Dat handige internet…

Ik hoefde alleen maar even in te loggen en een kruisje te zetten op een bepaalde zinsnede die op die speciale website te vinden was. Zo kon onze tussenpersoon dan ook in de toekomst ons dossier behandelen of onze gegevens beheren. Simpele vraag rond de hypotheekverstrekker die op basis van nieuwe wetgeving de privacy-doelstellingen van deze Sleepwetregering moest volgen. De eerste mail met het verzoek dat kruisje te zetten had ik niet gelezen of gezien. De herinnering kort daarop wel. Dus maar even de link aangeklikt en getracht op de website dat kruisje te vinden. Mooi niet. Ik kwam er niet in. Inloggegevens deugden niet. En aanmelden als nieuwe accounthouder kon ook niet of ik moest dat doen via een systeem waarbij mijn bank toestemming moest geven en een appje op mijn iPhone moest plaatsen. ‘Ja zeg, zijn we nu geschuffeld of zo?’.

Een lichte irritatie was mijn deel. Ik mailde de tussenpersoon dus maar even terug en uitte mijn ervaringen. Van mij mogen jullie echt met die gegevens verder die je toch al in dossier hebt. Maar dat was buiten de waard gerekend. De hypotheekverstrekker wilde dat rechtstreeks van mij vernemen. Dus nogmaals het verzoek, doe het even via de website. Dag twee; goede moed, nog een keer geprobeerd. Lukte weer niet. @#$%^&*$#@ mijn geduld raakte op! En ik kreeg een waarschuwing van de website, bij vier pogingen werd ik geblokkeerd. Hoezo geblokkeerd? Ik kom er helemaal niet in!! Weer gemeld bij die tussenpersoon. Die bleef volhouden. Gaf me een instructie hoe te handelen, maar ook dat er een helpdesk bestond en als dat niet werkte een telefoonnummer. Dus, dag drie, opnieuw met goede moed. En u raadt het als lezers al…..ging opnieuw niet!

Dan maar die helpdesk proberen. Dat liep via een soort DM-systeem. De man die me hielp snapte het probleem niet. Maar ook niet wat ik nou precies wilde aankruizen. ‘Als u niet wilt dat uw tussenpersoon uw gegevens beheert doet u dat toch gewoon niet?!’. De stoom kwam intussen uit de oren. Waar ben ik in terecht gekomen? Franz Kafka kan het niet beter beschrijven. Dan maar even bellen…. en wat denk je? Storingstoon. Drie keer zelfs. Dat nummer deugde niet of was intussen uit de lucht. Ik legde het maar weer voor bij die tussenpersoon. In bewoordingen die er niet om logen. Drie dagen bezig om een kruisje gezet te krijgen dat hen moest helpen om mijn gegevens te beheren was wel wat veel gevraagd toch? Men bleef kalm….legde het probleem nu maar eens voor bij de aanbieder. En die zou me gaan bellen. Immers, dan moest ik eerst een account aanmaken en dat kon pas als ik bij de bank……… Pfffff. Ik gaf het op. Internet is geweldig, maar jammer dat er mensen mee werken die niks snappen van hoe het klanten simpeler kan worden gemaakt. 99% van wat ik doe gaat al jaren via het www. Maar mijn ergernissen over die ene procent….die zijn zo groot dat ik ze maar even met de lezers hier deel. En wie er iets over wil melden moet dat maar even doen bij dat beruchte kruisje….

Uw probleem?

In mijn laatste professionele jaren bij en voor importeur Pon, leerde ik nog sterker dan voorheen het fenomeen ‘klantvriendelijkheid’ kennen en zeker ook waarderen. Het zat in de diverse bedrijven binnen die mij toen bekende branches niet in de genen. De klant centraal stellen en jezelf ondergeschikt maken is niet des ondernemers, om het over verantwoordelijke managers maar niet eens te hebben. Vroeg vaak veel aandacht en overtuigingskracht mijnerzijds. In de jaren daarna deed ik mijn advieswerk vanuit het bureau dat ik daartoe had opgericht en kwam o.a. in contact met de wereld van het midden- en kleinbedrijf. Daar was die klant slechts een geldautomaat zo leek het. ‘Zo zijn de regels en zo wordt het spel gespeeld’. Klant was vaak lastig (..) en stelde de meest onmogelijke eisen. Maakte niet uit of ik nu mensen hoorde met winkels of stallen op de markt. Alsof ik dertig jaar terug ging in de tijd. Sindsdien is er wel iets veranderd. Ook mkb-ers beginnen iets te snappen van klantvriendelijk gedrag, al was het maar door de enorme concurrentie van nieuwe winkel(keten)s die het landschap op dit punt verbeterden.

