Niets is wat het lijkt…imago!

O….zeker! Als je zelf meent lief te zijn blijken er altijd mensen te zijn die daar anders over denken. Wie meent stoer over te komen door met spierballen te rollen of andere zaken te showen, krijgt van omstanders of ‘kennissen’ meestal wel een heel ander etiket opgeplakt. ‘Ordinair’ is daarvan wellicht de meest milde. Imago wordt dus veelal veroorzaakt door wat anderen over iets of iemand denken. Toch besteden fabrikanten vele miljoenen per jaar om juist dat imago op te tuigen of om te buigen. Waarbij dit soms wel, in andere gevallen niet wil lukken. In mijn vervolgverhaal komt dat imago een paar keer voor. Hoe technisch een merk als Skoda haar modellen ook in elkaar stak, het kwam tussen 1948-88 ‘uit het Oostblok dus kon niks zijn’. En dat ijlde nog wel even na. De inspanningen die nodig waren om dat negatieve denken weg te poetsen bleken duur en namen jaren in beslag. Vandaar ook ten dele mijn verhaal over die worstelingen!

Maar is dat voor andere merken anders? Nee! Probeer maar eens een echte leaserijder te overtuigen van de toegevoegde waarde van een grote Koreaanse auto. Geen hond die er in trapt. Liever een Mercedes of BMW dan wel Audi. Ook grote Japanse auto’s doen het hier niet. Toch een kwestie van imago. Imago dat ook voor de mens die rijdt in zijn auto heel belangrijk blijkt. Telkens weer. Want wie Alfa rijdt voelt zich weliswaar een hele macho, wordt door de buitenwereld toch met enig dedain bekeken. Zo gaat het ook in de enorm heftige discussies rond het science-fiction-merk Tesla. Deze fabrikant van vervoermiddelen koos voor de elektrische kant van de aandrijvingslijnen. De naam was niet voor niets gekozen natuurlijk. Zoek maar eens op via Google waar dat Tesla vroeger voor stond. Dan snap je de keuze beter.

Men bracht eerst een aardige maar verder nutteloze Roadster uit op basis van een Lotus sportwagen. Met de Model S kwam het merk eindelijk op stoom. Let op de vele taxi’s in ons land die met deze fraaie maar peperdure elektrische auto’s zijn uitgerust. Later volgde een aansprekende SUV in de vorm van een Model X, met omhoog klappende achterdeuren. De gemiddelde leaserijder uit de grachtengordel kwijlde bij de gedachte daarin te mogen rijden, maar ja, wel erg duur voor de zichzelf overschattende vertegenwoordiger. Tesla-baas Musk beloofde daarop een betaalbare auto te zullen bouwen om juist deze categorie te helpen. De Model 3. De ontwikkeling daarvan sleepte zich jarenlang voort. En nog steeds worden die wagens maar mondjesmaat gebouwd en geleverd. Goedkope elektrische auto’s in grote series bouwen is niet iedere fabrikant gegeven, zeker Tesla niet. En dus blijft het verlangen naar… en heeft het imago van de elektrische autobouwer links en rechts wel wat deukjes opgelopen.

Dat is voor de Duitse merken intussen ook wel een zorg. Dieselgate blijkt bij de (veel te eerlijke) Duitse automerken een breed verschijnsel. Men werkte de uitstoot van diverse stoffen met slimme software in de auto weg, bij controles kwam dit er maar heel moeizaam uit. Maar toen waren de rapen ook gaar. Later bleek dat ook bij andere merken hetzelfde euvel of technisch camoufleren zich voor deed, maar die zwegen vooral. Het management van VW, Audi, Porsche, Mercedes, BMW, kwam er individueel of als collectief aardig door in de problemen. De rest van de autobouwers keek glimlachend toe en deed net of het bij die merken niet was toegepast. De waarheid is anders. Heeft het imago van die merken echt geleden? Nou, bij sommige slechts in die gevallen waar merkrijders menen dat een diesel helemaal schoon moet zijn en het toch wel aardig is als je de nieuwprijs vergoed krijgt. Kreeg men dat niet kwamen de negatieve verhalen. Maar qua verkopen heeft het niet zoveel invloed gehad. Immers, die merken bouwen domweg goede en degelijke auto’s. Dat maakt toch net even meer imago dan een probleempje op het gebied waar ik het over heb. Imago is dus vooral een kwestie van wat wij tussen de oren hebben zitten. Zeker als je bedenkt dat net als in de wereld van supermarkt of TV-apparatuur, veel wordt gebouwd op basis van dezelfde technieken bij een en dezelfde producent.

