Auto en milieu…

Auto en milieu…

Denk na het lezen van de koptitel nu niet dat ik hier een verhandeling ga houden over het slechte van de auto of ons aller keuze (in meerderheid) voor dat vervoermiddel ten opzichte van het milieu. Want ik ken wel 100 argumenten om al die criticasters van ons aller vervoer meteen te doen zwijgen. Maar dat was niet de opzet van dit blogverhaaltje. Nee hoor, het ging over de tijden dat hele volksstammen nog een auto wilden kopen en bezitten en men er veel voor over had om er aan te komen.

Hoe beroerd het sommigen wellicht economisch ook ging. Indertijd zat ik zelf in dat autowezen en bediende een Amsterdamse (en meer) clientele met wagens van Tsjechische, Koreaanse of Japanse herkomst. (Even los van de tweedehands wagens van allerlei pluimage). In het vak telden eigenlijk drie dingen als belangrijke verkoopargumenten. 1. de prijs van de aangeboden waar.

Gemiddeld zaten die Tsjechen op dat punt onder de Koreanen of Japanners maar het waren natuurlijk ook volkomen gescheiden doelgroepen. 2) Verbruik en algemene kosten. Een auto is een ding dat heel duur kan worden als het onderhoud vaak moest worden doorgevoerd en de eigenaar van een tankstation je beste vriend werd. 3) Veiligheid. Immers een stevige botsing kan zo maar het verschil maken tussen leven en dood. Het klimaat of milieu speelde in die jaren geen enkele rol van betekenis al was er wel een discussie gaande over nut en noodzaak van loodhoudende benzine. Dat was wel een smerig goedje waarmee de vervoerswereld het al een jaar of 80 moest doen, maar waar we als kritische mensheid toch van meenden dat er iets aan moest gebeuren.

De loodvrije benzine met een wat lager octaangehalte deed dus indertijd haar intrede. Niet dat de meeste auto’s daar goed tegen konden, maar toch. Wij maakten als professionele dealer zelf werk van het fenomeen. Pasten de klepzetels en cilinderkoppen bij sommige modellen vooraf aan, zodat de te verkopen auto een USP (extra toegevoegde waarde) verbeeldde. En dat werkte prima. Loodvrije benzine was goedkoper en bij een gemiddeld verbruik van 1:14 (toen de norm) scheelde dat snel veel geld op een tank.

Veiligheid gebruikten we ook als argument. Bij Skoda was dat prima verzorgd, de promotieverhalen en trainingen bij fabrikant en importeur overtuigden ons zeer. De klanten veel minder. Ook al was een concurrent als levensgevaarlijk uit de EuroNCAP-bus gekomen (testinstituut) dan was de prijs voor veel prospect-kopers bepalender dan de kansberekening op die aanrijding. Kom daar nu nog maar eens om. Alles is omgegooid.

De klimaatridders moeten van hun baas elektrisch gaan rijden, de particulier komt nauwelijks meer toe aan een nieuwe auto en als dat al lukt moet het ding vijf sterren behalen qua veiligheid en liefst op water rijden plus tien jaar garantie meekrijgen opdat het voertuig nul kosten met zich meebrengt binnen het familiebudget. Andere tijden, dito zeden. En o ja, wij hadden indertijd een gamma aan voertuigen dat qua prijzen liep van pakweg (omgerekend) 5000 Euro tot net iets boven de 18.000 Euro. Daar koop je tegenwoordig net een elektrische fiets voor. Of een mooie tweedehands auto. Met twaalf maanden garantie. Dat wel. En dat was vroeger wel eens anders…..Hoe dan ook, wat zie jij als meelezer hier als belangrijk argument om een auto aan te schaffen? Zit het milieu daar bij? Veiligheid? Of kijk je daar helemaal niet naar en kies je op model en kleur?? Ben benieuwd. (Beelden: archief)

Respect of net niet?

Respect of net niet?

