Genieten in de bossen…

Waar ik het in het hier eerder gepubliceerde blogverhaal nog had over dat witte werkpaleis van Herman van Veen, ga ik nu even iets beschrijven van de omgeving waarin dat fraaie pand gelegen is.  De Paltz heet het gebied waar die ambiance van dat paleis volledig tot zijn recht komt. Een omvangrijk natuurgebied dat veelal door menselijk ingrijpen zijn specifieke vorm heeft gekregen en zijn bijna Limburgse glooiende karakter. Prachtige bospercelen, heuvels, dalen. Ontstaan door afgraven van zand en kiezels in een gebied dat vooral uit zandduinen bestond. Veel terug te voeren naar de vroegste tijden na de IJstijd. De Paltz kent een erg fraaie oprijlaan (rijden zelden of nooit auto’s..) met fraai gelegde stenen in boogpatroon.

Afgeleide paden brengen je dan in de echte bossen van dit gebied of die open vlakten met al die glooiingen. Zeldzaam waren tijdens ons bezoek de mede-bezoekers. Je kunt ze echt tellen op de vingers van een hand. Wel handig om als je geen gids bij je hebt (wij hadden die wel in de vorm van onze Soester vriend Hans, die de weg op zijn duimpje kent) even een app te gebruiken waarop te zien is waar je loopt en waar die hoofdweg te vinden is. Erg aardig is een oude van stenen gemaakte hut waar ooit een kluizenaar heeft geleefd. Die man komt af en toe nog even kijken en neemt dan plaats in die hut.

Voor wie echt geluk heeft ziet hem dan in zijn uitmonstering van Kruisvader lezen in de heilige geschriften van zijn tijd. Voor je die hut met (praktische redenen)gebogen hoofd binnen kunt lopen moet je overigens wel even een doolhof betreden. Ben je wel even mee bezig. Niks voor uw mening gever, die ramde gewoon dwars door die in de weg staande struiken heen en zat al een tijdje bij de Kluisvader (..) voor de rest van het gezelschap de ingang had gevonden. Maar dit terzijde. Hoe dan ook, dit is een prachtig gebied dat je bij gelegenheid echt eens moet bezoeken. Zoals gesteld in het vorige blogje, het gebied grenst aan het vroegere stuk grond waar de Vliegbasis Soesterberg was gelegen en je nu het Militair Museum kunt vinden. Maar het is daar ook met een stevig hek van gescheiden. Voor wandelaars een eldorado, maar je moet wel aardig klimmen en afdalen soms. Stevige schoenen meenemen en oefenen wellicht een goed advies….:) Maar dan heb je ook wat…(Beelden: Yellowbird photo)

Graven naar bodemschatten…

Weet je nog dat ik een paar weken geleden in een blogverhaaltje aandacht vroeg voor mijn vriend Hans die samen met zijn vrienden de omgeving van Soest onderzoekt met zo’n metaaldetector? Vast toch? Nou die toen beschreven expositie is een succes! Het trekt heel wat mensen naar het Museum Soest die daar normaal niet zo snel zouden binnen stappen. En dat gun ik Hans ook zeer. Hij staat niet voor niets soms week in week uit in zijn speciale outfit in de modder te trappen om zaken te vinden die voor ons en wellicht toekomstige generaties van belang zijn. En ook een geschiedkundig belang dienen.

Immers, je kunt via deze expositie zien hoe de lijnen van de handel liepen in ons land. Welk geld werd gebruikt. En over gebruik gesproken, naast talloze pijpenkoppen (de meest gevonden bodemschatten in ons land) vindt Hans ook klosjes die werden gebruikt om wol te spinnen, maar ook allerlei godsdienstige (lees Christelijke) uitingen. Ringetjes, oud gereedschap, kogelhulzen, oude spijkers, maar ook troep die op het oog niets waard is, maar wel goed vertelt hoe de ontwikkeling van de techniek ging in de loop der jaren. Een oud automodel van ver voor de oorlog. Er zit geen lak meer op en de bodem is verdwenen, maar de carrosserie verraadt dat het een oude Amerikaanse auto op schaal was vanuit de jaren dertig. Ooit verloren speelgoed van een wat rijker kind.

Zo maar in de bodem, en nu in de vitrine. Hans legde ons tijdens het bezoek aan zijn (..) expositie ook uit hoe die bodem op zich in elkaar steekt. Er hangt een soort doorsnede van de grondlagen aan de wand en daarbij zie je dat hij met zijn vrienden in de bovenste lagen van de aarde onder hem woelt. Daaronder zit een zandlaag (typisch voor die omgeving) en daaronder een keiharde laag met allerlei sendimenten van vroegere planten en desnoods bouwsels uit de pre-historie.

En daaronder zit dan de grond die soms leidt tot vondsten als een oude Romeinse vesting, geplaveide weg of zelfs een schip. Het Eemgebied, waar Soest toch ook nog toebehoort, kende veel vestingsplekken uit die oudheid en het is niet zo gek dat als je een beetje diep graaft er van alles en nog wat wordt gevonden. Want ook die oerbewoners kieperden van alles en nog wat gewoon weg als het zo uit kwam. Hetzelfde geldt voor soldaten die op het Soester Hoogt hun musketten afvuurden, wellicht op jacht naar iets wat snel rende of vloog in de hoop op een lekker vers hapje. De gebruikte onderdelen voor het maken van vonken die zo’n oud pistool of musket deden vuren, werden gewoon weg gegooid maar zorgden ook voor extra afval. En met wat woelen komen die boven de toplaag van de modder. Beetje schoonspuiten en hup, weer een bodemschat.

Wat dat spuiten betreft, heel aardig is ook dat in het Museum Soest nu ook een leuke maar bescheiden collectie te vinden is over de Brandweer Soest. Van modellen tot een oer-oude waterpomp, communicatie-apparatuur en zo meer. Ben je er toch, kijk dan ook even bij die collectie rond. Je staat verbaasd over hoe primitief die vuurbestrijders hun taken erg lang hebben moeten doen. Kortom, oud is leuk, meuk is geschiedenis en van die historie kunnen we veel leren. Ik deed dat ook, met Hans als gids. En dat werd een leuke zaterdagmiddag. Tot begin juli loopt deze expositie nog in Soest en als je er heen wilt moet je het wel een beetje gaan plannen. Maar heb je gegarandeerd ook een aardige middag.