Zomerse vertrutting..

Zomerse vertrutting..

Ooit wierpen vrouwen de ketens af van de veelal door mannen en kerken over hen heen gelegde deken van grauwheid en zuur ruikende normen en waarden.

Zij kwamen voor zichzelf op en zagen zich niet meer als alleen maar huisvrouwen die moesten doen wat hun mannen of familie van ze wilde en waardoor het werpen van nageslacht ook door hen zelf werd gezien als ultiem levensdoel. Nee, de vrouw zag zich ineens als een volwassen menstype, trots op wat ze bezat en keuzes makend die het midden hielden tussen doorstuderen, geen huwelijk, geen kinderen willen of zelfs die voor de eigen sekse. De schok die dat veroorzaakte duurde toch al snel een jaar of tien. Het werd pas echt heftig toen vrouwen hun beha’s afdeden en al dan niet in de brand staken waarmee ze opnieuw een stukje vrijheid terugkregen. Veel mannen, indertijd veelal voorzien van lang haar en baarden, jubelden over al die vrijheden, want ook voor hen werd de wereld een beetje leuker. Een dame er bij of zelfs een heer als men daar van was, het kon allemaal en de bekende hippie-cultuur maakte dat de verkoop van spruitjes en bloemkool toch minder groot werd dan voorheen. Later ging die ontwikkeling verder. De bikini’s werden kleiner en kleiner, de ondergoedjes volgden die trend, en de monokini werd op het strand gemeengoed.

De vrouw als volwassen menstype die trots was op haar lijf en volledige bruining zag als ultiem bewijs. Daarbij kwamen er ook speciale naaktstranden voor hen die dat wilden, al moesten heel wat kerkelijke leiders en bestuurders van gebieden waar die stranden of bospercelen te vinden waren wel even slikken bij het idee. De mens was volwassen geworden, zeker in onze streken, en liet zich niet meer in een hokje stoppen. Brazilie werd het voorbeeld voor veel kleding van vrouwen, vrouwelijkheid onderdeel van de voort razende revolutie. Het tuinpak maakte plaats voor de minirok en zo meer. Maar er kwam een kentering. De bevolkingssamenstelling veranderde. Immigratie maakte dat de revolutie van vrouwen een abrupte rem doormaakte. De stranden niet meer het domein van de revolutionairen of hippies. Digitale technieken maakten ook dat privacy nog wel eens werd geschonden. Vond men dat eerst niet zo erg, een leven lang bekend staan om je prachtige borsten of meer op het www is anno nu vaak wel een wat al te grote en vooral ongevraagde eer.

De echte onafhankelijke vrouw toonde zich dapper en ging door op de ingeslagen weg. Maar een generatie later zag je al dat dochters van die hippiemoeders zich ingetogener gingen gedragen. Bloot was eng, preutsheid het nieuwe denken. Steeds groter werden de badbroekjes en beha’s gingen niet meer af, zelfs op het strand. Mannen droegen geen Speedo’s meer maar zwemshorts, en in sommige situaties zelfs onder de douche. In de landelijke zwembaden werden boerkini’s toegestaan, in 2021 ontstaan al bewegingen om aparte zwembaden of uren te maken voor islamitische vrouwen die al dat bloot uit onze samenleving verwerpen en terug willen naar onze Nederlandse geschiedenis anno 1950. De vertrutting slaat toe. De boezem verbannen en weer opgesloten in de veilige cocon van de degelijke beha. Marlies Dekker voor de wat oudere vrouwen die nog een beetje sexy willen zijn. Men koestert nog wel, experimenteert, maar showt veel minder. De revolutie is voorbij. De contra-revolutie onder leiding van mensen die ofwel het geloof aanhangen dan wel menen dat zij die geimigreerde geloofsgenoten moeten beschermen tegen al te veel Nederlandse (westerse) vrijheden, in volle gang. En ik, meninggever en toeschouwer kijk vol verbazing en ontzetting toe.

Jezelf inperken om het zelf gekozen nieuwkomers mogelijk te maken het meegenomen geloof dominant te laten zijn, ik zal er me nooit bij neerleggen. Want wat die revolutie duidelijk maakte is nu juist dat mannen en vrouwen gelijke menstypen zijn, ook al verschillen ze dan fysiek nogal. We hebben mekaar domweg nodig. En bepaald niet alleen om het eten klaar te maken en kinderen te baren. Helaas zien we dat laatste nu net in de kring van de vertrutters steeds meer als norm. En ik kreun. Heb de recente geschiedenis meegemaakt. En weet wat dat deed voor de positie van de vrouw en de vrije mens. U bent gewaarschuwd…..(beelden: archief)

Prikdiscussies..

Prikdiscussies..

Als ik dit schrijf zijn de besmettingscijfers voor dat verrekte Chinese virus spectaculair flink aan het stijgen.

