Geluk…

Geluk…

Voor veel mensen is een gevoel van geluk toch dat ze vol liefde naast een partner zitten, dan wel een onstuimige liefde beleven waarbij liggen belangrijker is dan zitten.

Maar als dat liggen chronisch blijkt is dat geluk al snel ongeluk. Betrekkelijk dus dat geluksgevoel. Velen streven dit na door het materiele in te voeren als onderdeel van het gelukkig zijn. Steeds groter wonen, duurder, rijker, zelden denkt men in termen van gezondheid als ultiem geluk. Toch moet je best goed gezond zijn om van dat geluk te kunnen profiteren. Valt er een boom om en net naast jou op straat heb je meer dan zo maar wat geluk, krijg je hem op de bol had je even wat minder geluk. Een andere betekenis maar toch niet onbelangrijk. Mensen die net ontsnappen aan een of ander groot onheil denken nog wel eens in die termen. Geluk gehad…. Maar wie heeft groot geluk gekend en is dat intussen kwijt? Ongelukkigen zijn dat toch. Ben je voor een dubbeltje geboren is het kwartje wellicht te hoog gegrepen, maar sommigen zijn met dat dubbeltje meer dan tevreden. Het waarom ligt in de vraag of ze met helemaal niks ook gelukkig zouden zijn.

En dat is niet zo. Maar veel mensen zijn met weinig gelukkig. Leven in een klein huisje met de spullen die er toe doen om zich een, houden huisdieren die dat geluksgevoel versterken en als het een beetje meezit partners en/of kinderen die dat persoonlijke gevoel helemaal afronden. Voor anderen is het duidelijk dat ze meer nodig hebben om dat geluksgevoel te verkrijgen. Een tweede huis in Frankrijk, een boot, zwembad en waar nodig een vriendin of minnaar die de aandacht geeft die men in de normale situatie zo ontbeert. Wat is dus bepalend voor dat geluksgevoel? Waar komt het vandaan? En hoe kijken we er zelf naar? Ik denk persoonlijk dat veel van dat geluksgevoel ook afhangt van het feit of je al dan niet jaloers bent op anderen. Is een ander beter af dan jij en valt daar mee om te gaan?

Of ben je gewoon compleet van de leg als je merkt dat oude vrienden het verder schopten dan jij, beter opgeleid raakten, mooiere banen (en vrouwen of mannen)kregen en ook nog eens met geld smijten waar jij zelf een beetje op moet letten met je uitgaven. Als je dat laatste in de genen hebt zitten komt het niet goed met dat geluksgevoel en blijf je altijd mekkeren over de kansen die je worden/werden onthouden. Al dan niet met de identiteitskaart daaraan gekoppeld. Ik ben niet gelukkig want….. Persoonlijk heb ik geen enkele last van jaloezie. Nergens is het 100% geweldig, en Nederland is een prachtig lang. We leven hier relatief lang, gezond en op de gelukskaart van Europa scoren we als volk heel hoog. Logisch want we verdienen hier gemiddeld aardig de kost en hebben een samenleving waarin voor een ieder die wil kansen gebakken zitten. Is die villa dan de norm?

Of is een dak boven het hoofd en wonen waar het niet al te slecht is qua demografische samenstelling net genoeg? Vertel het maar. Ik ken mensen die van alles mankeren maar toch gelukkig zijn en anderen die hartstikke gezond zijn en welvarend en toch zoeken naar dat ontbrekende stukje wat het geluk kan bevestigen voor ze. Is dat geluksgevoel of de lage drempel daarheen iets wat je van thuis meekrijgt of moet je dat gewoon zelf leren?? Vragen, vragen, maar feit is dat geluk niet geheel verklaarbaar is maar wel een heerlijke deken kan zijn waarin je je dan als mens kunt wentelen. Waarbij wentelen in een bubbelbad ook gelukzalig kan wezen of juist dat samen genieten van wat ons tot mensen maakt die van elkaar houden. Wie er een mening over heeft moet het vooral hier even uiten. En laat ook eens weten wat jou het ultieme geluksgevoel geeft of zou kunnen geven. Dank bij voorbaat voor het delen. Je maakt me er extra gelukkig door… (Beelden: Archief/Internet)

Huizen…

Huizen…

Terwijl het elastiek me zoals eerder al eens beschreven aardig weet te binden aan wat ik belangrijk vind in mijn leven, is er toch nieuwsgierigheid.