Als ik de berichtgeving en sociale media zoal volg lijkt het wel of we in dit land en-masse zoeken naar respect voor ons zelf als mens, groep, religie of wat ook. We (..) verwachten dit van anderen zonder enig voorbehoud omdat we onszelf wellicht veel belangrijker of hoger achten dan al die anderen. Het is die instelling die vaak leidt tot een hoop narigheid en ingegraven standpunten. Komt ook doordat de meeste respectvragers zelden of nooit bereid zijn respect op te brengen voor anderen. Altijd gaat het om ‘mij’, ik, mijn of soortgelijke standpunten. Dat zorgt vanuit zijn beperkingen ook voor veel vooroordelen.

Niets menselijks is ons vreemd, mij als meninggever al helemaal niet. Mijn respect voor jou of jullie moet je echt verdienen. (de meeste medebloggers of Sociale media vrienden deden dat…) En met dikke verhalen zonder onderbouwing kan ik weinig tot niets. Feiten spreken me aan, kennis van zaken ook, ervaring, of leeftijd. Jawel, zelfs ik heb mijn positieve kanten op dat punt. Maar in die respectdiscussie voel ik me niet geroepen anderen ruimte te gunnen als van die andere kant slechts vooroordeel, amateurisme, gebral, geleuter of geneuzel komt. Respect moet je dus verdienen. En wie dat niet verdient weet, als je me echt kent, dat het dan zelden of nooit goed komt.

Hoe kneedbaar ik ook kan zijn, voor ‘nulmensen’ heb ik geen geduld. Dat hebben chefs en collega’s in de bedrijven en branches waar ik ooit werkzaam was best wel eens gemerkt. Ik had niks op met dronkenlappen, niksnutten, namaakmanagers of zelfs bewezen vreemdgangers. Dat moest ik wel eens bekopen met stevige reacties of erger. Kan zijn, maar de rug bleef altijd recht en de principes overeind. Je bent manager of chef, of niet. Respect en zo..? Maling als je zelf een niksnut bent of gewoon niet genoeg bagage bezit om mij aan te sturen. Zou ook in de politiek voor mij een valkuil zijn. Want ik vind omhoog gevallen ambtenaren die zichzelf een politiek kopstuk vinden meestal vallen in het vakje dombo of erger. Ik heb er geen geduld voor of mee. U heeft vast wel eens meegekregen dat ik dat zelfs in de sociale media toepaste. Ben je onaardig, drammerig, klimaatgelovige of nog erger linksextremist, toedeledokie! Net als in het echte leven. Respect moet je verdienen. Mijn respect wordt slechts uitgedeeld aan de Eredivisie van de mensheid. Als je hier leest en je het met me eens bent behoor je daar toe…..zo niet….Foei toch! (beelden: Prive-archief)

Blikken Douglassen…

Blikken Douglassen…

Terwijl in veel landen door de daar actieve vliegtuigfabrikanten nog enthousiast werd gewerkt met hout en linnen als bouwmaterialen, bedacht o.a. Donald Douglas in de VS dat een vliegtuig ook van metaal zou moeten kunnen worden gebouwd. Was hij daarmee de eerste? Zeker niet. Want het Duitse Junkers werkte al met dat lichte en sterke materiaal, en ook de Sovjet-ontwerper Tupolev deed dat. Maar Douglas voegde op verzoek van de toenmalige grote luchtvaartmaatschappijen nog iets extra’s toe.

Zijn eerste ‘blikken’ passagiersvliegtuig (term komt van Albert Plesman, de grote man van de KLM in die jaren..) kon waar het moest op een van de twee motoren vliegen en was zodanig gestroomlijnd gebouwd dat hij relatief snel vooruit kwam, al was het maar omdat het onderstel kon worden ingetrokken. Wereldleider op luchtvaartgebied Fokker in die periode werkte liever niet met dat laatste systeem, immers je wist maar nooit of een van de motoren het liet afweten, indertijd een veel voorkomend euvel, en dan kon je met een vast onderstel altijd meteen landen.

Maar al die argumenten en bezwaren waren niet van toepassing op de DC-1 die op 1 juli 1933 (deze maand dus 90 jaar geleden) zijn eerste vlucht maakte. De machine kon 12 passagiers vervoeren en bezat alle eigenschappen om de potentiele clientele te bevredigen. Zoals het toen grote Trans World Airlines dat er wel een stel wilde kopen. Maar dan moest die DC-1 nog wat toegevoegde waarde krijgen. Dus kreeg hij krachtiger motoren, werden de opvallende steunen tussen de twee motoren en de romp verwijderd en kreeg de kist een iets langere romp. En veranderde de aanduiding in DC-2.