Met name jongeren zorgen voor ongebreidelde groei van de getallen. Eenmaal een vinger gekregen van de overheid pakken zij (logisch) de hele hand, en maken zich uit de voeten richting feeststranden hier of over de grens. Bij terugkomst blijkt dat zij net als bij SOA’s en andere ziekten, de nodige magneetwerking uitoefenden op hen die besmettingen bij zich droegen en met wie dat feesten en meer zo leuk leek. Dat er dan ook een Deltavariant wordt opgevoerd als soort van secondenlijm om ongevaccineerden flink te pesten is pure pech. Pech is ook dat zoveel mensen niet wensen te worden gevaccineerd dan wel zo angstig zijn voor de vaccins dat ze daarvoor hele Facebook/Twitter/Instagramgroepen aanmaken waar je nog iets kunt leren op het gebied van amateur-virologie.

Ik heb er theoretische verhalen gelezen van mensen die menen dat elk shot tegen COVID-19 ons lijf voorziet van veranderd DNA waardoor we los van een grote talenknobbel op termijn ineens spruitjes uit de oren zullen zien groeien. Anderen weten zeker dat met die prikken ook piepkleine probes in ons lijf worden gespoten die allerlei zaken over ons gedrag en medische situatie doorgeven aan de overheid. Ook het magnetisme van sommige prikken leek een eigen leven te leiden. Wetenschappelijk is hiervan weinig tot niets te bewijzen, maar binnen de antivaxxers werken die verhalen als de bijbel of koran voor de gelovigen. Erger is nog dat men hen die wel worden gevaccineerd bespot, uitmaakt voor alles wat mooi of lelijk is en zeker weet dat de ongevaccineerden langer zullen leven. Tja. Over dat gif en zo meer toch even een paar zinnen. Juist die mensen die geen vaccinaties wensen zitten in de hoek waar chips en kaasblokjes samen met bier hun weg naar overbemeten buiken en magen weten te vinden. Veelal wordt er gerookt, onveilig seks bedreven, te hard gereden, liefst op de motor zonder pak of helm, men eet te veel suiker, zout, vet, beweegt slechts van en naar de keuken, leeft van een uitkering en vindt de zon een prima bron om de hele dag in te liggen zonder anti-bruiningscreme.

Want ook dat is in veel gevallen gif. Ik overdrijf wellicht iets, ik weet het, en er zijn vast mensen die vanuit geloofsoverwegingen of omdat het zo is dat ze buitengewoon angstig zijn voor prikken, ik ben er ook zo een, niet uitkijken naar dat vaccineren. Maar dat verrekte virus zoekt nu net die mensen graag op en doet hen het gevaar extra breed verspreiden. Die jongeren worden overigens zelf zelden echt ziek, de ouderen met wie ze in contact komen des te meer. En echt, de besmetting is heel snel voor elkaar te brengen. Zouden we dat virus wel serieus nemen wanneer we allemaal onder de groene bulten zouden komen zitten als we besmet werden? Vast! Nu weigert zo’n 30% om allerlei redenen hierboven genoemd, de beschermende prik. Een deel in bepaalde hoeken van de samenleving. Het zij zo. Maar mekker dan ook niet als je ziek wordt en ineens aan allerlei slangen en infusen komt te liggen op de IC. Eigen schuld dikke bult. Verder is het mij goed. Mits ik maar geen gemiauw aan moet blijven horen over mijn beslissing om wel (zelfs twee keer) gevaccineerd te zijn. Het voelde voor mij aan als een soort bevrijding. Weer meer kunnen doen zonder me constant zorgen te hoeven maken. Dat alleen al…… Maar ook dat ik net een beetje bijdraag aan het niet meer overbrengen van dat virus. Dat was me die twee prikken wel waard…(Beelden: Archief)

Was maar kort zelfstandig; Lincoln!

Was maar kort zelfstandig; Lincoln!

Was het meneer Leland die het merk in 1921 oprichtte beter vergaan had het merk Lincoln vermoedelijk nu nog onafhankelijk bestaan.

Maar het lot was hem niet gunstig gezind en al in 1922 moest hij zijn wat exclusieve modellen bouwende autofabriek overdoen aan Henry Ford die er al zijn dienst ‘Cadillac’ van maakte, oftewel een luxe merk dat het op moest nemen tegen de duurste wagens van General Motors. Daardoor is Lincoln in onze streken veelal een wat onbekend merk gebleven, want slechts de beter gesitueerden konden zich een dergelijke limousine veroorloven. De modellen van na de oorlog waren deels van jaren eerder, Lincoln behield de modelvoering maar zette in haar Continental van toen een stevige V12 die 5 liter groot 130paarden beschikbaar stelde aan zijn aan de oorlogsjaren flink verdiend hebbende eigenaren. Zoevend over de wegen was het wel een auto om mee en in gezien te worden.

