Fietstocht morgen!

Morgen zou het weer de jaarlijkse optocht van naakte fietsers door het centrum van Amsterdam geven. Altijd een leuk evenement, al moet je het weer wel een beetje mee hebben natuurlijk. Zeker in een stad als de onze waar men elke regel aan de laars lapt weet men deze optocht wel te waarderen. Meestal komen er minstens 200 deelnemers bijeen (worden er nu heel wat minder i.v.m. het Corona-gedoe) om zich al dan niet kleumend te laten aanschouwen op hun tocht van Nieuwmarkt naar Vondelpark. Waarom men dit doet ligt vooral in de geschiedenis. Ooit liepen hier in de stad Wederdopers door de straten die vonden dat naakt zijn de ware mens als gelovige liet zien aan de boven ons gestelde goden. Het liep slecht met hen af. En door de jaren heen werd deze groep herdacht door hen die er al snel een ander stukje invulling bij zochten.

In de jaren zestig deden er soms wel 1000 mensen aan mee, maar toen was men ook nog op weg naar de beha-verbranding en bevrijding van het vrouwelijk lijf. Later herdacht men er mensen mee die aan vreselijke ziekten als Aids waren verdwenen van de aardkloot. Ook toen kwamen vele honderden voorbij om zich de naakte huid toe te vertrouwen aan het weer en de fiets. Tegenwoordig is het vooral een ludieke tocht die aandacht vraagt voor de toenemende vertrutting en ontkenning van het bloot zijn door gefrustreerden of mensen met teveel taboes. Sommige deelnemers zijn al vele jaren aanwezig en dat is aan hun blote lijven te zien. Bij anderen kwam het gevoel van naakt protesteren juist kort geleden en zo is er een prachtig vermenging van oud en jong, man en vrouw, homo of hetero. Er is maar een restrictie van toepassing, geen elektrische fietsen!

Dat zou de stoet ook te veel uit elkaar trekken. Men wil toch juist als groep een statement maken. Kortom, wie ook mee wil doen, van harte welkom. Namens de organisatie geef ik als meninggever even aan dat de tocht morgen om 11 uur vertrekt van de Nieuwmarkt en dan door de Damstraat, Dam, Rozengracht en Mauritskade naar het Vondelpark rijdt. Geklede mensen zijn niet welkom, al zijn mondkapjes wel toegestaan en dat men minstens 1,5 meter uit elkaar rijdt en staat. Ik neem aan dat zij die niet meedoen maar deze groep wel een warm hart toedragen langs de kant staan met warme thee en wat lekkers? Met een beetje goede wil komt men na de finish samen in het Vondeltheater om nog wat leuke dingen door te praten. Veel succes! (Om op tijd te kunnen vertrekken vraagt de organisatie om het liefst een half uur voor vertrek aanwezig te zijn voor Cafe ‘De Wilde Markt’, waar een mobiel toilet beschikbaar is en ook een verkleedplek Uiteraard in deze tijden met veel reingingingsmiddelen en stapels toiletrollen .)    

100 jaar oud – zonder echte seksbeleving…

Onlangs zag ik op TV een aardige aflevering uit een serie die door SBS was geproduceerd en Gordon als presentator had. En wat je ook van die man wilt of kunt zeggen, omgaan met ouderen is wel zijn dingetje. Hij doet dat op zijn Gordons, brutaal, soms bijna plat maar wel met resultaten. Je moet er om lachen of niet, maar wat hij aansnijdt in die ouderenwereld is soms best confronterend. Dit keer ging zijn reeks over 100-jarigen. En daar zitten een paar portretten tussen. De een pinnig en sterk nog, de ander toch lichamelijk broos en verlangend naar een vredig einde omdat ook kinderen, partners en familie intussen het aardse voor het eeuwige verwisselden. In die bewuste uitzending had hij een hoofdpersoon die intussen 102 jaar oud was en nog zelfstandig leefde in een geweldig groot huis vol herinneringen, maar ook met een tuin waar hij zijn eigen groenten en fruit verbouwde. Een van zijn zoons hielp hem, want zicht en gehoor speelden parten. Zijn humor niet. Die was nog volop aanwezig en daarbij ook zijn interesse in alles wat nog om ons heen plaatsvindt.

