Feestje…

Feestje…

En zo zaten we als twee oudere jongeren op die 17e maart jl tussen 16.000 mede-winnaars in de enorme Ziggo-Dome om Holland Hazes te zien en vooral horen zingen. Kostte niks, want de Postcodeloterij had ons in plaats van de gebruikelijke stroopwafels of andere piep- of troostprijsjes voorzien van twee tickets voor dit evenement dat relatief vlakbij onze woonstede volle zalen trekt. En het was puik verzorgd. Je kreeg een chipkaart voor wat eten en drinken, als je wilde een shawltje met logo om mee te zwaaien (wij niet…er zijn grenzen..) en je kon later in de zaal genieten van een sfeer die toch heel bijzonder was. Hazes is in onze omgeving een fenomeen. En dan bedoel ik natuurlijk de oude zanger die inmiddels bij Petrus in een hemelse kroeg verblijft. Wij kennen zijn verhaal, Aardse kroeg en woonstek, en zijn muziek uiteraard.

En die is veel breder dan je in eerste instantie misschien denkt. Hoe dan ook, stipt om kwart over 8 maakte de DJ van dienst plaats voor een (luidruchtig) orkest en een schare artiesten die op hun eigen wijze de nummers van Hazes ten gehore brachten. En dat deden ze met verve. Jeroen van den Boom, Gerard Joling, Samatha Steenwijk, Karsu, Kris-Kros-Amsterdam, Waylon en zo meer. Uiteraard ook de jonge Hazes die ik zelf niet zo waardeer, maar hij zichzelf wel. Het publiek is bij zijn optreden uitzinnig, dus hij zal wel iets meer hebben dan zijn achternaam om mensen te trekken.

Intussen liepen de mensen uit het publiek de zaal uit en in, haalden zich bier en bitterballen en zo meer, en zongen bij terugkeer weer vrolijk mee. Wij als geboren en echte Mokummers ook bij bepaalde nummers. Klassiekers, waarvan de teksten gewoon in de bol zitten gegrafeerd. Bij andere nummers viel ik met de rest van de zaal even stil. ‘Sorry’ zoals gezongen door de prachtige Turkse zangeres Karsu is er zo een. Ontroerend mooi nummer. Duozang door andere artiesten, soms met meerdere mensen zelfs en eigenlijk geen een van die optredens niet goed genoeg. Hazes kan door velen lekker gezongen worden en de zaal vrat het. En omdat die mensen van heinde en verre kwamen (echt uit het hele land, soms uren gereden) was dit niet het typerende Hazes-publiek uit de eigen stad dit keer. Dat zag ik wel aan de outfits.

Was ik zelf nog in het zwart gekleed en met een leren jasje passend bij de sfeer, ik was een van de weinigen. Tuurlijk er waren wat dames in de strakke glitters, een enkel hoedje met Hazes-logo, maar de meeste aanwezigen waren er vooral omdat die loterij hen voorzag van alles wat ze leuk, lekker of nuttig achtten. Was er niets waarop ik als meninggever een puntje van kritiek kon hebben? Jawel..de muziek. Die was zo krijsend hard dat ik soms met een vinger of hand een oor afschermde. En echt, ik zat niet boven op het podium maar er best een stukje vandaan. De scherpte van de toon van die muziek was het probleem, de bassen niet. Een technisch verhaal vermoedelijk. Maar verder…gewoon een leuk feestje…mede mogelijk gemaakt door…. En o ja, dit spektakel was vier avonden lang in die enorme muziektempel te beleven. 4 x 16.000 mensen! Gemiddelde prijs pakweg 50 euro p.p. en de consumpties daar toch in de regio aardig prijzig. Wie volgend jaar wil boeken, het kan. Nu al…. en als je wilt genieten van een feestje met velen, doen! (beelden: Prive)

Stoom…

Stoom…

Dik een eeuw geleden was er een keuze tussen aandrijfbronnen voor onze toen zo nieuwe en moderne vervoermiddelen. Een van die bronnen was stoom. Niet voor niets afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk waar men zoveel kolenmijnen bezat dat de hele 19e eeuwse economie daar zo’n beetje was heringericht met stoommachines die overal geschikt voor leken. Van treinen tot schepen, van landbouwmachines tot stoomgemalen…alles pufte en sjokte dat het een lieve lust was. En toen men oude koetsen ging ombouwen tot bruikbare vervoermiddelen kozen heel wat Britse fabrikanten en constructeurs voor dat relatief goedkope stoom om de boel op gang te brengen en te houden.

