Leven met de vliegende pijl – 24 – Importeurseisen..

Dat gedoe met die importeur of haar vertegenwoordigers kenden we niet bij Daihatsu. Maar daar hadden ze weer andere noten op hun zang. De steeds aanwezige concurrentie met concullega v.d. Weiden was er een waar je soms een beetje moe van werd. Hij ruilde auto’s in op een veel ruimere voet dan wij wilden of konden en zo snoepte hij aardig wat Daihatsu-klanten weg. Zeker toen het gamma van Daihatsu zich verbreedde, een andere Cuore, wat busjes, een echte terreinwagen in de vorm van de Rocky en de wat vlottere Feroza, werd duidelijk dat we het met onze twee merken onder een dak binnen korte periode na de opening van het nieuwbouwpand lastig zouden krijgen. Daarbij formuleerde de op dat moment net aangestelde nieuwe en wel erg ambitieuze directie van het Japanse importbedrijf een doelstelling voor de Amsterdamse regio die zelfs met twee goed verkopende dealers niet in te vullen was. Men dreigde dus ineens, wilde in Amsterdam Zuid-Oost een dealerschap geopend zien op of vlakbij de grote autoboulevards daar en onderhandelde achter onze rug met Jo v.d. Weiden over het e.e.a.

Het gaf bij ons een erg ongelukkig gevoel. Een soort Hyundai revival van frustraties dreigde. We wilden graag mee doen aan de expansie, maar het kapitaal was na de nieuwbouw en wat daarop was gevolgd wel een beetje op. Daarbij zat veel geld ook vast in voorraden nieuwe en tweedehands auto’s. We gingen uiteindelijk toch maar, al was het sputterend, op zoek naar mogelijkheden om onze vleugels nog verder uit te slaan en zouden zo ook in staat moeten zijn om het grote probleem van de personele organisatie binnen het bedrijf op te lossen. Een probleem dat vooral werd veroorzaakt door de directeur van de dealertent die langzaam aan was veranderd van aardige hardwerkende en krom pratende ondernemer in een man die vriendjes, familie en oude relaties uitspeelde tegen mensen zoals ik. Enorme interne discussies waren soms het gevolg. Je kon geen besluit meer nemen zonder moeizaam of bijna oraal gewelddadig overleg. Het niveau daarvan werd steeds persoonlijker. Dat werd nog eens extra duidelijk toen hij besloot om zijn oudste zoon, voorheen nog parttime op zaterdagen als verkoper in dienst, full-time aan te nemen om de (Daihatsu)verkopen te stroomlijnen. Voor mij werd dat verkopen veel te zwaar met nog een administratieve/managementstaak die me ook was opgelegd. Alle mannen die een afdeling van het bedrijf leidden, en dat waren er intussen heel wat, kenden een zeker recalcitrant of explosief karakter en de paraplu van een rustig leiderschap ontbrak dus volledig. Expansie richting Amsterdam Zuid-Oost zou dat deels kunnen oplossen. De agenda van de ‘baas’ was echter nog steeds een andere dan de mijne. Maar dat zou later eens te meer nog blijken. Wist ik veel, ik was vooral bezig om Skoda richting te toekomst binnenboord te houden. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief) 

 

Leven met de vliegende pijl – 23 – Nieuwbouw en expansie

Ergens halverwege 1985 was het nieuwe showroomgebouw klaar. Het oogde op afstand nog relatief bescheiden, maar het was een enorme stap vooruit als je het vergeleek met wat we voorheen hadden gehad aan uitstalruimte. Het gebouw kon bij een beetje strak parkeren een tiental nieuwe auto’s herbergen. We hadden nu een keurige toiletruimte, een wat groter kantoor, en een secundaire showroom naast het kantoor voor meerdere medewerk(st)ers, waardoor we met wat passen en meten ook nog eens twee auto’s konden neerzetten. Het gebouw was lichtgekleurd, had veel glas, schuifdeuren, diverse zgn. loopdeuren voor klanten en personeel en een vrije strook parkeerruimte voor de deur. Aan de gevel kwamen lichtbakken voor de beide merken, waar tussen ik een grote vierkante lichtbak liet monteren met de naam van ons bedrijf. Immers, daar was ik toch wat eigenwijs in, ons bedrijf was naar mijn mening de magneet, de merken onze producten. Een nieuwe werkplaats werd ook achter de showroom gebouwd, we huurden een deel van de belendende panden bij de houtleverancier die we als buurman kenden op dat oude bedrijventerrein.