TWA bestelde er meteen 20 van, maar daarnaast werd de sensationele machine (in zijn tijd) ook besteld door andere klanten waaronder KLM. En die machines werden geleverd via de Europese Douglas-agent, Fokker! Want de slimme Nederlandse vliegtuigbouwer wilde KLM niet kwijt als klant en ondanks dat hij zelf niets zag in dat aluminium waarmee Douglas zijn vliegtuigen bouwde verdiende hij via een omweg alsnog aan die orders van KLM.

Een bekende DC-2 was natuurlijk de PH-AJU ‘Uiver’ die de sensationele luchtrace van Londen naar Melbourne wist te winnen in zijn klasse, en tweede werd in de snelheidsrace. Uit de DC-2 ontstond later de meer dan bekende DC-3. Eerst ontwikkeld als passagiersvliegtuig, flink groter dan de DC-2, zodat er onderweg ook in kon worden geslapen. De Douglas Sleeper Transport werd goed verkocht en kwam ook voor WO2 bij KLM in gebruik.

De Tweede Wereldoorlog maakte van de passagierskist DC-3 de transportmachine C47 Skytrain. Met versterkte vloer en grote vrachtdeuren werden er duizenden van gebouwd. En kreeg de kist bij de Britten de nu nog befaamde naam ‘Dakota’. Die naam zou hij nooit meer kwijtraken. Dakota’s werden na de oorlog veelvuldig doorverkocht aan civiele bedrijven die daarmee de nieuwe of oude luchtverbindingen konden opzetten, zo broodnodig in die jaren. Ook KLM kreeg er tientallen in gebruik.

Later vlogen ook Martinair en Schreiner Airways met Dakota’s en tot nu toe worden ze nog steeds gebruikt al neemt het aantal rap af. Naar verluid zijn er van die DC-3/C47 in totaal dik 11.000 exemplaren gebouwd. Naast Amerikaanse toestellen werd de machine ook in Rusland gebouwd (Li2) en zelfs in Japan. Het is een vliegtuigtype dat een enorme stempel zette op ons denken over vliegen of het vervoer van vracht. De visie van die Donald Douglas was dus achteraf bekeken geniaal en we mogen blij zijn met dat gegeven en koesteren die machines die al bijna een eeuw deel uitmaken van ons industrieel erfgoed. En ons als volk ooit zeer trots maakte op KLM en haar rol in de wereldluchtvaart. In deze periode waarin de negatieve types constant de luchtvaart bashen is het wel eens goed om daar nog eens op te wijzen. (beelden: Archief)

Vakantie…

Vakantie…

Terwijl ik dit opschrijf is er weer een regio in ons landje waar de schoolvakanties zijn uitgebroken en hele gezinnen bepakt en gezakt richting een of ander leuk oord vertrekken. Sommigen kiezen voor de auto als pakezel en rijden dan in een rechte streep naar het zuiden (dan wel met tien tussenstops ivm elektrisch rijden)of een enkeling met gezin richting het noorden. Nog wat grotere volksstammen stappen in het vliegtuig en staan binnen een paar uur op de plek van hun dromen. Een deel van het volk neemt de trein, want dat is zo leuk nostalgisch en voldoet aan het beeld dat slechts de trein groen verantwoord zou zijn. Als ze dan na 8-12 uur reizen verkreukeld aan zijn gekomen zien ze daar hun buren of familie die veelal op efficienter wijze dezelfde kant op kwamen binnen 1-2 uur.

Maar dit terzijde. Vakantie zorgt ook voor minder files in eigen land en dat maakt de voor mij interessanter uitjes een stuk plezieriger. Als ik in normale omstandigheden rijd is het vaak wel erg rekening houden met de drukte. En met achterlijke mafketels die zich van god noch gebod iets aantrekken en je naar het leven staan als je het waagt op hun (..) linkerbaan te rijden dan wel min of meer volgens de geldende snelheidsregels in dit land. Maakt het rijden er niet leuker op. Hoe dan ook, vakantie. Vroeger was dat echt pure luxe.