Tot 1948 in productie gebleven. Daarna veranderde de styling compleet en werden ook Lincolns glad ogende wagens met o.a. voorruiten uit een stuk (toen nog bijzonder) en een overdaad aan chroom. De modelnaam Cosmopolitan. De V12 was verdwenen, een stevige V8 verving hem en daarvan genietend had de Lincoln-chauffeur ook nog eens elektrische ramen ter beschikking en een even elektrische voorbankverstelling. Daarna volgde Lincolns met namen als de Capri en Custom, terwijl in 1956 de zeer uitbundig gestylede Premiere het daglicht zag. De vormgeving was zo bijzonder dat Lincoln er zelfs prijzen mee won.

Maar de grote klapper was toch wel de enorme Continental Mk.II uit het zelfde bouwjaar. De auto kostte net zoveel als vijf toch ook niet meteen kleine Mainlines van Ford, maar de orders stroomden er voor binnen. Lincoln bouwde de wagens echter met de hand, niks lopende band-werk, en dat beperkte de leveringen. Een Lincoln als deze doet nu veel geld. Dat geldt minder voor de in mijn ogen veel aardiger Mk.III die met zijn schuine koplampen en een naar binnen hellende achterruit de stijl van alle Ford’s uit die tijd volgde maar ook een V8 van dik 7 liter mee kreeg waarmee de 200km/u in zicht kwam. En dat anno 1958.

Zowel de Continental’s van latere bouwjaren als andere modellen van het merk groeiden maar door. Werden langer, lager, zwaarder en werden dan ook met steeds zwaardere motoren geleverd. Op een litertje benzine keek je niet als je Lincoln reed en bij een verbruik van 1:3 was dat ook verstandig. De 7,5 liter grote V8 haalde bij de versie van 1968 intussen 370pk, woog 2.2 ton en was 1,5 meter langer dan een beetje VW Kever uit die periode. Een enorme grille maakte indruk op de medeweggebruikers. En dat bleven die Lincolns doen door de jaren heen die volgden. Veel Lincolns werden in de VS ook nog eens verlengd tot TownCar Limousines, wagens waarmee de rijken en welgestelden zich graag lieten vervoeren met de nodige extra’s aan boord.

Wie wel eens in de VS op bezoek is geweest heeft dat soort wagens vast wel eens gezien. Later ging het Lincoln minder naar den Vleze. Maar het is nog steeds actueel en bouwt nu o.a. de zeer aansprekende Navigator SUV die wederom boven alles uitstijgt en de nodige nieuwe rijken aanspreekt. De huidige generatie sedans is van een minder opvallende omvang dan vroeger. Net zoals GM deed bij Cadillac. De smaak van de kopers veranderd. Men denkt wat meer om het milieu, maar wil nog wel heel veel comfort. En dat biedt een Lincoln. Alle waar naar zijn geld, maar je krijgt veel auto voor die centen. Zo had meneer Leland het graag gezien indertijd. (Beelden: Yellowbird archief)

De eerste keer….

De eerste keer….

Al eerder beschreef ik wat eerste keren van dit of dat uit mijn leven.

Veel er van is al wat langer geleden. Zo ook de eerste keer dat ik als jong mens het luchtruim koos aan boord van een piepklein toestel van Martin’s Air Charter en mijn woonstek van boven kon bekijken. Later deed ik dat nog een keer en voelde me al een heel ervaren passagier, want twee keer 20 minuten vliegervaring…veel van mijn straatgenoten en familieleden waren nog nooit ‘omhoog’ geweest. Werkend bij een grote bankinstelling (dat deden wij indertijd als jong mens op heel jeugdige leeftijd en leerden ‘s-avonds alles bij wat bij een carriere bij zo’n instelling hoorde) kwam een oudere collega ter ore dat er een malloot rondliep die helemaal gek was op vliegtuigen en alles wat er mee van doen had. Hij bleek een uit het Gooi afkomstige prive-vlieger te zijn die er altijd op uit was om zijn ‘uurtjes’ te maken vanaf en boven Hilversum.