Maar er blijven altijd diehards volharden in het denken vanuit de eigen normen en waarden. De klant als decor, ‘mijn eigen protocol’ van groter belang. Zo kreeg ik onlangs twee voorbeelden aangereikt vanuit een grote bankinstelling op verschillende plekken in de regio waar die instelling kantoren heeft zitten. Medewerkers die het niet de moeite waard vonden af te wijken van de eigen gedragslijn en het begrip klantvriendelijkheid toe te passen. Voorbeeld 1; vestiging in Midden-Nederland. Normaal zit daar erg aardig personeel. Nu was de bezetting anders. Een van de voor ons nieuwe medewerkers was druk met een man die kennelijk zijn hele financiele hebben en houden met hem wilde doornemen. Aan de open en centrale balie, wat ik toch een beetje vreemd vond. In een afgesloten kantoortje zat nog een bankman, maar die had kennelijk een andere rol want keek vooral voor zich uit. Toen bleek dat wij wel erg lang zouden moeten gaan wachten besloten we intussen even iets anders te gaan doen. Boodschappen bijvoorbeeld. Nadat we een minuut of 20 later terug kwamen was de situatie niet veranderd. Maar de medewerker achter de balie merkte ons wel op. ‘Kan ik u helpen?’ vroeg hij terwijl de klant met al zijn papieren nog steeds tegenover hem zat.

Ook mkb-ers zijn soms niet al te klantvriendelijk…

Wij vertelden wat we kwamen doen. Een simpele vraag die ook een soortgelijk beantwoord kon worden bij pakweg 5% inspanning van zijn kant. Maar nee, ‘hij was nu druk met deze klant en u kunt het ook opzoeken op internet’. Dat hadden we al vergeefs gedaan. Vandaar die vraag. Nou ja, laat maar. Was het nu bij die ene ervaring gebleven waren we niet gaan schrijven. Maar onlangs bij een ander filiaal van dezelfde bank zagen we een duidelijk van een drukke agenda voorziene zakenman driftig proberen geld uit de daartoe bestemde automaat te halen met zijn (kennelijk nieuwe) pasje. Lukte niet. De man liep rood aan en beende met ons mee naar binnen. Wij hadden ook alleen maar een geldopname nodig, maar hoorden wel het gesprek met de pinnige medewerkster van de bank. De man legde zijn falen uit om aan zijn eigen geld te komen. Het antwoord verbijsterde. ‘O.? U maakt van uw probleem het mijne?! Gewoon even wachten ik heb nog twee klanten wachtend voor u’. ‘Mevrouw’ probeerde de zakenman nog, ‘ik moet over een uur in Dordrecht zijn…’. ‘Tja, uw probleem…ik ben even bezig…’.We hapten naar adem. Jeminee, wat een mentaliteit. Dat meedenken zijn ze bij die bank aan het verliezen. En met dit soort medewerk(st)ers heb je geen concurrentie meer nodig…..Wel een goede adviseur op het gebied van klantvriendelijk handelen. Jammer dat ik intussen gestopt ben…maar de handen jeuken…

De W van werken…

In de periode waarin ik nog kind was en opgroeide naar jonge volwassenheid was werken iets wat voor de meesten van mijn generatie gewoon in het verschiet lag. Wanneer je dat ging doen werd niet bepaald door het aanbod vanuit werkgevers, nee het zat meer in de wijze waarop jij je studie had geregeld. Nou ja ‘jij’. In de meeste gevallen werd dat gedaan door de school waar je op zat. Aan de hand van criteria als inzet, vlijt, slimheid, maar ook afkomst en mogelijke ervaringen met eerdere kinderen uit hetzelfde gezin. Wie door wilde leren had de toestemming nodig van het schoolhoofd en dat kreeg je maar bij hoge uitzondering. De rest ging als het een beetje mee zat richting ulo of lts. Gelukkig bleef dat laatste me bespaard. Het gebrek aan kluskracht bleek al snel uit mijn cijfers voor handenarbeid. Echt een voldoende haalde ik zelden. Maar ik had voor taal, rekenen, geschiedenis en dat soort dingen altijd bovengemiddelde cijfers. Dat gaf wel een beeld. Nu was er indertijd ook nog zoiets als avondonderwijs.

