokploegen en overwegend linkse media zich vooral richten tegen symbolen van moderne tijd als het luchtverkeer en uiteraard uw en mijn auto. Focussen op steedse onderwerpen en voorbijgaand aan bronnen van uitstoot die elders te vinden zijn. Nog erger was dat men in linkse kring (inclusief de omroepen) die buitenlandse uitstoot uit de statistieken wegpoetste. Wil men niet op gewezen worden. Immers….daar valt geen belasting op te heffen.

Op vliegtickets en auto’s wel. Niet om het milieu te redden maar om leuke dingen voor met name de nieuwe mensen te doen. Want groen kan uitermate dubbel redeneren. Een eigenschap die men koppelt aan het geweldige talent tot liegen. Nieuwe mensen worden hier onthaald of ze Sinterklaas zijn zo lijkt het. En omdat iedereen recht heeft op een woning worden deze mensen daar met alle middelen bij geholpen. Of ze nu een verblijfsvergunning bezitten of niet. En die woningen worden gebouwd in… het groene land. Want daar is nog plek.

Groen is goed voor het milieu, maar nee, als het moet dan breken ‘we’ dat af en knallen het land vol met huizen. Om al die toestroom humaan op te vangen. Hoezo humaan? Mensen zelf zijn in alles wat ze doen, zelfs bij het uitademen, verantwoordelijk voor een belangrijk deel van die uitstoot. Net als dieren, maar ook de oceanen, de vulkanen (een enkele vulkaanuitbarsting zorgt voor een enorme milieubelasting, elk jaar barsten er echter tientallen uit…)dragen hun stikstofsteentje bij.

Hoe het toch komt dat linkse mensen zo’n afkeer hebben voor alles wat modern is en een multiculturele samenleving omarmen die de bestaande moet vervangen is mij een raadsel. Ik krijg er ook steeds meer afkeer tegen. Partijen als D66, PvdA en vooral Groenlinks zie ik als Nederland-vijandig, en zal er nooit op stemmen of ook maar een enkele uitspraak van hun partijleiders geloven. De dubbele agenda is mij wel heel duidelijk van die lui. En die is verstikkend. Omdat ze de waarheid niet vertellen en als het zo uitkomt ook verbloemen. En dat op vele terreinen. Niet alleen bij dat stikstofdebat. Kortom, geloof niet alles wat je van deze lieden hoort. Trek je eigen plan en kijk eens verder dan ons neus lang is. Pinoccio kreeg een lange neus als hij leugens vertelde. Bij linkse politici zie je die groei niet meer. Zelfs daarop is men getraind….(Beelden: Yellowbird-archief)

Kleur bekennen…

Vraag de gemiddelde Nederlander eens naar zijn idee van hoe hij/zij zelf wordt gezien door anderen en je krijgt al snel het idee dat iedereen opvallend is, kleurrijk en avontuurlijk. In de praktijk van alle dag valt dat zeer mee. De gemiddelde (geboren en getogen) Nederlander is min of meer een grijze muis en houdt vast aan traditionele zaken, aangevuld met nieuwe impulsen vanuit de jeugd van tegenwoordig of toegankelijk gemaakt door moderne massamedia. Als je in de jaren 60/70 zag hoe onze huizen waren ingericht, met name het kleurgebruik was opvallend, weet dat we tegenwoordig met onze bruin/wit/grijze tinten echt op een ander spoor zitten. Niks mis mee, maar Nederlanders blijken nog steeds vooral te gaan voor ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. Dat is op zich geen reden voor paniek of zo maar duidt wel op weinig avonturenzin.

