
Samen ben je sterk(er) is een thema dat past op heel wat zaken in het leven. Een hecht team is vaak sterker dan de eenling. En alleen is daarbij maar alleen. Al hoeft dat niet automatisch meteen tot eenzaamheid te leiden. Dat nu ook weer niet… maar… Toch is het wel zo dat je samen meer geniet dan wanneer je alleen bent en je zelf behoort tot de mensensoort die graag wil delen. Ik ben er zo een. Ik deel heeeel graag. Verbaal vooral, ik ben nu eenmaal (ook in de ogen van anderen)een verhalende prater. Ik zie iets interessants, maak iets mee, en ik moet dat gelijk echt even delen. Sinds lang doe ik dat met vrouwlief. Die ik al heel wat langer geleden leerde kennen dan zelfs mijn huwelijkstijd zou kunnen doen vermoeden. Ook al lopen die jaren nog wel aardig gelijk op. Ik denk dat ze me indertijd niet alleen imponeerde door de blauwe ogen en de jeugdige humor, ook door het trouw met me mee gaan als ik weer eens een sessie inlaste richting Schiphol. De vliegtuigen, daar moest ze me mee delen. Dat duurde lang, maar ze bleef loyaal.

Later kwamen daar beroepsmatig de auto’s bij. De auto’s van dat ene merk waaraan ik mijn hele hebben en houden zo wat had verpand. Dat bedrijf dat ik groot wilde maken in de vaart der volkeren, daarbij meteen even mijn droom waarmakend om vooral ook een keer ‘directeur’ van een bedrijf te worden. Ze moest ook daarbij soms flink wat inleveren, maar bleef me bijstaan. Luisterde naar wat ik zoal meemaakte en dat was veel, kan ik je melden. Het boek over het onderwerp ‘automerk’ is niet voor niets zo’n langdurige oefening geworden, er moest gewoon geknipt om het leesbaar te houden. Maar thuis kon ik vrijwel altijd mijn verhaal kwijt en soms ook advies inwinnen. De jaren vlogen voorbij. Altijd als je het leuk en druk hebt gaat dat zo. Niet dat altijd alles zo leuk verliep. Ook onze jaren samen kenden een paar diep zwarte pagina’s. Een reddingsboei was dan soms even nodig. Vrijwel altijd gevonden gelukkig.
Gezondheid is bijvoorbeeld niet te koop, en soms worden er figuurlijk aanslagen gepleegd op ons samenzijn. Maar we zijn en blijven een goed team. De fundamenten sterk en als er dan wat kalk van het gebouw valt stort dat huis niet meteen in. Aardbevingsbestendig wellicht. We maakten heel wat mee samen, en dat allemaal simpel begonnen toen zij kwam werken op een plek bij een grote bankinstelling waar ik toen al een jaar op de loonlijst stond. Een ‘bankstel’ dat door sommigen om ons heen weinig toekomst werd toegedicht. Net iets voor ons, dan maar bewijzen dat het anders is. Intussen toegetreden tot de leeftijd van de ’50Plussers’. Maar nog altijd samen. Handleidingen nooit gelezen, ervaring geeft meer ruimte tot improvisatie. Water en wijn mixen en af en toe gewoon toegeven aan de wensen van de ander. Het kwam wel goed. Nog steeds een goed team. En dat vieren we vandaag. Dus we zijn er even niet….er wordt gegeten. Of zoiets. Daar moeten we het nog even over hebben. En feliciteren ons zelf….met elkaar….dank u!


En dat maakt mijn plezier in de achterliggende jaren toch een stuk minder groot. Ooit, in een grijs en ver weg gelegen verleden, begon ik met deze liefhebberij door op de fiets vanuit mijn woonhuis of school naar het toenmalige Schiphol te fietsen en daar dan over de heg te kijken naar die startende en landende vliegtuigen. Dat werd later weer wat anders. Zomer en winter, warm of koud, altijd een paar uurtjes per week zitten op een van de toenmalige terrassen met een bakkie warme chocolademelk en dan maar kijken naar al die vertrekkende en aankomende vliegtuigen. De meeste daarvan nog voorzien van zuigermotoren en propellers. De eerste jets maakten het de oren in die tijd best wel eens lastig. Want die kisten van toen waren nog niet van de milieuvriendelijke soort. Met de brommer later ook wel eens naar de andere vliegvelden die vanuit Amsterdam binnen redelijke tijd bereikbaar waren. Hilversum, Soesterberg, Rotterdam-Zestienhoven. Zag je weer eens iets anders dan het standaardwerk. Wist ik veel in die tijd.
