Leven met de Vliegende Pijl – 36 – Afwijkende modellen..

Ik gaf al eerder aan dat toenmalig algemeen-directeur Jaap van Rij goed was in het boven water halen van bijzondere Skoda’s. De door het Praagse bedrijf MTX gebouwde cabrio’s op basis van de Favorit waren daarvan een voorbeeld. Maar hij ging verder. Tijdens een van zijn bezoeken aan het Tsjechische thuisland voor het merk ontdekte hij een ‘elektrische’ Favorit. Gebouwd door Skoda Transportation, niet door de nu bij Volkswagen behorende personenwagendivisie, maar dit was de treinenfabriek van het vroeger zo grote concern, die intussen was overgenomen door of nauw samenwerkte met Siemens. En die lui hadden een gewone Favorit ontdaan van zijn benzinemotor en bijbehorende aandrijflijn en er een stevige elektromotor voor in de plaats gezet. Kofferbak en zitruimte werden deels aangepast om de benodigde lading accu’s plek te geven en de auto kwam als milieuvriendelijk alternatief op de lokale markt. Als hatchback en ook een erg aardige Pick-up met een fraaie kunststof kap boven de laadbak. Omdat de AutoRAI 1993 op komst was, die toen al in het teken zou staan van het milieu en vrijwel elk merk daarvoor een auto met elektrische aandrijving of iets wat daarop leek zou showen, was voor Jaap van Rij duidelijk dat hij hier op verrassende wijze voor ons merk de show zou kunnen stelen. Hij nam een hatchback en Pickup in consignatie en liet die wagens naar ons land komen. Aangepast voor de RAI (waarbij we de motorklep meestal lieten vervangen door exemplaren met een transparant hart zodat bezoekers zonder dat die kappen steeds open hoefden naar de aandrijflijn konden kijken) zetten we apentrots die elektrische Favorit neer op onze stand.

Tussen de nieuwste Monomotronics en de op dat moment in de aanbieding zijnde en net geintroduceerde ‘Brooklyn’ en ‘Manhattan’ actiemodellen van de oudere Forman-Ecotronics. We moesten immers alles uit de kast trekken om klanten aan ons merk te binden. Daarbij moet gezegd dat die bijzondere en milieuvriendelijke Favorit gewoon heel goed reed. Men had de oorspronkelijke vijfversnellingsbak weten te koppelen aan de elektrische aandrijving en dat gaf de auto mede doordat eigenlijk alles van de Favorit gewoon terug te vinden was, een prima wegligging en een zeer stille ervaring als je met die wagens reed. De Pickup benutten we meestal voor wat persritten, maar dat ging niet altijd even goed. Want net als nu nog steeds het geval is, moest je natuurlijk niet plankgas gaan rijden met die elektrische wagens. De actieradius nam omgekeerd evenredig af met de snelheid die je ontwikkelde en dat hield in dat sommige proefritten al na een kilometer of 80 over waren. Positief was men echter wel over de wagens, maar dat probleem van die te rijden afstand was ook indertijd al best groot. Toen ook bleek dat Marketingmanager Farsky indertijd bij een bezoek aan onze RAI-stand na het zien van wat we daar hadden uitgestald woedend dreigde met opzegging van ons importeurscontract was het wel verstandig om het experiment van die niet door Skoda Automobilova geleverde elektrische wagens dan toch maar stop te zetten. Na de RAI werden ze keurig geretourneerd aan de Tsjechische zusterfabrikant.

Maar we hadden wel lekker veel publiciteit gekregen. De boosheid van Farsky zat hem vooral in het feit dat die wagens helemaal niet van Skoda in Mlada Boleslav kwamen maar uit Pilsen en niets met de VW-Groep van doen hadden. Daarnaast waren die actiemodellen Brooklyn en Manhattan van ons natuurlijk ‘oud spul’ en dat hoorde niet op de RAI thuis vond hij. Wij keken daar toch heel anders naar. Verkoop was belangrijk en de RAI bleek een prima plek om een stel van die wagens voor onze dealers te verkopen. Minder publiciteit behaalden we overigens met de al eerder genoemde Pickups. Favorits met een laadbak, qua onderstel gelijk aan de Forman stationcar, maar dan meer voor het robuuste werk geschikt gemaakt. Omdat er geen diesel in zat was de auto hier in ons land vrijwel niet te slijten. Ook al omdat dealers (m.u.v. een enkele uitzondering)geen aandacht hadden voor het bewerken van de zakelijke markt. Ook hier werd later weer een truc voor toegepast die prima zou werken. In Eindhoven zat een in ombouw van bussen en andere voertuigen gespecialiseerd bedrijf; Smulders. Die lui waren goed in het aanpassen van auto’s t.b.v. onder meer het gehandicaptenvervoer. Skoda leverde de Pickups met een paar opbouwen boven die laadbak. Je had zeiltjes, metalen laadbakken en een wonderlijke versie met een vrij hoge kunststof opbouw.

