Museale tram en bestuurlijke bedreiging..

Los van mijn meer bekende interessen op het gebied van luchtvaart en auto’s heb ik er nog een. Trams! Met name de soort die in onze hoofdstad rondreed en nog rijdt. Trams maakten zo lang ik al leef al deel uit van mijn observatorische gestel en ik heb er heel wat ritjes in doorgebracht. Van de oude blauwe trams met hun open balcons tot de moderne Combino’s. Een prima vervoermiddel dat je met een redelijke snelheid dwars door onze mooie stad heen brengt naar plekken waar je eventueel iets wilt bezoeken. Anders dan je zo vaak ziet in ons land waar het industrieel erfgoed betreft hebben we met die trams kennelijk nog wel iets, want elke grote stad met een tramwegennet heeft ook wel een of andere vorm van museale tramverzameling. En zeer terecht. Vrijwilligers werken zich vaak in het zweet om die uitgerangeerde wagens weer helemaal in nieuwstaat te brengen en oudgedienden brengen die fraaie ontwerpen dan weer op de rails. Een enkele keer op het stedelijke net, maar in Amsterdam ook op een eigen trace dat is aangelegd op het oude stoomtramspoor tussen Amsterdam Haarlemmermeerstation en Bovenkerk, net ten zuiden van de stad.

Duizenden mensen per jaar jaar vervoert men met die oude trams en dat is voor iedereen een plezierige beleving. Maar zoals zo vaak zijn bestuurlijke wegen soms ondoorgrondelijk. Het intussen tot een museaal spoorbedrijf omgevormde tramvereniging heeft een stel oude loodsen beschikbaar waar men al pakweg 40 jaar lang onder relatief primitieve omstandheden de oude trams onderhoudt. Daardoor raken die kwetsbare trams niet verloederd wat in open opslag direct op de loer ligt. Maar het terrein achter het ook al zo kenmerkende en museale station van de club is voor projectontwikkelaars goud waard en ook groenlinkse bestuurders zijn niet vies van een beetje geld verdienen. Men wil de grond gewoon verkopen en daar dan woningen neerzetten die in de huidge tijd goud opleveren. Maar ja, die trams en hun vrijwilligers dan??

Nou die moeten volgens die progressieve politici gewoon weg. Dus neem je ze eerst een stukje gemeentelijke subsidie af. We zullen ze leren! En daarna ga je vertellen dat de huur op hun onderkomen wordt opgezegd. Ze moeten opkrassen. Heen en weer rijden mag, maar opslaan niet. Deze kortzichtigheid van de stedelijke bestuurders in het Kremlin aan de Amstel zorgt toch voor enige paniek onder de mensen die genieten van die oude trams. Al eens eerder werd een oude remise van een andere club op dezelfde wijze ontmanteld en de collectie raakte daardoor heel snel in verval. Maling aan het verleden, lang leven de groenlinkse toekomst. Maar hoort een elektrische tram daar nu net niet bij dan?! De tramliefhebbers hebben intussen steun gekregen vanuit Amstelveen. Daar ziet B & W maar ook de Gemeenteraad wel het nut of de noodzaak van die museumtrams. Nu nog eens zien dat men wellicht daar een loods kan bieden om die unieke trams onder te brengen. Lukt dat niet wordt het wel erg lastig allemaal. En verdwijnt wederom een stukje van onze geschiedenis door kortzichtigheid van de politiek! Wil men dat stigma? Ik mag hopen van niet…… (Beelden: Yellowbird archief/internet)

Leven met de vliegende pijl – 7 – De reis als prijs…

In 1977 maakte ik ook al snel maar tevens voor het eerst kennis met de wereld van de bonussen die autodealers krijgen als ze een goede prestatie neerzetten. Ik was zelf zo enthousiast over die nieuwe wereld waarin ik was terechtgekomen en de uitdagingen die ik tegenkwam dat wij al snel opstoomden naar een hoge positie op de dealerranglijst. Ongekend voor een bedrijf dat een jaar eerder nog ergens onderaan had gebungeld. In Amsterdam zaten nog twee Skoda-dealers die de rol van het aloude en eerder genoemde dealerbedrijf van Brouwer, hadden overgenomen. Een er van was dat rommelige garagebedrijf waar ik omwille van de chaos binnen niet had willen kopen in 1973, de andere zat ergens aan de rand van de Jordaan en zo bleek later, al vele jaren dealer van het Tsjechische merk te zijn, zonder dat ik die echt van naam of lokatie kende. De competitie was dus niet mis in die periode, maar wij hadden aan de die Amstelveenseweg intussen een fatsoenlijke showroom, een redelijk goede organisatie en wij hadden ‘mij’….. Englebert hield een wedstrijd en als hoofdprijs kregen we een reis aangeboden naar Turkije. Ongekend natuurlijk, maar we wonnen ook nog. En de importeur zette mij op de lijst van genodigden, samen met mijn echtgenote. (Foto: Mijn Skoda 120L in de toenmalige uitmonstering die hem best stoer maakten. Op deze parkeerplek ontmoetten we trouwens vrienden voor het leven…) 

