‘En’ vroeg mijn buurman toen hij mij met mijn voor Schipholse dagen ingerichte bagage richting de Tsjechische lastezel zag lopen, ‘went het al dat pensioen?’. ‘Ja hoor!’ gaf ik eerlijk als ik ben aan. En zo is het ook. Na 1,5 jaar geleden de deur van het ondernemerschap te hebben afgesloten en ik meer dan een halve eeuw had gezorgd voor brood en beleg plus nog wat luxe was het mooi geweest. En duurde het even om aan het ‘nietsdoen’ te wennen. Nu is niets in dat opzicht nog wat relatief. Elke dag schrijf ik mijn verhalen nog op het internet, maakte ik mijn derde boek af en reizen we door Nederland en Duitsland op zoek naar leuke dingen of mooie plekken. Van groeiende geraniums heb ik geen last. Zo lang het nog kan genieten we met volle teugen. Voor mijn buurman is dat besluit en besef pas geleden genomen en gekomen. Ook hij werkte al enige tijd als onafhankelijk adviseur en hij verdiende daar aardig zijn brood mee.
Maar soms zijn er omstandigheden die je niet kunt bevechten en dus staakte ook hij zijn professioneel geraas. Zorg voor vrouw, kinderen en kleinkinderen nam de plaats in van afspraken met relaties of zoeken naar opdrachten. Net zoals het mij verging. Hij gaf eerlijk aan dat hij nog moest wennen aan die situatie. Ik glimlachte hem toe en stelde ‘dat het echt zal komen dat besef’. Waarbij ik uit ervaring weet dat het afbreken van je professionele netwerk doordat je hebt besloten daar niets meer in te doen het meest pijnlijke aanvoelt. Nu was ik in mijn carrière een paar maal eerder van de hak op de tak gesprongen, ambitie vraagt soms om stappen opzij om dan daarna weer omhoog te kunnen. En dan nam ik afscheid van een wereld die ik zelf goed kende en lieden die ook mij om mijn professionalisme waardeerden.
Maar eenmaal weg werd je outcast. Je behoorde er niet meer bij, je had een andere weg gekozen. Vervelend, maar het was en is niet anders. Nieuwe kansen en ook nieuwe mensen kwamen ervoor in de plaats. En ook dat wende snel. Jarenlang heb ik professioneel gediend op Schiphol en Maastricht Airport, nu kijk ik er naar de vliegtuigen en voel niets meer met de plekken waar ik vroeger ‘achter het hek’ actief was. Geldt ook voor de autowereld. Langere carrière gehad, maar ik kijk er nu objectief naar en bij mijn dealer als ‘klant’. Zijn allemaal processen waar je mee te maken krijgt. Ook als gepensioneerde harde werker. En ik tel mijn knopen op dit gebied. Zoveel mensen haalden hun pensioen niet eens, of konden daar veel te kort van genieten. Dat zal nooit wennen. En dat zal mijn buurman ook wel ontdekken. (beeld: Internet)

Toen ze met hem verkering kreeg was hij de degelijkheid zelve. Keurig in het pak, suede schoenen, een goede opleiding, aardige baan, nooit wild of ongepast gedrag, maar daar hield ze indertijd wel van. Haar ouders waren ook zo degelijk. Netjes, christelijk, en haar opvoeding had in die zin geen grote verrassingen in zich gehad. Veiligheid bood hij haar, rust, en toen ze eenmaal getrouwd waren bleef hun relatie stabiel en kabbelend. Af en toe las of zag ze wel eens wat waardoor ze dan in de war raakte en verlangen kreeg naar een ander soort leven. Met meer avontuur. Leuk reizen, kabbelen in een warme zee, bloot dansen op een heuvel in India, ach ze had zo vaak verlangd. In plaats daarvan kochten ze een huis, kregen kinderen. Waar ze gek op was overigens. Haar man maakte carriere, kreeg een auto van de zaak. Een degelijke Toyota en voor de