Letterlijk, want hij verdiepte zich in de kennis over de kosmos. Luisterboeken hadden zijn leesboeken vervangen, maar dat deed niets af aan zijn levenszin. Overigens kenden wij de man. Wij kwamen hem wel eens tegen op een bij toeval ontdekte behandelplek voor mensen die een stapje extra willen zetten richting genezing van lastige kwalen. En daarbij maakte hij zelf reclame voor zijn optreden ‘over een paar weken’. Geen moment spijt gehad dat we dit advies hebben opgevolgd. Wat zeer veel indruk maakte was zijn levensverhaal. Want dik 50 jaar getrouwd geweest, binnen het katholieke geloof van toen, en met zijn vrouw uiteraard geen seks voor het huwelijk. Erna eigenlijk ook niet. De beschrijving was bijna stuitend. Nooit had zijn vrouw enige interesse getoond in seksuele activiteit, hij mocht haar in al die jaren samen nooit ook maar een keer naakt aanschouwen, wel ‘bevruchten’ want ze hadden naar ik meen 5 kinderen verwekt samen. Seks was ook afgelopen toen die nakomelingen er waren en zijn vrouw ‘het wel genoeg vond’. En scheiden was er niet bij natuurlijk, want wat de pastoor had verbonden mocht niet worden verbroken.

Maar in de woorden van de oude heer klonk daarover toch wel wat spijt. Overdag waren ze prima maatjes geweest, maar de nachten waren kil en eenzaam. Als je dan dik 100 bent en je moet constateren dat je deze fase in je leven feitelijk bent overgeslagen, nooit zult weten hoe het kan zijn als je wellicht een iets levendiger type zou ontmoeten, het lijkt me geen fijne constatering. Want als een ding de mens is gegeven is het toch wel de gave plezier te onttrekken aan alles wat met seksualiteit van doen heeft. Al zijn er nog zo veel heilige boontjes die het tegendeel beweren. Vroeg geleerd is oud gedaan, nooit geleerd is inderdaad nooit gedaan. Van alles wat de oudeheer in dat programma vertelde maakte dit toch wel veel indruk. Het lijkt mij een soort van verloren leven. Al zijn er natuurlijk meer mensen (ik denk aan a-seksuelen die er vanuit de genen niets aan vinden) die zo kunnen leven als ik hiervoor beschreef. Wie het weet mag het zeggen. Maar frustrerend lijkt het me wel. (Beelden: Yellowbird archief)

 

Slaapdracht….

Vroeger, ik praat over mijn jeugd, was slapen in de toen beschikbare kamer die gelegen was aan een trappenhuis, met enkel glas aan de straatkant, ‘s-winters iets wat je deed met twee lagen nachtgoed aan. Onder dikke dekens, tegen eventuele winterse kou. Zo koud werd het in die jaren soms dat de vorstbloemen op de ramen stonden. Als we geluk hadden kregen we een hete kruik mee om de ruimte onder de dekens iets op te warmen. Een dikke pyjama was standaard, soms zelfs met extra sokken aan. In de zomer was die kamer relatief koel, ik herinner me geen overdreven warmte op dit punt, maar dat stond ook symbolisch voor de sfeer in huis…. Later, in andere omstandigheden en in comfortabeler behuizing, werd de nachtdracht steeds schaarser. Al was het maar omdat je intussen ook samen met je partner het bed deelde.

Dan werd ‘Less is more’ uitgangspunt. Al decennia lang draag of bezit ik geen pyjama meer. Wordt het koud trek ik nog net een T-shirt aan voor de nacht, maar als de temperaturen zijn zoals de afgelopen zomerse maanden is de huid mijn buitenste bescherming. Het is bewezen gezonder voor je en je slaapt er ook beter door. Toch zijn er mensen die zweren bij relatief omvangrijke of dikke nachtkleding. Het preutse Amerika laat ons bij zowat elke film of serie zien dat mensen zelfs na de meest hartstochtelijke liefdesscenes toch wakker worden in hun pyjame of flanellen nachthemd. Kennelijk is dat iets waaraan ze gewend zijn vanaf de jeugd en zonder dat de slaap niet wil komen. In vroeger tijden sliepen mensen in de meest wonderlijke outfits. Nachthemden voor mannen en vrouwen gelijk, gemaakt van dikke stof, gedragen over dik degelijk ondergoed, puntmuts op het hoofd en bedsokken aan. In een alkoof zodanig klein dat ze rechtop sliepen. Kinderen niet anders gewend.