Zure gezichten bij de relatief nieuwe collega’s, maar er was niets aan te doen. De importeur wilde geen technische mensen meenemen. Dus vloog ik naar Istanbul en maakte daar samen met wat collegadealers een fraaie rondreis in dat mooie land. Waarbij het de bedoeling was ook de Turkse (licentie)Skodafabrikant te bezoeken die zich vooral bezig hield met bedrijfswagens. We zagen veel, zelfs die lokaal geproduceerde Skoda’s, maar de fabriek bleek gesloten toen we met een bus vol dealers voor de deur stonden. Het was het begin van een druk reisschema. Englebert wilde in die jaren vooral overtuigen. Want als je de fabrieken zou zien waar de verkochte auto’s vandaan kwamen zouden we vanzelf nog gepassioneerder ons werk doen. En dat werkte voor mij goed moet ik zeggen. Een jaar later moesten we daartoe naar Praag en Mlada Boleslav. In een Skoda! Voor veel dealer-eigenaren even wennen, want die reden per definitie niet in een auto van het eigen merk. Ik wel, dus mocht ik die trip maken. Met mijn toen bijna nieuwe S-120L, intussen uitgemonsterd met zwart vinyl dak, brede lichtmetalen velgen, Michelin banden en Koni dempers. Voor de auto was het niet zo’n probleem, voor de inzittenden wel, want op hoge snelheden waren die wagens echt nog wel wat lawaaiig. Maar we reden in een keer door naar Beieren voor de ontmoetingsplek met de andere uitverkoren dealers en de importeur. Om dan gezamenlijk de toen nog hermetisch afgesloten Tsjechische grens bij Waidhaus/Rozvatov over te steken. (Foto: De Skoda-dealers tijdens een laatste pauze voor de grens tussen de CSSR en Duitsland) 

Het bleek een zeer enerverende toestand. Controles, wachten, weer controles, en grenswachten die niet snapten dat wij met Skoda’s naar hun land toe kwamen. Wij waren trotser op het merk dan zij, dat bleek al snel. Onderweg waren we trouwens tijdens een ‘plaspauze’ een ander echtpaar in een Nederlandse Skoda tegen gekomen. Leuke lieden, afkomstig uit Soest en werkzaam bij de toenmalige dealer, Alblas, uit die plaats. We zouden samen met hen de leuke dagen in Tsjecho-Slowakije omzetten in een vriendschap voor het leven. Die bestaat nu nog, al is de man van het stel helaas in 2000 overleden. Veel te jong, totaal onverwacht. Maar goed, dat vriendschapsgevoel werd op een begroeide heuvel langs de Beierse snelwegen toch maar mooi gekweekt. (Foto: Een Skoda Pickup zoals deze in Turkije werden gebouwd anno 1977 voor de gesloten fabriek waar ze in elkaar werden gezet) 

De importeur en fabrikant hadden voor ons een mooi programma in elkaar gezet. We logeerden in het Praagse Parkhotel, werden naar de fabriek gebracht in een bus, we bezochten een historische tentoonstelling over de geschiedenis van het Tsjechische Land, Slot Karlstejn, en het naast de fabriek gelegen Skoda Museum. In die jaren niet veel meer dan een lelijk gebouw met oude Skoda’s achter ramen met gordijnen uit het jaar kruik. Maar wat er stond was voor Skoda-liefhebbers zoals ik om van te watertanden. Aan de productieband van de nieuwe Skoda’s zagen we wel waarom bepaalde zaken goed of verkeerd gingen bij de producten die we verkochten. Het was er in die periode niet al te schoon, mensen aan de lopende banden leken weinig geïnspireerd door het werk dat ze deden, en de onderdelen die zij in de nieuwe auto’s monteerden moesten wij meestal na een maand gebruik alweer vervangen. Toch zagen we ook heel positieve dingen hoor. Zoals de antiroestbehandeling die de S-105/120’s ondergingen. Combinaties van zinkprimers en afdichtingmiddel, dat hielp al veel om de roestgevoeligheid van de vorige modellen tegen te gaan. Omdat wij in ons land ook nog eens uitgebreid tectyleerden kon je op een dergelijke Skoda gemakkelijk tien jaar garantie tegen roesten geven. Echte roest zag je vrijwel nooit op die wagens in die jaren. (Foto: Ben je in het toenmalige Skoda-Museum vol schitterende modellen uit het verleden, laat de flits op de camera het afweten…Overigens kwam die camera uit de DDR..) 

