Last of lust?

Last of lust?

In de recente periode kwam ik in aanraking met lieve en gewaardeerde nabestaanden van hen die ik goed kende en uiteraard nog steeds in het hart draag. Overeenkomst bij die mensen was dat de overledenen verwoede verzamelaars waren en na hun verscheiden een meer dan stevige nalatenschap overlieten aan hun geliefden. Nu is dat geen probleem als die erfenis zou bestaan uit pakken geld of broodjes goud. Maar het ging om best omvangrijke gevolgen van een soms uit de hand gelopen handel of hobby. Al dan niet goed gedocumenteerd, maar indrukwekkend van omvang en inhoud. Vaak was de gene die nu het beheer kreeg over die collectie(s) niet op de hoogte van omvang of inhoud. Men weet werkelijk niet wat iets waard is of waar je dat spul nog dan kwijt kunt.

Soms is een veilinghuis een optie, dan weer een museum. In dat laatste geval is het wel goed om vooraf even een inventarisatie te maken van wat wel of niet museaal is. Daarbij wil je de erfenis ook niet zien eindigen in een of andere anonieme opslagloods waar men na enige tijd een keertje gaat kijken wat er zoal staat om dan te ontdekken dat men niet meer weet van wie het allemaal afkomstig was of is. De container is dan de volgende stap. Soms zijn er wel nabestaanden die snappen dat iets ‘handel’ is en gaat de verkoop in delen via Marktplaats of zo en valt de vaak in vele jaren bijeen gehaalde unieke collectie uit elkaar.

Nieuwe tijden dito kansen, maar het besmeurt die nagedachtenis toch wel iets. Ik mag me in een enkel geval met die afwikkeling bemoeien. Stel er ook verlangens voor op richting de ontvangende partij. Vind dat recht moet worden gedaan aan de donateurs ook al maken die dat zelf niet meer mee. Iemand is pas echt verdwenen als hij ook vergeten wordt en zo’n collectie is nu net de dam om dat te voorkomen. Nu is het wel zo dat ik bij mijn assistentie-werkzaamheden ook leer.

Ook bij mij is de verzameling qua inhoud en omvang vast museaal genoeg om later te bewaren en te bewaken op een goede plek. Ik deed wel iets aan adviezen rond wie, wat en waar mocht ik niet meer in staat zijn mijn mening zelfstandig te schrijven omdat ik mij wellicht naast poortwachter Petrus bevindt. Maar dat is nog niet voldoende om het juiste spoor goed uit te zetten. Dus pak ook ik al een tijdje onderdelen in. Maakt het voor veilingen handiger om niet in bulk maar delen de boel om te zetten in geld en musea om alles goed te ordenen. In dit kader las ik onlangs ook een noodoproep van een medeverzamelaar die enorm geniet van het maken van bijzondere creaties. Zijn medische conditie is slecht, hij ondergaat allerlei heftige ingrepen, begint het geloof te verliezen dat ‘het allemaal wel goed komt’ en vraagt dan aan medeverzamelaars om hem evt. te helpen na zijn verscheiden de boel respectvol ‘op te ruimen’…. Ik vond dat zelf ijzingwekkend en confronterend tegelijk. Zal je gebeuren… Een ding is zeker, bij veel echte verzamelaars rollen de verschillende erfgenamen vaak over de vloer van het leeg te maken huis als er vooraf niets is geregeld. Tegenwoordig is er dan ook nog de veranderde erfbelasting die er voor kan zorgen dat zij die uberhaupt iets ervan krijgen ook nog eens fiks met de belastingdienst mogen afrekenen. Kortom, er valt veel te regelen vooraf. Liefst vastgelegd, duidelijk en vrij van discussies. En anders helpt niet anders dan alles zelf vooraf de deur uit mikken. Maar of dat nu past bij de echte verzamelaars? In 99 van de 100 gevallen juist niet. Het genieten van…speelt vaak een belangrijker rol dan het denken aan later…. En? Zelf alles al weggedaan en woon je nu in een kaal huis achter de geraniums?? Of hou je de hobby’s in ere en de verzamelingen keurig gerangschikt op hun plekje? Net zoals ik??? Ben benieuwd…. (beelden: Prive/archief)

Kinder-reclame…

Kinder-reclame…

Zowel als gemiddelde consument als professional in het wezen der communicatie door de jaren heen zijn er voor mij persoonlijk anno 2024 de nodige ergernissen die ik graag langs deze weg met ‘de lezer(es) dezer blog’ wil delen. Reclame is bedoeld om ons allen te bewegen een product of dienst aan te schaffen of in het hart te sluiten. De marketingmix zoals dat heet moet aansluiten op de lijstjes met wensen van de consument of groepen daarvan. Bij zowel radio- als tv-reclame vallen mij momenteel diverse trends op. Allereerst dat ons leven volgens de reclamefilmmakers voor het overgrote deel lijkt te bestaan uit gekleurde mensen die de plek in namen van de vroegere blonde types met blauwe ogen om het maar eens te chargeren.