Omdat je voor die stoom zowel steenkolen als water nodig had was het logisch om vooral trucks en afgeleiden als zodanig uit te rusten. En kwam je een eeuw geleden heel wat van die weglocomotieven tegen. De een nog grotere en sterker dan de ander. Voor de bemanning van die wagens was het overigens vuil en zwaar werken aan boord. Want stoom wek je op in een ketel en die ketel moet gestookt worden. Dus de chauffeur had vaak een maatje bij zich die het vuurtje brandend hield door consequent kolen op het vuur te gooien. Zwaar werk, ook al omdat die trucks niet meteen licht van gewicht waren en sturen vaak nog ging via een systeem van kettingen, om het over remmen maar niet eens te hebben. Ook personenwagens werden soms uitgedacht die op stoom konden rijden.

Bedrijven als Leyland waren grote namen in dit geheel, net als Foden. In Centraal Europa kwam je ook wel wat van die stoomwagens tegen. Soms gebaseerd op licenties vanuit Engeland. Skoda was een fabrikant die haar trucks (de Sentinel) als zodanig een tijdlang construeerde. Hoe vreemd dat ook lijkt wellicht, maar de stoomtrucks reden nog heel lang door. Ook toen benzine en diesel elders allang volop in gebruik waren gekomen reden er nog steeds op kolen gestookte voertuigen rond. Want de brandstof was goedkoop en als je voldoende kolen in de bak had kon je ook best ver weg komen. Bedenk daarbij maar dat ook stoomtreinen tot redelijk recent nog diensten draaiden op de spoorbanen van omringende landen. Ik ging er in mijn jongere jaren nog wel eens voor naar Duitsland om die dingen te filmen. Trucks op stoom zag ik vooral bij klassieke stoomdagen. Of tegenwoordig op YouTube waar je ziet hoe liefhebbers die puffende oldtimers met liefde op de weg houden. Een teken van vooruitgang anno 1923. Toen we kolen nog zagen als een prima brandstof en waterdamp energie bracht waarmee je aardig vooruit kon. Maar vooral iets waarover je je nu wat kunt verbazen. Vol nostalgische gevoelens. Over die oude locs, walsen, veerponten, sleepboten, etc die in mijn jeugd nog allemaal van stoom gebruik maakten. Gaat snel zo’n technische evolutie. Maar zelden van de ene op de andere dag….Goede les zou ik denken…. (Beelden: Prive verzameling)

Je thuis voelen…

Je thuis voelen…

In de jaren dat ik zelf nog regelmatig tot veel reisde en op allerlei plekken in de wereld te gast was leerde ik wel dat ons landje eigenlijk best veel te bieden heeft. Maar ook elders op deze Aarde zijn plekken te vinden waar het fijn verblijven is. Waar vaak leuke en lieve mensen wonen en de sfeer soms bijster plezierig. Waar het klimaat zorgt voor weinig zorgen over constante regen of winterse koude. Waar het eten en drinken van dusdanige kwaliteit of beschikbaarheid waren of zijn dat je ook daarover geen zorgen hoeft te hebben. Maar waar voelde ik me nou eigenlijk net als in ons land snel thuis? Nou… dat was in veel Duitse steden zo. Zeker als ik ze wat beter leerde kennen was het net alsof ik soms in mijn eigen stad rond hobbelde.

De dynamiek van Berlijn is echt geweldig bijvoorbeeld. Alles is er te vinden wat mij interesseert of intrigeert. Maar ik denk wel dat er zelf langdurig wonen nog best een dingetje zou zijn. Peperduur en de huizen niet altijd van de modernste soort of het doorzontype. Bij de Britten en Schotten voelde ik me ook snel thuis, al zijn bepaalde gewoonten van die lui voor ons best even wennen. Daarbij is het daar nog echt een klassenmaatschappij en ben je aan de onderkant van de maatschappelijke ladder veelal aan de heidenen overgeleverd. Hoewel vaak afstandelijker en gereserveerder vond ik de Oostenrijkers ook nog wel aardig.

En ze bezaten vaak ook een typische eigen humor. Dat is best even aardig voor een Amsterdammer die overal zijn eigen gevoel voor ironie uitstraalt. Bij de Tsjechen had ik het ook vaak naar de zin. Moest ook wel want ik was er erg vaak. Met name de cultuur en geschiedenis spreken aan. En Praag een ontroerend mooie stad. Niets heb ik daarentegen op met de Fransen. Vaak geweest, maar ik vond ‘het’ er meestal niet. Het zal zeker de taal zijn, die ik niet spreek en ook een cultuur die me minder aanspreekt.