Een vorm van extra zware belasting voor hen die al vroeg aan het werk gingen. Het inkomen van kinderen speelde indertijd een grote rol in de gezinnen die na de oorlog werkten aan heropbouw en een beetje comfort. Mijn geluk werd bepaald door een meneer van een bankinstelling die actief jongelieden ging werven om toch vooral naar de bancaire wereld over te stappen. Mits je bereid was jarenlang in die avonduren te gaan studeren. Ik was er zo een. Samen met nog wat mensen met wie ik klas of school deelde. En zo kon het gebeuren dat mijn eerste werkkring vooral werd bevolkt door mensen van katholieken huize die elkaar ook nog eens kenden van school. Het bleek een goede greep. Ik kreeg meer gevoel voor discipline dan ik al had gehad voordien, ontdekte hoe leuk werken is, zag ineens voor me welk carrierepad ik zou kiezen en wat ik daarvoor zou moeten doen.

Het werk werd relatief slecht betaald, maar je had wel een echt inkomen. Waarvan ik een deel gebruikte om een bijdrage te leveren aan het gezinsinkomen, maar ook om alvast wat sparen voor ‘later’. Zo was dat in die jaren. Daarnaast bleek na een jaar of twee dat we niet meer op zaterdagochtend hoefden te werken. Er bleef wat vrije tijd over en die werd weer besteed aan een bijbaan links en rechts. O.a. in de brommerhandel van een bevriende relatie van mijn ‘pa’ waardoor ik weer wat extra geld kreeg dat natuurlijk werd besteed aan zaken die me mobiel hielden of bij de tijd. Het kon allemaal en je deed daarnaast dus ook nog de studie in de avonduren, het huiswerk dat niet mis was en je had zelfs ook nog tijd voor andere zaken. Toch was die bank niet zo mijn ding. Het avontuur miste ik, het was allemaal te veel geregeld, te ambtenaar achtig.

En net toen ik besloot om te vertrekken richting mijn toenmalige passie, Schiphol, kwamen bij de bank grote ‘Hollerit-machines’ in gebruik. Voorlopers van de latere computers. Het zorgde voor veel opwinding, maar ook voor afbouw van banen. Van de afdeling waar ik ooit begon (groot 65 mensen) bleek na enige tijd weinig meer over. De mechanisatie van de arbeidsplekken was volop in ontwikkeling. Maar toen werkte ik al weer in een andere job, bij een totaal ander bedrijf en leerde ik iets over vele zaken die ik gewoon leuk vond. Nederlandse taal, in al haar facetten. Of hoe je een vliegtuig moest afhandelen als het grondpersoneel dat niet voor mekaar kreeg. Kwam het toch nog goed met die bromnozem die zijn blikken altijd op de toekomst richtte. Doe ik nog steeds, maar niet meer voor het werk. Dat is nu wel voorbij. Mogen anderen intussen doen.

Zomerse geneugten

Terwijl ik dit tik is het zweten geblazen. Warm! Juni is echt zomers begonnen en zet ook zo door. Het maakt de dagen plezieriger, de kansen om ergens heen te gaan om daar nieuwe zaken te ontdekken, groter en de lol van de lange dagen groter.  Zomers weer maakt mensen ook vrolijker. Je ziet dat in de manier waarop ze zich kleden, gedragen, praten. Al ben ik dan weer niet zo enthousiast over al die barbecue-fans die zorgen dat je soms de tuindeuren moet sluiten omdat anders jouw huis blauw van de rook staat zonder dat je er om hebt gevraagd. Minder leuk is ook dat mensen tot diep in de nacht in de tuin of op hun tuinbankjes voor de deur gaan zitten kleppen. Ik misgun uiteraard niemand iets, maar laat me wel slapen als mijn fysiek daarom vraagt. Maar als ik het af zet tegen de zonnewarmte en het genoegen van zomerse taferelen ben ik zelfs op dat punt van die nadelen, mild. Je moet het maar accepteren. Zien dat we er mee leven.