Als kinderen kregen we indertijd 6 weken vrij in de zomer. We vermaakten ons dan wel op de diverse plekken in en net buiten de stad, maar de ouders hadden ook vaak nog wat geld bij elkaar gesprokkeld om met een goede uit de handelsvoorraad afkomstige auto van dees of geen merk een trip te maken naar Limburg. Dat was toch de favoriete bestemming voor mijn moeder en het was waar, als je eenmaal Roermond voorbij was veranderde het landschap totaal. Hoge bergen naast de kolenmijnen en in het zuiden van de provincie die prachtige groene heuvels tussen Valkenburg en Vaals.

Spannend de illegale tochten naar Belgie of bij het Drielandenpunt en dan even drie stappen zetten in Duitsland. Als kinderen genoten we. Want wat thuis normaal niet kon of mocht, ging hier in dat Limburgse land en op dat moment wel. Lachende ouders, ontspannen sfeer, en altijd die weemoed als we weer terug reden richting hoofdstad. Waar je toen als echte vakantieganger nog best een uitzondering was. Want schoolvakantie….en weg geweest. Was niet iedereen gegeven. Nu zijn de thuisblijvers uitzondering en de reizigers de norm. En terecht. Zo lang het nog kan en mag, doen! Elders leer je veel over andere culturen en gewoontes. Nou hoef je daar niet perse voor naar het buitenland want dat is inmiddels naar hier getrokken. En in onze stad valt qua eten zowat elk buitenland ook hier te proeven. Maar die patat die wij altijd aten in Roermond op de terugreis, met een zalige knakworst als extraatje, doet me nog steeds het water in de mond komen… Lijkt overdreven, is het niet. Geldt ook voor vlaaien daar. Nou ja, wie gaat wens ik een fijne vakantie. Wie blijft….ook! (beelden: archief/prive)

Cadeautje..spotten!

Cadeautje..spotten!

Als jong ventje, ik verhaalde daar al eerder over, fietste ik vanuit huis meerdere malen per jaar naar Schiphol, zette mijn toenmalige tweewieler tegen de heg daar en klom er op. Dan kon je net over de struiken heen het vliegverkeer volgen dat toen nog een schaduw was van wat er nu zoal opstijgt of landt. Door de jaren van het leven heen heb ik dat zgn. ‘spotten’ tot een ware passie verheven. Kocht er ook de nodige apparatuur voor en kan me verheugen op heel wat avonturen langs de diverse startbanen van vliegvelden die ik hiervoor opzocht.

Maar de afgelopen pakweg vier jaren kwam er eigenlijk niks meer van. Het verlangen er naar nam overigens niet af en dus pakte ik onlangs de hele boel weer eens bij elkaar, laadde de SLR-camera op, zette nieuwe batterijen in mijn luchtvaartontvanger en stapte in de auto voor een ochtendje in juni waar ik weer eens echt kon genieten. Want net als mensen die een sportwedstrijd bezoeken of anderen die op het strand liggend alles wat daar voorbij komt observeren, doe ik dit dan langs een van Schiphol’s start/landingsbanen.

Grote en kleine kisten, Nederlandse en buitenlandse carriers, zakenjets, of zelfs een oefendemo van de lokale brandweer. De camera klikte, en af en toe zette ik ook de iPhone in voor wat videowerk. Heerlijk. Het was die ochtend na de bloedhitte van een week eerder, zalig koel, de wind blies me in de rug en boven me trok het zwerk dicht wat weliswaar zorgde voor minder heldere beelden, maar ook de zon wat filterde die hier nog wel eens precies tegenover je staat. Later reed ik even langs mijn bekende ‘pornoshop’ in Aalsmeer voor wat aankopen en deed toen als toetje nog even een looprondje op Schiphol-Oost waar ik dan veelal de daar geparkeerde zakenjets op de plaat zet. Ik luister naar de kisten, ik ruik de lucht van kerosine, ik zie de bedrijvigheid, bereken hoeveel mensen er in die kisten zitten en ook hoeveel werk deze parel in de kroon van onze economie de regio en het land biedt en geniet. Ik spot zolang het kan.