Dus die namen deze gewoonte over. Maar hoe is dat nu? Zagen of zien ze nu dat onze ouders zich nog steeds helemaal bedekken met stof? Of slapen de ouders in hun nakende niksie en nemen ze dit dan over. Wat is nut of noodzaak van die nachtkleding?? Het is een raadsel wat me onlangs ineens in viel. De waaromvraag! Tuurlijk, als je in gezelschap bent met anderen is het wellicht te confronterend om je naakte wezen in gezelschap te tonen maar verder? Wat geeft die kleding aan comfort extra? Wat is het gevoel daarbij? Ik weet het niet. Maar dat geldt wel voor meer zaken. Dat ik het niet weet maar wel de nieuwsgierigheid op breng om het aan te kaarten. Opdat we in de winterse maanden die nu al weer snel op ons afkomen een beeld krijgen van snurkende lieden die zich wapenen tegen koude en eenzaamheid of juist uitpakken wat getoond mag worden in liefdevolle omstandigheden. Dus…medebloggers en lezertjes….naakt of flanel? Gewoonte of bewuste keuze? Kom maar op met de antwoorden…..

Bakken…

Wie mij de afgelopen jaren regelmatig heeft gevolgd weet dat ik niet zo van de stranden ben. Hoe fraai het weer is, hoe warm ook, laat mij maar in de schaduw zitten of lopen. Lekker in de relatieve koelte, niks zand en verbrande lijven. Ook al zijn sommige van die lijven het aanzien meer dan waard, daar hoort het mijne niet bij. Ik ben bijna van het Brits-transparante huidtype, dus wit van kleur en kan slecht tegen de invloed van de zon. Die volgens alle milieugekkies en andere onheilsprofeiten toch al een slechte invloed heeft op onze lijven als we er te veel gebruik van maken. Die zon is onze bron van bestaan, maar je hoeft de affectie niet te overdrijven. Toch heb ik in het verleden best vaak stranden bezocht, er zelfs op gelegen. In de tijd dat dit nog een echt uitstapje was. Zandvoort was de standaard badplaats van de gemiddelde Amsterdammer, Bloemendaal voor het iets chiquere deel van de bevolking en veel Noord-Hollandse badstekken voor hen die al dan niet in een vakantiehuisje of caravan van de zomer(vakantie) genoten. Meestal bleef het voor mij persoonlijk bij een haat/liefde-verhouding.

Ook in het buitenland wilde ik wel eens een enkele keer het strand uitkiezen als bestemming. Meer voor de andere leden van ons gezin dan voor mij zelf. Ik was en ben niet zo van het Spaanse of Turkse. Portugal kon me meer bekoren. De Algarve met haar toen nog vaak wat ongerepte witte stranden waar langs rode rotsen en groene bomen of struiken prachtig combineerden met de blauwe zee en dito luchten. Ik kwam er dan nog wel eens chocoladebruin vandaan. All-over, dat spreekt, want bloot was toen nog niet taboe. Heel anders verliep mijn strandervaring op het op zich erg fraaie eiland Grand Canaria. Playa des Ingles als onze verblijfstek (helemaal fout in veel opzichten) en een soort woestijn om de hoek. Ook daar kon je in de blote billen over het enorme strand paraderen, was vrij normaal nog toen, maar de invloed van de zon was zo rond of op de evenaar van een ongekende en andere orde. Blaren op de voeten en een vuurrode huidskleur. Britser kon niet. En daarover gesproken….dat eiland werd overstroomd door Britten die met name ‘s-nachts tot leven kwamen en zich zes slagen in de rondte dronken.