Parijs op zich best een aardige stad met veel grote monumenten vanuit een groots verleden, maar nee, warme gevoelens wekte het bij mij niet op. Aardig vond ik ook de Ieren, maar dan vooral in de Pub. Daar buiten was het lastiger om contact te maken dan met de toch wat vergelijkbare Schotten. Maar kan ook aan mij hebben gelegen. De Finnen en hun land vond ik vooral depressief over komen. Altijd donker als ik er was en ze leken ook wel constant aan de drank…En dan bleek onlangs dat zij behoren tot de echt tevreden inwoners van hun land. Italianen vond ik vooral kakelaars, maar ze hebben wel een prachtig land waar ik graag kwam en op diverse plekken leerde kennen. Alleen al het gevoel dat je daar kunt rondlopen op straten waar 2000 jaar geleden al beroemde wereldburgers hobbelden is een toegevoegde waarde. Daarbij is het eten er lekker, de landschappen grillig en fraai en de temperatuur vaak aardig op orde…

De Portugezen vond ik ook aardig, maar dat was vooral aan de zuidkust het geval. Zou hun hoofdstad nog eens moeten bezoeken om te zien of ze overal zo vriendelijk zijn. Maar wat een prachtige natuur en omgeving hebben die lui aan de Algarve zeg. Erg genoten van de diverse verblijven daar. Gek genoeg ken ik Spanje nauwelijks, alleen Barcelona en dat vond ik op zich een geweldige stad. En waar je gewoon lekker op een achteraf terrasje kunt zitten koffie drinken tussen de locals. Dat zegt mij veel. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Over Belgen, Turken en Amerikanen bijvoorbeeld….En zo zijn er nog veel meer landen en volken die ik bezocht en me al dan niet bekoorden. Maar ik laat ook graag jullie mening ruimte van plaatsen. Heb je zelf ook gevoelens van ‘daar zou ik best kunnen aarden als Nederlander’ op bepaalde plekken in de wereld? Of houdt je het liever bij de Hollandse pot en het eigen thuis? Van mij mag dat hoor. Want niets menselijks is mij vreemd. Zeker niet dat Hollandse gevoel….. (beelden: Prive/archief/internet)

Beroepskeuze…

Beroepskeuze…

Zoals uit een stel voorgaande blogs moge blijken was ik in de voorgaande weken te gast bij zowel dierenartsen als de tandarts. Ik leerde daarvan een ding glashelder. Wie als jong mens twijfelt aan ‘wat zal of kan ik later worden..?’ moet die beschreven beroepsgroepen zeker eens mee overwegen. Want de rekeningen voor hun werk zijn zodanig van hoogte dat ik mij er in mijn autotijden wellicht voor had geschaamd na een grote servicebeurt aan een of ander vervoermiddel. De teller loopt aardig op als je bij een of ander van die genoemde lieden een bezoekje aflegt en wat handelingen laat verrichten. Zo rekent onze dierenarts voor elk bezoek 45 euro consultkosten. Prikje hier of controle daar en je bent de 100 euro al snel voorbij. In situaties die wij of familie dan wel vrienden meemaakten rond de geliefde huisdieren, kwamen bedragen voorbij die er niet om logen. Voor mensen met een kleine beurs is de lol van het houden van huisdieren er dan al snel af.

Dat wordt dan wellicht kiezen tussen zelf eten of je dieren laten behandelen. Tuurlijk hoef je geen huisdieren te nemen, Groenlinks zou je dankbaar zijn vanuit de kern van haar volksvijandige doctrine, maar als je dat wel deed horen daar consequenties bij. En die zijn heel duur. Daarbij mogen die tarieven regionaal verschillen, een beetje consult met onderzoekjes of wat ook is een kostbare affaire. Ik ken mensen die opgeteld voor een geliefd huisdier in korte periode zoveel moesten uitgeven dat ze er ook een heel stevige auto van hadden kunnen kopen. Bij de tandartspraktijken gaat het niet veel anders. Als ik tijdens mijn zoektocht naar een alternatief (zie blog 2803) kijk naar de heden ten dage kennelijk verplichte tarieflijsten rijzen mij de geschoren haren te berge. Zelfs de kleinste handelingen vragen een stevige investering. Voor 100 euro krijg je hooguit een controle voor elkaar. Wil je ook een bakkie koffie of thee valt een kappersbezoek (ook niet goedkoop) aan te bevelen want bij de tandarts moet je het allemaal nuchter en met zeer proper gebit te ondergaan.