Want voor je het weet is Schiphol opgelost in het zoutzuur van de linkse klagers waarvan er naar nu bekend werd 80 goed waren voor 55.000 klachten per maand. Ik behoor daar niet bij, zal duidelijk zijn. En omdat ik een echte omwonende ben, ook dat nog, zal ik nooit klagen. Want ik spot zelfs onbewust wat hier voorbij komt als ik in mijn mancave mijn geschoten opnames ver- en bewerk…! Heerlijk tijdverdrijf…(Beelden: eigen archief)

Vauxhall – zeker geen Britse Opels..

Vauxhall – zeker geen Britse Opels..

Veel autokenners (..) zien het Britse Vauxhall tegenwoordig als niet meer dan als een soort vestiging van Opel in het Verenigd Koninkrijk, maar zo steekt de autowereld en geschiedenis niet in elkaar. Vauxhall was en is wel degelijk een puur Brits traditiemerk met een historie die in 1903 startte toen het bedrijf als Iron Works Ltd werd opgericht. Binnen een paar jaar was die naam veranderd in Vauxhall Motors Ltd en vestigde men zich in Luton.

De vooroorlogse wagens waren prachtig en met name die van voor 1927 zijn op dit moment gezochte klassiekers waar top prijzen voor worden betaald. Zoals zo veel merken kwam ook Vauxhall in die crisisjaren 20 van ruim een eeuw geleden in de problemen en werd het ingelijfd door het grote Amerikaanse General Motors-concern. Na de oorlog ging Vauxhall weer volop aan de slag met haar auto-productie.

Soms waren dat vooroorlogse modellen die wat werden aangepast aan de ‘moderne tijd’. Voorbeelden de serie 10, 12 en 14 die naar wens met een vier- of zespitter werden uitgerust. In 1948 verscheen de Velox die samen met zijn langzamer zusje Wyvern de oudere modellen moest doen vergeten. Motorisch was dat niet nodig want deze nieuwe reeks baseerde op de vorige.

In 1951 kregen beide modellen een zeer moderne carrosserie en nam men afscheid van die oude vormen met uitgebouwde spatschermen en zo meer. Motorisch bleef veel hetzelfde, al sleutelde men er wel wat meer paardenkrachten in. Ook in ons land kwam je beide Vauxhall-typen regelmatig tegen. Er waren nu eenmaal mensen die gingen voor dat oer-Britse gevoel. Een luxe variant heette Cresta en had altijd meer chroom, een zescilinder en lederen bekleding te bieden.

Waar Opel op enig moment de Olympia/Record bood, hadden de Britten de Victor in het aanbod vanaf 1957. Vauxhall’s uit die periode hielden het qua styling langer vol dan hun Duitse GM-zusjes. En die Victor ging door de jaren heen wel als warm broodjes bij de bakker de deur uit. Men was er gek op. In ons land werden ze ook verkocht maar wonnen vergelijkbare Opels het veelal bij het grote publiek. Al was het maar vanwege de inruilprijzen die bij Opel op hoger niveau lagen dan bij Vauxhall. Een compacte Vauxhall was de Viva uit 1963. Tegenhanger voor de Kadett A bij Opel, maar met meer ruimte en ook vermogen.

Gebouwd in een nieuwe fabriek werd dit best een goed verkopende Vauxhall die je ook in Nederland regelmatig tegenkwam. Gold zeker ook voor de Viva uit de tweede generatie die groter was dan zijn voorganger en ook weer meer vermogen beschikbaar had. Een stationcar bleek een prima aanvulling. Er waren ook flink snellere versies waarin je een tweeliter blok geleverd kreeg en een zwarte motorkap.

Nu gewilde youngtimers. Een sportieve Vauxhall was ook de Firenza en de Magnum met hun sportieve motoren waarin de nokkenas bovenin het blok te vinden was. Voor de prijskopers kwam er een leuke compacte auto in de klasse van de Kadett bij Opel. De Chevette werd geboren, een soort hatchback met een handige achterklep. Hij begon al wat te lijken op de Kadett en dat proces werd onder druk van GM steeds verder doorgevoerd. Maar dat deed moeder GM ook bij andere merken die onder haar beheer vielen zoals Isuzu of Holden.