We werken graag, we genieten van onze vrije tijd, ons gezin, de vrienden, de dieren. We kunnen eindeloos kakelen over politiek, over het voetballen of de prestaties van een of andere plotseling in de belangstelling staande volksheld, maar verder trekken we ons net als slakken terug in onze huisjes. En nu we het daarover hebben, onze huisjes hebben we ook op wielen beschikbaar en dan toch het liefst in een tamelijk zakelijke en opvallende kleur; grijs! 34% van de Nederlandse automobilisten kiest voor die kleur. En daarmee bekennen we meteen mijn stelling. Die Nederlander is geen opvallend menstype. Want de volgende kleur op het voorkeurlijstje is zwart (24%), gevolgd door blauw (15%). Bij de meer opvallende kleuren zien we geel staan met maar 1% van de Nederlanders die dat als voorkeur geeft. Of Beige waar evenveel mensen voor gaan. Blijft toch bijzonder. En juist die mensen zetten zich weer af tegen hen die gaan voor dat grijze gemiddelde. Ze willen opvallen, aandacht, laten zien dat zij zich niets aantrekken van de buitenwacht. Of ze dat dan ook thuis stringent doorvoeren is de vraag. Je moet het niet overdrijven natuurlijk. We blijven Nederlanders tenslotte.

En o ja, als we dan kiezen voor een grijze of zwarte auto is die in bijna 38% van de gevallen van Duitse herkomst. Op afstand gevolgd door Franse liefhebbers met dik 19% en Japan waar 15,5% van de mensen voor gaan. De toch altijd voor levensstijl staande Italianen zijn nog maar bij 2,1% van de Nederlanders in trek. Liefst in opvallend rood wellicht. Wat bij kleurkeuze nu net weer niet meer dan 7% van ons Nederlanders trekt. Kortom, hoeveel selfies je ook maakt, in wezen zijn we gewoon maar gemiddelde mensen met een standaard smaak. En o ja, voor u denkt, die mening gever is dat dan een uitzondering? Nou…ik ga nog steeds voor Tsjechisch (4,2%) en koos de laatste keer voor blauw. Beetje een twijfelgevalletje dus… (Beelden: Yellowbird/Audi/smart/Skoda)

Bakken…

Wie mij de afgelopen jaren regelmatig heeft gevolgd weet dat ik niet zo van de stranden ben. Hoe fraai het weer is, hoe warm ook, laat mij maar in de schaduw zitten of lopen. Lekker in de relatieve koelte, niks zand en verbrande lijven. Ook al zijn sommige van die lijven het aanzien meer dan waard, daar hoort het mijne niet bij. Ik ben bijna van het Brits-transparante huidtype, dus wit van kleur en kan slecht tegen de invloed van de zon. Die volgens alle milieugekkies en andere onheilsprofeiten toch al een slechte invloed heeft op onze lijven als we er te veel gebruik van maken. Die zon is onze bron van bestaan, maar je hoeft de affectie niet te overdrijven. Toch heb ik in het verleden best vaak stranden bezocht, er zelfs op gelegen. In de tijd dat dit nog een echt uitstapje was. Zandvoort was de standaard badplaats van de gemiddelde Amsterdammer, Bloemendaal voor het iets chiquere deel van de bevolking en veel Noord-Hollandse badstekken voor hen die al dan niet in een vakantiehuisje of caravan van de zomer(vakantie) genoten. Meestal bleef het voor mij persoonlijk bij een haat/liefde-verhouding.

Ook in het buitenland wilde ik wel eens een enkele keer het strand uitkiezen als bestemming. Meer voor de andere leden van ons gezin dan voor mij zelf. Ik was en ben niet zo van het Spaanse of Turkse. Portugal kon me meer bekoren. De Algarve met haar toen nog vaak wat ongerepte witte stranden waar langs rode rotsen en groene bomen of struiken prachtig combineerden met de blauwe zee en dito luchten. Ik kwam er dan nog wel eens chocoladebruin vandaan. All-over, dat spreekt, want bloot was toen nog niet taboe. Heel anders verliep mijn strandervaring op het op zich erg fraaie eiland Grand Canaria. Playa des Ingles als onze verblijfstek (helemaal fout in veel opzichten) en een soort woestijn om de hoek. Ook daar kon je in de blote billen over het enorme strand paraderen, was vrij normaal nog toen, maar de invloed van de zon was zo rond of op de evenaar van een ongekende en andere orde. Blaren op de voeten en een vuurrode huidskleur. Britser kon niet. En daarover gesproken….dat eiland werd overstroomd door Britten die met name ‘s-nachts tot leven kwamen en zich zes slagen in de rondte dronken.