Die laatsten waren door dat uiterlijk, ondanks het grote laadvoulme, extra lastig te slijten, maar via Smulders bleken het uitstekende wagens om er een van de meest bijzondere projecten ooit mee op te zetten. De unieke Skoda Favorit Panorama was geboren. Ideaal voor het vervoer van invaliden in hun rolstoelen. De auto kon elektrisch knielen, had oprijdplaten aan boord en een lier voor het naar binnen halen van de gerolstoelde passagier en je kon zelfs extra zitjes bijbestellen voor nog wat begeleidende passagiers. De wand tussen cabine voor en achter werd doorbroken, en grote (panorama)ramen in de zij- en voorkant van de opbouw aangebracht, en zo was een nieuwe telg voor onze toen nog niet zo grote prijslijst geboren. En niet zonder succes. Het bleek een gaatje in de markt te zijn. Tot de komst van de latere Felicia’s werden ze verkocht en was de samenwerking met het hard werkende echtpaar Smulders voorbeeldig. Een nog wat wonderlijker variant op het Favorit thema was de Forman Plus. Een auto waarop men in Tsjecho-Slowakije ambulances baseerde. In feite een stationcar waarvan men dan het dak verving door een enorm hoge en wat wonderlijk gevormde kunststof opbouw. Een auto die je in het thuisland regelmatig zag als bestelauto. Maar die door het ontbreken van (opnieuw)een dieselmotor nooit echt tot ontplooiing kwam in ons land. Al waren er wel bedrijven voor te vinden.

Ik zelf verkocht er nog een aan een oude relatie die in die jaren bij ons het computernetwerk zou vernieuwen. Die was er dolblij mee. Maar verder was het lastig om er een brede markt voor te vinden. Net zo min als voor de zeer praktische Praktik, op zich niet veel meer dan een Forman zonder ramen en op grijs kenteken. Een kant-en-klare bestelwagen die het gamma van Skoda weliswaar verbreedde maar om alle gegeven redenen nooit tot een groot succes kon worden gemaakt. Maar de kansen lagen er wel, de aandacht bij de importeur was er, maar de professionaliteit onder toenmalige dealers helaas wederom niet. De zakelijke markt was er wellicht ook nog niet rijp voor. De echte ‘omzet’ kwam nog steeds van de Favorit hatchbacks en Forman stationcars. En die werden nog steeds vaak verkocht aan particulieren. Wordt vervolgd. (Beelden: Skoda/Yellowbird archief)

 

Lawaaiige buur…

Allemaal lijden we aan een of andere vorm van vooroordelen t.a.v. anderen. Zelfs in gelovige kring, waarover ik het later nog eens zal hebben, kijkt men op een bepaalde manier naar anders denkenden of zoals we recent zagen, homoseksualiteit. Zo kan het zijn dat wij een luidruchtige buurman door diens gedrag best wel wat asociaal vinden. En we hem daardoor al snel zullen betichten van zaken die niets met zijn gedrag van doen hebben. Hij is immers luidruchtig. En lawaai is iets waaraan een deel van de moderne mensen een hekel heeft. Anders dan vroeger. Een uitlaat op de brommers van toen sloegen we inwendig als puberend volk graag door, zodat het tweewielertje niet alleen sneller werd maar ook luidruchtiger. Een beetje derdehands auto in handen van jonge lui kreeg (krijgt) een speciale uitlaat waardoor je met veel meer decibels dan wat de fabrikant ooit voor ogen had, door het verkeer kunt jakkeren. En veel mensen vonden of vinden dat prachtig. Anderen zijn er niet gelukkig mee, want hun rust wordt verstoord. Ook al wonen ze aan een snelweg, en kozen ze voor het uitzicht bewust voor die plek. De behoefte aan rust bepaalt ons denken op dat punt vaak.