Dat rijden op en neer naar en van Tsjecho-Slowakije leerde me in die tijd ook veel over hoe goed zo’n wagen ook kon en moest zijn. Voor een promotor van het ware geloof en verkoper met een verhaal toch een belangrijke steun in de rug. Op een stevige kruissnelheid haalde je er 1 op 14 mee, mooie waarden voor een auto die toch best zwaar was en met zijn vierbak hoge toerentallen liep. De stoelen zaten prima, alle bagage konden we moeiteloos kwijt in de grote kofferbak voorin en dat hielp ook weer extra bij het rechtuit rijden. Want over die wegligging van die eerste exemplaren van deze serie was intussen veel te doen geweest en dat zou leiden tot een complete onderstelaanpassing bij de fabricage van de auto’s. Maar uiteindelijk ook tot het faillissement van de toenmalige importeur. Wordt vervolgd (Beelden: Auteur! Alle teksten zijn ook eigendom van de auteur) 

 

Dagtripje; Dordrecht!

We hadden weer eens een paar kaartjes gekocht voor een dagtripje, de lente leek in zicht en de behoefte om weer eens iets aardigs te ondernemen verdrong de weerstand om weg te gaan. Dus togen we na enig overleg naar Dordrecht. Een stad die we al een paar maal eerder bezochten, maar nu eens uitgebreid wilden verkennen. De trein die ons bracht reed via een stuk of wat tussenstops (het was een Intercity, maar leek wel een Sprinter…) binnen 1,5 uur naar de Dordtse eilanden. Waar het gezellig druk bleek te zijn. Mooi weer, maar flink frisse wind. De ligging aan het vele water zorgde voor kilte. Nam niet weg dat we al snel een leuk ogend koffietentje vonden. Maar het bleef bij ogen. Zelden zo’n chaos in de bediening meegemaakt (en vooral ook gehoord).

En de prijs/kwaliteitsverhouding was daarbij compleet zoek. Ach, kniesoor. Lopen maar weer, rondkijken, de prachtige oude panden bekijken, de grachtjes, en de verrekte aardige winkeltjes waarvan veel gevuld met ‘antiek’ of spullen die daarop lijken. Dordrecht barst trouwens ook van de horeca. En anders dan die eerste indruk was het daar in tweede termijn prima toeven. Waar dat ook zo was, het Museum van Dordrecht, waar men een reeks aardige collecties onder dak heeft en waar je daardoor best een paar uur kunt doorbrengen. Het was er gezellig druk. Prachtige tuin trouwens en een goed gevuld restaurant. Aanrader als je daar een keer bent. Wij liepen verder.

Wilden wat zien van de havens. Want die heeft Dordrecht. De ligging aan het water maakt dat de stad niet alleen kwetsbaar is voor storm en hoge waterstanden, maar ook dat je daar schepen en boten ziet in alle soorten en maten. Het befaamde stoomfestival geeft die haven extra aantrekkingskracht. En van die oude schepen liggen er een stel in de fraaie havenkommen waar omheen de nodige oude panden de sfeer geven van eeuwen terug. Kwekkkerdekwek met inwoners is ook simpel.

En voor de liefhebbers zijn er bij die haven ook nog wat aardige kringloperige winkels te vinden. Wij vonden er niks van onze gading, maar dat kwam ook doordat we ons zelf wat discipline oplegden voor we vertrokken. Met een anker lopen slepen voor in de tuin is onhandig als je nog terug moet in zo’n gele rups. Wat we uiteindelijk na flink wat gewandel in de loop van de middag deden. We wilden voor de spits zou beginnen thuis zijn.