Niks mis met die keuze, maar het is net zo min stereotiep voor onze samenleving als het feit dat elke jonge moeder het figuur van Barbie zou hebben of elke vader een tatoeage. Daarnaast hoor ik vaak kinderstemmen bij redelijk volwassen onderwerpen. Alsof kinderen zouden bepalen wanneer we een ‘last minute’ reis boeken naar Griekenland of zouden weten wat de vierkantswortel in het kwadraat is bij de keuze voor een bepaald telefoonnet. Kletspraat. En over dat praten gesproken, als je sommige vrouwen hoort inspreken bij spotjes lijkt het wel of die allemaal een hoge piepstem moeten hebben om hun jeugd te doen uitstralen dan wel niet te willen weten dat een beetje intelligente vrouw vaak juist beheerst praat over onderwerpen en niet hysterisch.

Ten derde zijn daar die bedrijven of instellingen die zich op de borst slaan omdat zij zo ‘milieuvriendelijk’ of ‘klimaatneutraal’ producten en diensten kunnen aanbieden. Ik krijg er vaak kromme tenen van. Onderzoek toont aan dat de doelgroepen die daar mee bezig zijn vanzelf al geen gebruik maken van die bedrijven of organisaties en de gemiddelde burger helemaal niet bewust actief is met al dat gesnor. Men wil gewoon goede waar voor het geld dat men te besteden heeft, de juiste prijs/kwaliteitsverhouding dus en geen claims die nergens over gaan. Wil je graag politiek correct overkomen, de milieu-ridder uithangen of op termijn het klimaat redden zet dat in een folder of op je briefpapier, maar doe dat niet in een reclame-uiting. Immers we worden al overspoeld met groene en linkse propaganda, claims, processen en zo meer, de drammers blokkeren de straten en pleinen van dit land omwille van door hen aangehangen semi-religie, dus laat het bedrijfsleven zich daar verre van houden.

Kijk als energie-organisatie claimen dat je zo groen bent lijkt leuk, maar is een leugen. Windmolens op zee zorgen voor enorme verstoring van de biodiversiteit, de wieken slachten trekvogels af, en het bouwen van die dingen vraagt zoveel van de onderwaterpopulatie dat je geen enkele claim op milieugebied meer kunt verantwoorden. Kortom…..ik heb besloten om de bedrijven die zich bezig houden met deze valse voorwendselen te boycotten. Ik wil gewoon leuke reclame zien of horen met daarin de duidelijke boodschap dat ik dit of dat product (of dienst) tegen een betaalbare prijs kan vinden bij….Reclame is daarvoor bedoeld. Niet om maatschappelijke of politieke statements te maken. Niets is alleen maar goed of positief. Dat is een les die ik al snel leerde in mijn werk, opleiding en ervaring. Wat dat betreft is niets menselijks een bedrijf of organisatie vreemd. Trap er echter niet in mensen….gebruik je verstand en kijk om je heen. Wat je daar niet ziet is ook in het voorgeschotelde reclamespotje geen weergave van het echte leven. Reclame kan je lekker maken, maar hoeft dat niet te doen. Dus geen kinderen meer, geen overdreven veel gekleurde mensen (als het niet relevant is), geen piepstemmen en geen politiek ingestoken claims graag. Dan wordt het vak weer een stuk leuker en de klant weet je meteen te vinden. Ik dank u…. (Beelden: Archief)

Straatvechter…

Straatvechter…

Volgens een van mijn vroegere ‘chefs’ was ik in die paar jaren dat ik met hem werkte, een ‘Amsterdamse straatvechter’ en daardoor nergens bang voor en sloeg ik me met veel bluf dwars door zakelijke uitdagingen die andere mensen uit de weg zouden gaan. Hij zelf was afkomstig uit een of ander boerengehucht en had niet veel op met onze grote stad. De hoofdstad (maar ook Rotterdam of Den Haag) waren voor hem oorden waar je als provinciaals mens niet wilde komen en hij verdwaalde ook steevast als hij dat al een keer deed. De bewoners van die steden waren volgens hem ook uit hetzelfde hout gesneden. Gek genoeg, ik heb daar zelden last van, was de herhaling van die uitdrukking bij vrijwel elke gelegenheid reden om er soms zelf nog eens goed over na te denken.