De nieuwe klinieken zijn overigens vaak ook prachtig van uitvoering, dat scheelt natuurlijk kosten en naast de artsen zelf heb je de onvermijdelijke assistentes, vaak uitgezocht op uiterlijk, wat een zekere rust moet uitstralen of tenminste de geest doen afleiden van wat er nog gaat komen als die tandarts je even aan- of beetpakt… Ooit, lang geleden al weer, was ik te gast bij een door vrouwlief aanbevolen oudere tandarts in Amsterdam-Zuid. Gewoon (zoals veel huisartsen ook in die jaren) met een praktijk aan huis. Keurige wachtruimte, behandelkamer met een boor uit het jaar kruik, maar ook veel expertise. Voor een paar (oude) tientjes klaar. Tegenwoordig ondenkbaar. Net zoals huisartsen tegenwoordig allemaal in huisartsenposten zetelen waar een muur van assistentes/n meer zorgen dat je niet naar de arts kunt dan wel. Grootschaligheid is geen klantvriendelijk gebeuren. Maar het is ook niet bepaald goedkoper geworden. Teken des tijds. Maar hoe lang kunnen we het allemaal nog betalen? Komen we weer terug in de tijd van de elites die wel bij een dokter terecht konden, en het volk bij de langs dorpen en steden trekkende barbiers moesten hopen op een sjaggeraar met een tang om kiezen te trekken. Half litertje jenever achter de slechte kiezen en hup….. Tot die tijd laten we onze kinderen maar snel studeren. Beroepskeuze-stress is nu na het lezen van dit verhaal wel voorbij denk ik…. Toch? (beelden: Internet/archief)

Van nobel naar volks…Talbot..

Van nobel naar volks…Talbot..

Voor de echte kenner of liefhebber heeft de naam Talbot nog wel wat al dan niet goede herinneringen in zich. Aan de tijd dat aan de toenmalige Simca’s ineens de naam Talbot hing waardoor het aloude volksmerk met haar kleine en goedkope auto’s plots extra status moest verkrijgen. Op zich niet zo’n gekke gedachte want Talbot was ooit een chique Frans merk waarvan de eerste modellen al in 1896 op de wielen werden gezet. Later kwam het in handen van een groep waartoe ook het Britse Sunbeam en het volkomen verdwenen merk Darracq onderdeel van waren. Later kocht de heer Lago het merk en kwamen er wagens op de markt die met name na de oorlog naam en faam maakten als Talbot-Lago. Wagens met een fikse zescilinder-motor onder de fraaie geboetseerde kap waarvan de aantallen relatief bescheiden bleven. Record, Le Mans, Grand Sport de namen en voor dit soort sportieve wagens moest de beurs stevig worden getrokken.

Talbot-Lago leverde ook auto’s zonder carrosserie, kon je als koper bij een speciaal bedrijf je eigen koets laten bouwen. Kostte wat, maar dan kreeg je ook iets. Het merk daarmee behorende tot de wat exclusieve klasse. Maar volhouden deed men het niet. Ergens in de jaren vijftig was het over en uit met Talbot. Maar het merk werd door Chrysler weer nieuw leven ingeblazen aan het einde van de jaren zeventig. En geplakt op de boedel van het ook failliet gegane Simca dat daarmee een nieuw leven kreeg. Later zelfs onder de leiding van Peugeot/Citroen.

Met de wagens uit de boedel van Simca kwamen er de nodige Talbots uit de fabrieken van dat oude merk die we al kenden als Horizon (een Frans alternatief voor de VW Golf) 1308 (een antwoord op de VW Passat) of de Rancho (een semi-terreinwagen gebouwd door Matra zonder die specifieke modderploegcapaciteiten). Omdat men behalve de naam en wat optische aanpassingen weinig deed aan verbetering van de uitmonstering van de Talbot’s uit die periode zagen klanten al snel dat met name roest weinig ontzag had voor alles wat ook Talbot leverde. Leuk was overigens ook de Samba Cabriolet, een klein wagentje met open kap, en afgeleid van de driedeurs-versie met dezelfde naam. Bij de cabrio was het vermogen wat groter, maar qua roest was het allemaal niet veel beter geregeld. Na een paar jaar was het over en uit. Peugeot liet het merk langzaam uitdoven en zo verdween het van de markt. De borden met het merklogo bleven vaak nog lang bij toenmalige dealers aan de wand hangen. Maar auto’s werden er niet meer geleverd. Er zijn vast nog wat rijdende exemplaren overgebleven van dit bijzonder merk. Daarvan zijn die Talbot-Lago’s uit de jaren vijftig nu peperdure klassiekers geworden. Dat geldt niet voor de merkgenoten uit de jaren tachtig. Waarvan er maar weinig zullen rondrijden die ongerestaureerd in topstaat bleven. Maar wellicht staan er nog wel ergens in oude schuren wagens met het merk te wachten op herontdekking….(Beelden: Archief)

Chique Museum in Laren…

Chique Museum in Laren…

Ach, we waren er al een tijdje niet (meer) geweest, het weer was kil en sneeuw zat in de lucht verpakt dus hup, op naar het chique en wat poenerige Gooi. Half uurtje rijden van de woonstek en altijd goed voor bijzondere observaties. In dit geval keken we meteen zijdelings naar de daar woonachtige of voorbij komende lokale mensheid, maar vooral naar uitgestalde kunst. En dat laatste dan weer in het onlangs prachtig verbouwde Singer Museum in Laren.