Ik merk ook ik in de zon zitten nog leuk vind ook. Nou ja, een minuutje of tien. Als het me te heet op de botten wordt vlucht ik naar de schaduw, maar toch. Ik was nooit zo’n zonaanbidder en eigenlijk is dat nog zo. Ooit, in het zuiden van Portugal, daar genoot ik er wel van en werd zo bruin als een Portugese Adonis. Maar daar hadden we dan ook zo’n fijne bungalow met dakterras en zwembad voor gasten en een volstrekt leeg strand op 100 meter afstand van het complex waar we zaten. We wandelden er in Adam-kostuum de zee in en werden zo egaal bruin zonder verbranden. Hetzelfde trucje een paar jaar later op Cran Canaria zorgde voor brandwonden van de redelijk ernstige soort. Dus nee, dat beviel niet. Maar zo’n Nederlandse zomer is echt iets voor me. Af en toe even een graad of 20 met wat wolken, wellicht een buitje en dan de volgende dagen weer lekker zonnig. Zo is het lekker. En ik hoop dat we er met zijn allen nog een tijdje van mogen genieten. (Beeld: Internet)

 

Jeugdig bankier

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mijn eerste baan was er een die je nu zou kunnen beschrijven als vooral een goede leerschool, harde les, tevens toevoeging aan mijn jeugdige ontwikkeling. En die eerste echte baan startte al toen ik zelf nog erg jong was. Ik was slechts 14 jaar oud toen ik op mijn toenmalige school werd geronseld door een (wat je nu noemt) H.R-Manager van een bank die dringend nieuwe mensen nodig had. Die bank, de erfvoorganger van de huidige ING, expandeerde toen al in rap tempo en men wilde in eigen kweek mensen naar een carrière in de financiële wereld begeleiden. Zo werd afgemaakt dat als je daar kwam werken (5,5 dag per week) je ook gericht middelbaar onderwijs moest volgen in de avonduren. Dat leek me wel iets. Net als een reeks van klasgenoten die dezelfde stappen maakten. En zo schoof ik in september 1962 aan in een tweetal rondvaartboten aan de kade van de Amsterdamse Keizersgracht voor mijn zgn. introductieweek. Helemaal 14 jaar oud! Een broekie, maar in mijn nette pak en gepoetste schoenen optisch en qua praatjes een hele bink. Op de fiets heen en weer en bij heel slecht weer in de tram die een prima alternatief vormde. Na die week werd er dan gekeken welke afdeling voor ‘jou’ het meest geschikt was.

Amsterdam - Van Woustraat met tram 4 552Ik kreeg de afdeling Kredieten toegewezen en kwam daar terecht als ‘jongste bediende’. Dat was behoorlijk hard werken. Administratief licht werk, afgewisseld met sjouwen van dossiers. Ook bijhouden van een index kaartsysteem. De computers van nu kwamen pas een paar jaar later in zwang. En waren toen net zo groot als die hele afdeling waar ik indertijd acteerde.  Ik deed mijn werk samen met een stuk of zes recruten afkomstig van soortgelijke scholen als ik doorlopen had,  die werden ingewerkt door lieden die al een jaartje langer op die baantjes hadden gezeten. Na een jaar werken schoof je dan zelf een stukje omhoog in de hiërarchie. In dat eerste jaar stelde je niet zo veel voor. Het was buffelen voor je geld en dat geld viel niet zo mee als je achteraf kijkt wat je dat eerste jaar in het loonzakje kreeg. Fl. 87,50 bruto! (omgerekend naar nu E. 40,00) Daar hield je dan iets van zeven tientjes aan over. Per maand! En daarvoor moest je echt nog pezen! Niks respect, niks aanzien, gewoon jongste bediende! Ik leerde er veel. Na een jaar buffelen schoof ik dus ook een plekje op. Andere administratieve handelingen, nieuwe taken, minder druk op de ketel. Ik begon me daar dan ook echt senang te voelen. Er verschenen ook nieuwe ‘’dames’ op de afdeling die me interesseerden. Want ook bij de (strikt gescheiden) vrouwenafdeling ging die opvolging zoals bij de jonge mannen. Elk jaar nieuwe aanvoer. Er vielen overigens ook mensen af die het niet vol hielden. Het was ook best zwaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook al omdat je drie avonden in de week naar school moest en daarnaast huiswerk diende te maken. Een paar jaar later was ik zodanig ver dat ik mijn eerste diploma’s kon bijschrijven in mijn schoolregister en dat ik niet meer hoefde te lopen voor de heren directeuren die bij die bank lagere echelons deden sidderen. Na behalen van die diploma’s liep ik naar mijn eigen idee ‘vast’. Ik kon niet meer zo goed aarden. Had het gevoel ‘elders’ meer te kunnen verdienen en ook qua ontwikkeling bereiken, nam dus ontslag. De rest is geschiedenis. Maar wat ik er aan overhield is een gevoel voor orde en administratie dat me vaak heeft geholpen bij heel andere taken in het leven. De scholing hielp me om soms onlosbaar lijkende problemen te snappen en me taalkundig ook wat bij te spijkeren (ik leerde op dat punt nog wat door in aansluiting op…). De bank zelf bleef een plekje behouden in het hart Ik vond er mijn vrouw voor het leven, mijn oudste vriend (nog steeds), kortom het was niet voor niets en elke stap in een leven is nuttig en soms noodzakelijk. Alleen, als ik nu wel eens naar 14-jarigen kijk denk ik wel vaak dat het nog kinderen zijn. Echte kinderen. Een periode die mij toch in dat opzicht is voorbij gegaan. Meer dan een halve eeuw geleden was je als 14-jarig jochie gewoon werkvee met een missie. Het heeft me mede gevormd tot de mens die ik nu nog ben…….Zo. Dan weten jullie dat maar….(Foto’s Leo/Stadsarchief)

