Hondenpraat…

De vrouw die aan een tafeltje tegenover me zat in het restaurantje waar we nog wel eens neerstrijken voor een eenvoudige doch voedzame tosti met thee, zag er uit alsof de liefde voor een belangrijk deel aan haar voorbij was gegaan tijdens haar intussen toch wel wat gevorderde leeftijd. Zij zat samen met haar moeder, een dame van dik in de tachtig, ook wat lekkers te eten en dronk daarbij een rondje of drie koffie met slagroom. Het was aan haar figuur niet te zien, want best mager. Het wat grauwe uiterlijk werd nog wat versterkt door haar kledingkeuze. Tijdens een regenachtige dag zou je haar buiten op straat niet kunnen onderscheiden van de grijze achtergrond. Ze praatte relatief luid met haar moeder. Die gaf op alles vaak instemmende antwoorden. Maar bij het gesprek wat de vrouw toch vooral met zichzelf voerde betrok ze actief ook haar kleine hondje. In een boodschappenwagen naast haar zat dat diertje te kijken naar wat er zoal aan eten en drinken naar binnen ging. En omdat hij ook af en toe een lepeltje slagroom kreeg om af te likken, was hij een al al hondenoor als de vrouw weer eens het een en ander beweerde.

Want een fijn leven had ze niet. Dat bleek wel. Als zij het licht aan stak thuis sloegen de stoppen door, zij gaf doktoren die haar moesten helpen met haar vele klachten, steevast het advies om een andere baan te zoeken. Met de huisbaas lag ze overhoop en dat alles georeerd met een wat scherpe harde klank in de stem. Haar leven leek geen groot genoegen. Geen wonder dat de meeste prinsen op die bekende wit gekalkte paarden door waren gereden. Maar haar stem kreeg een heel andere klank als ze met de hond praatte. Gewoon tijdens het gesprek met haar moeder. Op een manier zoals een liefdevolle moeder praat met een klein kind. Het diertje spitste dan de oren en deed of het hem interesseerde wat vrouwtje hem allemaal vertelde. Zij vroeg ook telkens om bevestiging van het vierpotige langharige minihondje. ‘Ja toch he? Dat zei het vrouwtje….’. Haar moeder knikte dan net als de hond instemmend.

Het was een triogesprek met wonderlijke deelnemers. En ik keek en luisterde en genoot. Want hoe anders zou het leven zijn verlopen van deze vrouw als ze wel de aandacht had gehad van een liefhebbende man? Of zou er wel een zijn geweest maar was die op enig moment op de tram gestapt en nooit meer teruggekomen? Alles kan. Ik had een minuut of 15 de gelegenheid om haar te observeren. Grauwe huid, ongekamd wat grijzig haar, grijze regenjas, een blik in haar ogen zonder enige diepgang. Een gefrustreerd menstype dat als zo vaak haar affectie ergens vandaan toverde en richtte op haar huisdieren. Op enig moment gingen ze er vandoor. Met een klotsende buik zou ik denken. De oude moeder kwam kreunend overeind. Haar dochter duidelijk kwieker. Maar ze keek verder niet om naar de oude dame. Druk als ze was om haar ‘Fikkie’ uit te leggen dat ze nu naar de super zouden gaan en zo meer. Het hondje kwispelde. En daarom gaf ze hem een dikke kus op zijn kopje. Liefde, het komt in alle vormen, soorten en maten…(Beelden: Internet)

 

Jarig

Ik kan mij nog goed die vroegere edities herinneren van het jarig zijn. Feestjes waar je als kind aardig door van de leg kon raken. Immers, in die vroegere jaren was verwennen geen normaal gedrag binnen hard werkende gezinnen waar geld verdienen nog wat meer voor de toekomst was weggelegd. Maar die verjaardagen waren feestjes. Je kon er meestal ‘s-nachts slecht van slapen. Hoopte op een stukje extra aandacht, op een taartje of een erg aardige cadeautje. Want ook dat was natuurlijk niet zo maar een vaststaand gegeven. Kinderen van nu menen al snel dat zij recht hebben op de inhoud van een half filiaal van Bart Smit of Intertoys, maar in onze jonge jaren was je al blij met een enkele Dinky Toy. En gelukkig kwamen die er ook altijd. Gekoesterde modellen die ik in veel gevallen nog steeds bezit. Hoe fraaier dat model, hoe meer je te melden had als later op die dag de familie voorbij kwam. In ons gezin was die familie niet zo groot, maar wel gretig waar het ging om informatie inwinnen over hoe het ons verging.