Overdag vielen ze dan massaal op het strand in slaap en waren echt doorgebakken als ze wakker werden. Zoveel ‘gekookte menselijke kreeften’ als toen zag ik nooit eerder. Wat die lui soms bezielde was me een raadsel. Was ik nog een kind bij. Gelukkig maakten we veel gebruik van de regionale bussen, excursies en wandelden ons mal in de zon, maar dan zag je meer dan dat wat Adam en Eva elkaar in het Paradijs toonden. Het bleek leuker te zijn dan gedacht, maar dan moest je wel weg van die stranden. Nog steeds ben ik een beetje ‘anti-strand’ als het er op aankomt. Al is een wandeling in het najaar over een strand dat leeg is en min of meer bevolkt door de bij die omgeving behorende dieren nog wel aantrekkelijk. Met onze lieve hond Purdy wandelden we nog wel eens door duin- en strandgebied bij IJmuiden. Dat was altijd leuk. En je kon dan ergens koffie drinken in een strandtent die ook honden welkom heette. Dat waren nog eens tijden…. Maar voor de rest? Dakje, airco, koelte, boek, ontspanning. Of een stedentrip(je). Meer heb ik niet (meer) nodig. Later vertel ik daar meer over! Dus…braden jullie maar lekker. Ik zal het niet nadoen en ben ook niet jaloers. (Beelden: Yellowbird archief)

Leven met de vliegende pijl – 3 – Reizen en trekken….

Voordat ik chronologisch nog even verder ga met beschrijven van al die Skoda’s die mijn leven beheersten (..) wellicht even goed om aan te geven waaraan die eerste auto moest voldoen en wat er zoal mee werd gedaan. Natuurlijk diende hij voor het woon-werkverkeer dat in die dagen nog vooral plaatsvond tussen de nieuwe Amsterdamse wijk Bijlmermeer en mijn werkplek op Schiphol. Maar we deden er flink meer mee. Ritjes naar en in Duitsland waren in die jaren ook al regelmatig aan de orde van de dag, week of maand. We hadden er familie wonen van mijn vrouw en die zetelden allemaal in het Ruhrgebied. Dus we gingen nog al eens op en neer. Maar ook een vakantietripje naar Moezel en Rijnland werd met de rode Tsjech keurig, zuinig en veilig uitgevoerd. Hellingen waren soms best een uitdaging, maar met vier man en een pak bagage kwamen we altijd boven en vertraagden ons op de motor en het gescheiden remsysteem ook weer veilig een weg naar beneden. Ook al was de auto in die jaren gevoelig voor onderhoud, ging er van alles en nog wat aan stuk (niks bijzonders in die dagen, want de meeste wat goedkopere auto’s waren zo in elkaar gestoken dat je bijna constant bij de garage stond..), als het er op aan kwam deed de ‘rode’ wat ik er van verwachtte. (Foto: De gele Skoda S100 die ik gebruikte van 1973-76 was van een heel andere orde dan zijn rode voorganger) 

Twee keer stond ik er in de 2,5 jaar gebruik onderweg mee stil. Een keer vlak bij Amstelveen toen een klein palletje van de rotor in het ontstekingssysteem afgebroken was. Precies halverwege werk en thuis. De wegenwacht kwam en repareerde het onderdeeltje met plakband. Ik kwam er mee thuis en de volgende dag naar de dealer. Onderweg in Duitsland staakte op enig moment het gaspedaal elke functie. De gaskabel (jaja, toen ging dat nog zo..) was precies bij het mechaniek achter het pedaal los geschoten. Met wat moeite en gevloek kon ik dat zelf repareren. Verder deed ik met de rode Skoda nog het een en ander voor het werk. We hadden indertijd nog wel eens wat te doen in Maastricht en dan reed ik met de rode Tsjech even op en neer. Er stond een aardige onkostenvergoeding tegenover, en dan kwam je met die Tsjechische auto’s aardig uit. Met de tweede Skoda, een okergele, die ik vanaf de zomer van 1973 tot mijn beschikking kreeg na inruilen van de rode, ging het eigenlijk precies hetzelfde als bij die eerdere S-100. Met een verschil. Of het nu in de kleur zat of in verbeterde kwaliteitszorg in het Tsjechische Mlada Boleslav, die gele auto was bijna een klasse beter. Hij reed fijner, was absoluut pechvrij, roestte minder en was op een of andere manier veiliger. (Op de foto met de rode Skoda in 1972 samen met de opa van mijn vrouw met wie ik een prima band had. Samen in Bottrop (D)) 

