
Onlangs trakteerde ik mijzelf weer eens op een paar dagjes met genoegens die van doen hebben met de vliegende vrienden die de verschillende Nederlandse vliegvelden frequenteren. Ik was weer even hobbyist, in het jargon, spotter! En dat beviel goed mensen! Bij mooi weer en druk verkeer is het voor mij een soort genot om me in die sferen te bewegen. Veel te lang niet gedaan. ‘Moeten we meer doen’ het voornemen. Al laat de soms drukke agenda dat toch minder toe dan ik wel eens zou willen. Daarbij zijn de plekken waar je nog echt lekker kunt spotten beperkt geworden. De veiligheid en het terrorisme maken dat luchthavens hun gebieden afschermen voor al te opdringerige lieden met camera’s en notitieboekjes. Je moet van goeden huize komen om dwars door parkeerverboden en andere beperkingen heen te dringen om zo je hobby te kunnen beoefenen.
En dat maakt mijn plezier in de achterliggende jaren toch een stuk minder groot. Ooit, in een grijs en ver weg gelegen verleden, begon ik met deze liefhebberij door op de fiets vanuit mijn woonhuis of school naar het toenmalige Schiphol te fietsen en daar dan over de heg te kijken naar die startende en landende vliegtuigen. Dat werd later weer wat anders. Zomer en winter, warm of koud, altijd een paar uurtjes per week zitten op een van de toenmalige terrassen met een bakkie warme chocolademelk en dan maar kijken naar al die vertrekkende en aankomende vliegtuigen. De meeste daarvan nog voorzien van zuigermotoren en propellers. De eerste jets maakten het de oren in die tijd best wel eens lastig. Want die kisten van toen waren nog niet van de milieuvriendelijke soort. Met de brommer later ook wel eens naar de andere vliegvelden die vanuit Amsterdam binnen redelijke tijd bereikbaar waren. Hilversum, Soesterberg, Rotterdam-Zestienhoven. Zag je weer eens iets anders dan het standaardwerk. Wist ik veel in die tijd.

Later voegde ik heel wat trips naar het buitenland toe aan mijn zoekprogramma. Begon te fotograferen, later dia’s te maken, zelfs te filmen. Het is materiaal waar men later wellicht nog eens met belangstelling naar zal willen kijken. Sinds begin deze eeuw werd het minder allemaal. Te druk, te weinig zin, te veel beperkingen. Hooguit twee, drie keer in het jaar nog maar. Met de auto. De nodige catering aan boord, mijn apparatuur, de luchtvaartradio aan, en dan maar genieten. Maar in de zomer toch wat meer dan in de wintertijd. De ontberingen zijn me vreemd geworden. Watjesgedrag…. Als ik terug reken beoefen ik deze hobby nu iets van een 54-55 jaar. Best lang eigenlijk. En na de recente plezierige ervaringen wil ik er nog niet aan om er mee te stoppen. Het intrigeert me nog steeds, het interesseert me ook, motiveert me, en ik haal er inspiratie uit. Kortom het is net zoals anderen zullen voelen bij bezoeken aan voetbalwedstrijden of musea. Die laatste categorie doe ik er uiteraard ook even bij. En als er dan een uitspringt die ook aandacht heeft voor de luchtvaart kan mijn dag niet meer stuk. Binnenkort weer naar het Amsterdam-Museum, i.v.m. expositie ‘100 jaar Schiphol’. Waarvan ik qua geschiedenis meer dan de helft zelf heb meegemaakt. Een echte oude kn..uh spotter…..

Agressie onder vliegtuigpassagiers lijkt een steeds groter probleem te worden. Vermoedelijk heeft dit deels te maken met drankmisbruik bij hen die het vliegtuig in stappen, maar er lijken nog wat andere factoren een rol te spelen. Vroeger was vliegen iets voor de rijkere medeburgers. Normale mensen hadden helemaal geen geld om te vliegen laat staan dat ze op dat moment zouden weten waar ze eigenlijk heen wilden. Al werd er wellicht veel gedroomd over al die reizen die de elite maakte, een hard werkende arbeider kwam daar niet aan toe. De passagiers die wel gingen werden enorm verwend. Sommige maatschappijen hadden koks en echte keukens aan boord en de service was op niveau van dat toenmalige vliegen. Kijk naar oude beelden en je ziet enorme luxe en lachende mensen. Terwijl het comfort binnen wellicht nog wel aardig was, qua vliegen zelf was het afzien. De meeste vliegtuigen hadden en relatief korte actieradius, er moest dus veel tussentijds geland en getankt worden, en de vlieghoogte zorgde voor veel ellende als zo’n kist dwars door slecht weer heen moest ploeteren.