Overdag vielen ze dan massaal op het strand in slaap en waren echt doorgebakken als ze wakker werden. Zoveel ‘gekookte menselijke kreeften’ als toen zag ik nooit eerder. Wat die lui soms bezielde was me een raadsel. Was ik nog een kind bij. Gelukkig maakten we veel gebruik van de regionale bussen, excursies en wandelden ons mal in de zon, maar dan zag je meer dan dat wat Adam en Eva elkaar in het Paradijs toonden. Het bleek leuker te zijn dan gedacht, maar dan moest je wel weg van die stranden. Nog steeds ben ik een beetje ‘anti-strand’ als het er op aankomt. Al is een wandeling in het najaar over een strand dat leeg is en min of meer bevolkt door de bij die omgeving behorende dieren nog wel aantrekkelijk. Met onze lieve hond Purdy wandelden we nog wel eens door duin- en strandgebied bij IJmuiden. Dat was altijd leuk. En je kon dan ergens koffie drinken in een strandtent die ook honden welkom heette. Dat waren nog eens tijden…. Maar voor de rest? Dakje, airco, koelte, boek, ontspanning. Of een stedentrip(je). Meer heb ik niet (meer) nodig. Later vertel ik daar meer over! Dus…braden jullie maar lekker. Ik zal het niet nadoen en ben ook niet jaloers. (Beelden: Yellowbird archief)

Ridder…

Natuurlijk kwam het door de sprookjes en verhalen die zijn vader en moeder hem tijdens zijn jeugd hadden verteld. Over avonturen die ridders en prinsessen allemaal beleefden in een ver land vaak in vroeger tijden. Maar het kwam ook omdat hij voor zichzelf meende sterk genoeg te zijn om als ridder door het leven te gaan. Hij trainde er voor, leerde zichzelf zwaardvechten (met een stok) en bestudeerde hoe die ridders omgingen met de schone jonkvrouwen om hen heen.. Hij nam die manieren over. Maar hij moest ook gewoon studeren en later werken. Maar als hij lag te dromen kwamen die ridders weer voorbij. Staken hun lans vooruit en doorboorden vijanden die de jonkvrouwen belaagden. Op een nacht was hij weer eens onderweg op zijn witte paard in volle wapenuitrusting en rook toen een lucht die nog het meest leek op die van een houtvuur waarop iets werd gebraden of zo. Maar ook rook hij zwavel. Voor de zekerheid het zwaard er maar even bijgepakt en het paard inhoudend tot een stille stap. Achter een paar bomen zag hij wat dit lucht veroorzaakte. Een enorme draak. Lelijk, stinkend, groen van kleur, maar af en toe rood oplichtend door het vuur dat hij uit zijn bek wist te spuwen in de richting van iets dat de stoere ridder niet kon waarnemen vanaf zijn positie. Langzaam liet hij zijn nu toch wat onrustige paard vooruit lopen. Op een soort platte steen lag een fraaie jonge nauwelijks geklede, dame uitgeteld van emoties en zij was duidelijk in de macht van dat enge dier.

Het enige wat zij nog droeg waren eigenlijk haar lange blonde haren. Haar gezicht was vredig. Maar ze leek wat op iemand die hij van elders kende. Maar dat was nu niet zo belangrijk. Orde op zaken moest worden gesteld. Hij klapte het vizier van zijn helm dicht, pakte zijn lans in de rechterhand en zijn zwaard in de linker, hield ook nog zijn teugels in de hand en gaf zijn paard de sporen. In volle galop ging hij op de draak af…Die draaide zich om en keek hem met bloeddoorlopen ogen aan. Ging rechtop staan, hield zijn voorpoten met enorm lange nagels klaar om een klap uit te delen, maar de ridder was hem voor, maarkt een schijnbeweging en stak de lans diep in het diers onderlijf. Dat brulde, en blies zijn vlammende antwoord over de ridder heen. Die voelde dat hij verbrandde…hij gilde. De hitte was verschikkelijk. Wat was dat een opvallend geluid wat hij nu hoorde. Doodsnood van dat afschuwelijke dier? Hij keek rond maar zag niets. Ook de naakte prinses was verdwenen. Net als de draak…. Toen hij wakker werd voelde hij dat hij zweette als een otter. En hij had het verschrikkelijk heet…..Keek eens om zich heen en zag dat de elektrische deken nog aan stond. En zijn wekker ging maar steeds af. Het geluid wat hij had gehoord. Nog wat duf liep hij naar de badkamer en begon aan zijn vaste ritueel. Toen hij net onder de douche stond en zich had ingezeept ging de deur open en stapte een fraaie naakte vrouw met lange blonde haren bij hem in de natte ruimte. Hij herkende haar meteen. De vrouw uit zijn dromen. Zij kwam hem even bedanken voor zijn heldhaftige optreden. Wat hij niet kon zien was haar oogopslag. Groene ogen die zich samenpersten tot gemeen uitziende spleetjes. Maar hij vierde in stilte zijn overwinning…De kreet die een paar minuten later bij de buren door merg en been zou gaan was het laatste wat men van de buurman en zelf benoemde ridder had gehoord. Hij was nadien verdwenen. Spoorloos….En niemand wist of hij nog lang en gelukkig leefde…echt niemand!