De moderne tijd maakt dat we soms verder kijken dan de eigen veste om onze woonomgeving van een mogelijk alternatief voor wat nu ons thuis is te voorzien. Dat thuisgevoel gaf me ook inspiratie voor een verhaal. Voor velen van ons was het huis uit de jeugd ons echte thuis. Ik bekijk dat toch anders. Zeker toen broerlief onlangs overleed kreeg ik veel oude herinneringen gratis in de nachten die rond die gebeurtenis werden opgebroken. En bedacht ik me dat die eerste periode van het leven niet meteen rozengeur en maneschijn meebrachten.

Het huis waar ik in de vroege jeugd woonde was een voor die tijd overigens nog redelijk ruim huis, etagewoning, straat in het Amsterdamse Zuid, relatief lage huur. Er waren mensen die met minder toe moesten dan met vier (bescheiden)kamers en een keuken, plus een later voor de hobby’s benutte zolderkamer. Maar luxe was het bepaald niet. Pas in mijn pubertijd verscheen er zo een douche in die keukenhoek, de huisbaas pakte uit. Later, ik trouwde en trok in bij de schoonouders, woonden we in een historisch pand aan de Amstel in hartje stad. Een piepkleine etage ons eigen domein, een luik dekte onze leefomgeving af van de rest van het huis. Zo verging het veel mensen in die tijd.

Woningen voor starters waren er ook toen al niet. En wat men bouwde was onbetaalbaar. Ook toen al een probleem dus. Toch maakten wij die stap. In 1970, de nieuwe woonwijk Bijlmermeer bood ons een geweldig luxe driekamerflat in een voor het gevoel gigantisch flatgebouw van toen en tien etages hoog. Een paar jaar later verhuisden we in datzelfde gebouw weer door naar een vijfkamerflat met extra bergkamers binnen en buiten de flat. Het waren bijna koninklijke tijden. Al werd de woonomgeving er na 1975 bepaald niet vrolijker op. Ik heb de oorzaken daarvan al eens beschreven. De Bijlmermeer van droom tot nachtmerrie. Afvalputje voor de Amsterdamse samenleving. Begin jaren tachtig was het genoeg. Terug naar de stad kon niet, de regelgeving van de centrale stad maakte dat onmogelijk. Dus na lang rondkijken een eengezinshuis met garage in het toen splinternieuw gebouwde Almere-Stad. Grote woning, zes kamers, zolder, schuur met twee verdiepingen en die eigen garage. En veilig qua woonomgeving. Huis werd thuis opnieuw. Twaalf jaar later waren de omstandigheden zodanig veranderd qua werk en prive-situatie dat de files die van/naar Almere voerden een grote handicap bleken en de stress dagelijks te veel verhoogde. We verhuisden alsnog terug naar het oude land. Amsterdam weer in beeld. Nu kon het wel. Mits we kochten. Wat we deden. En dit huis werd ons zoveelste thuis. Voelde vanaf moment een goed. En nog. Van een etagewoning via flats naar eengezinshuizen. Volgende stap….appartement?? Wie weet. We kijken nog eens goed rond. En misschien besluiten we wel dat we dat thuisgevoel niet kwijt willen raken. Who knows…. Hoe zit het met jullie medebloggers en lezers? Zelfde soort ontwikkeling meegemaakt?? Een thuisgevoel van vroeger en nu herkenbaar?? Ben benieuwd naar jullie reacties….. (Beelden: archief)

