De wonderlijke wereld van printers en hun vullingen…

Een printer is niet veel meer dan een schrijfmachine die door jouw toetsenbord op je laptop of anderszins in beweging wordt gezet. Hij drukt af wat jij hem wilt laten afdrukken. Een stom ding, maar tegenwoordig best slim uitgerust. Je kunt er vaak mee scannen (noem het kopieren) en in sommige gevallen mailen of als dat nog bestaat, faxen. Er bestaan wat verschillende soorten printers, maar de meest gebruikte zijn de inkjet- en laserprinters. Een paar merken maken ze zelf, anderen laten dat over aan andere bedrijven. Canon doet het zelf. En in goede kwaliteit. Ik ben nu al een jaarthe of 20 vaste klant bij die lui en de gemiddelde printer gaat een jaar of 2,5-3 mee. Daarna zit de afvaltank vol en is een nieuwe kopen goedkoper dan de oude schoon laten maken. Noem maar eens een onderwerp waarmee het milieu beter gediend zou zijn. Bij andere fabrikanten gaat het vast niet zoveel anders op dit punt. Hoe dan ook, je koopt dan weer een nieuwe en tracht te snappen wat daar dan weer voor vullingen in zitten.

Vertaald…een vulling van een printer heet een cartridge. En daar wringt mijn ergernisschoen. Want ik heb nog nooit een opvolgende printer kunnen kopen die de cartridges van de vorige met liefde accepteert. Nee, telkens weer een andere soort. Wie net als ik niet zonder wil komen zitten op het moment dat een concept of een of ander geschrift uitgeprint moet worden, neemt van die dingen op voorraad. En als je dan van printer wisselt zit je al snel met een overbodige voorraad. Ik ben er zo een. Een bak vol. Allemaal nieuw gekocht. Met een houdbaarheidsdatum die ver uitstijgt boven die van die printers waarvoor ze bestemd zijn. Maar wie neemt die van je over? Ik heb het al eens geprobeerd tijdens een rommelmarkt. Alsof je griepvirussen tracht te verpatsen. Men kijkt er naar, trekt de neus op en loopt door. Nee, geen handel. Ook bij de kringlopers van dit land kom je ze wel eens tegen, maar als ze al nieuw zijn, nooit die soort die jij in jouw printer nodig hebt.

Ruilen zou een optie zijn, maar ik denk wel eens dat iedere printereigenaar zijn eigen cartridges heeft en niemand vergelijkbare exemplaren kan benutten. Bij mijn hofleverancier, een groothandel, hangen er voor mijn printer altijd net twee exemplaren. Een voor de zwartwit-kant van de teksten en een voor de kleurenfoto’s. Meer niet. En aan de prijs. Het verdienmodel voor deze apparatuur is natuurlijk nu net die cartridges. Want zo’n schrijver kost je vaak nog geen honderd euro. Kortom, het is een aardige handel. En ik ga nu toch echt eens nadenken wat ik met die nieuwe oude cartridges aanmoet. Toch maar naar de kringloop?? Wellicht! Maar voordien ben ik wel benieuwd wie onder mijn lezers hetzelfde ervaart als ik. Want ik kan daarin toch niet uniek zijn….toch??

Werk en vriendschap

Een van mijn verhalen onlangs leidde er ook toe dat er een reactie op de sociale media langs kwam die inhield dat ik vermoedelijk weinig vrienden had overgehouden aan mijn zakelijke carriere. Dat is opmerkelijk genoeg niet zo. Ik geef meteen toe dat het aantal ‘kennissen’ wel per branche verschilde en ook dat na mijn vertrek uit een bepaalde branche zekere contacten vervaagden zoals ik al opmerkte in dat eerdere schrijfsel. Maar de vriendschappen die er nu toe doen en zeker ook worden gekoesterd zijn vaak ontstaan doordat we eerst als collega’s met elkaar omgingen. Mijn oudste nog bestaande vriendschap is met een man die me ooit als 14-jarige inwerkte op mijn nieuwe plek bij een bank waar ik toen als kuiken zonder al te veel ervaring binnen stapte. Hij zelf is een jaartje ouder, had de fase van ‘jongste bediende’ afgesloten en mocht mij toen de les leren. Wij deelden veel, vooral de liefhebberij voor de vliegerij was een gedeelde passie en we waren (achteraf gezien) best wijs voor onze leeftijd.