En die reflexen zie je ook bij hen die rond Schiphol, Rotterdam, Eindhoven of zelfs Lelystad Airport zijn gaan wonen. Leuk zo’n vliegveld, je krijgt er een goede economie door, veel werk, huizenbouw en een behoorlijke infrastructuur, maar het moet geen lawaai maken natuurlijk. Lawaaiige buren niet gewenst! En vanuit die reflex zie je dan groepen lieden op staan die met allerlei kul-argumenten wijzen op een kans om die vliegvelden te verplaatsen naar zee. Zo, opgeruimd staat netjes! Voor even. Want ho even, wat was er eerder. De woonwijken waar al die klagers zijn gaan wonen, of Schiphol dat vorig jaar een eeuw bestond?! Wie moet je nu aanspreken op economische groei…onze (lokale/regionale)overheid of Schiphol dat profiteert van een goede ligging en een nationale carrier huisvest die maar liefst ruim 80 bestemmingen bedient. Daarbij is die buurman door de jaren heen minder hard gaan schreeuwen. Was vroeger 125 dB de norm voor een startend of landend verkeersvliegtuig, nu moet je moeite doen om de 100dB te halen. En de uitstoot van die machines is verwaarloosbaar i.v.m. voorheen. Maar…toegegeven het zijn geen zweefvliegtuigen.

Net zo min als we op straat met paard en wagen richting onze bestemmingen rijden. De moderne tijd vraagt om efficiency en daarin passen die ouderwetse vormen van vervoer niet meer. Kortom, wensdromen genoeg, maar honderden miljarden aan investeringen weg doen omdat er een paar lieden menen dat we groen, duurzaam of stil moeten gaan samenleven is echt een mallotig plan. Ik pleit voor verhuizing. Van hen die niet willen wonen naast een lawaai makende buurman. Of in de buurt van een volgens hen stinkende fabriek, een drukke snelweg of spoorbaan. In de Noordoostpolder en Oost-Groningen zijn heel wat plekken te vinden waar het absoluut stil en ook schoner is. Maar verwacht dan niets van de daar bestaande lokale economie of infrastructuur. Zelfs een supermarkt is lastig vinden. Maar dat zal voor die actieklagers wel geen bezwaar zijn toch? Ik blijf wel wonen naast die buurman waaraan ik intussen mijn leven lang gewend ben geraakt. En ik zal nooit wennen aan die beroepsklagers en betweters! Ik heb mij zelf aangemeld bij een steeds groeiende groep mensen die belang hebben bij een mooi en goed functionerend vliegveld als Schiphol. Als omwonende mag dat best. Er wordt al genoeg zogenaamd namens mij gekakeld, zonder ooit met me het gesprek te zijn aangegaan. Die belangengroepen zijn vaak enkele tientallen fanatici groot. De groep pro-Schiphol is de 10.000 leden al gepasseerd. Wellicht dat die ook eens mogen meepraten in al die mallotige milieugesprekken met een negatieve insteek? (Beelden: Yellowbird collectie)

De Toekan in Eindhoven

Als we samen met onze Zuid-Hollandse vriendjes ons jaarlijkse tweedaagse uitje plannen is ManGoud meestal degene die de planning doet op het gebied van waar we voor een relatief lage prijs kunnen verblijven in een hotel met het nodige comfort. Ik ben dan weer altijd degene die aandringt op dat comfort. Bad, wifi, airco en vrij parkeren zijn toch wel de zaken die er toe doen stel ik dan. En het lukt hem vrijwel altijd om aan die wensen te voldoen. We hebben dan wel middels dat wensenpakket door de jaren heen op allerlei wonderlijke plekken gelogeerd, maar nooit met spijt achteraf of zo. Dit jaar kwamen we terecht in Van der Valk Eindhoven. Een groot hotel met de toekan op het dak, vlakbij de doorgaande snelwegen richting Duitsland, Limburg of het noorden. Ik kende het hotel van vroegere zakelijke ontmoetingen of een kopje koffie met een vriend(in) na een leuke trip. Maar echt gelogeerd? Nee! Nou dat was bepaald een gemis. Zo bleek wel bij ons recente verblijf daar..

Want dit hotel is door- en door comfortabel. Het personeel buitengewooon gastvrij en aardig en de kamers tip-top op orde. Gewoon veel ruimte voor het bedrag wat men vraagt. Tijdens de bloedhitte die ons land trof in de tweede helft van de maand juli was de airco goed in staat om de kamer tot een oase te maken en het geluid van dit systeem zodanig op de achtergrond dat ik zowaar nog lekker sliep ook. En dat is iets wat me bepaald niet overal lukt. De grootste verrassing was echter het ontbijt. Echt, ik ken mijn plekjes op dit gebied en zelfs bij andere Toekan-vestigingen werd ik altijd overweldigd door het aanbod, deze keer sloeg echter alles. Ik heb zelden zo’n assortiment aan brood, fruit en drankjes of hapjes gezien en daarnaast biedt men ook nog een kok aan die allerlei zaken vers voor je klaarmaakt terwijl je wacht.