vakantie kozen ze voor een caravan waarmee ze elk jaar weer naar het zelfde plekje togen in Frankrijk. Waar net zulke degelijke mensen kwamen als zij zelf waren. Waarmee het trouwens goed toeven was. Maar in haar fantasie wilde ze wel eens naar zo’n nudistencamping die een kilometer of vijftig verderop te vinden was. En zo verliep hun leven tot de kinderen de deur uit gingen. Ze woonden intussen in een degelijke wijk, hadden een meer dan degelijk huis en dito meubels. Geen uitspattingen, geen vreemde dingen. Uitheems koken was er niet bij, hij zou het niet eten wist ze intussen wel. Ze kleedde zich ook degelijk. Nooit frivool, geen aantrekkelijkheid. Het moest passen bij wat hij voor zich zag als ideaal. De opvoeding van de kinderen was ook zo geweest. Ze waren geslaagd, maar vlogen toch uit toen ze de kans hadden. De een naar Denemarken waar hij ging werken voor Lego, de ander naar Zuid-Amerika om daar arme kinderen te helpen. Alleen de jongste dochter hield het dichter bij huis, maar woonde wel samen en was niet getrouwd. Ze spraken er nooit over, maar het paste niet zo goed in hun ideale plaatje. Een degelijk huwelijk dat rust en liefde bood, zonder dat er vonken vanaf vlogen. Zelden voelde ze nog dat ze ‘echt’ leefde. Het verliep allemaal zoals het hoorde, zoals hij het graag wilde. Half elf in bed, een vluchtige kus en slapen. De volgende dag weer vroeg op, hij moest naar zijn werk. Haar rol was en bleef het huishouden. Soms keek ze in de spiegel en fronste haar wenkbrauwen. Ze was een oude dame aan het worden. De vrouwelijkheid verdween langzaam aan onder een laag van zwart en grijs. Haar lachende ogen waren dof geworden, haar kleding zeer veilig en degelijk. Ze was zijn ideale vrouw, maar ze wist zelf niet meer wie ze eigenlijk was. Maar ze wist wel dat ze heel degelijk was. En dat voelde ze als waardevol. Maar het was ook zwaar. Als lood. Een degelijk materiaal, maar ook zo giftig!


Valt het jullie ook op dat zodra er zicht is op een beetje afwijkend weer ergens een ‘weeralarm’ met kleuren wordt afgegeven? 2 cm sneeuw is goed voor code geel, oranje of rood. Dreigend onweer of storm zorgen voor dito aanduidingen. Alsof we ineens zijn veranderd in watjes die niet meer weten hoe om te gaan met dat soort bijzonder weer. Nu was het deze eerste maand van het nieuwe jaar 2017 wel zo dat bijna 500 ongelukken en aanrijdingen plaatsvonden toen we voor het eerst in lange tijd weer eens een dagje sneeuw en ijzel in ons land meemaakten. Men gleed van de weg, schaarde, draaide om de as of schoot in een sloot. Vaak veroorzaakt door datgene wat ons Nederlanders veelal parten speelt; zelfoverschatting en gladde of verkeerde banden. Wij fietsen ook bij ijzel gewoon door. Niet verstandig.
Misschien is het wel zo dat die waarschuwingen zijn gericht aan hen die maling hebben aan elke vorm van voorzichtigheid. De Selfie in de sneeuw belangrijker dan opletten op de weg. Het kan allemaal. Maar ik heb zelf in mijn leven heel wat echt zwaar weer meegemaakt en reed ook altijd door. Zoals die keer in de jaren tachtig dat Nederland echt compleet vast liep en de files enorme vertragingen veroorzaakten. Ik werkte in die tijd in Amsterdam en zat qua verantwoordelijkheid op een dealerbedrijf voor mijn favoriete merk. We woonden in die periode in Almere en moesten die avond als altijd terug naar huis. De sneeuw lag echt heel dik op straat en er werd minder geveegd of gepekeld dan nu.
