Anonieme liefdes….

Juist vandaag zitten weer heel wat mensen ofwel te smachten om een blijk van waardering vanuit onbekende hoek, dan wel met vraagtekens omdat juist zij zijn uitverkoren een kaartje of andere blijk van adoratie te hebben ontvangen van een anonieme aanbidder die zich verschuilt achter de naam ‘Valentijn’. Opmerkelijk fenomeen. Mensen die elkaar de liefde verklaren maar dat ofwel doen door middel van bloemen of kaarten, maar zelden in woord of daad. Die broeiende geheime liefde daar gelaten natuurlijk. Valentijnsdag is het dus, juist vandaag als ik dit blogverhaaltje dicht. En omdat het een uit de VS overgewaaid fenomeen betreft toch maar eens gedoken in de krochten van de geschiedschrijving om erachter te komen waar dit toch vandaan komt. Volgens die geschiedenis stamt het fenomeen al van heel lang geleden.

Uit de tijd van de Romeinse keizer Claudius II die met tegenstanders minder zacht om sprong dan we in onze tijden wel eens neigen te doen. Je kop ging er af als je tegen de keizer optrad of dingen deed die niet waren toegestaan volgens toenmalig recht. Zo was het redden van Christenen niet een van de meest populaire aangelegenheden voor deze keizer en zijn achterban en dat kon dus leiden tot gevangenis en erger. Vanuit die gevangenis schreef indertijd ene Valentijn brieven aan zijn jonge minnares, naar verluid ook nog eens de dochter van zijn bewaker. De naam Valentijn was zodanig gekozen dat die vader bij ontdekking geen idee had om wie het zou gaan. Anders had hij de gevangene vermoedelijk zelf aan het zwaard geregen. Een romantische figuur dus. En omdat hij dit zo was kreeg hij in de donkere Middeleeuwen waar zoveel progressieve mensen anno 2020 naar terug lijken te verlangen, extra aandacht en werd al snel gezien als een van de grote Heiligen in katholiek Europa.

Die 14e februari werd in die jaren ook uitgeroepen tot officiële sterfdag van Valentijn, of dit klopt is lastig achterhalen bij iemand die anoniem verkeerde met iemand van het andere geslacht. Met de emigratie naar het vrije land Amerika ging ook dit fenomeen mee en vormde zich om tot het begrip dat we nu een beetje leren kennen in onze lage landen. Blijken van liefde voor iemand die we willen omarmen maar niet durven aanraken. Of bevestiging van liefde voor de ander die ons leven verrijkt. Uiteraard goed bedoeld, en niet bestemd voor de zogeheten stalkers die obsessief bezig zijn iemand voor zich in te palmen. Of voor Don Juan die meerdere dames aan zijn degen zou willen rijgen als hij de kans kreeg. En dit alles overdrachtelijk bedoeld uiteraard. Nee, dan maar een kaartje….Vanuit de gedachte dat lieve mensen even aandacht verdienen. Dus bij deze voor u allen……Fijne Valentijnsdag en bedenk dat ik dit schreef vanuit de gedachte dat jullie, lezers of lezeressen, mij allemaal even lief zijn….

Giga-verrassing….Dortmund Kerststad!

Zoals naar traditie ieder jaar intussen, bezoeken we samen met onze Soester vriendjes een Duitse stad voor de Kerstmarkten daar en voor wat extra gezelligheid samen. We deden al eens eerder (2x)Dusseldorf, Essen, Duisburg, Aken, Keulen, dit jaar viel de keuze op Dortmund. Vanaf Utrecht gezien zo’n beetje de verst gelegen stad in het Ruhrgebied, maar dat mocht de pret niet drukken. Nu was ik samen met echtgenote zelf al eens een paar dagen in Dortmund te gast geweest, een jaar of zeven eerder, en ik vond het toen wel een aardige maar ook wat grauwe stad. Enorm veel nieuwbouw en ook de nodige lopende bouwprojecten. Maar goed. Ons (heel bijzondere) hotel bleek in het centrum te liggen dit keer, en de ingang naar een van de zes met elkaar verbonden kerstmarktlokaties lag letterlijk op 50 meter afstand om de hoek van dat nachtelijk onderkomen. En het aanbod aan lekkers en leuks was hier in Dortmund enorm.