Dappertje Dip…

Onlangs las ik ergens dat een slechte zomer als bijeffect heeft dat veel mensen in de daaropvolgende winter een dip ervaren. Niet zo maar een dip, een echte depressie zelfs. Zon te kort gekomen, te weinig kunnen genieten van de zomerse ontspanning. Dat is best opmerkelijk. Zeker in ons klimaat is de kans op een slechte zomer redelijk groot. Kijk nu eens naar wat we dit jaar meemaakten? Het was pas laat een beetje warm, daarna heet en droog, maar we werden getrakteerd op de koudste en natste september ooit. Als dit dan maar goed gaat in de komende koude maanden. Maar het is ook echt Hollands. Wij zitten nu eenmaal in een zeeklimaat en als de wind in de zomer een beetje verkeerd staat zit je constant in een aanvoer van slecht weer. Ben je dan niet van het in de zon zitten kom je dat dus later op dat punt te kort. Fysiek schijnt dat wel bewijsbaar.

Zo zijn moslima’s die zich naar cultuur en geloof onderwerpen aan de kledingvoorschriften uit het oorspronkelijke thuisland, bekend om hun vitamine D-gebrek en dat leidt al snel tot ellende. Het bedekken van het lijf zorgt voor veel ellende en klachten. Omgekeerd zijn blootlopers weliswaar mooi bruin maar moeten die opletten dat ze geen akelige gezwellen aan of op de huid oplopen. Maar dit terzijde. Vrolijk zijn die blote mensen meestal wel weer en dat zegt toch ook iets. Zelf ben ik zeker ook gevoelig voor dipjes. Gewoon een dag dat je het even niet ziet zitten. Je ‘moet van alles’ en doet uiteindelijk niks. Het komt niet uit de vingers. Dan kan ik mijzelf wel slaan (wat ik nooit doe hoor….te pijnlijk). Maar is dat niet iets wat iedereen weleens heeft?! Bij een tegenslag of zo. Of als je weer eens niet begrepen wordt, geen werk kunt vinden, of als je zorgen hebt om dit of dat?

Een depressie is wel van een andere orde. Zelf heb ik af en toe last van migraine. Heel vervelend. Ik schreef er al eens eerder over. Sluipmoordenaar die toeslaat als ik het niet verwacht. Al weet ik achteraf altijd wel dat ik een dag of twee eerder last had van een dip. Een op een met elkaar verbonden? Ik ben blij dat ik deze zomer genoten heb van het mooie weer wat er ook regelmatig was. Wellicht helpt het de komende wintermaanden redelijk door te komen. En als dat niet voldoende is dan neem ik wel een vitamine-D-pil. Die helpen ook. En hoe zit dat met jullie Bloggers en meelezers? Last van dips, depressies of iets dergelijks? En komt dat dan door de donkere wintermaanden of toch meer door invloeden van buiten of binnen? Laat eens weten als je wilt…..(Beelden: FlickR/Yellowbird)

Schilder zonder perspectief…

Het feit dat je de buurman/vrouw bent van een bekende kunstenaar of musicus maakt jou zelf per definitie ook niet meteen tot een bekende of beroemde persoon in dat genre. Zo overdacht ik op een bankje voor het Amersfoortse stadsmuseum Flehite onlangs de expositie over Gerard Hordijk. Een schilder die leefde en werkte in de periode van de De Stijl. Een stroming binnen de Nederlandse schilderkunst. Hordijk was de buurman van Piet Mondriaan en samen zochten ze hun weg richting beroemdheid met de schilderskwasten in de hand. Kijkend naar de werken van Hordijk vraag ik me wel af of de keuze voor deze man de juiste was.

