
Kijk, toen ik vanaf een kwart eeuw geleden voor mijzelf werkte en adviezen gaf of trainingen, concepten uitdacht en hele campagnes begeleidde deed ik dat zeker niet gratis. Creativiteit moet beloond en de bedrijven die me inhuurden schreven de kosten af op hun vaak vooraf vastgelegde redelijk ruime budget. Ik kon er van bestaan zonder dat ik mij dikke horloges of dito auto’s dan wel villa’s toebedeelde. En als de klanten soms lastig te vinden waren, crises waren indertijd nog normaler dan nu, moesten we met de opgebouwde reserves maar zien dat we het normale leven konden leiden zonder in de schuldhulpverlening terecht te komen. Nou heb ik ontdekt, en al eerder hier gedebiteerd, dat er beroepsgroepen zijn waar tegenwoordig de bomen tot in de hemel groeien. De tarieven zitten op een niveau waar ik indertijd nog bijna schaamte voor had toen ik ze zelf berekende. Maar ik zie ook dat veel van die beroepen tegenwoordig te vinden zijn in ‘klinieken’ vol fraaie apparatuur en bijbehorende assistentes. Ik heb het specifiek over o.a. tandartsen en dierenartsen.

We hadden die beide recentelijk weer even nodig en schrokken achteraf aardig van de berekende prijzen. Zo was ik zelf even bij de tandarts voor een jaarlijkse controle, inclusief gebitsreiniging. Daarnaast moest er een 40-jaar oude vulling van een hoektand worden vervangen. Ik stam nog uit de tijd dat de tandarts daar een uurtje voor inruimde en je dan een nota meegaf voor (omgerekend) 75 euro of zo. Goed te doen. Nou toen ik na een drie-urige sessie het pand verliet (met pijn in de mond die ik daarvoor niet had gevoeld..) lag de factuur al op de digitale mat. En zorgde voor een wat verhoogde hartslag. Jeminee dat loog er niet om. Werd dit werk vroegen samengevat onder de noemer werkzaamheden….tegenwoordig krijg je een specificatie mee waar een beetje autodealer een puntje aan kan zuigen. Echt elk detail, ook gebruikte materialen en zo meer, allemaal staan ze op de factuur. Maar ff sparen voor we dit betalen.

Bij dierenartsen zien we hetzelfde. Er zitten wat klinieken (jaja, de oude eenmans praktijken verdwenen) om ons heen, een daarvan echt om de hoek en de liefde voor dieren spat daar van de er werkende mensen af. Dus brengen we onze huisgenoten op vier poten daar heen als het nodig is. Was ik indertijd gewend aan een starttarief van pakweg 4 tientjes voor een consult van 10 minuten, anno nu is dat opgelopen tot 65 euro voor dezelfde lengte van het eerste gesprek. Moet er dan nog iets plaatsvinden telt het snel op en moet je niet verbaasd zijn als de nota van die dierenarts nog net niet hetzelfde niveau bereikt als die van de tandarts. Tuurlijk, grote stad, hoge huren, andere salarissen, maar toch. Ik bedenk me altijd dat er mensen zijn met kleine salarissen en grote liefde voor hun huisdier(en). Die kunnen dit nooit betalen. En mijden dus de zorg….wat ze ook al doen voor hun gebit. En zo keert de wal het schip ten kwade. Krijg je naast de reguliere zorg (eigen risico 385 euro en stijgend) waar sommige mensen tegen aan hikken nu ook de twee beroepsgroepen waar men niet meer naartoe kan omdat het onbetaalbaar aan het worden is. Arme dieren, arme mensen, dag vogels, dag mensen…. Overigens is de pijn in het gebit snel verdwenen…. Maar ik moet wel even sparen voor de volgende vulling-vernieuwing…. (Beelden: Archief)







































