
Ondanks alle uitdagingen op mijn zelfstandige pad bleef ik wel constant actief. Ik verheugde me zo elk jaar weer op mijn ‘wijnritten’ tegen de kerst. Ik kocht dan vooraf een aantal dozen aardige wijn in en reed alle relaties af die me in een bepaald jaar trouw waren gebleven of hen waarvan ik dacht dat er nog best iets in het vat zat en kennelijk nog niet verzuurd. Het waren op zich vaak avontuurlijke ritten. Ik sloeg me nogal eens door zeer matig of zelfs slecht weer heen (sneeuw en ijs) stond soms lang in files maar hield me ook aan het idee vast dat ik geen haast had al waren er dan wel x-aantallen relaties die bezocht moesten worden. Het was elk jaar een succes.

Men kreeg niet alleen die wijn (afgemeten op aantallen mensen in dienst) maar ook wat wervende teksten tussen de wensen en soms kwam ik met meer aan opties voor opdrachten terug dan vooraf gedacht. Ik liep later tegen een schrijfopdracht aan voor een regionale MKB-krant die ik met beide handen aangreep want dat schrijven zat/zit me in het bloed en interessante ondernemers interviewen is geen straf. Integendeel. Daarbij bemiddelde ik ook nog steeds rond Corporate Identity items, oftewel lichtreclame voor aan de gevel en zo meer. Ik verbond ook mensen aan elkaar. Investeerders koppelde ik nogal eens aan iemand die een gouden idee had maar te weinig kapitaal.

Soms lukte dat, in andere gevallen niet, maar altijd bedong ik dat als er succes was alle marketing via mij zou lopen. Intussen verliep de situatie in de wereld toch anders dan gedacht. Er was nog iets veranderd, die aanpak bij klanten die ‘alles zelf gingen doen’. Met foto’s van hun smartphone en de voorloper van de huidige AI software meenden ze soms dat ze mij niet meer nodig hadden. De resultaten deden mij vaak de tenen krullen, maar goed, wie niet wil of kan betalen voor advies was los geslagen wild. Langzaam aan merkte ik ook dat mijn gevecht met sommige constant dwars liggende prospect-klanten me begon tegen te staan. Daarbij was de benzine/diesel voor de Tsjechische vervoermiddelen ook niet gratis meer en kwam ik soms uit op verliesmaanden qua inkomsten. Dat was geen goede manier om verder te gaan. Dan overleg je even met wat mensen die er verstand van hebben. En komt het besluit…ik zette mij zelf op pensioen! Officieel was ik door de overheid al die richting opgestuurd, nu moest ik zelf die aanvullende stappen nog even nemen. Toen ik 55 jaar aan een stuk door gewerkt had kwam dat moment. Ik stopte. Sloot ook meteen de periode van zelfstandigheid af. Gewoon helemaal niks meer. Het zou meer dan een jaar duren voor ik dat had geaccepteerd en verwerkt e n heel eerlijk, de handen jeuken nog steeds wel eens…Maar nee, ik doe het niet meer. Het was mooi. Van al mijn werkende jaren waren er 18 fulltime als zelfstandige ingevuld. Toen de corona-crisis uitbrak was ik blij dat ik er niet mee geconfronteerd was als nog actief zoekend naar handel. De schade die deze crisis op had geleverd was mij dan zeker niet ontgaan. Nu keek ik er meer als toeschouwer op afstand naar. En dat was best rustgevend. En over die rust gesproken…dat zelfstandige bestaan is mij ondanks alles wat ik soms beschreef goed bevallen. Ik deelde mijn eigen tijd in, had niet meer te maken met betweters die me met hun besluiten af en toe de haren te bergen deden rijzen. Ik stootte af en toe mijn kop, leerde veel, en was uitzinnig creatief. Dat is een mooie finale en prima als conclusie voor dit eindspel van de carriere…. (beelden: Archief)

