Met een paar nieuwe uitbreidingen, een fraaie ontvangsthal, dito horeca-gelegenheid (een beetje sterrenrestaurant zou zich niet schamen voor deze inrichting en locatie..), en dus bij toeval (voor ons) een expositie over de Nederlandse kunstenaar Kees van Dongen. Het was alleen daardoor al druk en dus werden mensen die binnenkwamen voorzien van een tijdsslot. Zodat je binnen uberhaupt nog kunst zou kunnen zien. Want heel ’t Gooi van boven de 60 leek uitgelopen om deze schilder te komen bekijken.

Met even oude gidsen die uitleg gaven over wat er te zien was en over de levensloop van deze man die mee liep met de uit de 19e en 20e eeuwse stromingen qua stijl. De man leefde tussen 1877 en 1968, kwam uit Delfshaven en werd een Nederlandse vaste waarde naast Matisse, Braque en Picasso. Hoe zeer ik zijn productie kon waarderen, dat gold niet voor zijn toenmalige blik op vrouwen. Je moet wel een afkeer van het (naakte) vrouwelijke lichaam in je hebben wil je modellen uit die periode soms afbeelden zoals hij dat deed. Het doet je een beetje huiveren, althans dat deed het mij. Nog los van de typische culturele verschillen tussen het vrouwelijk naakt toen en nu. Maar realistisch was het allemaal wel, gelijkend zelden.

Buiten deze expositie om heeft men bij Singer tevens een hele reeks andere schilderijen en beelden in huis en ook die moet je zeker even gaan bekijken als je hier in de buurt bent. Zowel binnen als buiten is er het nodige te zien. Neem er de tijd voor, want je hebt bij dit museum heel wat zalen af te lopen. Is niet iedereen gegeven wellicht, maar voor mij was het een aardige wandeling door de culturele geschiedenis van ons land en daar buiten. Wat zeker ook opvalt is de omvang van de bijbehorende en altijd voor extra inkomsten van een museum zorgende shop. Hier in Laren is die erg fraai ingericht, er zijn heel wat zaken betaalbaar en wie graag een leuk brons van bijvoorbeeld Rodin op schaal wil bezitten kan hier voor een paar tientjes slagen. Uiteraard heeft men ook aardige naslagwerken voor de kunstenaars die men in de belangstelling zet(te) zoals Kees van Dongen. Wie er van houdt moet dat zeker meenemen!

Het museum zelf kent als gebouw een redelijk ruime ambiance, de garderobe is van de self service, de toiletten ruim en schoon. Maar aan de ontvangstbalie/kassa mag het allemaal wel een stukje vriendelijker. Niet iedereen komt uit het Gooi, daar zijn ze verheven norsheid wellicht gewend, wij zijn dat niet. Maar verder? Aanrader. Museumkaarthouders kunnen vrij van kosten naar binnen. Voor gewone bezoekers geldt een tarief van E.18,00 p.p.. En o ja, een ding, kom op tijd, want parkeren rond dit museum is een crime. En je moet goed opletten waar het betaald parkeren is en waar niet. (beelden: Prive)

Tandarts met een advies…

Tandarts met een advies…

Onlangs was ik weer eens te gast bij mijn ontzettend aardige, knappe en van oorsprong Iraanse tandarts. Zij nam een paar jaar terug de praktijk over van een man op wie ik in de korte tijd dat ik hem meemaakte (ik beschreef al eerder de ellende met een andere tandarts een paar jaar terug..) aardig mijn vertrouwen bouwde. Hoe dan ook het afgelopen jaar keek ik enorm aan tegen dat recente bezoek. Ik was zo van de leg dat je bijna kon spreken van tandarts-angst. Een fenomeen dat ik niet kende in de afgelopen jaren van mijn leven. Ik onderging het allemaal veelal gelaten, liet boren, vullen, wortelkanalen bewerken en zo meer. Maar een situatie die vorig jaar bij een soortgelijke controle werd geboren maakte dat ik in deze geestelijke toestand verkeerde.