Weinig van zijn tot moment van bezoek expositie onbekende schilderijen of andere uitingen overtuigen door hun kwaliteit. Zijn figuren en portretten zijn qua perspectief echt niet correct uitgevallen en zijn kleurgebruik is voor mij ook niet overtuigend genoeg. Opvallend is dat Hordijk in zijn tijd zeer succesvol was en dat Mondriaan vaak bij hem moest aankloppen voor geldelijke ondersteuning. Anno 2017 is dat helemaal omgekeerd. Had ik deze expositie niet gezien zou ik nooit geweten hebben dat die Hordijk ooit schilderde. Eigenlijk stond hij ook in de slagschaduw van zijn nu zo beroemde buurman.  Pas in 2006 is Hordijk weer op de agenda gezet door een kunsthandelaar die wel iets zag in deze schilder.

En die er ook voor zorgde dat een deel van zijn werken nu in dat verder fraaie en interessante Amersfoortse museum zichtbaar is geworden. Het mag van mij hoor, maar ik ben niet zo overtuigd van ’s-mans kwaliteiten. Mondriaan kan intrigeren, dat beeld krijg ik bij Hordijk niet. Al was het maar omdat hij zelfs blote dames niet in perspectief krijgt. Er mankeert altijd wel iets aan een figuur wat hij in the nude tekende of schilderde. Kortom, voor mij hoeft het niet, maar ik vrees dat ik nu enorm vloek in de kunstkerk. Wie het toch wil bekijken, in Museum Flehite aan de Westsingel 50 in Amersfoort draait die expositie nog tot en met 22 oktober a.s. Naast deze expositie hebben ze nog veel meer te bieden hoor, al was het maar de geweldig leuke vaste tentoonstelling over Eysink, het motorenmerk uit Amersfoort, en een indrukwekkende expositie over de Tweede W.O. De locatie is geweldig en de kostprijs goed te doen. Museumjaarkaart zorgt voor gratis toegang.

De N van Naaktheid

De N van Naaktheid – Onlangs was er in Londen  net als in onze stad een ‘Naked Bike ride’ voor een of ander doel. Vaak georganiseerd vanuit de milieuvriendelijke gedachte dat het naakte bestaan wordt bedreigd door alles wat riekt naar moderniteit. Zal vast iets in zitten, maar om nu naakt door een stad heen te rijden op een fiets waarvan je weet dat het zadel bepaalde delen zal voorzien van blaren en littekens die nooit meer weggaan lijkt mij helemaal niks. Nu was 85% van de deelnemers van mijn leeftijd en man, de rest bewoog zich in de hoek van de dames en jongeren. Naaktheid is echt iets geworden voor de ouderen. Ook nudistencampings merken dat aan hun ledenbestand (..). Jongeren zijn preutser dan ooit geworden. Het strand is het bewijs. Niks topless meer, geen strings als bedekking. Nee, bikini’s van enige degelijkheid zijn de norm en de zwembroeken van de mannen zijn tegenwoordig tot op de knie uitgezakt.

De vroegere Speedo’s zijn voorbehouden aan gewichtsheffers en zangers van twijfelachtig allooi. Het waarom van de afzwering van de naaktheid zit deels in de nieuwe samenleving. Vrouwen willen geen ‘prooi’ zijn van allerlei types die menen dat zij in het Paradijs zijn gedropt en elke vrouw als Eva mag worden gezien of beetgepakt. Waarbij zij zelf de rol van onuitgenodigde Adam willen spelen. Gewend als ze zijn aan van top tot teen ingepakte vrouwelijke wezens, is naaktheid voor hen een teken van duivelse invloeden, maar wel een die lekker smaakt. Wat je ook ziet is dat de jongere generatie überhaupt minder heeft met naaktheid, al leeft men wel met sociale media waar dit fenomeen met dragline-scheppen wordt aangeboden. Kennelijk is dat interessanter dan het echte werk. Nu is naaktheid heerlijk. Als je dat doet op plekken waar het kan of past. Onlangs las ik dat nu ook in de sauna 45% van de mensen daar kleding aanhoudt onder druk van de omstandigheden. Ook kleedkamers van sportclubs kennen het fenomeen.