Zeker na de crisis die rond 2008 ontstond gingen heel wat merken onder water of werden verkocht aan derden. Aan Chinese investeringsmaatschappijen bijvoorbeeld. Of kwamen in handen van Indiase producenten die wel een lekker merk aan hun portefeuille wilden toevoegen. En een goed imago zegt nog maar weinig over succes. Denk aan Daewoo/Chevrolet dat weliswaar zelf is verdwenen maar nog wel auto’s levert die we hier als Opel kennen. Daihatsu dat helemaal van de markt verdween maar techniek levert aan Toyota. MG, een sportwagenmerk dat intussen aan de Britse markt zeer burgerlijke auto’s levert die in China worden gebouwd. Of Jaguar dat nu onderdeel is van Tata uit India dan wel Volvo dat nog slechts bestaat doordat het een Chinese eigenaar kreeg. Imago? Zweeds of Chinees? Brits of India’s? Van die vroegere ‘Oostblokmerken’ is ook niet zoveel meer over. Lada werd onderdeel van de Franse PSA-Groep die onlangs ook Opel inlijfde. Skoda’s personenwagendivisie kwam bij het Duitse Volkswagen onderdak, Dacia werd gekocht door Renault, FSO uit Polen werd Daewoo en toen dat merk zelf failliet ging wellicht over in andere handen. Zastava uit Servie is nu een fabriek van Fiat-Chrysler en de vroegere productielijnen van Wartburg en Trabant in de DDR, bouwen nu Volkswagens en Opels. Wie echt wil weten waar hij of zij in rijdt mag zich bij me melden. Kon wel eens een verrassing zijn. Want Japans is niet altijd Japans, Koreaans niet altijd Koreaans en Duits niet altijd Duits. Imago is een wonderlijk begrip. Als je dat maar weet. En dus lig ik hier nu aan de halters om mijn spierballen op te pompen….

Leven met de vliegende pijl – 1b – Jeugd

Mijn ouders waren zo gek mee met die eerste rood/witte Skoda dat die een tijdlang binnen de familie in gebruik bleef. Die 1100 was trouwens een elegante auto die de Tsjechen hadden gebouwd op basis van hun vooroorlogse Popular. De auto had diens techniek overgenomen maar kreeg een ontwerp dat nog het meest leek op Amerikaanse auto’s uit die dagen, maar dan een heel stuk kleiner qua formaat. Maar rijden deed het ding goed, de motor was simpel, betrouwbaar en redelijk zuinig. Hij had nog richtingaanwijzers, de voorlopers van de latere knipperlichtjes. Toen Pa er een aardige prijs voor bleek te kunnen maken verdween de Skoda naar een nieuwe gebruiker. Maar Ma had die Skoda in haar hart gesloten en al snel kwamen er verschillende exemplaren achter elkaar die meestal niet langer dan een dag of wat voor de deur geparkeerd stonden. Kopers waren er altijd voor te vinden en het geld stroomde zo best binnen af en toe. Pa kocht zich daarvan een IFA, een keurig nette stationcar die een kopie bleek van de befaamde DKW 3=6 uit die dagen, maar net even minder ruimhartig was voorzien van luxe. IFA was afkomstig uit de DDR en in dat vroegere oosten van Duitsland hadden de Russen de DKW-fabrieken overgenomen toen dat deel van het land in hun handen viel aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op basis van tekeningen en beschikbare techniek werd al snel een soort schaduw-DKW op stapel gezet die als IFA het levenslicht zag en ook in Nederland werd verkocht.