Bij de controle van vorig jaar (normaal ga ik om de zes maanden..nu zat er een jaar tussen…dit voor het verhaal..) maakte de lieve maar strenge tandarts me duidelijk dat ik toch nog beter moest poetsen dan ik nu al deed. (Ik heb voor een kapitaal aan stokjes, borstels, raggers, draadjes en maak de boel na elke maaltijd uitgebreid schoon, maar het lijkt nooit genoeg…) En ik moest afspreken met een door haar aanbevolen mondhygieniste die alleen op zaterdag beschikbaar bleek in dezelfde praktijk. Nu had ik dat al eens eerder meegemaakt en eerlijk is eerlijk, die betreffende dame wist van wanten. Een week later had ik nog steeds pijn in de mond. Nou ja, wat moest dat moest, dus afspraak gemaakt. Kon binnen tien dagen terecht. De dame die me toen ontving was nog knapper dat een fotomodel, zorgde dat ik comfortabel lag en begon met iets scherps in mijn kiezen te poeren.

Ze stopte al na 5 minuten. Er was een noodsituatie volgens haar. Ik schrok met gek. Alle hoekkiezen verkeerden in slechte conditie, vroegen om uitgebreide handelingen die niet alleen pijnlijk waren maar ook nog eens kostbaar. Dus als man uit het bedrijfsleven afkomstig vroeg ik dan maar even naar die prijs. Met een grote glimlach en opengesperde bruine ogen gaf ze een indicatie ‘Tussen 1200 en 1600 euro’. Ik moest even bijkomen. En wat was de garantie op succes? Die gaf de aardige dame niet. Nou, ik was er snel klaar mee. Stapte op en zei nog dat ik er nog op terug zou komen. ‘Anders belt de tandarts u zelf nog wel even…’ haar antwoord. Dat telefoontje kwam nooit. Maar goed ook, want ik was compleet uit het veld geslagen. Haar verhaal had er stevig ingehakt. Als je bedenkt dat mijn gebit mijn hele leven in aardige conditie verkeert waarbij goed onderhoud geen kleine rol speelde was ik even van slag.

Dat duurde zodanig lang (ik keek intussen ook naar andere TA en MH’s in de wijde omgeving..) dat ik ook niet meer afsprak voor de tweede controle vorig jaar. Dit jaar dus wel weer. En ik had mijn verhaal klaar. Maar die lieve tandarts keek, vond dat er foto’s moesten worden gemaakt, wat meteen kon, en constateerde dat er weliswaar opnieuw wat mankeerde aan mijn eigen poetsgedrag, maar verder ging ze niet. Ik vertelde haar toen van mijn gemoedstoestand en wat die mondhygieniste had gezegd. Ze keek me verwonderd aan. Was haar eigen advies gewoon vergeten. Ik legde nog eens uit dat ik zulke bedragen voor zoiets echt buitensporig vond en me zelf wel meer discipline zou bijbrengen. Natuurlijk…eigenwijze oude man… Kent u er meer van?? ‘Jawel’ sprak ze met vriendelijke glimlach, ‘mijn vader’…. En daarmee kon ze meteen niet meer stuk…. Zelfde dag nog een nieuwe elektrische borstel gekocht van een A-merk…kost wat maar het moet maar…alles beter dan die peperdure en pijnlijke behandelingen die men vorig jaar wilde verkopen…. (beelden: archief)

Amsterdamse drieassers..

Amsterdamse drieassers..

De Tweede Wereldoorlog hakte er wat betreft het rijdend materieel van de Amsterdamse GVB stevig in. De bezetter nam een deel van de tramvloot mee naar huis als souveniers nadat het duidelijk werd dat Nazi-Duitsland op haar retour was. Dus moest men na de bevrijding roeien (rijden) met de riemen die men had. En die riemen waren schaars en ook min of meer uitgewoond. Toch kreeg men al snel een soort van rijschema overeind en konden de Amsterdammers weer naar school of kantoor met het openbaar vervoer. Men leende intussen trams uit andere steden, verbouwde oudere trams op zodanige wijze dat die wat meer comfort boden dan voorheen. Maar men snapte ook dat er nieuwe trams bij moesten komen die dat comfort nog eens extra zouden verhogen.