Ik ben zeker wat je noemt een selfmade-man. In de jeugd vaak de juiste keuzes gemaakt, flink gestudeerd, hard werken bij diverse bedrijven uit allerlei branches, en zo relatief snel carriere gemaakt. Talen leerde ik in de praktijk beheersen. Maakte van nadelen een voordeel en was zeker niet op het mondje gevallen. Dat bracht me wel eens in de problemen, maar die zijn vrijwel altijd op te lossen. Maar een ding is zeker, ik sta voor wat ik zeg en wie mij goed behandelt(de) heeft of had een meer dan loyale gast aan die Amsterdammer. Heeft dat iets van doen met vroeger? Ja zeker. In de straten van Amsterdam-Zuid waar ik opgroeide was het aantal lieden van mijn leeftijd indertijd relatief groot. Je had er zelfs nog een verdeling tussen katholiek en protestant, arm en rijk (nou ja welvarend..), er speelden oude vetes uit de Oorlog een rol en de eerste immigranten (Chinezen) kwamen toen ook al in de straat wonen.

Er waren veel (mkb)bedrijven te vinden met hun eigen dynamiek. De weg naar school was zeer goed beloopbaar. Maar als keurig katholiek kind moest ik dan wel elke dag langs een huis waar protestanten woonden die meenden dat de straat hen toebehoorde. Althans het deel waar zij hun oud-ijzerhandel runden. Diverse keren renden die kinderen uit dat gezin naar buiten als dolle honden zodra wij er langs liepen. En een van hen had de neiging zich sterk op mij te richten. En dan lag ik weer over straat te rollen…voor niks. Dat werd ik op enig moment zat. En nam op een middag uit de grote tuin van de katholieke kathedraal naast onze school een stuk steen mee. Toen de agressieve broeder uit dat gezin weer op me afkwam en me greep ramde ik die steen tegen zijn neus. Kermend ging hij af. Nooit meer last gehad van dat spul. Maakt je dat tot een straatvechter? In letterlijke zin wellicht, maar verder houd ik niet zo van dat geknok. Een scherpe tong en stevige mening helpt meer. Ook in het zakendoen. Maar verder best een aimabel mens hoor. En die chef? Ach, die haalde naar mijn idee zelf vaak de verkeerde mensen naar voren op functies die hen pasten maar de zaak in mijn ogen niet vooruit hielpen. Lang geleden alweer, vergeven intussen. Maar niet vergeten….(beelden: archief)

Digitaal dilemma…

Digitaal dilemma…

Alles wat ik zoal de wereld in stuur qua blogs en verhalen doe ik via mijn laptop. Een Acer die mijn zoon me ooit beschikbaar stelde toen mijn vorige lapper het begaf. Het ding is razendsnel, doet alles wat ik er van verwacht zonder gekreun of gesteun, heeft schijfruimte voor wel tien musea aan afbeeldingen of verhalen (ik sla het meeste overigens extern op,..) en ik ben er dus domweg gelukkig mee. Ik ben ook geen digifan die allerlei bijzondere functies met dat ding uitspookt. Ik heb een iPhone waarmee ik allerlei andere zaken beheer, maar de laptop geeft me de ruimte om goed en duidelijk te communiceren.

Het ding is dubbelop beveiligd, dat wordt allemaal door softwarelieden opgewaardeerd en gecontroleerd. Maar nu kreeg ik onlangs toch even de zenuwen toen Windows me duidelijk maakte dat ik over moet (..) naar Windows 11 omdat men de ondersteuning van de huidige versie van hun software na die en die datum ging stopzetten. Resultaat, je moest een test doen om te zien of de huidige lapper wel dat Windows 11 aan zou kunnen. Nou, na 5 seconden wist ik al dat Windows vond dat dit niet zo was en ik een nieuwe laptop moet aanschaffen. Doe ik dat niet loop ik risico op allerlei bedreigingen. Mij viel dat zeer tegen, want ik weet dat deze laptop een supersnelle en grote processor aan boord heeft. Ook de opslag is deels ongebruikt. En de beveiliging is optimaal. Moet kunnen zou ik denken.

Dus maar even advies gevraagd aan zoonlief die er meer verstand van heeft dan ik. Die meent dat het zal gaan leiden tot 1) een nieuwe laptop 2) vervangen van de huidige processor door een nieuwe. Doe ik dat niet en zet ik alsnog WIN.11 op deze laptop wordt deze een stuk trager dan ik gewend ben. Reden, dat nieuwe Windows mag dan van alles kunnen, het vreet ook energie van de hardware. Kortom….Het gaat geld kosten. Schatting 750-1000 euro afhankelijk van wat ik ga doen of kopen. Dat vind ik toch wel wat bizar. Kijk, als zoals bij mijn vorige laptop de machine vol loopt en gewoon de updates niet meer aankan (vreet geheugencapaciteit) snap ik het nog wel. Nu niet. Ruimte zat, het ding functioneert uitstekend, maar moet ik door dit soort onzin nu gaan vervangen? Ik zoek nog even naar een second opinion. Wellicht dat die soelaas biedt. Hielp me al eerder met een vastgelopen harde externe schijf. Zo’n techneut die overal wel een oplossing voor heeft. Maar of dat in dit geval ook zo is?? We gaan het zien…. Intussen meldde de printer van Canon zich ook. ‘Ik zit vol’…. Houdt in dat er een afvaltank vol zit. Valt niet te legen zonder hoge kosten. Resultaat, moet ook vervangen worden. Het belooft een hete zomer te worden…… (beelden: Internet)