De werkplaats werd opnieuw ingericht, er kwam een grote balie voor de ruime nieuwe receptie, plus een ook nieuw en uitgebreid magazijn. Poetsen en accessoires inbouwen deden we voortaan een stuk verder op in het terrein waar we gevestigd waren en daartoe kwamen twee Surinaamse werknemers de gelederen versterken. Voor de opening die we zeer feestelijk en professioneel in elkaar staken (net als de door Ikea geleverde kantoormeubels) werd een geweldige publiciteitscampagne opgezet en dat zorgde voor een groots actieweekend en een feestelijk evenement waar beide importeurs ook bij aanwezig waren. We verkochten meteen al een hele reeks Daihatsu’s en ook Skoda profiteerde van deze opleving in de belangstelling. Ook al had importeur De Binckhorst weinig meer te bieden dan een tot ‘toverbal’ omgespoten Skoda Rapid 130G. De tijden van de vernieuwing leken daar nog ver weg. Maar wij zorgden zelf voor het nodige ‘nieuws’ op dat punt. Al snel werden de verkopen van vooral Daihatsu zodanig grootschalig dat we zelfs in de nieuwe situatie ruimte te kort kwamen.

Maar dat kwam niet alleen door Daihatsu. Ook de Skoda-verkopen liepen door ons eigen toedoen weer extra op, niet in de laatste plaats doordat we uiteindelijk via ‘actiemodellen’ de kopers wisten te lokken voor ons Tsjechische gamma. Daarbij schrokken we er niet voor terug om een hele reeks wagens van de importeur af te nemen, die in serie te laten bijspuiten (bijvoorbeeld bumpers, grille, spoilers), te voorzien van wat aardige extra’s en dan in de markt te zetten. ‘Clipper’ heetten ze, of ‘Star’. Die laatste kreeg een aangepaste cilinderkop zodat deze Skoda’s ook op loodvrije benzine of lpg konden draaien. Het bleek een succes. De Binckhorst was er blij mee en wij ook, want het maakte ons eens te meer tot de meest succesvolle Skoda-dealer van heel Nederland. Opvallend was daarbij dat we de ‘eer’ die daarbij zou horen vaak niet kregen. De Binckhorst kende in die jaren een wat grillig beleid en dan kon er toe leiden dat we het ene jaar werden verkozen tot ‘beste dealer van Nederland’ op basis van verkopen, en het volgende jaar verguisd omdat we te maken kregen met heel andere criteria voor verkiezing van de beste dealer. Ik ben er nog eens voor uit een vergadering weggelopen van alle Nederlandse dealers en de importeur. ‘Waren ze nu helemaal van de trap gevallen?’. De relatie met de toenmalige rayonmanager kwam nooit meer helemaal goed. Ook al niet toen hij aan de overkant van de doorgaande weg langs onze panden foto’s ging staan maken maar niet naar binnen kwam. Bedrijfsspionage? Mijn vrij opgewonden karakter van toen zorgde daarop voor een stevige klacht richting directie van de importeur. – Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief)

Meten met twee maten…

Stel je de situatie eens voor. Op een of andere wijze weten angstige Noord-Koreaanse burgers te vluchten uit dat akelige land en zetten via-via koers naar onze streken. Ze worden hier mt open armen opgevangen en krijgen net als zovele andere immigranten alle kansen om zich te ontplooien en tevens om zich te uiten. Als dat het geval is blijkt dat zij de leer van hun grote Leider toch met verve uitdragen en deze nog steeds vereren. Zodanig zelfs dat zij afdwingen dat wij onze toon t.o.v. hun oude thuisland matigen, dat wij alles wat in Noord-Korea verboden wordt ook hier in de ban doen en dat zij in het publieke verkeer gewoon hun traditionele klederdracht willen blijven dragen. Wat buitengewoon onpraktisch is en ook stigmatiserend. Waarom zouden wij daar tegen in actie komen? Wat zou ons bezwaar zijn? Als ik zie hoe wij omgaan met de uitingen van de dominante islam in onze streken doen we vermoedelijk niets en vinden alles goed.

