Schrijvers…

Schrijvers…

O wat was het dedain soms groot bij al die schrijvers van net na WO2. Grote namen als Harry M, Van t Reve, of noem maar op.

Mensen die zich door hun vaak overschatte talent (..) verheven voelden boven het niveau van hun eigen lezers en zich graag beroepend op een zekere uitzonderingspositie omdat zij in staat waren een verhaal van a tot z uit te denken en op papier te zetten. Uitgeverijen verstevigden dat beeld. Goede schrijvers kregen op voorhand een stuk inkomen om zo te zorgen dat men niet in pure armoede alle verhalen moest neerzetten. Maar zij die succesvol waren deden toch goede zaken en waren in staat om zonder vakken te hoeven vullen bij de lokale supermarkt het leven door te komen. Maar velen werden geroepen, weinigen uitverkoren. De uitverkorenen, of zij die meenden dat zij daartoe behoorden, hielden ook bijeenkomsten waar zij ‘onder ons’ konden genieten van het op het schild tillen door critici en uitgevers.

Het bekende Boekenbal een voorbeeld van wat ik daarmee bedoel. De elitaire samenkomst van hen die toch op ander niveau over de wereld dachten dan zij die gewoon keihard werkten voor de kost. De grote namen verdwenen een voor een. Zelfs literaire beroemd- of bekendheid maakte niet dat de dood aan hen voorbij ging en zo werd het rustig op de trappen van de Stadsschouwburg aan het Leidscheplein. De nieuwe lichtingen schrijvers en schrijfsters namen hun plekken in. Heel anders geschoold, veelal vooral geluk gehad dat hun eerste boekje werd uitverkoren uitgegeven te worden. Maar ook hier was de spoeling dun. De lezers kozen veel vaker meer voor lichter werk, de nieuwe generaties nauwelijks verder komend dan een stripboek, sommigen daarvan vonden of vinden zelfs dat nog te hoog gegrepen.

De boekenbranche in nood, veel goede winkels gesloten bij gebrek aan klandizie. Verdween het dedain daarmee? Nee! Men denkt in sommige kringen nog steeds dat het talent om te kunnen schrijven een van God gegeven iets is. En dan moet je ook als zodanig worden behandeld. Veel tv-optredens van auteurs laten zien hoe men naar de wereld kijkt. Veelal met een links-kritische blik, sommige schrijvers met een stevige emigratie-achtergrond en de Nederlandse taal nauwelijks meester, maar wel aangehoord alsof ze door diezelfde God van dat talent zijn gezonden. Maar neem van mij aan dat veel van die schrijvers matig verkopen. Iemand die een aardige thriller schrijft komt een stuk verder en de alom verguisde doktersromans zijn de snellopers waarop veel uitgeverijen domweg draaien. Een goed verhaal altijd fijner lezen dan een ingewikkeld zwartgallig geheel. Vijftig tinten grijs zorgt voor veel belangstelling, zelfs in ons taalgebied, ook al is het verhaal flinterdun. De dame die dat schreef werd er aardig rijk door.

Zelfde geldt voor die dame die ‘De Zeven zussen’ uitschreef. Helaas onlangs overleden, maar wat een omzet draaide de uitgever bij deze boeken. Vooral vrouwen helemaal meegezogen in de verhaallijnen. Maar o wee, wat gaat het allemaal snel en relatief. Bij de Kringlopers in ons land ligt al dat gedrukte proza. Voor een prikkie. Soms gaan ze per kilo de deur uit. Boeken behouden hun waarde maar nauwelijks. De oude bekende Nederlandse schrijvers vaak nog bij ramsj-winkels te vinden. Maar de jongste generaties hebben geen idee meer wie dat zijn. En dat zegt veel over onze cultuur. Lezen is uit, schrijvers niet meer bekend, veel uitgeverijen verdwenen en het Boekenbal vooral een zuipfeest voor mensen die graag gezien willen worden. Kortom, alles is relatief. Ook het beroemde auteurschap. Al blijft die Bijbel natuurlijk wel een aardig werkje dat het nog steeds goed doet. Het best verkopende boekwerk uit de geschiedenis. Maar zou een van de hoofdrolspelers zich verwaardigen bij het Boekenbal een vaste plek te claimen op de trappen van dat theater?? Vast niet. En dat is misschien wel een wijze les. Alles is relatief, roem ook.