De import was in die jaren in handen van De Binckhorst, dat later ook met Skoda en Mazda heel bekend zou worden. Maar met die IFA’s viel de verkoop nog niet zo mee, temeer omdat het overgebleven Westduitse deel van DKW zich nogal druk maakte over de ‘merk- en modelrechten’ en zo meer. Vandaar dat Pa die mooie en redelijke jonge stationwagen zo voordelig had kunnen kopen. We knorden heel wat rondjes door Nederland met het ding, maar of hij er nu echt gelukkig van werd? Kennelijk niet, want op zeker moment was de Oost-Duitse DKW vertrokken en stonden er een stuk of wat Skoda 440’s voor de deur. Ingeruilde exemplaren die bij de dealer waar Pa nog eens een tijdje had gewerkt, waren opgenomen in de voorraad. Rood, blauw, bruin, wit, geel, alle kleuren waren leverbaar. Wat mijn stiefvader kon met zijn handen was ongekend, die handen waren echt van goud. Hij zorgde er voor dat de Skoda’s er binnen een paar dagen bij stonden alsof ze rechtstreeks van de fabriek afkomstig waren. Een van de wagentjes uit die dagen had hij bij een toen nog voorkomende ‘autoschilder’ met de hand laten opknappen. Die man had de auto een chocoladebruine tint gegeven, wat mooi paste bij het beige interieur. Die auto was voor privégebruik, de anderen gingen de deur uit. Met het ‘chocolaatje’ maakten we heel wat korte of langere trips. Mijn moeder was er gek mee, maar ze maakte telkens weer dezelfde ‘fout’ dit aan mijn leasepa te melden. Voor hem kennelijk aanleiding om die auto dan snel van de hand te doen, zo leek het wel eens… Zo ook het bruine exemplaar waarmee we zo veel plezier hadden gehad.

Maar een hemelblauwe met een wat moderner uiterlijk volgde de oudere bruine al snel op. En zo ging dat door. Met af en toe onderbrekingen omdat Pa zich liet verleiden voor eigen gebruik eens iets anders in te kopen dan alleen Skoda’s. En zo reden we in Ford’s, een Gangster Kapitan van Opel, een opmerkelijke Hansa, en op zeker moment in een werkelijk schitterende Studebaker. De lichtblauwe auto had een rood interieur en mijn moeder kreeg zowat een appelflauwte van genoegen toen ze dat slagschip voor de deur zag staan. Het was toen bijna gewoonte geworden om als gezin in Amsterdam-West aan de Burgemeester de Vlugtlaan in een horecagelegenheid het weekend in te luiden en daar dan gezelligheid te koppelen aan mogelijke nieuwe contacten voor de in- en verkoop van de handel. Ma mocht meestal mee, ik soms ook. In de Studebaker was dat geen vervelende gebeurtenis. Ma kleedde zich er op en keek vol trots in de straat in de rondte of iedereen wel zag met wat voor een schitterend glimmende slee wij ons nu weer verplaatsten. De rammel die bij fors optrekken na een tijdje uit het vooronder klonk werd door Pa afgedaan als de uitlaat ‘die los zat’. In werkelijkheid hield hij de toeren vrij laag, want er was wel iets meer mis met het motorische hart van de trotse Amerikaan. Na een paar dagen moest er flink gesleuteld worden, een uitgelopen lager deed de motor zwijgen. De lol voor Pa was er af, na reparatie deed hij de Studebaker direct van de hand. Een Skoda Octavia van 1962, een exemplaar met mooie open grille en staartjes op de achterschermen volgde de trotse Yank voor dat eigen vervoer op. Toch bleek het intussen lastiger te worden om die Skoda’s tweedehands te slijten. De jaren zestig waren aangebroken en de concurrentie had intussen ook heel wat betaalbare automobielen te bieden.