De vriendschap ontstond en bleef. Tot op de dag van vandaag. En de dames die we beiden oppikten en ons leven inkleurden vonden elkaar ook aardig wat de vriendschap nog eens versterkte. Uit latere werkkringen kwamen ook mensen voort die ik nu tot mijn vriendenkring reken en die jaren later nog worden gekoesterd. Maar er vielen er ook heel wat af. Men had iets van me nodig, men accepteerde (..) mijn manier van werken of handelen. Zwart of wit, ‘eens zien wat we voor mekaar kunnen betekenen’. Het heeft me vaak weinig gebracht. En die mensen verdwijnen dan via een zijdeur uit je persoonlijke geschiedenis. Een andere leuk verhaal is de ontmoeting in Beieren die zou leiden tot een geweldige vriendschap die ook nu nog bestaat.

Al rijdend naar het thuisland van onze Tsjech in een tijdperk dat dit land nog anders heette en achter een IJzeren Gordijn verkeerde maakten we een plasstop langs de snelweg vlakbij Neurenberg. Op de parkeerplaats ontmoetten we een echtpaar dat in een soortgelijke auto ook vanuit Nederland op weg was naar die eindbestemming. En naar bleek behoorde bij het dealergezelschap dat door de importeur was uitgenodigd rijdend richting fabriek te komen. We reden later achter mekaar aan, hadden de grootste lol in dat prachtige (maar toen zo grijze) land Tsjecho-Slowakije en bleven vrienden voor het leven. Intussen alweer 39 jaar. Dat vieren we uiteraard en we genieten van de lol die we nog steeds samen hebben. Door dik en dun, bij hoogte- of dieptepunten. Dat is vriendschap ook volgens mij, onbevooroordeeld, zonder al te stroperig te hoeven zijn. Niet eens elke week elkaar ziende, misschien juist wel niet. In de meest recente fase bleek het www een bron van mooie en gewaardeerde contacten. Vriendschappen die passen als een handschoen en net zo worden gewaardeerd als die oudere en fysiek bevestigde. En zo heeft elke levensfase zijn eigen vrienden opgeleverd en waarderen we die ieder op zich en op de eigen wijze. Het valt dus nogal mee. Alleen die luchtvaartwereld, die bracht niet zoveel. Wellicht te vluchtig van karakter of zo….

Bellen..

WP_000784‘Joh, je moest eens weten hoe ze in elkaar steekt, dan zou je niet zo lief over haar praten…..’ ‘ Ik heb onlangs nog even met haar apart gezeten. Ze had zelf haar schema geruild met een collega zonder haar chef in te lichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat ik dat echt niet pik en dat ze kan rekenen op een stevige reprimande. Ook zorg ik dat ze haar overuren niet uitbetaald krijgt voor die extra diensten..’ ‘Ik had gedacht dat we bij dat kleine tentje konden eten, die Griek, of was het nou een Italiaan…..huh? Ja die! Leuk…zie ik je zo’ ‘Ik weet zeker dat hij van mij houdt, alleen laat hij dat zo zelden merken. Maar ik ben nog steeds gek op hem hoor….haha!’ ‘Zullen we weer eens lekker gaan shoppen? Zin in. Wanneer kan jij? Dan maken we meteen een afspraakje….leuheeeukkk’ Zie hier een overzicht van wat zinnen die ik in de openbare ruimte opving van kwebbelende dames. Alles via de mobiele telefoons wereldkundig gemaakt. Op een niet mis te verstaan volume, op heel verschillende plekken. Maakt niet uit of je nu in de trein of metro zit, of dat je naar een evenement als de Uitmarkt bent voor je culturele bagage. De dames kwekken er wat op los. En als je goed oplet speelt emotie een grote rol bij al die gesprekken.

WP_002554Ook oudere dames bellen veel met die dingen in het openbaar. Vaak net even te luid. Alsof ze duidelijk willen maken dat ze ook zo’n apparaat bezitten en dat het dringend nodig is om alles wat oma met de kleinkinderen deelt ook met de rest van de wereld moet worden bekend gemaakt. Mannen bellen ook. Net zo luid, soms net zo interessant (..). Maar het gaat veelal over heel andere dingen valt mij op. Zoals: ‘Nee…joh, dat kan niet, daar heb ik nog geen concept voor geschreven en dat moet dan via afdeling Controlling, je kent het fenomeen toch?’ ‘Ja, ik heb er intern over gehad. Nee, ze willen er domweg niet aan. Wat ik ook doe, net of ik niet wordt gezien. Natuurlijk spreek ik er met mijn meerdere over, maar die doet net of zijn neus bloedt. Ik zal hem nog eens een mail sturen want dit kan natuurlijk niet. Zo frustrerend allemaal’. Zakelijk, belangrijk doenerij, concepten en rapporten, overleg, afspraken, en joviaal tegen mensen die vermoedelijk in het echte leven geen rol van betekenis zouden spelen.