Toch ging ook hierbij de kilometerstand vrij hard omhoog, zodanig zelfs dat ik na een jaar of 2,5 weer dacht aan opvolging. Nu moest er maar eens een luxe en snelle versie komen. Skoda had die in huis met de S-110LS, een auto met een 1100cc motor die men wat had opgepept en die extra luxe was uitgerust. In de neus zat o.a. extra verlichting, die vooral goed was om anderen even een signaal te geven dat je er met de Skoda langs wilde. De auto bezat zelfs interval op de ruitenwissers……Kortom, een aantrekkelijk auto voor een Skodafreak zoals ik. Nieuw was hij wel wat boven budget, maar met wat steun van links en rechts uit de familie en het nodige gespaarde eigen geld kwam de nieuwe okergele LS medio 1976 in gebruik. Het was precies een jaar voor de opvolger van deze reeks zou worden verkocht, maar dat wist ik toen nog niet. Met de LS voelde ik me King-of-the-road en gedroeg me ook zo. De auto was vlot genoeg om er mensen mee te jennen die in langzamere modellen voortbewogen en de kleur opvallend genoeg om anderen te irriteren. Toch bleek het een prima wagen, die nog eens extra was uitgerust met een geweldige radio en zelfs bij bestelde mistlampen onder de voorbumper. (Foto: De S110LS uit 1976 was een lekker opgetuigd exemplaar dat buitengewoon goed reed) 

Al dat licht in een keer aanzetten was niet zo handig, want dan stotterde de motor onderweg…..Werd later trouwens keurig door de dealer opgelost. Die had ook op voorhand de startmotor voorzien van een andere (Bosch)bendix, waardoor uitval van die dingen niet meer kon plaatsvinden. Een euvel dat ik bij beide voorgangers wel had meegemaakt en kennelijk een echte Skoda-typische storing was in die periode. Het was een genoegen om met de LS op de Duitse Autobahnen of Franse snelwegen te rijden, plankgas reed je de wijzer zowat uit de teller en dan wees dat ding echt iets van 170km/u aan. In het echt zal het wel iets minder snel zijn geweest, maar voor een Skoda uit die dagen was het supersnel. Jammer was wel dat de ook extra ingebouwde oliekoeler telkens zorgde voor flinke lekkages. Op een ritje naar Parijs raakte het blok zowat compleet leeg. Werd de motor warm liep het smeerspul zo langs de afdichtingen…Werd later afgekoppeld, probleem opgelost! Wordt vervolgd. (Beelden: Yellowbird archief – Alle teksten zijn eigendom van de auteur) 

Bloed tappen…

img_0630Dat blijft toch bijzonder met die artsen in dit land. Zodra je met wat ook hun kant op komt schrijven ze vrijwel direct een verwijsbrief uit voor een bezoekje aan de familie van Graaf Dracula die met enige belangstelling hun tapuitrusting in je lijf steken om zo jouw bloed tot zich te nemen voor nader ‘onderzoek’. U snapt vast wel wat ik bedoel. Onlangs ging er iets in mijn lijf tekeer dat zich in al die jaren daarvoor nooit had voorgedaan. Alsof er een bougie te veel vonken af gaf waardoor de motor die ons aller leven in stand houdt een tandje bij liep. Nu verkeer ik met dank aan een vrij gematigde (..) levensstijl in aardige conditie. Benauwd was ik niet bij het kilometers wandelen en trappen op of afrennen. Nee, alleen die overslag die het een paar dagen vol hield. Ga dan maar niet Googlen mensen, want je schrikt je gek of maakt je tenminste ongerust. Ik in ieder geval deed dat wel en sprak toch maar af met de altijd lieve huisarts waar ik alleen heen ga als het echt niet anders meer kan.