De straalverkeersvliegtuigen veranderden al veel van dat beeld. Peperdure vliegtuigen die de luchtvaart in de jaren zestig diep in de rode cijfers deden tuimelen. Daarom ook democratiseerde de vliegerij en konden ook meer normale mensen een vluchtje wagen. Bij de komst van de ‘jumbojets’ werd dat nog beter. De maatschappijen konden nu soms wel drie verschillende klassen en niveaus van luxe aanbieden. Economy was weliswaar minder luxe, maar je kreeg nog steeds een hapje en een drankje en de stewardessen bleven mooi en vriendelijk. Het volk ging op vakantie met de vliegtuigen van toen en ontdekte zo dat de wereld rond was en verre bestemmingen bereikbaar. Tegenwoordig hebben we het vliegtuig in ons leven opgenomen als een soort alternatief voor de trein of de auto. Voor een paar tientjes vlieg je naar Rome of Istanboel.
Dit jaar – 19 september a.s. om precies te zijn – is het honderd jaar geleden dat het eerste vliegtuig landde op een drooggemalen, drassig stukje grond in de Haarlemmermeer. Een stukje grond dat later bekend zou worden als Schiphol. Die plek markeert een bijzondere geschiedenis waarvan je inmiddels al het nodige bij mij hebt kunnen lezen. Schiphol is in die 100 jaar uitgegroeid tot een mainport in de luchtvaartwereld die jaarlijks ruim 58,2 miljoen reizigers ontvangt, waar 1,6 miljoen ton vracht passeert en waar 65.000 mensen direct hun brood verdienen. Schiphol verbindt Nederland met de rest van de wereld. Reizigers, zakenmensen en goederen bereiken via Schiphol ons land of gaan vanaf hier op wereldreis. Dit verrijkt ons land niet alleen in economisch opzicht maar ook emotioneel. Door Schiphol komen we contact met andere wereldburgers, het is een start- of eindpunt van onvergetelijke ervaringen en mooie herinneringen. Herinneringen die ook mij niet vreemd zijn. Immers voor een beetje hoofdstedeling was Schiphol heel lang in feite het vliegveld in de ‘achtertuin’.
Hemelbreed lag het iets van 12 kilometer van mijn geboortehuis vandaan en door de toenmalige positie van platform en banenstelsel werden wij regelmatig geconfronteerd met die bijzondere buurman. Vliegtuigen kwamen over onze straat heen, ik zag ze uit de ramen van mijn school en later uit die van het kantoor waar ik in het centrum van de stad werkte. Het virus van de luchtvaartgekte heeft zich vast in die periode in mij genesteld. Leuk hoor, die baan op kantoor bij een bankinstelling, Schiphol trok me toch meer. Van mijn jongste jeugd af was ik gefascineerd door wat zich daar allemaal afspeelde en op mijn 12e dreinde ik al zo lang tot mijn ‘pa’ mee ging naar de KLM Technische Dienst waar ik graag wilde gaan werken. Voor de luchtvaart was het een zegen dat men daar adviseerde dat ik nog beter even kon doorleren. Mijn technisch inzicht bleek om en nabij het nulpunt te bewegen, zou voor de veiligheid van die vliegtuigen weinig hebben bijgedragen. Eind 1965 was het dan zo ver. Na een korte stage bij Martinair stapte ik binnen bij een luchtvrachtkantoor op het aloude Schiphol en werd aangenomen. De rest is ook hier al eens verhaald. Historie! Schiphol bleef sindsdien in het bloed.