Het maakt ontbijten hier tot een feest. En dat feestje vierden we ten volle. Het was een geweldig verblijf. Wellicht dat je een aanmerking kunt maken op het feit dat koffie en thee hier uit automaten moet worden gehaald, maar dat is kniesorenwerk. Het hotel kent bij de hoofdingang een geweldig leuke visvijver waar je met een bruggetje overheen wordt geleid. Er is een zwembad (niet benut dit keer) en er zijn leeshoeken en kleine convienience-shops in de lobby. Positieve indrukken die door een enkel klein feitje een half punt aftrek zouden verdienen. Vanaf de hoofdingang loopt een zebrapad (prima!) naar de parkeerplekken voor het hotel. Alleen heeft men een ondoordringbare heg neergezet tussen de twee grote onderdelen van die parkeerplaatsen. Gek genoeg loopt die zebra aan de andere kant door. Maar die heg moet dus daar gewoon weg. Nu moesten we met bagage een aardig eindje in de hitte over de rijbanen lopen om weer bij de auto te komen. Maar goed, dat maakt ons zeer positieve rapportcijfer dan 9,5 ipv 10. Verder is dit een heerlijk hotel om te verblijven als je in deze omgeving wilt of moet verkeren…(Beelden: Internet/v.d.Valk)

Alweer 60 jaar oud, de eerste DAF-jes..

Vandaag neem ik precies zestig jaar mee terug in de tijd. Naar het einde van de jaren vijftig, en meer specifiek naar Eindhoven. Daar werd onder de bezielende leiding van de Gebroeders Huub en Wim van Doorne een personenauto ontwikkeld die qua naam en faam doorleeft tot in onze dagen. Een kleine auto, maar met een groot verschil ten opzichte van de andere wagens die in die dagen op de markt verschenen. De Daf-fabrieken van de heren van Doorne werden vooral beroemd om hun vrachtwagens en aanhangers, een personenauto, volledig in ons land gebouwd, was een noviteit. De vaderlandse autopers was er heel erg positief over. En dat bleef heel lang het geval ook al was het nieuwe product voorzien van een heel klein motortje, een tweecilinder boxer van 600cc die slechts 22pk leverde. Maar het nieuwe wagentje had elegante lijnen, was simpel om mee om te gaan en na de voorseries redelijk betrouwbaar. Meest opmerkelijk was de indertijd zeer innovatieve variomatic-versnellingsbak die zorgde dat iedereen met de Daf kon rijden. En voor de goede orde, zo’n klein Dafje reed net zo hard voor- als achteruit.

De neus van de kleine auto was bijzonder opvallend vorm gegeven, heel herkenbaar ook. In ‘schrijfletters’ stond de naam van de fabrikant op de neus van de auto, voor wie het nog niet wist dat dit een Nederlandse auto was. Kort na de zgn. 600 kwam de 750 al op de markt met een iets grotere motorinhoud en wat meer pk’s. Qua onderstel bleef alles bij het oude. Net als veel concurrenten had de Daf achter twee pendelassen, wat in bochten wel eens kon zorgen voor wat bijzondere reacties. Desondanks werd de Daf een hit. Vanaf de start moest de fabriek alle zeilen bijzetten en was een grondige reorganisatie nodig om maar liefst twee keer meer auto’s te produceren dan oorspronkelijk gepland. In 1963 kwamen er varianten in het gamma. Een stationcar en een daarvan afgeleide besteller. Ook een pick-upje werd leverbaar.

De Daf’s werden vanaf dat moment aangeduid als Daffodils. De grilles kregen een ander aanzicht, breder, luxer, steviger. Technisch werden de Dafjes ook iets opgewaardeerd en al snel zorgde dit voor een meer ‘volwassen’ voorkomen. Halverwege de jaren zestig kreeg de aloude Daf een aantal uiterlijke aanpassingen mee, waardoor het wagentje weer frisser oogde. De markant ‘kuil’ in de voorzijde van de motorklep verdween en werd recht getrokken. Het interieur werd een stuk luxueuzer en men perste nog eens twee extra pk’s uit het oude boxermotortje. Maar men werkte in Eindhoven inmiddels ook aan een door de Italiaanse ontwerper Michelotti getekende opvolger, die als Daf 44 furore zou gaan maken. Intussen waren ook varianten verschenen op hetzelfde thema. Zoals speciale postwagentjes voor de Nederlandse PTT en auto’s voor het GAK.