Mijn toenmalige bedrijfsvoertuig was een Skoda Rapid Coupe, een heel fijne wagen, motor achterin. Volgens de fabrikant (en mijn verkoophandleiding) een groot voordeel omdat de motor op de aangedreven wielen stond. Klopt zeker, want de sportief ogende Skoda ging als de brandweer dwars door al die sneeuw heen waar anderen met doorslaande wielen moeizaam vooruit glibberden. In de polder werd het een stuk lastiger. Daar was de berg sneeuw nauwelijks ingereden, de polder was toen nog niet zo in trek als nu het geval is. We waren laat en ik stuurde de intussen door een intense sneeuwval zelf ook wit geworden auto die daardoor langzaam aan een soort rijdende sneeuwpop was veranderd, richting ons huis. Een straat voor de afslag naar onze buurt stond daar toen de enige postbus uit de omgeving en wij hadden een hele stapel enveloppen met inhoud bij ons die echt weg moest. Dus ik draaide gewoontegetrouw de straat in waar die bussen stonden en…..liep muurvast. Er lag iets van een meter sneeuw en de Skoda kon niet meer voor- of achteruit. We knokten ons door de portieren naar buiten. Deden eerst de post in de bus, die net nog maar net boven de opgewaaide sneeuw uitstak en begonnen met graven. Na een kwartiertje noeste arbeid was het gedaan en waren we weer vrij. Dat waren nog eens sneeuwbuien. Eenmaal thuis lag er een meter sneeuw tegen de garage- en huisdeur. Weer graven. Kortom….Code rood? Watjes…..! (Beelden: Internet)

Gezondheid is bijvoorbeeld niet te koop, en soms worden er figuurlijk aanslagen gepleegd op ons samenzijn. Maar we zijn en blijven een goed team. De fundamenten sterk en als er dan wat kalk van het gebouw valt stort dat huis niet meteen in. Aardbevingsbestendig wellicht. We maakten heel wat mee samen, en dat allemaal simpel begonnen toen zij kwam werken op een plek bij een grote bankinstelling waar ik toen al een jaar op de loonlijst stond. Een ‘bankstel’ dat door sommigen om ons heen weinig toekomst werd toegedicht. Net iets voor ons, dan maar bewijzen dat het anders is. Intussen toegetreden tot de leeftijd van de ’50Plussers’. Maar nog altijd samen. Handleidingen nooit gelezen, ervaring geeft meer ruimte tot improvisatie. Water en wijn mixen en af en toe gewoon toegeven aan de wensen van de ander. Het kwam wel goed. Nog steeds een goed team. En dat vieren we vandaag. Dus we zijn er even niet….er wordt gegeten. Of zoiets. Daar moeten we het nog even over hebben. En feliciteren ons zelf….met elkaar….dank u!
‘Joh, je moest eens weten hoe ze in elkaar steekt, dan zou je niet zo lief over haar praten…..’ ‘ Ik heb onlangs nog even met haar apart gezeten. Ze had zelf haar schema geruild met een collega zonder haar chef in te lichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik dat echt niet pik en dat ze kan rekenen op een stevige reprimande. Ook zorg ik dat ze haar overuren niet uitbetaald krijgt voor die extra diensten..’ ‘Ik had gedacht dat we bij dat kleine tentje konden eten, die Griek, of was het nou een Italiaan…..huh? Ja die! Leuk…zie ik je zo’ ‘Ik weet zeker dat hij van mij houdt, alleen laat hij dat zo zelden merken. Maar ik ben nog steeds gek op hem hoor….haha!’ ‘Zullen we weer eens lekker gaan shoppen? Zin in. Wanneer kan jij? Dan maken we meteen een afspraakje….leuheeeukkk’ Zie hier een overzicht van wat zinnen die ik in de openbare ruimte opving van kwebbelende dames. Alles via de mobiele telefoons wereldkundig gemaakt. Op een niet mis te verstaan volume, op heel verschillende plekken. Maakt niet uit of je nu in de trein of metro zit, of dat je naar een evenement als de Uitmarkt bent voor je culturele bagage. De dames kwekken er wat op los. En als je goed oplet speelt emotie een grote rol bij al die gesprekken.
Ook oudere dames bellen veel met die dingen in het openbaar. Vaak net even te luid. Alsof ze duidelijk willen maken dat ze ook zo’n apparaat bezitten en dat het dringend nodig is om alles wat oma met de kleinkinderen deelt ook met de rest van de wereld moet worden bekend gemaakt. Mannen bellen ook. Net zo luid, soms net zo interessant (..). Maar het gaat veelal over heel andere dingen valt mij op. Zoals: ‘Nee…joh, dat kan niet, daar heb ik nog geen concept voor geschreven en dat moet dan via afdeling Controlling, je kent het fenomeen toch?’ ‘Ja, ik heb er intern over gehad. Nee, ze willen er domweg niet aan. Wat ik ook doe, net of ik niet wordt gezien. Natuurlijk spreek ik er met mijn meerdere over, maar die doet net of zijn neus bloedt. Ik zal hem nog eens een mail sturen want dit kan natuurlijk niet. Zo frustrerend allemaal’. Zakelijk, belangrijk doenerij, concepten en rapporten, overleg, afspraken, en joviaal tegen mensen die vermoedelijk in het echte leven geen rol van betekenis zouden spelen.
De smartphone als vervanger van de computer, het Whatsappen als vervanging voor de mail of brief. Concepten spelen een rol, de carrière. Maar veel emotie komt niet boven. Wat me ook opvalt is dat veel mannen op lagere toon en volume spreken over hun zakelijke beslommeringen dan dames over de emotionele. Zijn wij dan zo anders als mensensoort? Blijven leuke observaties. Met een vraag als conclusie; hebben jullie dat zelf ook dat je zoveel deelt als je zit te bellen waar andere mensen het kunnen horen? Zelf bel ik zelden of nooit. Ik word weleens gebeld, maar dan houd ik het kort. Soms zeer kort! En jullie??