Haar droomman…

Famous legendsLangzaam aan was ze aan hem gewend geraakt. Ook al kostte dat niet eens zo veel moeite. Hij was attent, humorvol, mooi, slank, was in haar geïnteresseerd, vond haar mooi, complimenteerde haar voor elke maaltijd, zelfs als die met een pizzakoerier werd bezorgd. Hij kon klussen als de beste, was een minnaar om van te zwijmelen, kon geweldig auto rijden, was lief voor haar en haar kinderen, sjouwde alle koffers als ze op vakantie ging en belde wel vijf keer per dag op om te vragen hoe het haar ging. Zijn mooie lijf en vooral brede schouders waren een lust voor haar om naar te kijken. Ze kon ook zo heerlijk weg zwijmelen bij het idee dat hij haar vanavond weer zou masseren. Als ze het hele huishouden had gedaan en de kinderen op bed lagen, kneedde en streelde hij haar pijnlijke spieren dan als een volwaardige masseur. Dat ze dan daarna de sterren uit de hemel vrijden was een logisch gevolg. Ze kon zo van hem genieten dat ze soms een halve dag in bed of op de bank kon liggen om aan hem te denken. Ze schreef hele verhalen in haar schriften die ze nog van vroeger had overgehouden en nu diende voor haar speciale en liefdevolle brieven aan hem. Ze noemde hem dan haar ‘droomman’, haar ‘super minnaar’ haar ‘maatje’. Als de kinderen uit school kwamen moest ze soms snel even redderen in huis om de boel aan kant of op gang te krijgen. Haar lijf hunkerde intussen naar zijn handen en kussen. Haar vriendinnen vroegen haar nog wel eens mee, maar meestal weigerde ze. Ze wilde bij hem zijn, in zijn gedachte, in zijn liefde voor haar. Hij was haar ideale man, haar droom, haar fantasie. Als ze dan in de spiegel keek en haar flanellen nachthemd optilde om naar zichzelf te kijken werd ze vaak heel triest. Haar droomman zou haar nooit zo zien, die zou haar zien als slank en begeerlijk, nooit moe of ziek. Net als hij dat nooit was. Hij was er altijd als ze hem nodig had. En met dit lome weer was dat iets vaker dan in de koude maanden van de winter. Als hij dan alle sneeuw had geruimd en verkleumd binnen kwam wist ze wel hoe ze hem op moest warmen. Zuchtend leunde ze achterover, op de bank, schoof de huispoes aan de kant en sliep met een glimlach op haar gezicht en de handen begraven in haar schoot in. Haar droomman zou zo wel komen……

Vandaag, 117 jaar geleden….