Ook een kleine vrachtwagen die als Pony door het leven zou gaan en in samenwerking met een Zweedse bedrijf, de ook bij ons (zeer beperkt) verkochte Kalmar Daf. Het was helaas ook zo dat het imago van de Dafjes door het type gebruikers dat er mee reed al snel een bepaald imago begon op te bouwen dat het wagentje nooit meer helemaal kwijt raakte. In feite bediende de auto een klasse bestuurders die nu in onze nieuwe eeuw in brommobielen langs de wegen scheuren. En door de hoge inzet van door het GAK aan minder validen verstrekte voertuigen kreeg de Daf een naam die hij eigenlijk niet verdiende. Daf probeerde dit met de 44, 55 en Marathon allemaal te corrigeren, maar de wagens verloren nooit de bijnaam die ze eerder kregen. En dat is heel jammer want er zijn vele honderdduizenden van die Nederlandse wagens gebouwd en heel succesvol verkocht. In ons land bestaat een zeer actieve club die erg leuk bezig is om de herinnering aan de Daf op gepaste wijze en vooral rijdend levend te houden. (Beelden: Yellowbird/LPAC/Internet)

Kulargumenten…

De hele discussie over de verandering van ons luchtruim op zodanige wijze dat er ruimte komt om een (klein)deel van de burgerluchtvaart te laten opereren vanaf het aan te passen Lelystad Airport leidt consequent tot de meest wonderlijke discussies. Tegenstanders van lawaai in de omgeving van dat veld maar ook ver daar vandaan, voeren de meest vreemde argumenten aan om hun gelijk te behalen. Zij vinden die bromvliegen al niks die nu op Lelystad te vinden zijn, maar dat past bij het dorpse karakter van veel van die woonoorden van de betreffende tegenstanders. Blaadjes aan een boom maken daar al te veel herrie. Ik zag onlangs dat iemand uit die vrij fanatieke groep mensen zelfs aangaf dat er Boeing 747’s van/naar Lelystad zouden gaan vliegen. Wat ook in de nieuwe situatie compleet ondenkbaar is.

De enige Boeing 747 die Lelystad ooit bereikte kwam over het water en de weg…

Veel te groot voor die ene landingsbaan of dat relatief kleine platform. Nee, er komen toestellen van bescheidener omvang als de Boeing 737 die vooral vakantievluchten uitvoeren. En die toestellen en vluchten ontlasten zo Schiphol dat steeds vaker tegen de afgesproken grenzen van haar capaciteit aan zit. Zoals dat ook al gebeurde met Eindhoven, Rotterdam of Maastricht. Ook daar worden mensen vervoerd die Schiphol net even te druk achten en dat gemoedelijke van zo’n veld plus de parkeerfaciliteiten enorm waarderen. Lelystad zal trouwens wel het nodige moeten doen om de betrokken passagiersstromen goed af te wikkelen. Want laten we wel zijn, de landweggetjes die er nu bij dat vliegveld lopen zijn geen goede garantie voor een degelijke logistiek. Elk vliegveld of havengebied vraagt nu eenmaal om af- en aanvoer van mensen en goederen. Maar je krijgt er ook aardig wat werkgelegenheid door. En als je de tradities van ons land mag volgen, gaat de gemeente Lelystad al die nieuwe werknemers huizen bieden die vlakbij het vliegveld worden gebouwd. Pik in het is winter. Maar daar hebben tegenstanders geen boodschap aan. Die willen geen vliegtuigen boven zich en nul lawaai in hun achtertuin.

Lelystad geeft ruimte aan Schiphol…

Op zich snap je dat nog wel, maar men gebruikt de verkeerde argumenten. Dat doen de al jaren tegen Schiphol knokkende bewoners van nieuwbouwwijken in plaatsen vlak bij het vliegveld ook. Die zijn ineens weer erg fanatiek en willen eigenlijk dat Schiphol naar de Noordzee wordt verplaatst. Hun woongenot en zo gaat boven de economische waarde van dat vliegveld. En die is groot. Het biedt niet alleen werk aan vele tienduizenden mensen maar vervoert o.a. 69 miljoen passagiers op jaarbasis. De overige Nederlandse vliegvelden doen daar nog eens 7 miljoen bovenop. Een imposante business dus. En die zorgt er voor dat alle omringende plaatsen aardig meeprofiteren en daardoor kunnen bouwen op plekken waar mensen gaan wonen die daarna gaan miauwen over dat geluid. En dat geluid is er. Geen twijfel over mogelijk. Alleen neemt die qua volume elk decennium flink af.