Onderbouwing van een mening

LiechtensteinIk heb het nog maar eens opgezocht. Een mening staat voor het bezitten van een opvatting, een opinie, een standpunt of zienswijze. Veelal komt zo’n mening voort uit een persoonlijke observatie, ervaring, of desnoods studie van een bepaald onderwerp. Die mening hoeft dus niet noodzakelijkerwijs aan te sluiten op het zogeheten algemeen geldende gemiddelde. Gelukkig niet. Alleen moet je wel uitkijken met je mening tegenwoordig. Voor je het weet krijg je allerlei verwijten over je heen als die mening nu net niet zo aansluit op dat gemiddelde. Veel van dat gemiddelde denken komt voort uit een politiek opgelegd sociaal soort acceptatie. Dus, voorbeeld; het binnenhalen van allerlei vluchtelingen moet zonder vragen te stellen over de ware reden van hun komst naar onze streken worden goedgekeurd. Wie wel vragen stelt is daarmee volgens sommigen vrijwel direct een racist, fascist of nationalist.

302647334_3f326ca491_mOf behoort bij het kamp van de PVV-ers die volgens niet goed geinformeerde bronnen behoren tot de meest extreme lieden die dit land herbergt. Dat is en blijft opmerkelijk als je zelf vindt (ook een mening) dat je behoort bij de meer sociale democraten in dit land, ook al voel je je dan helemaal niet thuis bij de stromingen die daar voor door gaan. Zelf ben ik nogal principieel. Wie een al te elegante mening geeft over onderwerpen die bewezen anders in elkaar steken mag rekenen op mijn hoon of kritiek. Dat geldt zeker, ik heb het hier al vaker geschreven, voor hen die de ogen sluiten, de oren dichtstoppen en de mond afplakken rond de nadelen van een maatschappij die wat te weinig kijkt naar de eigen bevolking en te veel naar wat je nieuwkomers allemaal moet aanbieden. Daarbij maak ik overigens echt onderscheid tussen vluchtelingen met een verhaal, zij die achterna werden gezeten door de barbaren van IS, Al Qaida of de Iraanse Revolutionaire Garde om maar iets te noemen, en de lieden die menen dat het goud hier aan de bomen groeit en dat proletarisch winkelen met een pistool of mes in de hand normaal is.

road closedDaarover ga ik vrijwel altijd graag de discussie aan. Overal waar het kan en met argumenten. Zonder een duidelijke afkeer van een bepaald geloof of cultuur. Ik wil wel graag dat we allemaal meenemen in onze overwegingen dat het aantal klanten bij de voedselbanken stijgt, dat de armoede groeit, dat de rijken rijker worden en dat de werkloosheid nog steeds rond de 600.000 personen verkeert. Ongebreidelde import van vooral arme en hulp behoevende nieuwkomers zal zeker niet bijdragen aan verbetering van die situatie. Zelfde zie je in de zorg, de huisvesting etc. etc. Toch is er een groep Nederlanders die dwars door alle kritische ┬ávragen hieromtrent heen meent dat we gewoon de grenzen moeten blijven open stellen voor alles en iedereen. En die het ook telkens lukt om tegenstanders van dit idee, zoals ik, in de hoek te zetten. Onlangs overkwam me dat weer. Iemand die ik redelijk goed kende, oud-collega, maar idealistisch en politiek in te delen in het vakje van de Pechtoldisten, viel me bij elke uiting van mijn mening frontaal aan. Het werd op enig moment pijnlijk vervelend. Telkens een heel politiek verhaal over een persoonlijke mening die de mijne was of is. Zijn eigen persoonlijke mening zette hij dan meestal tussen haakjes (‘ik zie zelf ook wel dat er veel mis is met de zorg in ons land, maar dat is een andere discussie’..bijv.). Op enig moment werd het vermoeiend. Hij maakte het persoonlijk. En dan is het voor mij einde oefening.