FWRaiffeisenVandaag, de 12e juni van het jaar 2015 is het precies 117 jaar geleden dat in Utrecht de aanzet werd gegeven voor de oprichting van de Coöperatieve Raifeissenbank, voorloper voor de huidige Rabobank. Deze bank werd genoemd naar de bevlogen oprichter en burgemeester Friedrich Raifeissen die zich de ellende aantrok van vele keuterboeren aan het einde van de 19e eeuw. Die leefden vaak in grote armoede en hielden zichzelf en hun bedrijfjes veelal overeind met geleend geld. En woekeren was die bankiers in die periode niet vreemd. Rente op rente en ook nog eens geen enkel gevoel van mededogen zorgde voor veel ellende. Raifeissen gaf zijn samenwerkingsverband een dusdanige constructie dat de ‘leden’ inspraak hadden bij het beleid en de rentevoet. Dat hielp heel wat Jan Splinters door de denkbeeldige winters. De bank baseerde zich daarbij op fijn-christelijke principes waarbij men terug greep naar een vorm van barmhartige medemenselijkheid die bijna ongekend was. Dat gevoel en die principes bleven lang een onderdeel van het Rabobank-denken en zorgt ook nu nog voor grote trouw bij de klantenkring.

Rabobank-logoAl is dat imago intussen wel aardig afgebrokkeld toen bleek dat men bij de Rabo net als bij elke andere bank gevoelig was voor gerommel met rentevoeten, de kredieten niet meer zo simpel verstrekte als de agrarische of mkb-klanten voorheen gewend waren geweest en aan de top van het bedrijf lieden kwamen te zitten die dingen deden en beslissingen namen waardoor de oude heer Raifeissen zich in zijn graf zou doen omdraaien. Bankieren in het algemeen heeft weer net zo’n imago gekregen als in die periode aan het einde van de 19e eeuw toen dat gedrag en bijbehorende imago juist zorgden voor oprichting van die Raifeissenbank. Kennelijk is het lastig om je principes geen geweld aan te doen. De Rabo zou gedegen moeten zijn, betrouwbaar, een rots in de woekeraarsbranding.

rabobank-HQ UtrechtHelaas…… Daarbij sloot en sluit het bankbedrijf kantoren bij de vleet, verlaat juist de klantengroepen waarop het altijd steunde en vervreemdt zich zo van haar eigen achterban. Nu ben ik ook niet blind of doof, laat staan monddood, maar er is toch iets mis met de financiële wereld als je ziet dat Rabo door velen niet veel anders wordt gezien als ‘een van die banken’ en niet meer in die zo gezochte uitzonderingspositie. 117 jaar na de oprichting is er maar weinig wat je kan verleiden om met je financiële vragen richting Rabo te stappen. Dus die nieuwe tractor en ploeg die ik nodig heb voor de achtertuin koop ik dan maar met een kredietje van een andere bank. Gelukkig weet ik dat wat ik hier schreef door veel lezers niet als serieus te nemen wordt opgevat. Maar neem van mij aan dat de feiten echt kloppen. En als je het niet gelooft, gewoon nakijken…Google is geduldig. Of de persafdeling van de Rabo bank in Utrecht.

Nut en noodzaak van katholiek onderwijs…

3)Leo - 6e klas lagere school Broeder Monaldus Scan10040Toen ik onlangs weer eens met mijn in ‘dienstjaren’ oudste vriend Cees zat te babbelen over vroeger en wat er in de huidige generaties aan scheelt, kwamen we al gauw uit op begrippen als opvoeding en onderwijs. Maar ook op zaken als gebrek aan discipline. Beiden afkomstig uit een katholiek milieu ondergingen we de bijbehorende opleiding uit de jaren dat een corrigerende tik nog best aan kon komen en naast het geloof ook de actuele kennis van geschiedenis, heden en toekomst grote aandacht kreeg. Er was geen aandacht voor het individu, wie niet mee kon bleef zitten, en als je na de lagere school te dom bleek voor de MULO ging je naar de Ambachtsschool. Onze beider carrières werden bepaald door het al vroeg gaan werken. Bij een bankinstelling waar discipline en ontzag min of meer standaard regels waren. Een directeur of procuratiehouder was nog ‘meneer die en die’ en als die lui met hun vingers knipten diende jij als vertegenwoordiger van de jongste bedienden direct te reageren.

Leo op LHR 240272 Scan10017Het maakte dat hiërarchie voor ons geen geheimen kende en Cees een jaar lang mijn mentor was voor het werk wat ik toen moest doen. Hij was even ouder, en al een jaar langer in dienst bij de bank waar je je thuis voelde. Het werk wat we daar leerden bleek een goede ondergrond voor een latere carrière. Wij bleven maar een paar jaar werken bij die bank, door allerlei oorzaken (militaire dienstplicht of de grote liefde) kozen we individueel en los van elkaar voor iets anders. Om na jaren elkaar weer werktechnisch op Schiphol tegen te komen. Cees bij een overheidsdienst en ik in de luchtvrachtlogistiek op kantoor. Het legde voor beiden geen windeieren. Waarom vertel ik dit persoonlijke verhaal?  Omdat al die stukjes en beetjes hielpen om een mens te worden zoals we die nu zijn.