WP_003036De smartphone als vervanger van de computer, het Whatsappen als vervanging voor de mail of brief. Concepten spelen een rol, de carrière. Maar veel emotie komt niet boven. Wat me ook opvalt is dat veel mannen op lagere toon en volume spreken over hun zakelijke beslommeringen dan dames over de emotionele. Zijn wij dan zo anders als mensensoort? Blijven leuke observaties. Met een vraag als conclusie; hebben jullie dat zelf ook dat je zoveel deelt als je zit te bellen waar andere mensen het kunnen horen? Zelf bel ik zelden of nooit. Ik word weleens gebeld, maar dan houd ik het kort. Soms zeer kort! En jullie??

Geluidsgenot

Maserati Quattroporte - schoonheidEerder al schreef ik hier over mijn rammelgevoeligheid.  Maar ik denk zelf dat ik vooral een beetje geluidgevoelig ben. Ik kan namelijk ook enorm genieten van het geluid dat auto’s of vliegtuigen maken. Ik hoor een tram op afstand knerpen door de bocht en vind zelfs een levendige haven prachtig door het geluid dat er vaak in een combinatie van indrukken tot me komt. Schepen, water, meeuwen, geklots en getoeter. Mijn gekte (..) op dit punt gaat zo ver dat ik vrij simpel de diverse vliegtuigen of auto’s van elkaar kon (of soms nog kan) onderscheiden. Zelfs binnen een bepaald type of model hoor ik nuanceverschillen. Een Caravelle VI was een oorverdovend krijsend toestel, vooral op de grond, een (meer gebruikte) IV had een lagere en meer draagbare toon. Het gedreun van zuigermotoren, het doet me iets. Geldt ook voor een gorgelende Amerikaanse V8 automotor.

SAIL2005.P1010025Toen ik zelf nog met dergelijke auto’s reed vond ik het starten van zo’n enorme motor een genoegen. En liet ik de auto even draaien voor ik ging rijden. Dat geluid is echt prachtig. Net als een Harley Davidson motorfiets. Kan me zeer bekoren, ook al ben ik dan geen lid van een motorclub of zo. Als je een motor koopt, dan een Harley, want geluid en trilling van dat blok zijn opwindend mooi. Onlangs werden we in de inmiddels bekende tunnel bij Utrecht (A2) ingehaald door een Maserati Quattroporte Sport GT. Voor wie niet weet wat dat is, het lijkt op een zakelijke sedan, maar is in feite een in een Boss-kostuum verpakte supersportwagen. Een V8 van 4,7 liter brengt daar 440PK naar de wielen en doet dit met een waanzinnig mooi geluid. In die tunnel kon de eigenaar van de Italiaanse volbloed het kennelijk niet laten om even vol gas te geven en de enorme brul van de motor te laten galmen door die tunnel. Het was ook mij een meer dan groot genoegen.

32523 - MDC DC-3 PH-MAA MAC Scan10007Ik kan me voorstellen dat je dan met een brede glimlach in je leasebak zit. Logisch! Bij vliegshows was ik altijd in voor een traktatie als er weer eens wat oude oorlogskisten voorbij kwamen. Dikke Rolls Royce Merlins, zware Pratt & Whitney’s, knerpende Wright’s of van die roffelende Bristol Herculessen. De gillende Rolls Royce Dart turboprops of de doffe suis van een Electra die zijn Allisons op volle toeren gebruikt om op te stijgen. Heb je er oog voor krijg je een bredere ijk op het begrip schoonheid. Trouwens, ook bij mensen gaat die combi op. Mooie mensen moeten naar mijn mening ook een dito geluid voortbrengen. Een fraaie vrouw past bij een stem die je doet smelten. Praat ze plat en veel te luid, of gebruikt ze mannelijke krachttermen knap ik af. Zo is het ook met al die roerende zaken die mij zo ontroeren. De combi, dat is het hem en daar kan ik met de ogen dicht van genieten.