Agressie onder vliegtuigpassagiers lijkt een steeds groter probleem te worden. Vermoedelijk heeft dit deels te maken met drankmisbruik bij hen die het vliegtuig in stappen, maar er lijken nog wat andere factoren een rol te spelen. Vroeger was vliegen iets voor de rijkere medeburgers. Normale mensen hadden helemaal geen geld om te vliegen laat staan dat ze op dat moment zouden weten waar ze eigenlijk heen wilden. Al werd er wellicht veel gedroomd over al die reizen die de elite maakte, een hard werkende arbeider kwam daar niet aan toe. De passagiers die wel gingen werden enorm verwend. Sommige maatschappijen hadden koks en echte keukens aan boord en de service was op niveau van dat toenmalige vliegen. Kijk naar oude beelden en je ziet enorme luxe en lachende mensen. Terwijl het comfort binnen wellicht nog wel aardig was, qua vliegen zelf was het afzien. De meeste vliegtuigen hadden en relatief korte actieradius, er moest dus veel tussentijds geland en getankt worden, en de vlieghoogte zorgde voor veel ellende als zo’n kist dwars door slecht weer heen moest ploeteren.
De straalverkeersvliegtuigen veranderden al veel van dat beeld. Peperdure vliegtuigen die de luchtvaart in de jaren zestig diep in de rode cijfers deden tuimelen. Daarom ook democratiseerde de vliegerij en konden ook meer normale mensen een vluchtje wagen. Bij de komst van de ‘jumbojets’ werd dat nog beter. De maatschappijen konden nu soms wel drie verschillende klassen en niveaus van luxe aanbieden. Economy was weliswaar minder luxe, maar je kreeg nog steeds een hapje en een drankje en de stewardessen bleven mooi en vriendelijk. Het volk ging op vakantie met de vliegtuigen van toen en ontdekte zo dat de wereld rond was en verre bestemmingen bereikbaar. Tegenwoordig hebben we het vliegtuig in ons leven opgenomen als een soort alternatief voor de trein of de auto. Voor een paar tientjes vlieg je naar Rome of Istanboel.
Dit jaar – 19 september a.s. om precies te zijn – is het honderd jaar geleden dat het eerste vliegtuig landde op een drooggemalen, drassig stukje grond in de Haarlemmermeer. Een stukje grond dat later bekend zou worden als Schiphol. Die plek markeert een bijzondere geschiedenis waarvan je inmiddels al het nodige bij mij hebt kunnen lezen. Schiphol is in die 100 jaar uitgegroeid tot een mainport in de luchtvaartwereld die jaarlijks ruim 58,2 miljoen reizigers ontvangt, waar 1,6 miljoen ton vracht passeert en waar 65.000 mensen direct hun brood verdienen. Schiphol verbindt Nederland met de rest van de wereld. Reizigers, zakenmensen en goederen bereiken via Schiphol ons land of gaan vanaf hier op wereldreis. Dit verrijkt ons land niet alleen in economisch opzicht maar ook emotioneel. Door Schiphol komen we contact met andere wereldburgers, het is een start- of eindpunt van onvergetelijke ervaringen en mooie herinneringen. Herinneringen die ook mij niet vreemd zijn. Immers voor een beetje hoofdstedeling was Schiphol heel lang in feite het vliegveld in de ‘achtertuin’.
Hemelbreed lag het iets van 12 kilometer van mijn geboortehuis vandaan en door de toenmalige positie van platform en banenstelsel werden wij regelmatig geconfronteerd met die bijzondere buurman. Vliegtuigen kwamen over onze straat heen, ik zag ze uit de ramen van mijn school en later uit die van het kantoor waar ik in het centrum van de stad werkte. Het virus van de luchtvaartgekte heeft zich vast in die periode in mij genesteld. Leuk hoor, die baan op kantoor bij een bankinstelling, Schiphol trok me toch meer. Van mijn jongste jeugd af was ik gefascineerd door wat zich daar allemaal afspeelde en op mijn 12e dreinde ik al zo lang tot mijn ‘pa’ mee ging naar de KLM Technische Dienst waar ik graag wilde gaan werken. Voor de luchtvaart was het een zegen dat men daar adviseerde dat ik nog beter even kon doorleren. Mijn technisch inzicht bleek om en nabij het nulpunt te bewegen, zou voor de veiligheid van die vliegtuigen weinig hebben bijgedragen. Eind 1965 was het dan zo ver. Na een korte stage bij Martinair stapte ik binnen bij een luchtvrachtkantoor op het aloude Schiphol en werd aangenomen. De rest is ook hier al eens verhaald. Historie! Schiphol bleef sindsdien in het bloed.