Vanaf mijn vroegste jeugd schreef ik al verhalen. Al dan niet verzonnen, maar op enig moment toch wel wat toegespitst op de luchtvaart. Soms ging het over modelbouw, in andere gevallen volgde ik mijn grote voorbeeld Hugo Hooftman qua stijl en onderwerpen. Het bleef niet onopgemerkt. Enthousiasme voor de luchtvaart en ook voor de sector waar ik uiteindelijk was gaan werken was zelfs voor Ruud Breems aanleiding om er promotie voor te maken. Hij vond mij op dat gebied een beetje een ‘gekkie’. Immers, je werkte er midden in, ging daarnaast ook nog verder me je hobby op dit gebied en bouwde ook nog vliegtuigmodellen. En dan ook nog er over schrijven. Belachelijk! Maar ook met dat wonderlijke dubbele gevoel dat hij er toch ook reclame voor maakte. En zo kreeg ik een opdracht voor een maandelijkse column in het blad van de douane op Schiphol, met de fantasievolle naam ‘Schiphol Fiscus’ uitgebracht en vol wetenswaardigheden over het douaneleven op en rond de luchthaven. Mijn aandeel ging daar niet over.
Wel over vliegtuigen en alles wat er mee van doen had. En na een tijdje viel dat op bij anderen. Een nieuwe uitgever meldde zich. Die ging landelijk een blad maken voor de luchtvrachtsector. ‘Luchtvrachtnieuws’ was geboren. Een aardig soort magazine dat regelmatig verscheen en met vrolijke opmaak promotionele verhalen publiceerde over ons vakgebied. Het werd goed opgenomen in die wereld en de advertenties stroomden binnen. Daar wilden zij mij wel als ad-hoc schrijver toevoegen. En ik deed dat schrijven met plezier. Je naam opbouwen als kenner is nooit weg. En toen we een tijdje onderweg waren daarmee, kwam een derde ‘kaper op de kust’. Uitgeverij Discque uit Amersfoort zocht expansie in de luchtvrachtsector nadat het al enige tijd een stevige positie bekleedde in de wereld van de passage met haar titel ‘Zakenreis’. Een chique magazine dat nu een zusterblad kreeg in de vorm van ‘Luchtvracht’. Daarin advertenties, maar ook interviews met vooraanstaande lieden uit de wereld van de expeditie en luchtvaart. Want ook maatschappijen als KLM of Lufthansa lieten graag weten dat ze sterk waren in luchtvervoer.
Zakenreis pakte al snel de markt in en nam op enig moment haar oudere concurrent over. Inclusief mijn schrijverij. Waardoor ik nog meer in aanzien steeg. Al was het maar omdat ik dat zelf vond. Maar het bracht ook wat kleine bedragen als extra inkomen naast het gevoel dat ik mijn creatieve kanten nog meer kon tonen dan door middel van de ook geschreven en uitgedachte tarieven/vluchtboekjes voor onze klantenkring. Ik maakte heel wat mee in die schrijverij overigens. Zelfs een keer ruzie met Prins Bernhard die me betichtte van negatieve berichtgeving over Fokker. Was niet zo overigens, maar omdat de hoofdredacteur van Luchtvracht weer een kennis was van de Prins, moest ik mijn eerdere verhaal bijstellen. Dat deed ik, maar stopte ook met die schrijverij voor dat blad. Voelde me toch op de vingers getikt terwijl ik de waarheid had neergezet. En dus ontstond het idee dat ik voor de mensen in de luchtvracht op Schiphol beter een eigen orgaan kon uitbrengen. Vol roddels en wetenswaardigheden. ‘Information’ heette dat en neem van mij maar aan, het werd gevreten. Als ik het rond bracht bij de lezers in hun kantoren zorgde dat altijd weer voor hilariteit en soms wrevel. Want ik had intussen mijn anti’s en simpies en dat was in de verhalen wel terug te vinden. Ruud Breems vond dat maar niks. Maar ja, jong en eigenwijs. Dus ging ik nog even door met dat blad…(Beelden: Archief Yellowbird)