Zelfs de bouw van speciale Noord-Koreaanse scholen waar het onderwijs wordt aangepast zodat de dictatoriale leer van Kim-Jong-Un kan worden uitgedragen. We zouden ook de oprichting van enorme beelden toestaan waar de voormalige inwoners van dat zo door de dictatuur van het communisme beheerste land hun Leider kunnen aanbidden! Waarom? Omdat dit past in onze democratie. Alles is geoorloofd als er een cultureel/godsdienstig sausje overheen gegooid kan worden. Ik heb wel eens geopperd dat we wel heel meebuigend zijn als het om geloof gaat of godsdienst. Zouden we net zo enthousiast reageren op actieve vertegenwoordigers van het Naturisten als die hun recht op gelijke behandeling zouden bepleiten als we nu doen op een geloof waar precies het omgekeerde van ons vrije westerlingen wordt verlangd? Wat is dat toch met ons dat we elke vorm van kritiek op dat wonderlijke vertrutten van de samenleving meteen afdoen als ‘abject’, nationalistisch of (de bekende dooddoener) ‘extreemrechts’?

Vanuit mijn gewoon realisme kijk ik naar een samenleving die haar eigen vrijheden wil inleveren als daardoor een kleine minderheid zich beter voelt. In dat kader hoef ik maar te wijzen op de vast dit najaar weer oplaaiende Zwarte-Pietendiscussie. Met valse argumenten gevoerd, en met ingegraven meningen van voor- en tegenstanders tot gevolg. Onlangs las ik in een bekend zakenreisblad dat de Saudische luchtvaartmaatschappij alle vrouwelijke passagiers opdraagt hun lijf te bedekken. Anders worden ze niet meer meegenomen aan boord. Hun haren hoeven (nog)niet bedekt te worden, maar men heeft wel allerlei wetten en regels voor stewardessen aan boord bij vliegtuigen van bijvoorbeeld KLM. Niet van boord zonder hoofddoek. Onze vrijheden, ingeleverd omwille van een onbewezen geloof. Nu zou ik nooit met een dergelijke carrier willen vliegen noch naar een land dat mensenrechten met de voeten treedt, maar er zijn voldoende westerlingen die dat wel doen. Al was het maar in opdracht van hun bedrijf. En die worden dan geknecht, qua vrijheden ingeperkt, en als ze niet doen wat wordt verlangd, opgesloten. Blijft toch opmerkelijk dat we die wonderlijke godsdienstige wetgeving ook hier gewoon willen toestaan. Is dat nu een vorm van politiek correct masochisme? Vast. Dus begin ik maar met het ophangen van het portret van de Grote Leider. Ben ik daar alvast op tijd bij. Want die roert zich momenteel met verve. En heeft een ding mee! Hij en zijn doctrine zijn tastbaar. Hoe akelig ook. Kan van de meeste godsdiensten niet worden gezegd. (Foto’s: Internet/Flickr)

Adieu 2016……welkom 2017!

oliebollen-2Ik weet nog goed dat ik net als alle andere keren in de afgelopen jaren aan het begin van een nieuw kalenderjaar begon met de hoop en de wens dat het eens een heel ander jaar zou worden. Een keer zonder ellende, terreur, oorlog, verdriet, armoede, onbetrouwbare politici, maar vooral met liefdevolle omgang tot elkaar, meer humanisme, sociale uitingen en daden, enz. enz. Op dat punt stelde ook 2016 weer teleur. De idioten en terroristen van hoog tot laag verenigden zich weer met de dictatoren qua dadendrang. De echte armen werden weer armer en de rijken een flink eind rijker. De politieke stromingen die ons land al rijk was kregen ter linker en rechter zijde steeds meer gezelschap van lieden die menen dat het altijd nog een tandje erger kan in retoriek of populisme. Het realisme mankeert meestal, Nederland is een aardig land, maar de rekeningen moeten voor de meeste inwoners gewoon betaalbaar blijven. Leven op de ‘lat’ is niet van deze tijd, maar een asociaal beleid dat omwille van de staatsbalans vooral de armen treft is natuurlijk ook niet meer te verkopoen. De afkeer van de politiek zette zich in brede kring van de samenleving door. Horen, zien en verzwijgen doet nog steeds opgeld in bepaalde ‘politiek correcte kring’ maar de uitslagen van verkiezingen in de hele wereld laten zien dat ‘het volk’ zoekt naar daadkracht en oplossingen voor soms compleet uit de hand lopende maatschappelijke problemen. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Op blogniveau was 2016 een relatief rustig jaar. Ik zelf sloot een paar specialistische bloglijntjes af. Vond mijn heil in Facebookgroepen met dezelfde insteek. Alleen de horecaverslagenblog bleef nog meelopen tot eind dit oude jaar. Hierna is het over en uit en gaat de stekker ook daar uit. Voor dat soort verslagen bent u wellicht nu al gewend geraakt dat ik die hier af en toe voor u neer zet. Persoonlijk en zakelijk zette ik een punt achter mijn eigen bedrijf, ging officieel een beetje met pensioen, ik deed er al eerder verslag van. Na 54 jaar werken mocht het wel vond ik zelf. 2016 was wat dat betreft een bewogen jaar. En een ding voorspel ik u; het wordt in 2017 niet veel anders. Net zo min als het ineens anders was in 1957, 67,77, 87, 97 of 07. Geniet dus maar van de oliebollen, hapjes en drankjes en doe voorzichtig met vuurwerk. Voor 2017 wens ik u allen veel geluk en een doorlopende goede gezondheid. Want zonder dat wordt het uberhaupt niet veel in het nieuwe jaar. Tot volgend jaar! En dat is morgen al!