En na lang wikken, wegen, bekijken, onderzoeken en experimenteren besloot men een order te plaatsen in eigen huis. Een ontwerp van het GVB zelf kreeg de voorkeur boven allerlei andere trams vanuit fabrikanten die ook wel aan de slag wilden voor de Amsterdammers. De drie-assige trams waren geboren. Wagens met een erg aardig en toen modern uiterlijk. Vouwdeuren voor in- en uitstappen, een aparte zitplek voor de bestuurder en ook de conducteurs. Het signaal voor stoppen bij een halte werd voortaan visueel gegeven via verlichte glaasjes in de wagens en door een afgesloten cabine met verwarming waren deze trams een grote stap vooruit ivm de oudere blauwe twee-assers.

Een ding was wel jammer, want de beste aandrijving voor deze trams zou moeten komen uit Duitsland en dat was natuurlijk in die tijdsperiode ondenkbaar. Dus besloot men motoren te gebruiken uit oudere tramtypes die waren of werden gesloopt. Omdat de nieuwe trams nogal lang en zwaar bleken waren die motoren voor de moderne trams aan de zwakke kant. Daarbij moesten ze vaak over de hogere bruggen van de stad heen met volle last en dat ging niet van een leien dakje. De drieassers waren met hun aanhangers ook zodanig lang dat men sprak van ‘treinen’ en die konden op de lijnen die bijvoorbeeld door de smalle Leidsestraat heen moesten elkaar op de passeervlakken boven op de diverse bruggen niet passeren. Kortom er moest veel gesleuteld worden om de trams volledig inzetbaar te maken.

Toen in 1956 de eerste gelede en nog moderner trams in de stad arriveerden werden de drieassers vaak gezien als backup voor dat toen moderne materiaal. Vaak liet men dan alleen motorwagens op reservediensten rijden. Een deel aangepast met o.a. een nieuw lijnbord boven het voorraam, zoals bij die gelede trams die hen eigenlijk moesten aflossen. En feitelijk werden de eerste drieassers al sneller gesloopt dan normaal in Amsterdam bij trams het geval was. Toch bleven ze in allerlei vormen maar afnemende aantallen nog wel actief tot en met 1985. Toen pas gingen de laatste exemplaren naar sloop of musea die er eentje wilden hebben. Een enkel exemplaar verdween naar vrijplaatsen aan de rand van de stad waar ze zelfs als woningen werden ingericht. Al met al was het een opvallend tramtype dat ook een norm zette voor alle volgende opvolgers. Comfort, snelheid, bedieningsgemak en ook simpel onderhoud. Ik bewaar goede herinneringen aan die trams die altijd op de wat chiquere lijnen van het GVB reden. Want de passagiers in sommige wat duurdere wijken van de stad wilden niet meer in de oude half open blauwen worden vervoerd maar in comfortabele omstandigheden. En dat kon in die drieassers. (beelden: Archief/internet)

Relativiteits-selfie…

Relativiteits-selfie…

Jullie, als regelmatige lezers hier, kennen mijn mening wel over de selfiecultuur die zich al enkele jaren om ons heen uitspreidt als een giftige wolk. Jezelf in het centrum zien van het universum en daaromheen dan een verhaal bouwen alsof zonder jou de wereld zal vergaan. Waar komt dat toch vandaan vraag ik me vaak af. In een alsmaar drukkere wereld is dat ene individu in Nederland of pakweg Belgie nauwelijks opvallend. Daarbij, na een leven van gemiddeld pakweg 85-90 jaren op Aarde is het voor de meesten einde oefening en ben je na een paar jaar totaal vergeten. Of je moet wel iets heel bijzonders hebben bijgedragen aan ons aller leven hier op deze planeet. En dat is maar weinigen gegeven.

Dictatoren wellicht, bijzondere kunstenaars, een enkele artiest of iemand wiens naam via de familiebanden heel lang is verbonden aan een of andere onderneming. Kom je dan buiten de eigen landsgrenzen moet je eens opzoeken hoe beroemd al die lui zijn daar. Confronterend. De geschiedenis van pakweg de gemiddelde Tsjechen of Zwitsers is hier totaal niet bekend, terwijl ze daar wellicht nog net hebben gehoord van Johan Cruyff maar verder ook van geen enkele hier zo bekende Nederlander. Is het daarom dat we in ons eigen territorium beroemd willen zijn? Wellicht. Maar het is ook een onderschatting van wat er om ons heen in de grote ruimte aan de gang is.