Leo op kantoor Hoogewerff Schiphol medio 1975 Scan10593We kijken op een bepaalde manier naar de wereld, zien al dat gevraag om respect, zelfs bij jongelui die nog niets hebben gepresteerd, het ge-ju en jij, gebrek aan goede manieren. Niet dat we nu van die houdegens zijn die nu op dezelfde wijze elke vorm van initiatief zouden willen onderdrukken hoor, maar het is wel eens stuitend als je ziet hoe weinig basiskennis er bestaat in jeugdige kring. En zij die hun geschiedenis niet kennen hebben weinig te zoeken in de toekomst. Opvallend bericht onlangs bevestigde onze mening. Het katholieke onderwijs is nog steeds het beste van Nederland. Over de hele linie doen scholen met deze achtergrond het beter wat betreft het niveau van hun leerlingen. Geeft dat te denken? Nee. Want wat je van die katholieken ook mag denken en vinden, ze leveren beter op het leven voorbereide mensen af. Kijk maar naar Cees en mij! Toch?

Digitale verkeersdrempels

005Sinds de wereld digitaliseerde zit ik op de eerste rij. Van een eigen PC in 1983 tot en met nu doe ik zoveel mogelijk met de computer en was ik een van de eersten die de aloude schrijfmachine aan de kant mikte. Niet dat ik alles perfect doe hoor, soms wil ik iets wat geen enkel softwarepakket aan kan, maar ik heb ook ontdekt dat sommige programmatuur niet door of voor mensen geschreven kan zijn. Daar werkt het spul te stom voor. Ook snap ik vaak niet dat een aanbieder werkt met een soort ‘twee-werelden-politiek’ waarbij ze volgens eigen zeggen druk doende zijn alles leuker en sneller te maken voor hun klanten, maar aan de andere kant vasthouden aan analoge klantvriendelijkheid anno jaren tachtig. De overheid is er zo een. Aan de ene kant vragen van iedereen om digitaal aangiften te doen, maar in geval van aanslag of terugbetaling alles per brief op schrift aanbieden. Soms wel vier brieven over hetzelfde onderwerp.

Tussentijdse wijzigingen kunnen flink kostenverhogend werken....Terwijl ik mij dus door die brij van voor me liggende digitale snel- en zijwegen worstel gaat er nog wel eens iets mis. Zoals onlangs. Drie keer op een dag. Je zou bijna denken dat het dan aan jou ligt. Maar dat was oprecht gesproken niet zo. De eerste was een aanbieder waar ik iets wilde bestellen. Ik maakte een account aan, gaf de beschikbare bankgegevens in, bestelde wat ik wilde en kwam niet verder dan dat mijn ‘karretje’ gevuld was met die items. Geen millimeter verder. Wat ik ook deed. Nu bestel ik wel meer zaken op het www en dat gaat al jaren probleemloos, maar in dit geval…geen beweging. De helpdesk, toch handig als je problemen hebt, bleek niet bereikbaar tussen Kerst en Nieuwjaar. Opmerkelijk! Gelukkig bleek een noodverband, gelegd door een lieve vriendin, afdoende om alsnog bij de bestelling te komen, maar van vlotte verwerking was geen sprake. De tweede op die dag was mijn bankier.

Soms valt de rekening mee, soms tegen.....Normaal vlot met het doen van mijn betalingen en ook met het verstrekken van digitale afschriften, bleek dat ineens veranderd. Per 1/1/15 geen afschriften meer zoals ik ze wenste, nee in voor de belastingdienst en accountant geschikte bestanden. Leuk, maar onleesbaar voor mij! Dus een klacht verstuurd. Digitaal. Antwoord (uit de computer), uw klacht is verwerkt, over twee werkdagen krijgt u antwoord. De stoom kwam lichtjes uit de oren. Dat werd nog leuker toen ik mijn Btw-aangifte wilde doen. De overheid, hun website, dat het me lukte om het voor mekaar te krijgen (ik doe al vier jaar digitaal aangifte, nooit een echt probleem gehad, maar deze keer wel…)had vooral met mijn ‘geduld’ te maken. Dat god zelf nog niet uit de hemel kwam om mij te helpen (of te berispen) is het eerste wonder van 2015. Kortom, ik begon het jaar vol ontspannen plezier. En blijf geloven in dit digitale wereld. Jammer dat er mensen werken achter de schermen…anders was het wellicht perfect