De oude lawaaiige vliegtuigen verdwenen, de nieuwere worden steeds stiller. Net als auto’s. Maar voor de klagers (de klachtenlijn Schiphol wordt elke dag gebeld daar een zeer kleine harde kern van klagers) is dat niet genoeg. Die willen rust. Rust die ze toen ze kwamen wonen bij Schiphol (of welke luchthaven ook) niet mochten verwachten te krijgen. Dus daarom roepen ze van alles en nog wat en krijgen ook nog steun uit bepaalde media. Ooit had ik een Stichting die dit soort mensen toch eens wees op hun toenmalige leugens. En ik merk dat de handen jeuken om dat weer te doen. Maar ik ben er te oud (en wijs) voor geworden. Neemt niet weg dat ik vind dat als je bij een luchthaven gaat wonen, je moet leren leven met de nadelen van die keuze. Ook ik woon trouwens in die buurt en klaag nooit. Maar dat zal niet verbazen….

Onderzoek wijst uit; vliegen op de 22e december zeer stressvol!

Een organisatie die zich bezig houdt met de belangen van passagiers in de luchtvaart (AirHelp) heeft eens uitgezocht op welke dagen je al dan niet zou moeten vliegen wil je niet volkomen gek van de stress richting je beoogde bestemming kunnen komen. Wie geen of minder stress wil ervaren moet vrijdag de 22e december a.s. maar vergeten. Op die dag worden naar verwachting de meeste vluchten vertraagd of geannuleerd. AirHelp raadt passagiers zelfs af om op die dag te reizen. Men baseert zich daarbij op ervaringen uit vorige jaren. Laten we wel zijn, bijna 50.000 mensen werden vorige kerstperiodes slachtoffer van gedoe op de luchthavens of door maatschappijen die geacht werden ons te vervoeren. Geanuleerde of vertraagde vluchten (meer dan 3 uur!) waren in die periode van het jaar aan de orde van de dag. Zij die vliegen op woensdagen of op zondag maken de minste kans op vertraging. Dan gaat alles naar schema en kom je op tijd aan. Maar ja, je zult maar net je tripje zo hebben gepland dat je op die bewuste vrijdag moet vliegen. Bereidt je dan maar voor. In de afgelopen jaren waren de meeste verstoringen van het vliegverkeer te vinden richting Lissabon, Londen Heathrow, Londen Gatwick (twee jaar op rij), Dublin, Manchester, Londen City, Geneve en Parijs Charles de Gaulle.

Wil je nog een beetje slim zijn op dit punt, boek dan een vroege of latere vlucht. Midden op de dag blijken de meeste vluchten vertraagd of geannuleerd te worden. Vaak heeft dit van doen met beschikbaarheid van een vliegtuig. Die vroege kisten gaan nl. naar een bepaalde plek toe en ontkomen wellicht daar ter plekke niet aan grote drukte of slecht weer. Ze lopen dan vertraging op of komen zelfs vast te staan. Komen dus niet op tijd of helemaal niet terug op onze Nederlandse luchthavens en je hebt een probleem met de volgende vlucht die voor dat vliegtuig is ingepland. Veel maatschappijen hebben ergens nog wel een reservetoestel staan, maar als het bijvoorbeeld slecht weer is in een deel van Europa, raken ook die snel op. Resultaat is ontwrichting van het vliegverkeer. Ik maakte zelf in het verleden vaak mee dat een vlucht uitviel. Zoals die dag dat ik voor een zakelijke meeting naar Berlijn moest en al heel vroeg op Schiphol was ingecheckt.

Bij de gate aangekomen op het nog stille Schiphol bleek de vlucht eerst flink vertraagd. Vervelend, maar ja, dan maar even een bakkie doen. Daarna verviel hij helemaal. Het was slecht weer in Berlijn en KLM besloot niet te gaan. Ik moest mijn aanwezigheid bij die meeting cancellen. Later bleek dat Berlijn leed onder een sneeuw- en ijsstorm. Had ik wel kunnen vliegen zou ik gegarandeerd vast zijn blijven zitten daar. Kortom, geluk bij een ongeluk. Ook op Geneve Airport heb ik veel met vertragingen te maken gehad. Maakte niet uit of je vloog met KLM, Swissair of EasyJet. Altijd vertragingen op de terugweg. Door laat aankomen van het vliegtuig vanuit Amsterdam. Heel vervelend, want op Geneve draaien ze rond 8 uur de lichten uit en doen de winkels dicht. Zit je dan in een steeds leger wordende vertrekhal achter de douane… Kortom, ik zou de tips serieus nemen van die eerder genoemde organisatie. En mocht je dan alsnog stevig in de vertraging terecht komen of zelfs een annulering meemaken, kan die club je wellicht helpen met een schadeclaim. Wordt het wellicht toch nog een leuke Kerst.

Helmondse geneugten….