Net als de grootste kerstboom van Duitsland die maar liefst 45 meter hoog reikt en 170 ton zwaar is met het fundament meegeteld. Opgebouwd uit 1700 sparrenbomen uit het belendende Sauerland, voorzien van bewegende engelen, 48.000 (LED)lampjes en met een opbouwtijd van 4 weken is dit op de Hansa-Platz een waanzinnig trekpleister natuurlijk. Men heeft hier in Dortmund ook podia staan tussen de vele stallen en huisjes, waar om de zoveel tijd iets wordt opgevoerd of gezongen of gespeeld. Ook een reuzenrad deed haar werk. De sfeer is in Dortmund gemoedelijk, en het aantal bezoekers aan die kerstmarkten groot. Opvallend daarbij, niet te veel Nederlanders. Die kom je in andere steden rond deze periode wel veel tegen.

Toch apart. Dortmund is bij ons niet zo bekend kennelijk. Onterecht want er is naast die kerstmarkten genoeg te doen. Enorme winkelpaleizen, leuke lokale winkels die typisch zijn voor Duitsland, aardige kroegjes, eetzaken met de heerlijkste gerechten, bedenk het en het is er. Wij genoten van dit alles in goed gezelschap. Om o.a. in de donkere avonduren te zien hoe dit fenomeen ‘Weinachtsmarkt’ een echt begrip is in die Duitse steden. Hele teams van bedrijven komen bij elkaar met een verlichte muts op de bol, drinken zich een glas en kakelen over alles wat in stad of land speelt.

Dortmund verraste ons dus. En zeer positief. Deze kerstmarkten en wat er omheen zat waren opgeteld leuker dan we de afgelopen jaren meemaakten in steden die op dit gebied een grotere naam hebben opgebouwd en via slimme promotie ook veel Nederlanders of Belgen weten te trekken. En je moet wel erg ongevoelig zijn voor het fenomeen van die Kerstmarkten wil je niet iets aardigs op de kop kunnen tikken wat in ons land echt nergens te vinden is.

Dortmund is zoals gesteld wel een stukje rijden. Je kunt er trouwens wel goed in de binnenstad parkeren, kost niet te veel (Dagkaart 12 euro) en veel van het aantrekkelijke ligt op loopafstand van de vele parkeergarages. Verwacht geen oud centrum met mooie vooroorlogse panden.

Die zijn hier door de oorlog schaars. Maar de sfeer is er niet minder om. En voor shoppers is het toch een paradijsje, zonder de dure chique van Dusseldorf of het wat kitscherige van Keulen. Aanrader voor liefhebbers! En bij ons met grote stip bovenaan het lijstje geplaatst. (Beelden: Yellowbird)

Bomenjacht

kerstboom-1In onze wijk zijn een paar jaar geleden van die ondergrondse vuilcontainers geplaatst. Beetje graafwerk en hup. Nieuw systeem, werkt prima. Maar ik ontdekte onlangs ook dat de bewoners ergens na de jaarwisseling hun oude kerstbomen van de ‘afvallende naaldensoort’ keurig naast die containers plaatsen. Niet de bedoeling, maar toch. Overigens worden die containers vaak ook oneigenlijk gebruikt. Een van de aannemertjes uit onze buurt wil nog wel eens een halve aanhanger spullen in dat ding dumpen, kennelijk om zich een ritje grofvuil-stortplaats te besparen of zo. Hoe dan ook, die kerstbomen deden me ineens terugdenken aan een heel andere tijd. Dik vijftig jaar geleden. In de huizen uit mijn jeugd stonden ook bomen. Niet van die Nordmannen of andere dure soorten, maar gewoon kerstbomen. Die dingen stonden er van pakweg een week voor de kerst tot een dag of tien later. Mooi opgemaakt met engelenhaar en ballen. Maar omdat we vrijwel allemaal met kolen stookten (olie en gas moesten nog worden uitgevonden..) werden die bomen kurkdroog en lieten al snel hun prikkende naalden vallen. Reden om ze direct na de kerst de deur uit te mikken. Die enkele uitzondering daar gelaten. En daar op straat was een cultureel evenement aan de gang dat je tegenwoordig niet meer zo ziet.

kerstboom-2De zgn. kerstbomenjacht. Jongelui, ik ook, stroopten de straten af voor de afgedankte bomen, verzamelden en bewaakten ze daarna. Want dat oude groen ging dienen als brandstof voor het oudejaarsvuur dat in veel van die buurten gewoon midden in de straat werd ontstoken om 12.00 middernacht tijdens de Oudejaarsviering. Spannende dagen, want je moest bijna militair denken rond die bomenjacht. Je werd benoemd door de grotere jongens als ‘jager’ of als ‘bewaker’. En dat was nodig ook, want in belendende straten en buurten deed men precies hetzelfde en wie de grootste berg bomen bezat had ook het grootste vuur. Er wilde nog wel eens een knokpartijtje uit voort komen. Gelukkig was het een fenomeen dat iedereen in onze straat aansprak, dus de jonge lieden die als automonteur of smid in de buurt actief waren wilden wel een handje bijsteken als het op vechten aan kwam. En dat maakte veel verschil.

