
Ik neem jullie even terug in de tijd. Het jaar 1990! Ik was net overgestapt van een bedrijf waar ik vele jaren had gewerkt naar een nieuwe werkgever met naar later bleek nog veel grotere uitdagingen. Maar in die weken tussen de ene en de ander job maakten wij van de gelegenheid gebruik om ook thuis wat veranderingen door te voeren. We vervingen meubels. En in de trend van toen waren die gemaakt van een bepaalde houtsoort die warmte en gezelligheid met zich mee brachten omdat vorm en uitvoering uitstraalden dat we de kille jaren 80 achter ons hadden gelaten. Hoe dan ook, veel van die meubels kochten we bij een ‘specialist’ aan de Amsterdamse Rozengracht. Die had mooi spul in huis en kon ook bij ons thuis afleveren. Tijdens de wandeling door die showroom daar zag ik een wandklok. Met klepel en echte ‘slag’. Altijd al willen hebben. Gewoon opwinden en gaan met die tijdbanaan. Kostte een paar centen, maar dat moest dan maar. De klok werd ook keurig afgeleverd. Eenmaal ingericht en om ons heen kijkend waren we best tevreden. Ons toenmalige huis had een metamorfose ondergaan en oogde weer ‘als nieuw’. De klok tikte en sloeg om het halve en hele uur.

Mits je hem op wond. (niet meer dan zes slagen met de sleutel..). Helaas vertikte hij het na korte periode van genieten. Stom, maar vast garantie. Dus terug naar de Rozengracht…. Nou daar had men geen boodschap aan wat wij vertelden. ‘Dan hebbie dat ding te stijf opgewonden…’ was het antwoord en de eigenaar deed helemaal niks. Gloeiende gloeiende… Het mocht niet baten. Intussen was ik te druk bij de nieuwe werkgever dus liet de boel even voor wat het was. Tot onze vrienden in de zelfde toenmalige straat en stad daarvan hoorden. Zij hadden een kennis die klokkengek was. Mocht hij er even naar kijken?? Tuurlijk. Na een week kwam de klok terug. Als nieuw, afgesteld, nooit meer een slag gemist. En dat dus al 36 jaar. Nog steeds loopt hij als de Big Ben en geeft keurig de tijd aan. Wat er nu mis was weten we nog niet. Die klokkenmaker is intussen hemelen, hij vroeg een paar tientjes voor zijn werk en wij waren blij dat het ding het weer deed. Op die winkel aan de Rozengracht kon je niet rekenen. Ik denk niet dat hij er nog zit. Nooit meer wezen kijken. De meubels intussen deels vervangen. Niet omdat ze kapot waren of zo, maar ja, mode en trends…. Intussen blijft die klok op zijn plek. Het hout verkleurde wat, werd donkerder, niks mis mee… Ding dong…(Beelden: Prive)






Het Vrachtgebouw waarin wij indertijd zetelden was negen etages hoog en alle kantoren waren gesitueerd rond een centraal lift/trappenhuis. Op die manier kon men er per etage een twintigtal kantoren aanbieden. Sommige bedrijven (zoals het onze) nam een aantal aaneengesloten kantoren af waardoor men wat ruimer in de jas zat, andere bedrijven hadden slechts een relatief bescheiden kantoortje op een van die etages. Een wat grotere huurder was begin jaren zeventig ook het Japanse bedrijf Ricoh. Dat zocht en vond een markt in Nederland (en Europa) en startte bescheiden in dat Vrachtgebouw op dezelfde etage als waar wij zaten. Binnen de kortste keren zat chef Breems bij die lui binnen en regelde dat wij hun in/uitvoer en entrepot-opslag mochten verzorgen. Een slimme set. Al was de communicatie met die Japanners best ingewikkeld. Soms hadden ze de documentatie voor hun zendingen gewoon niet voor mekaar, maar bleek dit door de lastige communicatie niet uit te leggen. 
Het leek een verslaving. Kwam ook omdat het gebouw werd bevolkt door mannen en vrouwen, veelal van niet al te gevorderde leeftijd en het leek dat sommige wel wat oudere lui een soort geestelijke tik hadden voor ze in die luchtvaartwereld waren toegetreden. Uitsloverij leidde nog wel eens tot schade. Zowel in de relationele als fysieke sfeer. Daarbij was men graag op de hoogte van wat de concurrentie nu weer voor klanten had binnengetrokken en werden op het oog ‘spontane vriendschappen’ soms benut om informatie los te krijgen ten bate van het eigen bedrijf. Vertegenwoordigers van airlines die nu wel regelmatig over de vloer kwamen waren soms geweldige bronnen voor dit nieuws, al wist je wel dat wat zij jou toevertrouwden soms wel met een korreltje zout te nemen was, terwijl je ook besefte dat ze nieuws over jouw handel graag weer met anderen zouden delen. Ik had daarom alleen al met sommigen echt een mindere band dan met anderen.