Als spotter, als werknemer, als passagier, auteur van diverse uitgaven, altijd was er die luchtvaart. Ik weet nog dat wij verhuisden naar de polder. Ik ontdekte dat het veel te ver weg was van Amsterdam en Schiphol. Ik hoorde de vliegtuigen niet meer. Dat vond ik vreselijk, erger nog, mijn luchtvaartradio waarmee ik het ‘verkeer’ tussen de toren op Schiphol en de vliegtuigen altijd volgde, werkte niet meer. Wat een geluk toen ik door andere omstandigheden ineens weer dichtbij de luchthaven kwam te wonen. Alles werd weer normaal, ik genoot weer als voorheen. En dat doe ik nog. Vliegtuigen hoor ik, zie ik, en als ik er behoefte aan heb ga ik even langs om ze van dichtbij te bekijken. Het Schiphol van nu is onvergelijkbaar veranderd. Was het vroeger een open ruimte waar je nog lekker kon genieten van al die zaken die een vliegveld leuk maken, tegenwoordig is Schiphol nog strenger beveiligd dan vroeger Soesterberg. Maar dat komt door de veranderde tijden. Na kapingen door Palestijnen, 9/11 en de verder gaande expansie van het veld zelf, worden eisen gesteld aan de omgeving die het voor malloten zoals ik lastig maken om ouderwets te genieten. En toch blijf ik vervangend trots op het fenomeen Schiphol. Lawaai? Hoezo? We eten er ook allemaal van hoor. Die luchtvaartsector rond en op de luchthaven zorgt voor 200.000 banen. Denk die maar eens weg. Kortom, ik vind het een felicitatie waard. En zie ook meteen dat ik een dagje ouder ben geworden. Want ik praat nu net zo over vroeger als de generaties voor mij die Plesman en de modder van vroeger nog hadden gekend. Al bladerend door mijn oude fotoalbums komt er weer veel terug. Daar stop ik nu mee, net als met dit blogverhaal………U wilt vast ook nog wel iets kwijt over Schiphol….toch?
Het komt maar weinig voor dat je tijdens jouw eigen leven roerende objecten ziet of ervaart die ouder zijn dan jij zelf en die nog steeds intensief worden gekoesterd of gebruikt. Lezers die niets ophebben met techniek moeten nu maar afhaken, want juist hierover gaat het. Vorig jaar werd het 80-jarige bestaan gevierd van een van de meest beroemde vliegtuigtypen ooit, de Dakota. Officieel heette dat vliegtuig ooit de Douglas Commercial number three en werd het gebouwd om de toenmalige luchtvaartbedrijven in de Verenigde Staten te helpen aan een vliegtuig dat passagiers van de ene naar de andere kant van het land zou kunnen transporteren in stoelen die ook als bedden te gebruiken waren. Douglas gaf ze om die reden een naam mee die ons nu minder zegt; Douglas Sleeper Transport (DST). De slimme Amerikaanse fabrikant had met haar DC-2 bewezen dat metalen vliegtuigen veel beter bestand bleken tegen intensief gebruik dan alles wat er tot dan toe rondvloog en was gebouwd van allerlei andere materialen.
Zo werkte Fokker nog steeds met metalen frames, hout en linnen. De DC-2 maakte de luchtvaart veel volwassener dan ooit voorheen gedacht, maar de DC-3 deed daar meer dan een schepje bovenop.
Opmerkelijk is dat de machine door de Engelsen pas zijn enige echte en bij ons bekende naam kreeg; ‘Dakota’ en die draagt het toestel tot op de dag van vandaag nog steeds. In Rusland werd de machine al snel gekopieerd, uitgerust met Russische Shvetsov radiaalmotoren en aangepast aan de specifieke omstandigheden daar. Die kopie heette Lisunov Li-2 en ook daarvan zijn er nog een stuk of wat bewaard gebleven.
Die wordt door het hoge octaangehalte en de afnemende vraag steeds schaarser. De Nederlandse luchtvaart werd mede groot dankzij de Dakota en het is goed dat er nog een paar exemplaren bewaard zijn gebleven, waarmee soms nog wat wordt gevlogen ook. Wat het vliegen betreft; de Dakota is het enige vliegtuig dat mij persoonlijk ooit luchtvaartziek wist te krijgen, best een eer! Hoe twijfelachtig ook. Voor een deel zijn die Dakota’s ook verantwoordelijk geweest voor mijn liefde voor de luchtvaart. Als kind hoorde en zag ik die kisten overkomen op de plek waar ik woonde en dat beeld zette me aan tot mijn huidige verzamelwoede. En als je dan nagaat dat die machines toen al een jaar of 25 oud waren, wat toch best ‘stok’ is geeft het wel een beeld over hoe belangrijk dit vliegtuig is geweest en nog is voor de wereldluchtvaart. Eind vorig jaar een klein feestje dus, en ik persoonlijk vind dat die Dakota’s dat meer dan verdiend hebben. O wacht even, er komt er net een voorbij. Niet meer in de kleuren van KLM, want dat bedrijf gaf de sponsoring van de museumexemplaren van de DDA juist deze maand op! Eigenlijk een schande, maar goed. (foto’s: Yellowbird collectie)