Daarbij hebben die kortingkaartjes ook wat beperkingen t.a.v. reistijden. Voor vieren en anders wachten tot na half 7. En dat werd ons te laat. Maar laten we wel zijn, dat Dordrecht is een aardige plek om te vertoeven. Het mist maar weinig van de aantrekkelijkheden die andere steden zoveel mensen doen trekken. Deze parel lijkt nog niet ontdekt. Ook al ligt het nog zo dicht bij Rotterdam. Voor de sfeer is dat maar goed ook denk ik. We komen er zeker nog eens terug!

Schilder zonder perspectief…

Het feit dat je de buurman/vrouw bent van een bekende kunstenaar of musicus maakt jou zelf per definitie ook niet meteen tot een bekende of beroemde persoon in dat genre. Zo overdacht ik op een bankje voor het Amersfoortse stadsmuseum Flehite onlangs de expositie over Gerard Hordijk. Een schilder die leefde en werkte in de periode van de De Stijl. Een stroming binnen de Nederlandse schilderkunst. Hordijk was de buurman van Piet Mondriaan en samen zochten ze hun weg richting beroemdheid met de schilderskwasten in de hand. Kijkend naar de werken van Hordijk vraag ik me wel af of de keuze voor deze man de juiste was.

Weinig van zijn tot moment van bezoek expositie onbekende schilderijen of andere uitingen overtuigen door hun kwaliteit. Zijn figuren en portretten zijn qua perspectief echt niet correct uitgevallen en zijn kleurgebruik is voor mij ook niet overtuigend genoeg. Opvallend is dat Hordijk in zijn tijd zeer succesvol was en dat Mondriaan vaak bij hem moest aankloppen voor geldelijke ondersteuning. Anno 2017 is dat helemaal omgekeerd. Had ik deze expositie niet gezien zou ik nooit geweten hebben dat die Hordijk ooit schilderde. Eigenlijk stond hij ook in de slagschaduw van zijn nu zo beroemde buurman.  Pas in 2006 is Hordijk weer op de agenda gezet door een kunsthandelaar die wel iets zag in deze schilder.

En die er ook voor zorgde dat een deel van zijn werken nu in dat verder fraaie en interessante Amersfoortse museum zichtbaar is geworden. Het mag van mij hoor, maar ik ben niet zo overtuigd van ’s-mans kwaliteiten. Mondriaan kan intrigeren, dat beeld krijg ik bij Hordijk niet. Al was het maar omdat hij zelfs blote dames niet in perspectief krijgt. Er mankeert altijd wel iets aan een figuur wat hij in the nude tekende of schilderde. Kortom, voor mij hoeft het niet, maar ik vrees dat ik nu enorm vloek in de kunstkerk. Wie het toch wil bekijken, in Museum Flehite aan de Westsingel 50 in Amersfoort draait die expositie nog tot en met 22 oktober a.s. Naast deze expositie hebben ze nog veel meer te bieden hoor, al was het maar de geweldig leuke vaste tentoonstelling over Eysink, het motorenmerk uit Amersfoort, en een indrukwekkende expositie over de Tweede W.O. De locatie is geweldig en de kostprijs goed te doen. Museumjaarkaart zorgt voor gratis toegang.

Graven naar bodemschatten…

Weet je nog dat ik een paar weken geleden in een blogverhaaltje aandacht vroeg voor mijn vriend Hans die samen met zijn vrienden de omgeving van Soest onderzoekt met zo’n metaaldetector? Vast toch? Nou die toen beschreven expositie is een succes! Het trekt heel wat mensen naar het Museum Soest die daar normaal niet zo snel zouden binnen stappen. En dat gun ik Hans ook zeer. Hij staat niet voor niets soms week in week uit in zijn speciale outfit in de modder te trappen om zaken te vinden die voor ons en wellicht toekomstige generaties van belang zijn. En ook een geschiedkundig belang dienen.

Immers, je kunt via deze expositie zien hoe de lijnen van de handel liepen in ons land. Welk geld werd gebruikt. En over gebruik gesproken, naast talloze pijpenkoppen (de meest gevonden bodemschatten in ons land) vindt Hans ook klosjes die werden gebruikt om wol te spinnen, maar ook allerlei godsdienstige (lees Christelijke) uitingen. Ringetjes, oud gereedschap, kogelhulzen, oude spijkers, maar ook troep die op het oog niets waard is, maar wel goed vertelt hoe de ontwikkeling van de techniek ging in de loop der jaren. Een oud automodel van ver voor de oorlog. Er zit geen lak meer op en de bodem is verdwenen, maar de carrosserie verraadt dat het een oude Amerikaanse auto op schaal was vanuit de jaren dertig. Ooit verloren speelgoed van een wat rijker kind.