Zo was de Cavalier een kruising tussen een Ascona van Opel met de neus van een Manta. Later werd bij Vauxhall de Astra op de wielen gezet en dat was in feite niet veel meer dan een Kadett uit die jaren. De naam Astra zou later de Kadett bij Opel doen vergeten. Nova was de volgende Opel die onder een Vauxhallnaam werd verkocht. Betrof namelijk de Corsa. Sinds de jaren 80 bouwt Vauxhall eigenlijk precies gelijke wagens als haar Duitse concernzuster. Alleen zet Vauxhall ze weg met stuurwiel rechts in landen waar dat van toepassing is. En zijn zowel Vauxhall als Opel intussen onderdeel van het Frans/Duits/Amerikaanse concern Stellantis. Waarmee de oude geschiedenis van de Britten is afgesloten, maar de productiebanden nog wel gewoon blijven draaien. En o ja, bij Vauxhall hoorde ook het bij ons zeker ook bekende bedrijfswagenmerk Bedford. Maar dat is weer een heel ander verhaal…(Beelden: Archief)

Propaganda en de media…

Propaganda en de media…

Natuurlijk is het een stokpaardje voor me. Al was het maar omdat ik het wereldje in mijn werkende leven aardig heb leren kennen en zelf ook mijn steentje bijdroeg aan de invulling van wat ik nu maar even ‘echte journalistiek’ noem. Daarbij heb je als journalist altijd de ‘waarom, waar en wanneer’ vragen te stellen. Broodschrijvers doen dat anders. Die krijgen persberichten onder ogen van bedrijven of instanties, nemen grote delen van de tekst over en zetten dat neer in de door hen bediende media als ‘nieuws’. Gemakkelijk, eenvoudig en vaak zeer eenzijdig. En juist dat verwijt ik de huidige media in de breedte. Zeker op gebied van de immigratie, klimaat, Groningers, Limburg, toeslagenouders, criminaliteit etc laat men dat echte journalistieke vragen stellen of feiten verzamelen graag achterwege.

Men staat, zo lijkt het, in dienst van de grote politieke stromingen in dit land, luistert naar subsidieverstekkers of adverteerders en is daardoor veelal niet kritisch genoeg. Alle schandalen en crises in dit land zijn voor echte journalisten natuurlijk ‘kaassie’ maar in plaats daarvan zie je een grote voorzichtigheid optreden. Nou ja, als het in eigen kring kennelijk niet wordt geaccepteerd om al te kritisch op te treden natuurlijk. Men neemt ook het jargon van de veelal linkse stromingen over en doet aan propaganda in plaats van journalistiek werk. Een beetje dictator schakelt media ook uit als ze kritisch zijn. Daarbij wordt graag gewezen op Poetin in Rusland maar men vergeet dan vaak hoe Erdogan in Turkije optreedt, of de ayatollah’s in Iran. Ook binnen het communisme van vroeger en nu zijn vrije journalisten opgejaagd wild.

De tegenmening wil men daar niet horen. Dus wat doe je dan, je eigent je al die media gewoon toe en brengt eenzijdig nieuws. Toen het onlangs na zes maanden koude temperaturen en veel neerslag ineens zomer werd vielen de veelal linkse media over elkaar heen om maar te benadrukken dat dit toch echt klimaatopwarming betrof. Ondanks de aangedragen feiten zoals officiele statistieken, bleef men daarin volharden. Steevast zijn economische immigranten ook ‘vluchtelingen’ en gaat men zo ver om landen die wel een dam om zich heen hebben gebouwd tegen de instroom van al dan niet doortrekkende asielzoekers met een islamitische achtergrond, te beschrijven als ‘extreem-rechts’. Als een niet-westerse allochtoon (al dan niet immigrant) hier een misdaad begaat beschrijft men dat liever niet. Stelt dat het gaat om ‘verveelde jongeren’ en dergelijke. Frankrijk was recent wel weer een confronterend voorbeeld. Kortom er is veel mis in die media. En ik bekijk of lees ze dan ook kritisch. Met altijd in het achterhoofd dat ik wordt voorgelogen. Want wie feiten checkt, zelf, omdat dit een journalistieke taak is, wordt al snel gezien als niet gewenst, te kritisch, te rechts of wat ook. Maar ik noem die meeschrijvers en propagandisten zelf gewoon ‘hoernalisten’. En die hebben net als in Nazi-Duitsland of Stalinistisch Rusland heel wat uit te leggen. Het moest me even van het hart, u wilt me wel vergeven. Zo niet vraag ik meteen even ‘waarom??’ (beelden: Internet/archief)

Dag dokter….