WP_20150716_001Met onze poldervriendjes maken we nog wel eens een tripje. Niet echt gepland, behalve de data voor dat weg gaan zelf weten we niks, want we boeken dan een Mystery Hotel. Ergens in Nederland. Waarbij je dan wel een streek of provincie mag aangeven. Maar het blijft tot het laatste moment een vraagteken waar je terecht komt. Het  meest recente uitje bracht ons in Helmond. Een plaatsje dat ik nooit eerder op mijn verlanglijstje had gezet maar daar nu door deze oefening ineens op kwam te staan. Helmond, wat moet je er mee, wat gaat dat brengen? Die gedachten kwamen toch even voorbij. We logeerden in een prachtig hotel recht in hartje centrum. Prachtige moderne kamers, veel luxe, en op 100 meter van de ingang van dat centrum. Met rechts van ons hotel het in Helmond bekende Kasteel waarin zich het Gemeentemuseum bevindt. Terrassen te over en een stadscentrum dat meer dan gezien mag worden. Veel winkels, overdekt en in normale straten. En die straten zijn keurig verzorgd, relatief schoon en toen wij er waren uitstalplek voor een beeldenexpositie.

WP_20150715_036Prachtige uitingen van kunst soms, waar ik de camera veelvuldig liet klikken. Helmond dankt haar relatief verzorgde en wat chique uiterlijk aan de dames en heren ondernemers die hier in de IJzeren eeuw neerstreken toen de Zuid-Willemsvaart werd aangelegd en industrie en handel een vestigingsplekje nodig hadden. Sindsdien is het ongetwijfeld ook een overloopplaats geworden voor Eindhoven en andere stekken in de omgeving. Het verkeer is in redelijke banen geleid, een deel van het centrum autovrij en toen wij er waren, ik schreef er hiervoor al over, stond er een stevige kermis. Maakte de stad gezellig en ook wat lawaaiig, maar dat is voor de kniesoor om op te letten. Helmond kent de nodige industriegebieden waar heel wat bedrijven te vinden zijn. Het lijkt mij prima voor de lokale werkgelegenheid. Bij de winkels viel me op dat er relatief weinig leegstand te vinden was. Altijd een goed teken. Maar misschien is dat in sommige buitenwijken wel anders hoor. In het centrum was het in ieder geval goed toeven en de woningen die we zagen oogden mooi.

WP_20150715_056Net als de kerken. We bezochten de St. Hubertus, in de Kerkstraat, hartje centrum. Dat is een kerk uit de beste Roomse tradities. Prachtig van opzet, schitterende gebrandschilderde ramen, maar een beetje somber van kleur. Uit aanvullende informatie bleek dat men op ‘drukke’ dagen (zondag) ongeveer 50 gelovigen in de kerk heeft zitten. Dus het geld is een probleem en achterstallig onderhoud is dat ook. Maar dat komt goed, er is een vorm van crowd-funding bedacht die samen met scholingsprojecten zal zorgen de de oude luister in het gebouw weer terug zal komen. Op andere plekken kwamen we de nodige kerken tegen die hun functie waren verloren. Er zetelden instituten in, appartementen of zelfs een supermarkt. Het kan verkeren in gelovig Nederland, ook in het zuiden. Neemt niet weg dat dit een aangenaam verblijf was in een stad die we normaal nooit zouden hebben uitgezocht. City marketing kan op dit punt wonderen verrichten….Zou ik doen als ik de Gemeente Helmond was. Want Helmond heeft echt voldoende te bieden om het mensen naar de zin te maken en je bent zo in Eindhoven of Noord-Limburg.

Philips Brand store

WP_20150508_026Als we dan toch bezig zijn met de culturele uitstapjes die we onlangs deden als onderdeel van een paar dagen met lieve vrienden weg, bezochten we ook Eindhoven. Nu is dat om verschillende redenen een stad om vooral aan voorbij te rijden, al was het maar om het verschrikkelijke centrum waar je uren kunt rond dwalen zonder de juiste weg te kunnen vinden. Maar men heeft ook een tweetal op het eerste gezicht aardige musea in huis waarvan de oorsprong te vinden is in de geïndustrialiseerde positie van de stad. Men had en heeft er de DAF-fabrieken en natuurlijk Philips. Bedrijven die diep in de genen van de stad zijn terug te vinden. Ooit, lang geleden al weer bezochten we eens het Evoluon, een geweldig leuk doe/en kijkfestijn. Een presentatie van de toen nieuwe Philips Cd-spelers zorgde er voor dat wij ook zo’n ding kochten en er heel veel plezier aan beleefden.