Parijs…

Parijs…

Voor jullie als lezers nu denken dat ik een geweldig wervend verhaal ga schrijven over de Parijse hoofdstad kom ik met een teleurstelling. Parijs en ik lagen mekaar door de jaren heen niet zo. Ook al heb ik redelijk vaak best veel van de stad gezien, de Eifeltoren beklommen, Versailles bezocht en op leuke terrassen zitten eten. Maar echt in het hart kwam die Franse hoofdstad nooit te zitten. Zelf denk ik dat dit vooral zat in die bewoners daar. Ik vond ze over het algemeen niet zo aardig en dat zal zeker vooral ook aan mij of mijn verwachtingen hebben gelegen. De eerste keer dat ik er op bezoek was vloog ik er heen op uitnodiging van Air France dat haar faciliteiten daar wilde tonen aan de mensen (zoals ik) die konden beslissen over waar lading heen ging en met welke luchtvaartmaatschappij.

We schreven 1972 en de machine waarmee we vlogen was een toen splinternieuwe Boeing 727-200 die de aloude Caravelles moest vervangen. Dat lukte goed, alleen niet op die bewuste reisdag, want een bommelding (ja die had je toen met dank aan de Palestijnen uit die periode nog regelmatig) hield ons een paar uur aan de grond. Zonde van de tijd. Maar goed een spoedcursus ‘wat valt er te zien in Parijs’ maakte eenmaal daar wel iets goed.

De meeste keren dat ik er daarna op bezoek ging was dat omdat op het vliegveld Le Bourget tweejaarlijks een gigantische luchtvaartshow werd georganiseerd en wij daar als liefhebbers en toenmalige professionals perskaarten voor kregen om alles eens goed te bekijken. Dat combineerden we dan vaak met een paar dagen vertoeven in Parijs. In gezelschap was dat best aardig. Je keek eens hier, je at eens daar en je zocht naar winkels die niet of nauwelijks te vinden waren. Ja, die hele dure in het centrum waar wij nooit slaagden.

Hoe dan ook, ik was altijd weer blij als ik de stad achter me kon laten. En ja, ik weet dat er grote liefhebbers van de stad zijn die ik nu vast bijna beledig. Maar ik genoot tien keer meer in Londen of Berlijn. Om het over Praag maar niet te hebben. Dat Parijs bekoorde me minder al heeft het best veel te bieden hoor. En kijk ik vaak naar de laatste etappe van de Tour de France om dan steeds vrouwlief te vervelen met opmerkingen over waar we toen en toen liepen tijdens dat en dat bezoek. Wellicht maakte de stad onbewust eigenlijk best indruk op me, zonder dat ik het wil toegeven. Ik ging veelal met de auto die kant op. Het rijden in die stad een groot avontuur. En als je met een paar man in colonne op weg naar of van het hotel bezig bent om je weg te vinden is het extra opletten geblazen. En bedenk maar dat we indertijd nog geen navigatieapparatuur of zo kenden.

Het ging allemaal nog met de kaart op schoot en met geschat bestek. De heftigste ervaring heb ik hier al eens eerder verteld. Toen ik op weg naar de door vele honderdduizenden mensen bezochte luchtvaartsalon vrouwlief in Parijs kwijt raakte. Het was juni 1973, deze maand precies 51 jaar geleden. We vlogen naar Parijs maar kwamen per huurauto terug. En hoe dat toen ging zit me nu nog pijnlijk in de vezels. Wil je nooit meer meemaken. En zo doofde de eventuele prille liefde voor de Franse hoofdstad. Ik kwam er daarna nog wel regelmatig, maar altijd hielden we mekaar als stel in de jaren die volgden extra goed in de smiezen. Want eenmaal spoorloos in Parijs betekende echt heel lang moeten werken om dat spoor terug te vinden. Bij toeval keek ik onlangs mijn vlieglogboek weer eens na en zag die ene bewuste vlucht en datum en bedacht me hoe anders onze wereld er toen uitzag. Leek onbekommerd, was het niet. En naar Parijs reizen we al decennia lang niet meer….Je snapt nu wel waarom…. (Beelden: persoonlijk archief en ik sta nog in beeld ook)

In memoriam: Jaap van Rij Sr.