En zo kwam het tot een contact dat leidde tot een afspraak waarbij een collega van de bank, mijn toenmalige verloofde en mijn oudere broer Rob deelgenoot zouden worden van een zaterdags uitje en vluchtje in een echt kleine machine die werd aangeduid als een Piper Tripacer. Daar kon je net aan met drie mensen in zitten en de cockpit was zo eenvoudig als een Volkswagen Kever uit die periode. Omdat broer Rob zelf een auto bezat reden wij naar dat bescheiden stukje vliegweide tussen Hilversum en Loosdrecht en vulden daar de nodige formulieren in. Stortte het toestel neer zou dat niet voor de verantwoording zijn van de piloot of zoiets. Maar ja, je bent jong dus dat risico nam je wel. Vliegen, daar ging het om. En hup in volgorde van twee om twee gingen we de lucht in. De piloot maakte een paar mooie bochtjes boven de Loosdrechtse plassen, we bekeken de wijken van Hilversum, genoten van het geraas van de motor, hielden ons intussen vast aan wat lussen en keken naar de piloot die op een of andere raadselachtige wijze de weg terug naar het vliegveld wist te vinden. Na een uurtje of twee was de pret over. Koffie met appeltaart voor de passagiers, een hand voor de piloot uit dank (afrekenen moest vooraf) en wij praatten nog na. 16 was ik, en al aardig ervaren als zei ik het zelf. Wist ik veel. Er zouden nog heel wat vluchten en vluchtjes volgen. Maar die eerste keer in zo’n piepklein ding blijft me goed bij. Zoals veel eerste keren van wat ook. Zal vast voor meer mensen gelden. Is dat wel zo maakt het mij uniek, en dat is dan voor het eerst….(beelden: eigen archief)

Tax..

Tax..

En nee dit blogverhaal gaat niet over opnieuw een door de linkse elite aan ons opgelegde extra belasting omdat we het wagen om te leven zoals we doen, het gaat over een artiest met die naam, Wally Tax.

Aanleiding was de toevallige confrontatie met zijn graf op de fraaie Oosterbegraafplaats in Amsterdam. En het besef dat voor de meer bekende Herman Brood onze stad nog een ander fenomeen kende met een stevige rock en roll imago. Tax was de zoon van een Nederlandse vader en Oekrainse moeder. Hij werd geboren in 1948 en werd voor het eerst bekend met zijn band de Outsiders. Daarbij viel op dat de Engelse teksten een wat duidelijke Mokumse tongval meekregen van de al snel langharige Wally Tax. Overigens was Wladimir zijn officiele doopnaam, maar ja, Amsterdammer, dan heb je al snel een bijnaam. En die adopteerde hij zelf ook maar. De band waarmee hij optrad, De Outsiders, maakte hun hoogtijdperiode mee in de jaren 60 en scoorden ook heel wat hits. Vaak had men dan een behoorlijke kwaliteit ingebouwd voor de achtergrondmuziek en akoestiek. Aan het einde van de jaren zestig zakten de successen in en stapte Tax over op een ander project. Een nieuwe band werd opgezet, Taxfree, die zelfs nog een plaat op kon nemen bij Jimi Hendrix. Maar dat nummer werd nauwelijks verkocht. De band viel al snel uit elkaar en Tax ging alleen verder

Een typisch fenomeen uit de jaren zestig. Leven als God in Frankrijk, maar ook zoekend naar vastigheid. Die meende hij te vinden in een partner. Dat pakte ongelukkig uit toen die dame door invloeden van buitenaf en een zware ziekte op relatief jonge leeftijd overleed. Wally Tax zocht zijn heil toen steeds meer in drugs en drank. Zijn grote frustratie dat een deel van de natie hem domweg niet meer herkende. Dat gedrag maakte ook dat een reunie die men in de jaren 90 opzette met de andere leden van de oude band The Outsiders, op niets uitdraaide. Er verscheen nog een biografie over hem, gemaakt voor zijn 50e verjaardag, waarin hij zinspeelde op vriendschappen met de groten der aarde. Elvis, Janis Joplin en zo meer. Of dat allemaal waar was?

Kan ook branie gecombineerd met frustratie over uitblijvende erkenning zijn. Volgens sommigen maakten een getraumatiseerde jeugd dat Tax het leven maar moeilijk aan kon bij tegenslagen. Afkicken van de heroine kon en wilde hij niet. In 2002 verscheen de laatste CD van Tax, gitaarrock waarmee hij ooit was begonnen. Het werd niks. Zijn naam was weg, zijn imago intussen verwoest. Op 10 april 2005 overleed hij. In Amsterdam, waar hij zoals ik al schreef, ook werd begraven. Zelf zo arm als een kerkrat werd zijn fraaie grafsteen met bij elkaar gesprokkeld geld van vrienden en collega’s neergezet op de plek waar ik het zag staan. Een Amsterdams fenomeen met veel minder naam en faam dan zijn later zo bekend geworden collega Herman Brood. Beiden verslaafd, maar de een toch lichtmoediger dan de wat zwaar op de hand zijnde Wally Tax. Ik ken hem nog wel van ‘ontmoetingen’ in de stad waar hij nog wel eens door het centrum zwierf. Op zoek naar mogelijkheden om weer een shot te scoren. Maar ook een man die schreeuwde om erkenning. Een typisch mens uit de jaren zestig. Kortom uit de periode van voor de vertrutting waarin we nu verkeren. (beelden: Internet)