WP_20150508_012Maar dat opvallende gebouw heeft een andere rol gekregen en de geschiedenis van Philips verpakte men sindsdien in een eigen Philips Museum dat echt in het hart van de stad te vinden is. Dat maakte ook dat rondrijden zo ‘aardig’, je kunt het met de auto eigenlijk niet goed benaderen. Slechts gele omleidingsborden (er wordt overal gebouwd en herbouwd) verwijzen naar het museum, maar dat is dan weer niet voor het parkeren bedoeld. Tamelijk verwarrend. Hert museum zelf is in een modern gebouw gevestigd, kent geen Museumjaarkaartklanten, althans die kaart werkt hier niet, dus de entree is 8 euro p.p. en 4 euro voor kinderen. Eenmaal binnen moet je echt zoeken naar de juiste route. Of dat nu komt door het nieuwe van de expositie of dat men er gewoon niet aan heeft gedacht, geen idee.

WP_20150508_014In ieder geval is wat je te zien krijgt aardig, redelijk informatief, maar ook wel een beetje aan de magere kant voor wat je betaalt. Veel reclame, medische artikelen, weinig tot geen werkende apparaten van vroeger en nu. In mijn tempo van kijken, ik scan eerder dan dat ik alles bestudeer, was ik in 20 minuten rond. Mijn gezelschap deed er 5 minuten langer over. Nee, dit is geen lekker museum waar je nu eens echt de toch niet geringe prestaties van het Philips-concern voorgeschoteld krijgt. Dat moet toch beter kunnen. Daarbij was het personeel niet zo van de vriendelijke, men controleerde meer dan dat men informeerde en dat hielp niet mee om het geheel een betere dan de huidige lage positie mee te geven op onze bezoeklijst. Het Philipsmuseum moet echt meer gaan doen aan museale taken en wat minder als Brandstore werken. Want betalen voor reclame is zelfs mij een gruwel. Zeker voor deze prijs.

Stedelijke relativering….

OLYMPUS DIGITAL CAMERAIk hoef maar een keer iets neer te zetten over de fraaie en positieve aspecten van een stad als Amsterdam en ik krijg vanuit het hele land input van lieden die menen dat ik ofwel gelijk heb dan wel volkomen ongelijk. Vaak zijn onderliggende emoties de oorzaak. Zo zijn er nogal wat voetballiefhebbers die Amsterdam niet los kunnen zien van Ajax, alsof dat voor een wereldstad als de onze het enige is dat telt. Omgekeerd heb ik zelf wel ‘iets’ met een aantal plekken in het land die mij kunnen bekoren. En dat hoeven dan helemaal geen grote, bekende, of beroemde plaatsen te zijn. Juist in het provinciale schuilt soms de aantrekkingskracht. Opmerkelijk is dan dat inwoners van die steden of stadjes zelf vaak heel relativerend doen over de pluspunten van hun woonomgeving. Iets wat wij Mokummers niet kennen of zouden kunnen. Wij zien best wel dat niet alles koek en ei is en dat op bestuur en bewoners best wel eens wat aan te merken valt. Maar ja, grote stad, met bijbehorende problemen.

WP_20141003_013Onlangs waren we weer in een provinciestad waar het heel goed toeven is en de terrassen niet alleen aantrekkelijk zijn qua ligging maar zeker ook qua prijs. Met een van de uitbaters kwamen we in gesprek. Hij snapte bijna niet dat wij zijn stad uit hadden gezocht voor ons uitje. Als Amsterdammers?? Wat zoek je hier dan? Nou, dat legden we hem nog eens uit, want wij zijn hier minstens drie, vier keer per jaar. Hij zag zelf meer in Eindhoven of Den Bosch. Grotere steden, mooie centra en nog leukere horeca. Het is opvallend dat je dit vaker tegenkomt. Dat bijna negatief verkopen van je eigen stad. Ik zou dat niet snel doen. Er is niets beter dan de plek waar je woont, de auto waarin je rijdt, de winkel waar je altijd koopt, de vakantiebestemming die je zelf uitzocht, toch?

OLYMPUS DIGITAL CAMERAEn als we dan zijn verhuisd, in een andere auto rijden, een nieuwe winkel hebben gevonden of eens ergens anders heen zijn geweest op vakantie komen vaak de negatieve mededelingen. Over saai, problemen, prijs of onvriendelijke inwoners. Nou over dat laatste maak ik me in dat bewuste provinciestadje geen zorgen. Mensen zijn er erg aardig, je kwekt binnen de kortste keren met allerlei wildvreemden en met wat opletten versta je ook nog wat ze zeggen. Wat ik wel heel vervelend vindt is dat het winkelbestand zo rap afneemt. Dat kortingwinkeltje, de speelgoedzaak, die aantrekkelijke kledingwinkel….allemaal weg. Dat worden veel (te veel) te huur bordjes. Jammer, want ook dat was een van de aantrekkelijkheden. Maar daar hoor ik niemand over. Zou men zich er voor schamen?