Zo maar in de bodem, en nu in de vitrine. Hans legde ons tijdens het bezoek aan zijn (..) expositie ook uit hoe die bodem op zich in elkaar steekt. Er hangt een soort doorsnede van de grondlagen aan de wand en daarbij zie je dat hij met zijn vrienden in de bovenste lagen van de aarde onder hem woelt. Daaronder zit een zandlaag (typisch voor die omgeving) en daaronder een keiharde laag met allerlei sendimenten van vroegere planten en desnoods bouwsels uit de pre-historie.

En daaronder zit dan de grond die soms leidt tot vondsten als een oude Romeinse vesting, geplaveide weg of zelfs een schip. Het Eemgebied, waar Soest toch ook nog toebehoort, kende veel vestingsplekken uit die oudheid en het is niet zo gek dat als je een beetje diep graaft er van alles en nog wat wordt gevonden. Want ook die oerbewoners kieperden van alles en nog wat gewoon weg als het zo uit kwam. Hetzelfde geldt voor soldaten die op het Soester Hoogt hun musketten afvuurden, wellicht op jacht naar iets wat snel rende of vloog in de hoop op een lekker vers hapje. De gebruikte onderdelen voor het maken van vonken die zo’n oud pistool of musket deden vuren, werden gewoon weg gegooid maar zorgden ook voor extra afval. En met wat woelen komen die boven de toplaag van de modder. Beetje schoonspuiten en hup, weer een bodemschat.

Wat dat spuiten betreft, heel aardig is ook dat in het Museum Soest nu ook een leuke maar bescheiden collectie te vinden is over de Brandweer Soest. Van modellen tot een oer-oude waterpomp, communicatie-apparatuur en zo meer. Ben je er toch, kijk dan ook even bij die collectie rond. Je staat verbaasd over hoe primitief die vuurbestrijders hun taken erg lang hebben moeten doen. Kortom, oud is leuk, meuk is geschiedenis en van die historie kunnen we veel leren. Ik deed dat ook, met Hans als gids. En dat werd een leuke zaterdagmiddag. Tot begin juli loopt deze expositie nog in Soest en als je er heen wilt moet je het wel een beetje gaan plannen. Maar heb je gegarandeerd ook een aardige middag.

Hans en de (Romeinse) geschiedenis van Soest..

hans-peters-en-friends-op-de-heiSoest ligt op een wat verhoogd niveau. Dat zie je terug aan de huizen daar. Men kijkt er letterlijk op de omgeving neer, maar dat is verder vooral figuurlijk ook zo bedoeld hoor. Zandgrond en een mooie historie die al terug gaat naar de tijden dat het oerijs hier welig tierde en de latere Romeinen er nog wel eens doorheen trokken hebben het gebied hier net zo gevormd als de latere bewoning van het Koninklijk Paleis in buurtgemeente Soestdijk of de ooit in de buurt gevestigde vliegbasis van Soesterberg. Dat zand in de bodem heeft niet alleen een dempende werking op de omgeving, het is er lekker rustig als je de doorgaande straten vermijdt, maar die bodem verbergt ook het nodige aan interessante zaken. Die graaf je niet zo maar even op, daar moet je eerst met gespecialiseerde apparatuur naar zoeken. En dat is nu precies wat mijn goede vriend Hans met zijn maten daar in de omgeving regelmatig doen. Al dan niet met toestemming van de lokale agrarische bevolking in de regio lopen ze als het weer het toelaat met hun detectie-apparatuur heen en weer te schuifelen over de Soester akkers op zoek naar…..ja naar wat eigenlijk? Als Hans begint te vertellen over zijn bijzondere vondsten raak ik er vaak al snel door verbaasd.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Van Romeinse of Middeleeuwse muntjes, speciale potscherven, stukjes oud textiel, maar ook gewoon afval uit meer recente tijden. De hele geschiedenis van het gebied komt voorbij en Hans kan er smakelijk over praten. Thuis heeft hij net als zijn zoekvrienden een mini-vitrine ingericht met de meest bijzondere zaken die uit de grond kwamen, maar omdat ze toch behoren tot de geschiedenis van de stad en de omgeving mogen ze vanaf 14 april a.s. wat vondsten en hun apparatuur uitstallen in het lokaal bekende en qua algemene exposities interessante Museum Soest. Aansluitend op de normale exposities daar staat Hans er met zijn spullen en legt de liefhebbersgroep waartoe hij behoort in woord en geschrift uit wat ze zoal zijn tegen gekomen en hoe ze deze passie beoefenen. Niet alles is zo leuk als het lijkt, niet elke boer een vriend van de onderzoekers en niet elk object meteen waardevol. Dat lijkt soms meer dan het is. Maar de historische waarde is soms van groter belang dan enig geldelijk gewin.