De douche wordt niet meer gebruikt zoals ooit bedoeld, maar daar zijn geklede zichzelf wassers heel normaal geworden. De norm is dus vertrutting, en als je ook maar een beetje progressief bent in je denken moet dat toch een gruwel zijn. Natuurlijk, alles gaat op en neer in de geschiedenis. Vroegere Romeinen gingen naast elkaar op een plank zitten ontlasten. En bespraken in die omstandigheden de dingen van de dag. Ik moet er niet aan denken, maar het geeft wel aan dat wij onder druk van de omstandigheden van preuts naar naakt gingen en nu weer in de omgekeerde richting aan het bewegen zijn. We verhullen niet alleen in de politieke arena bepaalde zaken met de mantel der liefde. Dat doen we ook in ons eigen lijf en leven. En daardoor wordt de maatschappij zoals we hem wellicht niet willen ervaren. Wie dat wel wil moet alles eens laten vallen. Naaktheid is geweldig denk ik, maar niet op de fiets. Wie daar anders over denkt mag het me uiteraard hier of elders even melden.

Het beeldje – 2

Hij lag in bed en droomde. Over een vrouw die zich over hem heen boog en hem verwende om een manier die hij nooit eerder had ervaren. Zijn lichaam spande zich, hij prevelde een naam. Maar wiens naam was dat eigenlijk? Met een schok werd hij wakker. Drijfnat van het zweet. Geen deken over hem heen en zelf naakt. Hij sliep nooit naakt. Hoe kon dit? Verward liep hij naar de badkamer en stapte onder de douche. Spoelde het zweet van hem af. Maar ondanks dat hij opfriste van dat water dat over hem heen stroomde werd zijn geest niet helder. Die vrouw in zijn droom hield hem vast, intrigeerde hem. Wie was zij, zij leek niet op zijn vriendin, en toch had ze iets bekends. Hij keek op de klok, verhip…die was blijven staan op 2 uur. Hij keek naar buiten. Het was al volop licht, dus het kon geen twee uur zijn. Hij zocht zijn kleren bij elkaar, trok ze gehaast aan. Hij moest opschieten, nog even snel een kop koffie naar binnen gooien en een broodje. Dat de koffiemachine het niet deed stoorde hem enorm. En dat broodje, het leek wel van steen. Mijn hemel, hij moest ook nog naar de supermarkt vanmiddag. Kon er nog wel bij. Ineens stopte hij met zijn handelingen die normaal hoorden bij het ochtendritueel. Hij bedacht zich dat hij helemaal geen idee had hoe hij gisteravond vanuit de kamer in zijn bed was terecht gekomen. Wie had hem uitgekleed? Hij bedacht zich wat de laatste dingen waren die hij had gedaan voor het licht uitging in zijn geest. Hij kon het zich niet herinneren. Nou ja, hij had wat gelezen. Maar verder? Hij zou zijn vriendin bellen, maar had hij dat gedaan? Was ze langs geweest? Hij liep nog eens naar de badkamer, keek of hij ergens sporen kon vinden van haar verblijf, maar niets duidde er op dat zijn vriendin ook echt langs was gekomen. In de keuken vond hij ook geen lege flessen of zo, geen glazen, niets. En de huiskamer was spic-en-span opgeruimd. Best bijzonder. Bakte iemand een poets met hem? Maar wie dan? Een wie had buiten hij zelf en zijn vriendin de sleutel om hier binnen te komen? Het werd raadselachtig en hij voelde dat er een koude rilling langs zijn rug trok. Dit was niet normaal. Maar hij moest ook opschieten. Zijn horloge vertelde hem dat het nu tijd werd om richting werk af te reizen. Nog steeds leek er geen internet te zijn, zijn mobiele telefoon had geen bereik. Dus pakte hij zijn spullen en liep naar de deur. Die zat op slot, inclusief de ketting die hij voor speciale beveiliging nog wel eens vastzette. Het ding zat idd vast, muurvast! Wat hij ook deed de ketting wilde niet los. Hij draaide voor de zekerheid nog eens aan het slot van de deur. Ook dat zat muurvast dicht. Zijn sleutel boog door. De hartslag in zijn lijf werd nu toch wat sneller. Wat gebeurde er met hem. Droomde hij nog? Wat was dit. Terwijl hij zocht naar zijn gereedschap om die verrekte sloten open te krijgen lette hij niet op het beeldje dat hij die dag er voor had gekocht. Dat stond nu centraal in zijn huiskamer. Het was rood gekleurd geraakt en de ogen leken vuur te spuwen. Hij zag het niet. Met tangen en sleutels ging hij tevergeefs de deur te lijf. Hij zat gevangen….