Het beeldje – 3

Dat hij niemand kon bereiken om hem te helpen uit deze ellendige situatie te geraken was best verontrustend. Zijn vriendin zou hem vast missen nu hij niet kon bellen of appen. Maar ook zijn collega’s van het werk moesten wel denken dat hij doorgezakt was en zijn roes lag uit te slapen. Iets wat hem in het verleden ook wel eens was gebeurd, maar nu toch echt geen enkele rol speelde. Hij wist een ding zeker, iemand zou hem missen en hem komen zoeken. Dat gaf hoop. Hij snapte ook niet hoe het zo kon zijn dat alle techniek hem in de steek liet. Van de nood een deugd makend liep hij naar de gang en keek in de stoppenkast. Alle zekeringen leken op ‘uit’ te staan en dus zette hij ze weer in de ‘veilige’ stand. Even knipperde het licht in de flat, daarna sloegen de zekeringen weer door. Het was dus gewoon kortsluiting bedacht hij zich en hij ging op zoek naar de oorzaak. Maar waar ga je zoeken als je geen idee hebt welk apparaat wat kon aanrichten? Alle schakelaars, stekkers, stopcontacten liep hij na. Geen een vertoonde narigheid of bijvoorbeeld aanslag van een of andere elektrische oorzaak. Het bleef raadselachtig. Weer zette hij de zekeringen in de stoppenkast op veilig. Dit keer kreeg hij een schok door zijn lijf die hem de adem benam. De stroom had hem bijna verlamd. Op de grond liggend bedacht hij zich half versuft wat er toch loos kon zijn in zijn normaal zo veilige en overzichtelijke flat. Terwijl hij daar lag werd er op de deur geklopt. En hoorde hij de stem van zijn vriendin. Ze riep zijn naam, vroeg of hij thuis was. Maar doe klap die hij had ondergaan liet hem stem stokken. Hij kon er geen verstaanbaar woord uitkrijgen om haar te waarschuwen dat hij op de grond lag. Hij zag nog wel zijn vingers van de hand die de schok hadden gekregen. Ze waren rood van het verbranden en hij rook de geur van verschroeid vlees. Daarna viel hij flauw. In de huiskamer verplaatste het vrouwenbeeldje zich. Langzaam maar gestaag. Richting de deur waar de vriendin nog steeds verwoede pogingen deed toegang te krijgen tot de flat van haar vriend. De kleur van het beeld was intussen zwart en de ogen van het beeldje spuwden vuur.

De B van Bouwen

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In mijn woon- en leefomgeving betaal je voor een stukje grond om op te bouwen een dermate hoog bedrag dat het bijna onmogelijk is woningen neer te zetten die voor Jan Modaal nog betaalbaar zijn. De appartementen waarop met name de ‘grijze golf’ in dit land, maar ook de jonge garde die niet meteen in een huis met tuin wil terecht komen, node wachten, worden peperduur en zijn slechts weggelegd voor de grootverdieners. Het resultaat is dat er een transitie plaatsvindt tussen onze mooie stad en de directe omgeving. Steden als Hoofddorp, Amstelveen, Purmerend en uiteraard Almere doen goede zaken met het verzorgen van woongenot voor die groepen die door het bijna schandelijk woonbeleid in de hoofdstad al decennia lang de stad worden uitgejaagd. Waarmee de tweedeling in die stad tussen arm en rijk extra wordt aangewakkerd. Hoe verder je van de stad afreist, hoe lager de prijzen voor de huizen. Dan moet je uiteraard niet echt in die omgeving blijven hangen want ook de regio profiteert (..) mee van de schaarste aan betaalbare woningen aan de ene kant en de enorme vraag aan de andere.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een appartementje in een souterrain ergens in een niet meer dan normale woonwijk ging onlangs voor E. 385.000,00 over de plank. Was helemaal 25m2 groot. Gekte van de bovenste plank. Huren in de wijk ‘De Pijp’ overschrijden vaak de 1000 Euro per maand en dan heb je echt niet veel meer dan een aardig huisje met gematigd wooncomfort. Kortom er is een soort gekte gaande. Niet in de laatste plaats doordat er gewoon niet voldoende gebouwd is en men ook niet heeft gekeken naar de doelgroepen. Men koos voor het grote geld, het rendement en plempte op die manier op elke open vierkante meter grond huizenblokken neer. Het hele havenfront van Amsterdam is op die manier verdwenen. Het uitzicht van de vroegere stadsgrens voor het IJ is verdwenen. Achter een enorme muur van appartementencomplexen die duur tot peperduur aan de man/vrouw zijn gebracht. De oude wijken bleven over voor de mensen die slechts met huursubsidie of steun van de Bijstand iets van een dak boven het hoofd konden krijgen. En de sociale onveiligheid in die buurten op de koop toe moesten nemen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook al is er dan heel veel gedaan aan stadsvernieuwing en zo meer. Ere wie ere toekomt. Maar ik blijf bij de stelling dat wat we vroeger sociale woningbouw noemden nu peperduur is geworden dan wel niet beschikbaar is. Oorzaken liggen voor de hand, zeker in een stad als de onze die wordt overlopen door mensen die hier hun toekomst willen vinden. En gek genoeg blijken die aan boven- en onderkant van de markt even dol te zijn op onze stad. Miljoenen kostende appartementen verschijnen aan de Dam, langs de haven, maar ook op de Zuidas. En de middenklasse, zij die eigenlijk gek zijn op het leven in Amsterdam (maar hetzelfde geldt vaak ook voor de andere grote steden..) wijken uit naar elders. En zo verliest die stad haar eigen karakter, zijn taal, zijn humor. Als ik dan lees dat in Amsterdam een groot deel van de kiezers stemt op de PvdA, GroenLinks of D66 denk ik echt dat we hier iets gemist hebben. Want juist die partijen hebben hun eigen achterban op dit beschreven gebied compleet in de steek gelaten. Maar dat zal veel van de import-Mokummers een zorg zijn. Die kijken niet verder dan hun geldbundel dik is.