Dag dokter….

Hoewel ik niet behoorde tot haar wekelijkse, maandelijkse of zelfs jaarlijks langs komende clientenkring, toch ga ik haar missen. Dertig jaar nadat we haar leerden kennen toen we vanuit Almere hierheen verhuisden en bewust voor haar kozen, ging ze onlangs met pensioen. Onze huisarts. Tsjechische van geboorte, dankzij mijn groene bloed en enthousiasme direct na die ontmoeting overgestapt op het prachtige automerk uit haar oude thuisland waardoor ze voor mij helemaal niet meer stuk kon.

Maar ook heel rustig, lief bijna, analyses makend, doorverwijzend, maar ook geruststellend als het een keertje wat minder ging. De keren dat ik werd geholpen door een van haar vervangsters, ook zij moest eens met vakantie natuurlijk, werd ik daar niet meteen vrolijker van. Nee, in haar geloofden vrouwlief en ik volkomen, die anderen bewezen hun ongelijk vaak. Ze bleek ook op dit punt zeer gewaardeerd te worden door meerdere partijen en mensen en gaf ook nog eens les aan vele jongere mensen in opleiding. Op enig moment ging haar gemoedelijke en kleine praktijk aan huis over in een groter gezondheidscentrum met apotheek in huis en ook nog andere disciplines en verdween ze achter een muur van assistentes die bijna niet te penetreren valt. Vrouwlief kent haar derhalve beter dan ik. Van bezoekjes althans.

Voor mij was zij de laatste horde die ik moest nemen als de evt kwaal(tjes) te heftig werden om zelf op te lossen met spullen van Dr Vogel of Kruidvat. Maar ze woont ook in onze buurt en dan zwaaien we uiteraard of vraagt ze nog even naar Skoda…. Want dat bindt. Merkte ik ook tijdens haar afscheidsreceptie op een mooie plek langs de Amstel in de afgelopen maand juni. Terwijl er een grote rij mensen achter me stond om afscheid van haar te nemen en te bedanken voor wat ze had betekend voor hen, nam zij mij apart en begon over haar plannen voor een nieuwe Skoda en of ik er zelf nog wel in reed. Leuk toch? Maar die dertig jaar zijn wel omgevlogen. Ze is nu helemaal grijs van haar en het zware artsenleven is haar aan te zien. Wat bleef zijn die vriendelijke glimlach en zachte ogen…. Ik wens haar alle rust in die pensioenjaren die nu volgen. Ze gaat er vast van genieten. En ik zwaai haar uiteraard toe daarbij…. Haar opvolger heb ik al uitgekozen. Jonge vent, aardig, vriendelijk, en al eens meegemaakt tijdens de eerste keuring voor mijn nieuwe rijbewijs verlenging. Viel niet tegen… (beelden: prive)

Leuke winkel in Buren…

Leuke winkel in Buren…

Halverwege de afgelopen maand juni was ik te gast in het Gelderse Buren. Plaatsje van de Oranjes, maar ook van het aardige Marechaussee-museum en een geweldig pannenkoekenrestaurant. Maar sinds kort is er voor mij nog een aantrekkelijke reden om er eens heen te gaan bij gekomen, het prima gesorteerde automodellenwinkeltje van Joke Koppen daar. Een verzamelaar als ik heeft het soms best lastig als hij aan bepaalde leuke aanwinsten wil komen, maar bij Joke kan je daarvoor prima terecht. En wat ze in haar smaakvolle winkel voor specialisten niet heeft staan, bestelt ze eventueel direct voor je. Omdat er op die hete zaterdag in juni ook nog een ruilbeursje werd gehouden van een stel lieden die ik van heinde en verre komend in eerdere sessies heb leren kennen, plus een stel meer, toog ik dus in de blauwe Tsjech richting dat mij toch wel bekende Buren.