Wie wel eens in een trein heeft gezeten anno onze nieuwe eeuw zal weten dat met name de tweede klasse uitblinkt door simpelheid, redelijk comfort en nogal vaak vuil op de vloer en overvolle prullenbakken. De eerste klasse is een treetje hoger in te schalen en biedt nog wat meer rust. Maar het haalt het niet bij de luxe die eerste-klasse reizigers pakweg een eeuw geleden mochten verwachten. En die luxe was slechts voor hen betaalbaar. Veel van die stijl en inrichting van de treinen in die jaren dankten we aan een Amerikaans bedrijf. Pullman Palace Car Company heette dat bedrijf en die naam is synoniem gebleven met ultra luxe en comfort. Niet voor niets associeren wij dat in onze tijd nog steeds met die begrippen al vertalen we dit dan eerder naar een ulta-comfortabele boxspring of auto’s met een vergelijkbare uitmonstering. Pullman was en is voor de rijken. Die rijtuigen waren zo luxe dat zelfs het Britse koningshuis de opdracht gaf om haar koninklijke treinen als zodanig uit te voeren. Wonderlijk genoeg had oprichter George Pullman in feite de indertijd welvarende Amerikaanse middenklasse op het oog bij zijn treinwagons.
Ook de restauratiewagens waren voor Pullman uitingen van pure luxe en welvaart en de reizigers doften zich ook echt op voor elke maaltijd die een dag aan boord van zo’n trein van toen met zich mee bracht. Voor hen die een tweede of zelfs derde-klasse ticket betaalden was deze luxe overigens niet aanwezig. Verre van dat zelfs! Houten banken kwamen eerst en rechtop zittend slapen de norm. Niet zo bij Pullman-reizigers. Die kregen stewards aangeboden die hen verzorgden met alles wat ze thuis gewend waren. Het ontwerp van die wagens was in pure art-deco-stijl, veel bruin, leder, maar ook elektrische lampen en tafelkleden. Via een Britse dochteronderneming van de Amerikaanse onderneming bereikte het concept in 1884 ook Europa. En al snel werden afspiegelingen van dit denken doorgevoerd bij de grotere treinbedrijven. Later overgenomen door de eerste luchtvaartbedrijven die het gemis aan comfort door de primitieve eerste vliegtuigen compenseerden met allerlei luxe zaken die passagiers van toen verwenden en afleidden van wat ze zoal meemaakten aan boord onderweg.
Fauteuils in plaats van stoelen, warm en vers bereid eten, maar ook krantjes, drankjes, en hotels met veel luxe als ergens een tussenlanding moest worden gemaakt. De reizigers van toen uiteraard veelal van rijke komaf, de gewone burger had in een vliegtuig nog niets te zoeken. Ook bij autobouwers was dit luxe denken op enig moment in zwang. Elke zichzelf serieus nemende fabrikant had wel een reeks modellen in huis die gericht waren op Pullman-klanten. Een chauffeur voorin, vaak in de open lucht, en de reizigers in alle luxe achterin. Zie je nog steeds. Vaak bij verlengde limousines, waarbij de chauffeur weliswaar nu ook enig comfort ervaart, maar de passagiers zich omringd weten met alles wat hij/ziij maar wensen kunnen. Het mag iets kosten en zij willen niet in eerste de beste leasesloep worden vervoerd. Luxe moet het zijn. Net zoals George Pullman het in de 19e eeuw al bedacht. De kleuren en stijl veranderden door de jaren heen, maar het verlangen naar die verwennerij zeker niet. In de jaren zeventig van de vorige eeuw verdwenen de Pullman-rijtuigen pas bij de meeste spoorbedrijven. De jumbojets maakten vliegreizen democratisch en een beetje compacte middenklasser heeft ook al zoveel luxe aan boord dat je je daar niet voor hoeft te schamen. Maar het Pullman-denken blijft toch voorbehouden aan de bovendanen en nieuw-rijken van deze wereld. Want verschil moet er zijn. En dat was zelfs in de communistische heilstaten zo. Wie dat niet gelooft moet maar eens kijken naar de treinen, vliegtuigen en auto’s waarmee de leiders in die landen werden vervoerd. Confronterend!