Gina blijft…

wp_20161130_004Het waren zalige kerstdagen. Samen met haar, ze heette Gina, had hij met een paar takken en wat kleine lampjes de boel nog wat opgefleurd in zijn flatje. Daarna was ze thuis nog wat spullen gaan halen en terug gekomen om niet meer te vertrekken. Samen kookten ze een maaltje voor de dagen die kwamen, zij dekte de tafel met een laken dat hij in de kast had liggen maar zelf nooit zou gebruiken, en ze maakten er een feestje van. Ze kletste hem de oren van zijn hoofd, maar wat ze zei klonk als muziek. Muziek die hij al zo lang in zijn leven had gemist. Met zijn vrouw praatte hij wellicht nog net over de kinderen, of wat praktische zaken, maar nooit over gewone alledaagse weetjes. Gina was daar wel van. Ze vertelde hem over haar voormalige partner, die haar zo had beduveld. En dan vooral financieel. Over haar familie, waar nog een vleugje Italiaans bloed in te vinden was, vandaar haar naam, en over haar behoefte aan geborgenheid. Voor hij het wist had ze in zijn armen gelegen op de bank en was van het een het ander gekomen. Langzaam maar zeker hadden ze toegewerkt naar sterren en vuurwerk en dat bleek voor beiden een zeer ontspannende finale. Hij wist niet dat hij het nog in zich had. Zij maakte emoties bij hem los die hij in jaren niet had gekend. Wat een vrouw. Ze bleef die avond ook slapen. In zijn bed dat hij daarvoor maar even extra had opgemaakt. Ze nestelde zich tegen hem aan in het weinige dat ze aan had, en dat maakte dat de nacht net zo ontspannen plezierig verliep als de avond voorafgaand. Na een lekker ontbijtje samen had hij haar gevraagd wat ze verder wilde.

Moest ze niet naar haar familie, het was tenslotte Kerstmis? Nee, dat wilde ze niet. Ze wilde niet weg. Had het zo naar haar zin, wilde voor altijd bij hem blijven. Hij moest daar nog eens over nadenken. Was het niet gewend  dat er iemand op deze wijze van hem kon houden. Maar hij twijfelde geen moment toen ze hem vroeg mee te gaan naar haar flat om de tweede feestdag ook echt als zodanig te laten verlopen. Alleen vond hij het wat zielig voor zijn Grijsje. Helemaal alleen in die nieuwe flat van hem, dat werd wennen. Maar de poes leek te snappen wat hij van plan was. Hij verzorgde water en eten, maakte de bak schoon en stapte onder de douche. Intussen ruimde Gina haar spullen bij elkaar en zette koffie. Toen ze die op hadden waarbij ze elkaar qua blikken niet los lieten, stapten ze met wat tassen in de lift en verhuisden naar haar flatje een etage of twee hoger. Bij haar was de inrichting warm, vrouwelijk, en zij had wel een echte kerstboom staan. Zij liet hem even rondkijken en kuste hem toen uitgebreid op zijn mond. ‘Welkom in mijn huisje en in mijn leven. Maak het je gemakkelijk en wen er maar aan. Voorlopig ga ik nergens heen. Ik ben er voor jou’. En ze verdween in haar slaapkamer om ‘even wat op te ruimen’. Toen ze terugkwam had ze een zwart en kort jurkje aan dat haar zalige figuur extra deed uitkomen, zwarte  kousen en hoog gehakte schoenen. Nu wist hij het zeker, de Kerst kon echt niet meer stuk. Alleen jammer dat hij met zijn oude trui en jeans wel erg negatief af stak bij haar….