museum-oud-soest-1Vandaar ook deze expositie. Gewoon om kennis te delen en mensen te kunnen uitleggen welke ‘lagen’ de geschiedenis van Soest eigenlijk kent. Hans is daar goed in, dat weet ik, en als gepensioneerd overheidsdienaar maakt hij graag tijd vrij voor hen die met serieuze vragen naar hem toe komen. En mocht je daar behoefte aan voelen speelt hij ook nog even een riedeltje op het in het museum aanwezige kerkorgel…. Ik heb het allemaal van nabij mogen meemaken en dat is alleen al een reden om het iedereen aan te raden dit fraaie museum eens te bezoeken. Want naast deze expositie is er nog veel meer te zien in dit meer dan stijlvolle gebouw aan de Steenhofstraat 46, 3764 BM Soest. Toegangsprijzen bezoek Museum Soest. Bezoekers tot en met 12 jaar € 1,00,  Bezoekers 13 jaar en ouder € 5,– Entree en rondleiding    € 6,00

De Fundatie

wp_20161115_008Vrouwlief wilde er graag een keer heen. Het Zwolse Museum De Fundatie. Aan de buitenkant van het centrum gelegen, niet ver van het station daar. Direct herkenbaar aan de ‘tulband’ die dient als bovenste deel van een verder prachtig en stijlvol gebouw. Regionaal museum voor kunst en cultuur. Vol kamers en zalen en in die tulband bij mooi weer een aardig uitzicht over de oude provinciehoofdstad Zwolle. Onlangs waren we daar dus, de trein bracht ons er in een uurtje reistijd. Het was heel erg nat buiten, het zicht beperkt tot pakweg 100 meter en dat niet zozeer door mist maar door een constant vallende motregen. Zwolle glom, niet van trots. Wel van de nattigheid. Het museum bood uiteindelijk warm onderdak. Er liep een expositie rond het ‘Zie de mens – 100 jaar, 100 gezichten’ thema. Op zich interessant, maar uiteindelijk niet zo aan ons besteed. Het was mij zeker te somber allemaal en wat ik zag van beroemde kunstenaarsnamen deed me huiveren bij het idee dat daar door liefhebbers en musea grof geld was betaald.

wp_20161115_022Ik zou het niet in de kamer willen hebben staan of hangen. Het was er ondanks dat aardig druk. Leek wel of half (bejaard) Zwolle was uitgelopen voor deze expositie. Even de bordjes lezen bij de verschillende objecten bleek vrijwel onmogelijk. Nou ja, het zorgde wat ons betreft voor een snelle rondgang. We beklommen de vele trappen in het museum om boven in die tulband nog even te zien wat daar zoal was uitgestald. Het was vrij modern allemaal en zeker qua onderwerpen onherkenbaar. Leuk voor de liefhebber, maar wederom niet voor mij of vrouwlief. Omdat ook het uitzicht op de stad door de regen werd verpest, namen we al snel het besluit om het museum maar te verlaten. We hebben het nu tenminste gezien. We weten waar het ligt en wat je in die tulband kunt bekijken. Niet echt onze smaak. Gelukkig was het centrum vlakbij en vermaakten we ons nog even in de schitterende boekhandel Wanders en bij de bekende banketbakker van Orsouw aan de Grote Markt. Daarna namen we de trein en reden terug naar het westen. Waar het nog net zo nat en grauw was als in Zwolle. Geen weer om in te lijsten. Maar ja, herfst!

Onderweg naar…..

leo-in-berlijn-in-citigo-2011Elk jaar kijk ik graag een beetje terug naar wat we zoal deden in zo’n kalenderjaar als het huidige. Omdat een mens zoals ik dat ben, zoveel onderweg is en niet schroomt om dan even een paar uurtjes rond te rijden in ons land of daar buiten. Het ene jaar reiken of reizen we dan soms verder dan in het andere. Door de jaren heen hebben we zo heel wat plekken leren kennen die we normaal nooit zouden hebben gezien of bezocht. Je moet er iets voor over hebben, maar dan leer je de leukste plekken in binnen- en buitenland goed kennen. Dat doen we overigens ook per trein, bus, fiets of gewoon lopend hoor. De auto is er voor de andere stekjes die we op de agenda zetten. Ik zet ze toch eens achter elkaar. Geteld tot eind medio november dit jaar…