Kroegvrienden…

‘Iedereen’ mocht hem. Althans dat gevoel had hij zelf altijd gehad. Henk, lekker populair in zijn jeugd. Veel vrienden, met wie hij uitging en op de meiden kon jagen. Zijn vader had een eigen bedrijf en hem was zelden iets te kort gedaan. Financieel zeker niet. Hij liep er echter wel de kantjes van af. Het bedrijfsleven was eigenlijk niks voor hem, maar toch had zijn vader hem opgenomen in de onderneming. Ook omdat ‘die ouwe’ dan een oogje in het zeil kon houden. Henk was een vrouwenjager, en daarbij hield hij wel van een glaasje bier. Hij was nergens goed in waar het nuttige zaken betrof, maar kon wel goed biljarten, voetballen, en onderhield zijn sociale contacten. Maar het leukst vond hij toch wel de kroeg. Ook toen hij in dienst zat was hij toch vooral een ‘drukker’ om daarna in de vrije ruimte vooral lol te trappen met zijn maten. Die hadden Henk altijd hoog zitten. Sloegen hem op de schouder en wilden nog wel eens een stapje extra voor hem lopen. Logisch want de meeste rondjes in de kantine betaalde hij. Net als bij het voetballen. Altijd was Henk de gevierde jongen. Toen zijn vader overleed en hij de onderneming erfde moest hij even wennen aan het nieuwe leventje. Hij werd wat serieuzer, maar onderhield wel goede contacten met sportverenigingen en zo meer. Zijn sponsorschap daarvan maakte dat hij vaak werd uitgenodigd voor een hapje en drankje en daar genoot hij met volle teugen van. Het werken ging hem redelijk af. Hij gaf leiding aan dat bedrijf, maar had ook prima mensen om zich heen verzameld op wie hij kon bouwen en die hij graag wilde vertrouwen. In het weekend was er dan het gezin, ja hij was ook nog getrouwd met ongeveer de vijfde vrouw met wie hij een soort van liefdesrelatie had opgebouwd en met wie hij twee zonen kreeg. Op zondag zat hij bij de clubs. En genoot, deelde rondjes uit en werd op het schild getild. Nu hij wat ouder werd, de kinderen in de zaak en hij met een soort pre-pensioen, genoot hij nog het meest van zijn dagen en avonden in de kroeg. Hij genoot van de verhalen, van de sfeer, van de drank. Tot hij ontdekte dat al die drank ook betaald moest worden. Het inzicht dat hij wellicht vriendschap (…) kocht was confronterend. En dus deed hij een stapje terug. Het bleek heel vervelend te werken. Niet alleen werd het ineens een stuk ongezelliger, maar al die ‘vriendschappen’ stelden uiteindelijk niks voor. Als hij geen rondjes gaf, kreeg hij er maar heel weinig van anderen. Zag men hem als een gierige kapitalist. Het werkte ontnuchterend. Hij stopte er mee. Wel jammer dat intussen zijn vrouw was vertrokken en zijn zoons hem niet meer op de zaak wilden zien. Henk, eenzaam mens, door niemand meer gezien. Hij pakte er nog maar een pilsje bij en voelde de tranen in zijn ogen opwellen…. Zoveel jaren voorbij…. en weer alleen!

Geluk…

Geluk…

Voor veel mensen is een gevoel van geluk toch dat ze vol liefde naast een partner zitten, dan wel een onstuimige liefde beleven waarbij liggen belangrijker is dan zitten.

Maar als dat liggen chronisch blijkt is dat geluk al snel ongeluk. Betrekkelijk dus dat geluksgevoel. Velen streven dit na door het materiele in te voeren als onderdeel van het gelukkig zijn. Steeds groter wonen, duurder, rijker, zelden denkt men in termen van gezondheid als ultiem geluk. Toch moet je best goed gezond zijn om van dat geluk te kunnen profiteren. Valt er een boom om en net naast jou op straat heb je meer dan zo maar wat geluk, krijg je hem op de bol had je even wat minder geluk. Een andere betekenis maar toch niet onbelangrijk. Mensen die net ontsnappen aan een of ander groot onheil denken nog wel eens in die termen. Geluk gehad…. Maar wie heeft groot geluk gekend en is dat intussen kwijt? Ongelukkigen zijn dat toch. Ben je voor een dubbeltje geboren is het kwartje wellicht te hoog gegrepen, maar sommigen zijn met dat dubbeltje meer dan tevreden. Het waarom ligt in de vraag of ze met helemaal niks ook gelukkig zouden zijn.