Sommige mensen konden zich nu zelfs een nieuwe Volkswagen, Opel of Austin veroorloven. En dus ging Pa voor een wat rustiger leven. De zekerheid had zijn prijs, de handel werd wat stil gelegd, hij zocht en vond een vastere baan en ging langer doen met zijn eigen vervoer. De laatste Skoda die ik als thuis wonende opgroeiende puber nog meemaakte was een 1000MB. Een auto waarvan Pa altijd had gezegd dat hij die nooit wilde hebben voor de handel. Omdat de motor in het achteronder zat en hij in die constructie helemaal niets zag. Zo hadden we nooit ook maar een enkele VW Kever voor de deur gehad. In dit tijd toch best een populair ding. Maar toen hij een echt fraaie, redelijk jonge en donkergroene MB op zijn pad vond kon hij hem kennelijk niet laten staan. De auto leefde trouwens niet lang, werd door een dronken automobilist in de Amsterdamse Van Woustraat zo heftig aangereden dat hij in de gevel van een daar gevestigde stomerij eindigde. Total loss, dat spreekt. Het was de laatste Skoda die mijn Pa ooit zelf bezat. Hij stapte over op een Toyota Crown, maar had wel altijd een klein plekje voor het Tsjechische merk in zijn hart besloten zitten. Wordt vervolgd…  (Afbeeldingen: Yellowbird archief/Skoda – Alle teksten zijn eigendom van de auteur!) 

De wonderlijke wereld van printers en hun vullingen…

Een printer is niet veel meer dan een schrijfmachine die door jouw toetsenbord op je laptop of anderszins in beweging wordt gezet. Hij drukt af wat jij hem wilt laten afdrukken. Een stom ding, maar tegenwoordig best slim uitgerust. Je kunt er vaak mee scannen (noem het kopieren) en in sommige gevallen mailen of als dat nog bestaat, faxen. Er bestaan wat verschillende soorten printers, maar de meest gebruikte zijn de inkjet- en laserprinters. Een paar merken maken ze zelf, anderen laten dat over aan andere bedrijven. Canon doet het zelf. En in goede kwaliteit. Ik ben nu al een jaarthe of 20 vaste klant bij die lui en de gemiddelde printer gaat een jaar of 2,5-3 mee. Daarna zit de afvaltank vol en is een nieuwe kopen goedkoper dan de oude schoon laten maken. Noem maar eens een onderwerp waarmee het milieu beter gediend zou zijn. Bij andere fabrikanten gaat het vast niet zoveel anders op dit punt. Hoe dan ook, je koopt dan weer een nieuwe en tracht te snappen wat daar dan weer voor vullingen in zitten.

Vertaald…een vulling van een printer heet een cartridge. En daar wringt mijn ergernisschoen. Want ik heb nog nooit een opvolgende printer kunnen kopen die de cartridges van de vorige met liefde accepteert. Nee, telkens weer een andere soort. Wie net als ik niet zonder wil komen zitten op het moment dat een concept of een of ander geschrift uitgeprint moet worden, neemt van die dingen op voorraad. En als je dan van printer wisselt zit je al snel met een overbodige voorraad. Ik ben er zo een. Een bak vol. Allemaal nieuw gekocht. Met een houdbaarheidsdatum die ver uitstijgt boven die van die printers waarvoor ze bestemd zijn. Maar wie neemt die van je over? Ik heb het al eens geprobeerd tijdens een rommelmarkt. Alsof je griepvirussen tracht te verpatsen. Men kijkt er naar, trekt de neus op en loopt door. Nee, geen handel. Ook bij de kringlopers van dit land kom je ze wel eens tegen, maar als ze al nieuw zijn, nooit die soort die jij in jouw printer nodig hebt.

Ruilen zou een optie zijn, maar ik denk wel eens dat iedere printereigenaar zijn eigen cartridges heeft en niemand vergelijkbare exemplaren kan benutten. Bij mijn hofleverancier, een groothandel, hangen er voor mijn printer altijd net twee exemplaren. Een voor de zwartwit-kant van de teksten en een voor de kleurenfoto’s. Meer niet. En aan de prijs. Het verdienmodel voor deze apparatuur is natuurlijk nu net die cartridges. Want zo’n schrijver kost je vaak nog geen honderd euro. Kortom, het is een aardige handel. En ik ga nu toch echt eens nadenken wat ik met die nieuwe oude cartridges aanmoet. Toch maar naar de kringloop?? Wellicht! Maar voordien ben ik wel benieuwd wie onder mijn lezers hetzelfde ervaart als ik. Want ik kan daarin toch niet uniek zijn….toch??