wp_20150706_080Duivendrecht, Mijdrecht, Haarlem, Aalsmeer, Weesp, Wormer, Purmerend, Volendam, Amstelveen, Naarden, Uithoorn, Almere, Diemen, Sassenheim, Noordwijk, Katwijk, Rijnsburg, Goudswaard, Roosendaal, Oud-Beijerland, Hoofddorp, Soest, Hilversum, Baarn, Bunschoten/Spakenburg, Soesterberg, Eemnes, Leiden, Schiphol, Kleve, Hoorn, Breukelen, Dongen, Eindhoven, Vught, Zuid-Beijerland, Zierikzee, Abcoude, Heinsberg, Amstelhoek, Woerden, Ter Aar, Oude Meer, Waddinxveen, Zwanenburg, Bocholt, Deventer, Twello, Teuge, Voorthuizen, Den Bosch, Utrecht, Bilthoven, Lelystad, Harderwijk, Hardenberg, Nordhorn, Denekamp, Scharendijke, Ouddorp, Valkenburg (ZH), Rosmalen, Wijk en Aalburg, Heusden, Woudrichem, Gorinchem, Leerdam, Edam, Beek (GLD), Hendrik-Ido-Ambacht, Nieuw-Lekkerland, Zeewolde, Driemond, Aken, Heerlen, Herzogenrath, Geldern, Zwolle, Laten, Lage en Hoge Vuursche….

wp_20141110_008Natuurlijk hebben we soms echte en serieuze redenen om die plekken te bezoeken. Een markt, vrienden, familie, musea, speciale winkels, bedenk het maar. Soms kwamen we er ook zo maar toevallig langs en besloten er dan toch maar even een kijkje te nemen. Het is ook slechts een aardige doorsnede van onze reislustigheid in deze vaderlandse streken of net achter de grens. Sommige plaatsen bezochten we diverse malen, andere slechts een enkele keer. Kan volgend jaar zo maar anders zijn. En de score van dit jaar wijkt weer voor 50% af van die in vorige jaren. Daarbij, vrouwlief en ik reizen soms ook nog wel eens apart ergens heen. Ook dat moet kunnen. Hoe dan ook, we zijn op onze manier lekker druk en dat is ook een oorzaak voor soms wat minder aandacht voor het geschrevene op dit en uw blogs. U wilt mij wel vergeven mag ik hopen? De auto wacht al weer….een volgende bestemming lonkt…

Oud en jong welkom in Allard Pierson

wp_20161027_047Een van de oudere musea in de hoofdstad is het Allard Pierson. Nummer drie in de aangekondigde reeks musea die we in oktober aandeden. Tegenwoordig gevestigd aan de Turfmarkt in het gebouw waar vroeger ooit de Nederlandsche Bank te vinden was. Prachtig museum met een ronduit schitterende Egyptische collectie. Die was de reden om er eens binnen te wandelen. In extreme rust kijken naar die fraaie oude cultuur is een genoegen. En het museum stalde de boel prettig uit. Voor Egypte hoef je geen trap op of af, al is het officieel op de eerste etage gevestigd. Daar waar ook de kassa zit. Klein klimmetje nodig vanaf de ingang. Het is en blijft toch bijzonder om te zien hoe ver die Egyptenaren uit het pre-islamtijdperk al waren. Duizenden jaren geleden al een machtig land met grote vorsten die bij hun status behorende bouwwerken oprichtten en er een redelijk consistente religie op na hielden. Zij geloofden minder in goden die ze niet zagen, meer in aardse zaken die ze als goddelijk ervoeren. De graftempels waren enorm, de bekende Pyramides zijn daar een mooi overblijfsel van. Tijdens ons bezoek liepen er twee specifieke exposities die aansloten op hetgeen hier het hoofdthema is.