En dat is niet zo. Maar veel mensen zijn met weinig gelukkig. Leven in een klein huisje met de spullen die er toe doen om zich een, houden huisdieren die dat geluksgevoel versterken en als het een beetje meezit partners en/of kinderen die dat persoonlijke gevoel helemaal afronden. Voor anderen is het duidelijk dat ze meer nodig hebben om dat geluksgevoel te verkrijgen. Een tweede huis in Frankrijk, een boot, zwembad en waar nodig een vriendin of minnaar die de aandacht geeft die men in de normale situatie zo ontbeert. Wat is dus bepalend voor dat geluksgevoel? Waar komt het vandaan? En hoe kijken we er zelf naar? Ik denk persoonlijk dat veel van dat geluksgevoel ook afhangt van het feit of je al dan niet jaloers bent op anderen. Is een ander beter af dan jij en valt daar mee om te gaan?

Of ben je gewoon compleet van de leg als je merkt dat oude vrienden het verder schopten dan jij, beter opgeleid raakten, mooiere banen (en vrouwen of mannen)kregen en ook nog eens met geld smijten waar jij zelf een beetje op moet letten met je uitgaven. Als je dat laatste in de genen hebt zitten komt het niet goed met dat geluksgevoel en blijf je altijd mekkeren over de kansen die je worden/werden onthouden. Al dan niet met de identiteitskaart daaraan gekoppeld. Ik ben niet gelukkig want….. Persoonlijk heb ik geen enkele last van jaloezie. Nergens is het 100% geweldig, en Nederland is een prachtig lang. We leven hier relatief lang, gezond en op de gelukskaart van Europa scoren we als volk heel hoog. Logisch want we verdienen hier gemiddeld aardig de kost en hebben een samenleving waarin voor een ieder die wil kansen gebakken zitten. Is die villa dan de norm?

Of is een dak boven het hoofd en wonen waar het niet al te slecht is qua demografische samenstelling net genoeg? Vertel het maar. Ik ken mensen die van alles mankeren maar toch gelukkig zijn en anderen die hartstikke gezond zijn en welvarend en toch zoeken naar dat ontbrekende stukje wat het geluk kan bevestigen voor ze. Is dat geluksgevoel of de lage drempel daarheen iets wat je van thuis meekrijgt of moet je dat gewoon zelf leren?? Vragen, vragen, maar feit is dat geluk niet geheel verklaarbaar is maar wel een heerlijke deken kan zijn waarin je je dan als mens kunt wentelen. Waarbij wentelen in een bubbelbad ook gelukzalig kan wezen of juist dat samen genieten van wat ons tot mensen maakt die van elkaar houden. Wie er een mening over heeft moet het vooral hier even uiten. En laat ook eens weten wat jou het ultieme geluksgevoel geeft of zou kunnen geven. Dank bij voorbaat voor het delen. Je maakt me er extra gelukkig door… (Beelden: Archief/Internet)

Gescheiden onderwijs..

Gescheiden onderwijs..

Onlangs was het weer eens in het nieuws.

Een Islamitische school wilde slechts onderwijs verzorgen als de jongens en meisjes die aan hun ‘zorgen’ werden toevertrouwd gescheiden zouden worden voorzien van bij hun sekse passende scholing. Uiteraard vanuit die zo geliefde doctrine. Ik ben daar, het zal niet verbazen, fel op tegen. Onderwijs is in dit land goed verzorgd en een recht voor iedereen die zich min of meer Nederlander voelt. Bij het lezen van dit soort berichten weet ik direct zeker dat zij die dit oreren Nederland zien als een plek om vooral geld binnen te harken maar dat de samenleving hier ze gestolen kan worden.

Veel te liberaal dat Nederland en niet geschikt voor hen die achter de profeet aanlopen. Kijk en dan kom je toch tot de kern van waar alle ellende in de samenleving vaak vandaan komt. Waar het recht van de een begint eindigt dat van de ander. Ik zelf stam uit een tijdperk waarin dat scheiden van jongens en meisjes nog in zwang was. De katholieken en protestanten van toen (islam was totaal onbekend nog) hielden niet van katten op het spek binden en al knepen ze die katjes nog wel eens in het donker, je moest niet te vroeg kunnen beginnen met voortbrengen van nageslacht en nieuwe zieltjes. Nee, wat wel goed werkte, het onderwijs deugde. De indoctrinatie ook. Kathechismus en Bijbel werden er in gestampt, maar je wist ook dat 1 en 1 leidde tot de uitkomst 2 en dat Groningen niet in Limburg te vinden was.

De geschiedenis was een verplicht en goed uitgelegd vak. Maar je kreeg meteen ook mee dat christenen in de jaren 900-1200 optrokken tegen de barbaren die zich vestigden in het heilige land en dat de Moren doordrongen in Spanje en Portugal of de Otomanen tot Wenen doorgedrongen waren tot we als christelijke machten eindelijk een dam wisten op te werpen voor deze heidense horden. Dat al die gebeurtenissen gevolgen hadden voor later moesten we maar in de praktijk zelf zien terug te vinden. Wat ik deed. En dat geloof ging er vanaf. Te veel ballast om mee te nemen voor een jong en toch al wat revolutionair ingesteld type. Als ik dan lees dat al die op godsdienst baserende scholen opnieuw de indoctrinatie voorop stellen en het vrijzinnig/liberale karakter van dit land verafschuwen krijg ik toch de kriebels.