Het beeldje – 1

Nee, hij had er nooit veel achter gezocht. Dat beeldje wat hij vond bij die kleine kringloopwinkel in het oosten van het land. Op doortocht van a naar b had hij wat adressen opgezocht van dit soort winkels. Je wist maar nooit. Een bijzonder boek, of weer eens een prent van de een of andere wat onderschatte schilder of fotograaf. Voor weinig wilde hij dat dan wel meenemen. Ineens had hij het kleine ding zien staan. In een hoek vol meuk. Het had hem bijna aangekeken, al kon dat natuurlijk niet, maar hij had absoluut de andere kant op staan kijken toen hij een blik in zijn rug voelde prikken. En om keek. Dat bezorgde hem rillingen. Het was een vrouwenfiguur, naakt, maar wel aangetast door de tijd. Gemaakt van een een soort marmer of albast, mooi van vorm maar men een gezichtje dat bepaald niet leek op dat van Barbie-poppen of zo. Hij pakte het op. Het voelde heel vreemd aan.. Volkomen glad, maar ook warm. Dat kon niet zo dacht hij nog bij zichzelf, maar toch leek het zo te zijn. Hij keek op haar rug en onder haar voeten of hij een prijsje kon vinden. Maar niks. Daar hield hij al niet van. Maar goed, mee in zijn mandje waarmee hij had lopen sprokkelen. Die twee oorlogsboeken en dit beeldje maakte de stop bij deze winkel al de moeite waard. Bij het afrekenen werd er maar een fancy prijs gevraagd voor het beeldje. Men riep maar wat en hij vond die prijs voor zo’n aardig vrouwenbeeld best goed te doen. Ze ging mee naar zijn huis. Eens zien wat het was, opzoeken op internet of zo. Opvallend was dat zijn auto vanaf het moment dat hij instapte en wegreed stotterde en stootte. ‘Huh’ dacht hij nog even, nooit last van gehad, wat is dat nu ineens? Maar na wat geploeter schoot de wagen ineens vooruit en deed het verder voortreffelijk. Thuis gekomen pakte hij de diverse spullen uit die hij had ingeslagen. Zette het beeldje op een vensterbank waar hij wel meer prullaria op plaatste en vergat dat hij het had verkocht. Hij moest nog koken en zo. Morgen zou zijn vriendin komen en dan moest er het een en ander worden voorbereid. Toen hij na een uurtje ging zitten in de kamer en nog eens naar het beeldje keek ging er een schok door hem heen. Ze leek wel verkleurd. Ze had nu een soort huidkleur, en op de wangen van het minuscule gezichtje zat een blos. Kon niet, dit was pure fantasie en hij zette de tv aan. Even naar het journaal kijken. Maar op een of andere manier kreeg hij geen beeld. ‘Dat verrekte kabelbedrijf’. Hij bleef nog even proberen, maar gaf het toen op. Dan maar ff kijken op internet. Maar dat was ook uit de lucht. Dat krijg je nu van al die all-in pakketten bedacht hij zich nog. En pakte een boek. Als je dan niks kon doen met die verrekte elektronica dan maar lezen. En al snel was hij volkomen bezig met het verhaal dat hem plezier schonk. Een Scandinavische thriller. Altijd goed. Wat hij niet zag was dat het beeldje van plek was gewisseld met dat kleine paardje dat hij ooit eens van zijn ouders had gekregen. Zij stond nu dichterbij hem dan eerst. Hij zag het niet. Sukkelde wat boven zijn boek. En hoorde ook niet dat er zachtjes tegen hem werd gepraat….. (Wordt vervolgd)