wp_20161027_059Onder de titel ‘Ontmoetingen met de Oriënt’ kwamen deze keer twee zeer actieve onderzoekers en Egyptologen aan de beurt en onder de aandacht. De Brit Flinders Petrie die leefde van 1853-1942 en als grootste schatgraver in Egypte bekend zou worden. Hij vulde met zijn vondsten heel wat museumcollecties. Een andere pionier was Emilie Haspels. Een Nederlandse archeologe die zich vooral richtte op culturen die ooit in het midden van Turkije leefden en daar heel wat wetenschappelijk waardevolle vondsten bloot legde. Zij overleed in 1980, maar liet een geweldige hoeveelheid materiaal en kennis achter waar veel musea nu nog plezier aan beleven. Iets dieper in het Allard Pierson is een afdeling te vinden waar je zelf zou mogen meehelpen om van scherven een echte oude pot te maken. Of een stenen pijp. Allemaal vondsten uit de Amsterdamse bodem, waar men ze vaak uit oude beerputten boven water haalde. Veelal tijdens nieuwbouwprojecten. Denk maar eens aan de metrobouw zoals die nu ook nog plaatsvindt. Wij waagden ons er niet aan, maar interessant was het wel.

wp_20161027_079Net als de manier waarop dit museum omgaat met kennisoverdracht aan kinderen. Er mankeert nogal wat aan de geschiedenisleer op scholen. En dus pakt het museum haar specialisatie beet en geeft workshops voor klassen vol kinderen die spelenderwijs kunnen leren hoe het leven was in de Egyptische tijd. Met Playmobil spullen en een hoop zelf tekenen of kleien. Maar dan blijft die kennis wellicht toch beter hangen. Wie zijn geschiedenis kent heeft in de toekomst nog iets te zoeken. Dolenden eindigen vaak in een zelf verzonnen verhaal of verwrongen beeld van die zelfde geschiedenis. De bewijzen daarvoor worden dagelijks geleverd. Allard Pierson is simpel te vinden tegenover de Rederij Kooij van de rondvaartboten en aan de andere kant van het water dat het Rokin scheidt van de Turfmarkt. Parkeren is hier niet mogelijk, het ov is de beste optie. Of je moet wandelen zoals wij dat altijd doen.

Buffa in het Singer

buffa-kunsthandel-frans-buffa-zonenDie Museum Jaar Kaart heeft als groot voordeel dat je een interesse die je toch al bezit, verbreding van de kennis om zo een beter oordeel te kunnen vormen over de invloed van de geschiedenis op ons aller heden en toekomst, nog wat kunt uitbreiden. En zo was ik onlangs in twee achter elkaar liggende dagen binnen in maar liefst drie musea. Ik zal er hier in de komende blogs nog even verslag van doen, want die exposities onderscheiden zich nogal in aanbod en uitvoering. Het eerste museum dat ik bezocht was er een dat ik nooit eerder van binnen zag; het Singer Museum in het chique Laren. Men had er een alleraardigste expositie binnengehaald die als thema had de verzamelaar en kunsthandelaar Buffa die ooit een aardige winkel bezat in de hoofdstedelijke Kalverstraat. Kom daar nu nog maar eens om op die plek. Het Singer vraagt een kleine toeslag op die expositie en dat is gezien het gebodene wellicht iets overdreven, maar goed. Je bent in goed gezelschap van een kunstkenner en oud-blogger die me na een jaar of 4/5 weer eens wilde zien om wat bij te praten. De expositie bood wat aardige werkjes, o.a. van Kees van Dongen, maar ook veel somber ondefinieerbaar werk waar ik dan niet echt enthousiast over werd. Ik wil graag herkennen wat ik zie en somberheid is niet zo mijn ding in de kunst. buffa-knipsel-van-dongen-website

Het werk van mijn bezoekgenoot vond ik zelf stukken leuker toen ik die kunstzinnige werken jaren geleden voor het eerst zag tijdens een erg aardige expositie in Zeewolde.  Neemt niet weg dat de atmosfeer van Singer op zich al aardig is. De bezoekers komen uit de omtrek en bekijken de kunst met een (vooringenomen of zelf benoemde) kennis die mij ontbrak. Gelukkig heeft Singer ook een aardige koffiehoek waar je even lekker kunt zitten bijpraten over de dingen die ons als oudere jongeren zoal bezighielden of houden. Met uitzicht op een beeldentuin die dan weer toebehoort aan Singer zelf en niet aan de tijdelijke expositie. Wie ook naar Singer wil om zelf te kijken waar mijn observatie de plank wellicht volledig missloeg, je vindt het museum aan de Oude Drift 1 in Laren. Het is daar nu een en al nieuwbouw voor de deur, parkeren moet dus in de omliggende straten. En als je dit dan doet is een wandeling langs de enorme huizen daar best interessant. Misschien wel interessanter dan die expositie op zich. Maar daarmee doe ik het stijlvolle Singer wellicht geen recht. Overigens lag mijn gevoel over die dag niet aan het gezelschap hoor….. dat zat wel snor! (Singer)