In memoriam: Jaap van Rij Sr.

Wie zich mijn verhalen over leven met de Vliegende Pijl van Skoda nog terug weet te halen of te herinneren zal zeker nog wel de naam van Jaap van Rij daarmee kunnen combineren. Jaap was een tijdlang bepalend hoe het ook mij zowel zakelijk als prive verging. Immers hij was een jaar of tien de drijvende kracht bij het Skoda-importschap van Pon. Algemeen-directeur en daarnaast nog zo’n zelfde post bij de Mazda-importeur op het gebied van veegmachines die in dat fameuze pand aan de Dobbeweg in Voorschoten onderdak vonden. Jaap was een echte directeur. Geen flauwekul, hard werken, onderhandelen tot het gaatje met de lastige Duitsers en Tsjechen en blijven rekenen tot je er bij neerviel.

Dat laatste deed hij zelden. Want hij kon rekenen als de beste. Ik heb heel wat tamelijk aparte onderhandelsessies meegemaakt… En hij kende iedere truc uit het autovakboekje om het doel te bereiken waarop hij namens het Nederlandse importschap inzette. En dan onderweg terug naar huis in het vliegtuig glimlachend proosten op het resultaat. Dringend nodig in tijden dat we die Skoda’s zowat nog per wieldop verkochten. Jaap was ook streng. Wie in het kamp van de ‘anti’s’ zat (er bestonden ook ‘simpies’ en die konden een potje breken) zou en kon wat beleven. En voor sommige mensen had hij geweldige uitdrukkingen. ‘Bijzondere man’ ‘Operetteprins’ ‘helpers weg derde ronde vrouw’. En zo meer. Maar hij was ook gek op cultuur. Platte zaken moest hij niks van hebben. Feesten deed je maar in je eigen spaarzame tijd. Ik leerde hem kennen in 1988. Ik nog als Amsterdamse Skoda-dealerman, hij als de nieuwe directeur bij toenmalige importeur De Binckhorst. Respect over en weer hield ons in evenwicht. Zaken doen was altijd goed mogelijk. Wie wil weten hoe dat precies ging raad ik aan om nog even terug te lezen in mijn overzicht van een paar jaar terug.

In 1996 sloot hij zelf zijn autocarriere af. Hij ging met vroegpensioen. Had zijn leven lang in de auto’s gezeten en was het zat. Als dealerdirecteur en importeur voor diverse merken. Jaap ging daarna advieswerk doen bij een organisatie die internationaal hulp verleende aan ondernemers in diverse landen. Maar werd ook schrijver. In dat kader kwam ik hem later weer tegen. Hij organiseerde in zijn woonplaats iets rond een neergestorte bommenwerper tijdens WO2, ik kreeg de taak om er een verhaal over te dichten. Hij schreef zelf een serie boeken over de ‘Opperwachtmeester in de oorlog’. In de kern een verhaal over zijn vader. Daar zat ook veel emotie. Net als bij zijn lieve echtgenote Enny die zo leed door de jarenlange ellendige ziekte die zij bleef bestrijden. Een ‘taainagel’ noemde hij haar. Typerend voor Jaap. Hij liep over van liefde en respect voor haar en kreeg het heel lastig toen zij een paar jaar terug alsnog overleed. Hij was ook meer dan trots op zijn kinderen. Slimme lui, en voor alle drie had hij veel respect en begrip. Samen schreven we tien jaar terug nog een boek over de familie Pon, maakten plannen voor allerlei nieuwe boeken maar door zijn steeds zwakkere gezondheid kwam daar weinig meer van terecht. En dan nu ineens dat bericht; hij is niet meer! Autoland heeft een professional minder. Ik ben wel benieuwd hoe hij ‘daar boven’ de boel gaat aanpakken. Je moet niet raar kijken als ze dank zij hem straks allemaal hun eigen wolk kopen, hun verhalen aan hem vertellen en dat hij ze voorrekent dat oneindig best lang kan zijn. Hoe dan ook, ik ga hem enorm missen. Net als zijn nabestaanden. Want niet iedereen is zo ‘bijzonder’ als Jaap altijd was….

Het zit in de genen….

Het zit in de genen….

Genen…raadselachtige dingen die je of je wilt of niet verbinden met je eigen voorouders. Wie wel eens aan karakteronderzoek doet zal moeten vaststellen dat bepaalde trekjes die je zelf vertoont toch vanuit vroeger aan jou moeten zijn doorgegeven. Zo is muzikaliteit of het gebrek daaraan, vaak een genenkwestie. Dat geldt ook voor smaak en voorkeuren. Maar zeker voor gedrag. Nog even los van opvoeding en opleiding speelt die genenkwestie een rol bij hoe jij in het dagelijks leven anderen benadert of je eigen gedrag kunt kenschetsen. Egoisme is soms iets wat je van vroeger kunt terughalen bij ouders of grootouders.