Hoe beter het gezinsinkomen aan onze kant ontwikkelde hoe zuurder er aan de andere kant van de familie werd gekeken. En wij waren zodanig geindoctrineerd dat we dan in ons kindervuistje lachten om die afgunst. Immers, in de rest van het jaar was het bepaald geen overbodige luxe allemaal. Maar dat ophouden van het imago was altijd belangrijk. Later werden de verjaardagen minder belangrijk. Ik zag zelfs een aantal jaren af van viering, omdat we dan mensen op bezoek kregen die net als vroeger alleen maar kwamen kijken hoe het ging en of we niet te veel kapsones hadden ontwikkeld. In onze families een doodzonde. Doe maar gewoon en zo. Maar de vrienden die we ook toen al koesterden waren veelal meer dan welkom. De cadeau’s daarbij minder belangrijk dan in mijn jeugd. Toen we iets ouder werden werd de verjaardagviering een blijmoedig onderdeel van de vrije tijd.

Die schaars was geworden door het vele en harde werken. En nam ik meestal een drankje om het feit te vieren dat ik er nog was. Zeker na rampjaren (zoals in 1988 toen we met veel narigheid te maken kregen) koester je toch het feit dat je weer een jaartje ouder mocht worden en de gezondheid jou niet in de steek liet. Ook als je iets meemaakt wat heftig is (zo viel ik net voor de Kerst van de trap die onze derde met de tweede verdieping verbindt en ik daarbij alle dertien treden pijnlijk beroerde en en-passant ook nog een leuning sloopte) bedenk je je wel dat het nooit zeker is dat je die volgende verjaardag zo maar automatisch mag meemaken. Kortom, als je dan jarig bent moet het gevierd. En dat doen we morgen. Op de zesde! Het aantal kaarsjes wordt telkens groter, maar mij hoor je niet klagen. Ik vrees wel dat die Dinky Toys er niet meer inzitten dit keer. Zijn andere dingen voor in de plaats gekomen en ach….die modellen koop ik tegenwoordig zelf. In veel te grote aantallen, de familie zou er van opkijken!!

Clubmensen

308tAls een ding me wel duidelijk is geworden in mijn leven tot nu toe dan toch wel dat ik geen type ben voor verenigingen, clubs of groepen van gelijkgestemden. Of het nu gaat om kerk, beroep of hobby, altijd staat me de cultuur binnen die clubs enorm tegen. Familietrekje, geen van de mensen uit mijn bloed gebonden omgeving is actief lid van wat ook. We zijn veel te sterke individualisten. Overtuigd ook van eigen ervaring, kennis en richting en niemand nodig om de dobber drijvende te houden als het daarom gaat. Ik kijk dan ook altijd met enig dubbel gevoel naar hen die dat wel vertonen. Die kunnen zwijmelen bij het idee dat er een enkele god bestaat die alles stuurt. Die het heerlijk vinden om samen naar ‘de voetbal’ het zwemmen of pakweg golfspel te gaan. Of die het leuk vinden om de Suzuki of Harley uit het vet te halen en dan hele toertochten te kunnen houden. Nee, ik behoor daar niet bij. De keren dat ik mij wel aansloot bij soortgelijke clubs was ik er relatief snel klaar mee. Zo herinner ik mij een vereniging waar ik dolenthousiast lid werd gemaakt door een aantal modelbouwers van de bovenste plank.

HPIM1718De International Plastic Modellers Society trok mij binnen. Internationale groep lieden met maar een passie; modelbouwen! En dat deed ik in die jaren met verve. Met een collectie van (toen) pakweg 1000 modellen kon ik aardig meekomen dacht ik. Maar dat pakte anders uit. De clubleden hielden een paar maal per jaar bijeenkomsten en dan toonden ze hun nieuwste aanwinsten en wat ze er van gemaakt hadden. Ik ook! Wist ik veel. Mijn manier van modelbouwen viel niet in de goede aarde. Ik maakte geen militaire voer- of vliegtuigen vol met miniatuur bommen en granaten. En tja, met een DC-8 of zoiets had men niks. Het bestuur bleek ook te bestaan uit veel pratende mensen met te veel vrije tijd, kortom, ik trok aan de stutten. En zo ging het met de sport, met het werk, ik ben geen lobbyist, het is zwart of wit, en grijs is niet mijn tint, en ook voor de andere gektes die een mens als ik er op na kan houden.

Boksen 4Nu is er op Facebook een hele verscheidenheid van groepen te vinden waar je je heil kunt zoeken als je meent dat het iets toevoegt. Geldt ook voor Linkedin. Ik werd lid van diverse. Maar ergens borrelt er al weer iets in me….Ik lees de diverse commentaren, ik volg de discussies (doe zelf ook nog wel eens mee) en krijg langzaam al weer tabak van al het gedoe. Waarom neigen mensen toch altijd tot het aanvechten van de waarde van anderen? Kennis lijkt er niet toe te doen. Net of al die clubleden iets autistisch hebben. Gefocussed op zichzelf, het eigen verzamelde, de CV, werkervaring of wat ook. En dat de ander dan ontzeggen. Zou het gewoon menselijk gedrag zijn? Ben ik vast een alien. Laat mekaar in de waarde en geniet van het samenzijn zou ik denken. En wie dat niet wil, mik jezelf van de ledenlijst en ga je vrouw of vrienden pesten. Doe ik al jaren, en bevalt prima!