Samen…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Samen ben je sterk(er) is een thema dat past op heel wat zaken in het leven. Een hecht team is vaak sterker dan de eenling. En alleen is daarbij maar alleen. Al hoeft dat niet automatisch meteen tot eenzaamheid te leiden. Dat nu ook weer niet… maar… Toch is het wel zo dat je samen meer geniet dan wanneer je alleen bent en je zelf behoort tot de mensensoort die graag wil delen. Ik ben er zo een. Ik deel heeeel graag. Verbaal vooral, ik ben nu eenmaal (ook in de ogen van anderen)een verhalende prater. Ik zie iets interessants, maak iets mee, en ik moet dat gelijk echt even delen. Sinds lang doe ik dat met vrouwlief. Die ik al heel wat langer geleden leerde kennen dan zelfs mijn huwelijkstijd zou kunnen doen vermoeden. Ook al lopen die jaren nog wel aardig gelijk op. Ik denk dat ze me indertijd niet alleen imponeerde door de blauwe ogen en de jeugdige humor, ook door het trouw met me mee gaan als ik weer eens een sessie inlaste richting Schiphol. De vliegtuigen, daar moest ze me mee delen. Dat duurde lang, maar ze bleef loyaal.

O ja.....dat dobberde op Koningsdag zo maar in mijn handen.....:)

Later kwamen daar beroepsmatig de auto’s bij. De auto’s van dat ene merk waaraan ik mijn hele hebben en houden zo wat had verpand. Dat bedrijf dat ik groot wilde maken in de vaart der volkeren, daarbij meteen even mijn droom waarmakend om vooral ook een keer ‘directeur’ van een bedrijf te worden. Ze moest ook daarbij soms flink wat inleveren, maar bleef me bijstaan. Luisterde naar wat ik zoal meemaakte en dat was veel, kan ik je melden. Het boek over het onderwerp ‘automerk’ is niet voor niets zo’n langdurige oefening geworden, er moest gewoon geknipt om het leesbaar te houden. Maar thuis kon ik vrijwel  altijd mijn verhaal kwijt en soms ook advies inwinnen. De jaren vlogen voorbij. Altijd als je het leuk en druk hebt gaat dat zo. Niet dat altijd alles zo leuk verliep. Ook onze jaren samen kenden een paar diep zwarte pagina’s. Een reddingsboei was dan soms even nodig. Vrijwel altijd gevonden gelukkig.

WP_005452Gezondheid is bijvoorbeeld niet te koop, en soms worden er figuurlijk aanslagen gepleegd op ons samenzijn. Maar we zijn en blijven een goed team. De fundamenten sterk en als er dan wat kalk van het gebouw valt stort dat huis niet meteen in. Aardbevingsbestendig wellicht. We maakten heel wat mee samen, en dat allemaal simpel begonnen toen zij kwam werken op een plek bij een grote bankinstelling waar ik toen al een jaar op de loonlijst stond. Een ‘bankstel’ dat door sommigen om ons heen weinig toekomst werd toegedicht. Net iets voor ons, dan maar bewijzen dat het anders is. Intussen toegetreden tot de leeftijd van de ’50Plussers’. Maar nog altijd samen. Handleidingen nooit gelezen, ervaring geeft meer ruimte tot improvisatie. Water en wijn mixen en af en toe gewoon toegeven aan de wensen van de ander. Het kwam wel goed. Nog steeds een goed team. En dat vieren we vandaag. Dus we zijn er even niet….er wordt gegeten. Of zoiets. Daar moeten we het nog even over hebben. En feliciteren ons zelf….met elkaar….dank u!

Philips Brand store

WP_20150508_026Als we dan toch bezig zijn met de culturele uitstapjes die we onlangs deden als onderdeel van een paar dagen met lieve vrienden weg, bezochten we ook Eindhoven. Nu is dat om verschillende redenen een stad om vooral aan voorbij te rijden, al was het maar om het verschrikkelijke centrum waar je uren kunt rond dwalen zonder de juiste weg te kunnen vinden. Maar men heeft ook een tweetal op het eerste gezicht aardige musea in huis waarvan de oorsprong te vinden is in de geïndustrialiseerde positie van de stad. Men had en heeft er de DAF-fabrieken en natuurlijk Philips. Bedrijven die diep in de genen van de stad zijn terug te vinden. Ooit, lang geleden al weer bezochten we eens het Evoluon, een geweldig leuk doe/en kijkfestijn. Een presentatie van de toen nieuwe Philips Cd-spelers zorgde er voor dat wij ook zo’n ding kochten en er heel veel plezier aan beleefden.