Geldt ook voor dat eerder beschreven talent voor dit of dat. Maar ook een zekere wreedheid of de behoefte om als militair of pacifist door het leven te gaan kan door genen bepaald zijn. Geldt trouwens ook voor de kwetsbaarheid door ziektes die je in eerste instantie niet meteen (h)erkent maar er wel degelijk een rol in kan spelen. Genen zijn dus gewoon bouwstenen waarmee jij in elkaar bent gestoken, net als een Lego doos of andere bouwdoosconstructie. Die genen spelen al een rol bij uiterlijkheden. Een grote neus, snel kaal worden, een weelderige haardos, een klein of groot postuur maar zeker ook de gevoeligheid voor te zwaar zijn. Niet dat ik alles weg streep op dat punt via die voorouders hoor, je eigen gedrag bepaalt ook veel.

Maar toch. Ik ontdekte zelf op enig moment dat zowel mijn broer Rob als ik veel zaken deelden met onze naam gevende maar al vroeg uit ons leven vertrokken Pa. Het zakelijke bijvoorbeeld. Die oude heer had in zijn tweede gezin aardig wat kinderen verwekt en die leken ook uiterlijk op hem. Wij iets minder, maar soms als je de foto’s over mekaar legt (ik heb er zelf vrijwel geen) zie je wel overeenkomsten. Ook de stemmen leken op elkaar. En toch werden wij voor 95% van de tijd opgevoed door Ma en haar nieuwe partner. Toen ik via ex-blogster Pia die erg goed is in het genealogisch uitzoeken van jouw persoonlijke geschiedenis terechtkwam in de 19e eeuw bij een voorvader die burgemeester was geweest van een paar Oost-Nederlandse steden, diens portret bekeek en daar de snor en sik bij weg dacht, zag ik meteen herkenbare spiegelbeelden. Kortom, wij waren optisch in verre lijnen van hem afkomstig. Natuurlijk heb je ook van de andere ouder het een ander meegekregen. Wat dat precies is laat ik maar even in het midden hier, maar zeker is dat ik daar absoluut het een en ander van herken. Of ik dat leuk vind of niet. En? Hoe ervaren jullie die genen en leidt dat tot herkenning bij jezelf…..Laat ff weten of mijn vraagtekens over dit fenomeen ook bij jullie leven….. Dank bij voorbaat…. (Beelden: Archief)

Koningsdag…

Koningsdag…

Zoals ik wel eens vaker hier heb uitgeschreven is de zgn. ‘Koningsdag’ ook voor ons een soort feestdag. Dan immers struinen we in het oranje gekleed dwars door onze stad en bezoeken festiviteiten en kleedjesmarkten die in sommige straten wat breder en intensiever worden ingevuld dan op andere plekken. Van de vroege ochtend tot de late namiddag hobbelen we dan door onze woonstede en genieten van de sfeer en als het even kan het goede weer.

Dat eerste lukt meestal goed, het tweede is best afhankelijk van onze weergoden. En die zijn veelal juist op de 27e april niet zo op de hand van het oranje-gezinde volk. Was op de vroegere 30e toen oma Juul en dochter Bea nog op de troon zaten vaak beter geregeld. Heel wat keertjes met een rood verbrand bolletje terug gekomen van die ontspannen strooptochten op die speciale dag. Op de 27e kwamen we nogal eens regen en wind tegen of begon de dag vaak met pegels van de nachtvorst aan de pet. Niet goed voor het aanbod of de handel. Juist in onze grote stad is die Koningsdag een fenomeen, al wordt ook deze traditie door het linkse stadsbestuur steeds verder uitgekleed.

Lawaai mag niet meer van het anarchistische college, stank niet, eten verkopen alleen met strenge vergunningen, zelfs de vrijmarkten moeten voldoen aan een bijna Leninistisch model. Gelukkig hebben echte Amsterdammers vaak maling aan die regelgeving en gaan gewoon hun gang. Precies zoals ik dat graag zie. Dan maak ik kans op het vinden van die ene ‘Rembrandt’ of ‘Van Gogh’ maar dan op het gebied waar ik in zoek. Na afloop zijn we dan doodop, gaan onderuit zitten met een glaasje oranjebitter, tellen onze zegeningen en aanwinsten en kijken alweer uit naar volgende edities. Tuurlijk, we worden wat ouder, de vroeger 30.000 stappen maken we niet meer, maar 25.000 halen we zeker. Kromme voeten…Maar wat een hoop simpel plezier. En dan met een dat lekkere drankje kijken naar waar Willem en Max dit jaar weer dorpse geneugten over zich heen gestort krijgen op de verjaardag van onze Koning. Weet je veel hoe lang die traditie nog bestaat? In dit politiek krankzinnige land is iets zomaar afgeschaft en verdwenen. De geschiedenis kent daarvan vele voorbeelden. Ik hoop alleen maar dat wij als koningsdag gezinden dat niet hoeven meemaken. Al was het maar om die ene feestdag…Veel plezier morgen! (beelden: prive archief)