Maar dat had ook andere redenen. In mijn luchtvaartperiode dronk ik niet. Nooit gedaan, geen behoefte. Maar was daarmee een witte duif onder de zwarte eksters. Die kroeg beneden was een magneet voor sommigen en soms kwamen vaak heel wat lieden lichtelijk beschonken van beneden om hun werkdag min of meer af te maken. En dat was soms best frustrerend. En omdat ik als ‘saai’ door het leven ging was elke roddel die mijn persoon betrof natuurlijk interessant. Ik heb er best wel eens last van gehad. Overigens was ik zelf op dit punt zeker niet heilig, al had ik de neiging net de verkeerde dingen te geloven en dan met open ogen in een val te trappen die door anderen was opgezet. Misschien had ik dan toch meer moeten drinken. Was het me vast vergeven. Want achteraf is me gebleken dat onder de toenmalige drinkebroers dat gedrag nog steeds normaal is. (Beelden: Yellowbird archief/internet)
Een printer is niet veel meer dan een schrijfmachine die door jouw toetsenbord op je laptop of anderszins in beweging wordt gezet. Hij drukt af wat jij hem wilt laten afdrukken. Een stom ding, maar tegenwoordig best slim uitgerust. Je kunt er vaak mee scannen (noem het kopieren) en in sommige gevallen mailen of als dat nog bestaat, faxen. Er bestaan wat verschillende soorten printers, maar de meest gebruikte zijn de inkjet- en laserprinters. Een paar merken maken ze zelf, anderen laten dat over aan andere bedrijven. Canon doet het zelf. En in goede kwaliteit. Ik ben nu al een jaarthe of 20 vaste klant bij die lui en de gemiddelde printer gaat een jaar of 2,5-3 mee. Daarna zit de afvaltank vol en is een nieuwe kopen goedkoper dan de oude schoon laten maken. Noem maar eens een onderwerp waarmee het milieu beter gediend zou zijn. Bij andere fabrikanten gaat het vast niet zoveel anders op dit punt. Hoe dan ook, je koopt dan weer een nieuwe en tracht te snappen wat daar dan weer voor vullingen in zitten.
Vertaald…een vulling van een printer heet een cartridge. En daar wringt mijn ergernisschoen. Want ik heb nog nooit een opvolgende printer kunnen kopen die de cartridges van de vorige met liefde accepteert. Nee, telkens weer een andere soort. Wie net als ik niet zonder wil komen zitten op het moment dat een concept of een of ander geschrift uitgeprint moet worden, neemt van die dingen op voorraad. En als je dan van printer wisselt zit je al snel met een overbodige voorraad. Ik ben er zo een. Een bak vol. Allemaal nieuw gekocht. Met een houdbaarheidsdatum die ver uitstijgt boven die van die printers waarvoor ze bestemd zijn. Maar wie neemt die van je over? Ik heb het al eens geprobeerd tijdens een rommelmarkt. Alsof je griepvirussen tracht te verpatsen. Men kijkt er naar, trekt de neus op en loopt door. Nee, geen handel. Ook bij de kringlopers van dit land kom je ze wel eens tegen, maar als ze al nieuw zijn, nooit die soort die jij in jouw printer nodig hebt.
Ruilen zou een optie zijn, maar ik denk wel eens dat iedere printereigenaar zijn eigen cartridges heeft en niemand vergelijkbare exemplaren kan benutten. Bij mijn hofleverancier, een groothandel, hangen er voor mijn printer altijd net twee exemplaren. Een voor de zwartwit-kant van de teksten en een voor de kleurenfoto’s. Meer niet. En aan de prijs. Het verdienmodel voor deze apparatuur is natuurlijk nu net die cartridges. Want zo’n schrijver kost je vaak nog geen honderd euro. Kortom, het is een aardige handel. En ik ga nu toch echt eens nadenken wat ik met die nieuwe oude cartridges aanmoet. Toch maar naar de kringloop?? Wellicht! Maar voordien ben ik wel benieuwd wie onder mijn lezers hetzelfde ervaart als ik. Want ik kan daarin toch niet uniek zijn….toch??