Gemengde scholen bleken/blijken een prima plek om te wennen aan het feit dat mannen en vrouwen gelijk zijn of zouden moeten zijn. Dat verplicht ‘in de kast’ blijven zitten een slechter alternatief is voor open en eerlijk uitkomen voor je geaardheid. Dat je dus geen flauwekul meekrijgt over een geloof dat nog altijd niet te duiden is met of via wetenschappelijk bewijs. En ook zeker dat mannen op geen enkele wijze superieur zijn aan vrouwen. Ook al vinden veel culturen nog steeds dat dit wel zo is. Achterlijkheid is ook geen wetenschap. En we moeten voorkomen dat meiden in de toekomst op achterstand worden gezet omdat de achterlijken onder ons menen dat dit de juiste weg is. Die weg sloten wij in Nederland (en de rest van de beschaafde wereld) rond 1965/70 voorgoed af. En terecht. Zij die daarnaar terugverlangen moeten we afremmen of monddood maken. Want het leidt tot ellende. Voorspelbaar. Hoef je niet gelovig voor te zijn of te worden. Weg ermee dus. Desnoods door een geloofsverbod. Ik hoor of lees wel welke mening hier leeft. Al kan ik me er iets bij voorstellen….. (beelden: internet/archief)

Luxe Toyota – Lexus!

Luxe Toyota – Lexus!

Het was dat de Amerikanen op enig moment liever niet in Japanse importauto’s wilden rijden.

Anders had dit merk wellicht nooit bestaan. Lexus. Een goede truc om de kopers in een land te misleiden. Maar ook een merk met een streepje voor op de gemiddelde Japanse auto. Men zette in op hoog niveau. Een Lexus werd een auto met meerwaarde. Zou je nooit in de steek (mogen)laten, service die ver uitsteeg boven het niveau van de concurrentie en een uitmonstering die er zijn mocht. De eerste proeve van bekwaamheid was de LS400. Een auto die sprekend leek op een door velen gedroomde Mercedes S-Klasse, maar duidelijk een eigen Japans gezicht had onder de motorkap.

Ook uitgerust met een dikke V8 die fluisterstil liep, maar die in Japan gewoon als Toyota Celsior van de band liep. Mensen met veel geld en honger naar status kochten zich zo’n dikke Jap en lieten zich er graag in vervoeren. Ook in Nederland kwamen ze in de verkoop, vaak toch met het idee dat je voor minder geld dan bij dat sterrenmerk werd gevraagd ook in een heel luxe auto kon worden rondgereden. Een kleiner model was de ES die men vooral dacht te kunnen verkopen aan jongere mensen die iets sportiever wilden rijden dan in die enorme LS. Voor de zakelijke rijder kwam begin jaren negentig ook de GS300 uit, uitgerust met een fijne zescilindermotor en naar ontwerp van Giugiaro. Het merk Lexus stond al snel ook in Europa op de benen.

Die extra service was een pluspunt voor velen en dat oversteeg de behoefte aan een toch wat geliefder dieselmotor in dit segment. De opvolgers werden nog wat vlotter gestyled, bleven voldoen aan die zelf gestelde normen en verkochten alleen daardoor prima. Een hele reeks kleinere modellen (maar nooit echt klein) zorgde voor bredere doelgroepen. Ook in ons land zag je die compacte wagens in leaseland successen oogsten. De gewone zakenman zag zichzelf ook graag een grote jongen zijn die extra aandacht kreeg van de dealer of leasemaatschappij. Slimme marketing van Lexus voorzag in die behoefte. Een tegenhanger voor de bekendere Audi’s kwamen er ook. Sportcoupe’s met lekker veel vermogen en natuurlijk dat bekende logo met de L prominent in de neus.

In de bekende Vlaamse tv-serie Witse deed Lexus ook prima promotiezaken. De morsige en wat mopperende inspecteur reed wel rond in een compacte Lexus. Wat dat compacte betreft, de huidige modellen hebben een bepaald niet compacte grille. Een soort zwarte X die de hele neus domineert. Ik vind het persoonlijk niet zo mooi, en gezien de verkoopaantallen hier zijn er meer kopers die er zo over denken. Maar dat neemt niet weg dat het gamma van Lexus nog steeds aardig breed is en uiteraard (Toyota-techniek) ook hybride-voertuigen omvat en een 100% elektrische auto, de UX300e. Grappig is ook dat Lexus sinds niet al te lang ook wordt gevoerd in Japan zelf. Waar men nu de truc van de Amerikaanse markt toepast op Japanse kopers. Meer auto voor je geld, meer luxe, meer aandacht. En ook daar ineens een soortgelijke Toyota wordt ingeruild op zijn wat luxere zusje omdat de status nu eenmaal net even hoger ligt. Slim dus en een bewijs dat je een Japanse auto wel degelijk in het hogere segment kunt verkopen. Imago wel degelijk om te buigen dus. En dat is goed nieuws voor de fabrikanten die dat proberen. Maar je moet wel iets meer doen dan alleen maar goede auto’s aanbieden. (Beelden: Internet)

Schrijvers…

Schrijvers…

O wat was het dedain soms groot bij al die schrijvers van net na WO2. Grote namen als Harry M, Van t Reve, of noem maar op.