Verkopen blijft een vak…

Verkopen blijft een vak…

En reken maar dat ik mij op dat gebied iemand met ervaring noem. Toch een paar decennia dat vak uitgeoefend dan wel aangestuurd en later zelfs anderen er in getraind. Verkopen valt vrijwel niet te leren aan hen die er geen talent of interesse voor bezitten. Je moet er ook plezier in hebben en zij die het talent bezitten kunnen alles verkopen. Ook dingen die niet echt makkelijk zijn te slijten. En in mijn carriere heb ik voldoende jonge lieden gezien die meenden dat ze door God gezonden waren om dit vak uit te oefenen maar al snel door gebrek aan inzicht of aanpak door de mand vielen. Nee, niet makkelijk en dus echt een vak.

Ook al heet dat tegenwoordig dan al snel ‘manager dit of dat’, het blijft gaan om het aan de man/vrouw brengen van artikelen, services of diensten. En onlangs waren wij weer eens aan de klantzijde van dat vakgebied actief. Meubels vroegen om vervanging vonden wij, dus ‘laten we eens rondkijken wat er zoal te koop is…’. Met een redelijk idee van wat we zochten, een lijstje dat voor ons van belang is, gingen we in de omgeving van de hoofdstad onderweg.

De eerste winkel die we bezochten was een grote in zijn soort. Bekend in en buiten de regio, met een aanbod wat je al snel duizelt. Los van de dame aan de balie die ons welkom heette bij de receptie van die firma werden we tijdens onze tocht door die enorme zaak heen verder compleet genegeerd. We kwamen heel wat ‘verkopers’ tegen. Jong, fris, kakelend met elkaar over het weekend of zo, leuk in een bedrijfs-outfitje gestoken, maar nul interesse in ons. Dan maar eens kijken aan de overkant. Zit een kleiner bedrijf waar we ooit jaren terug al eens eetkamerstoelen kochten. Meteen na betreden van die zaak welkom geheten door een verkoopster. Bezig met andere gasten, maar hield ook ons in het oog. Van het totale aanbod daar (al meer in ons straatje dan in die grote winkel van de buren..) vonden we twee meubels de moeite van het nader bekijken waard.

De verkoopster kwam ons achterop en vroeg wat we zochten. Liep mee, legde uit, vertelde wat allemaal kon en dat ‘we als we zeker wisten wat we zochten nog eens terug moesten komen’. OK…dus vroeg ik om een visitekaartje. Dat kreeg ik. Ze vergat wel haar naam er op te zetten, maar keek en vond ons wel in haar klantenbestand van een aantal jaren terug. Via via werden we later door een lieve vriendin getipt over een ketenwinkel die in heel Nederland te vinden was en waar de tipgeefster vanuit haar familie goede ervaringen mee had. Opgezocht. In de Bollenstreek zat er een filiaal. Dan maar een dagje die kant op. Leuke en smaakvol ingerichte winkel waar je naast keukens ook je hele huis verder kon (doen) inrichten. Door diverse mensen welkom geheten. ‘Kijk maar lekker rond en wij zijn er als…’. Dat deden we. Al snel hadden we een meubel of 6-7 gevonden die ons wel bevielen. De dame die de verkoop deed kwam naar ons toe, vroeg wat wij voor persoonlijk wensenlijstje hadden, vulde daarna in wat qua kleur en stof bij ons zou passen, liet ons overal twee, drie keer op proefzitten en gaf duidelijke adviezen. ‘Doe dit en wij bieden dat…, wij kunnen ook dit en dat voor u organiseren’. Met koffie en thee plus een koekje. In alle rust, en dus uiteindelijk daar de order laten opschrijven. Wat wij impulsief ook deden was dat we ook meteen een lekkere qua kleur bijpassende stoel met een goede prijs kochten die we zelf hebben meegenomen. Was in de aanbieding maar moest je dan wel zelf transporteren. Nou, met een beetje Tsjechische stationcar geen probleem natuurlijk. Kortom, een verkoopster die het snapte. Haar vak, ons genoegen. Nu maar hopen dat de levering net zo gaat als dat verkooptraject. Maar gek genoeg heb ik daar wel vertrouwen in. En dat laatste geeft mij bepaald niet elke ‘adviseur’. Integendeel. Verkopen is dus een echt vak en als je goed oplet zie je vaker hoe het niet moet dan wel. Hoe zijn jullie ervaringen op dat punt? Tevredenheid of ook verhalen over hoe mensen hun vak echt niet verstonden?? Ben benieuwd…. (Beelden: Archief/internet)

Badhuis….

