Kaiser – ook in Nederland gebouwd..

Kaiser – ook in Nederland gebouwd..

Alweer een Amerikaans merk met een Nederlandse link voor haar geschiedenis. Kaiser! Een merk dat haar bestaan en naam dankte aan een indertijd befaamde scheepsbouwer die altijd in het groot dacht.

Henry J. Kaiser bouwde o.a. confectie-vrachtschepen voor de geallieerden tijdens de tweede wereldoorlog, maar meende dat hij ook in auto’s groot kon worden. En zo ontstond in 1946 zijn eigen autofabriek die als Kaiser-Frazer bekend zou worden. Frazer naar de tweede vennoot die ooit het merk Graham-Paige van voor de oorlog had bezeten. De Kaiser-modellen waren innovatief, verkochten nog aardig ook en al snel werden ze gezien als een prima alternatief voor de toen meer bekende modellen van de grote drie uit Detroit. Modellen van Kaizer waren de Virginian, Continental, Henry J, Manhattan of Darrin.

Een voor ons land meer bekend model was de ‘Rotterdam’ die zoals de naam al suggereert in ons land werd gefabriceerd. In Rotterdam aan de Sluisjesdijk. Onder de naam NEKAF (Nederlandse Kaiser Fabriek) kwamen daar 5000 Kaisers vandaan en ook nog eens een paar duizend kleinere Henry J’s. De meeste Kaisers hadden 6-cilindermotor voorin die tussen de 65 en 105 pk’s leverde naar gelang de versie. Best een luxe auto in het na-oorlogse Nederland, maar heel veel werden er niet verkocht hier. Elegant waren ze wel.

Opvallend was de Henry J die als compacte Amerikaan bedoeld was in een tijdperk dat ook in Nederland een Amerikaanse auto als ‘slee’ werd gezien. En dus was dit concept geen groot succes. De viercilindermotoren die deze wagens als basis aandreven waren eigenlijk gewoon Jeep-motoren en dus betrouwbaar maar ook simpel. Latere Kaisers waren de Manhattan als eerder aangegeven en die wagens waren fraaier van lijn en nu ook leverbaar met een Hydra-Matic automaat.

Een buitenbeentje in het gamma was de Darrin, een sportwagen met een kunststof carrosserie, in die tijd zeer modern, en met de technische onderbouwing van de Henry J waardoor je in je sportwagen (..) dan wel een zescilinder had staan. Een paar honderd Darrins zijn gebouwd. In Nederland staakte NEKAF de productie van Kaiser-wagens en stapte over op de bouw van zgn. NEKAF-Jeeps voor het Nederlandse leger. Kaisers zijn ondanks hun link met ons land zeer zeldzaam. En dat brengt de prijs voor goed bewaarde exemplaren wel op een aardig hoog niveau. Maar daarvan is de Darrin dan weer door zijn kleine productiereeks de koploper. Ik zou wel eens willen weten hoeveel van die Kaisers er uberhaupt nog in ons land voorkomen. Je hebt dan wel een uniek stukje Nederlandse autogeschiedenis in handen als die wagen dan ook nog in Rotterdam werd gebouwd. (Beelden: Archief/internet)

Goed gesprek op een bankje…

WP_001362Het bankje waar wij even wilden zitten in de zon, was gevestigd tegen de muur van het museum dat wij zojuist hadden bezocht. We zouden er met ons groepje van vier mensen met wat inschikken van billen of heupen net aan kunnen zitten, als dit bankje niet was ingenomen door een dame die haar bezittingen om zich heen had uitgestald. Nadat de vrouwen uit ons gezelschap naast haar neerploften trok zij wat van haar spullen naar zich toe en begon te praten over het weer. Nu was het lekker zonnig, uit de wind was het heerlijk. Zij zat met haar gezicht omhoog een volkomen donkere zonnebril bedekte haar ogen. Toen ze zag dat wij mannen moesten blijven staan zette ze haar tassen op de grond en schoof nog een stukje verder opzij. Ze trok haar lederen jack nog wat strakker om zich heen en maakte duidelijk dat ik best naast haar ‘mocht’ zitten. Dat deed ik. En dat was wellicht niet zo’n slimme zet. Ze keek me met haar donkere bril aan en zag kennelijk een soort biechtvader in mij. Nu ben ik veel, maar voor dat ambt van vergevingsgezinde priester ben ik minder in de wieg gelegd. Neemt niet weg dat ze op zachte maar goed hoorbare toon haar verhaal afdraaide. Ze woonde in Amsterdam-Oost, tussen de junks, de buitenlanders en ander schorem, dat haar het leven zuur maakte. Ze was overspannen, had tot vijf weken geleden nog gedronken als een ketter, was gestopt met roken, dus ook met haar stickies. Ze leefde nu gezond, maar het werd haar niet gegund om een leuk leven te leiden. Ze wilde graag verhuizen maar kreeg geen kans. De Gemeente werkte niet mee, en haar sociaal werkster had haar vanuit een onbewoonbaar verklaarde benedenetage weg gehaald en in die gribus gebracht waar ze nu nog woonde. Waar die junks haar belaagden, haar adres gebruikten om pakjes etc. naar toe te laten komen en haar dan te laten betalen, waar ze niks tegen kon doen, en de politie niet eens aangifte voor wilde opnemen. Haar verhaal rolde over me heen als een sneltrein die niet te stoppen leek. Mijn gezelschap naast me at intussen een boterham en dronk wat, ik durfde dat niet. Het verhaal van de vrouw deed me iets, aan de andere kant weet ik als Mokumer dat van dit soort verhalen elke dag tientallen keren worden verteld. Gemiste kansen, verkeerde beslissingen, verloren in de drank en geen steun waar hulp dringend nodig is. De vrouw vroeg mij op enig moment waar ik zelf woonde. Ik hield het wat op de vlakte. Gaf een indicatie. ‘O, daar zou ik ook graag willen wonen, in alle rust…’. Ik snapte dat. Maar het begon me nu toch wat te kriebelen. Verhalen zijn leuk, medelijden ook, maar het moest niet in de buurt komen. Met wat diplomatieke drukmiddelen richting mijn eigen gezelschap kon ik hen bewegen in de benen te komen. Ik nam afscheid van de dame met haar problemen. Zij bedankte me voor het ‘fijne gesprek’. Zwaaide nog eens, en zette toen haar tassen weer op de plek waar ik had gezeten. Haar hoofd richtte ze weer op de zon. Haar dag was toch weer een stukje fijner dan daarvoor en ik had weer een stukje Amsterdams klein leed mogen aanhoren. Later, op een mooi terras op het Rembrandtplein hoorde ik heel andere verhalen. Over ‘versieren’ en hoe snel een Porsche wel niet reed. Zo heeft ieder zijn eigen sores…..