Laat je in geval van een creatieve opwelling s.v.p. niet verleiden tot de evt. gedachte dat een boek schrijven een kwestie is van ‘even doen’. Zo is het echt niet. Je zult vooraf toch een plan in de bol moeten hebben over wat je precies wilt opschrijven, waarover het gaat, waar het toe leidt en of lezers het zouden willen lezen. Of je moet het voor jezelf doen, als een soort dagboek. Dan ligt het anders. Hooguit dat je later op hoge leeftijd nog eens terug kijkt naar je eigen dwaasheden of dwaalgedachten. Ik heb er wel een paar auteurs leren kennen in de achter ons liggende jaren die juist op basis van deze gedachten een boek wilden opzetten en/of laten uitgeven. En dat nog deden ook. Het ging vooral over hun manier van persoonlijk denken en leven en hoe ‘geweldig’ ze eigenlijk wel niet waren in de ogen van straat- of klasgenoten. Er zijn vast familieleden die het met plezier gelezen hebben, ik had er zelf vaak minder mee. Voor hen die niets hebben met het autovak zal ook mijn nieuwe boek waarmee ik nu in de serieuze afwerkingsfase zit een brug te ver blijken. Het is mijn derde schrijfwerk dat in deze drukvorm moet verschijnen. Alle bladen waaraan ik meeschreef uit het verleden niet meegerekend.
Omdat het iets vertelt over mijn leven, carriere en manier van beslissingen nemen op cruciale momenten. Maar ook over mijn kijk op het automerk dat nog het meest van allemaal kon rekenen op mijn loyaliteit. Door dik en dun, of dat nu soms handig was of niet. Je bent echter een ware gelovige of je bent een heiden. En velen zijn in mijn ogen heidenen gebleken. Ik reken er in de tekst mee af. Soms op hopelijk humorvolle toon, dan weer op een wat kritischer manier. Ik ben heel wat uitvinders van wit garen en buskruit tegen gekomen in mijn werkzame leven. En wie mij kent weet dat dit zelden leidt tot een goed ‘huwelijk’. Nee, dat levert of leverde strijd op. Een strijd die het boek naar mijn idee onder meer prettig leesbaar maakt. Ik heb uiteraard het nodige beschreven over de geschiedenis van het merk met de vliegende pijl in het logo door de jaren heen. Over perioden van grote bloei, over het communisme en de invloed die dat had op ontwikkeling en kwaliteit bij een merk dat al teruggaat qua geschiedenis tot de 19e eeuw.
Ook over hoe een overname door VW in 1991 leidde tot een sterker merk dat op weg is naar een jaarlijkse productie van 1,8 miljoen auto’s en een verkoop in bijna 100 markten over de hele wereld. Dat kwam niet zo maar tot stand, daar moest soms heel hard voor geknokt en gewerkt worden. En dat alles vloeide mij redelijk simpel uit de toetsenborden van de computers waarop ik het verhaal schreef. Met die peilers in gedachten die ik eerder noemde. Plan, doel, lezers! De tekst is klaar, het zoeken is nu naar correcties, naar taal- en stijlfouten, leesbaarheidsoordelen en later ook naar de goedkeuring door een van de mensen die met mij een deel van die geschiedenis invulden. Afbeeldingen heb ik intussen ook uitgevogeld. In het vroege najaar even praten met een uitgever. En dan zien wat het eindresultaat is. Dat moet dan geintroduceerd, verkocht, uitgelegd wellicht. En daar prepareren we ons dan maar op. Want een boek is niet zo maar even een dagboekje schrijven, het is hard werken. Na vier jaar werken kan ik dat beamen. Wish me luck! En als het er is meld ik dat ook hier zeker even… (Foto’s: Skoda A.S./auteur)
De tijd vliegt, ik roerde het wel eens eerder aan. Zeker als je voorbij de 50 bent lijkt het wel of je van een glijbaan af vliegt in de richting van het einde van je leven. Nu bedoel ik dat niet zo als het wellicht leest, maar het lijkt wel zo te zijn dat naarmate je ouder wordt de dagen geen 24 maar slechts twaalf uren kennen. Even terugkijkend in een archief kwam ik er achter dat ik in juni dit jaar precies tien jaar lang mijn wetenswaardigheden en meningen deel met de wereldwijde weblezers en medesocials. Aangestoken door iemand die ik had leren kennen op een Webforum startte ik indertijd schoorvoetend met een weblog waarin ik korte en op dat moment nauwelijks relevante informatie deelde. Dat werd al snel anders. Medebloggers werden ‘aangesloten’ en omgekeerd keek ik regelmatig wat anderen zoal oreerden. Dat kon gaan over de kat van de buren of de verkeerssituatie in Gent. Soms kwam er iemand voorbij met een ondeugend verhaal, dan weer iemand die een compleet ziekteproces tot in detail beschreef.