Badhuis….

In mijn prilste jeugd was ons huis van toen nog niet voorzien van een doucheruimte. Dat gold voor 98% van alle huizen in onze woonstraten die nog stamden uit de hoofdstedelijke stadsvernieuwing van de 19e eeuw. Toen bouwde men vooral snel, goedkoop en was een doucheruimte iets uit een andere wereld. Bedenk maar dat men in die periode zelfs nog huizenblokken neerzette voor de nieuwe arbeiders van toen zonder toiletten. Die stonden soms in de binnentuinen en waren voor iedereen uit een buurt of straat. Gelukkig was dat bij ons anders.

Maar die douche was echt bijna utopische luxe. Als kleine kinderen ging je nog in de wasteil, ik had het geluk dat ik maar e e n oudere broer boven mij had die voor mij in die teil met warm water werd gewassen. Scheelde toch een hoop vuil en zeepresten. Er waren kinderen op school en in de vriendenkring waar men als lijdend voorwerp nummer 4 tot 6 was in de rij. Dan rook het water toch anders. Hoe dan ook, om het voor latere pubers als wij uiteindelijk toch werden dragelijk te maken ons eens per week fiks te reinigen (..) bestonden er de Gemeentelijke Badhuizen.

Die waren door het verlichte stadsbestuur van toen neergezet in alle buurten na 1911. Veel werden er gebouwd in de bij de omgeving passende stijl van architectuur. Het badhuis waarop wij waren aangewezen stond in de zgn. Diamantbuurt een paar straten verderop en was een centraal punt in een hofje waaraan je aan de ene kant een schoolgebouw had staan en aan de andere een stel huizen. Beetje chique tussenbuurt tussen het Plan Zuid waar wij woonden en het plan Berlage dat uit de 20e eeuw stamde. De gedachte was dat je met je schone ondergoedjes naar binnen stapte, een handdoek en zeep betaalde en dan wachtte op je beurt om naar binnen te mogen in een van de toen beschikbare doucheruimtes voor mannen die daar werden aangeboden. In een andere ruimte deden de meiden en vrouwen hun poedeltje. Had ik geweten dat die bestond had ik wellicht…. maar ja, dat kon niet natuurlijk en de ambtenaren die hier de boel bestierden waren streng.

Te lang badderen was dan ook niet de bedoeling. Dus je moest efficient schrobben, je haar doen, afdrogen, je spullen keurig opbergen, de natte handdoek inleveren en naar buiten bewegen. Een hele strak geregelde reinigingsindustrie. Maar ook een die door de ontwikkelingen i n de buurt werd achterhaald. Veel van die badhuizen werden begin jaren 60 gesloten. Huurders kregen van hun huurbazen (net als wij) vaak een doucheruimte ingebouwd en hoefden dan niet meer wekelijks naar die gemeente-badhuizen. Tijdens de bouw van die prive-badruimte (veelal in de keukens van toen) en het gesloten worden van de bekende adressen, moest je dan op zoek naar een alternatief. Voor ons was dat dan de in de Pijp gelegen Albert Cuypstraat. Heel anders van inrichting, wel dezelfde opzet. Maar ook die faciliteit werd uiteindelijk gesloten. Gelukkig hadden wij toen die douche in huis. Welk een luxe. Met een geiser werd koud water in een boiler verwarmd, en dan kon je douchen. Maar ook weer niet te lang want dat vat bevatte naar ik meen 120 liter water en als je er dus te lang onder stond had de volgende bader geen warm water mee. Dat was op enig moment wel even zoeken naar de juiste verhoudingen. Letterlijk en figuurlijk. De Gemeentelijke Badhuizen werden intussen allemaal omgebouwd tot een ruimte met een volledig andere functie. Sommige zijn nu atelier, er zitten soms restaurants in, winkels en zo meer. De gebouwen en opschriften bestaan nog, de functie anno 2024 totaal anders. Maar de luxe van dat warme water en die zeep van toen staan me nog altijd bij. Net als die vrij grove handdoeken. Maar ja wat wilde je, kostte toen een kwartje of zo. Omgerekend naar nu nog geen 15 eurocenten. Daar valt tegenwoordig niet meer voor te douchen….Slechts de waterbesparing bleef. Passend bij de tijd dat wij als we niet te lang onder die douche staan de planeet zullen redden…. (Beelden: Internet/Amsterdam op de Kaart)