15BloedPrikken.jpg

Die nam mijn klacht serieus, luisterde met een glimlach naar mijn uitleg en toen met een apparaat naar mijn hartslag. Zij hoorde de oprispingen, begreep de ongerustheid maar maakte daar meteen gehakt van. Nee, het was niets ernstigs. Maar mijn bloeddruk was wat hoger dan gemiddeld (logisch als je barst van de zenuwen) en dat vond ze reden om toch eens te kijken naar cholesterol- en suikergehalte. En dat onderzoek moet plaatsvinden door die familie van……. Gelukkig had het geen haast. Nou dat laatste excuus gebruikte ik tot onlangs. Dik na de feestdagen moest ik er alsnog aan geloven. Gelukkig was de dame die namens Dracula haar taak verrichtte van de buitengewoon plezierige, zeg maar, charmante soort en stelde me op mijn machogemak.

img_0629Had daar de bloeddruk zijn gemeten was die vast extra hoog geweest. Niet direct door haar verschijning, hoewel het vast heeft bijgedragen, maar vooral door dat getap. Ik ben er niet van en kijk er ook niet naar. Op een nuchtere maag zijn er leukere zaken om te consumeren. In ieder geval is het gedaan en moet ik wachten op de uitslag. De Huisarts wil aan de hand daarvan een ‘behandelplan’ opstellen. Ik ben zelf daarmee alvast begonnen. Helemaal geen suiker meer in de thee, minder vet of tussendoortjes en nog wat meer bewegen. Ik weet het allemaal zelf wel en was al zo aardig onderweg. Als dat hart me niet in de war had gebracht. En opmerkelijk, een dag na mijn bezoek aan de huisarts, eind vorig jaar, was de kwaal weg. Net zo plotseling als die was gekomen. Dus…hoezo behandelplan? (Beelden: Internet)

Patser – al weer een jaar in de poezenhemel…

OLYMPUS DIGITAL CAMERADat de tijd vliegt is wel duidelijk. Dat ontdekte ik toen ik in mijn agenda terugkeek naar vorig jaar en zag dat we juist vandaag alweer een jaar geleden onder vervelende omstandigheden afscheid namen van onze stoere rode kater Patser. Een naam die paste bij een dier dat vooral voor zijn eigen zus een stevig imago kon opzetten, de vroegere huishond met simpele gebaren (een opgeheven poot was voldoende..) uit diens mand kon verjagen om daar dan zelf in te gaan liggen, maar voor ons ‘baasjes’ een schat was. Hij was ondanks zijn naam een watje, een kater ook met een hoop problemen die hem vanaf zijn jeugd achtervolgden. Zijn laatste momenten waren buitengewoon akelig en dat staat me nog bij als de dag van gisteren. Een spoedkliniek is geen plek om in alle rust afscheid te nemen van een dier dat je zo koestert en waarvan je het idee hebt dat hij altijd bij je zal blijven.

Patser 011006-PA010007 (2) Maar zo zit het leven niet in elkaar. Dat leven is soms wreed. Kent geen genade en dat laatste moet je dan zelf waar nodig  zoeken bij de medische wetenschap. Een jaar alweer, jemig, ik zucht als ik er over schrijf en er aan terug denk. Na lang aarzelen zichten we naar een opvolger, zonder poezen of katten is voor ons geen optie. En bedachten dat onze nieuwe Pixel met zijn karakter en zwarte huid prachtig had gecombineerd met Patser. Samen hadden ze hier de boel wel kunnen controleren dunkt mij. Jammer dat het anders is gelopen. Intussen hebben we de as verstrooid. Op een plekje dat paste bij zijn voorkeuren…in de tuin waar hij zo graag luid miauwend rond liep. We missen hem nog steeds. Zo gaat dat bij een indrukwekkende verschijning. Maar wat hadden we hem graag een langer leven gegund in een goede gezondheid. Jammer dat het maar zo kort duurde (in onze beleving) dat we hem bij ons hadden….