Van die lijn 9 was ook nog een afgeleide, de 9K. Die reed een iets andere route, via de Karsselaan. Scheelde iets van tien minuten. Was ik dik op tijd maakte het niet uit, was je al wat laat (in de winter hadden ook de trams van het GVB moeite met sneeuw en ijs) nam je liever niet die 9K lijn. Toch zorgde Maarse en Kroon met haar creme/blauw gespoten bussen in de meeste gevallen wel dat ik redelijk comfortabel en op tijd bij mijn werkstek aankwam. Dan moest ik nog wel van het busplein naast de ingang van het toenmalige Schiphol dwars over het platform heen lopen, wat met veel sneeuw ook weer ietsjes minder was, maar dan nog. Het waren avonturentochten in die jaren. Dat eindigde toen ik mijn rijbewijs haalde en de toenmalige werkgever een VW busje kocht voor vervoer van de spullen van onze klanten. Die mocht ik dan als ‘verst wonende’ mee naar huis nemen als de dienst er op zat. Was het busje pas laat ‘thuis’ stapte ik alsnog op de bus en liet me naar huis vervoeren. Maarse en Kroon bleef nog een paar jaar actief, fuseerde later met een hele reeks andere bedrijven en is nu volkomen verdwenen in R-Net van Connection. Nog steeds met geweldige verbindingen van/naar de luchthaven. Want die erfenis nemen ze die niet af. Alleen is bus 9 er niet meer. Die is bijgeschreven in de geschiedenisboeken. Waarvan ik er onlangs eentje kocht…..
De naam was het minste probleem weet ik nog goed. Die hing al een jaar of 25 langer aan mij en in mijn liefhebberijen uitte ik die naam in de periode voorafgaande aan 1 april 1991 regelmatig. Maar het idee om voor mijzelf officieel iets op te zetten waarmee op termijn brood met beleg te verdienen viel kwam indertijd op als een plan dat de jaren waarin dat speelde moesten vervullen van hoop. Het was niet de fijnste periode uit mijn werkzame leven. Het bedrijf waar ik dienst deed als manager vervulde haar werknemers met afschuw door binnen 1,5 jaar tijd twee keer te fuseren en van naam te veranderen. Dat vroeg om veel uitleg, veel overredingskracht. Was aan mij wel besteed en de bijkomende communicatie deed ik met verve. Maar het was daar dweilen met de kraan open en dat beviel matig. Dus dan maar zien of je op eigen benen die adviezen op communicatiegebied en/of taaltechnische hoogstandjes, kon uitventen.
Ik weet nog dat ik met vrouwlief die inschrijvingen deed. KvK, Belastingdienst, ik ontwierp mijn nieuwe logo, mijn briefpapier, opende een eigen bankrekening. De start van het bedrijfje dat ik toen parttime opereerde ging redelijk van een leien dakje. Een luchtvaartbedrijf, een vriend wiens zelfstandigheid ook vorm kreeg en wiens briefpapier, auto en pand moesten worden voorzien van nieuwe logo’s en opschriften. Het gaf me het idee dat het wel goed zou komen. Teksten werden gemaakt, verhalen bijgedragen aan een paar toenmalige bladen. Een stuk verder in de tijd zou ik juist daarmee mijn geld aardig verdienen. Ook met verhuur aan derden. Mijn kennis en ervaring geexploiteerd in de wereld van de bladen, klantentevredenheid, coachings, training.
Ook veel advieswerk voor mensen die met hun bedrijf een bepaalde richting op wilden. Ik organiseerde met een aardig team mensen en zakenpartners om me heen de nodige braderie/markt/actiematige zaken, gaf speeches weg, en schreef intussen het halve internet vol op websites met een commerciele achtergrond. Een kwart eeuw is zo voorbij als je plezier hebt. En dat leidde ertoe dat ik juist vandaag, op die 1e april 2016, een piepklein feestje vier. Het bedrijfje bestaat nog, maar ik ben duidelijk rustiger geworden. De leeftijd en zo….:) Maar ben toch wel trots op wat ik in al die jaren zoal deed. Wat een afwisseling, wat een klantengroep. Van auto’s tot verzekeraars, van Office Supplies tot uitgeverijen. Allemaal gezien en meegemaakt. Neemt niemand me meer af. Met dank aan dat plan en die toch opvallende naam……..YELLOWBIRD!