resizer-nl6d6718ee95a68ffHoezeer ik ook voorstander ben van de vrijheid van meningsuiting en elke mening respecteer, wie persoonlijk wordt moet vertrekken. En zo verliep het. Ik heb hem buiten de virtuele deur gezet. Dat spijt mij meer dan ik kan zeggen. Maar ik had geen keuze. Mijn mening is persoonlijk, echt onderbouwd en ik ben geen 14-jarige schooljongen meer die aan de oren kan worden getrokken om wat ik denk of zeg. Zij die me niet willen lezen of horen, moeten gewoon zelf stoppen. Zijn er ook best een aantal. De rest moet nog eens goed kijken hoe dit blogje ook al weer heet. Maar blijf wel reageren s.v.p.! Soms neem ik echt over of aan wat iemand schrijft of zegt. Als het hout snijdt….alleen dan!

Theepottenmuseum

WP_20150507_032Als je wat mensen om je heen hebt die net als jijzelf gepassioneerd verzamelen en de objecten die zij zo gretig zoeken en thuis neerzetten na aankoop of ruil zijn in dit geval theepotten, is het logisch dat je daar soms wat meer over wilt weten. Nou dat kan. Er is een echt theepottenmuseum in ons land, in het kleine Noord-Limburgse plaatsje Swartbroek (Weert) waar u vast net als ik nooit eerder van had gehoord. Het museum dankt zijn bestaan aan een soortgelijke passie van de schoonmama van de eigenaar/directeur Frits Lavell. Toen die schoonmama richting verzorgingshuis verkaste bleef haar verzameling potten over. Frits en zijn vrouw Saskia zaten al in Limburg, exploiteerden een B&B en deden nog iets in glasgravures en kunst. Die potjes konden dus gered worden. Kamertje in hun huis werd ingericht, het fundament voor het museum gelegd.

WP_20150507_014Intussen zijn we een aantal jaren verder en is het museum de 1700 potten voorbij. Het vroegere woonhuis is opgegeven, het paar woont nu op de bovenste etage en de hele benedenboel is museum geworden. En wat voor een. Een van de leukste die ik in jaren heb bekeken. Dat er zoveel theepotten waren konden we slechts vermoeden, onze eigen verzamelingen beperken zich tot die van een enkele soort, maar hier pakt men alles aan en beet. Als het maar bijzonder en curieus is. En dan worden ze in groepen ingedeeld en in vitrines geplaatst. Ruim genoeg opgezet om er nog een paar bij te bestellen, men leeft van donaties en giften, dus waarom niet. Van Britse landhuizen tot politici, van Disney tot auto’s en motoren, van beesten tot mensen, vrijwel overal bestaat in een of andere vorm een theepot van. En als iets beschadigd is kan je er altijd nog een keramisch kunstwerk van maken. Het geeft het geheel een zeer speels karakter en de informatie die met name Frist Lavell verstrekt is gezellig, leerzaam en interessant.

WP_20150507_024Het museum zelf claimt dat je hier je ogen uit kijkt, en dat is zeker niet overdreven. Wil je alles zien mag je hier wel gaan kamperen. Nu kan je zeker even gezellig verpozen in het museum. Naast een minishopje met heel leuke items, en kunst aan de wand, is er een ruimte waar je wat kunt eten en drinken. Ook dat wat je daar gebruikt moet betaald, kost een habbekrats, maar helpt bij het in stand houden van de collectie. Men vraagt geen toegang en wil op een of andere manier toch verder. Gezellige ambiance, prachtige collectie, vrij parkeren. Een topmuseum dat het zeker verdient te worden uitgeroepen tot leukste uitje van Limburg. Van mij verdienen ze deze titel (hadden ze ook in 2013 al) want je zult weinig leukere musea tegenkomen. Zelfs als je niets hebt met het verzamelen van dit spul wordt je er door gepakt…www.theepottenmuseum.nl is hun website!