Kerst…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het was bijna Kerstmis. De eerste keer dat hij dat feest alleen zou moeten vieren. Begin van dit jaar was hij gescheiden van zijn vrouw met wie hij een paar decennia in redelijke rust zijn leven had geleefd. Maar de laatste jaren was het stuk gelopen tussen hen. Ze waren beiden ongelukkig en van liefde of warmte was geen sprake meer geweest. Zijn kinderen hadden al een paar maal aangegeven dat scheiding wellicht een optie was. Zijn vrouw had ingestemd, die was hem meer dan zat en in bed was het vuur al meer dan tien jaar geleden uitgedoofd. Het hoefde voor haar niet meer. En uiteindelijk voor hem ook niet. Ze leefden langs elkaar heen, spraken nauwelijks meer en de scheidingsbeslissing voelde op enig moment als een opluchting. En toen was hij uit huis getrokken. Met de paar spullen die hij van belang had gevonden om mee te nemen. En een van de katten. De grote grijze die altijd op zijn schoot sliep als hij thuis in zijn stoel zat. ‘Zijn kat..’ en dus meegenomen. Hij kon een klein flatje regelen in een plaats die zeker 120km van zijn oude woonomgeving af was gelegen. Een plaats aan de Rijn, de afstand naar de rivier goed te wandelen. Zat hij nog weleens op een bankje met uitzicht te mijmeren. Over wat hij vroeger had gedroomd, wat hij wilde en hoe hij toch in deze situatie was terechtgekomen.

Hij had altijd zo hard gewerkt, haar alles gegeven wat hij had of verdiende, en nooit was ze echt tevreden geweest met haar leven. Nou ja, leuke kinderen gekregen samen, die hij nu zelden meer zag overigens, aardige vriendenkring (ook nooit meer gezien), maar verder…? Met zijn boodschappen voor de Kerst liep hij naar huis. Zijn nieuwe huis. Zijn flatje, waar poes Grijsje op hem wachtte. Als enige. Hij kreeg tranen in zijn ogen. Kwam vast door die rot wind die over het vlakke land waaide. Het zou gaan sneeuwen en de voorafgaande koude had het land bereikt. Wie weet werd het een witte Kerst, zou leuk zijn. Toen hij bij de flat aankwam waar zijn woninkje te vinden was keek hij nog even in de hal naar zijn postvak. Er lag behalve wat reclame niets in. Nee, vrijwel niemand wist dat hij hier woonden tenslotte, en kaarten kwamen er al helemaal niet. Hij moest zijn eigen feestje vieren. Gek genoeg had hij er nog zin in ook. Geen verantwoording hoeven afleggen, niet meedoen met de meute. Hij drukte op het knopje van de lift. Net toen hij wilde instappen kwam er een vrouw de hal in lopen. Ook al met een tas vol boodschappen in haar handen. Hij glimlachte naar haar en zij lachte terug. Ze was een leuk type, zo’n vrouw waar hij vroeger van droomde. Blond, blauwe ogen en min of meer van zijn leeftijd. Hij hield de liftdeur voor haar open, drukte op het knopje voor zijn verdieping en vroeg aan haar waar zij heen wilde. ‘Ach, maakt me niet uit, als het maar gezellig wordt’ was haar antwoord. Ze bleef hem aankijken. En hij voelde zijn hart sneller kloppen. ‘Nou, kom dan maar mee met me, dan zet ik een lekker bakkie, of wil je wellicht een glas Glühwein? Net gekocht bij de super’. ‘Top!’ zei ze en liep achter hem aan. Thuis gekomen liep Grijsje meteen naar de vrouw, gaf kopjes en knorde. Die had haar al geaccepteerd. Hij zelf pakte haar jas aan en wees haar een stoel om te gaan zitten. Nu maar hopen dat hij niet zou tegenvallen voor haar….. Want al die jaren huwelijk hadden hem aardig van zijn zelfrespect beroofd. Toen hij haar met de kat op schoot zag zitten wist hij dat het wel goed zou komen. Hij had zin in de Kerst…….