Als spotter, als werknemer, als passagier, auteur van diverse uitgaven, altijd was er die luchtvaart. Ik weet nog dat wij verhuisden naar de polder. Ik ontdekte dat het veel te ver weg was van Amsterdam en Schiphol. Ik hoorde de vliegtuigen niet meer. Dat vond ik vreselijk, erger nog, mijn luchtvaartradio waarmee ik het ‘verkeer’ tussen de toren op Schiphol en de vliegtuigen altijd volgde, werkte niet meer. Wat een geluk toen ik door andere omstandigheden ineens weer dichtbij de luchthaven kwam te wonen. Alles werd weer normaal, ik genoot weer als voorheen. En dat doe ik nog. Vliegtuigen hoor ik, zie ik, en als ik er behoefte aan heb ga ik even langs om ze van dichtbij te bekijken. Het Schiphol van nu is onvergelijkbaar veranderd. Was het vroeger een open ruimte waar je nog lekker kon genieten van al die zaken die een vliegveld leuk maken, tegenwoordig is Schiphol nog strenger beveiligd dan vroeger Soesterberg. Maar dat komt door de veranderde tijden. Na kapingen door Palestijnen, 9/11 en de verder gaande expansie van het veld zelf, worden eisen gesteld aan de omgeving die het voor malloten zoals ik lastig maken om ouderwets te genieten. En toch blijf ik vervangend trots op het fenomeen Schiphol. Lawaai? Hoezo? We eten er ook allemaal van hoor. Die luchtvaartsector rond en op de luchthaven zorgt voor 200.000 banen. Denk die maar eens weg. Kortom, ik vind het een felicitatie waard. En zie ook meteen dat ik een dagje ouder ben geworden. Want ik praat nu net zo over vroeger als de generaties voor mij die Plesman en de modder van vroeger nog hadden gekend. Al bladerend door mijn oude fotoalbums komt er weer veel terug. Daar stop ik nu mee, net als met dit blogverhaal………U wilt vast ook nog wel iets kwijt over Schiphol….toch?
Het komt maar weinig voor dat je tijdens jouw eigen leven roerende objecten ziet of ervaart die ouder zijn dan jij zelf en die nog steeds intensief worden gekoesterd of gebruikt. Lezers die niets ophebben met techniek moeten nu maar afhaken, want juist hierover gaat het. Vorig jaar werd het 80-jarige bestaan gevierd van een van de meest beroemde vliegtuigtypen ooit, de Dakota. Officieel heette dat vliegtuig ooit de Douglas Commercial number three en werd het gebouwd om de toenmalige luchtvaartbedrijven in de Verenigde Staten te helpen aan een vliegtuig dat passagiers van de ene naar de andere kant van het land zou kunnen transporteren in stoelen die ook als bedden te gebruiken waren. Douglas gaf ze om die reden een naam mee die ons nu minder zegt; Douglas Sleeper Transport (DST). De slimme Amerikaanse fabrikant had met haar DC-2 bewezen dat metalen vliegtuigen veel beter bestand bleken tegen intensief gebruik dan alles wat er tot dan toe rondvloog en was gebouwd van allerlei andere materialen.
Zo werkte Fokker nog steeds met metalen frames, hout en linnen. De DC-2 maakte de luchtvaart veel volwassener dan ooit voorheen gedacht, maar de DC-3 deed daar meer dan een schepje bovenop.
Opmerkelijk is dat de machine door de Engelsen pas zijn enige echte en bij ons bekende naam kreeg; ‘Dakota’ en die draagt het toestel tot op de dag van vandaag nog steeds. In Rusland werd de machine al snel gekopieerd, uitgerust met Russische Shvetsov radiaalmotoren en aangepast aan de specifieke omstandigheden daar. Die kopie heette Lisunov Li-2 en ook daarvan zijn er nog een stuk of wat bewaard gebleven.
Die wordt door het hoge octaangehalte en de afnemende vraag steeds schaarser. De Nederlandse luchtvaart werd mede groot dankzij de Dakota en het is goed dat er nog een paar exemplaren bewaard zijn gebleven, waarmee soms nog wat wordt gevlogen ook. Wat het vliegen betreft; de Dakota is het enige vliegtuig dat mij persoonlijk ooit luchtvaartziek wist te krijgen, best een eer! Hoe twijfelachtig ook. Voor een deel zijn die Dakota’s ook verantwoordelijk geweest voor mijn liefde voor de luchtvaart. Als kind hoorde en zag ik die kisten overkomen op de plek waar ik woonde en dat beeld zette me aan tot mijn huidige verzamelwoede. En als je dan nagaat dat die machines toen al een jaar of 25 oud waren, wat toch best ‘stok’ is geeft het wel een beeld over hoe belangrijk dit vliegtuig is geweest en nog is voor de wereldluchtvaart. Eind vorig jaar een klein feestje dus, en ik persoonlijk vind dat die Dakota’s dat meer dan verdiend hebben. O wacht even, er komt er net een voorbij. Niet meer in de kleuren van KLM, want dat bedrijf gaf de sponsoring van de museumexemplaren van de DDA juist deze maand op! Eigenlijk een schande, maar goed. (foto’s: Yellowbird collectie)