kerstbomen-3Net als de pluimpjespistolen en geweren die we bij de bewaking van die bomen gebruikten. Dwong respect af. Als ik het nu terughaal voor dit blog denk ik wel eens, jeminee, wat een risico voor die verrekte bomen…. Maar een fenomeen was het en als ik nu wel eens kijk op Google of Wikipedia zie ik dat het ook in andere steden en dorpen in die jaren heel normaal was. Toen ik die straat verliet om elders te gaan wonen was ik ook niet meer op de hoogte van hoe men dat met de kerst allemaal regelde. In de nieuwe woonbuurt kwam het niet voor, daar woonden geen jongelieden die er mee bezig waren. Ik hoorde het nog wel eens van mijn ouders. Die woonden in die periode na een verhuizing juist op dat punt in die straat waar wij vroeger de vuren stookten. En dat maakte soms nerveus, zo’n groot vuur voor de deur. Intussen is het ondenkbaar geworden. Overal staan auto’s en scooters, de huizen zijn allemaal gekocht door mensen met een andere mentaliteit of afkomst. Nee, geen bomen meer en al helemaal geen vuren. Men zet ze gewoon bij de vuilcontainer. En niemand die er naar omkijkt. Er is veel veranderd in de loop van al die jaren….

Het fenomeen Co Prins

Co Prins 2Er was een tijdperk dat zelfs ik iets had met voetballen. Niet omdat ik die sport nu zo goed kon beoefenen, als we het ‘putten’ in de straat even vergeten voor het gemak. Als ik in clubverband speelde was dat vaak als keeper of als halfspeler. Niks in de voorhoede. Maar wel effectief. Zeker als een tegenstander me voorbij wilde en ik dan de van Co Prins overgenomen ‘schoffel’ toepaste was ik lastig te passeren. Co Prins zegt ie? Wie? Nou, van de vele fenomenen die het Amsterdamse voetbal ooit kenmerkten was dit een grote. Geboren in 1938 en gevoetbald voor god en de duivel was hij als gevolg daarvan voor niemand bang. Zeker niet voor scheidsrechters of spelers van de tegenpartij. Het onderuit halen van een tegenstander deed hij effectief. Hij speelde jarenlang bij Ajax, Oranje, maar ook in Duitsland en Amerika. In België werkte hij jarenlang als trainer. Man van een grote mond en ik denk een klein hartje. Typische Amsterdammer. Minder begaafd als de alom betreurde maar ook bejubelde Johan uit Betondorp.

Co Prins 4Zijn karakter was een ding om rekening mee te houden. Ik maakte hem eens mee in een kroeg aan de Amsterdamse Amstelstraat waar mijn lease pa regelmatig zat voor de ‘autohandel’ in die jaren. Cootje Prins zat daar ook regelmatig. En dat was goed te merken. Een jaar later zag ik hem spelen in het Olympisch Stadion. Hij speelde zoals hij sprak. Zoals later Hazes zong of zoals die volkszanger in Vinkeveen in diens stamkroeg lachte. Amsterdammers van toen waar je nu met een lampje naar moet zoeken in de hoofdstad. Co Prins’ manier van spelen sprak mij als jeugdig talent (..) op het voetbalveld zeer aan. Het maakte me overigens ook niet geliefd als speelgenoot op de velden. Men voetbalde het liefst aan de andere kant van het veld als ik was opgesteld. De Prinstechniek leidde niet tot veel applaus.

Co Prins 3Het gestrekte been en zo. Gelukkig kreeg je toen nog geen gele kaarten. Co Prins intussen verhuisde na zijn Amerikaanse avontuur naar clubs als MVV, Vitesse en Helmond Sport. Effectief, maar ook niet geliefd. Zijn carrière kreeg nog een extra impuls toen hij meespeelde in de film Escape to Victory die ging over een voetbalelftal in WO2. Hij was te zien op tv bij de NCRV en speelde fanatiek zaalvoetbal. Een man met een karakter, zoveel was wel duidelijk. Hij overleed plotseling aan hartfalen tijdens een partijtje voetballen in Antwerpen. Werd maar 49 jaar oud. En is bij veel mensen allang vergeten. Maar niet bij mij. Te lang als voorbeeld gediend. Maar of dat nu zo’n goed voorbeeld was achteraf bezien? Ach, ik ben nooit een echt talent geweest in dat voetbalwereldje. Hij wel! Onbegrepen vaak, maar toch! (Beelden: Internet)