Smerige katten…

Poezen maken de dienst uit in huize Pool - 2006 001Zo lang ik me kan herinneren leef ik al met en tussen de huisdieren. Niet van de vreemde of agrarische soort, ik schreef er al eens eerder een stukje over, nee gewoon honden, poezen wat tropische vissen of een verdwaalde parkiet. Allemaal in mijn jeugd meegemaakt en dan krijg je toch iets mee van….ik wil dat ook!  Nu zijn parkieten niet mijn ding en heb ik na een enkele ervaring met tropische vissen in een niet waterdicht aquarium in combinatie met de nodige ziekten dat stukje dierenleven al decennia geleden opgegeven. Het bleef bij diverse katten, poezen en een enkele hond. Dieren die me het leven aangenamer maakten, een huis tot thuis maakten en dat nog steeds doen. Net als wij mensen hebben ook die dieren bepaalde nadelen. De kattenbak is geen genoegen, al is het vrouwlief die zich daarmee het meeste bezighoudt. Dat zo’n diertje af en toe even zijn maaginhoud op tapijt of jouw schoenen deponeert mag ook in het vakje ‘onaangenaam’ worden opgenomen. En de schade die je hebt of krijgt als zo’n dier zijn plek in huis even duidelijk afbakent moet je incalculeren. Doe je dat niet wordt het geen gelukkige samenleving met die viervoeters en zijn beide partijen ongelukkig. Een hond, zo heb ik ervaren, moet gewoon minstens drie keer per dag naar buiten. Of het nu regent, waait, sneeuw of vriest dat het kraakt. Er uit moet je. Valt niet altijd mee.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAJuist onlangs las ik een boek waarin levensvragen over allerlei verschillende facetten daarvan worden beantwoord. (Waarom je kat niet mee naar bed mag – Ellen de Visser – ISBN 978-90-351-3957-2) Zoals ‘is het verstandig de kat in bed toe te laten?’. Nou, dat antwoord viel me nogal tegen. Nee! De poes mag never-nooit in bed liggen, niet eens in de slaapkamer aanwezig zijn en je moet na elke aaibeurt je handen uitgebreid ontsmetten. Het verhaal daar achter zit hem in het feit dat poezen eigenlijk vol zitten met agressieve virussen en bacillen, dat ze hun huid likken met een tong die even daarvoor hun poep en plasinstrumenten hebben schoongemaakt en dat daardoor alleen al duizenden enge ziektekiemen jouw leven kunnen verzieken. Tja! Ik heb er nooit last van gehad, al moet ik zeggen dat de meeste poezen die wij hadden of nog bezitten (al zien poezen dat precies andersom..) meestal in hun eigen mandje of stoel de slaap met ons delen. Slechts de nieuwe Pixel is er een van de geborgenheid en die nestelt zich graag tegen ons aan als hij de kans krijgt. Om daarbij ineens uit te groeien tot een kat van twee meter en een gewicht dat een beetje fikse herdershond niet zou misstaan. De auteur van het boek waarover ik het heb, zou het een ware gruwel zijn.

WP_20140905_001Die wil ook dat je een hond buiten de deur in de kou neerlegt, en niet in huis. Allemaal omwille van de properheid. Al die enge haren en zo. Nu was onze Purdy indertijd gewend om beneden te blijven, hij durfde niet eens de trap op naar de slaapvertrekken, maar dat was dan toch nog in huis. Helemaal fout. Huisdieren horen daar niet, die moet je ver van je af houden. Vraag ik me direct af waarom je ze dan uberhaupt zou moeten willen hebben. Het is ook een beetje een knuffeldier toch? En vanavond, als we met boek en Smart op de bank zitten en beide poezen zich dicht tegen me aan nestelen voelt dat buitengewoon goed. Huis wordt er echt thuis door en dat we eigenlijk in dienst staan van die beesten, so be it! En wat die auteur betreft; die houdt volgens mij niet van dieren. Net echt althans. Want laten we wel zijn, ook mensen zijn verspreiders van de meest enge ziektekiemen en soms buitengewoon viezig in hun gedrag. Moet je daarom je partner uit bed mikken of de vriendenkring opschonen? Nee toch? Nou dan!