De val van VW

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het Duitse Ruhrgebied heeft veel belang bij overeind blijven van Made in Germany..

Ooit was het een aanbeveling om de term ‘Made in England’ op een product te zetten. Het was een vaak degelijk gebouwd product waarmee de Britse natie goede sier kon maken. Britten stonden vooraan bij de bouw van mechanieken, stoommachines, ze waren goed in kleding, kortom, een Brits product deed er toe. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dit rap. De Britten leden enorm onder hun arbeidsproblemen, nationalisaties en stakingen zorgden voor een droevige daling van die ooit zo bewonderde kwaliteit. De vliegtuig- en auto-industrie teerde nog wel op die oude namen, maar intussen waren de (verslagen) Duitsers met steun uit dat zelfde Engeland of Amerika terug op de been gezet en begonnen aan een inhaalrace die zijn weerga niet kende. ‘Made in Germany’ werd een trotse verklaring van kwaliteit en goede afkomst. Ook in ons land. Wie zich een Duitse auto wilde kopen werd niet uitgelachen maar bewonderend aangekeken. Een Mercedes, Volkswagen, Audi, ja zelfs een Opel werd gezien als de norm in de markt. Ook voor andere producten gold dat die Duitse kwaliteit spreekwoordelijk was.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In Berlijn is nu spoedoverleg gaande over de VWsituatie…

Een keuken, slaapkamermeubel, messen uit Solingen, ja zelfs de koekoeksklokken uit Beieren, ze bleken degelijk en zorgden voor het wonder van de wederopbouw bij de oosterburen. Maar daar is nu toch wel een enorme deuk in geslagen. Nota bene door een wonderlijke manoeuvre van het o zo trotse Volkswagen dat met recht het grootste autoconcern van de wereld wil zijn. Rommelen met software bij hun Dieselauto’s om zo de stringente uitlaatgaseisen van de milieu-waakhonden in de VS te omzeilen. Op zich een slimme truc, maar zo dom, zo ver strekkend, zo schadelijk. Want je krijgt meteen een stigmatiserend stempel. Linkse media roepen van alles en nog wat. Zwendel, slechte kwaliteit, zijn daarvan de mildste. Trots moet altijd het hoofd buigen voor gejoel in de massa. De top van VW moest aftreden, een ongekend fenomeen in de Duitse geschiedenis. De leiding van een concern is onaantastbaar. De hierarchische verhoudingen daar anders dan bij ons.

02-T1-productieIk maakte dat zelf vaak mee als ik er weer eens voor zaken was. Je werd geacht op zij te gaan staan voor een hogere ‘pief’ als die je passeerde in een doorgang of zo. Niets voor ons Nederlanders, helemaal niets voor mij. Werd niet in dank afgenomen, maar ik zie niet in waarom een hoger gestelde ineens andere menselijke privileges zou moeten krijgen alleen omdat hij een andere functie bekleed. Past bij ons botte Nederlanders. Maar niet in Duitsland waar tutoyeren van collega’s al een lastige is. Kortom, het VW-effect zal groot zijn. De groten van het land bemoeien zich er mee, de politiek in rep en roer. ‘Made in Germany’ staat nu heftig onder druk. Ongekend en ongewenst. Damage control wordt toegepast. En dat zal moeten ook. Want we zouden in Nederland een rare pijp roken als dat label ‘Made in Germany’ net zo zou verwateren als ‘Made in England’ ooit deed. Iets Brits kopen is nu iets voor durfals, maar wie zijn verstand gebruikt doet dat echt niet. En dat willen wij met onze exporthandel richting het oosten echt niet meemaken. Kortom, te hopen dat VW en de Duitse regering snel komen met pleisters op de wonden. Dat kost wat, maar dan bereik je ook wat. Made in Germany is het waard om voor te vechten. Toch?