WP_20150508_012Maar dat opvallende gebouw heeft een andere rol gekregen en de geschiedenis van Philips verpakte men sindsdien in een eigen Philips Museum dat echt in het hart van de stad te vinden is. Dat maakte ook dat rondrijden zo ‘aardig’, je kunt het met de auto eigenlijk niet goed benaderen. Slechts gele omleidingsborden (er wordt overal gebouwd en herbouwd) verwijzen naar het museum, maar dat is dan weer niet voor het parkeren bedoeld. Tamelijk verwarrend. Hert museum zelf is in een modern gebouw gevestigd, kent geen Museumjaarkaartklanten, althans die kaart werkt hier niet, dus de entree is 8 euro p.p. en 4 euro voor kinderen. Eenmaal binnen moet je echt zoeken naar de juiste route. Of dat nu komt door het nieuwe van de expositie of dat men er gewoon niet aan heeft gedacht, geen idee.

WP_20150508_014In ieder geval is wat je te zien krijgt aardig, redelijk informatief, maar ook wel een beetje aan de magere kant voor wat je betaalt. Veel reclame, medische artikelen, weinig tot geen werkende apparaten van vroeger en nu. In mijn tempo van kijken, ik scan eerder dan dat ik alles bestudeer, was ik in 20 minuten rond. Mijn gezelschap deed er 5 minuten langer over. Nee, dit is geen lekker museum waar je nu eens echt de toch niet geringe prestaties van het Philips-concern voorgeschoteld krijgt. Dat moet toch beter kunnen. Daarbij was het personeel niet zo van de vriendelijke, men controleerde meer dan dat men informeerde en dat hielp niet mee om het geheel een betere dan de huidige lage positie mee te geven op onze bezoeklijst. Het Philipsmuseum moet echt meer gaan doen aan museale taken en wat minder als Brandstore werken. Want betalen voor reclame is zelfs mij een gruwel. Zeker voor deze prijs.

Sponsoradviezen

Sonax 3Onlangs zag ik een nieuwsbericht voorbij komen waarin de BOVAG zich solidair verklaarde met haar leden. Niet dat men dit als belangenorganisatie al niet veel langer deed, nee het ging om iets waarover ik in mijn trainings- en coaching jaren altijd een uitgesproken mening verkondigde; sponsoring! Veel ondernemers in de mobiele sector denken dat zij er goed aan doen om de lokale sportvereniging te helpen met een geldbedrag. Dat is in feite ook zo hoor, niks mis mee, maar wat krijg je er dan voor terug? Wie alleen maar geld stort in de kas van een club of zo, moet dat zien als een schenking. Met sponsoring heeft het niks van doen. Een bord langs het veld is leuk voor de betrokken club, net als een outfit voor bepaalde elftallen of pakweg de jeugd van een wielerploeg. Maar wat verwacht je er van? Ik legde meestal uit, en doe dat hier graag nog eens, dat je voor elke sponsor-Euro er minstens drie moet zien terug te halen. Een sportclub moet meer doen dan alleen maar een beetje profiteren van jouw ondernemende  vrijgevigheid. Men dient in jouw merk te rijden, moet de leden stimuleren om langs te gaan bij de sponsor die de club overeind helpt te houden, en jij moet als ondernemer meer doen dan alleen dat geld overboeken.

01-SKODA-Superb-juryHet was voor veel ondernemers waarmee ik te maken had vaak een brug te ver. Men maakte geen plannen, men dacht er niet over na, volgde zelfs de resultaten niet van de sportclub, maar bleef wel altijd volhouden dat dit echte sponsoring betrof. Ik had (en heb) het in die situaties altijd over weggegooid geld. Schenk het dan aan een kringloopwinkel of voedselbank, maar geef het niet weg aan een sportclub. Voor sponsoring moet iets worden ingevuld, gedaan, uitgewerkt. En dat hoeft echt niet al te ingewikkeld te zijn. Zeker niet als je een beetje creatief bent op het gebied van publiciteit vergaren of reclame maken. Of het geld moet je als ondernemer op de rug groeien, dan wel aan de bomen rond het bedrijf als vruchten geplukt kunnen worden. Maar die hoop is vergeefs. Kortom, ik ben blij dat de BOVAG nu ook inziet dat men leden moet helpen om met die sponsoring een beetje professioneler om te gaan dan voorheen. Dat zal voor veel sportclubs wennen worden.