Ons Aardse leventje is een seconde in de totale tijd waarin dat Heelal al bestaat. Recente foto’s vanuit de ruimte gemaakt door de nieuwste ruimte-telescopen maken duidelijk dat we met die techniek van nu een blik kunnen werpen die 4-6 miljard lichtjaren terug gaan in de tijd. De Oerknal nog net niet zichtbaar, maar we komen steeds dichter bij. Triljoenen sterren, miljarden sterrenstelsels zoals onze Melkweg, puntjes in dat grote niets. En wij op ons aardse bolletje maar belangrijk doen. We stellen niks voor bij al dat natuurgeweld in dat grote heelal om ons heen. In de jaren zeventig stuurden we een satelliet de ruimte in die we zodanig programmeerden dat hij de grote ruimte in moest vliegen om te zien waar eventueel intelligent levende wezens te vinden zouden zijn. Voyager heette dat ding en die deed er tientallen jaren over om ons eigen Zonnestelsel te verlaten.

Intussen is hij zover weg dat we geen signalen meer binnenkrijgen en opereert dat ding dus op eigen kracht in de richting van het enorme niets. We stuurden allerlei toenmalige souvenirs mee. Want stel dat je andere wezens op je pad treft kunnen die wellicht snappen wat we met symbolen en een beeldplaat willen uitbeelden. Nou, het is te hopen dat die lui ver weg dat nu net niet snappen. Want als dat massaal hierheen komt hebben we een groter probleem dan we nu al kennen door de massa-immigratie. Zoals wij dieren behandelen op onze eigen planeet kon dat ook wel eens ons lot zijn als we bezoek krijgen van dat vreemde ruimtevolk. Een ding is zeker, dan maakt het niet meer uit of je beroemd bent in je eigen achtertuin of niet. Dan dien je als voedsel of slaaf. Best een confronterende gedachte….Zeker als jouw ster je eigen spiegelbeeld betreft…..(Beelden: archief)

Lekker tentje in Purmerend…

Lekker tentje in Purmerend…

Een van de overloopgemeenten van Amsterdam is al decennia lang Purmerend. Anders dan Almere is deze Noord-Hollandse stad er wel een met een eigen oude geschiedenis maar groeide het na WO2 door de aanhoudende woningnood in Amsterdam uit van een agrarische gemeente tot een vluchtplaats voor hen die een eigen plekje zochten maar de grote stad wel in de buurt wilden hebben. Purmerend heeft dus een enorme expansie meegemaakt en dat slaat ook terug op de horeca die daar floreert als nergens elders. Bij toeval waren wij er onlangs eens te gast. Wij kennen de stad van bezoeken daar van een jaar of 20 geleden wellicht, maar echt recent waren we er niet.

Dan sta je toch versteld over de groei van deze stad, maar ook over het winkelaanbod. In een buitengebied, aan de Burgemeester D.Kooimanweg stuitten we bij toeval op een overdekt winkelcentrum waar op de gevel heel wat grote ketennamen te lezen waren, sommigen daarvan hadden we nu net even nodig. Dus auto geparkeerd (ging prima en gratis) en naar binnen. Een werkelijk gigantische AH XL domineerde het hele gebouw, maar ook de enorme vestiging van Action mocht er zijn. Daar tegenover zat een ‘leuk tentje’ zoals wij het vanaf de buitenkant beoordeelden. De inwendige mens vroeg om een kleine versnapering en wat warm vocht dus hup naar binnen. Waar het gezellig toeven bleek. Men kent flink wat tafeltjes met naar keuze 2 of vier stoelen. Een open front in de zaak laat je de keuken mee beleven en ook de servicebalie waar men de bestellingen verwerkt en kassa beheert.

De menukaart is qua aanbod aardig omvangrijk en je kunt er heel wat kiezen als je de portemonnee er voor wilt trekken. Maar voor de kleine hapjes als de bij ons intussen befaamde en geliefde tosti is hier ook voldoende ruimte. En dat gesteld hebbend, die waren zeer smakelijk. Ik houd van gesmolten kaas op die dingen, en dat was hier prima voor mekaar. Smakelijke consumptie. De thee bloedheet, de service buitengewoon vriendelijk en de bediening snel. Het plaatje klopte. Dat gold ook voor het keurig nette toilet. Niks mis met deze gelegenheid en prijs/kwaliteit dik op orde. Niet voor niets aardig gevuld met gasten. Moccano de naam van deze gelegenheid en even op internet zoeken maakt duidelijk dat ze in Purmerend met twee vestigingen hun klanten bedienen. Een lokale held dus, maar wel een die wat mij betreft meerdere filialen mag uitrollen over de omgeving. Juist aan dit soort zaken is wat ons betreft echt behoefte. Een rapportcijfer van 9.5 is hen dus met plezier gegeven. Dat missende halve puntje had er nog bij gezeten als de aardige jongedame die ons bediende ook nog even was komen vragen of alles naar wens was en ook de rekening was komen brengen. Maar dat is meer een tip dan een verwijt…(beelden: Prive-archief)