Mensen die zich door hun vaak overschatte talent (..) verheven voelden boven het niveau van hun eigen lezers en zich graag beroepend op een zekere uitzonderingspositie omdat zij in staat waren een verhaal van a tot z uit te denken en op papier te zetten. Uitgeverijen verstevigden dat beeld. Goede schrijvers kregen op voorhand een stuk inkomen om zo te zorgen dat men niet in pure armoede alle verhalen moest neerzetten. Maar zij die succesvol waren deden toch goede zaken en waren in staat om zonder vakken te hoeven vullen bij de lokale supermarkt het leven door te komen. Maar velen werden geroepen, weinigen uitverkoren. De uitverkorenen, of zij die meenden dat zij daartoe behoorden, hielden ook bijeenkomsten waar zij ‘onder ons’ konden genieten van het op het schild tillen door critici en uitgevers.

Het bekende Boekenbal een voorbeeld van wat ik daarmee bedoel. De elitaire samenkomst van hen die toch op ander niveau over de wereld dachten dan zij die gewoon keihard werkten voor de kost. De grote namen verdwenen een voor een. Zelfs literaire beroemd- of bekendheid maakte niet dat de dood aan hen voorbij ging en zo werd het rustig op de trappen van de Stadsschouwburg aan het Leidscheplein. De nieuwe lichtingen schrijvers en schrijfsters namen hun plekken in. Heel anders geschoold, veelal vooral geluk gehad dat hun eerste boekje werd uitverkoren uitgegeven te worden. Maar ook hier was de spoeling dun. De lezers kozen veel vaker meer voor lichter werk, de nieuwe generaties nauwelijks verder komend dan een stripboek, sommigen daarvan vonden of vinden zelfs dat nog te hoog gegrepen.

De boekenbranche in nood, veel goede winkels gesloten bij gebrek aan klandizie. Verdween het dedain daarmee? Nee! Men denkt in sommige kringen nog steeds dat het talent om te kunnen schrijven een van God gegeven iets is. En dan moet je ook als zodanig worden behandeld. Veel tv-optredens van auteurs laten zien hoe men naar de wereld kijkt. Veelal met een links-kritische blik, sommige schrijvers met een stevige emigratie-achtergrond en de Nederlandse taal nauwelijks meester, maar wel aangehoord alsof ze door diezelfde God van dat talent zijn gezonden. Maar neem van mij aan dat veel van die schrijvers matig verkopen. Iemand die een aardige thriller schrijft komt een stuk verder en de alom verguisde doktersromans zijn de snellopers waarop veel uitgeverijen domweg draaien. Een goed verhaal altijd fijner lezen dan een ingewikkeld zwartgallig geheel. Vijftig tinten grijs zorgt voor veel belangstelling, zelfs in ons taalgebied, ook al is het verhaal flinterdun. De dame die dat schreef werd er aardig rijk door.

Zelfde geldt voor die dame die ‘De Zeven zussen’ uitschreef. Helaas onlangs overleden, maar wat een omzet draaide de uitgever bij deze boeken. Vooral vrouwen helemaal meegezogen in de verhaallijnen. Maar o wee, wat gaat het allemaal snel en relatief. Bij de Kringlopers in ons land ligt al dat gedrukte proza. Voor een prikkie. Soms gaan ze per kilo de deur uit. Boeken behouden hun waarde maar nauwelijks. De oude bekende Nederlandse schrijvers vaak nog bij ramsj-winkels te vinden. Maar de jongste generaties hebben geen idee meer wie dat zijn. En dat zegt veel over onze cultuur. Lezen is uit, schrijvers niet meer bekend, veel uitgeverijen verdwenen en het Boekenbal vooral een zuipfeest voor mensen die graag gezien willen worden. Kortom, alles is relatief. Ook het beroemde auteurschap. Al blijft die Bijbel natuurlijk wel een aardig werkje dat het nog steeds goed doet. Het best verkopende boekwerk uit de geschiedenis. Maar zou een van de hoofdrolspelers zich verwaardigen bij het Boekenbal een vaste plek te claimen op de trappen van dat theater?? Vast niet. En dat is misschien wel een wijze les. Alles is relatief, roem ook.