Hans Bovee LEX coachingOok al lopen daar de inkomsten ook niet echt op in deze lastige tijden. Samenwerken met een sponsor is soms heel plezierig en het leidt in goed overleg tot een hoop response voor de contractpartijen. Ja, ik noem specifiek het woord contract, want zonder dat is er geen sprake van goede afspraken. Kortom, een goed plan van aanpak, sponsorcontract, en dan aan de slag. Pas daarna het geld overboeken. Laat ik aannemen dat ook de BOVAG deze adviezen zal afgeven. Pas dan is sprake van een belangenorganisatie die het echt begrijpt!

Schrijfblokkade en herfst

HPIM7863_editedAfgelopen jaar besteedde ik veel tijd aan het schrijven van de meeste hoofdstukken voor een nieuw boek over mijn leven met (of voor) het mooiste automerk dat ik in mijn leven ben tegengekomen. ‘Against all odds’, bleef ik dat merk altijd trouw. Al was ik af en toe dan ook nog bezig met wat andere zaken dan het actief in de markt zetten van juist dat automerk. Het toekomstige boek beschrijft mijn jeugd, de wijze waarop de keuze voor dat merk tot stand kwam, mijn verhaal rond de verschillende bereden exemplaren, mijn werk voor een dealerschap en later mijn MT-werk voor de (huidige)importeur. Inclusief de controntaties met wonderlijke klanten, persmensen of collega’s die er geen hout van snapten (in mijn optiek dan..). Dat vloeide er allemaal snel uit en ook de beelden die ik wil opnemen zitten al in een vakje op de harde schijf. Daarbij moet er ook een verhaal in staan over de geschiedenis van een van de oudste merken die nu nog bestaan. Al een herkomst die start in de 19e eeuw. Als dat niet oud is….Maar voor ik de volgende stap zet, correcties, taalchecks en daadwerkelijke uitgave, moet er nog een laatste hoofdstuk worden gedicht. En daar ging of gaat het fout. Ineens vloeit het niet meer zo vlot uit de vingers, zit alles vast en stel ik de finale steeds weer uit.

WP_002808Komt deels doordat de wereld zo snel verandert dat bijvoorbeeld een relevante toekomst voorspellen redelijk lastig is. Ik zit al een maand of twee volkomen vast. En dat beperkt zich niet tot het boek. Ook het schrijven van mijn diverse blogs gaat me niet soepeltjes af. Ik moet er voor werken, zoeken, inspiratie opdoen. En dan nog kraakt het, net zoals de hiervoor in een ander verhaal al beschreven botten. Is het nieuw? Nee, het zit hem in de herfst volgens mij. Als de dagen korter worden en de temperaturen dalen vloeit het bloed niet meer zo vlot als ik zou willen en loop ik soms inspiratief vast. Vreemd verschijnsel, anderen zullen dat op andere momenten kennen, maar ik zit er nu maar mooi meer. Als ik het een beetje inschat kan ik niet eerder dan volgend jaar mijn nieuwe boek over ‘leven met….’ uitbrengen.

Skoda formule Vee 1972 Scan10168De inhoud is leuk zat om goed leesbaar voor iedereen aan te geven waarom een mens kiest om ‘het ware geloof’ uit te dragen en daar dan ook nog zijn beroep van te maken. Ik ben er van overtuigd dat in bepaalde kringen wordt uitgekeken naar mijn schrijfsels. Maar dan moet men nog even geduld hebben. Het komt er aan, maar nog even die laatste zinnen oreren. Nou ja, ik beschrijf een stukje persoonlijke geschiedenis die op professioneel gebied maar liefst vier decennia omvatte en deels zorgde dat het merk nu is waar ik het ooit wilde hebben. Mag het dan even wat langer duren ja?! Kortom, het komt er aan en als het creatieve kind geboren is zal ik ook hier vertellen waar je het kunt bestellen…:)