Immers, ooit woonden hier een paar leuke en lieve blogsters in de buurt en hielden we daar zelfs wel eens een blogmeeting met grote mate van gezelligheid. Maar dat was in het verleden. In het heden is daar dus die winkel van Joke Koppen. Die ons ontving met koffie, thee, limonade, koekjes etc. En waar ik als liefhebber van het ware Tsjechische spul op schaal net zo slaagde als bijvoorbeeld die enorme specialist die alleen maar VW-bussen in zijn vitrines heeft staan. Joke heeft voor iedereen wat. Van kleine HO-modellen tot grote joepers voor de mensen met de dikke beurs. Zij is gezellig in de omgang, heeft voor iedereen een praatje en weet waarover ze het heeft. Neem van mij maar aan dat dit zeker niet geldt voor heel wat mensen die zich ook geroepen voelen in deze handel een boterham te gaan verdienen. Velen werden geroepen, weinigen uitverkoren. Hoe dan ook, voor de liefhebber is dit een aanrader. En ik zal er bij leven en welzijn nog wel eens binnenwippen. De ruilbeurs lijkt een jaarlijkse traditie te worden. Ik kijk alleen daar al naar uit. En nu maar weer sparen voor al dat fraais dat op me wacht in Buren… (Beelden: prive)

Versleten, vervangen, vergeten…

Versleten, vervangen, vergeten…

Ik beschreef hier al eerder de avonturen die we meemaakten met onze overleden CV-ketel. Maar er ging meer stuk in de afgelopen periode. Zoals mijn externe harde schijf die ik jaren lang vooral benutte om de vele foto’s op te slaan die een relatie kennen met mijn liefhebberijen zoals de luchtvaart, autowereld of alles wat in miniatuur of boekvorm voorbij komt. Nu was die schijf ooit al eens aardig vol geraakt en had ik daarna besloten om de schijf te ontzien als opslagunit, maar wel te gebruiken bij de illustraties die ik ook voor dit blog benut.

Maar begin juni schakelde hij niet meer in. Ik hoorde wel dat hij wilde opstarten, maar dat lukte dus niet meer. Nou daar werd ik niet meteen vrolijk van. Ook zoonlief kon me niet helpen en die heeft er echt verstand van. Dus afscheid nemen van al die bestanden? Ik had er geen zin in. Daarop vroeg ik advies bij oud medeblogster Thamara wiens zoon in de computers zit. Die zoon wilde wel even kijken, wat onlangs gebeurde, en hij meldde al snel dat de harde schijf was gecrashed. Maar na een paar uurtjes werk had hij alles toch overgezet op een nieuwe en veel kleinere (maar flink grotere capaciteit) externe schijf voor nog geen 100 euro. Klaar! Ik blij en kon weer verder. Natuurlijk zet ik tegenwoordig nieuwere bestanden op USB-sticks en in the cloud, maar ik kan ook weer bij mijn archieven.

Maar dat was het nog niet. Op een slechte dag nokte ook mijn iPhone ineens af. Wilde aan de linkerkant van het touchscreen niet meer reageren op mijn aanslagen. Oei! Volgende probleem. Net 2,5 jaar oud dat ding. Zoonlief wist ook hier de boel te redden maar dat bleek slechts een pleister, want bij de diverse apps die ik gebruik, zoals Facebook werkte het ding toch niet zoals het moest. Uiteindelijk leverde zoonlief mij een nieuwere, grotere en geavanceerder iPhone uit zijn gebruikte collectie, installeerde alle mij toekomende software en apps en ik kan weer vooruit. Woow…ontsnapt aan een digitale ramp. Afgelopen week meldde vrouwlief dat het koffiezetapparaat kuren vertoonde en het af en toe compleet laat afweten. En dan was er nog die raamschakelaar in de auto die (onder garantie) moest worden vervangen…. Is het nu klaar graag? Want juni staat nu al op de kaart als een bijzondere maand als het zo doorgaat…. (beelden: indicatief/internet)