Vroegste woonbuurt…

AEMW - Amsteldijk hk Kuiperstraat tram (1971)Niet dat ik nu meteen veel behoefte had om mijn jeugd terug te halen voor dit blogverhaaltje. Het ging me meer om de straat waar ik mijn prilste jeugd doorbracht. Tegenwoordig behorende tot het deelgebied de Pijp, een langzaam aan trendy geworden woonwijk aan de zuidkant van het Amsterdamse centrum. Die straat lag na de oorlog in de zgn. Schilders buurt van Oud-Zuid, die zich uitstrekte van grofweg de Stadhouderskade tot de Tolstraat. Alles wat daarna werd gebouwd viel onder de Diamantbuurt of plan Nieuw-Zuid, waar Berlage en collegae nog een rol speelden bij ontwerp en inrichting. De kant van de straat waar wij opgroeiden week in bouw flink af van de rest van de straat. De verdeling tussen die straatdelen werd gevormd door de Van Woustraat, wat indertijd de verbindingsweg was tussen het centrum en de (huidige) A2, van Amsterdam naar Utrecht. Wat er aan onderscheid in de bebouwing bestond in die woonstraat uit mijn jeugd, leek vooral voort te komen uit het feit dat die straatjes ooit aan de uiterste rand van de stad hadden gelegen en als buitengrens leunden tegen de Gemeente Nieuwer Amstel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe gekanaliseerde en brede Amstel was aan de zuidoostelijke zijde een natuurlijk barrière. In onze straat kwam je bijna per blok een andere bouwstijl tegen. Ons huis week in veel onderdelen af van de huizen aan de overkant, maar ook tien nummers verderop bouwde men ooit een totaal ander soort huizen. Hoog en laag, luxe en meer gericht op arbeiders, het stond dwars door elkaar. Waar de grote garage van autoverhuurder en toen nog transporteur Ouke Baas was gevestigd keek je aan tegen 20e eeuwse nieuwbouw, van de soort die je nu nog overal in Amsterdam terug ziet. Tegenwooordig weer opnieuws gewaardeerd, toen best modern afwijkend. Op de hoeken van onze straat, waar deze grensde aan de Van Woustraat, zaten grote winkels. Maar ook om ons heen vond je behoorlijk wat middenstanders hoor. Van een tv-winkel tot een melkboer, van een bakker tot een kruidenier en natuurlijk een kolenhandel. Opvallend waren de kleine huisjes een stukje verder in onze straat en de wonderlijk knik in de straat die voor ons bij het brommer rijden zo geweldig was om hard overheen te rijden. Je moet je echt voorstellen dat je dus een deel ‘beneden en boven’ die knik had, in een straat die op zichzelf niet eens zo heel lang was.

Willebrorduskerk Amsterdam 455Waar die bult in de straat vandaan kwam weet ik echt niet, wel dat op het ‘verloop’ in de trottoirs veel door ons kinderen werd gespeeld. Men had daar keurige trappetjes gemaakt, beetje Parijs in Amsterdam. Ook de straten naast ons, als ze maar tegen de Amstel aan leunden, kenden die dorpse huisjes. Zag je verder nergens, want in de 19e eeuw waren de meeste straten in dit gebied vol gegooid met strakke arbeiders-woonkazernes. Het is dus vermoedelijk zo dat we in een gebied leefden dat ooit aan de buurgemeente had toebehoord, langzaam aan door de gemeente Amsterdam werd verworven op Nieuwe Amstel en dat al die huisjes werden geïntegreerd in het grotere stratenplan van de vroegere buurt Zuid. Om het geheel nog af te ronden bouwde Kuypers hier zijn enorme kathedraal, de St. Willebrordus buiten-de-Veste. Was al die jaren een hoeksteen in de veelal katholieke samenleving. Verdween intussen al vele jaren geleden, net als de bevolking van die straten uit de jaren van weleer. Als ik er nu wel eens langs loop kijk ik niet met veel nostalgie, wel met belangstelling. Vooral naar de schoonheid van sommige panden, waar ik vroeger geen oog voor had. Maar het is wel aardig dat ik eigenlijk nu weer op het grensgebied leef van die vroegere buurgemeenten. Zo is de cirkel toch weer gesloten.